Perú en het einde van de PanAmerica deel 1

Blog 066 Perú, van 23 juli tot 16 augustus 2026

Klik op ‘Lezen op blog’ voor een mooiere weergave van de tekst en de foto’s

Vooraf

We zijn in Perú en vinden een bivak aan de oever van de ‘Rio Tahuamanu’. Morgen rijden we door richting Cusco en Lima. In Lima gaan we de auto stallen voor een langere periode, want het plan is om onze reis te onderbreken voor enkele maanden mede in verband met ‘medisch onderhoud’.

23 juli 2026, Verplicht binnen blijven!

Naar Carlos Martin in Lima, waar we de auto gaan stallen, is het ‘slechts’ 1778 km. Als we via Cusco rijden, zijn we er volgens een te optimistische routeplanner in 1 dag en 9 uur. Maar in de buurt van Cusco ligt ook het wereldberoemde Machu Picchu en dat laat je toch niet zomaar liggen? Bovendien is het nu het droge seizoen en hebben we de gelegenheid om het met goed weer te kunnen zien. We zoeken online op de officiële website naar tickets, maar het droge seizoen is hoogseizoen en de eerst mogelijke datum is eind augustus. Dat is teleurstellend en dit hadden we natuurlijk kunnen weten. Jeroen heeft een ingeving: “Er zijn toch touroperators die tickets opkopen en dat dan als een tour aanbieden? Als we daar eens naar kijken?” Na weer flink speuren vinden we een tour op 27 juli en die boeken we. We hebben drie dagen de tijd om er te komen, dus dat moet lukken. Voordat we vertrekken, gaan we eerst nog op zoek naar een SOAT (Seguro Obligatorio de Accidentes de Tránsito), de verplichte WA-autoverzekering. Het lijkt mogelijk om dit online te kopen, maar we ontdekken dat het formulier invullen voor buitenlanders helaas onmogelijk is. Ons telefoonnummer begint namelijk niet met een 9 en via onze telefoon verloopt de verificatie. Wel kunnen we het in een supermarkt, bij een tankstation of een bank kopen. We rijden hiervoor naar de grotere stad Puerto Maldonado. Wat kunnen we zeggen over de 185 km tellende weg die we afleggen? Het is heel rustig op de weg, het asfalt is van goede kwaliteit, we mogen maximaal 60 km/u rijden, bij een ‘zona urbana’ maximaal 35 km/u en in het stedelijk gebied (lees: een dorp of een paar huizen langs de kant van de weg) zijn er 4 tot wel 8 verkeersdrempels die funest zijn voor ons reistempo. Onze gemiddelde snelheid is daardoor maximaal 50 km/u. Het vinden van een zaak om een WA-autoverzekering te kopen, is een drama. We hebben verschillende mensen gevraagd waar we moeten zijn, echter na vijf adressen hebben we er genoeg van. Bij het laatste adres worden we zeer vreemd aangekeken, want deze zaak blijkt een lunchroom.

Amazolandia Park bij Puerto Maldonado

Een paar kilometers buiten de stad vinden we ‘Amazolandia Park – Centro Recreacional y Camping en la Selva’, een recreatiepark met een vijver en een voetbalveld. De beheerder is zo aardig om voor ons te informeren waar wij in de stad een SOAT voor buitenlanders kunnen ķopen. Morgenochtend doen we een nieuwe poging.  Overigens lezen we nu op internet dat we vanaf de Braziliaanse grens tot Puerto Maldonado zonder SOAT mogen rijden als we bij de grens geen verzekering kunnen kopen. Door de regen is het (voetbal)veld waar wij mogen staan behoorlijk nat en modderig. Geen probleem, want buiten zitten doen we toch niet. De beheerder heeft ons laten weten dat we tussen 19.00 en 05.00 uur niet naar buiten mogen. Zijn twee bewakingshonden (Dobermanns ….) lopen dan los op het terrein als hapgrage beveiligers. Vandaar: verplicht binnen blijven!

24 juli 2026, van de Amazone naar de Andes

Een goed begin van de dag: geld gepind, boodschappen gedaan en de SOAT hebben we op zak. Hoewel, dat laatste gaat niet van harte. Het kantoor vinden we via internet en Jeroen gaat er met alle benodigde paperassen op af. De zwaar opgemaakte dame is wat chagrijnig, vult de gegevens in op de computer, maar het systeem werkt niet mee. Hé, dat hebben we eerder meegemaakt. Toch lukt het uiteindelijk en na een half uur loopt Jeroen terug naar Ina die in de auto wacht. Daar gaan we weer, we hebben behoorlijk wat kilometers te rijden en dat gaat tijd kosten. Het eerste deel van de route is vlak, daarna beginnen we licht te stijgen door een mooi heuvelachtig en zeer groen gebied. Als we de heuvels verlaten, stijgen we in een rap tempo naar een hoogte van 2700 meter naar het bergdorp Ollachea. Deze plaats ligt in de Andes in de regio Puna en is bekend om zijn ruige natuur en goudprojecten. We zien hele steile, met gras begroeide bergen en hoge watervallen waarvan het water de brede rivier onder ons in de diepte stroomt. De bergtoppen in dit district reiken tot wel 5.200 meter hoog. We worden blij van zoveel natuurschoon en zijn al het ‘regelgedoe’ van de afgelopen dagen meteen vergeten. In dit bergdorp gaan we op zoek naar een overnachtingsplaats, want als we verder zouden rijden, komen we onvermijdelijk op een nog hogere hoogte te slapen. Dat is beter van niet om hoogteziekte te voorkomen: rustig opbouwen is het devies. Buiten het dorp een slaapplaats langs de kant van de weg vinden lukt niet, want naast de weg is er geen (parkeer)plaats voor een auto. Een zijweg inslaan is ook onmogelijk, die zijn er namelijk niet vanwege de steile bergen. Dan maar iets zoeken in het dorp Ollachea zelf.

Uiteindelijk belanden we op de doorgaande weg waar auto’s en vrachtwagens langs de kant staan geparkeerd. Er is nog een plaatsje vrij en daar past de Tembo Toy precies tussen. Het trapje kan door de vangrail niet worden uitgeklapt, maar daarvoor gebruiken we het krukje. We hebben weer veel bekijks als we het dak openen. Waarschijnlijk zijn wij de eerste toeristen die in hun dorp langs de kant van de weg slapen en begrijpen best wel dat het een bizar gezicht voor hen moet zijn.

25 juli 2026, Ollantaytambo

We verlaten rond 8 uur onze plek aan de vangrail. We waren toch al vroeg wakker, want de vrachtwagens begonnen om 6 uur te rijden. Er staat ons een lange etappe te wachten van ongeveer 9 uur, omdat we door willen rijden tot Ollantaytambo waar we de trein gaan nemen naar Machu Picchu. De zon schijnt volop en we rijden gestaag omhoog tussen de rotsige bergen. De vallei is erg smal met hoge watervallen en de uitzichten zijn spectaculair. Hier houden we van!

In een mum van tijd zitten we op 4500 m hoogte en dat voelen we allebei: wat licht in het hoofd en aandrang om te plassen. Dat natuurlijke proces heet hoogtediurese en is een aanpassing van het lichaam. Van belang is om zo laag mogelijk te slapen en dat kan pas voorbij Cusco. Vandaar dat we doorrijden tot Ollantaytambo, want dat ligt op 2800 m en dat is prima voor ons. Het opbouwen van hoogtegewenning is echt een dingetje in de Andes! Op een hoogvlakte bereiken we de 4700 m en het landschap is kleurrijk, er stromen heldere beken en in de verte zien we besneeuwde toppen.

De 60 km lange strook dirtroad is in redelijke staat, maar echt opschieten doen we niet. Dat geldt ook voor de weg in de ‘Heilige vallei’. Deze is geasfalteerd, maar zit vol met potholes. Rijen met witte toeristenbussen komen op topsnelheid ons tegemoet, op de terugweg naar Cusco. Om 17.30 uur staan we plots in een file op 1 km afstand van Ollantaytambo. Er zit geen schot in en de Peruanen toeteren volop uit ergernis. Na drie kwartier wachten, zien we opeens een grote parkeerplaats met veel plek. We bedenken ons geen moment, sturen de Tembo Toy uit de file en zetten de auto zo recht mogelijk neer. Pfff, even ontspannen met een kopje soep terwijl we luisteren naar het oorverdovende getoeter van de passerende treinen. Morgen gaan we op zoek naar een bewaakte parkeerplaats, want we laten de auto voor 2 nachten hier achter. Verder rijden kan niet, want de weg houdt op. De enige manier om bij Machu Picchu te komen is per trein of lopend. De treintickets hebben we al: vertrek morgenmiddag en de trein zal er 1,5 uur over doen. We zijn er klaar voor om ons te mengen in het massatoerisme.

Het plaatsje Ollantaytambo is kleurrijk en levendig. Op een terrasje raken we in gesprek met een Peruaan uit Lima die hier regelmatig komt voor een lang weekend. Hij geeft wat tips voor goede restaurants en na een uurtje kletsen wandelen we wat door het dorp en maken kleurrijke foto’s met de Inca bouwwerken op de achtergrond.

26 juli 2026, Aguas Calientes

Om bij Machu Picchu (spreek uit: Matsjoe Piektsjoe) te kunnen komen, nemen we de trein naar Aguas Calientes. De treinreis duurt 1½ uur en gaat in een rustig tempo door de zeer diepe en smalle vallei met uitzicht op besneeuwde bergen van wel 5700 meter hoog. We kijken met risico op een nekhernia 3000 meter omhoog. Fantastisch! Helaas is fotograferen zo goed als onmogelijk. Dan maar alle aandacht richten op het landschap. De coupé heeft ook ramen in het plafond, dus dat helpt.

Agua Calientes is, zoals te verwachten, een erg toeristisch dorpje met alleen maar hotels, restaurants, cocktailbars, koffieshops en souvenirwinkeltjes. Het is geheel autoluw, waardoor je toch relatief rustig rond kunt wandelen. Het ligt ingeklemd tussen bijna verticale bergwanden en een forse beek stroomt ruisend dwars door het dorp. Al met al toeristisch, maar ook sfeervol en relaxed. We vinden ons hotelletje vlot en spreken met de receptie af dat we morgenochtend een ontbijt-to-go meekrijgen, want we worden om 05.00 uur opgehaald door onze gids Nilton. ’s Avonds eet Jeroen voor het eerst in z’n leven alpaca (aahh, zielig ….). Het smaakt hem best.

27 juli 2026, Machu Picchu

Om 05.00 uur staat onze gids Nilton voor de deur. Het blijkt tot onze verrassing dat we de enigen in de groep zijn, dus hebben we vandaag een privétour! We kopen de bustickets en om 05.30 uur vertrekt de bus in het donker die zich omhoog werkt over 13 haarspeldbochten. Boven aangekomen gaan exact om 06.00 uur de poortjes open en kunnen wij beginnen aan circuit 3. Nilton vertelt dat de limiet 5600 bezoekers per dag is en elk uur mogen er maximaal 500 mensen door. Ze worden verdeeld over drie circuits en daardoor voelt het niet als druk. Het is intussen licht geworden, maar de zon is nog achter de bergen.

Onze mond valt open bij het zien van de stad en de bergomgeving. Wow! We kennen Machu Picchu van de plaatjes, maar om er zelf rond te lopen is een totaal andere dimensie. Nilton vertelt over de historie, de architectuur, de cultuur, de status van de adellijke bewoners. Machu Picchu is gebouwd rond 1450 in opdracht van keizer Pachacuti op 2.430 meter hoogte. De naam betekent ‘oude bergtop’ of ‘oude piek’ in de taal van de Inca’s. Volgens schattingen van experts leefden er ongeveer 750 mensen, waaronder edelen, gasten en bedienden. De Spanjaarden vonden de stad nooit. In 1911 werd het herontdekt door de Amerikaanse archeoloog Hiram Bingham. Hij nam  duizenden historische objecten mee uit Machu Picchu, waaronder aardewerk, stenen gereedschappen en menselijke botten en bracht deze vondsten naar Yale University in de Verenigde Staten. De voorwerpen zijn na enig aandringen teruggegeven en te bezichtigen in het Casa Concha Museum in Cusco.

De Inca’s hadden veel kennis van onder andere de architectuur, irrigatie en astronomie. De koning bouwde Machu Picchu als buitenverblijf voor de elite en weg van de drukte. De plek was goed te verdedigen door de steile bergwanden en de jungle. De stad ligt op een tektonische breuklijnen. Hierdoor was het graniet al in stukken gebroken en bouwden zij er huizen en tempels mee. De breuklijnen dienden meteen als handig afwateringssysteem tegen overstromingen en het voorkwam tevens aardverschuivingen. We zijn onder de indruk van de bouwstijl en het gebruik van grote stenen die zo precies gebeiteld en op elkaar gestapeld zijn dat dankzij deze techniek de constructie aardbevingsbestendig is. Wij komen ogen tekort en maken veel te veel foto’s en video’s. En dan komt de zon over de bergen en zet alles in een gouden licht. Tjongejonge! We genieten volop en na ruim drie uur zijn we vol met indrukken.

De rit met de bus terug naar Aguas Calientes is ook spectaculair, omdat we nu kunnen zien hoe steil de bergen zijn. We sluiten de trip als echte francofielen af in ‘La Boulangerie de Paris’ met koffie en pain au chocola. Het bezoek aan Machu Picchu heeft ons alles gebracht wat we ervan gehoopt hadden. Op aanraden van Nilton eten we ’s avonds in ‘Full House Machupicchu Restaurant’. Lekker eten met Peruviaanse gerechten.

28 en 29 juli 2026, Met Perurail door de Heilige Vallei naar Cusco

Na het ontbijt wandelen we naar het station en om 09.00 uur vertrekken we. We zitten ditmaal aan de goede kant in de trein, want we kijken uit op de rivier en de steile bergen. Het is werkelijk een prachtige tocht. Na bijna 2 uur bereiken we het station van Ollantaytambo en het staat er vol met een nieuwe lading toeristen die allemaal naar Aguas Calientes gaan om daarna Machu Picchu te bezoeken. We lopen naar onze Tembo Toy op de bewaakte parkeerplaats en vertrekken richting Cusco.

De route naar Cusco loopt door de bergen en we genieten van de rit. Regelmatig zien we aardverschuivingen waar we omheen moeten rijden. In Cusco dalen we sterk af over een smal straatje. We vinden een kampeerplek op ‘Quinta Lala’ waar je ook je reisauto voor langere tijd kunt stallen. Het staat er vol met Overlanders en we krijgen een plekje toegewezen door Paola. De komende twee dagen blijven we hier om Cusco te verkennen. Het is hier hoog, we staan op 3580 m en dat merken we soms aan onze ademhaling.

30 juli 2026, Cusco historisch centrum

Van Quinta Lala wandelen we in een half uurtje naar beneden naar het centrum van Cusco. De straatjes zijn smal, steil en belegd met kinderkopjes. Heel sfeervol! Het grote plein wordt omringd door gebouwen met de karakteristieke balkons. Prominent staat de kathedraal aan de kopse kant. We drinken een frappuccino op het balkon van een koffiebar en kijken uit over het plein. Wat een plek! We hebben tijdens onze reis drie hele mooie steden bezocht: Salta in Argentinië, Sucre in Bolivia en nu Cusco in Peru en we vinden Cusco misschien wel de mooiste van de drie. We dwalen wat rond, kopen nog een waterkoker en gaan eten bij restaurant Territorio waar ze Peruviaanse gerechten serveren (cocina peruana). Echt een aanrader! We zitten naast Nederlanders Naomi & Dion en een tafeltje verder Judith & Barend. De Hollandse straat heeft het heel gezellig met elkaar. Naomi & Dion moeten bijslapen na een vermoeiende reisdag en dito meerdaagse trip door de jungle en taaien af. Met Judith & Barend drinken we in een bar aan het plein nog een kopje koffie. Gegevens worden uitgewisseld en we gaan elkaar volgen.

We nemen een taxi terug naar de Quinta, want we moeten zeker 150 m stijgen (van 3400m naar 3580m) en als het niet echt nodig is doen we het liever makkelijk. Door de steile straatjes en op de trappen raakten we al af en toe in ademnood. De chauffeur vraagt 30 soles. Jeroen dingt af naar 25 soles en vervolgens krijgen we een privétour door de stad, want de chauffeur weet eigenlijk niet goed hoe hij moet rijden. Erg leuk om in de kleine taxi door de smalle steile straatjes te rijden. Uiteindelijk helpen we hem met Googlemaps: “Hier rechts, hier links, hier omhoog….” Als we voor de poort van Quinta Lala staan, geeft Jeroen 30 soles en de chauffeur is daar erg blij mee. Dit is een truc die Jeroen graag doet: eerst afdingen en na geleverde dienst toch de eerst genoemde prijs betalen. Het levert steevast een blij verraste reactie op! De Quinta is in ruste, het is bijna 11 uur en we rollen direct het bed in.

31 juli 2026, Bivak bij restaurant Qempo Experienca

Van Cusco rijden we naar Cusipata over de Nationale Route PE-3S. Zes dagen geleden hebben we ook over deze weg gereden maar dan min of meer van zuid naar noord, van Ollachea naar Ollantaytambo. Deze weg wordt ook ‘Longitudinal de la Sierra Sur’ genoemd en is een belangrijke en ruige noord-zuidroute door het Andesgebergte in Peru. Landschappelijk gezien een prachtig slingerende weg over ruige bergpassen, diepe valleien en over de uitgestrekte Altiplano-hoogvlakte. Deze hoogvlakte bevindt zich voornamelijk in Bolivia en Peru, maar strekt zich ook uit tot delen van Chili (Atacama) en Argentinië (Puna). Dat hebben we met eigen ogen kunnen zien, bofferds als we zijn! De reden dat we deze route terug rijden, is dat we morgen naar ‘Vinicancu’ gaan, ook bekend als de ‘Rainbow Valley’. Op de heenweg ontbrak ons de tijd, omdat we tickets hadden weten te bemachtigen voor Machu Picchu. Langs deze drukke en lawaaierige doorgaande weg door de vallei vinden we geen geschikte bivakplaats. We besluiten om de weg naar Vinicancu in te slaan, een onverharde weg zonder nummer, die eindigt bij het parkeerterrein van Phulawasipata. Van daaruit loopt een wandelpad naar de ‘De Montaña de Siete Colores’ en de ‘Red Valley’. We hopen een overnachtingsplaats in de natuur te vinden die niet te hoog ligt. Dat blijkt lastig te zijn, omdat naast de ripio huizen staan en/of is het privégrond.

Al snel passeren we restaurant ‘Qempo Experienca’ en we vragen eigenaar Joël of we op de grote parkeerplaats mogen overnachten. Dat is geen enkel probleem. Hij verwelkomt ons hartelijk en nodigt ons uit voor koffie met kaneelbroodjes in het grote restaurant. We zijn nieuwsgierig en we stellen hem vragen over het restaurant. Joël en zijn compagnon Edwin hebben twee jaar geleden dit restaurant gebouwd. Toeristen uit voornamelijk Cusco komen hier ’s ochtends vanaf 05.00 uur ontbijten, worden naar Vinicancu gebracht en komen terug om te lunchen. Gezien de grootte van het restaurant zullen er veel toeristen komen. Dit bevestigt Joël en daarom worden beide maaltijden geserveerd als een buffet. Wij bedenken ons geen twee keer en we vragen of wij morgenochtend ook kunnen ontbijten. “Maar natuurlijk”, zegt hij vriendelijk. In de auto eten we een hapje en gaan daarna het bed in. We kruipen onder ons dubbele dekbed en Marokkaanse dromedarisdeken. Koud krijgen we het niet op deze hoogte van 3400 m. Wel wat slaaptekort, want om 04.45 uur gaat de wekker.

1 augustus 2026, Vinicunca 5036 m (Rainbow Valley)

Het vriest als we om 05.00 uur het ijskoude restaurant boven Cusipata inlopen. Het uitgebreide ontbijtbuffet staat klaar en er is zelfs nasi goreng. Ina blij! Er komen al wat toeristenbussen die hun klanten uit Cusco afleveren en het restaurant komt tot leven. Om 05.30 uur rijden we weg en het begint al wat te schemeren. De goede ripio slingert zich omhoog en na anderhalf uur stijgen bereiken we de parkeerplaats. Dik ingepakt beginnen we de 4 km lange route te wandelen en dat valt niet mee op deze hoogte van 4800 m. We houden een gestaag langzaam tempo aan, terwijl we worden ingehaald door toeristen op paardjes die aan de teugels worden geleid door Peruanen die duidelijk geen ademnood hebben. Als we het eerste kampement hebben bereikt, constateren we hijgend dat we zeker nog een uur nodig zullen hebben om het uitzichtpunt op 5000 m te bereiken. Opeens zien de paardjes er heel aantrekkelijk uit. We maken de balans op: Jeroen heeft last van z’n enkel en Ina heeft hoge bloeddrukproblemen en dan moet je oppassen op deze hoogtes. De knoop wordt doorgehakt: we gaan paardrijden! In een oogwenk zitten we allebei comfortabel op een paard, Ina op ‘Princesa’ en in een vlot tempo worden de resterende 3 kilometers afgelegd. Onder het uitzichtpunt staan jongens met hun motoren te wachten op klanten en we wisselen de 1 pk in voor 125 pk. Alhoewel weinig ecologisch, is het heel spectaculair om achterop de motor over de flanken van de berg te scheuren en langs de afgrond. Het laatste stukje lopen we naar de top (5036 m) en zien dan pas de Rainbow Mountain verschijnen. De mineralen vormen mooie gekleurde strepen en in de verte zien we het felle rood van de Red Valley. Als we ons omdraaien zien we de gletsjer wit glinsteren in de zon. Het is een letterlijk adembenemende ervaring!

Uiteraard zijn we hier niet alleen, er staat een lange rij bij het bordje ‘Vinicunca 5036 m’ voor een selfie. Na een tijdje verwijlen, zijn we voldaan, vatten de terugreis aan en als de enkel van Jeroen weer hevig opspeelt, bieden de paardjes weer uitkomst. We worden tot de parkeerplaats gebracht. De rit met de Tembo Toy naar beneden is prachtig, we zien nu pas bij daglicht hoe mooi het hier is.

We rijden terug naar het restaurant voor een kopje koffie en worden weer hartelijk verwelkomd door Joël: “Jullie moeten blijven om te eten, het lunchbuffet staat klaar.” Er is weinig voor nodig om ons over te halen, maar eerst gaat Edwin nog een livestream op Instagram doen over onze Tembo Toy. “Ik heb 300 volgers!”, zegt hij trots terwijl hij alles van binnen en buiten filmt en als een volleerde vlogger de opnames van commentaar voorziet. Incognito reizen in Peru is er voor ons niet meer bij …. Na de goede lunch nemen we afscheid en krijgen we hartelijke knuffels. We worden uitgezwaaid door onze amigo’s als we onze reis voortzetten richting Lima over de Andes.

Naar Casa Lena in Curahuasi

We zijn weer ‘en route’. Het kost wel veel tijd om dwars door de grote stad Cusco te rijden, het is de enige  doorgaande weg om aan de andere kant van de vallei te komen. De route richting Lima is wederom fantastisch en we worden getrakteerd op prachtige uitzichten. Vandaag rijden we door naar Curahuasi en besluiten om bij Camping ‘Casa Lena’ drie nachten te slapen, te relaxen en daarna uitgerust de weg te vervolgen. We rijden door de bergen niet snel, mede door het vrachtverkeer. Geen probleem, we hebben geen haast. Wel is het jammer dat we het laatste deel door de kloof en langs de steile bergen in het donker rijden. Het is hier ongetwijfeld prachtig.

Om 19.00 uur zijn we bij de camping ‘Casa Lena’ bij Stefanie (Belgische) en haar man Gilder (Peruaan). De drie Golden Retrevers verwelkomen ons hartelijk. We mogen op het mooiste plekje in de tuin staan. Stefanie wenst ons een fijne avond: “Morgen zullen jullie het mooie uitzicht op de vallei zien en de gletsjer.” We zijn benieuwd!

2 en 3 augustus 2026, Curahuasi

Inderdaad, wat een uitzicht! Dit is werkelijk een wereldplek. Vandaag is er markt in het dorp. Jeroen blijft op de ‘camping’ en Ina gaat boodschappen doen. Heen lopend naar beneden en terug met openbaar vervoer plus alle boodschappen. In het dorp wandelt Ina naar het centrale vierkante plein, kenmerkend voor elk dorp of stad in Zuid-Amerika waar we zijn geweest. Caruhuasi en de omgeving staat bekend om de anijs, getuige de schildering bij de naam van het dorp. Het plein is fraai aangekleed met bloemen en planten waar de dorpsbewoners zich kunnen ontspannen. Er zijn banken, een fontein en een bord waarop staat te lezen wat je in de omgeving kunt doen. Interessant. Er is op dit moment bijna niemand op het plein. Het lijkt alsof iedereen aan het shoppen is of in een restaurant eet. Na de boodschappen houdt Ina een taxi aan die veel lijkt op een tuktuk in Thailand. Van tevoren spreekt ze af dat ze 5 soles (€ 1,25) betaalt. Met moeite weet de taxichauffeur over de steile en slechte ripio met veel gerammel naar boven te komen. De tuktuk blijkt ongedeerd, Ina daarentegen is behoorlijk door elkaar geschud. Bij de auto treft ze Jeroen: “Smeer je maar goed in, anders krijgen de sandflies je te pakken.” De rest van de dag genieten we van het uitzicht. Wat is het hier rustig en mooi.

Vandaag mogen we het project van Stefanie en Gilder bezoeken. Zij runnen primair een Bed & Breakfast, een camping en een toeristenbureau. Daarnaast hebben zij dertien jaar geleden het project ‘Oye LENA’ gestart, een NGO in samenwerking met België en met een duidelijke missie: armoede en sociale ongelijkheid bestrijden door de toekomstkansen van elk kind in Peru te vergroten. Zij bieden naschoolse ondersteuning en gespecialiseerde dagopvang aan een zeer diverse groep kinderen, van kleuters tot kinderen met een meervoudige beperking. Ze creëren een plek waar kinderen onbezorgd kind kunnen zijn, zich goed voelen over zichzelf en door middel van spelend leren de ruimte krijgen om hun eigen talenten te ontdekken. Uitgebreide informatie over onder andere het ontstaan van het project, de activiteiten en hoe je deze NGO kunt ondersteunen is te lezen op de website: www.oyelenaperu.com. We hebben op ons uitzwaaifeest een instant-camera gekregen en tot nu toe nog niet gebruikt. Dit is een prima gelegenheid. We nemen de camera mee en laten de kinderen zelf foto’s nemen van elkaar. De verrassing is voor de kinderen groot als de foto voor hun ogen verschijnt. Elk kind mag een foto mee naar huis nemen, waar ze heel blij mee zijn.

Project Oye Lena

4 augustus 2026, Ruige Andesgebergte met haarspeldbochten

Voordat we vertrekken, lopen we nogmaals naar de opvang en maken de kinderen die daar nu aanwezig zijn foto’s van elkaar. Ze vinden het ‘mágico’ dat er uit het toestel een wit papiertje komt en zij na enkele minuten zichzelf op de foto zien. Ieder kind krijgt wederom een foto mee naar huis. Als het tijd is om te vertrekken, roepen zij in koor: “Gracias!” Daarna nemen we afscheid van Stefanie en we wensen haar veel succes met haar project en haar studie. We zijn onder de indruk wat zij en haar man hier in de afgelopen 13 jaar hebben neergezet. De rit van vandaag gaat door het ruige Andesgebergte en we bereiken weer hoogtes tot maximaal 4530 meter. We rijden over de Carretera Nasca-Abancay door de kloof van Rio Cotaruse, waar de gelijknamige rivier door stroomt. De route is weer schitterend, we stijgen, dalen, stijgen, dalen en nemen ontelbare haarspeldbochten. Het wegdek is goed, maar het reisgemiddelde is laag: ongeveer 40 km/u. We zoeken aan het eind van de dag een bivakplek die niet te hoog ligt, het liefst rond de 3000 m. Deze vinden we in een kloof aan de Rio Cotaruse, voordat de weg naar de hoogvlakte van 4200 m stijgt. We kijken tegen de hoge, steile, verticale wanden en voelen ons nietig. Indrukwekkend hoor. Op een hoogte van 3400 meter, met op de achtergrond het geluid van het rivierwater en de frisse, gezonde berglucht met een graadje of -5°C, verwachten we goed te kunnen slapen.

5 augustus 2026, Gato de Nasca

Even na 7 uur worden we wakker en werpen we een blik naar buiten. Boven het dekbed voelen we de vrieskou en de zon schijnt nog niet in de kloof. Moedig gaan we het bed uit, kleden ons snel aan en zonder ontbijt stappen we de auto in die al snel lekker warm wordt. Al gauw rijden we via tientallen haarspeldbochten de kloof uit en zien we op de hoogvlakte de zon volop schijnen. Vandaag wordt het een lange reisdag. We besluiten om in één keer naar Nasca te rijden, een tocht van 8½ uur. De natuur is fenomenaal. We rijden over de hoogvlakte van de Andes, de Altiplano waar we door bergdorpen en bergsteden rijden, we zien rotsformaties, meren en heel veel alpaca’s. Na lange tijd zien we ook weer vicuña’s. De route telt ontzettend veel haarspeldbochten. De asfaltweg over de 30A is van prima kwaliteit waardoor we flink opschieten, behalve bij de vele wegwerkzaamheden waar slechts één rijbaan beschikbaar is. Soms moeten we lang wachten voordat we verder kunnen rijden. Als het voor de Peruanen te lang duurt, beginnen ze allemaal te toeteren! Het hoogste punt van vandaag ligt op 4530 meter boven zeeniveau. We dalen daarna gestaag over ontelbare haarspeldbochten en het landschap verandert van grassige hoogvlakte naar bossen van eucalyptus, om uiteindelijk plaats te maken voor woestijn met enorme zandduinen. Fascinerend om dat binnen een paar uur voor je ogen te zien afspelen!

Even voor half vijf bereiken we onze beoogde bivakplaats bij ‘Gato de Nasca’ op 400 meter boven zeeniveau. Wat een aangename temperatuur is het hier, T-shirt-weer. En wat is zo bijzonder aan deze omgeving? Hier zijn de Nascalijnen te zien. Dit zijn reusachtige tekeningen in de woestijn van Peru die dateren van 200 voor Christus tot 700 na Christus. Ze tonen dieren, planten en geometrische vormen. De vroege Nasca-beschaving, één van de oorspronkelijke volken uit het huidige Peru, maakte de lijnen door donkere stenen weg te halen. Zo werd het lichte zand eronder zichtbaar. Er zijn geometrische vormen (grote driehoeken, rechthoeken en spiralen), kaarsrechte lijnen of banen die kilometers door de woestijn lopen en planten en dieren (kolibrie, apen, spinnen en condors). De lijnen en figuren zijn goed behouden doordat het klimaat droog is, er bijna nooit een harde wind waait en er bijna geen regen valt. Per jaar valt hier slechts 4 mm regen. Waarom en met welk doel deze lijnen zijn gemaakt is nog altijd een mysterie. Sinds 1994 staat het plateau op de werelderfgoedlijst van UNESCO. We mogen bij ‘Gato de Nasca’ op de parkeerplaats overnachten, samen met twee andere Overlanders. Tegen de heuvel zien we een afbeelding van een kat (gato) die pas in oktober 2020 is ontdekt. In de vroeg-Peruaanse kunst van Paracas- en Nasca-volken kwamen katachtige dieren vaak voor. Via een trap lopen we naar boven waar we duidelijk lijnen en banen zien. Je krijgt een beter beeld wanneer je ze vanuit de lucht ziet. Dat kan door een vliegtuigtour te boeken, maar we hadden al besloten om dat niet te gaan doen. Later lazen we het rampzalige bericht over het neerstorten van zo’n vliegtuigje met 13 slachtoffers. Niet ver hier vandaan is een uitkijktoren waar de lijnen beter te zien zijn.

6 en 7 augustus 2026, Paracas aan de Pacific

Als we opstaan is het mistig. Deze kustmist aan de Pacific hebben we eerder in Chili gezien: de bekende ‘camanchaca’. Elke ochtend is er mist en in de middag verdwijnt deze door de opwarmende zon. We zien weinig van de Nasca-lijnen en daarom is het ook niet zinnig om nog moeite te doen meer van de lijnen en afbeeldingen te zien. We laten mistig Nasca, de uitkijktoren en ook het museum voor wat ze zijn en we rijden via Ica door een steen/zandwoestijn naar Paracas aan de zee. De navigator laat ons een stukje via de bergen rijden. Eerst onder een rotsboog, daarna door een tunnel en vervolgens zien we grote, rode vlekken in het landschap. Het blijkt dat er rode pepers worden gedroogd.

We boeken een kamer in een hospedaje, een klein familiehotel genaamd ‘Hospedaje R.A.C.S.’. Het is slechts 200 meter wandelen naar de zee met een mooi zandstrand en het dorpje waar voornamelijk restaurants, winkeltjes en bureaus zijn om een tour te boeken. De vriendelijke eigenaar vertelt: “Paracas betekent ‘de wind met zand’. We hebben hier namelijk regelmatig zandstormen. Paracas is een klein toeristisch badplaatsje dat pas sinds zo’n 20 jaar echt in ontwikkeling is. Voorheen kwamen de toeristen uit Pisco om de mooie kust en stranden te bekijken en vertrokken dan weer. Nu kan je vanuit Paracas ook tours doen naar de Ballestas-eilanden, ook wel de Galapagos van Peru genoemd, om pinguïns en zeeleeuwen te zien. Je kan ook een vistour afspreken.” Jeroen veert op: “Ah, kun je dat voor ons regelen?” Na wat telefoontjes is de afspraak gemaakt: we gaan overmorgenvroeg om 06.00 uur met een bootje de zee op om te vissen en om de Humboldt-pinguïns en zeeleeuwen te spotten. We zullen vroeg in de middag terug zijn voordat de golven te hoog worden. Tijdens zonsondergang begeven veel mensen zich naar het strand. Ook wij en we genieten van de snel ondergaande zon achter de duinen van het schiereiland. Daarna eten we in één van de vele restaurants waar natuurlijk vis wordt geserveerd. Lekker hoor.

De volgende dag ontbijten we bij ‘Jaku Coffee Paracas’, de betere plek om in Peru van een gezond ontbijt te genieten met lekkere koffie. De muren zijn beschilderd met plaatjes over de Peruviaanse koffie en wat er in de omgeving is te doen. We worden hartelijk bediend door een jongedame en jongeman, alsof we hun beste amigo’s zijn en we hier elke dag ontbijten. Daarna spelen we het kaartspel ‘double patience’ en verder doen we die dag bar weinig.

8 augustus 2026, Ceviche op de Pacific

Om even na 06.00 uur staan we in het schemerdonker bij de ingang van de pier. Al gauw ontmoeten we Martìn, onze kapitein, compleet met gouden oorring. Benzinetank, hengels en koelbox wordt ingeladen in de open boot en we zijn op weg. In een mix van Spaans-Engels hebben we het meteen gezellig en Martìn vertelt dat hij 5 jaar heeft gewerkt in Scheveningen als kok en nu chef-kok is in zijn Restaurante Cévicheria ‘San Andrés’ in Pisco, specialiteit: ceviche. Dit is een zeer populair gerecht en staat overal op de menukaart. Het is dagverse rauwe visfilet, gegaard door veel limoensap en zout met uien, koriander en rode pepers. Het restaurant is lokaal zeer succesvol en is dit jaar geselecteerd om de regio Ica te vertegenwoordigen op het prestigieuze culinaire festival ‘Perú Mucho Gusto. Meteen zien we zeeleeuwen, dolfijnen en na een half uurtje varen bereiken we de Ballestas eilanden: kale rotsen met natuurlijk gevormde bogen en vol met schreeuwende zeevogels en brullende zeeleeuwen. De geur (lees stank) is indringend en went niet echt. De eilanden zijn wit uitgeslagen van de uitwerpselen.

We boffen met een rustige zee en lichte deining en we varen vlak langs de rotsen tussen de zwemmende zeeleeuwen door. Fascinerend! Martìn gooit het anker uit en we gaan vissen met kunstaas, helaas zonder succes. We verkassen naar een andere plek en proberen het weer, maar wederom geen enkele aanbeet. Jeroen vangt nog wel bijna een zeemeeuw. Het beest duikt achter het op een vis lijkende kunstaas aan en neemt het in z’n bek. Andere zeemeeuwen proberen het van hem af te pikken. Veel consternatie en kabaal, verstrikt geraakte meeuwen in de vislijn, maar gelukkig vliegen ze uiteindelijk ongeschonden weg. Ook blijft het uitkijken voor de rondzwemmende zeeleeuwen. Dan pakt Martìn wat garnalen uit de koelbox en gaan we daarmee op de bodem vissen en daar wemelt het van de kleinere vissen. Veel aanbeet, maar ook heel lastig om te vangen. Uiteindelijk halen we een aantal kleurrijke vissen omhoog en de cabrilla (rode zeebaars) wordt bewaard voor de ceviche.

De tijd vliegt voorbij, er komen nu meer toeristenboten voorbij en we gaan op de boot lunchen. Martìn doet een schort voor, zijn pet wordt omgeruild voor een kekke bandeira en hij trekt de koelbox tevoorschijn. Zwierig en met grote gebaren werpt hij theatraal de ingrediënten in een schaal. Jamie Oliver is er niets bij en we liggen in een deuk! “Verse vis, hier is de cabrilla, hup erin! En dan limoen, veel limoen, nog meer limoen, zout, koriander even kneuzen voor meer smaak en chili, houden jullie van chili? Oké, meer chili, uien? Hup ook erin, ha ha ceviche!” We krijgen beiden een vol bord en het is lekker, maar te veel voor ons. Martìn bedenkt zich geen moment en roept naar de toeristenboten vol met Peruanen: “Ceviche! Hier, kom maar halen!” De ene na de andere boot komt langszij en gretig wordt er van de ceviche gegeten. Ook is men nieuwsgierig naar ons: “Waar komen jullie vandaan?” Holanda. “Ah, Cruyff, Gullit, Robben!” Het is vermakelijk en bizar tegelijkertijd, zo tussen de zeeleeuwen, pelikanen, pinguïns en rondvliegende zeevogels. Kortom, we beleven een heerlijke dag. Tegen 13.00 uur zijn we terug in Paracas en nemen we afscheid van Martìn. In onze hotelkamer doen we nog even een powernap en beginnen we met het uitzoeken van de veel te veel gemaakte foto’s en video’s.

9 tot 12 augustus 2026, Bij Carlos in Lima

De afgelopen dagen hebben we ontspannen doorgebracht in Paracas, een aangenaam, sfeervol en gemoedelijk toeristendorpje aan zee. Heerlijk. Vandaag gaan we weer op pad. En wel naar Carlos Martin in Lima. We zullen bij hem onze auto stallen, omdat we zaterdag 15 augustus naar huis vliegen. We blijven minimaal vier maanden in Nederland. Een typisch Nederlandse regel en een verplichting van de zorgverzekeraar is dat we tenminste vier maanden per jaar in Nederland moeten zijn, zodat we ingeschreven kunnen blijven bij de gemeente en blijvend zijn verzekerd. Niet geheel onbelangrijk, maar ook ergerlijk want het liefste reizen we gewoon door. Het plan is om begin maart terug te vliegen naar Peru om onze reis te hervatten. Op de snelweg naar Lima wordt het steeds drukker. Er rijden veel auto’s, vrachtwagens, bussen, motoren, fietsers, kleine taxi’s en dat allemaal over de tweebaans snelweg waar we 80 km/u mogen rijden. In Perú hebben de mensen een eigen rijstijl. We verbazen ons over het rijgedrag en noemen het roekeloos, gevaarlijk en ook irritant. Er wordt veel getoeterd, motorvoertuigen halen ons rechts en links in, snijden daarbij af en geparkeerde auto’s (men parkeert overal langs de kant van elke weg) rijden zomaar de weg op.  Eén keer botste een auto die ons inhaalde bijna tegen de Tembo Toy. Gelukkig kon Jeroen nog net uitwijken. En niet te vergeten, boeren staan langs de weg om hun groente en fruit te verkopen. We zijn in de woestijn waar grote oases voorkomen. Hier telen de boeren voor eigen gebruik groente en fruit. De hoge zandduinen eindigen precies bij de weg of tot de zee. Dat is best merkwaardig om te zien.

In de middag komen we aan bij Carlos. Hij opent de poort en we zien in de grote tuin wel 20 auto’s/campers/bussen die hier langere tijd staan. Carlos is een vriendelijke man en een uitstekende monteur naar horen zeggen. Hij heeft gewerkt bij de Dakar Rally die 11 jaar in Zuid-Amerika is gereden vanaf 2009 tot een met 2019. Wij hebben nog wel een lijstje wat hij aan onze Tembo Toy kan doen zoals het geven van een kleine beurt en een nieuwe set banden. We ontmoeten de vrolijke Engelse Emma die al jaren reist, veel heeft gezien, overal heeft gewoond en sinds kort reist ze met haar twee Mexicaanse vrolijke honden, die ze op straat heeft gevonden, Merry & Itzaes. Het klikt meteen en omdat het toch tijd is voor een G&T drinken we samen een glaasje. We staan langs een drukke weg waar 24/7 verkeer vaak hard toeterend voorbij rijdt. Hopelijk kunnen we er doorheen slapen.

13 en 14 augustus 2026, Lima 18 Boutique

De afgelopen dagen regelden we bij Carlos alles: de TIP pauzeren, auto wassen, etenswaar aan Emma geven, rugzakjes inpakken. Jeroen neemt een taxi om nog een beschermend zeil voor de auto te kopen bij de Promart, 10 km verderop. Lima en omgeving is 24/7 druk druk druk. De taxi doet over 10 km bijna 3 kwartier. Ondertussen gaan Ina en Emma met de bus naar het dorp Chaclacayo voor 1 soles (€ 0,25) “Hou je vast als de bus gaat rijden!!”, zegt Emma nog, nèt iets te laat. Met een noodgang rijdt de bus verder. Ina schiet naar voren en ze kan zich nog net vasthouden voordat ze bij iemand op schoot belandt. We liggen beiden in een deuk. We vinden Chaclacayo een gemoedelijk en gezellig dorp. We halen de was op, lopen naar een groentewinkel en we drinken een frappuccino op het plein. Op de dag van vertrek naar Lima parkeert Jeroen de Tembo Toy tussen de andere auto’s. Emma en Ina helpen om het zeil over de auto te trekken op aanwijzingen van Jeroen. Ze hebben daarbij veel lol, lachen uitbundig en ze lijken net pubers. Wat een leuke, vrolijke meid. En dan is het tijd om onze Tembo Toy achter te laten die in goede handen is bij Carlos. We nemen afscheid van Emma en haar 2 lieve honden. Om half 5 rijden we met een Uber naar het hotel ‘Boutique 18 Lima’ in de wijk ‘Miraflores’ waar we in het donker arriveren.

De dag voor vertrek vermaken we ons in de ijs/koffiebar en koopt Ina een zwarte lange jurk met allemaal kleine knoopjes. Lima verkennen doen we wel als we terug komen. Plotseling worden we naar buiten gedirigeerd. Wat is er aan de hand? Een alarm gaat af en we zien overal mensen uit gebouwen naar buiten komen. Een tsunamiwaarschuwing. Het is in feite een oefening die regelmatig plaatsvindt. Ook wij krijgen een waarschuwing op onze telefoon. Vandaag vliegen we om 17.30 uur plaatselijke tijd met de KLM in 12½ uur rechtstreeks naar Amsterdam. Een lange trip. Ina zal vast slapen. Hopelijk Jeroen ook en anders kan hij ‘binchwatchend’ zes slechte films achter elkaar kijken.

15 en 16 augustus 2026, Aeropuerto International Jorge Chavez en weer thuis

De directe vlucht van Lima naar Amsterdam bevalt ons goed, na twaalf uur vliegen staan we opeens weer op Hollandse bodem. Hoe eenvoudig is het om alles in het Nederlands te kunnen lezen op de borden. Er is nog even paniek als Ina bij de betaalautomaat voor de treinkaartjes haar portemonnee niet kan vinden. Dus terug naar het zitje waar we even koffie hadden gedronken, nee … hier ligt ie niet. Dan naar de KLM-balie en doorgeven dat de portemonnee wellicht nog in het vliegtuig ligt. Na even wachten komt het verlossende bericht, … Ja! Een stewardess heeft hem gevonden op onze stoel en hij komt onze kant op. Pfff …. Het is toch ongelooflijk dat we 10 maanden lang heel attent zijn geweest op onze papieren, documenten, contant geld en andere kostbaarheden en dat we dit nu aan het eind van onze reis meemaken.

Epiloog

We sluiten deel 1 van onze PanAmerican roadtrip af. We hebben genoten van de verscheidenheid aan landschappen en bevolkingen. Als het rijgedrag exemplarisch is voor de volksaard, dan is onze ervaring als volgt:

Argentijnen: gaat u maar voor, ik wacht wel even

Chilenen: regels zijn belangrijk en daar houden we ons aan

Bolivianen: we doen maar wat, leve de vrijheid

Brazilianen: ga gerust je gang, dat doe ik ook

Peruanen: schiet ‘ns op!

Zuid-Amerika is een ongecompliceerd continent gebleken om met eigen auto te bereizen. Geen gedoe bij grensovergangen of politiecontroles en de beambten zijn vriendelijk en hulpvaardig. Alles wat je wil kan worden geregeld, zeker op het gebied van toerisme. Daarnaast is er ongelooflijk veel vrije ruimte, want het continent is mega uitgestrekt en leeg, de meeste mensen leven immers geconcentreerd in de grote steden. De 10 maanden zijn voorbij gevlogen en we kunnen haast niet wachten op deel 2, Noord- Amerika! Het plan is dus om begin maart 2027 de auto in Peru weer op te pikken en dan te reizen naar Ecuador. Vanaf daar willen we de auto verschepen naar Los Angeles en dan doorrijden tot Alaska. Vervolgens reizen we van het westen naar het oosten dwars door Canada. Na 8 maanden, eind oktober 2027, gaat de auto weer op de boot richting Rotterdam en hebben we de PanAmerican roadtrip afgerond. En waar gaat de Tembo Toy daarna naar toe? Hopelijk Zuidelijk Afrika ….

Geef een reactie