Blog 065 Brazilië, van 21 juni 2026 tot 22 juli 2026
Klik op ‘Lezen op blog” voor een mooiere weergave van de tekst en foto’s
Vooraf
Het vorige blogbericht verhaalde over onze reis door Zuid-Amerika van Bolivia tot Brazilië. Nu beschrijven we onze belevenissen in Brazilië en dan met name de Pantanal. De foto’s en de video zijn al gepost op onze website 4x4nomads.com. Veel lees- en kijkplezier!
21 tot en met 23 juni 2026, Bonito
Wat een heerlijke luxe, hier in het Wetiga Hotel in Bonito. Het U-vormige gebouw bestaat uit reuze boomstammen die een soort zuilengalerij vormen. De gangen naar de kamers bevinden zich aan de buitenzijde, open houten lamellen zorgen voor schaduw en frisse lucht. Vanaf de balkons kijk je op het zwembad dat geheel de binnenplaats vult. Het hotel is nog niet voor een kwart bezet, schatten we in. Met één ander echtpaar ontbijten we in de lege ontbijtzaal. ’s Middags lopen we in 20 minuten naar het centrum, drinken een cocktail (de Braziliaanse ‘Caipirinha’) en proosten op onze 24-jarige trouwdag, zien overal TV-schermen met WK voetbal en gaan uit eten in restaurant Juanita. De komende dagen wordt het slecht weer, koud en regen. Geen ideale omstandigheden voor de tours in de omgeving, dus wachten we beter weer af en blijven nog even hangen in Hotel Wetiga. Ook niet slecht.



We moeten iets gaan regelen met de Paraguayaanse TIP. Volgens de douane rijdt de Tembo Toy nog steeds in Paraguay. Dat moeten we natuurlijk rechtzetten. Jeroen gaat bij de hotelbalie informeren of zij kunnen helpen. Zij adviseren de Nederlandse ambassade in Brazilië om hulp te vragen. We hebben beiden weinig illusie dat zij ons te hulp zullen schieten. Jeroen doet toch een poging via WhatsApps. Hun antwoord: “Wat vervelend voor u. Helaas kunnen we u niet helpen.” We vinden nog enkele suggesties op internet, maar we besluiten om morgen terug te rijden naar de grenspost in Bella Vista Norte waar we voor gesloten kantoren stonden omdat het weekend was. Het is ruim 150 km waar we 2 uur over zullen gaan doen en dan meteen weer terug naar Bonito. Hopelijk sturen ze ons niet door naar Pedro Juan Caballero waar we de grens zijn overgestoken, want dat is 4 uur rijden. We gaan het zien….
Hoe moeilijk kan het zijn? Een stempel zetten op onze TIP. Appeltje eitje. Na 2½ uur rijden komen we aan bij de douane en immigratie van Paraguay. We hadden onderling als strategie afgesproken dat we het formulier van de TIP zouden geven met kentekenbewijs en Jeroens paspoort om af te laten stempelen. Verder niets vertellen. Als er vragen zouden komen, hadden we de uitleg in het Spaans al klaar. Zonder problemen rijden we over de landsgrens. Er is geen slagboom en geen controle en mensen passeren de grens met een auto of brommer. Zelfs zes schoolkinderen op de fiets rijden probleemloos van Brazilië naar Paraguay. Dus wij ook. We parkeren bij het kantoor van ‘Aduanas Bella Vista Norte – Administración Nacional de Navegación y Puerto – Paraguay’, lopen naar het kantoor waar de deur wagenwijd open staat, maar niemand is te bekennen. Een vriendelijke voorbijganger helpt ons en belt naar de medewerker om te zeggen dat er volk voor de deur staat. “De medewerker is aan het lunchen en komt over 5 minuten terug”, laat hij ons weten, doet zijn helm op en verdwijnt op zijn brommer naar Brazilië. Na een kwartier komt een vrouw aangelopen en neemt plaats achter het bureau. “Jullie gaan naar Brazilië?”, vraagt ze, waarop wij schijnheilig bevestigend antwoorden. Ze weet niet dat we officieel al 3 dagen uit Paraguay zijn. Er is voor haar ook geen reden om dat in het paspoort na te kijken. Ze stempelt in beide paspoorten dat we vandaag Paraguay verlaten, ze maakt een foto van ons en ze stempelt de TIP. Alles is nu in orde. “Nu kunnen jullie naar de Braziliaanse politie en douane”, zegt ze. We knikken braaf, maar dat doen we dus niet, omdat we alle Braziliaanse stempels en TIP al 3 dagen hebben. In één streep rijden we terug naar Bonito. Een goed besluit van ons om het vandaag op een regenachtige dag te regelen. In het hotel gaan we naar de jacuzzi om bij te komen van de rit. Shakespeare zou zeggen: ‘All’s well that ends well’. Wij zeggen: Eind goed, al goed.
24 en 25 juni 2026, Tour Rio da Prata
Na 4 nachten verruilen we het prachtige hotel voor de Tembo Toy en zijn we weer toe aan reizen. In Bonito vinden we een touroperator waar we voor morgen een halve dagtour boeken bij ‘Recanto Ecológico Rio da Prata’: snorkelen in de heldere ‘Rio da Prata’ met een lunch. In deze regio kunnen tours niet ter plaatse worden geboekt, alleen bij erkende reisbureaus. Weer rijden we zuidwaarts naar een dichtstbijzijnde camping. Als we langs de plaats rijden waar we morgen worden verwacht, besluiten we er naar toe te rijden en hopen we dat we op de parkeerplaats mogen overnachten. Helaas wordt het terrein gesloten. Wel kunnen we voor de ingang staan. Dat doen we. Tegen zes uur wordt het donker en als we het terrein af rijden, zien we de lucht vuurrood kleuren. Het is een fraai gezicht. Morgen gaat de wekker om 8 uur. We kijken uit naar wat we gaan ondernemen.

Vóór zonsopgang begint het verkeer alweer te rijden over de weg waar we langs staan. Van slapen komt niet veel meer en dus gaan we mooi op tijd naar ‘Rio da Prata’ voor onze geboekte tour. De groep bestaat uit 10 mensen, waaronder een Nederlands gezin. We krijgen wetsuits, waterschoenen en duikbril met snorkel. Na een rondje door de ecologische tuin, waar we zien hoe ‘doce de leite’ op een houtvuur wordt gemaakt, stappen we in een bus die ons in 10 minuten naar de rivier brengt. We lopen in de zwemkleding en met de waterschoenen door het bos hetgeen een lachwekkend gezicht is. En dan staan we opeens op een steiger aan het water, prachtig helder en vol met vissen! De temperatuur van het water is aangenaam en in een lange slinger maken we al snorkelend een rondje door de lagune. Fascinerend om tussen de vissen te zwemmen! Je waant je werkelijk in een aquarium. De lagune wordt gevoed door meerdere bronnen die we onderweg passeren, het zand wervelt omhoog. Er staat een redelijke stroming en we laten ons in onze zwemvesten afdrijven over de rivier. Jeroen maakt intussen onderwateropnamen met de actioncamera. Na ongeveer een uur moeten we eruit omdat er een stroomversnelling is. We wandelen wederom soppend in onze waterschoenen door het bos en stappen 10 minuten later weer in de rivier. De stroming is nu wat sterker en we glijden door het water, de vele boomstammen ontwijkend. Al met al duurt de zwemtour zeker 2 uur en zijn we bevredigd. We voelen ons rozig, hebben trek en dan komt het goed uit dat er een uitgebreid lunchbuffet voor ons klaarstaat. We storten ons op de heerlijke gerechten en kletsen nog gezellig met de Nederlanders. Van 09.00 uur tot 14.00 uur zijn we bezig geweest met deze tour en we betaalden € 80 pp. Best een bedrag, maar we vonden dat we zeker waar voor ons geld hebben gekregen. Voor de overnachting rijden we naar een camping onder Bonito dat aan de ‘Rio Formoso’ ligt. Met nog één andere kampeerder staan we op het immens grote terrein. Het was een onvergetelijke dag!








26 en 27 juni 2026, Tour Ecoresort Boca da Onça
Gras onder onze voeten, aangename temperatuur en de rivier op loopafstand. Heerlijk rustig en we doen dan ook langzaamaan. We tanken drinkwater en Jeroen regelt online met de hulp van de campingbaas een visvergunning. Dat is nogal een gedoe, want je moet een Braziliaans sofinummer invullen en uiteindelijk gebruiken ze het belastingnummer van hem. Kosten? Geen …. want Jeroen is 65+. Hij zal trouwens nog even moeten wachten, want vissen is hier in de gehele regio verboden. We doen nog wat boodschappen in Bonito en rijden naar het noorden, richting Miranda. Onderweg slaan we linksaf een dirtroad in en komen uit bij het Ecoresort Boca da Onça. We hadden gezien op de kaart dat hier een canyon is met mooie watervallen, maar ook hier zijn er geen mogelijkheden om zomaar te gaan rondwandelen. In deze regio moet je alle tours officieel via een touragency boeken om iets van het natuurschoon te kunnen zien. We overleggen even, zetten ons over de lichte teleurstelling heen en besluiten de tour te boeken voor morgenochtend. Dat moet ook weer via een reisbureau in Bonito en gelukkig lukt dat online waar we de vorige tour hebben geboekt. Morgen beginnen we met een ontbijt om 07.40 uur, daarna een wandeling langs de watervallen, inclusief 5 plekken om te kunnen zwemmen. Een lunch sluit de tour af en daarna kunnen we de hele middag in en bij het zwembad rondhangen. We zijn benieuwd! We kunnen niet op het terrein van Ecoresort Boca da Onça blijven slapen en dus zoeken we een bivakplek net even buiten de poort. Jeroen ziet al meteen een karrenspoor die we volgen en tegen een bosrand zetten we de Tembo Toy neer. Wat een lieflijk uitzicht over het heuvellandschap en slechts 7 minuten verwijderd van de tour die we morgen gaan ondernemen. We zien iets in de bosrand rondscharrelen en het blijkt een reuzenmiereneter te zijn. Wat een apart beest!


Vanochtend hebben we geen ontbijt in de Tembo Toy nodig, want die krijgen we bij ‘Boca da Onça Ecotour’. Ina is blij verrast: “Ze hebben hier nasi goreng!” Ze pakt een bord, schept de ‘carreteiro’ (de Braziliaanse nasi goreng) op het bord en gaat er eens goed voor zitten. Geen groenten en ei, wel heerlijk gekruide gebakken rijst met stukjes vlees. Jammie! Bij het uitgebreide ontbijtbuffet staan wel 9 verschillende soorten cake. Misschien vreemd, maar deze zoete lekkernij wordt in Brazilië altijd bij het ontbijt geserveerd. Dan is het tijd voor de tour. De 4 km lange wandeling maken we onder begeleiding van een enthousiaste gids samen met 9 Braziliaanse toeristen. Twee jongelui spreken Engels en fungeren als vertaler van de gids. In de laadbak van een pick-up worden we naar het beginpunt van de wandeling gebracht en lopen we gedurende de tour langs 8 watervallen (cachoeira) en 5 zwemstops. Het water is kraakhelder en heeft een fris aangename temperatuur.





Eerst maken we foto’s bij ‘Cachoeira Borda Infinita’. Het effect van de natuurlijke ‘infinity pool’ is prachtig. Iedereen wordt door de gids gefotografeerd. We lopen het water in waar we een weids uitzicht hebben over de heuvels en het water over de rand zien verdwijnen. Een magische plek. Na nog geen 5 minuten arriveren we bij de volgende zwemplek. En zo gaat de wandeling van waterval naar waterval. Halverwege houden we een korte pauze en gaat de tour daarna verder naar de grote rivier ‘Rio Salobra’ waar we wederom een duik nemen. Vanuit de rivier zien we de hoogste waterval in de staat ‘Mato Grosso do Sul’, de ‘Cachoeira Boca da Onça’ met een indrukwekkende vrije val van 156 meter diep. Duidelijk is ook het ‘Plataforma do Rapel’ te zien. Vanaf dit platform kun je abseilend een adembenemende afdaling maken van 90 meter recht de Río Salobra-kloof in. Na het zwemmen lopen we verder en staan oog in oog met de lange waterval ‘Cachoeira Boca da Onça’. Wat een grootsheid. Indrukwekkend! Na weer een duik in het water lopen we via een trap met 886 treden naar boven. “Langzaam en in hetzelfde tempo naar boven lopen”, zegt Jeroen tegen Ina, “dan houd je het wel vol.” De anderen hebben een veel te hoog tempo, moeten onderweg een paar keer uitblazen en komen hijgend en zwetend boven, terwijl wij op hen wachten. De oudjes doen het nog best goed en sommige Brazilianen klappen spontaan voor ons. Tot slot lopen we met de gids naar de ‘Plataforma do Rapel’. Niet voor de afdaling, wel voor het uitzicht op de rivier en het landschap. Het is schitterend! De pick-up auto haalt ons weer op voor de volgende activiteit: de lunch. Het uitgebreide buffet staat klaar en we smullen ervan. Uitbuiken doen we bij het verwarmde zwembad. Wat een fantastische tour en dag. Nogal toeristisch, maar echt wel een aanrader.



Wat een heerlijke dag hebben we gehad. Om half 5 wordt iedereen gesommeerd om het zwembad en het terrein van Ecoresort Boca da Onça te verlaten. We hebben besloten om terug te gaan naar de bivakplek in het heuvellandschap, omdat we geen zin hebben om verder te rijden. Bovendien is het om half 6 al donker. Als we ’s avonds WK voetbal kijken, horen we een brommer rijden die vlakbij onze auto stopt. “Hallo!”, horen we aan de andere kant van de deur. Het zijn twee jonge mannen die verderop in een boerderij wonen. Ze informeren wat wij hier doen en wij vragen beleefd of we hier mogen overnachten. Dat is totaal geen probleem. Dan volgt een gesprek met de vertaalapp. Ze wijzen naar een heuvel en maken duidelijk dat daar iets vreemds aan de hand is. Elke avond tussen 9 uur en half 11 zien zij 3 tot 5 lichtjes die om elkaar heen draaien. Eén van de jongens laat een filmpje op zijn telefoon zien. We zien enkele lichtjes, maar het is niet helemaal duidelijk wat er gebeurt. “Het zijn misschien wel aliens”, zeggen ze. Nu verklaren de jongens hard lachend dat ze dachten dat wij ook aliens zouden zijn. “Huh?!” En ze vragen of wij in aliens geloven, waarop we maar geen antwoord geven. Het is een hilarisch verhaal en tevens lachwekkend omdat de mannen bij elke uitleg uitbundig moeten schaterlachen. Ze hebben een flesje eigen gestookte sterke drank op basis van suikerriet bij zich en verontschuldigen zich dat ze het ons niet laten proeven. Er zit namelijk veel alcohol in. Zelf denken we dat ze al behoorlijk wat op hebben. Het is onmiskenbaar dat ze aangeschoten zijn en daardoor heel vrolijk. We nodigen hen uit om onze ‘casa sobre rodas’ (huis op wielen) van binnen te zien en dat willen ze wel. Verstandig of niet, Jeroen schenkt hen een ‘gin tonic’ in terwijl ze verbaasd de ruimte in onze Tembo Toy aanschouwen. Als Ina de kraan opent, lachen ze tegelijk ongeremd en ze zijn beduusd dat we stromend water hebben. “We hebben ook een toilet en douche”, zegt Jeroen. Dit gaat alle verwachtingen te boven en weer moeten ze hevig lachen. Buiten gaat het gesprek verder en vinden zij alles wat wij zeggen zo grappig dat ze uitzinnig gieren van het lachen. Jeroen heet ‘Géronimo’, een echte Portugese naam en ze vinden het fantastisch dat een Hollander een Portugese naam heeft. Ina kent het Portugese woord voor schoen, namelijk ‘sapato’ (lekker belangrijk) want in het Maleis heet dat ‘sepatu’, één van de leenwoorden uit het Portugees. De hele vallei wordt gevuld door hun schatergelach terwijl ze op hun schoen wijzen. Dan wordt Jeroen uitgenodigd om met hun geweer te schieten, want ze zijn jagers. Het wordt duidelijk tijd om dit gesprek te beëindigen, we kijken nog een keer naar de heuvel, zien geen bijzonderheden en de mannen vertrekken op de brommer naar huis. Ze beklemtonen nog dat het in het donker buiten gevaarlijk kan zijn met de jaguars die hier rondlopen. We verzekeren hen dat we lekker binnen blijven.

28 en 29 juni 2026, Op weg naar de Transpantaneira
Wat is het hier stil in de vallei. Alleen de toeristenbussen horen we passeren. In alle rust nuttigen we ons ontbijt en aan het eind van de ochtend maken we aanstalten om te vertrekken. In een uur rijden we naar de plaats Miranda waar we aan ‘Rio Miranda’ een camping voor € 5,00 vinden aan het bruine water. De plaats is nauwelijks een camping te noemen. Het terrein lijkt meer op een werkplaats. Het sanitair is rampzalig en uit de kraan komt bruin water. Wat een contrast met waar we vandaan komen. Eén nacht houden we het hier wel uit.


30 juni tot en met 2 juli 2026, Jungle Lodge in de Pantanal
Hier bij Miranda stikt het van de muggen die zich weinig van de deet aantrekken. Daarom blijven we hier slechts één nacht en vertrekken we. Eerst tanken en extra sterke muggenspray kopen bij de ‘farmacia’ in de stad Miranda. Het blijkt een gezellig centrum te hebben met veel winkels. De kleur is overduidelijk geel/groen. Vanavond speelt op het WK-voetbal in de knock-out fase Brazilië tegen Japan. Via route 262 rijden we de MS-184 (ripio) op waar we in een watertje een kaaiman roerloos zien liggen. We rijden over een aantal houten bruggen (max 15 ton) en bereiken voor de overnachting ‘Pantanal Jungle Lodge’ aan de ‘Rio Miranda’. Hier verhuren ze kamers, organiseren ze verschillende tours, is er een restaurant, een bar, een zwembadje en een wasmachine. We mogen hier voor 160 BRL (€ 27,00) met onze auto staan en gebruik maken van het zwembad en sanitair. Wel prijzig, maar er zijn hier minder muggen en dat vinden we top. Als we het restaurant binnen stappen, is de voetbalwedstrijd Brazilië-Japan gaande met een paar Braziliaanse toeschouwers. Ze juichen uitbundig als Brazilië in de laatste minuut de wedstrijd wint met 2-1. Een medewerker gebaart ons om naar de tuin te gaan. Daar loopt een enorm grote vogel. Het is een Jabiroe (Jabiru mycteria), ook wel reuzenooievaar genoemd en komt hier in de regio Pantanal voor. Ze kunnen wel 1½ meter hoog worden. Wat een groot nest zullen ze moeten bouwen.



Jeroen gaat aan het eind van de middag met vijf Brazilianen vissen in de Rio Miranda. Het water is niet helder, wel modderbruin. Na een half uur roept hij: “Ina! Vis!” Ze snelt uit de auto om te filmen. Wat een joekel! Enkele Brazilianen schieten hem te hulp om de vis binnen te halen. “It is a dog-fish and you can eat it.” We zoeken op internet welke vis het precies is. Het blijkt een Cachorra te zijn, ook bekend als de ‘Payara’ of ‘vampier-vis’ vanwege zijn zeer grote bek en indrukwekkende, puntige slagtanden in de onderkaak. Deze agressieve roofvis jaagt op andere vissen in de rivieren van Zuid-Amerika. Ze kunnen zeer groot worden en zijn gewilde trofeeën voor sportvissers in het Amazonegebied. Ina maakt een foto en de Braziliaan legt uit hoe Jeroen de vis voor zich moet vasthouden, zodat je goed kan zien hoe groot de trofee is. Trots toont Jeroen de vis voor de camera en vangt daarna nòg een payara, maar dan kleiner. De Brazilianen bezien het met lichte afgunst …. In de auto kijken we naar Nederland-Marokko en missen de eerste helft omdat we aan het goochelen zijn met het tijdsverschil. Dus toch 6 uur verschil. We vinden dat een veel beter Marokko terecht wint.



Vandaag hebben we na een rustdag weer een excursie. Deze keer gaan we dieren spotten vanuit een boot die over de Río Miranda vaart. We zijn benieuwd wat we zullen tegenkomen. De boottocht is in de ochtend wat we prima vinden, want vandaag wordt het héél warm. Om 7.30 uur staan we met zes andere toeristen bij de boot. Iedereen stapt in, wij als laatsten en nemen plaats op de voorste stoelen. De kapitein annex gids kent de omgeving goed en wijst ons op de dieren die we zien, voornamelijk vogels: aalscholvers, reigers waaronder de tijgerreiger, kuifcaracara (Caracara plancus, in het Portugees en lokaal bekend als Carcará), een ijsvogel, rode aras (papegaaien), reuzenooievaars op een nest en nog een paar vogels waar we de naam niet van weten. Als hij de boot aan de kant van de oever door de waterplanten vaart, zien we voor ons een capibara die niet op ons bezoek is gesteld en hij schiet onmiddellijk weg. Dat is jammer, want normaal zijn er op deze plek wel tien capibara’s en ze zijn ook niet schuw. Het geluksmoment van de tour zijn de zwarte brulapen. Hoog in een boom zien we een zwart mannetje en twee vrouwtjes die roestbruin van kleur zijn en een jong die geelbruin is. Om verwarring te voorkomen: de vrouwtjes van de zwarte brulaap zijn dus bruin. Ze staren ons aan en wij staren hen aan. Ze verroeren zich nauwelijks en lijken voor ons te poseren voor het beste plaatje. We krijgen er geen genoeg van. Iets voor 12 uur zijn we terug bij de lodge. De jaguar hebben we nog niet gezien, maar wij hebben geduld. Wat niet is, kan nog komen. In de middag zitten we aan het zwembad voor verkoeling en daarna kijken we naar de wedstrijd ‘België-Senegal. Wat een thriller van een wedstrijd. Het is te warm om te koken, vandaar dat we lekker in het restaurant eten.








Wat is het koud vandaag! De temperatuur is ten opzichte van gisteren met 10 graden Celsius gedaald. Dat voelen we duidelijk en dus blijven we binnen. Het leven van een Overlander: sinds gisteren hebben we ongewenste gasten. We zijn heel blij met de cabine waar geen zandkorrel naar binnen komt. Maar hele kleine mieren weten in groten getale via de buitentrap wel naar binnen te dringen. Heel vervelend. Gelukkig bijten ze niet. We gaan de beesten te lijf met azijn en dat helpt. Ze zijn bijna verdwenen en door de kou waarschijnlijk ook weer terug gegaan naar hun nest. Morgen vertrekken we en laten we hen met plezier achter.
3 tot 4 juli 2026, Fazenda Pousada Joâo, weerzien met een bekende Overlander.
Wat een afstand leggen we vandaag af. Slechts 22 km die we in een rustig tempo over de Transpantaneira rijden. Op elke brug turen we over de Wetlands om vogels te kijken en of we ergens een kaaiman kunnen spotten. Verder kijken dan onze neus lang is, lukt niet. Om de Wetlands werkelijk te ontdekken, heb je een paard of een boot nodig. Wie weet, gaan we nog te paard en op een boot. We arriveren bij ‘Fazenda Pousada São João’, één van de vele fazenda’s (boerderij). Hier ontmoeten we Sonny, de Pakistaan wonend in Michigan, Amerika. We hebben elkaar eind april in San Pedro de Atacama in Chili ontmoet en steeds contact gehouden. Het is een vrolijk weerzien met de altijd goedlachse Sonny die nu alleen reist. Tevens maken we kennis met de Duitsers Svenja & Hannes. We kletsen wat af en eten samen. Sonny maakt Pakistaanse gerechten en Ina maakt bami goreng met sayur boncis (sperziebonen) in kokosmelk. De groenten krijgen we van Svenja en Hannes, want zelf hebben we niets meer in de groentenla liggen. Zij zorgen tevens voor de heerlijke Boliviaanse wijn. Het is een leuke ontmoeting met lekker eten en goede (reis)verhalen.








We zijn nu twee weken in de Pantanal. Maar wat is het eigenlijk voor een gebied? De Pantanal is het grootste tropische draslandgebied (wetland) ter wereld. Het is ruim vier tot vijf keer zo groot is als Nederland. Het overgrote deel ligt in het westen van Brazilië en het strekt zich ook uit over delen van Bolivia en Paraguay. Niet voor niets bezoeken wij de Pantanal in het droge seizoen (april tot oktober) want in het regenseizoen staat ongeveer 80% van het gebied onder water. De hoogste concentratie wilde dieren van heel Zuid-Amerika leven in de Pantanal: de grootste populatie jaguars ter wereld, bijzondere zoogdieren zoals de capibara (het grootste knaagdier ter wereld) en de reuzenmiereneter, duizenden kaaimannen en otters en meer dan 650 vogelsoorten. Genoeg dieren om te spotten en daar komen we dan ook voor. Om half 7 ’s ochtends wandelt Ina met Sonny en Hannes om vogels te spotten. Jeroen blijft liggen om nog wat slaap in te halen. Omstreeks 4 uur kakelen de vele kippen en kraaien de hanen urenlang. En dat verstoort je nachtrust. Gedurende de wandeling zien we heel veel vogels, de meesten van een grote afstand. De Pantanal is een waar vogelparadijs. We ontbijten samen en Svenja oppert om vanmiddag te gaan paardrijden door de Wetlands. “Wij doen mee!”, zegt Jeroen enthousiast. Ina kijkt nog even bedenkelijk, want zij is niet zo van het paardrijden. Maar als je iets van het moeraslandschap wil zien, dan kan dat alleen met een paard. Iedereen gaat mee.



Om 15.00 uur staan we klaar om te vertrekken. Eerst een helm uitzoeken en op ons hoofd zetten. Het ziet er ridicuul uit. Daarna krijgen we wat instructies over hoe je op een paard moet rijden en we leren dat een paard bijna precies hetzelfde werkt als een auto: je geeft gas door met je hakken tegen de flanken van het paard te tikken om hem aan te sporen om te lopen, je remt door de teugels aan te trekken en je stuurt naar links of rechts door de teugels zacht naar de gewenste richting te trekken. Heel simpel! Gedwee lopen de paarden achter de gids aan. Het is een geweldige ervaring om te paard door de Wetlands te rijden naar plekken waar we met onze 4×4 of per boot nooit zouden kunnen komen. Wat een fantastische natuur is het in deze regio. We zien veel bloemen, vogels, een hert en zelfs een paar apen. Jaguars en kaaimannen komen we niet tegen. Het gebied heet niet voor niets ‘Wetlands’. De paarden lopen door diep water, waardoor we zelf tot de knieën nat worden. Vlakbij de fazenda bereiken we het grote weiland met de koeien. Daar staat een heel klein kalfje wijdbeens te wankelen op zijn poten. Slechts een paar minuten geleden is hij geboren. Wat een bijzonder moment. Het is bijna donker als we bij de fazenda zijn. Na een warme douche dineren we samen in het restaurant. Het eten is heerlijk en tevreden rollen we daarna het bed in.



5 Juli 2026, Ontmoeting met ‘Mission Amazon’
We nemen afscheid van Sonny nadat we als herinnering een paar foto’s hebben geschoten. Hij rijdt naar het zuiden en wij naar het noorden. Svenja en Hannes zullen we over een paar dagen weer ontmoeten. Onze route gaat verder over de Estrada Transpantaneira (MS-228). Ook deze dag rijden we niet ver, slechts 65 km. We zijn nog niet vertrokken of we zien een neusbeer voor de auto oversteken. De ze hebben we in Argentinië ook gezien. Bij alle bruggen rijden we langzaam om over het wetland te kijken en dieren te zien. Totaal zien we tien kaaimannen, twee capibara’s, die beiden rustig naast een kaaiman lagen te zonnen (!), een knaagdier die snel de ripio oversteekt en wederom veel vogels. Als we bij Rio Paraguay arriveren bij Porto da Manga moeten we wachten op de pont die aan de overkant ligt. Jeroen informeert of de pont op zondag wel vaart. “Jawel hoor, hij komt over een uur.” Ina zet een bakje koffie en Jeroen pakt zijn hengel om te vissen. De stroming is sterk en neemt veel waterhyacinten mee waar de lijn enkele keren in vast komt te zitten. Het uur is zo om en we kunnen de veerboot oprijden. In 7 minuten zijn we aan de overkant en betalen voor dit korte ritje € 13,00. We zijn wat verbaasd over dit grote bedrag, vragen het na, maar het lijkt wel ongeveer te kloppen. We doen vandaag niet moeilijk en betalen. De Rio Paraguay is de laatste rivier die we tegenkomen voordat we de plaats Corumbá bereiken. Hier zoeken we een overnachtingsplaats zodat Jeroen zijn hengel kan uitwerpen. We slaan rechtsaf de ripio op en we zien op een open grasveld veel auto’s staan, een gebouw en heel veel mensen. Het is vandaag zondag en we denken dat het het gebruikelijke familie-zondaguitje is. Maar niets is minder waar. We zijn bij ‘Estrada Parque Pantanal’. Hier parkeren we naast een legertruck en lopen naar het gebouw om te vragen of we hier kunnen overnachten. Een man loopt ons tegemoet, spreekt ons aan in het Engels en vraagt of hij ons kan helpen. En wat blijkt? Alle mensen zijn van de Braziliaanse organisatie ‘Mission Amazon’, een christelijke en humanitaire vrijwilligersorganisatie. In de afgelegen Amazone en in de Pantanal organiseren zij zendingsreizen. Ook bieden zij humanitaire hulp, het leveren van medische en tandheelkundige zorg aan geïsoleerde plattelandsgemeenschappen (vaak ribeirinhos genoemd) die geen toegang hebben tot ziekenhuizen. Vrijwillige (tand)artsen reizen met de groep mee. Tevens geven ze steun aan de gemeenschapsontwikkeling door het opzetten van onderwijsprojecten, het uitdelen van voedselpakketten en het bouwen van voorzieningen. Voor het gebouw liggen veel grote pakketten klaar om te worden uitgedeeld.

We worden door iedereen hartelijk ontvangen en de eigenaresse zegt dat we hier kunnen overnachten. De man, die van de vrijwilligersorganisatie is, vraagt of we willen eten. Daar hebben wel zin in. De Braziliaanse Lina, woonachtig in Florida en ook vrijwilliger van de organisatie, spreekt ons in het Engels aan. We kunnen bij haar aan tafel zitten en ze introduceert ons aan een Braziliaan die geen Engels spreekt. Geen probleem, Lina vertaalt alles voor ons. Door de vele vragen kunnen we amper eten. Ze willen weten welke nationaliteit we hebben, hoe wij met de auto in Zuid-Amerika komen, wat we van Brazilië hebben gezien en wat we nog gaan doen. Lina heeft familie in Nederland, heel toevalig in Apeldoorn waar Ina haar jeugd heeft doorgebracht. “Dit is geen toeval”, zegt Lina. Dan wil de man ons een verhaal vertellen. Zijn vrouw had kanker en is er wonderwel van genezen. Na het eten wil hij voor ons en met ons bidden en hij geeft ons 13 bijbels geschreven in het Braziliaans die wij aan anderen kunnen geven. We parkeren de auto aan het eind van het veld bij een boom waar een leguaan in is geklommen. Wat een bijzonder dier is het toch als je hem van dichtbij ziet. ’s Middags kijken we met de hele groep naar het WK, Noorwegen tegen Brazilië. Ze zijn hoopvol maar na de wedstrijd diep teleurgesteld dat Brazilië met 2-1 verliest, het land waar iedereen bezeten is van voetbal. Noorwegen (Haaland) is gewoon te sterk voor Brazilië. De groep Brazilianen blijven een week en zij zullen verschillende dorpen bezoeken. Morgen beginnen ze met een gezamenlijke dienst. We worden uitgenodigd om er bij te zijn. Ze hebben elke dag een vol programma en de dienst is na het ontbijt om 6 uur. Na twee moeizame nachten met harde kippen- en hanengeluiden dachten we te kunnen uitslapen….. Dan maar vroeg naar bed.



6 tot en met 8 juli 2026, Wachten op de vrachtboot in Corumbá
Een wekker hebben we niet nodig. Om kwart voor 6 is de groep al aan het zingen. Jeroen blijft in bed liggen, want hij heeft een behoorlijke slaapschuld. Ina trekt snel de kleren aan en gaat bij de groep zitten. De mensen zingen in het Portugees en het klinkt vrolijk, heel anders dan de liederen die Ina van de Psalmen en Gezangen kent. Tegen het eind van de ochtend gaan we weer op pad. Wederom over de Transpantaneira met de vele bruggen. We zien het landschap veranderen. Heuvels verschijnen en het land is minder nat. De komende drie dagen overnachten we in een huisje in de stad Corumbá. Deze overnachting is goedkoper dan kamperen bij een fazenda. De auto parkeren we voor het huisje. Vier kinderen komen nieuwsgierig naar ons toe. Eén van hen is een 12 jarige jongen en hij spreekt behoorlijk goed Engels. Ze stellen allerlei vragen. Als alle vragen zijn beantwoord, rennen ze al zwaaiend naar huis die verderop staat. Ook komt de buurman ons verzekeren dat het hier veilig is en dat iedereen in de straat familie is. Het huisje blijkt op loopafstand van het centrum te zijn. Het interieur is zeer basic wat we op zich niet erg vinden. Wel ziet het er binnen ongezellig en hokkig uit. Morgen wordt het mooi weer en kunnen we op de betonnen vloer van de tuin op plastic stoelen zitten. Helemaal goed. Na een warme douche tuimelen we het bed in voor hopelijk een stille nacht.



Vannacht hebben we aan één stuk door geslapen. Ontbijten doen we buiten in de zon. We hebben zin in koffie en we wandelen in de middag naar ‘Dolce Café’. Het is een unieke combinatie van een bakkerij, restaurant en choperia waar je ‘chopp’ (bier) kunt drinken. Daarna lopen we naar de rivier Paraguay en zien de avondzon. Met de warme temperaturen hebben we totaal geen associatie met de winter op dit continent en we kunnen maar niet wennen dat het om half 6 donker is. In het goed aangeschreven restaurant ‘Churrascaria Laço de Ouro’ eten we ‘pintado’. Dit is een grote, populaire zoetwatermeerval die bekend staat om zijn typische donkere stippen. De naam betekent letterlijk ‘gevlekte vis’. Het gerecht bestaat uit gebakken meervalfilet in sugo-saus met kokosmelk en room, gegarneerd met mozzarella en geserveerd met witte rijst en friet. Groente? Daar doen we vandaag niet aan. In het donker wandelen we terug met een doggybag waar vis in zit. Wat doen we eigenlijk in Corumbá? We wachten op de vrachtboot die ons zal brengen naar Porto Jofre. Je kunt er ook met de auto komen, maar dan heb je zo’n 1300 km af te leggen. Wat veel Overlanders doen, is een plaats op de vrachtboot reserveren en in drie dagen naar Porto Jofre varen. De boot vaart dag en nacht en onderweg stopt de boot om goederen in of uit te laden. Er wordt van alles vervoerd, soms ook vee. De boot wordt ook gebruikt als openbaar vervoer. Passagiers kunnen in een hangmat of in een stapelbed slapen. Er is geen luxe aan boord, gewoon basic waar we gebruik kunnen maken van sanitair, een ‘warme’ douche kunnen nemen en we drie maaltijden per dag krijgen. Het is geen goedkope tocht. Ina heeft flink met de eigenaar Relbert onderhandeld, op iOverlander foutief Herbert genaamd. We betalen net iets meer dan € 500,00 (3000 reais). Voor een vrachtwagencamper betaal je 4000 reais. Voor geïnteresseerden: Kapitein Relbert, eigenaar van de vrachtboot van Corumbá naar Porto Jofre en visa versa. +556799972915
9 tot en met 12 juli 2026, Op de pontonboot naar Porto Jofre
Om 9 uur worden we verwacht bij de haven. Maar welke? Als we op de afgesproken plaats arriveren, zien we twee rijen Overlanders staan en dus moet dit de juiste ontmoetingsplaats zijn. We zijn op tijd, maar het blijkt toch de verkeerde haven te zijn. Kapitein Relbert laat ons weten dat we bij een plek verderop moeten zijn waar iedereen gemakkelijker met behulp van oprijplanken de ponton op kan rijden. Wij staan achteraan, Jeroen keert de Toy, gaat voorop, de anderen volgen en maken de optocht compleet. Bij deze plaats wachten we in een mooie rij op de vrachtboot, maken we kennis met elkaar en bekijken we elkaars camper. De club bestaat uit Scott uit Amerika, een Zwitsers echtpaar en acht Duitsers. Hekkensluiters zijn de Nederlanders Joep en Ellen uit Nederland die naar ons toelopen en kennis maken. We kennen hen niet, maar wel hun camper met Chileense nummerplaat. In Santiago kwamen we Simon en Lara tegen die hun camper hebben verkocht. Aan wie? Aan Joep en Ellen. Grappig. In de loop van de ochtend verschijnt Relbert eindelijk met de boot en laat hij alle Overlanders de twee pontons oprijden. We lunchen en we kunnen wat ons betreft vertrekken. Daar gaan we dan. Echter, bij de plaats waar wij in eerste instantie op hem stonden te wachten, ontkoppelt hij na 5 minuten varen de beide pontons, worden goederen op de boot ingeladen en komen er passagiers aan boord. Jeroen neemt van de gelegenheid gebruik om zijn hengel uit te werpen. De vissen bijten volop, maar laten snel los. Geen vangst vandaag.




Pas tegen zonsondergang vertrekken we echt. Het boarden heeft dus de gehele dag geduurd en we worden als toetje geconfronteerd met heel veel muggen! We zijn er voor gewaarschuwd, anti-muggenspray helpt deels en ze prikken door je kleren. Oppassen geblazen dat ze de auto niet inkomen. En we mogen ook weer eten. Rijst met bruine bonen, een gedroogd cassaveprutje, groentensalade, spaghetti en vlees. Ongeveer hetzelfde als de lunch. We raken vol van de koolhydraten en we zijn benieuwd wat we morgen op het bord krijgen. Na een uur of 9 zijn de muggen verdwenen en kunnen we buiten zitten om af te koelen en te staren in het donker.
De boot vaart dag en nacht door en onderweg worden goederen in- en uitgeladen. Er komt zelfs een derde ponton bij waar onder andere een 4×4 en een traktor op staan en die naast de laatste ponton wordt vastgemaakt. De boot moet behalve een aardig kapitaal ook een behoorlijk gewicht duwen. Beiden geen enkel probleem. Wij staan helemaal vooraan met vrij uitzicht op Río Paraguay en in de volle zon. Het wordt te warm, Jeroen creëert schaduw met een zijwand van onze luifel en we maken een gezellig terrasje. Overduidelijk hebben we de mooiste plek en dat wordt ontdekt door de andere Overlanders. Regelmatig komen ze naar voren om dieren te spotten, te genieten van de opkomende/ondergaande zon en van het uitzicht, terwijl ze beamen hoe vorstelijk wij erbij zitten. De lunch en avondeten bestaat wederom uit rijst, veel koolhydraten, farofa (geroosterd cassavemeel), vlees of kip en weinig groenten. Het moet gezegd worden: het vult de maag, maar het eten is geen culinair hoogstandje. Ons hoor je echter niet klagen. Inmiddels varen we over Río São Lourenço, tevens de grens van ‘Mato Grosso do Sul’ in het noorden (MT). Joep en Ellen schuiven bij ons aan. Links en rechts zien we otters, capibara’s, veel vogels en ontzettend veel kaaimannen. De tel zijn we kwijtgeraakt. Op internet is te lezen dat in de Pantanal wel miljoenen kaaimannen leven.




Relbert nodigt iedereen uit om in groepjes van vier personen in het kleine bootje te varen. Dat willen wij natuurlijk ook en we komen hiervoor vlotjes uit onze luie stoel. Bijna een uur lang varen we langs de beide oevers en zien veel kaaimannen van dichtbij. Een kaaiman en een vlinder zijn dikke vriendjes. De kaaiman ligt heel stil terwijl de vlinder om hem heen fladdert. “Leeft ie wel?”, vraagt Ellen, waarop zij hem verzekert dat hij wel leeft. Op naar de volgende jacaré (kaaiman). De boot draait op korte afstand om de kaaiman die zichtbaar ontspannen en roerloos langs de kant ligt. “Je kunt hem ook aaien”, grapt Joep. Hoe je ook naar hem kijkt, met zijn grote oog (het andere oog zien we niet) kijkt hij je recht in je gezicht aan met een dikke grijns. Zie het bewijs op de foto. In werkelijkheid houdt hij ons in de gaten. Als de boot naar zijn mening te dicht bij hem komt, draait hij ineens zijn kop naar ons toe, daarna behendig zijn grote lijf en verdwijnt vlak langs de boot de rivier in. De boot vaart door totdat het bij een kreek aanmeert waar goederen worden in- en uitgeladen. Jeroen zegt: “Dit is de perfecte plaats om te vissen.” Hij pakt zijn hengel, staat op gepaste afstand naast meneer Jacaré die Jeroen met open bek aankijkt en hij werpt de hengel in de rivier. Max die ook zijn hengel heeft uitgeworpen, heeft zojuist gevraagd of de boot nog niet vertrekt. Er is nog tijd genoeg, de boot blijft nog wel even liggen. Binnen enkele seconden heeft Jeroen beet. De hengel staat strakgebogen. Het moet wel een grote vis zijn. Op dat moment hoort hij de toeschouwers op de boot hem roepen en ziet Jeroen dat de boot weg vaart. Met strakgespannen vislijn loopt hij terug en kan hij op de bewegende ponton stappen. In tegenstelling tot Max die met zijn hengel in de hand een sprong maakt en op zijn knie op de stalen bodem belandt. Au! Scott staat ook op de oever en moet ook nog aan boord. De boot is al een stukje van de kant gevaren. De jonge en sportieve Scott baant zich een weg door de modder in de rivier en hij staat tot zijn knieën in het water. Behendig komt hij op de ponton en schiet Jeroen te hulp om de vis binnen te halen. Ons terras staat nu vol met Overlanders, allen met een fotocamera of telefoon in de hand. Zij hebben veel weg van de paparazzi. Het lukt de vis op de ponton te krijgen en te verlossen van de haak. Dat laatste is nog een dingetje. Het is een ‘payara’, een vampiervis. De zoetwaterroofvis doorboort direct zijn prooi met zijn twee lange hoektanden in zijn onderkaak. Die wil je niet in je handen hebben gespietst. Dit vampiertje is net iets kleiner dan de vorige die Jeroen heeft gevangen. Nadat iedereen is uitgefotografeerd, gaat de vis weer het water in. Tjonge jonge jonge, wat een avonturen kun je op een boot op één dag beleven. Hier moeten we van bijkomen met een lekker gevuld glaasje. Aan het begin van de avond komen we in Porto Jofre in het donker aan. Relbert informeert ons dat we morgen om 6.00 uur van de boot zullen gaan. Dus slapen we nog een kort nachtje op de ponton en morgen vroeg weer op.





13 en 14 juli 2026, Bivak bij Aeródromo Porto Jofre
Zoals afgesproken staan we om 6 uur klaar om van boord te gaan. De achterste ponton is losgekoppeld en aan de kant geparkeerd. Relbert geeft aanwijzingen wie als eerste de ponton af rijdt en hij zorgt er voor dat de grote vrachtwagen telkens een stukje naar voren rijden voor de gewichtsverdeling. Om 9 uur staan alle Overlanders op het land en zwaaien we Relbert en zijn bemanning uit. Wat een prachtige en relaxte boottocht hebben we gemaakt, overigens gelukkig zonder koeien die een beste stankoverlast kunnen veroorzaken. We nemen afscheid van elkaar, zo ook van Joep en Ellen. Zij reizen oost- en zuidwaarts, onze route is naar het noordwesten. We vinden een bivakplaats naast de landingsbaan. De volgende dag hebben we een vrije dag en we wandelen naar de haven waar we drinken kunnen kopen. Er is hier geen kiosk of supermarkt. In Corumbá hebben we alle boodschappen gedaan voor de komende dagen. We vermaken ons prima. Er zijn hier veel capibara’s en verschillende soorten vogels te zien en zelfs apen. In de ochtend landt een vliegtuigje naast het luxe hotel en haalt acht toeristen op. Zo kun je natuurlijk ook reizen.



Scott maakt gebruik van de landingsbaan om een rondje boven de Pantanal te vliegen met zijn gemotoriseerde parapente. Met de 30 kg zware machine op zijn rug rent hij hard, zijn parachute opent zich en hij is binnen een paar seconden de lucht in. Als hij terug is, vertelt hij hoe waanzinnig mooi zijn vlucht boven de Pantanal is geweest. Daar kunnen wij ons wel iets bij voorstellen. Het is overdag 37°C. met een luchtvochtigheidsgraad van 85%. Vlak voordat het donker wordt en de muggen komen, nemen we een buitendouche. Het blijft lang warm, ’s nachts daalt de temperatuur tot 24 °C. Met de ventilatoren in de cabine kunnen we het gelukkig goed uithouden.
15 juli 2026, Jaguars spotten
Voordat de wekker om 06.00 uur gaat staat Ina al buiten een kudde capibara’s te fotograferen. Ze telt er zeker 35, compleet met jonkies. Dat is een goede voorbode voor deze dag, want we gaan jaguars spotten. Om 07.00 uur vertrekt ons bootje met 4 Duitse medespotters die we al kennen van de vrachtboot. De verwachtingen zijn hoog gespannen, want we hoorden van Scott dat hij gisteren zeven (7!) jaguars had gezien. Hoe dat kan? De jaguars in de Pantanal jagen op kaaimannen en die liggen doorgaans lekker op de oever of in het riet. Vanaf het water zie je dus kaaimannen èn de jagende jaguars. We varen stroomopwaarts, slaan verscheidene keren af in het doolhof van rivieren en kreken. We komen meerdere jaguarspotters tegen en onze kapitein krijgt een tip, waarop hij het roer omgooit en vol gas de rivier af vaart. Er liggen een stuk of 6 bootjes bij elkaar met wijzende passagiers. Op de oever zien we de silhouetten van 3 jaguars, een vrouwtje met twee flinke jonkies. We zien ze slecht, want ze blijven in de beschutting lopen van de struiken en het riet. Inmiddels hebben zich zeker 25 boten om ons heen verzameld, vol met fotograferende toeristen. Het is een bizar gezicht, sommigen zijn volledig in camouflagekleding en zelfs hun fotoapparatuur heeft een camouflageprint. Jeroen noemt de enorme telelenzen thermoskannen. Hun foto’s zullen ongetwijfeld een andere fotokwaliteit hebben dan die van ons.






Onze kapitein heeft het al gauw gezien en stelt voor de drukte te ontlopen en zelf op onderzoek te gaan. Goed plan! Na een tijdje varen gooit hij weer plots het roer om en wijst naar de oever. “Onça!”, zegt hij. We zien niets en hij wijst nog eens en warempel, daar zien we een jaguar verscholen tussen de struiken. Het dier loopt stroomopwaarts over de oever en wij volgen hem. Regelmatig laat hij zich volledig zien en kijkt rustig naar ons. We fluisteren en houden onze adem in, wat een prachtbeest! Op een gegeven moment steekt hij zwemmend de rivier over om aan de overkant in de rietkragen te jagen. We volgen hem wel een uur en besluiten dan om naar anderen te zoeken. Al gauw zien we 3 jaguars op de oever liggen. Het zouden dezelfde kunnen zijn van eerder op de ochtend, maar we zijn wel ver van die plek vandaan. We varen door en komen na een tijdje in een kreek vol met vogels, kaaimannen èn weer een jaguar die zich ook in vol ornaat laat zien. We zijn relatief dichtbij en maken mooie foto’s. Aan het eind van de dag het toetje: een jaguar zwemt in een smalle kreek en jaagt actief op de kaaimannen die zich spetterend uit de voeten maken. Het is een fascinerend gezicht. Op de terugweg stuurt onze kapitein dicht langs een kleiwand en vindt wat hij zocht: een anaconda! Prachtig geel met zwarte tekening en zo’n twee meter lang. Even later zien we zelfs een tweede. De score van de dag: 35 capibara’s, 9 jaguars, 2 anaconda’s, honderden kaaimannen en ontelbare vogels. Verhit en vermoeid komen we tegen half 5 bij de Tembo Toy en nemen een buitendouche. Wàt een dag!








16 tot en met 22 juli 2026, Naar de grens met Perú
De vogels maken ons vroeg wakker waardoor we op tijd kunnen vertrekken. We nemen afscheid van Scott uit Colorado, wensen hem mooie avonturen en een veilige reis. De wereld is voor een Overlander zo groot nog niet en misschien ontmoeten we elkaar ooit ergens. Vandaag beginnen we aan een lange reis noordwestwaarts naar uiteindelijk de hoofdstad Lima in Perú. Daar stallen we onze Tembo Toy bij Carlos, vliegen half augustus terug naar Nederland en hervatten de reis in waarschijnlijk januari/ februari 2027. We blijven nu door Brazilië reizen en rijden ten noorden van de Boliviaanse grens omdat er in dat land nog steeds gedoe is bij de benzinepompen. Er zijn enorme rijen wachtende auto’s totdat ze aan de beurt zijn. Bovendien weet je maar nooit of er weer roadblocks ontstaan. Dus maken we een tocht van 4190 km (volgens Google Maps) om Bolivia heen waar we vele dagen over doen. Ondanks dat we lange reisdagen zullen maken, hebben we zin om na lange tijd weer met de Tembo Toy te reizen. In Poconé tanken we bij het eerste tankstation, vullen de andere tank met drinkwater waar we niet voor hoeven te betalen. “Obrigado!” Een blok verder doen we boodschappen en verwennen we ons zelf met een bakje açai-ijs. Açai is een kleine, donkerpaarse bes die groeit aan de açai-palm (pinapalm) in het Zuid-Amerikaanse Amazonegebied. De bes staat bekend als een ‘superfood’ en zit boordevol antioxidanten, vezels en gezonde vetten en van nature bevat het vrijwel geen suiker. De vrucht bestaat voor ongeveer 90% uit een grote pit. Omdat de bessen binnen 24 uur na het plukken bederven, worden ze direct na de oogst verwerkt tot puree en ingevroren, of gedroogd tot poeder. De smaak van het ijs heeft iets weg van zoete bosbessen en bittere cranberry’s en het smaakt heerlijk fris. Wat een verwennerij.


Vervolgens gaan we naar een bank om geld te pinnen. De boottour konden we niet met creditkaart betalen, omdat de kaart niet werd geaccepteerd. We moesten dus wel contant betalen en we zijn nu zo goed als platzak. Helaas komen we erachter dat buitenlanders in Poconé geen geld kunnen pinnen. Dat kan wel in Cuiabá of Vilhena. De eerste plaats wijkt af van onze route en de tweede plaats is pas over twee dagen. We besluiten snel, wagen de gok en met € 1,70 (10 reais) op zak rijden we verder. Bij de benzinepompen kunnen we doorgaans wel met een creditkaart betalen en hopelijk zal dat geen probleem worden. We rijden nog even terug naar de kerk waar de deuren wijd openstaan en we zien een mooie gelegenheid om van onze stapel Portugeestalige bijbels af te komen. Vanwege de beperkte ruimte ligt Gods woord ons namelijk behoorlijk in de weg. Behalve een paar gelovigen is er verder niemand en we besluiten de bijbels op een tafeltje achter te laten. Aan het eind van de dag zoeken we een bivak en verlaten we de doorgaande weg. Na de plaats Cáceres vinden we na 17 km een prachtige plek bij een riviertje, maar het wordt afgekeurd, omdat het vergeven is van heel veel muggen en dan bedoelen we echt heel veel. Op Ina’s rug ziet het direct zwart van de muggen. Gauw wegwezen. Vlak bij het riviertje vinden we op een open terrein achter een graafmachine een geschikte plek met weinig muggen. Hier gaan we slapen.


We worden wakker door een grote vrachtwagen die ronkend naast ons is komen te staan. Hup, eruit en de chauffeur goedendag zeggen. Hij doet z’n duimen omhoog en start de graafmachine. Hoog tijd voor ons dat we zijn werkplek verlaten en binnen 5 minuten rijden we weg, een record. Vandaag staat er weer een lange rit op het programma en de weg is erg druk, vooral met vrachtwagens. Het zijn joekels met dubbele opleggers van 26 meter lang en volgeladen. De heuvels af denderen ze naar beneden met 90 km/u maar bovenop de volgende heuvel is de snelheid gezakt naar 30 km/u. Inhalen is erg lastig, want de rijbaan van de tegenliggers zit ook vol met verkeer. Dit weerhoudt de Brazilianen er niet van om roekeloos in te halen. We zien dan ook voortdurend bijna-ongelukken. We schieten dus niet op, het is vermoeiend rijden en we besluiten om door te rijden tot Vilhena en daar een hotelkamer te boeken. Ina regelt online alles, betaalt € 40,- en we parkeren de Tembo Toy pal voor de ingang. Fris gedoucht gaan we uit eten en naast het hotel is een wasautomaat voor kleding. Onze stapel wasgoed gaat erin en als we terugkomen van het restaurant, is alles ook al gedroogd. We slapen lekker en zitten uitgerust de volgende ochtend aan het ontbijt. Fijn hoor, zo af en toe een hotelletje.
Bivak bij Ouro Preto Do Oeste
Een nacht in het hotel slapen bevalt ons goed. Door de afwezigheid van muggen en een airconditioned kamer worden we uitgerust wakker. Tijd om verder te rijden, maar eerst vullen we de portemonnee aan met contant geld. Tot Lima hebben we nog 3551 km te gaan. Onderweg tanken we en bij een jongen kopen we twee chocolade-ijsjes voor 4 reais (€ 0,68). Na de plaats Ouro Preto do Oeste slaan we linksaf en even verderop ligt een geoogst maisveld. Bij de bosrand en naast het veld maken we een bivak. Een lieve hond komt aangelopen. Vast de hond die even verderop woont. Hij laat zich uitgebreid aaien en krijgt er maar geen genoeg van. Zodra we zijn geïnstalleerd, begint de troostfinale WK voetbal Frankrijk tegen Engeland. Hoe weten we het zo perfect uit te kienen. De gin-tonic wordt ingeschonken en we zitten er klaar voor. Nu is het 30°C en het koelt af naar 24°C. Daar kunnen we wel mee leven.

Porto Velho
Wat een rust heerst hier op onze bivakplek. Geen geluiden van hanen, kippen of auto’s, alleen de krekels tjirpen er op los waar we geen last van hebben. Vandaag gaan we 333 km afleggen van de resterende 2970 km tot Lima. Het is zondag, misschien rijden er minder vrachtwagens. De BR-364, aangelegd in de jaren 60, is één van de belangrijkste en langste snelwegen van Brazilië, met een totale lengte van ongeveer 4.325 kilometer. De aanleg ervan heeft gevolgen voor mens en natuur: een toename van de bevolkingsgroei, economische ontwikkeling en ontbossing in het Amazonegebied. Ook op zondag is het druk op deze tweebaans snelweg. De maximale toegestane snelheid is buiten de bebouwde kom 80 km/u, maar daar denken de Brazilianen in personenauto’s heel anders over. Ondanks de vele camera’s rijden ze minstens 20 km te hard. De vrachtwagens behalen snelheden tussen 30 en 80 km/u, afhankelijk van hun lading. Je kunt wel nagaan dat ze door de personenauto’s altijd worden ingehaald, niet geheel zonder risico’s, maar tot nu toe zijn we gelukkig geen getuige geweest van een verkeersongeluk. Helaas hebben we wel vier gekantelde vrachtwagens gezien. Twee daarvan zijn frontaal tegen elkaar gebotst en uitgebrand. Een vreselijk gezicht en we worden omgeleid door een weiland. Wij doen het rustig aan en blijven voorzichtig. Een deel van deze weg is een tolweg. Op verschillende plaatsen wordt de nummerplaat elektronisch geregistreerd en ontbreekt een slagboom. Voor ons dus de vraag hoe we de tol gaan betalen. Dit hebben we nagevraagd. Na elke elektronische cameraregistratie is een aantal kilometers later een gebouw waar je kunt betalen. Wij moeten bij gebouw nummer 14 dat zich vlak voor de plaats Porto Velho bevindt afrekenen. Als we willen betalen, blijkt dat onze passen niet worden geaccepteerd en contant betalen is niet mogelijk, want alles is geautomatiseerd. Een medewerkster helpt ons vriendelijk, komt er ook niet uit en vraagt hulp bij de helpdesk. 40 minuten later komt het verlossende antwoord: buitenlandse kentekens zijn vrijgesteld van tol. We rijden de grote stad Porto Velho in en rijden in één streep naar weer een kamer, ditmaal in een pousada. We zijn nog op tijd om een groot deel van de WK-finale Spanje-Argentinië op de tv te zien. In de rust kijken we naar verschillende bekende artiesten. Maar de jongensband is ons geheel onbekend. Iets met K-pop, gokken we. Na de wedstrijd verbazen we ons over het agressieve gedrag van de Argentijnse voetballers en liggen in een deuk om Trump die niet van het podium af wil.


Naast de pousada ligt het populairste restaurant van de stad. Het staat er vol met luxe auto’s en de dames zien er mooi opgedoft uit. Ook Ina trekt een mooie jurk aan met jaguarprint, gekocht in Bonito. “Ik doe hem pas aan als ik echt jaguars heb gezien!” heeft ze steeds gezegd en dat is dus gelukt. Het restaurant is erg druk en het buitenterras is vol, maar gelukkig komt er een tafel vrij en verkassen we van binnen naar buiten. Na lekker gegeten te hebben, poseert Ina nog even bij het uitzichtpunt over ‘Rio Madeira’.
Bivak bij Extrema
In de ochtend kruipt Jeroen onder de auto, want de klem om de linker achtervering is weer losgetrild. Dat is nu alweer de derde keer en de bout met moer ligt ergens op de Transpantaneira. We gaan in de stad op zoek naar het juiste formaat en bij de vierde winkel is het bingo. Jeroen koopt er meteen maar 3 stuks, want dit euveltje zal zich vast nog wel eens herhalen. De route die we nu volgen is veel rustiger, bijna geen vrachtwagens, maar de kwaliteit van het wegdek is stukken minder. We rijden urenlang vlak langs de grens met Bolivia door moerasland en genieten van het landschap. In de namiddag zoeken we weer een bivakplaats, slaan lukraak een zandweg in en rijden door tot we bij een T-splitsing plaats genoeg vinden om de Tembo Toy neer te zetten. Mooie plek tussen de weilanden met witte koeien. We zetten de stoelen in de schaduw, schenken ons een gin-tonic in en genieten van de rust en de overvliegende ara’s. Al gauw komt er een zwaaiende brommer voorbij, gevolgd door een toeterende auto, daarna weer een brommer die even stopt en met ons kletst en daarna nog één …. We zijn duidelijk een bezienswaardigheid en de tamtam heeft gewerkt, want er komt een dame in een auto aangereden die ons met eigen ogen wil zien. Met de vertaalapp kletsen we en ze vertrekt weer bevredigd in dezelfde richting als waar ze vandaan kwam. Tenslotte komt de eigenaar van de koeien naast ons op z’n brommer langs en hij spreekt een aardig woordje Frans. Hij heeft 12 jaar in Europa gewerkt en waarschuwt voor de jaguars en de zwarte panters in dit gebied die af en toe een kalfje te pakken nemen. Ja ja, we zijn in de Amazone! In het donker om half tien zijn we moedig genoeg om een frisse, koude buitendouche te nemen, het is nog 29°C.

Privé overnachting bij Balneário Jarinal
Wat slapen we toch heerlijk op onze bivakplaatsen. Over het algemeen is het er rustig en wij voelen ons vrij en bevoorrecht dat wij zo kunnen reizen. Als we bij het ochtendgloren nog in bed liggen, passeren de eerste toeterende brommers en auto’s ons. De werklui zijn ook present. Met een aantal vrachtwagens rijden ze af en aan om zand in te laden en ergens anders af te leveren. De warme zon zorgt ervoor dat wij vroeg de dag gaan beginnen. Het bed uit, een ontbijtje terwijl we zwaaien naar de voorbijgangers, de tent inklappen en wegrijden. De drukte met vrachtwagens valt enorm mee. De conditie van de asfaltweg echter niet. Vaak op het laatste moment zien we de diepe potholes en we doen ons best om deze te ontwijken. De weg wordt wel onderhouden, maar het is vooral lapwerk. Voor ons zien we een recent geasfalteerde strook wegdek. Het is nog gitzwart. Maar als we er overheen rijden, hobbelt de Tembo Toy aan alle kanten. Hoe ziet het landschap hier in de Amazone eruit? Een glooiende ontgonnen jungle dat nu landbouwgrond is, voornamelijk grasland voor de koeien waar nauwelijks bomen in staan. Die zijn al lang geleden gekapt. Toe te wijzen aan de economische vooruitgang. Onderweg tanken we in Capixaba, kopen we 20 liter drinkwater voor 8 reais (€ 1,36) en vinden we een restaurant waar we koffie gaan drinken. Het is lunchtijd en de Braziliaanse gasten smullen van het buffet. Al dagenlang zien we geen buitenlandse toeristen. De interessante en gewilde bezienswaardigheden zijn in deze regio nauwelijks aanwezig. Het is even na 3 uur en we zijn een uur rijden verwijderd van de Braziliaanse/Peruaanse grens. Aan de kant van de weg zien we een groot bord met de naam ‘Balneário Restaurante Jarinal’. Een balneário is een ontspanningslocatie waar gezinnen/vrienden naar toe gaan om er samen een dag door te brengen. “Hé, ze hebben een zwembad”, zegt Jeroen enthousiast. We besluiten er naar toe te rijden ondanks dat we op internet lezen dat ze gesloten zijn. Hopelijk mogen we er toch slapen. Na 2 km staan we voor het hek. Jeroen schuift het hek open en gaat poolshoogte nemen bij de eigenaar onder het mom van ‘de brutalen hebben de halve wereld’. Het lukt hem zowaar dat we hier mogen overnachten voor 70 reais (€ 11,90) en gebruik mogen maken van het zwembad en een natuurlijk buitenbad. Het hele complex hebben we voor onszelf. Wat een luxe.


22 juli 2026, We zijn in Perú
Voordat we vertrekken, gaan we eerst het zwembad in. Althans, als Ina haar badpak kan vinden. Gisteren heeft ze het aan de waslijn opgehangen die achter op de auto is bevestigd, maar daar hangt ie niet meer. Op de grond liggen twee wasknijpers. Vreemd. De rest van de was hangt er nog. Dit is flink balen. We zoeken in de omgeving, maar geven het op. Ondanks deze teleurstelling gaan we even het zwembad in, want de temperaturen beginnen al flink te stijgen. We komen fris het water uit. Het is onze laatste dag in Brazilië. Het laatste deel van de weg naar de grens is werkelijk abominabel. Het zit vol diepe potholes, Jeroen slalomt, maar kan niet voorkomen dat we er een aantal keer met een harde knal in terecht komen. De 100 km afstand tot de grens zou ons volgens de routeplanner één uur kosten, wij doen er twee uur over. Voor de grens maken we in Assis Brasil de laatste reais op aan benzine. Daarna door naar de politie om de paspoorten te laten stempelen. De vriendelijke beambte stuurt ons vervolgens naar de overkant om de TIP voor de auto te laten afstempelen. De deur zit op slot en we moeten 1½ uur wachten. Het is namelijk lunchtijd. Jeroen parkeert de Tembo Toy op een lege plek, bestemd voor vrachtwagens. Hier staan we in de schaduw en we staan hier perfect. We pakken de stoelen, iets te drinken uit de koelkast en we maken het ons aangenaam. Na een half uur komt een man naar ons toe en zegt dat we hier niet mogen parkeren. Vervolgens moet Jeroen met hem mee, want hij is de douanemedewerker die de TIP gaat afstempelen. Helemaal goed. Na 5 minuten komt Jeroen terug en kunnen we Brazilië uitrijden.
PERÚ
We rijden de rivier over die de grens tussen Brazilië en Peru is en we bevinden ons in Iñapari. De paspoortcontrole en het regelen van de tijdelijke invoer van de auto, ‘Certificado de Ingreso Temporal’ (CIT) geheten, is bij de Peruviaanse douane (SUNAT) vlot gedaan. Nu alleen nog een WA-autoverzekering regelen. Dat doen we bij het ernaast gelegen pand en de dame achter het bureautje is zoet een kleurplaat aan het inkleuren. Het is super simpel om een verzekering af te sluiten: ze belt onze gegevens door, iemand achter de schermen maakt het document en er zal een print uit de kopieermachine moeten komen. Maar omdat het systeem niet werkt, krijgen we geen printje en dus geen verzekering. We zitten bijna een uur hier voor noppes te wachten en de dame slijpt haar kleurpotloden nog maar eens. Het blijkt dat we de verzekering ook online kunnen kopen, bij een supermarkt of een tankstation. Dat had die muts ons ook wel even kunnen vertellen! Nou ja, die verzekering gaan we nog regelen, nu rijden we door. Op iOverlander vinden we een slaapplaats, 50 km hier vandaan. Dat is ver genoeg zodat we vanmiddag nog buiten kunnen zitten. We rijden door het dorp ‘Iberia’, komen aan bij ‘Rio Tahuamanu’ en we installeren ons. Er is ook een hangbrug, echter niet geschikt voor auto’s. Op het bord staat dat de brug ‘Puente Portillo’ heet, 120 meter lang is en maximaal 5 ton kan dragen, maar dat lijkt ons ietwat overmoedig. Geen enkele auto rijdt over deze brug, wel brommers met veel kabaal veroorzaakt door de losliggende planken van de hangbrug. Het is nog 32°C, vannacht koelt het af naar 22°C. De zonsondergang is prachtig om te zien. Voordat we naar bed gaan, nemen we een koude buitendouche. Morgen rijden we door richting Cusco en Lima. De totale afstand is nog ‘maar’ 1790 km.



