BLOG 063, van 4 april 2026 tot en met 6 mei 2026
Vooraf
In ons laatste blogbericht vertelden we over Vuurland en de tocht per boot naar Puerto Montt in Zuid-Chili. Vervolgens zijn we heel Chili doorgereden naar het Noorden, zo’n 6000 kilometer! We zien het landschap veranderen van frisgroen naar gortdroog. Uiteindelijk arriveren we in de Atacama woestijn. Veel leesplezier gewenst.
05 april 2026, Río Petrohué en asado
Wat een heerlijke herfstdag met een behaaglijke temperatuur. Jeroen trekt zelfs zijn t-shirt uit. Het moet niet gekker worden. We doen enkele klusjes en aan het eind van de middag gaan we aan de asado. Jeroen pakt de handige opvouwbare BBQ uit de kist, maakt een vuurtje, houtskool er op en in een mum van tijd ligt het vlees, brood en een paprika op de grill. Wijn erbij en in de zon onder toeziend oog van twee honden smullen we van ons diner. Op tijd duiken we ons bed in, want morgen gaat de wekker om 07.00 uur af.



06 april 2026, een dagje Puerto Varas
Deze dag hebben we twee doelen: Ten eerste de Tembo Toy naar Rebel Garage brengen in Puerto Varas. Ten tweede, om het wachten te voorkomen, een zelf in elkaar geknutselde fietsexcursie doen. Bij Garage Rebel checkt Jeroen met de Engels sprekende baas Francisco wat er moet gebeuren, namelijk de banden rouleren, nieuwe koppelingsplaat plaatsen en de deur van de safe die door de ripio’s is losgetrild, lassen. Todo claro! We kunnen vertrekken. Francisco vertelt nog dat het een regenloze dag zal worden, we ons warm moeten aankleden, we de fietsen altijd op slot moeten zetten en waar we kunnen ontbijten. Handig zo’n garageman die ook fungeert als gids. Bij Café Mawén ontbijten we met uitzicht op het meer waar de vulkaan Osorno op dat moment schuil gaat achter een wolkenpartij. Lekker ontbijtje met een goede smaak koffie. Vervolgens wandelen we naar de trappen ‘Escalera Eduardo Ricke’ waar de kopse kanten van de treden met mozaïek zijn verfraaid. Als je vanuit een laag perspectief een foto maakt, zie je de voorstelling. Daarna naar de apotheek, want Ina heeft last van een vastzittende hoest. We zien houten gebouwen uit de tijd dat Duitse kolonisten hier kwamen wonen, sommigen fraai, de meesten hebben een opknapbeurt nodig. Het lijkt alsof de gebouwen amper zijn geïsoleerd. De temperatuur in dit gebied ligt tussen de min 2 en 25 °C en er valt amper sneeuw op deze hoogte.




We pikken de fietsen op en rijden langs het meer naar ‘Museo Pablo Fierro’ waar de kunstenaar Pablo compleet uit zijn dak is gegaan. In het museum dat bestaat uit een huis, de boeg van een boot en een half geïntegreerde stadsbus zien we van alles staan: zijn schilderijen, typemachines, koffiemolen, gereedschap, emmer, boeken, grasmaaier, klokken, een trompet en nog veel meer spullen in ‘Malle Pietje-kwaliteit’. Er is zelfs een klaslokaal van de vorige eeuw. Het komt op ons over als een bij elkaar geraapte troep waar het thema van het museum ons totaal onduidelijk is. Wie het weet, mag het zeggen. De oude bus is leuk, vooral voor kinderen. Jeroen kruipt achter het stuur, zit aan alle niet werkende knopjes en zegt: “Toetoet!!” We fietsen terug langs het strand en onze fietstocht eindigt bij waar we zijn begonnen. Behalve ontbijt serveren ze ook salades en broodjes met zalm. Daar hebben we zin in. Het tweede doel is voor ons geslaagd. Het eerste doel helaas niet. De garage heeft geen geschikte brug, wel de mogelijkheid om de auto omhoog te krikken, maar dan staat de auto niet stabiel. Veiligheid voor alles, morgen gaat de auto naar een andere garage waar ze wel een geschikte brug hebben en het werk veilig kan worden uitgevoerd. De banden zijn niet gerouleerd en het probleem van de kluis is nog steeds een probleem. Kortom, wij overnachten in de Tembo Toy binnen het gesloten hek van de garage en morgen is de auto klaar. Het is weer eens niet anders.
07 april 2026, Vervolgverhaal van de reparatie
Na een kop koffie fietsen we weer naar Café Mawén waar koffie en taart ons heerlijk smaakt. Vervolg van de reparatie van de Tembo Toy, een lang verhaal kort: De auto is naar de garage gebracht; daar zal men, na toestemming van ons, helaas de bearlock (diefstalbeveiliging aan de versnellingspook) doormidden moeten slijpen zodat de koppelingsplaat kan worden gedemonteerd; de tweede garage krijgt het ook niet voor elkaar om de reparatie uit te voeren. Eind van de continuing story: morgen rijden we met de koppelingsplaat naar een garage in de plaats Osorno waar de reparatie zal plaatsvinden. Wij overnachten in een appartementje.
08 april 2026, Garage nummer 3 in Osorno
In 20 minuten fietsen we vanaf het appartement in Puerto Varas naar Rebel Garage en nemen afscheid van Francisco die zich erg schuldig voelt dat hij de reparatie niet heeft kunnen uitvoeren. Hij geeft ons 10% korting op de koppelingsplaat die we in de verpakking nu zelf meenemen. De geïnvesteerde werkuren neemt hij voor zijn rekening. Netjes! Ook biedt hij een verblijf aan in het vakantiehuisje van zijn familie aan het Lago Riñihue. Misschien gaan we daar gebruik van maken. In ruim een uur rijden we over de tolweg naar autobedrijf ‘Overcars’ in Osorno. In de garage staan wel 23 auto’s. Ondanks dat we nummer 24 in de rij zijn, kruipen twee mannen direct onder de auto. Men heeft 48 uur nodig om de nieuwe koppelingsplaat te installeren wat betekent dat we vrijdag de auto kunnen ophalen. Voor twee nachten hebben we een klein huisje gehuurd waar we naar toe fietsen. Het eerste stukje gaat over een ripio. Voor de Tembo Toy prima, maar met onze opvouwbare Bromptonfietsjes met dunne banden is het nog een flinke toer. Met twee handen aan het stuur blijven we overeind. De komende dagen zullen we ons vast wel vermaken.


09 april 2026, Nieuws van de garage
“Ik heb een verrassing voor je”, zegt Jeroen als hij terug komt van de bakker met verse broodjes en een stukje taart. Ina vindt het al een verrassing dat hij terugkomt met vers brood, want gisteren hebben we broodjes in een minimarket gekocht die vanochtend beschimmeld uit de verpakking kwamen. “Wat is de verrassing?”, vraagt ze nieuwsgierig. Jeroen heeft voor haar voor morgenochtend een afspraak bij de masseuse van de Espacio Wellness gemaakt die hier om de hoek is. “Wat lief!” Ina is blij verrast en ze verheugt zich op het uitje. Twee nachten slapen we in Osorno, want de garage verwacht dat ze vrijdag klaar zullen zijn met de reparatie. Vanmiddag krijgt Jeroen een appje dat we de auto nu kunnen ophalen. Warempel! Dat hadden we niet verwacht. Het is al laat in de middag en we besluiten om morgen de Tembo Toy op te halen. Hier worden we blij van en we eten buiten de deur om samen te vieren dat we na 21 dagen weer gaan reizen.
10 april 2026, Bivak bij Lago Riñihue
Terwijl Ina naar de masseuse gaat, bestelt Jeroen een taxi naar de garage om de Tembo Toy op te halen. Hij is vlot weer terug met de auto, die lekker schakelt. Maar hoezo moest nu al de koppelingsplaat worden vervangen na pas 23000 km op de teller? Dat heeft vooral te maken met onze rijstijl. Onze vorige Landcruisers hadden die onverwoestbare dieselmotor, met veel torque bij lage toerentallen. We pasten onze rijstijl daarop aan (lees: een beetje lui rijden en schakelen), want die motor trok ons toch wel overal doorheen. Onze huidige Landcruiser heeft een benzinemotor met veel torque juist in de hogere toerentallen. Wij hebben tijdens onze reis op steile stukken en bij manoeuvreren teveel met slippende koppeling gereden en te weinig de lage gearing gebruikt. Voeg daarbij het gewicht van de vol beladen auto (3500 kg) en de power van deze 6-cilinder 4-liter motor. De krachten op de aandrijflijn zijn enorm en daar moeten we onze rijstijl op aanpassen: in hoge(re) toeren rijden en vaker in low gear. De versterkte keramische koppelingsplaat van Terrain Tamer gaat ons daarbij helpen. Vlot pakken we onze spullen in, verlaten de cabaña en worden nog uitgezwaaid door de overbuurman. Na het boodschappen doen, rijden we via Ruta 5 naar Los Lagos. Het landschap lijkt nogal op Frankrijk, zeg maar de A31 ter hoogte van Langres. Groen, golvende velden en een tolweg. We willen het merengebied bezoeken waar je tevens vulkanen kunt zien. Bij Lago Riñihue gaan we van de asfaltweg over op een goede ripio. Links en rechts staan vrijstaande huizen op een grote lap grond dat direct grenst aan de ripio. Een plekje voor een bivak zoeken, wordt hierdoor bemoeilijkt. Dan zien we een klein plekje waar de Tembo Toy voortreffelijk kan staan. Jeroen zet de auto nu braaf in de lage gearing en hij rijdt achteruit zonder slippende koppeling het steile talud op. “Wat een kracht heeft de Tembo Toy toch!”, zegt hij als hij de auto uitstapt. Ondanks dat we lang hebben moeten wachten op de reparatie van de koppelingsplaat, zijn we heel blij dat we het hebben gedaan. Deze koppelingsplaat zal voorlopig niet vervangen hoeven te worden.



11 april 2026, Op weg naar Puerto Fuy
Vandaag slapen we lang door en dan bedoelen we ook heel lang. Ina verbreekt het record en slaapt 11 uur achter elkaar. “Oost west, thuis best”, zullen we maar zeggen. Lekker slapen in je eigen bedje. “Goedemorgen vulkaan Mocho-Choshuenco achter de wolken”, zegt Ina als ze naar buiten kijkt. Gisteren voordat het donker werd was de vulkaan heel even volledig te zien. Hopelijk zien we hem later nog een keer. We zijn in ‘Región de los Lagos’, de Regio van de Meren. Hier vind je ongerepte natuur waaronder dichte bossen, diepblauwe meren, besneeuwde vulkanen en thermale bronnen. Het is een populaire bestemming voor water- en wandelsport en het bezoeken van warmwaterbronnen. Het einddoel van vandaag is een camping in Puerto Fuy, een rit van ruim een uur. We hebben geen haast en vertrekken tegen 14.00 uur. We vervolgen de ripio T-47 en zien Lago Riñihue met laaghangende wolken om de toppen van de heuvels. Onderweg zijn er op de ripio heftige wegwerkzaamheden met zwaar materieel. Er wordt een lang stuk weg volledig nieuw dwars door de rotsen aangelegd. Om beurten mag het verkeer er langs en daardoor duurt de rit een half uur langer. Omdat we onze dagelijkse kop koffie nog niet hebben genuttigd, drinken we in het dorp Neltume een cortado. Daarna is het nog maar 6 minuten rijden naar camping Puerto Fuy. Het is door de regen werkelijk huilen in ‘Huilo Huilo’. Als we er zijn, opent Jeroen de poort en zoeken we een leuk plekje op het grote kampeerterrein gelegen aan Río Fuy. Er staat slechts één koepeltentje, dus keuze zat. Het uitzicht is op een dik wolkenpakket en het regent de hele namiddag, avond en nacht, maar morgen gaat hoogstwaarschijnlijk de zon schijnen. De beheerder komt ons plotseling uit het niets tegemoet. “Bienvenido!” Hij wijst ons het sanitair met warme douche. Perfercto. Enige dagen geleden heeft Jeroen nieuwe blinkertjes en ‘vliegen’ gekocht in de hoop minstens één roofvis te vangen. De beheerder zegt dat hij geen vergunning nodig heeft. Eén vis mag hij houden, de anderen moeten worden teruggezet in de rivier. Jeroen verheugt zich al een aantal dagen om eindelijk weer eens te kunnen vissen. Morgen is het zijn dag en hopelijk daarna een asado. We gaan het beleven.



12 april 2026, Sunday Asado-day
Na een nacht regen begint de dag met optrekkende bewolking en de zon komt door. Als we naar het meer Pirihueico lopen, zien we beboste heuvels en een berg verschijnen. Vanaf de haven is het mogelijk om per boot naar Argentinië te gaan. Op Polarsteps is te zien dat we op 24 januari bij Lago Queñi waren, slechts 50 kilometer verwijderd van hier, een tocht deels per boot van ruim 2 uur. We zijn om de vulkaan Mocho-Choshuenco gereden die de hele dag is gehuld in de wolken en dus niet te zien is. Jammer. Jeroen pakt zijn visgerei, twee hengels en loopt naar de rivier om er te vissen in de hoop vis op de parrilla te grillen. Op de brug gooit hij de hengel uit. Het is niet de juiste plek. Geen vis te zien. Dan maar een stuk verderop proberen. Hij loopt door het bos, over een weiland waar een jonge stier schaapachtig naar hem kijkt en hij bereikt de overkant van de rivier. Ook hier helaas geen geluk. Misschien op de steiger van de haven bij Lago Pirihueico? Na vele pogingen houdt hij het voor gezien. Geen asado met vis, wel met vlees. Nee, het is niet die jonge stier in de wei die hij op de BBQ-plaat grilt. Wanneer hij de asado klaarmaakt, daalt de kou en dauw in het dal terwijl de rook uit de schoorstenen van de huizen stijgt. De vulkaan is inmiddels verlost van de wolken. Alleen staan er te veel bomen in het zicht, waardoor we slechts een glimp ervan zien. Morgen nieuwe kansen. De asado is heerlijk. Het koelt snel af en Jeroen pookt het vuur op zodat we nog buiten kunnen zitten. Als het helemaal donker is, verhuizen we naar binnen, drinken koffie, koelt het rap af en duiken we met een warme kruik het bed in.



13 april 2026, Spa & Hotel del Arbol
Het belooft een zonnige dag te worden. Dat komt goed uit, want we gaan vertrekken en we hopen onderweg vulkanen te zien.
De eerste is Mocho-Choshuenco waar we al een glimp van hebben kunnen zien. Na drie minuten rijden, stappen we uit bij een bijzonder hotel. Hier gaan we een bakkie doen. Nu al? Jawel, want ons is verteld dat deze accommodatie bekend staat om zijn bijzondere architectuur en dat willen we graag zien.
Het hotel Nothofagus, ook aangeduid als ‘Hotel del Arbol’ is gebouwd in het Huilo Huilo Biologisch Reservaat, gericht op duurzaamheid en integratie met het oerwoud. Het hotel is ontworpen als een ‘menselijke boom’ en gaat op in de natuur. Als we er naar toe wandelen, is dat zowel van buiten als binnen te zien. Het gebouw is opgetrokken uit houtsoorten en materialen uit de regio en telt zeven verdiepingen. Overigens, mocht je hier willen overnachten, neem een paar duiten mee. De luxe van het hotel spat er vanaf. Het interieur is smaakvol en gezellig ingericht met veel zitjes om te lounchen en alles ziet er onberispelijk schoon en netjes uit.
Het personeel is keurig gekleed en de bellboy heeft een uniform aan dat wij vinden lijken op een apenpakje. Het doet Ina denken aan de luxe hotels in Indonesië van 40 jaar geleden waar de bellboys ook zo gekleed waren en voor haar een ietwat koloniale (bij)smaak uitstraalde.
Jeroen gaat op zoek naar de koffiebar, maar hij komt volgens het Nederlandse gezegd terug ‘op de koffie’, ofwel beteuterd. “Geen koffie, ze serveren alleen lunch”, zegt hij teleurgesteld. Zeer vreemd, vindt Ina. Er is niemand aan
13 april 2026, Spa & Hotel del Arbol
Het belooft een zonnige dag te worden. Dat komt goed uit, want we gaan vertrekken en we hopen onderweg vulkanen te zien. De eerste is Mocho-Choshuenco waar we al een glimp van hebben kunnen zien. Na drie minuten rijden, stappen we uit bij een bijzonder hotel. Hier gaan we een bakkie doen. Nu al? Jawel, want ons is verteld dat deze accommodatie bekend staat om zijn bijzondere architectuur en dat willen we graag zien. Het hotel Nothofagus, ook aangeduid als ‘Hotel del Arbol’ is gebouwd in het Huilo Huilo Biologisch Reservaat, gericht op duurzaamheid en integratie met het oerwoud. Het hotel is ontworpen als een ‘menselijke boom’ en gaat op in de natuur. Als we er naar toe wandelen, is dat zowel van buiten als binnen te zien. Het gebouw is opgetrokken uit houtsoorten en materialen uit de regio en telt zeven verdiepingen. Overigens, mocht je hier willen overnachten, neem een paar duiten mee. De luxe van het hotel spat er vanaf. Het interieur is smaakvol en gezellig ingericht met veel zitjes om te lounchen en alles ziet er onberispelijk schoon en netjes uit. Het personeel is keurig gekleed en de bellboy heeft een uniform aan dat wij vinden lijken op een apenpakje. Het doet Ina denken aan de luxe hotels in Indonesië van 40 jaar geleden waar de bellboys ook zo gekleed waren en voor haar een ietwat koloniale (bij)smaak uitstraalde.




Jeroen gaat op zoek naar de koffiebar, maar hij komt volgens het Nederlandse gezegd terug ‘op de koffie’, ofwel beteuterd. “Geen koffie, ze serveren alleen lunch”, zegt hij teleurgesteld. Zeer vreemd, vindt Ina. Er is niemand aan het lunchen, dus dan kunnen ze volgens haar best wel koffie serveren. Maar nee, service is waarschijnlijk niet hun corebusiness.het lunchen, dus dan kunnen ze volgens haar best wel koffie serveren. Maar nee, service is waarschijnlijk niet hun corebusiness. Wel kunnen we naar boven voor het uitzicht. En wat zien we daar? De vulkaan Mocho-Choshuenco. Schitterend! De drang naar koffie dringt, dus is het de hoogste tijd om verder te gaan. Onderweg tanken we in Panguipulli benzine, want de Tembo Toy lust best wel wat. We zorgen goed voor hem. Zelf drinken we een bakkie mèt gebak, want we zijn nog steeds verbouwereerd dat er in het hotel geen koffie voor ons werd geserveerd. Er is altijd wel een reden voor een gebakje. Jeroen kiest een beschaafd stukje notentaart uit en Ina een onbehoorlijk stuk taart, iets met frambozen. Deze keer is het zelfs voor haar iets te groot en krijgt ze het nog maar net op. We laten Pucón rechts liggen en rijden naar een camping aan Lago Colico. De route gaat door een glooiend lieflijk landschap en weer doet het Europees aan. We zien de volgende vulkaan, de Sullipulli. De camping is gesloten, wel kunnen we een bivak maken op het zwarte strand waar niemand is. Beter! Met een prachtige zonsondergang installeren we de Tembo Toy. Morgen hebben we een regendag en overmorgen hebben we een stranddag in de zon.



15 april 2026, Stranddag aan Lago Colico
Het is een zonnige dag met een aangename temperatuur. Een paar vissers komen hier met een boot en zijn de hele dag op het water. Het water in het meer is verrassend behaaglijk, maar door enkele noodzakelijke klusjes die veel tijd kosten, zijn wij er niet aan toegekomen om te gaan zwemmen of vissen. Wel kunnen we aan het eind van de dag buiten koken en eten. Zelfs zonder kampvuur, want open vuur is hier verboden.
16 april 2026, Riviertje, wijnranken en een dood schaap
Aanstaande maandag hebben we een afspraak bij de garage in Santiago. Dit keer niets ernstigs, gewoon een kleine beurt. Het is 745 km rijden die we in twee trajecten zullen afleggen. Vandaag verlaten we de regio Patagonië en rijden we over de snelweg Ruta 5 ruim 500 km in bijna 6 uur naar Camping Don Beto ten noordoosten van de grote stad Talca. Het is tot nu toe onze langste en saaiste route door Chili. We rijden in een enorme verkeersdrukte veroorzaakt door vooral veel vrachtwagens die hard rijden en soms ook slingeren door roekeloze chauffeurs die bezig zijn met hun mobieltje. Langs de snelweg zien we kaasstalletjes, een soort Goudakaas. Het is jonge kaas en zacht van smaak, terwijl wij juist van oude harde kaas houden met van die zoutkristalletjes erin. Hmmm … heimwee! Als je er iets wil kopen, parkeer je gewoon langs de kant van de snelweg op de zeer smalle vluchtstrook terwijl het verkeer met 100 km/u langs je raast. Voor ons onvoorstelbaar, voor de Chilenen is het heel gewoon. We zijn blij als we van de snelweg af kunnen en bij de camping arriveren, want we hebben zin in een warme douche. Jammer genoeg blijkt er geen camping, zelfs geen bordje of iets dergelijks, alleen een hek op slot, dus rijden we door op de ripio, niet wetende waar we terecht zullen komen. Binnen vijf minuten weten we dat wel. De ripio houdt op en we staan voor een 15 meter brede rivier die best diep is en snel stroomt. Een volwassen herdershond zwemt van de overkant ons tegemoet. De hond is sterk genoeg om ondanks de sterke stroming de overkant te bereiken. Dat heeft hij vast vaker gedaan. We kunnen dus niet verder, het wordt al donker en we bespreken de opties voor een overnachtingsplek: een andere camping zoeken, een cabaña zoeken of hier een bivak maken. We besluiten het laatste, draaien de auto om en openen de daktent. Daar staan we dan: bij een riviertje, langs een veld met druivenranken en vlakbij een dood schaap. Wij eten een hapje en hopen op een rustige nacht.
17 april 2026, Een onverwacht intermezzo
We hebben net geschreven dat we naast wijnranken staan. Nu bij daglicht blijkt dat afgelopen nacht die wijnranken op mysterieuze wijze veranderd zijn in kersenbomen. Ook mooi. Het dode schaap ligt er nog wel … Vandaag hebben we een korte rit van 2,5 uur naar Santiago. We hebben alle tijd. De zon schijnt, we ontbijten bij de rivier en daarna gaan we door met de koffie. Als Ina de koffie klaar heeft, passeren twee jonge jongens op paarden. “Hola!”, begroeten we elkaar. Ze begeven zich naar de rivier waar de paarden kunnen drinken. Daarna besluiten ze om de rivier over te steken. Even later komen de jongens terug, want het pad blijkt afgesloten. We raken aan de klets, want de jongens zijn nieuwsgierig en stellen allerlei vragen over ons, onze reis en de auto. Met een beetje Spaans, handen en voeten en de vertaal-app maken we ons verstaanbaar. Ina zegt dat we in Nederland tussen de paarden wonen, ze nog nooit op een paard heeft gezeten en het vast nog een keer zal doen. De jongens bedenken zich geen moment en vinden dat dat moment ‘nu’ is. Met enkele aanwijzingen klimt Ina in het zadel en gaat ze met één van de jongens weg. De paarden lopen stapvoets en ze vindt het geweldig om in een rustig tempo relaxt om zich heen te kunnen kijken. Ina wordt netjes weer thuis gebracht, biedt de jongens iets te drinken en we kletsen nog wat. De paardrijders heten Thomás en Justin, zijn 17 en 18 jaar en zitten beiden in het 4e en tevens laatste jaar van de landbouwschool. Hierna gaan ze naar de universiteit. Voordat we vertrekken, worden er nog foto’s gemaakt. “Muchas gracias!” Wat een onverwacht intermezzo. De dag kan niet meer stuk.




De route over ruta 5 is de wijnroute. Links en rechts zijn de druivenranken in uitbundige herfstkleuren met de bergen en de Andes als achtergrond. Eindelijk zien we dan toch dat het herfst is. In Santiago rijden we naar de camping. Een bivak maken in de buurt van de hoofdstad wordt sterk afgeraden in verband met criminaliteit. Geen probleem, deze keer kunnen we wel terecht op Camping Chili La Izuelina / RV Park. Er staan alleen maar Overlanders. Hier ontmoeten we Lara en Simon. Hun 10 maanden durende reis zit er op en ze zijn bezig om hun in Chili gekochte 4x4camper weer te verkopen. We vertellen elkaar reisverhalen en -perikelen onder het genot van een wijntje.
18 april 2026 tm 20 april 2026, Camping Santiago
Dit weekend blijven we op de camping. We hebben geen behoefte om de grote stad Santiago in te gaan. Ina doet nog wel boodschappen met de fiets. Op deze camping zijn alleen maar Overlanders en we maken kennis met Simon en Lara. De fles rode wijn van Lara moet leeg dus offeren wij ons gewillig op. Voor Simon hebben we nog een blikje bier. Het is al donker en het koelt flink af. Nieuwsgierig als we zijn, bekijken we elkaars auto. Daarna eten en op tijd naar bed, want….morgen worden we om 09.00 uur verwacht bij de garage. Al weer? Ja, nog een keer. Voor de verandering hebben we weer eens een afspraak bij een garage, nu bij ‘Garage Performance R.R’ in Santiago. Gelukkig niets bijzonders: een kleine beurt, de banden rouleren en de deur van de kluis laten maken, want die was op een heftige ripio losgetrild. Bij een nadere inspectie door Jeroen zag hij dat de kluisdeur met twee puntlassen aan het scharnier vast zat. Sowieso niet safe-proof, dus …. . Ga nooit op maandagochtend in de regen in Santiago naar een garage. 45 minuten zou de rit duren, maar in deze miljoenenstad (ruim 7 miljoen inwoners in en om de stad waar 40% van de Chileense bevolking woont) behoren files en ongelukken tot de dagelijkse ongemakken. We leveren de auto ruim een uur te laat af (no problema) en begeven ons op twee minuten wandelen naar bakkerij/koffiebar/restaurant ‘La Popular Infante’ voor het ontbijt, koffie en de lunch. Het lukt ons om hier een hele dag te blijven en aan het eind van de dag benen we terug naar de garage. De Tembo Toy is op en top in orde. De auto is gewassen en zelfs de motorruimte is schoon en naast de brandstof- en oliefilter zit er nu ook een nieuwe luchtfilter in. Alleen het kluisdeurtje is nog niet gerepareerd. Het is al donker als we terug rijden naar de camping. We proberen de tolwegen te vermijden, omdat er in de stad geen mogelijkheid is om aan de tolweg te betalen, maar door het hectische verkeer en de vele rijbanen lukt dit niet helemaal. Soms komen we toch onbedoeld op een tolweg terecht. Na 1,5 uur staan we weer op de camping. Toch even de campingeigenaar Matiás vragen hoe dat nou zit met de tolwegen in de stad. Hij vertelt dat de elektronische tolheffing uitsluitend is bedoeld voor Chileense voertuigen en daarom kunnen ze toeristen met een buitenlandse kentekenplaat geen tol in rekening brengen en ook niet online laten betalen. Hij verzekert ons dat we ons absoluut geen zorgen hoeven te maken. Als we dat nou hadden geweten ….
21 april 2026, Termas Valle de Colina
We zijn er klaar voor, het reizen gaat weer beginnen en we hebben er zin in. Al met al heeft de lange vertraagde boottocht, de tandarts in Salta en de verschillende garagebezoeken ons ongeveer een maand gekost. We nemen afscheid van Lara en Simon, inmiddels is het één uur en de hoogste tijd om te vertrekken. Over een prachtige route rijden we naar het Andesgebergte. Dit landschap vinden we fantastisch. Via de bewoonde wereld en een weg met veel bochten en verkeersdrempels rijden we langs rivieren. Bij ‘Junta de los ríos Maipo y Río Volcán’ stappen we uit voor een bijzonder verschijnsel. De eerste rivier heeft een modderbruine kleur en stroomt uit de bergen, de tweede, de Rio Yeso, is een helderblauwe gletsjerrivier en ze komen hier bij elkaar. Heel bijzonder.




Als we een grote mijn passeren, begint de 10 km lange ripio. We hebben de boomgrens gepasseerd en zien kale bergen met ronde en grillige vormen in verschillende tinten kleuren bruin, groen, geel en rood. Ver boven deze bergen zien we wit besneeuwde joekels van wel meer dan 5500 meter. Fascinerend! Na 3 uur rijden komen we op onze bestemming aan: baños Colina, formeel genoemd: Termas Valle de Colina. Hier zijn we voor de openlucht thermale baden op een hoogte van 2530 meter. Bij de slagboom kopen we een kaartje à € 30.000 CPS die 24 uur geldig is waardoor we ter plaatse mogen overnachten. Zodra we zijn geïnstalleerd, lopen we naar de warmwaterbaden en stappen we het op één na warmste bad in. Wat een verwennerij! Om ons heen zien we het natuurschoon: bergen, besneeuwde bergtoppen, beneden ons een maanlandschap, de rivier Río Colina en de rood gekleurde wolken als gevolg van de zonsondergang. We vinden het geweldig. De zeven thermale baden zijn op terrassen van de berg gebouwd en hebben temperaturen van 35 tot 50°C. Het water is afkomstig van de San José-vulkaan en staat bekend om de minerale eigenschappen. Zowel lokale als buitenlandse toeristen zien we genieten van de warme baden waar overigens de geur van zwavel ontbreekt. Tegen het eind van de dag is het niet druk. Morgenochtend zullen we beginnen met een warm bad voordat de toeristenbussen arriveren. Vannacht koelt het af tot ongeveer -2 graden. We zullen geen last krijgen van de kou, mede omdat er geen wind waait en we onder ons donzen winterdekbed en de Marokkaanse dromedarisdeken slapen. Rozig door het warme bad vallen we snel in slaap.





22 april 2026, Zeven warme baden voor ons alleen
Even na 8 uur horen we een brommer. De eerste bezoekers zijn al aanwezig. Kort daarna arriveert de eerste bus en besluiten wij om in de benen te komen. De zon schijnt nog achter de berg en in vrieskou lopen we in onze zwemkleding en donsjack naar de warme baden. Het is niet druk en na een tijdje is iedereen verdwenen en hebben we alle baden voor onszelf. Wat een luxe! Inmiddels schijnt de zon en de kleuren van de bergen worden helderder en scherper. We houden het lang vol, omdat we steeds switchen tussen de hete en de iets minder hete baden. Eigenlijk krijgen we er geen genoeg van, maar na anderhalf uur badderen lopen we terug naar de auto voor het ontbijt.




Na intern overleg besluiten we om toch maar op te breken en verder naar het noorden te rijden. De reden hiervoor is dat we een beetje haast hebben. Huh? Jullie hebben toch tijd zat? Ja, inderdaad, maar we moeten rekening houden met de komende winter. In Bolivia wordt het hoog in de Andes steeds kouder, dus daar willen we eigenlijk begin mei zijn. Het plan is om in rap tempo naar Noord-Chili, regio Atacama te rijden (ruim 1600 km) en daar de grens over te steken naar Bolivia. Maar eerst nemen we de tijd om de vallei uit te rijden. Het schiet niet op, omdat we voortdurend stoppen om foto’s en filmpjes te maken van het natuurschoon. We krijgen maar geen genoeg van het landschap. Op deze manier is de Atacama nog heel ver weg.




Na vijf uur rijden arriveren we bij de plaats Catemu. Het vinden van een bivak is niet gemakkelijk, want vaak is het terrein privé en omheind. Het wordt al snel donker en we zoeken een camping op. Helaas is deze gesloten, maar de zeer vriendelijke en hulpvaardige buren bellen naar ‘Camping Entre Sauces’ waar we wel terecht kunnen. Eén van de mannen wijst ons zelfs de weg met de auto en we hoeven hem alleen maar te volgen. Zo attent! We zijn vermoeid door de indrukken van deze dag en de reis over de snelweg met veel verkeer. Wat zullen we heerlijk slapen.
23 en 24 april 2026, Bivak aan de Pacifische Oceaan
Een warme douche ervaren wij altijd als een traktatie, echter vanochtend is de koude douche verrassend aangenaam en wordt het mineraalwater van de warme baden van gisteren weg gespoeld. Na het ontbijt zwaait de vriendelijke eigenaar ons uit. We betalen half tarief, omdat de camping eigenlijk was gesloten. Vandaag gaan we een beetje opschieten en rijden we 460 km grotendeels over Ruta 5. De navigator heeft een D-tour voor ons in petto en we beginnen noodgedwongen als ‘slow travelers’. Het asfalt gaat na 10 minuten rijden over in een ripio, langs de vuilnisbelt en door het oued (de droge rivier). “Gaat dit wel ergens naar toe?”, vraagt Ina. Voor ons rijdt een vrachtwagen, dus nemen we aan dat we goed zitten. Gelukkig, we zien weer asfalt. Rechtsaf slaan, de onbewaakte spoorwegovergang over en dan met een U-bocht kunnen we verder. Dachten we. Voor een groot hek met hangslot staan we stil. Hé, dat hebben we vaker in Chili gezien. Tot hier en niet verder. No problema, de navigator kent het stratenboek uit het hoofd en ze loodst ons netjes naar Ruta 5. Er is weinig verkeer en we rijden vlotjes over de tolweg door. We schieten goed op! De zon schijnt, we zien rozen en de bougainville in volle bloei, het lijkt wel zomer. Rechts van Ruta 5 zijn de uitlopers van de Andes en na een uurtje zien we links de Pacifische Oceaan. Verder zien we onderweg een heel groot windmolenpark. Opmerkelijk genoeg draaien alle windmolens. En als ze draaien, dan weet je wel hoe laat het waait. Ruim een uur voor onze eindbestemming rijden we door twee steden Coquimbo en La Serena. Deze twee steden zijn een groot stedelijk gebied geworden van samen ruim 500.000 inwoners. We zijn niet zo van de drukte in de steden en we zijn blij als we uit de stad rijden. Meteen is er minder verkeer op de snelweg te zien. De laatste 32 km is een slingerende provinciale weg door een mooi en ruig gebied langs de kust. Vanuit de bergen daalt een wolkendek boven ons, maar boven zee is het nog helder. Het asfalt gaat over in een hobbelige ripio en we komen aan op de bivakplek aan zee. Er zijn overal banden sporen en Jeroen vindt een mooie bivak met uitzicht op de zee. We zijn nog net op tijd voor de zonsondergang, we eten iets simpels doch lekker en slapen diep.





We vinden de plek zó heerlijk, dat we besluiten een dagje te blijven. Het weer is aangenaam: zonnig, weinig wind en 18 °C. We verplaatsen de Tembo Toy naar een nòg mooier plekje waar we direct op zee kijken. De golven breken met veel geweld op de rotsen en het is haast hypnotiserend om ernaar te kijken. De dag vliegt voorbij, Ina kookt met de beschikbare kruiden een voortreffelijke Indonesische maaltijd die we met zonsondergang genieten. Morgen weer kilometers maken …
25 april 2026, Playa Los Amarillos
Over deze lange reisdag kunnen we kort zijn. De 6 uur durende reis (ruim 460 km) begint met uitzicht op bergen en de zee. Dan maakt het landschap plaats voor de woestijn, zien we hoge duinen en een zonnepanelenpark. Bij ‘Playa Los Amarillos’ met een breed strand van wel 1,5 km maken we onze bivak. De hele dag zien we de zon en een blauwe lucht met wat wolken. Als we bij de overnachtingsplek arriveren, hangt er een dikke bewolking boven het strand. Buiten wordt het koud, dus vluchten we naar binnen. Misschien kunnen we morgenochtend de pelikanen spotten voordat we weer aan een lange reisdag beginnen.



26 april 2026, Spelen in de zandbak
’s Morgens blijkt het totaal grijs te zijn. Door de kustmist, bekend als camanchaca, zien we niet eens de branding, dus we betwijfelen of we pelikanen gaan zien. Jeroen wil eerst checken of we straks zonder problemen van het strand kunnen vertrekken, want de auto is gedurende de nacht wat dieper in het zachte zand gezakt en we hadden de banden nog niet laten aflopen. Eerst maar eens achteruit, zodat we een langere aanloop kunnen nemen om op de hoger gelegen weg te kunnen komen. Na een paar meter zit de Tembo Toy al vast. Nog even de diff locks erop en nog eens proberen. Helaas! We zitten voor het eerst met de Tembo Toy vast. Dus pakt Jeroen de schep en de zandplaten en begint te scheppen. Ina laat intussen de lucht uit de banden lopen. Al met al zijn we hier toch wel een kwartiertje mee bezig. Probleemloos rijdt Jeroen vervolgens de auto met een vaartje van het strand en omhoog de weg op. Ina komt met de schep en de zandplaten aangelopen en dan moeten de banden weer worden opgepompt….. Fijn dat we zelfredzaam zijn en tevreden met onszelf gaan we op pad door het Parque Nacional Azúcar, een prachtig stukje kustgebied. De baaien met zandstrand zijn idyllisch en prompt zijn daar ook recreatie accommodaties aanwezig. ‘Azúcar’ betekent suiker en suikerbrood. Enigzins vreemd om een nationaal park aan de oceaan te associëren met suiker. De uitleg is als volgt. Het park dankt zijn naam aan het eiland ‘Isla Pan de Azúcar’. Volgens de lokale overlevering gaven zeelieden het eiland deze naam, omdat de vorm ervan deed denken aan een suikerbrood en omdat de witte afzettingen van vogelpoep (guano) op de rotsen het eiland een witachtig uiterlijk gaven, alsof het met suiker was bestrooid. Grappig bedacht.





Het park werd opgericht in 1985 om het natuurlijke erfgoed van de Atacama-woestijnkust te beschermen en het ecosysteem van de regio te behouden. Het park staat bekend als een kustwoestijn waar de droge Atacamawoestijn direct overgaat in de Stille Oceaan. Er zijn meer dan twintig soorten cactussen die nergens anders ter wereld in het wild voorkomen. Tevens is het een uitstekende plek om dieren te spotten, waaronder Humboldt-pinguïns, guanaco’s, woestijnvossen, zeeleeuwen en pelikanen. Hier zouden we ons wel een week kunnen vermaken, maar we besluiten verder te reizen. We pikken de Ruta 5 weer op, ook wel de PanAmerican Highway genoemd. In Antofagasta doen we wat boodschappen en Jeroen koopt een accuboormachine, want er zijn allerlei klusjes te doen waarbij dit apparaat onmisbaar is. De vraag is nog even waar we hem opbergen in de auto. Als we Antofagasta uitrijden, zijn we verbaasd over de enorm troepige omgeving, overal liggen langs de weg bergen met afval. Het lijkt wel alsof het de bedoeling is om het afval lukraak te dumpen. Onze indruk is dat Chili zeer gereguleerd is. We hebben vaak borden gezien met de tekst ‘No Botar Basura’ (gooi geen afval weg), maar hier ontbreken deze borden. De omgeving heeft geen hekken en iedereen kan zo de heuvels op rijden om hun afval te dumpen. Wat een groot contrast met andere schone gebieden in Chili.Even buiten de stad overnachten we in Uribe, een houtje-touwtje accommodatie van de plaatselijke coöperatie met achterstallig onderhoud aan het sanitair. Het licht valt naar binnen door de ingebouwde flessen in de muren. Ook is er licht van boven, maar dat komt door de gaten in het dak. Jammer, want het kampeerterrein heeft sfeer door de plantenbakken met verschillende cactussen, de vele zitjes, hangmatten, parrillaplaatsen en het zwembad. De beheerder brengt ons naar een plaats die beschut is tegen de wind. Goed geregeld!



27 april 2026, San Pedro de Atacama
Vandaag rijden we de laatste etappe naar San Pedro de Atacama in Noord-Chili. Vanaf Santiago een route van ruim 1600 km. Bij Calama stoppen we om zekeringen voor de compressor te kopen. De twee zekeringen die Jeroen in Uruguay heeft gekocht, zijn inmiddels beide doorgebrand. We moeten blijkbaar de compressor tussentijds even laten afkoelen, want hij houdt er soms bij de vierde band mee op. We stijgen van zeeniveau naar 2500m en onderweg zien we windmolens en zonnepanelen. Vlak voor San Pedro de Atacama schieten we plaatjes bij het uitzichtpunt ‘Cordillera De La Sal’, het Andesgebergte en vulkanen waaronder de 5916 meter hoge ‘Licancabur’. Bij Andes Nomads Desert Camp & Lodge overnachten we. Misschien ontmoeten we andere Overlanders die de ‘Laguna Route’ in Bolivia samen met ons willen rijden. We gaan het zien. Jeroen vindt een mooi plekje voor de Tembo Toy aan de rand van de camping, met uitzicht op de vulkaan ‘Licancabur’. Tijd voor een Gin & Tonic!




28 april 2026, Wandelen op de maan (Valle de la Luna)
De komende dagen gaan we trips maken in de omgeving van San Pedro de Atacama. Er staan geisers, zoutmeren en buitenaardse landschappen op het programma. Tegelijkertijd willen we wat hoogtegewenning opdoen, omdat onze aanstaande reis naar Bolivia letterlijk tot grote hoogte stijgt. We zullen daar een poosje tussen de 4000m en 4600m verblijven en dus is acclimatiseren van groot belang.
We komen wat moeilijk weg van de camping, omdat we nog gezellig staan te kletsen met de Duitse overlanders Karl en Bertina. Uiteindelijk vertrekken we naar ‘Valle de la Luna’, waar we tickets voor 60+ers betalen (half tarief 😄). We rijden een circuit van ongeveer 12 km met verschillende uitkijkpunten waar je naar toe moet wandelen. De rotsformaties zijn buitenaards en we wandelen op de maan. Bijzonder is de glasachtige ondergrond van zout bij Mina Victoria. Op één van de lege parkeerplaatsen treffen we Pakistaanse Sonny met Mexicaanse vriendin Mia die naast ons stonden op de camping. Het is een leuk stel en we lachen samen wat af. Maar dan grijpt de jonge parkmedewerker in die in zijn rieten schuilhutje zit: “Die auto, die moet recht staan, niet zo scheef!” Sonny kijkt verbijsterd, de inmense parkeerplaats is leeg, op onze twee auto’s na. Hij betoogt dat het toch niet uitmaakt hoe zijn auto staat, er is immers plek zat. Nee hoor, het knaapje dat net droog achter z’n oren is houdt voet bij stuk. Sonny verplaatst de auto op aandringen van Mia. “Just do it”, zegt ze resoluut om problemen te voorkomen. Niemand van ons begrijpt deze bizarre parkeerregel en we lachen hartelijk om deze toestand. Het knulletje heeft in de gaten dat we hem uitlachen en zit mokkend in zijn hutje.






29 april 2026, Bivak op een uitgestrekte vlakte
We vervolgen onze trip richting de ‘Lagunas Escondidas de Baltinache’. Over een perfecte ripio rijden we met 80 km/u naar de zoutmeren, waar we eigenlijk te laat aankomen. We besluiten om morgenochtend onze tickets te gaan kopen, wederom voor 60+ tarief. Tegen zonsondergang vinden we een bivakplek, ver van de weg af, midden op de vlakte. We voelen ons alleen op de wereld en het is doodstil. Het koelt snel sterk af en dus gaan we naar binnen waar Ina een heerlijke mie tevoorschijn tovert. Even enkele weetjes over de Atacamawoestijn: Deze strekt zich uit tot delen van Peru, Bolivia en Argentinië. Het gebied is ongeveer 2,5 tot 3 keer zo groot als heel Nederland. Ondanks dat deze woestijn één van de droogste ter wereld is, zijn er volle stroompjes te zien. Tot het begin van de 20e eeuw werd hier salpeter gedolven. De chilisalpeter stond aan de basis van de kunstmestindustrie. Sinds 2020 is Atacama een belangrijk mijngebied voor de winning van koper. Ook wordt er veel lithium gewonnen.



30 april 2026, Drijven in een zoutmeer
Rond 09.30 uur verlaten we onze hemelse bivakplek, want we moeten op tijd bij het kantoor van het zoutmeer zijn, oftewel de ‘Lagunas Escondidas de Baltinache’. Men werkt met tijdsloten om de bezoekersaantallen wat te reguleren. Het gebied dat we bezoeken is klein en overzichtelijk. Houten vlonderpaden leiden ons langs de diepblauwe zoutmeren. In één van die meertjes mag gezwommen worden. Het water is opvallend fris, koud zelfs, maar goed te doen. Het is onze eerste keer om te drijven op sterk geconcentreerd zout water en het is heel vreemd te ervaren dat de schoolslag niet werkt. We peddelen als hondjes in het rond! Na het zwemmen mogen we ons 30 seconden onder een douche afspoelen met zoetwater. Goed geregeld en ook nodig, want we slaan helemaal wit uit van het zout!




Na zo’n twee uur vertrekken we naar ‘Valle de los Cactus’ dat op 3200m ligt. Het is richting de geisers van Tatio waar we morgenvroeg naar toe gaan en zo zijn we al mooi een stukje op weg. Voor 6000 Cps (€ 6,-) mogen we op de parkeerplaats overnachten met gebruik van het schone toilet.



01 april 2026, Geysers El Tatio
In het pikkedonker rijden we om 05.00 uur de weg op naar de El Tatio geisers en we zijn niet de enigen; vooral de witte toeristenbussen halen ons in op de asfaltweg. Na het dorp Machuca begint de 50 km lange ripio en die is ronduit slecht te noemen. Heftige wasbord met onverwachte kuilen en geulen. De witte toeristenbussen schieten van de hoofdpiste af en kiezen voor één van de vele zijsporen die in de loop van de tijd zijn ontstaan. Ina kiest ervoor om gewoon door te rijden en ze haalt zodoende al die bussen weer in. Tegen het ochtendgloren arriveren we bij de ingang en krijgen meteen een briefing: daar parkeren, daar tickets kopen, hier formulier invullen, op deze manier je gedragen. Op 4200m hoogte vriest het streng en dik ingepakt staan we om 06.45 uur bij de geisers. Rondom ons stoomt, pruttelt en sist het, gelukkig zonder zwavelgeur. Stroompjes water zijn hardbevroren en achter de bergen komt langzaam maar zeker de zon op. Het is een magisch schouwspel en we kijken met open mond om ons heen. De vele toeristen verspreiden zich over het uitgestrekte gebied en dus kunnen we overal goed bij. En dan schijnt opeens in volle glorie de zon over de berg en belicht op spectaculaire wijze de grote wolken stoom die tot wel 30 meter hoog gaan. Een schitterend schouwspel!




Als de zon hoger komt worden de geisers minder actief en zijn ze minder zichtbaar. Spoedig verdwijnen de groepen toeristen in de witte bussen en zijn we uiteindelijk hoegenaamd alleen. Op ons gemak slenteren we rond en nemen nog wat detailfoto’s. De vorst is weg, de bevroren stroompjes beginnen te smelten en we kunnen onze mutsen en handschoenen uitdoen. Deze trip was zeer de moeite waard!





Na het bezoek van de geisers gaan we op zoek naar een warme rivier. Net als we het park verlaten, ontmoeten we twee fietsers. “Jemig, wat moedig om helemaal naar boven te fietsen”, zeggen we tegen elkaar. We stoppen en bieden hen water en druiven aan die ze met graagte aannemen. De twee zijn Fransen en heten Clementine en Luc. Ze zijn hun fietsreis begonnen in Ushuaia. In drie dagen hebben ze vanaf San Pedro de Atacama de geisers bereikt. Een topprestatie. Wel zwaar op de zanderige pistes en met koude overnachtingen, bekennen ze. Ze wijzen ons op de nabij gelegen Geyser Blanca, die we al zochten. Dankzij hun tip rijden we er zo naar toe en parkeren de Tembo Toy naast een pruttelend gat in de grond waar een gloeiend hete stroom water uitkomt. We zijn hier alleen, dalen af naar de kleine vallei, zien vicuñas grazen langs de rivier en stappen in het water dat een perfecte temperatuur heeft. We badderen wel een uur in een poel tot onze vingers zwaar gerimpeld zijn. Wat een prachtig natuurlijk cadeau!



Op ons gemak rijden we terug over de slechte ripio, maar door een overweldigend landschap en komen nog langs een meer met flamingo’s. Elegant stappen ze door het water en Ina krijgt er geen genoeg van. We overnachten weer op de parkeerplaats bij Valle de los Cactus en ontmoeten daar Karl en Bertina. Zij gaan morgenvroeg naar de geisers. Samen hebben we het de hele avond gezellig en we spreken af dat we elkaar weer gaan treffen op de camping in San Pedro de Atacama.





02 mei 2026, Valle del Arcoíris – Regenboogvallei
In de middag bezoeken we ‘Valle del Arcoíris’, de Regenboogvallei. We hadden beide geen zin om weer vroeg op te staan en gokken op een mooie belichting van de namiddag zon. Het is een mooie rit omhoog over strak asfalt en we herkennen van grote afstand onze bivakplekken bij het zoutmeer en bij Valle de los Cactus. Bij de ingang krijgen we een korte uitleg van de route en de mogelijke wandelingen. Met recht heeft deze vallei de bijnaam Rainbow Valley gekregen. Groen, rood, wit, bruintinten, grillig gevormde bergen. Het is rustig en we wandelen op ons gemak in een aangenaam zonnetje door het fascinerende landschap. Elke bocht levert een nieuw fotogeniek plaatje op en dus fotograferen we veel te veel. Met de Tembo Toy rijden we helemaal tot het einde van de vallei over een smalle bochtige piste die wat offroad vaardigheden vergt en dat vinden we leuk om te doen. Al met al zijn we ruim twee uur in de vallei die niet erg lang is. De bijzondere kleurrijke rotsformaties liggen compact bij elkaar en daardoor is het overzichtelijk. Ook deze trip is weer zeer de moeite waard.






Na de Regenboogvallei gaan we op zoek naar een bivakplek in de buurt en rijden we langs en door een rivierbedding met water. Toch vreemd dat we zoveel waterstroompjes tegenkomen in één van de droogste woestijnen ter wereld. We komen terecht bij ‘Petroglifos Yerbas Buenas’, rotstekeningen waarbij de voorstellingen van dieren zijn gegraveerd in de rotsen. We bekijken, onder begeleiding van twee lieve honden die met ons meelopen, een deel van de rotsgravures. Hier mogen we tegen betaling overnachten en we gaan ons snel installeren. Jeroen wil nog twee klusjes doen voordat het donker wordt: twee extra jerrycans op het dak bevestigen en de beugel van de achterste bladveren repareren. We kunnen nog net in de avondzon borrelen. Daarna vluchten we naar binnen voor de kou. Morgen maar de rest van de petrogliefen zien.





03 mei 2026, Bivak op 3760 meter bij Miscanti
Voordat we vertrekken bekijkt Ina de rotsgravures die we gisteren niet hebben gezien. Het is prachtig. We hebben geen gids, er zijn geen borden met uitleg aanwezig dus het verhaal over deze plek kennen we niet. Het is zondag en in het weekend is het vaak druk met toeristen. We tellen al vijf bussen en twee auto’s. Tijd om te vertrekken naar ‘Reserva Nacional Los Flamincos’ om de Lagunas Miscanti & Miñique te zien. De rit is ruim 170 km en duurt 2½ uur. Om iets te zien in deze regio moet je wel wat afstanden afleggen. We genieten van een lange doch prachtige route tussen enerzijds het weidse uitzicht op de vallei met zoutmeren, anderzijds de Andes met kleurige bergen en vulkanen. De weg is geasfalteerd en in een goede staat. Het laatste deel gaat over de piste. Althans, we komen niet verder dan een gesloten slagboom. “Huh? Hoezo?” Jeroen stapt uit en merkt dat de boom op slot is. Na onderzoek op internet blijkt dat 3 mei een nationale feestdag is, namelijk de dag van de arbeid. Wij gaan op zoek naar een bivak. Jeroen rijdt terug naar de doorgaande weg en ziet al snel op de navigator een zandpad. Hij draait de auto naar rechts, volgt het pad die zich splits. “Gaat dit ergens naar toe?”, vraagt hij wijzend op het linker pad. Er is maar één manier om dit te ontdekken en hij slaat linksaf. Dan zien we dat het pad ophoudt en eindigt bij een open plek, half beschermd door een rotswand. Dé ideale plek voor een bivak: beschermd tegen de wind, uit het zicht van het verkeer èn een fantastisch uitzicht op ‘Volcán Miñiques’ (5910). Wij bevinden ons op 3760 meter hoogte. Volgens de weersverwachting zal het vannacht licht vriezen. We kruipen wel dicht tegen elkaar aan om de kou te trotseren.



04 mei 2026, Lagunas Miscanti & Miñique
Als Ina wakker wordt leest ze in bed nog wat info op internet over de lagunes die we straks gaan bezoeken. Ze schrikt meteen goed wakker: “Joh, we moeten vooraf tickets online regelen en die ophalen in Socaire! Ze werken ook met tijdsloten, dus we moeten snel weg!” We pakken vlot in en binnen een half uur rijden we de 26 km terug naar Socaire waar al een tiental witte toeristenbussen staan. We zullen weer niet alleen zijn…. Met nu de tickets op zak rijden we weer die 26 km omhoog naar de lagunes en we passeren juichend de slagboom die gisteren nog gesloten was. Na een mooie klim over de flanken van de vulkaan staan we alweer voor een slagboom. De medewerkster opent deze, we parkeren netjes op de parkeerplaats en voordat we verder mogen rijden, krijgen we een dozijn instructies mee in het Spaans met visuele ondersteuning in de vorm van een heuse maquette waar een speelgoedauto op de juiste manier op een ‘P’ staat geparkeerd. Met de neus in de enige juiste richting. “Claro!”, zegt Jeroen. De taak van de dame zit erop, ze loopt naar binnen en de jeugd van Jeroen komt plotseling naar boven. “Nog even met het autootje over de piste scheuren. BRROEMMM BRROEMMM!”, roept hij rebels, want in het eggie moeten we hier 20 km/u rijden. Geen 15 en geen 25 wordt ons nog verzekerd.



De lagunes liggen rimpelloos tussen de bergen die haarscherp weerspiegelen in het diepblauwe water. Vicuñas en flamingo’s zijn present, evenals de toeristen. Het is weer een klein gebied met verschillende parkeerplaatsen. Verder bijna geen gelegenheid om te wandelen, wat wel jammer is.



We stappen weer in de Tembo Toy om naar de zoutmeren 60 km verderop te gaan. We zijn benieuwd. Rijdend naar het zoutmeer Salar de Aguas Calientes Sur doemt het grote meer voor onze neus op. Prachtige turqoise en aquamarijn kleuren. We rijden er naar toe en maken een wandeling van totaal 50 minuten. Wat is de natuur wonderschoon!






In de middag rijden we terug naar de camping in San Pedro de Atacama op 2500 meter boven de zeespiegel, zodat we weer wat kunnen bijkomen/herstellen van de hoogte van de afgelopen dagen. Van hieruit zien we een groot deel van het Andesgebergte waar we langs hebben gereden. Wat een subliem uitzicht! De komende twee dagen gaan we ons voorbereiden op de reis naar Bolivia. Het plan is om donderdag de grens over te steken en van daaruit in een paar dagen de Laguna-route te rijden op ruim 4000 meter hoogte. Wat betreft hoogteziekte, daarvan hebben we beiden nauwelijks last. Jeroen heeft vroeger veel in de bergen gewandeld, weet hoe belangrijk het is om hoogtegewenning op te bouwen en heeft in Atacama zorgvuldig uitgezocht op welke verschillende hoogtes we konden slapen. Doel bereikt!
05 en 06 mei 2026, Ready for take off!!
Twee dagen van bijkomen in San Pedro de Atacama. Dat is, voordat we naar Bolivia reizen, absoluut nodig na zes dagen vol prachtige indrukken om nooit meer te vergeten. Behalve bijkomen doen we gebruikelijke huishoudelijke klussen. Het is weer hard nodig om de wasmachine te laten draaien. We regelen de laatste zaken voor de reis over de Lagunaroute in Bolivia: geld wisselen, voorraden inslaan, voldoende drinkwater en vooral 80 liter extra benzine in vier mooi rode jerrycans. We rekenen erop dat we een week onderweg zullen zijn in the middle of nowhere. En er is nog tijd over om te relaxen. We bezoeken het stadje San Pedro de Atacama waar we gebouwen uit de tijd van de Spaanse overheersing zien, onder andere de kerk van San Pedro. Lucky, de ontzettend lieve campinghond, is voortdurend met zijn rode bal in onze buurt om te spelen en zich te laten knuffelen. En ’s nachts slaapt hij bij onze Toy. Als we ’s ochtends de deur openen, kwispelt hij vrolijk. We zijn voldoende uitgerust voor het volgende avontuur, Bolivia!



Epiloog:
Chili is bijzonder gevarieerd in landschappen, klimaat en bewoners (hoe zuidelijker, hoe witter). Vaak hadden we een associatie met Europa, maar dan alles in het kwadraat, groter, hoger, heftiger. De Atacama was bijna buitenaards, prachtig! Maar ook een puntje van kritiek. We vonden dat de parken (die schitterend zijn) teruggebracht zijn tot relatief kleine oppervlakten met strikte regels. Naar onze smaak overgereguleerd, met soms tot in het absurde handhavende parkmedewerkers. Ze zijn overduidelijk getraind (of gedrild) en schijnen te strijden voor de titel ‘medewerker van de maand’. Dit alles kun je omzeilen door niet naar de toeristische gebieden te gaan die worden aangeboden door de touroperators. De Atacama is groot genoeg. Zo hebben wij bij toeval in het warme water bij Geyser Blanca kunnen badderen en hebben we optimaal van de vrije natuur genoten. Wat dat betreft verheugen we ons enorm op de vrije ruimte die Bolivia biedt. Vamos!
Alle foto’s en gemaakte video’s van Chili staan inmiddels op onze website: 4x4nomads.com. Vooral de video’s geven een mooi sprekend beeld van de prachtige gevarieerde landschappen in Chili.