2026 Bolivia, Brazilië en Peru reisverslag

We reizen door Zuid-Amerika met onze Toyota 4x4camper en intussen hebben we al Uruguay, Argentinië en Chili bezocht. We zijn in het noorden van Chili de grens over gegaan naar Bolivia en trekken verder via Paraguay naar de Pantanal in Brazilië en daarna door naar Peru.

07 en 08 mei 2026 Muchísmos flamencos

We zijn in Bolivia! Het land met verschillende klimaatzones en daardoor prachtige gevarieerde landschappen van tropische regenwouden tot met sneeuw bedekte Andestoppen. Interessant om te bezoeken, vinden wij. Bolivia heeft ongeveer 12,7 miljoen inwoners en is om en nabij twee keer zo groot als Frankrijk. Het land was groter, maar heeft tussen 1867 en 1937 (mijn)gebieden verloren door landjepik aan de omringende landen en het grenst daardoor niet meer aan de Pacifische Oceaan. Sucre is de officiële hoofdstad, La Paz is de Regeringsstad.

De overgang van Chili naar Bolivia verloopt vlotjes. In Chili duurt de formaliteit slechts een half uur en in Bolivia drie kwartier. We worden door vriendelijke mannen geholpen en in Bolivia krijgen we geen controle of we verse producten zoals groente, vlees en zuivel meenemen. Als we dat nou hadden geweten…. Wel krijgen we twee TIP-formulieren om de auto tijdelijk in te voeren. Er is brandstofschaarste als gevolg van een ernstige economische crisis, een tekort aan buitenlandse valuta (dollars) en een structurele daling van de nationale gasproductie. Benzine is meestal wel te krijgen en daar rijdt de Tembo Toy op. De regering geeft hoge subsidies voor de brandstof. Als toerist betaal je meer. De beambte legt uit waarom wij twee formulieren krijgen. Eén moeten we goed bewaren en de andere laten we aan de benzinepomp zien als we willen tanken. We hebben van andere Overlanders al diverse verhalen gehoord, met name dat er hele lange wachtrijen voor de pomp staan. We gaan het meemaken.

De komende dagen reizen we de Laguna-route door ‘Reserva Nacional de Fauna Andina Eduardo Avaroa’ waar we ons op ruim 4200 meter hoogte zullen bevinden. Jeroen heeft van tevoren een route uitgestippeld. Wat je dan nog niet weet, is hoe de conditie van de piste zal zijn, maar daar komen we gauw genoeg achter. Meteen bij de Boliviaanse grenscontrole zien we Laguna Blanca. Het doet zijn naam eer aan en doordat de zon op het meer schijnt, schittert het wit ons in de ogen. Aan de kant zien we vicuña’s water drinken. Als we verder rijden, komen we bij Laguna Verde. De kleur vinden wij niet zozeer groen, eerder aquamarijn. Eigenlijk maakt het niet uit, het beeld van het meer met de gekleurde bergen op de achtergrond is prachtig.

Na 35 km komt de volgende Laguna in beeld bij ‘Termas de Polques’. Tegen betaling kun je in het warme bad liggen. Deze keer slaan we het over en we besluiten door te rijden naar Laguna Colorada om flamingo’s te spotten en om daar een bivak te maken. Volgens de routeplanner is het ruim een uur rijden. Echter, dat pakt anders uit. De ripio is zeer slecht. We rijden over een superheftige wasbord, we kruipen met 10 km/u over een steenpiste, ontwijken scherpe stenen en kuilen. Het schiet niet op. Naast de hoofdpiste zijn links en rechts nieuwe pistes ontstaan die we nemen, maar dat levert niet echt een verbetering op. Als we stoppen om te kijken of we niet al te veel afwijken van de hoofdpiste, komt een vos ons tegemoet. Hij is niet schuw, loopt zelfs recht op de auto af, staat een meter bij ons vandaan en rent pas weg als wij verder rijden.

Uiteindelijk komen we in de buurt van het meer. We zien het al liggen en we hoeven nog maar 9 km te rijden. Helaas slaan we de verkeerde piste in. Op 10 meter arriveren we bij de bivakplaats, maar we kunnen door de veel te diepe natuurlijke geulen niet verder. We proberen het op een andere plek, maar ook hier gaat het niet lukken om op de juiste piste te komen. Uiteindelijk steken we een niet al te diepe geul probleemloos over, voordat we terug rijden naar het beginpunt van de piste. Aan de laatste toeristenbussen en -Toyota’s die de bezoekers naar een hostel brengen, zien we welke piste we moeten nemen. In de vallei is geen enkel bord te zien. Misschien hanteert Bolivia het motto: ‘Blij dat ik 4×4 rij, lang leve het avontuur en je mag het helemaal zelf uitzoeken’. Nog net voordat het donker wordt en alle toeristen zijn vertrokken, arriveren we bij de parkeerplaats. Omdat het waarschijnlijk hard gaat waaien, laten we het dak dicht en slapen we in ons noodbed op 4300 meter hoogte.

Vannacht was het -9°C en voor ons niet te koud. Er was ook geen wind, dus hadden we in ons eigen bed kunnen slapen. We zijn goed voorbereid op de hoogte, we hebben beiden gelukkig geen hoogteziekte, wel hebben we last van ademnood. Ina meer dan Jeroen, ze heeft nauwelijks geslapen en Jeroen zegt bemoedigend dat bijna iedereen last heeft van ademnood op deze hoogte. Haar moeder zou zeggen dat het wel over zal gaan voordat ze een jongetje wordt. “Gewoon rustig aan doen en veel blijven drinken”, zegt Jeroen nog tegen haar. Gisteren hebben we lang gereden en vandaag blijven we een dag bij dit prachtige meer.

Laguna Colorada

Na het ontbijt gaan we op zoek naar de flamingo’s. We hoeven niet te zoeken, want ze zijn overal verspreid over het ‘roze/roestbruine’ meer. Ina is helemaal content en kan eindelijk op haar gemak de flamingo’s zien en foto’s van hen maken. Er komen hier drie flamingo-soorten voor: de Andesflamingo, James’ flamingo en de Chileense flamingo. De Laguna Colorada fungeert als een belangrijke broedplaats voor deze populaties. We staan met open mond naar de kleurenpracht te kijken, zoiets hebben we nog nooit gezien! Jeroen loopt terug naar de auto om een paar klusjes te doen: een bakje in het sanitair vastschroeven, één jerrycan met benzine legen in de reservetank en het deurtje van de kluis repareren. Ondertussen arriveren weer veel toeristen. Het is overdag zonnig en ongeveer 12 °C. Aan het eind van de middag begint het te waaien en dan kun je maar beter binnen zitten als je niet gezandstraald wil worden. Tegen het begin van de avond is het weer windstil. Vannacht slapen we in het bovenbed en morgen rijden we verder over de piste naar de volgende meren.

09 mei 2026, Laguna Ramaditas op 4100 m hoogte

Na een rustdag reizen we verder door de meest afgelegen en ontzagwekkende landschappen van de Altiplano (uitgestrekt en hooggelegen bergplateau in het centrale Andesgebergte in Zuid-Amerika) en de Siloli-woestijn (Desierto Siloli), een hooggelegen woestijn en één van de droogste gebieden ter wereld, gelegen op een zeer grote hoogte. Het wordt gekenmerkt door een dorre, surrealistische natuur dat vaak wordt omschreven als een ‘Salvador Dalí’-achtig landschap.

Wederom is het een dag vol verrassingen. Als eerste staan we oog in oog met bijzondere rotsformaties: Arból de Piedras op 4580 meter hoogte. De stenige ripio heeft plaats gemaakt voor meer zand en dat rijdt stukken lekkerder. Vervolgens komen de verschillende lagunes in rap tempo voorbij: Laguna Khara op 4580m, Laguna Cachi op 4500m en Laguna Ramaditas op 4130m hoogte. Elke lagune heeft een eigen kleur, van melkwit tot aquamarijn. Vulkanen met besneeuwde toppen omringen de zoutmeren. Vicuña’s en flamingo’s zijn talrijk aanwezig. Het is zó ongelooflijk mooi, dat we in onze armen moeten knijpen om ons te blijven realiseren dat we dit echt doen, dat we hier echt mogen zijn!

Het relatief lager gelegen Laguna Ramaditas spreekt ons aan voor een bivak en we vinden een plat stukje langs het meer. De nabij gelegen warmwater bron geeft lauw water, maar de poel is vervuild met algen en plastic colaflessen. Dit stoort Jeroen dermate, dat hij de poel opschoont door alle plastic op te vissen. ’s Avonds vriest het matig (-9°C) en de kachel hapert, dat kunnen we niet gebruiken. Terwijl Jeroen kookt, vindt Ina op internet de remedie en het blijkt dat we de kachel op vol vermogen moeten instellen, zodat roetvorming wordt vermeden. Wij blij!

10 mei 2026, Zondagsdiner in de woestijn

Vannacht sliepen we weer in het bovenbed, want het ging nauwelijks waaien. Het werd volgens de meteo -9°C en we schatten in dat we de isolatiematten voor het tentdoek niet nodig zouden hebben. Die hadden we beter wel kunnen gebruiken. Tegen 5 uur ’s ochtends is het het koudst en dat hebben we gevoeld. Het water in een kopje is bevroren, gelukkig het water in de kraan net niet. Het meer is deels bevroren en we zien geen enkele flamingo. Wel passerende lama’s. Wat zitten ze dik in hun vacht.

Tijdens het ontbijt overleggen we wat we vandaag gaan doen: dagje blijven of verder. Het is vandaag zondag. De Fransen zouden uit eten gaan voor een zondagslunch. Je zou het je nauwelijks kunnen voorstellen, maar wij vinden via internet in deze droge, grote verlaten woestijn zowaar bij ‘Los Flamencos Eco Hotel’ aan de Laguna Hedionda/Laguna Ukhuqucha een restaurant waar we mogen eten en overnachten op de parkeerplaats met gebruik van het sanitair. Er zijn accommodaties van 180 tot 300 dollar per nacht. Eén ervan is een luxe ‘dome’ met uitzicht op het meer en binnen een kachel. Daar gaan we dus heen; niet naar die dome, maar naar de parkeerplaats …… De zeer korte rit is wederom betoverend. Eerst rijden we pal langs Laguna Ramaditas, daarna volgen twee kleine meertjes en tot slot arriveren we bij Laguna Hedionda. We zetten de stoelen buiten uit de wind en trakteren onszelf op vers gezette koffie. Van de wat hoger gelegen parkeerplaats zien en horen we de honderden flamingo’s. Toeristen die een tour doen in 4×4’s (allemaal Toyota’s Landcruiser 100) fotograferen onze Tembo Toy, terwijl wij buiten in het zonnetje zitten met een kop koffie. Ja, we hebben een hééél zwaar leven …. Vervolgens legen we de 2e jerrycan benzine in de reservetank en Jeroen plaatst deze naast de andere lege jerrycan op het dak. Ina gaat weer flamingo’s spotten en foto’s maken. Ze blijft twee uur weg en komt terug als het begint te waaien. Dan koelt het ook behoorlijk af.

In het restaurant krijgen we een 3 gangenmenu. Het is geen haute cuisine, wel lekker bereid en het smaakt ons goed. Ina koopt zelfs nog brood en tien eieren omdat verse producten de grens niet over mochten en we voorlopig geen supermarkt zullen tegenkomen. Na het diner lopen we naar huis. We zetten de dieselkachel aan, maar helaas, na een aantal pogingen werkt het niet. Best vervelend. We doen onze donsjassen aan, gebruiken de dromedarisdeken en een warme kruik, maar ondanks deze hulpmiddelen blijft het onaangenaam. Met warme kleren, de warme kruik en isolatiematten krijgen we het in bed wel warm. Vannacht wordt het weer ongeveer -9 graden. De Altiplano is qua temperatuur onverbiddelijk: overdag kunnen met zon en zonder wind aangename temperaturen worden bereikt en ’s nachts kan het flink vriezen. We gaan het zien hoe lang we dit zonder werkende kachel kunnen volhouden.

11 en 12 mei 2026, Slapen bij het zoutmeer

Vannacht hadden we het in bed lekker warm. Het water in een kopje is wel ijs geworden en het water in de kraan is licht bevroren, er hangt een ijspegeltje aan. De zon straalt bij het ochtendgloren meteen zijn warmte, waardoor het water in de kraan vlot ontdooit. Het is lekker warm en we ontbijten buiten, wel met onze jassen aan. Voordat we vertrekken, koopt Ina bij het restaurant 12 liter drinkwater. Helaas verkopen ze geen groenten, want die zijn bestemd voor de gasten die hier eten en slapen. We komen steeds dichter bij het grootste zoutmeer van de wereld: Salar de Uyuni. Vandaag rijden we het gebied van de Laguna-route uit. We vinden het een waanzinnig mooi gebied in de hoge Andes. De natuur is zeer gevarieerd en na elke bocht zie je een ander landschap, prachtige vulkanen en gekleurde bergen. De vele meren zijn elk uniek. Het landschap is compleet met flamingo’s, vicuñas en lama’s. En dat alles in een uitgestrekte bijna verlaten woestijn. Hier krijgen we nooit genoeg van. Op het laatste deel van de Laguna-route rest ons nog een toegift van het uitzicht op twee meren, een verlaten dorp, een rivier met verrassend genoeg stromend water waar veel lama’s drinken, de vulkaan Tapaquilcha met besneeuwde top en sneeuwsporen. Wij dopen deze vulkaan om tot de ‘Tranende Vulkaan’. De ripio bestaat deels uit een grote stenenpartij. Het is alsof de berg in zijn geheel in elkaar is gestort. De snelheidsmeter geeft 10 km/u aan. Geen nood, geen haast, uiteindelijk wel vermoeiend rijden.

We zijn blij dat de tour ‘in the middle of nowhere’ voorspoedig is verlopen met voldoende brandstof, water en eten, geen lekke band of andere ongemakken. Èn ons motto: ‘de boel heel houden!’ is tot nu toe ook gelukt ondanks de regelmatig zeer slechte ripio met scherpe stenen en wasbordpistes. We vervolgen onze weg over ruta 701 (asfalt!) en slaan linksaf voor het dorp Alota de ripio op. Deze gaat door een schitterende vallei (Vallei van Alota) waar we worden verrast door de natuur: te midden van de droge hoogvlakte, de Altiplano, zien we een woestijn- en rotsachtige landschap met de Alota-rivier en een moerasachtig gebied rond de rivier waar heel veel lama’s grazen.

Uiteindelijk arriveren we in het dorp Julaca. Behalve een grote leegstaande supermarkt (wie heeft dit toch gebouwd?) is er geen mens te zien, alleen drie honden. Het lijkt wel een spookstad. Niets is minder waar, want als we doorrijden, horen we plotseling uit twee geluidsboxen keiharde swingende muziek en zien we 4x4Toyota’s en jongelui op verschillende terrassen lokaal gebrouwen bier drinken. Wat een vertier en vrolijkheid. “Hay empenadas”, leest Ina op een bord. Bier hoeft voor ons niet, wel empanada’s. We parkeren de Tembo Toy, lopen naar de Julaca Salt Shop annex bar, maar vandaag zijn er geen empanada’s. Jammer! Wel verkopen ze onder andere flesjes lokaal bier, andere (alcoholische) dranken, koekjes, cräckers, chocola, pittig gekruide chips, supermie, mais in blik en vlees in blik. Vandaag zijn we niet kieskeurig en we kopen wat we voor de komende dagen als noodrantsoen kunnen nuttigen. Het plaatsje lijkt min of meer op een wild west tafereel, maar dan één met een kleine speeltuin. Bizar. Na dit bezoek verlaten wij Julaca en rijden via een dijkje over een zoutmeer. Net voor zonsondergang vinden we op 3650 meter boven de zeespiegel een plek voor een bivak op het zoutmeer.

Jeroen doet de dieselkachel aan, maar deze werkt weer niet en we weten niet precies waarom. Hopelijk kan de kachel ergens worden gerepareerd. We gokken op de hoofdstad Sucre. De isolatiematten, warme dekbed, dromedarisdeken en kruik zal ons vannacht voldoende warmte geven. Het plan is om naar het grote zoutmeer Salar de Uyuni te gaan, maar we storten ons op het ordenen van de vele foto’s en filmbeelden plus schrijven voor Polarsteps. Zo heerlijk om vrij te zijn en te leven met de dag. We staan hier prima in alle rust. Slechts drie keer wordt de stilte verstoord door passerende vrachtwagens. Daar kun je toch niet over klagen. Ook niet over onze buren Overlanders die 500 meter bij ons vandaan bivakkeren.

13 en 14 mei 2026, Isla del Pescado

Het is halfbewolkt als we opstaan en we doen het rustig aan. Pas in de middag verlaten we ons plekje aan het zoutmeer. Over een redelijk goede ripio rijden we langs de oever van het Salar de Uyuni, het grootste zoutmeer ter wereld en daarmee een onvoorstelbaar uitgestrekt, wit landschap. Het is ongeveer een kwart van de totale oppervlakte van Nederland. We zoeken de piste die ons naar het eiland Isla del Pescado brengt, midden op het zoutmeer. Een klein dijkje helpt ons over de zachte, modderige oever en dan houdt plots het dijkje op en rijden we op een hagelwitte harde ondergrond. We stoppen even om dit te ervaren, kilometers zout tot aan de horizon! Het smetteloze wit contrasteert mooi met de blauwe lucht.

Salar de Uyuni

Juichend rijden we met 80 km/uur over de Salar de Uyuni. De route die we volgen wordt weinig gebruikt, gezien de enkele sporen die we zien. Links, rechts en voor ons zien we eilandjes donker afsteken in de witte zee. We koersen aan op Isla del Pescado en hopen daar een bivakplek te vinden. Tot onze verrassing treffen we de perfecte spot, met 360° uitzicht over de Salar. Deze bivak scoort hoog op onze top-10 lijst. Na het aanschouwen van de zonsondergang gaan we naar binnen, want de wind steekt op en het wordt snel koud. We hebben nu al zin in morgen.

Wat is het hier op het zoutmeer bijzonder. Een grote witte leegte, maar vooral niet saai. Het uitzicht op de bergen in de verte, de kleine eilanden in het meer en de verandering van de kleuren van het landschap doet ons besluiten nog een dag te blijven. Een unieke en schitterende plek als dit zullen we niet gauw meer tegenkomen. We hebben de associatie dat we bij een bevroren meer staan en bij een zonnige winterdag de schaatsen kunnen omdoen om een rondje om het eiland te toeren. Toch niet zo’n vreemde gedachte, zout en ijs, allebei sneeuwwit in de volle zon. Denk niet dat we hier alleen zijn. In de verte zien we 6 auto’s en 2 vrachtwagens over het meer met grote snelheid rijden en verdwijnen als een stipje aan de horizon. Het geluid over de richels van de zoutpannen draagt ver en horen we nog lang naklinken als het geluid van een vliegtuig.

Gedurende de dag wandelen enkele toeristen met een gids over een wandelpad die leidt naar de top langs vele cactussen. Eén echtpaar zijn Fransen uit Aix-en-Provence. Dat ligt op twee uur rijden van Baron en deze mooie stad hebben we regelmatig bezocht. In het Frans maken we een praatje met hen. Het is al ver na 12 uur en de man wijst op zijn horloge. “We moeten opschieten voor de lunch”, zegt hij wijzend naar de gedekte tafel naast de auto die op het zoutmeer staat. Waar de Fransen ook zijn, lunchen om 12 uur is heel belangrijk en zit in hun genen. Bijzonder om vanuit onze bivak hen te zien lunchen op het zoutmeer. De twee laatste extra 40 liter benzine gaan in de reservetank en de lege jerrycans op het dak. Nu weten we dat 80 liter extra brandstof ruim voldoende voor ons is voor de Laguna route en het zoutmeer. 20 liter extra is voor de zekerheid al voldoende. Het was een schatting en niet duidelijk hoeveel de Tembo Toy zou gaan verbruiken op de piste. In de namiddag wandelt Ina richting de top voor het uitzicht en om plaatjes te schieten. Het pad is duidelijk te zien, verdwalen is onmogelijk. Jeroen blijft thuis en wil een klusje klaren. Door het getril van de slechte ripio’s gaat een deur van de buitenkist niet meer open. Een gereedschapskistje is precies voor het slot geschoven. Niet zo handig als er iets gerepareerd moet worden. Wanneer Ina terug komt heeft Jeroen goed nieuws. De deur kan weer open. Wat is hij toch handig.

Omdat de zon volop schijnt en er nauwelijks wind is, nemen we een buitendouche. We voelen ons weer schoon zonder al het zand en stof. Aan het eind van de dag wordt het koud en donker. De hemel is vol sterren en de Melkweg is duidelijk te zien. Voor ons niet onbekend, want in Baron en thuis in Nederland zien we het vaak. Het is altijd indrukwekkend om dat te aanschouwen. In de verte op het zoutmeer zien we een lichtje schijnen. Dat zijn de buren die een bivak maken. Ondanks dat we het hier naar onze zin hebben, vertrekken we morgen naar de stad Uyuni. Op weg naar nieuwe avonturen.

15 mei 2026, Isla Incahuasi (Cactuseiland)

Vanochtend komen we langzaam op gang. We slapen in het noodbed en als we wakker worden, doen we de deur open. De zon schijnt recht in onze gezichten. Wat een warmte straalt de zon uit. In de middag breken we op en rijden we met 90 km/u over het zoutmeer naar het Cactuseiland. Voor het eiland zien we veel toeristen naast de auto op het zoutmeer lunchen. Wij parkeren voor de entree waar zitjes met tafels staan, allemaal geheel in stijl gemaakt van zoutplaten. Bijzonder. We kopen een entreekaart om een rondje over het eiland te maken. De wandeling naar de top is steil. Het uitzicht over het zoutmeer is fabuleus. Overal zien we reuzencactussen (Echinopsis atacamensis) die kunnen uitgroeien tot gigantische zuilvormige cactussen van wel 10 tot 12 meter hoog. Ze groeien extreem langzaam, gemiddeld slechts ongeveer 1 centimeter per jaar. Het is prachtig om te zien.

Als we uitgekeken zijn op het Cactuseiland, volgen we met behulp van de navigatie en de sporen op het zoutmeer de route naar de volgende bezienswaardigheid, het Dakar-monument. De vlaggen op de Salar de Uyuni zijn daar voornamelijk geplaatst als aandenken aan de Dakar Rally, die meerdere keren door dit gebied in Bolivia trok. Het monument is uiteraard volledig opgetrokken uit zoutblokken. De tientallen vlaggen uit landen over de hele wereld zijn achtergelaten door deelnemers en toeristen. Wat zijn we onder de indruk geraakt van Salar de Uyuni. Het grote voordeel is dat we hier in de droge tijd zijn en bijna probleemloos over het meer kunnen rijden in tegenstelling tot de regentijd. Ook is de zoutkorst niet overal even dik en is er een risico om er doorheen te zakken en dan zit je goed vast. Dus niet zomaar onvoorbereid rondtoeren over het zoutmeer! Heel bijzonder is het om kilometers lang met een vaart van 90 km/u te rijden en letterlijk aan de horizon te zien dat de aarde rond is. Het grootste zoutmeer ter wereld, een unieke ervaring die nooit meer uit onze herinnering gewist kan worden.

Nadat we het zoutmeer verlaten, rijden we door het armoedig uitziende dorp Colchani verder naar Uyuni. In feite rijden we over een geasfalteerde tolweg met drempels, gezien de tolpoort die we tegenkomen na nog geen 2 km. De jongedame opent het luik, ziet dat we toeristen zijn, spreekt geen Engels en ze heeft zich waarschijnlijk aangeleerd vijf vingers omhoog te houden. Oftewel, de kosten zijn 5 Boliviano. Voor het gemak zeggen wij Bol. Ina opent de portemonnee en vindt munten van 2 en 1 Bol. “Dit zijn er vijf”, zegt ze tegen Jeroen. “Nee joh”, nog niet gewend aan het Boliviaanse geld, “dat zijn centen. Ik geef wel een briefje van 20.” De dame krijgt het geldbriefje en geeft een briefje van 10 en een muntje van 5 terug. Weten we dat ook weer. We hebben zojuist € 0,62 voor de tol betaald. Eerst rijden we naar de autowasserette. Heel belangrijk, want het zout moet van de Tembo Toy worden gewassen. We maken de mensen duidelijk dat vooral de onderkant belangrijk is en dat we hopen dat ze de werkzaamheden goed kunnen uitvoeren. Hiervoor betalen we 90 Bol en na 30 minuten is het werk keurig gedaan. Perfecto!

Omdat het onze 200ste reisdag is, heeft Ina een hotelletje in Uyuni geboekt en gaan we uit eten. In het hotel zijn de muren versierd met reliëfs van zout. Ook het meubilair is van zout. ’s Avonds eten we, na dagen lang blikvoer, een salade, Lama-goulash en Lama-hamburger. Heerlijk!

16 tot 24 mei 2026, Sucre, Boliviaanse hoofdstad

Na de heerlijke verwennerij van een hotel (warme douche, ontbijtbuffet, e.d.) gaat Ina in Uyuni nog wat boodschappen doen op de dagmarkt en pompt Jeroen de banden weer op. Als we Uyuni uitrijden proberen we wat benzine te tanken. Hà, er staat een totaal onmogelijk lange dubbele rij wachtenden en in de zijstraat staan de vrachtwagens. Geschatte wachttijd: minstens anderhalf uur! Jeroen stuurt zelfverzekerd de Toy uit de rij en verzekert Ina dat we voldoende benzine hebben om in Sucre te komen. We stijgen meteen naar 4200m en rijden door een magnifiek desolaat berglandschap over prima asfalt richting Potosí. Na elke pas opent zich weer een ander panorama, prachtig!

In de buurt van Potosí zien we veel mijnbouw. De Spanjaarden hebben eeuwenlang de zilvermijnen daar geëxploiteerd  en nu zijn ze zo goed als uitgeput. Potosí en zijn bevolking blijft berooid achter en dat is te zien: de stad is een armoedige, stoffige, open werkplaats met smalle bochtige straten waar het (bouw)verkeer zich doorheen wurmt. We zijn blij als we na een half uur de stad achter ons kunnen laten en het laatste stuk door de bergen naar Sucre rijden. We dalen en zien het landschap veranderen: meer water in de valleien en we zien voor het eerst bomen in Bolivia! Tegen de avond rijden we de hoofdstad Sucre in die op een gemiddelde hoogte van ongeveer 2.700 meter boven zeeniveau ligt. Dankzij deze ligging in de centrale Andes heeft de stad een gematigd klimaat met lente-achtige, milde temperaturen gedurende het hele jaar, maar kent wel grote verschillen tussen dag en nacht.

We verblijven op een plek die ons is geadviseerd door onze Overlandvrienden van het Holland-kamp uit Salta: Camping Alberto Y Felicidad. We kunnen er nog nèt bij en morgenochtend moeten we de Tembo Toy verplaatsen, want er vertrekken dan twee auto’s. We lopen naar het hoofdplein ‘Plaza de Armas 25 de Mayo’ dat qua sfeer veel weg heeft van Salta in Argentinië en eten heerlijke pizza. Vermoeid door de lange rit vallen we als een blok in slaap.

In Nederland zijn er demonstraties in diverse vormen in verband met de asielcentra. In Bolivia zijn er nu ook demonstraties vanwege de ontevredenheid over de economische situatie. Er zijn roadblocks (bloqeuos) waar wij rekening mee moeten houden als we naar een volgende bestemming gaan. Soms kun je niet verder en soms moet je lang wachten om door te kunnen reizen. Toeristen vragen om door te mogen rijden en/of schuiven soms geld toe wat weer niet door alle demonstranten wordt geaccepteerd. Vooral in het westen bij de regeringsstad La Paz en andere plaatsen in deze buurt zijn de meeste roadblocks. Een aantal vreedzaam, maar ook een aantal gepaard met rellen en geweld. In La Paz is de toestand zodanig, dat de voedselvoorraden en medicijnen voor de bewoners op beginnen te raken. Als wij verder willen reizen, kunnen we informatie inwinnen bij de lokale bevolking, met name bij het openbaar busvervoer. Ook krijgen we informatie via de Bolivia community-app.

25 mei 2026, Sucre viert feest

We zijn al 10 dagen in Sucre. Waarom zo lang? We doen een poging om de dieselkachel (merk Autoterm) te laten repareren. Het duurde een paar dagen voordat er iemand kwam opdagen. Hij heeft één en ander doorgemeten en kwam tot de conclusie dat het printplaatje defect is. In heel Bolivia is het plaatje niet te koop. In Brazilië is een dealer en misschien kunnen we via hen iets regelen. Voorlopig hebben we geen kachel nodig. Boffen wij even! Onze camperbouwer Pier in Nederland zegt dat zo’n printplaat niet gauw kapot gaat. Waarschijnlijk zit de kachel vol roet. Zijn advies: als schoonmaken niet lukt, een nieuwe kopen, de oude meenemen naar Nederland om het te laten checken/repareren/schoonmaken en dan als reservekachel mee terug te nemen. In Brazilië is een locatie van Autoterm, dus het zal niet zo moeilijk moeten zijn om een nieuwe kachel te kopen.

In Bolivia is het de 4e week dat er roadblocks zijn, vooral rond La Paz. We wachten op informatie of wij verder kunnen reizen naar Brazilië. In Sucre vieren de bewoners op 25 mei dat zij in opstand kwamen tegen de Spaanse overheersing. Nu we hier toch zijn, we hebben wel zin in dat feestje. Om meer over Sucre te weten te komen, besluiten we een stadstour te doen met een ‘freeguide’ of ‘free walking tour’ die niet gratis is, maar achteraf betaal je de gids op basis van tevredenheid. Brian is een docent en hij weet veel te vertellen over de geschiedenis van Sucre, één van de oudste steden van het continent. De Spanjaarden exploiteerden enorme rijkdommen in Potosí, de “Cerro Rico” (Rijke Berg) en kozen Sucre als aangename locatie om er te wonen. In 1991 is de stad uitgeroepen tot UNESCO-werelderfgoed omdat het één van de best bewaarde voorbeelden is van Spaanse koloniale architectuur in Zuid-Amerika. Als we door het historisch centrum wandelen, zien we de vele prachtige helder wit geschilderde koloniale gebouwen en kathedralen. Niet voor niets is Sucre ook bekend onder de bijnaam ‘La Ciudad Blanca, de Witte Stad.

De overige dagen hebben we doorgebracht met de bekende (huishoud)klusjes, Ina gaat naar de kapper, we bezoeken natuurlijk de markt en verschillende restaurants. Je kunt hier in Sucre heerlijk ontbijten, lunchen en dineren. Heel bijzonder is de 9-gangen-lunch met bijbehorende wijnen in ‘Restaurant El Solar’. Bij Cosmo Café Restaurant was het ook lekker eten. Op de camping ontmoeten we twee stellen uit Duitsland, Max & Wilma uit Zuid-Afrika en Damien & Emeline uit Frankrijk. Fijn om weer Frans te kunnen praten. Met hen eten we een paar keer buiten de deur en bij ons in de Tembo Toy. Max en Wilma zijn schatten, wonen dicht bij het Krugerpark en vertellen ons over Zuid-Afrika. We luisteren aandachtig, want misschien wordt dat wel onze volgende grote reis over 2 jaar. Allemaal wachten we totdat de protesten met roadblocks zijn gestopt. Dan horen we dat er morgen geen ‘bloqueos’ zijn op onze route naar Santa Cruz en Brazilië, dus kunnen we weer verder reizen. We zijn er helemaal klaar voor.

26 mei 2026, Tot hier en niet verder

“Het wordt tijd dat we vertrekken”, zegt Jeroen als we wakker worden. We zijn toe aan natuurgeluiden. Sucre is prachtig, maar de blaffende honden, de toeterende auto’s en de stank van de uitlaatgassen kunnen ons gestolen worden. De eigenaresse van de camping verzekert ons dat er geen roadblocks zijn op weg naar Santa Cruz. Mooi! Zit het ook eens een keer mee. Voordat we vertrekken, ontbijten we met Damien en Emeline bij ‘Salteñeria El Patio’ waar je heerlijke salteñas kunt eten. Het zijn hartige pasteitjes gebakken van ietwat zoete deeg. De vulling is vegetarisch of bestaat uit een rijke, sappige stoofpot van vlees (rund of kip), aardappelen, erwten, kruiden, olijven en een kwartelei. Damien waarschuwt ons voor de hete vloeibare bouillon in de salteñas. Eerst een hapje van het deeg eten, zodat de bouillon kan afkoelen. Een goede raad. We smullen ervan. Terug op de camping nemen we afscheid van Max & Wilma, Damien& Emeline. We houden contact met elkaar en we zullen elkaar informeren over de roadblocks. We rijden de poort uit en gaan eerst naar ‘Parque Cretácico’, 7 kilometer verderop. Hier zijn ruim 300 afzonderlijke sporen en totaal 16.000 pootafdrukken te zien van verschillende dinosaurussen. Er is een museum dat we bezoeken. De Spaanssprekende gids vertelt wat ongeïnteresseerd over de verschillende dinosaurussen. Wij laten de rondleiding voor wat het is en lopen naar de bijna verticale wand met de dinosaurussporen. Natuurlijk zijn de dinosaurussen niet tegen deze steile wand op gelopen. Ooit was hier een vlakke, modderige oever van een gigantisch ondiep meer. Grote groepen dinosauriërs liepen door de zachte klei en lieten diepe pootafdrukken achter die uiteindelijk hard opdroogden in de zon.

De kanteling van de wand is ontstaan door de vorming van het Andesgebergte. De aardlagen werden opgebroken, samengedrukt en loodrecht omhoog geduwd, waardoor de vlakke ‘dinosaurusvloer’ veranderde in een steile klif. De sporen zijn ontdekt door de naastgelegen cementfabriek. Kalksteen werd afgegraven en de arbeiders ontdekten de perfect geconserveerde pootafdrukken. Dezelfde cementfabriek zorgde er ook voor dat een jaar geleden een deel van de kleiwand instortte …. Na dit bezoek rijden we door en worden we in een dorp bij een politiepost staande gehouden. De politieman zegt dat er bij Aiquile een roadblock is die we kunnen omzeilen door om het dorp heen te rijden. Dus tòch een roadblock. We zullen zien hoe we die gaan omzeilen. De asfaltweg slingert door het prachtige landschap van berg naar berg waar brede valleien zijn en waar rivieren met, weliswaar weinig water, door stromen. Dan arriveren we bij de tolweg. De dame laat ons weten dat er een wegblokkade is. Ze heeft het over een andere roadblock. We besluiten door te rijden en betalen 10 bol. Vervolgens komen we bij de volgende tolpoort. “Alweer tol betalen?”, vraagt Ina zich af. Nee, we hoeven geen tol te betalen, want we kunnen niet verder. Er zijn op onze route wel 8 roadblocks. Dat is balen! Een jonge vrouw komt aangelopen. Zij is vanuit Santa Cruz met haar auto weggereden, liet haar auto langs de kant van de weg staan in verband met een blokkade, heeft na deze wegversperring een bus genomen tot de volgende blokkade, ze is uitgestapt en heeft 5 uur lang gelopen zonder water en eten. Haar bestemming is Sucre. We kijken elkaar aan, we besluiten terug te gaan naar Sucre en deze vrouw mee te nemen. Ze is dolblij! Eigenlijk hebben we geen drie zitplaatsen in de auto, maar Ina weet zich tussen de beide stoelen op de middenconsole te wurmen. We hebben 90 km gereden tot hier en nu rijden we dezelfde weg terug in bijna twee uur. Door al die bochten kunnen we niet snel rijden. Een roadblock omzeilen is heel lastig, omdat er in de bergen weinig wegen zijn. Bovendien kennen de demonstranten uiteraard de regio en maken de blokkades op strategische plekken.

Ina stuurt snel een appje naar de Overlanders op de camping dat we terug komen. Onze liftster heet Magali. Zij woont deels in Santa Cruz omdat haar man daar bij de politie werkt en deels woont ze in Sucre omdat zij daar een tandartspraktijk heeft. We wisselen telefoonnummers uit, want mogelijk kan zij ons informeren wanneer en welke blokkades worden beëindigd. Ze laat filmjes op haar telefoon zien dat ze blokkades is gepasseerd. Dat ziet er niet best uit. Vrachtwagens staan dwars op de weg, daarvoor zien we opgestapelde boomstammen en grote stenen. Een heuse blokkade. Haar moeder woont ook in Sucre en verkoopt geitenkaas op de markt. Omdat we dat heerlijk vinden, zeggen we tegen Magaline dat we haar gaan opzoeken aan de hand van haar naam en een foto van haar moeder die ze naar Ina stuurt. Het is bijna donker als we in de hoofdstad zijn en haar afzetten bij haar praktijk waar een patiënt op haar wacht. Magaline staat erop dat ze haar praktijk aan ons wil laten zien. Jeroen parkeert de auto in de drukke straat en we lopen met haar mee. Ze doet de deur open van de hele kleine praktijk, we zien een patiënt liggen en we ontmoeten haar assistente. Omdat we moe zijn van de rit, nemen we afscheid van elkaar. Magaline drukt ons op ons hart dat als we een tandarts nodig hebben, we naar haar moeten gaan. Niet ver van de tandarts is de camping en we worden hartelijk begroet door Max & Wilma, Damien & Emeline. Ze vinden het sneu voor ons dat we voor niets zijn vertrokken, maar we weten nu wel dat we hier zeker nog een aantal dagen in Sucre vastzitten. Ook ten zuiden van de hoofdstad zijn blokkades, allemaal dichtbij of aan de provinciegrenzen. We eten wat in een restaurant, keren terug naar de auto en duiken ons bed in. We zullen moeten afwachten hoe lang het wachten nog gaat duren.

27 mei 2026, Op zoek naar geitenkaas en een hoed

Omdat we toch niet weg kunnen, slapen we lang uit. Daarna een ontbijtje, koffietje en een kletspraat met de buren. Om in beweging te blijven, lopen we naar het centrum en we hebben zelfs een doel: geitenkaas bij de moeder van Magali kopen en een hoed voor Ina. Ina keurt een aantal hoeden af en uiteindelijk vindt ze er één die ze leuk vindt en goed zit. En het belangrijkste, deze kun je opvouwen. Handig als je reist.

Op de markt ziet Jeroen een vrouw die geitenkaas verkoopt en veel op Magaline lijkt. We kijken elkaar aan en ze begint te lachen. Haar dochter heeft haar onze foto gestuurd en ze herkent ons. Jeroen maakt een foto van haar en Ina om naar Magaline te sturen. Overigens, de geitenkaas is heerlijk, maar is ook al op. Gauw weer nieuwe kopen. Op de camping hebben we het gezellig. Inmiddels heeft het hele ‘Holland-kamp’ uit Salta hier gestaan. En voor degenen die het niet kennen, ja, het staat hier vol met vijf Overlanders, edoch we maken er wat van en we hebben het gezellig samen.

29 mei tot 02 juni 2026, Stuck in Sucre

En wat doen we zoal in Sucre? Niet veel, maar elke dag wandelen we naar het centrum. Zo kopen we nieuwe geitenkaas (queso de cabra) bij Josefina op de ‘Mercado Central’, de moeder van Magali. Ze is heel lief en geeft ons extra kaas, waarop wij het wisselgeld niet terug hoeven. Verder gaan we uiteten (zoals bij Restaurant Nativa), drinken koffie in verschillende gelegenheden en drinken cocktails in hotel Parador Santa Maria La Real (een prachtig koloniaal herenhuis). De demonstranten worden grimmiger: blokkades gaan gepaard met het opblazen van dynamiet (bestemd voor de mijnen), ambulances worden niet doorgelaten met als gevolg dat er mensen zijn overleden. Kortom, het escaleert en de regering twijfelt over de inzet van het leger. Verdere escalatie wachten we liever niet af, maar hoe kom je weg? Elke dag bekijken we de opties en verzamelen we informatie die we met elkaar delen. Tot opeens vanmorgen zich een mogelijkheid aandiende. Carolina vertelde dat een Oostenrijkse overlander vanuit Uyuni en Potosí onderweg is naar Sucre via een bergweggetje. Als dat lukt, kunnen wij die route ook nemen, maar dan andersom. We zouden dan in feite terugrijden naar Noord-Chili waar we vandaan zijn gekomen, maar dat moet dan maar. Het belangrijkste voor ons is dat we Bolivia kunnen verlaten. De Oostenrijkers zijn inderdaad aangekomen en hebben meteen een briefing gegeven over de situatie onderweg. Eigenlijk is er maar één echt obstakel voor Potosí, daarna zijn er geen roadblocks. We besluiten snel: we gaan dit morgen proberen, samen met Damien en Emeline. We zien wel hoe we die blokkade gaan passeren.

03 Juni 2026, Tweede poging om Bolivia te verlaten

Het is eind van de ochtend als we voor de tweede keer afscheid nemen van de Overlanders. We gaan samen met Emeline en Damien een tweede poging doen om Bolivia te verlaten, maar nu richting Chili. Jeroen heeft gisteren de route gepland en Nico (de Oostenrijkse overlander) bevestigt dat het de juiste weg is. De route is een piste door de bergen. Tot de roadblock die we moeten omzeilen is het 130km, daarna rijden we ruim 450 km over asfalt tot de Chileense grens. Onze inschatting is dat we hier drie dagen over zullen doen. Zodra we Sucre uit zijn, rijden we over een goedbegaanbare ripio. Deze route wordt veel gebruikt gezien het aantal auto’s, bussen en vrachtwagens die er rondrijden en hevige stofwolken produceren. Het geeft ons hoop dat de blokkade inderdaad te omzeilen is. Het uitzicht op de bergen is werkelijk magnifiek en we hebben niet het idee dat we ‘vluchten’. We reizen weer!

Na 43 km arriveren we bij ‘Agua termales Talula’. Het blijft bijzonder om te zien hoe het warme water uit de berg komt. Er zijn buiten baden die leeg zijn, in het gebouw (waar groot onderhoud wordt gepleegd) zijn een aantal baden met verschillende temperaturen. Een warm bad is aanlokkelijk, maar toch besluiten we door te rijden, de brug over waar we een lunchpauze nemen. De provincie Chuquisaca laten we achter ons en we bevinden ons nu in de provincie Potosí. Na de lunch met uitzicht op de rivier en prachtige bergen, stappen we op. De mannen hebben vandaag genoeg gereden en Emeline en Ina nemen het stuur over. We zijn gewaarschuwd dat de weg nu steil wordt en zanderig. Oppassen dat de auto’s niet vast komen te zitten. Voor onze Tembo Toy is het geen enkel probleem, wel voor de Mitsubishi L300 met achterwielaandrijving van Damien & Emeline. Op het eerste zanderige en steile deel raken de wielen van het busje vast in het mulle zand en krijgen Emeline en Damien hulp van aardige Bolivianen die de bus duwen. Als ze boven komen, zien we twee kinderen in de bus. Zij krijgen een lift naar huis, bijna 10 km verderop. Bij het twee zanderige deel is het zand nog zachter en komt de bus weer vast te zitten. De piste is niet breed en de tegenliggers moeten wachten. De mannen in de auto stappen uit, helpen ons met de sleepkabel te bevestigen en zonder problemen trekt de Tembo Toy de bus uit het zand tot waar de ondergrond hard is. Daarna is de piste weer goed begaanbaar. We bedanken de mannen voor hun hulp. Toch wel een spektakel zo hoog op een steile berg!

De route gaat verder over de adembenemende Andes en aan het eind van de dag komen we in het dorp Tapifaya waar de kinderen wonen. Emeline en Damien zoeken op aanwijzingen van de ongeveer 12 jarige Bilma het huis, terwijl wij alvast doorrijden op zoek naar een bivak. Dat valt nog niet mee. Links en rechts is bebouwde grond, of afgrond. Toch vinden we een mogelijkheid. De bus is in geen velden of wegen te zien en we besluiten om terug te rijden. Het wordt namelijk al donker. Daar komt de bus ons tegemoet en toevallig zien we een bivakplek waar we beiden parkeren. Emeline en Damien vertellen dat het niet zo simpel was om het huis te vinden. Ze wonen buiten het dorp waar verspreid over de bergen ook huizen staan, zo ook hun huis. Ze zagen hun oma op het land werken en stapten uit. Emeline en Damien die beiden Spaans spreken, liepen met hen mee om zeker te weten dat de kinderen in goede handen zijn. Verderop de berg stonden hun vader en broertjes waar de meiden naar toe liepen en Emeline en Damien konden verder rijden. Net als ze het verhaal hebben verteld, horen we de meiden verderop de berg roepen en rennen ze naar ons toe. Ze hebben een zak met heel veel aardappelen bij zich die ze als dank aan Emeline en Damien geven. Daar blijft het niet bij. We worden uitgenodigd om bij hen te eten en er is ook plek voor de auto’s waar we kunnen slapen. We overleggen kort en we besluiten mee te gaan. Na enkele minuten arriveren we bij een plaats waar we de auto’s langs de kant van de weg parkeren. De kinderen stappen nieuwsgierig in de auto, evenals een broertje en zusje die zijn komen aanlopen. We geven de kinderen een pet en een door Ina gehaakte knuffel.

Het is inmiddels donker geworden. Dan zegt Bilma: “Vamos” en in optocht lopen we in het donker met zaklampen naar het huis. Eerst een stukje naar beneden, dan een stroompje oversteken, koeienvlaaien ontwijken en omhoog naar het huis waar wij enigzins buiten adem aankomen. We zijn hier op 3810 meter hoogte. We maken kennis met oma, haar dochter en schoonzoon en geven hen groente, fruit, eieren en 6 kippenpoten uit onze diepvries. Je kunt toch niet met lege handen aankomen, bovendien mogen we Chili toch niet in met verse groente, fruit, vlees en zuivelproducten. Het huis heeft twee kleine gebouwen van leem en rieten dak: een gebouwtje waar iedereen slaapt in dezelfde ruimte en een keuken waar wordt gekookt op vuur en waar tevens gereedschap wordt bewaard. Op de binnenplaats zien we een kraan en hebben ze dus beschikking over water. Alle huizen in en rond het dorp zijn aangesloten op elektriciteit. Waarschijnlijk alleen voor lampen want we zien geen stopcontacten. De familie heeft meerdere ‘huizen’ met grond. In dit huis wonen ze een bepaalde periode, verbouwen ze groente (onder anderen aardappels, mais, kool, kruiden) en hebben ze enkele koeien en ezels. Vervolgens verhuizen ze naar het huis wat lager op de berg ligt waar ze fruit verbouwen. Ook hebben ze een huis vlakbij de school van de kinderen.

We zitten in de keuken op lage banken op een kleedje, er wordt gekookt, we hebben het warm en af en toe zitten we in de rook vanwege het ontbreken van een rookkanaal. De muur bij het vuur is zwart geblakerd. Niet echt een gezonde ruimte. We krijgen eerst ‘mate’ met gepofte mais terwijl oma op de stenen vijzel een saus maakt van onze tomaten, rode pepers en rozemarijn, een ‘sambal die niet te pittig is. Daarna eten we soep van mais en stukken wortel en aardappels. Lekker, vooral met de saus. Het vult goed en we hebben lekker gegeten. Na de maaltijd lopen we terug naar de auto. Morgenochtend moeten we terugkomen voor het ontbijt. Moe van de prachtige reis, de vele indrukken en het bezoek aan de familie vallen we met een volle maag als een blok in slaap.

04 juni 2026, The Great Escape

Het is 8 uur. Een wekker hebben we niet nodig, want alle kleinkinderen staan bij de auto, tikken onophoudelijk op de deur, roepen dat we de deur moeten opendoen, dat we heel laat zijn voor het ontbijt en dat we mee moeten komen. Dit hadden we natuurlijk verwacht en we lachen er hartelijk om. Ontbijten? We zijn nog vol van gisteren. Een ‘mate’ zal er wel ingaan. Als we de deur openen, stappen 5 kinderen in onze auto en gaan lekker op de bank zitten. Emeline en Damien komen ook binnen. Het past gemakkelijk! Emeline geeft de kinderen kleurplaten en -potloden. Een schot in de roos en ze beginnen meteen te kleuren. Bilma wil graag koken. Jeroen helpt haar met koffie zetten en water koken voor warme chocolademelk. De kinderen vermaken zich prima en lijken te vergeten dat ze ons ophalen voor het ontbijt. Als iedereen klaar is met drinken wandelen we naar het huis. Bij daglicht zien we de mooie omgeving en ook waar we lopen. Nu kunnen we de koeienvlaaien ontwijken die we gisteren in het donker niet hebben gezien. We ontmoeten nog een dochter en schoonzoon van oma. Als we de keuken instappen, wordt er al flink gekookt. Na de ‘mate’ moeten we ook aan de maissoep met aardappelen en daarna aan de rijst met aardappelen en kip. Het is heerlijk, vooral met de ‘sambal’ van oma. We kletsen nog wat met elkaar en dan is het tijd voor het afscheid. Emeline, Damien en de schoonzoon halen nog drie zware zakken aardappelen op van het land. Normaal gesproken doen ze dit met de ezel maar die mag even rust nemen.

Om half 12 vertrekken we. De bergroute is adembenemend mooi en weer anders dan we al in de Andes hebben gezien. We vervolgen de route over de slingerende bergpiste en haarspeldbochten waar het soms zeer smal is. Aan de ene kant is de berg, aan de andere kant de afgrond. Ina rijdt, is eigenlijk nèt iets te klein om de weg vlak voor de auto te zien en Jeroen helpt als bijrijder door het geven van aanwijzingen. Perfecto! Het is spannend als auto’s ons tegemoet komen en er net genoeg ruimte is om elkaar te passeren, maar het lukt altijd. De Boliviaanse chauffeurs hier in de bergen rijden veilig en attent en via de claxon laten we weten dat wij wachten totdat ze zijn gepasseerd. Een tegemoetkomende vrachtwagen passeren zou problemen opleveren, maar gelukkig maken we dat niet mee. Eén van ons zou dan terug moeten rijden tot we elkaar wel kunnen passeren.

Bij het mijndorp Calavi houden we een korte pauze. Dan dalen we af langs vele zilvermijnen richting de roadblock. Ai, onze route door de rivierbedding om de wegversperring te omzeilen blijkt onmogelijk, want in de rivierbedding is een nieuwe wegversperring. De kiezels en stenen van de rivier zijn door een bulldozer opgeschoven tot een hoge roadblock. Hoe gaan we dit nu weer oplossen. Na bestudering van de kaart zien we een kleine omweg via het dorp Pucara en op die manier komen we uiteindelijk op de asfaltweg ruta 5 die ons naar Potosí en Uyuni leidt. Expeditie geslaagd! Voor de zekerheid rijden we voorbij Potosí en maken een bivak op 4050 meter hoogte. We verwachten geen nieuwe roadblocks tot Chili. Het is donker en koud en we ‘vluchten’ de Tembo Toy in waar Emeline een heerlijke maaltijd maakt van de aardappelen die ze kado heeft gekregen. Na ruim 2 weken Sucre zijn we heel blij dat we nu hier zijn en ook nog iets van de Boliviaanse bergen hebben kunnen zien. Morgen rijden we weer vrolijk verder.

05 juni 2026, Onderweg naar Chili

Op ons gemak ontbijten we knus met z’n vieren binnen in de Tembo Toy, want buiten is het nog erg fris, zeg maar koud. Emeline heeft gebakken ei met spek gemaakt, heerlijk! Jeroen vult de benzinetank met de 2 jerrycans die we voor de zekerheid hadden meegenomen. Daarna worden de banden weer op spanning gebracht en kunnen we vertrekken. We spreken af om op elkaar te wachten in Uyuni en rijden in ruim 2,5 uur de prachtige route tussen Potosí en Uyuni zonder roadblocks! In Uyuni drinken we nog samen een kopje koffie en het is heel vreemd om door de uitgestorven stad te rijden. Er is bijna geen verkeer op straat, omdat er hoegenaamd geen brandstof meer te verkrijgen is. We nemen afscheid van elkaar en beloven elkaar nog weer eens te ontmoeten, in Frankrijk of Nederland, of in Zuid-Afrika want Max en Wilma hebben ons van harte uitgenodigd. We nemen de Ruta 5 richting Chili en de weg is erbarmelijk slecht. We vorderen dus langzaam en maken tegen zonsondergang een bivak. Het wordt koud vannacht, -9°C en dus plaatsen we de isolatiematten tegen het tentdoek. Hopelijk morgen een vlotte grensovergang naar Chili.

06 juni 2026, Bolivia verlaten als illegalen?

Wat was het koud vannacht! We sliepen in thermokleding, Jeroen zelfs met een wollen muts op en Ina met handschoenen. Gelukkig hebben we ook een kruik die Ina midden in de nacht nog eens vulde met warm water. En we hebben het overleefd. Bij een strakblauwe lucht en warme zon worden we wakker. Heel fijn. We ontbijten en vertrekken om half 12. Gelukkig rijden we maar 11 km over de erbarmelijk slechte weg, daarna gaat het over in asfalt van ruta 5 naar ruta 701. Bij het dorp Alota herkennen we de weg. Ruim vier weken geleden waren we hier ook nadat we de Lagunaroute hebben gereden. Het blijft prachtig. Ook als we verder rijden naar de grens van Chili. We zijn verrast over al dat natuurschoon. Zonder roadblocks bereiken we de grens en lopen de Boliviaanse procedures door. Allereerst met de politie. De jongeman zoekt in het systeem op de computer naar onze registratie en in onze paspoorten naar de Boliviaanse stempels die we op 7 mei bij binnenkomst van Bolivia hebben gekregen. Hij bladert en bladert, kan ze niet vinden en geeft ons de paspoorten terug. Ook wij zoeken naar de stempels van 7 mei, zonder resultaat. De politieman zegt: “U bent Bolivia formeel gezien niet binnengekomen. Het systeem geeft geen gegevens weer en er staat geen stempel in uw paspoort. Dat betekent dat u de grens heeft ontdoken, en voor het ontduiken van de grens moet u een boete betalen van zo’n 300 bolivianos, 320 of iets meer; het ontduiken van de grens is de boete of u gaat terug naar de grens waar u Bolivia bent binnengekomen om de stempel te halen.” We worden dus gezien als illegalen. We hebben wel het bewijs dat de auto legaal is ingevoerd en Jeroen laat hem de TIP (Temporary Import Permit) zien. Helaas, de TIP is niet zijn afdeling. We kunnen naar het loket van de TIP en dan kan de auto het land worden uitgevoerd. Vreemd, zonder chauffeur, dus. Teruggaan naar de grenspost waar we zijn binnengekomen is geen optie want we hebben daarvoor niet voldoende benzine en die is momenteel in Bolivia schaars. Overigens is het een fout van zijn collega dat hij niet heeft gestempeld, maar waarschijnlijk hadden we zelf ook moeten controleren dat er een stempel in het paspoort komt. Hebben we niet gedaan. Misschien kan hij zijn collega’s bellen, maar dat is volgens hem niet mogelijk. Dan maar betalen, als we Bolivia maar uit kunnen. De politieman is vriendelijk, wij blijven kalm glimlachen en we vragen hem ons te helpen. Geen probleem. Wij betalen, krijgen er geen kwitantie van, maar die hoeven we waarschijnlijk niet meer te overleggen. Na een uur verlaten we gerustgesteld, met medewerking van de agent en zonder één Boliviaanse stempel in het paspoort Bolivia. Formeel zijn wij nooit in Bolivia geweest, de Tembo Toy wel.

De grensovergang in Chili verloopt uiteraard zonder problemen, want daar weten ze van regelen en organiseren. Juichend rijden we Chili in: Het is ons gelukt! We zijn Bolivia uit en kunnen weer verder met reizen door dit waanzinnig mooie continent! Het is nog anderhalf uur rijden naar een bivakplaats. Het landschap van de Andes is afwisselend: bergen met besneeuwde toppen, vulkanen, zoutmeren, lama’s, vicuñas, we genieten volop! Aan de voet van ‘Volcán Poruña’ vinden we een mooie bivakplaats. De zon verdwijnt net achter de bergen. Vannacht wordt het maximaal -2°C, beter dan gisternacht.

07 en 08 Juni 2026, En nu? Waar naar toe? Vergadering!

Grensovergang bij Ollagüe

Bij het ontbijt zegt Jeroen: “Geachte aanwezige, de vergadering is geopend. Er is één agendapunt en dat betreft de reisbestemming. Het doel is om tot unanieme besluitvorming te komen. Wat zijn uw gedachten over het vervolg van de reis?” Ina denkt even na en zegt nippend aan haar kopje thee: “Ik heb wel behoefte aan wat warmer weer en zou graag de Amazone zien.” Jeroen knikt bevestigend: “Ja, dat kan als we om Bolivia heen rijden, via Argentinië en een stukje door Paraguay. Dan komen we uit in de Pantanal in Brazilië, ons oorspronkelijke plan. Dat zal zo’n 2500 km zijn.” Ina vraagt vervolgens: “En hoe gaat het dan verder?” Jeroen pakt de kaart erbij en begint te tellen: “Van de Pantanal langs de oostgrens van Bolivia door de Mato Grosso tot Porto Velho is ook zo’n 2500 km. Dan door de Amazonas naar Peru richting Cusco en/of Lima, ook 2500 km. Totaal dus 7500 km en daar hebben we ruim 2 maanden de tijd voor.” Ina vat samen: “Dus van Chili via Argentinië, Paraguay en Brazilië naar Peru? Dat is een flinke omweg, we zijn nu eigenlijk al vlakbij de grens met Peru, waarom zouden we dat doen?” Jeroen antwoordt: “Omdat we reizen en daarbij gaat het niet om de kortste weg. We willen de Amazone beleven en juni is een zeer geschikte periode daarvoor. Bovendien wordt het winter in Peru en in de Andes wordt het steeds kouder en onze kachel werkt niet.” Dit argument geeft de doorslag voor Ina: “Ik stel voor dat we naar Brazilië gaan.” Jeroen zegt: “Voorstel aangenomen. Vergadering is gesloten!”

Kijk, zo snel kan het gaan. We pakken de boel in en rijden dus niet naar het noorden, maar naar het zuiden richting San Pedro de Atacama. Vandaar gaan we de grens oversteken bij Jama en zullen dan naar Salta in Argentinië rijden. Via Calama komen we in San Pedro de Atacama aan; bekend terrein inmiddels,  maar niet minder mooi. Het is en blijft een fantastisch gebied. We doen boodschappen, drinken een cortado op het plein, kopen een kleurrijk kleedje voor in de Tembo Toy en eten een hapje. In het donker komen we aan op de camping Andes Nomads, ook weer bekend terrein. We zijn klaar voor het vervolgen van onze reis en wat voor één!

09 en 10 juni 2026, Van Chili naar Argentinië

We hebben diep geslapen. Dat mag ook wel, want vandaag gaan we een lange rit afleggen van 420 km in 6 uur naar Purmamarca in Argentinië. We nemen afscheid van Jessy die op de camping werkt en geven haar de Boliviaanse aardappelen die illegaal de Chileense grens zijn overgegaan. Compleet vergeten deze in Bolivia achter te laten. Om half 10 vertrekken we richting de Chileens-Argentijnse grens de Andes tegemoet. De toppen zijn bedekt door wolken waar poedersneeuw uit valt en soms op onze voorruit waait. We passeren de afslag naar de Boliviaanse grens die we een maand geleden hebben genomen. “Nog een keer een rondje Lagunaroute?”, grapt Ina. Nee, we rijden door over ruta 27 naar de grenspost Paso de Jama. Het is een geïntegreerde grenspost waar beide landen in hetzelfde gebouw de procedures afwikkelen. Van loket 1 schuiven we door naar loket 2, naar loket 3 en tenslotte naar loket 4. Nu nog de controle van de Argentijnse SAG. De man die er verantwoordelijk voor is dat we geen verse groente, vlees, zuivel, honing en andere verboden producten meenemen, doet weinig moeite. Hij werpt een blik in de cabine,  komt niet eens binnen en zegt dat we kunnen gaan. Jeroen zou zeggen: “Het is tijd voor een functioneringsgesprek.” We stappen in en rijden verder, nu over ruta 52.

Paso de Jama

Het is één lange en belangrijke asfaltweg over een hoogvlakte waar veel vrachtwagens rijden. Er zijn hier geen dieren te bekennen, geen bomen, geen struiken, het landschap heeft meer weg van een maanlandschap. Bijzonder om dat te zien. Op 4000m hoogte rijden we in beide landen langs enkele zoutmeren, die geheel of deels bevroren zijn. Op één meer zien we zelfs flamingo’s. De Salinas Grandes in Argentinië hebben we op 12 december vorig jaar bezocht. Vanaf hier stijgen we naar 4170 meter hoogte en dalen af door een prachtige vallei met gekleurde en geërodeerde bergen en veel cactussen. Het is prachtig om te zien, ook al is het bewolkt waardoor de kleuren van de bergen minder goed te zien zijn. Aan het eind van de middag arriveren we in Purmamarca bij Camping Luna Garcia waar we een half jaar geleden ook hebben gestaan. De eigenaar Xavier is verbaasd ons te zien en verwelkomt ons hartelijk. Het tijdverschil met Nederland is nu 5 uur. Als we in bed liggen begint het hard te waaien, zodanig hard dat we besluiten om het dak dicht te doen en het noodbed op te maken.

De volgende ochtend bezoeken we het toeristische dorpje Purmamarca (bekend om de kleurrijke bergen) en zien een feestelijke parade van de plaatselijke politie. Ze lopen één blokje om het plein. Reactie van Jeroen: “Dat had ik niet willen missen….” Na de koffie op een terras rijden we in zo’n 3 uur naar Salta, waar we naar een bandenzaak gaan om een doorn uit een band te laten verwijderen (nog een souvenir van Bolivia). De doorn wordt eruit getrokken en gelukkig heeft de doorn de radiaalband niet doorboord. Op naar de volgende garage, naar Guillermo, een oude bekende die we in december hebben ontmoet. De bladveren piepen en  kraken sinds april. Bij de garage in Santiago (Chili) kon het vet niet in de smeernippel van de vering komen. Ook in deze garage lukt het niet. Met een spuitbus lukt het wel. En door naar Villa San Lorenzo om boodschappen te doen bij de Jumbo. We rijden nog geen kwartier en weer horen we het kraken en piepen. Eerst maar naar de camping en dan zien we het morgen wel weer. In het donker komen we voor de derde keer aan bij Villa Kakelbond bij Frank Neumann. Hier blijven we tot en met zondag en vertrekken dan verder richting Brazilië.

13 juni 2026, Salta: Bakkie meets Troopy & asado

Het is aangenaam vertoeven bij Frank in Salta. Eigenlijk ligt het buiten de stad, namelijk in het dorp Villa San Lorenzo. Hier zien we de bergen en voelen we ons meer in de natuur. Een prachtige plek en we vinden dat wij op het mooiste plekje in zijn tuin staan tegenover de paarden. We ontmoeten de Nederlanders Els en Koen. Zij reizen in een schitterende zelfgebouwde Troopy, hetzelfde model als onze vorige 4×4, de Dinky Toy. Heel toevallig heeft hun 4×4 exact dezelfde rietgroene kleur als onze Tembo Toy. En we ontdekken nog meer overeenkomsten: het inklapbare buitentafeltje, de Fenix buitenlamp, de percolator en de gekleurde nespressokopjes. “Bijna eng!”, zeggen we lachend tegen elkaar. Het gepiep en gekraak van de auto wordt nader onderzocht met hulp van Frank en Koen. Het blijkt dat het geluid vooral te horen is bij het linker achterwiel bij de bladveren. Ina filmt het en we sturen het naar onze bouwer Pier die vertelt dat het probleem bekend is en eenvoudig is op te lossen. De auto heeft parabolische bladveren van het merk Terrain Tamer. Deze hebben kunststof blokjes tussen de bladen en die blijken te hard te zijn, waardoor ze niet soepel kunnen schuiven. Dit euvel is bekend bij TT en valt onder de garantie.

Op vrijdag rijden we naar de garage in Salta en de garagist plaatst kunststofstrips tussen de bladen met goed resultaat. De nieuwe blokjes kunnen we later in Brazilië bestellen. Na het bezoek aan de garage rijden we naar een ‘lavadero’ want de Tembo Toy heeft dringend een wasbeurt nodig. Hij ziet er weer picobello uit. ’s Avonds eten we met Els en Koen in onze auto en praten we over onze reizen. Zij zijn al twee jaar onderweg, begonnen in Canada en via de Verenigde Staten en Midden-Amerika in Zuid-Amerika aanbeland. Op zaterdag eten we bij Frank en zijn dochter Paulina asado met totaal acht Overlanders. Ina maakt een vinaigrette voor de salade en een aardappel/eiersalade. De asado is heerlijk! Het is hier winter,  overdag een aangename temperatuur, maar ’s avonds koelt het behoorlijk af, dus maken we het niet laat. Morgen reizen we weer verder.

14 juni 2026, Bivak en vissen aan de Rio Salado

We worden wakker met een bewolkte lucht: ideaal voor een reisdag. Frank zegt dat vanmiddag iedereen wordt uitgenodigd om in zijn huis op een groot scherm WK voetbal te kijken. Eerst Duitsland tegen Curaçao en daarna Nederland tegen Japan. Hij bestelt empanada’s. Het klinkt aanlokkelijk en gezellig, maar wij besluiten om verder te rijden. We hebben genoeg dagen stil gestaan. We nemen afscheid van Frank en zijn dochter Paulina en Els & Koen. Hopelijk zien we elkaar in de Pantanal in Brazilië. Al gauw rijden we op de snelweg richting het oosten. Het is zondag en er is weinig verkeer op de weg. Toch schiet het niet erg op vanwege de vele potholes op ruta 9 en ruta 16. Beide handen aan het stuur houden, want sommigen zijn behoorlijk diep. Na 235 km/3 uur en 15 min. komen we bij de YPF (benzinepomp) in de plaats Joaquin V Conzalez. Het is 16.00 uur en we zijn wel uitgereden. Het benzinestation ziet er nieuw uit en we besluiten hier achter het gebouw te overnachten. Maar eerst drinken we koffie. Op de kaart ziet Ina op 15 minuten rijden een kampeerterrein aan de ‘Río Salado’ waar je volgens de reviews kunt vissen. Daar gaan we naar toe. Als we er arriveren, zien we een twintigtal mensen vissen in de snelstromende rivier. Sommigen hebben al een vuurtje aangestoken om de vis op te bakken. Wel jammer om te zien dat er op zo’n mooie plek overal zwerfafval ligt. We parkeren de auto, Jeroen pakt zijn hengel, zoekt een goede visplek terwijl Ina alvast een potje kookt. Na een uur komt hij terug zonder een vis, hoewel hij aan de overkant van de rivier een grote plons zag. “Morgen ga ik een grote vis vangen,” zegt hij resoluut. We eten een hapje, kijken naar het WK voetbal en de formule 1 en gaan op tijd naar bed.  Morgen de volgende reisdag.

15 juni 2026, Presidencia Roque Sáenz Peña

De Argentijnse wekker gaat! Een personenauto stopt naast ons, opent de deur en uit de geluidsboxen klinkt hard Argentijnse muziek. Gelukkig waren we nèt wakker. We genieten van de vrolijke muziek die weliswaar de rust verstoort. Een jong stel stapt uit de auto, bewondert de Tembo Toy en even later vertrekken zij. Wederom is het vandaag bewolkt. Wij zijn van plan om op tijd te vertrekken en behoorlijk wat kilometers te maken. Echter, het plekje is prachtig en Jeroen ontdekt dat onze verplichte WA-verzekering voor de auto inmiddels is verlopen. Die moet dus worden verlengd en na het vetsturen van de email, zijn we om half 11 eindelijk klaar om te vertrekken. Twee zwerfhonden komen op ons af en kijken ons zielig aan. Ze hebben honger en wij geven hen brood. Niet echt gezond voor een hond, maar ze eten het maar al te graag op. De lange en bijna rechte weg is heel saai. Links en rechts eindeloos veel landbouwgrond en pampa, af en toe rijden we door een dorpje en we ergeren ons nogal over de staat van de weg. Veel kilometers zijn oké, maar ook plotseling stukken met ontzettend diepe potholes met scherpe randen. We moeten dan hard in de remmen om de banden enigszins te sparen. Heel gevaarlijk. We kunnen ons niet meer herinneren dat dit wegdek zo slecht was. We slalommen van links naar rechts, net zoals de vele vrachtwagens en tegenliggers. Het gebied waar we doorheen rijden, vinden we er armoedig eruit zien. Stoffige dorpen met zandpaden en eenvoudige huizen. Na 6 uur rijden hebben we er genoeg van. We zijn toe aan een warme douche en in de plaats Presidencia Roque Sáenz Peña (een hele mond vol voor een plaats) vinden we ‘Camping Centro De Empleados De Comercio’. Hier even bijkomen, slapen op de rustige camping en morgen uitgerust wakker worden, hopen we. Helaas gaan de honden de hele nacht te keer …. Ina heeft geen hond gehoord.

16 juni 2026, Laguna Oca bij Formosa

Het wordt vandaag een zonnige dag en een korte rit naar Formosa: ruim 350 km in nog geen 4½ uur. De weg richting het oosten naar de grote plaats Corrientes is in een aanzienlijk betere staat. Evenwel is het landschap saai, maar hoe dichter we bij Formosa komen, hoe meer palmbomen we zien. Dat duidt op warmere temperaturen. Vanaf de hoofdweg slaan we voor Formosa rechtsaf naar ‘Laguna Oca’ voor een overnachting. Na 5 km ripio arriveren we bij het grote kampeerterrein ‘Camping Curúza la Novia’. We zijn de enige gasten en we kiezen het mooiste plekje uit aan het water. Het sanitair is niet veel soeps, maar het mooie uitzicht op de lagune maakt alles goed. Je kunt hier kano’s huren en vissen. Jeroen wordt er blij van en vraagt de eigenaar welke vissen hier zwemmen. Er is een grote verscheidenheid aan vissoorten, variërend van kleine roofvissen tot grote exemplaren. Op het internet worden de vissoorten opgesomd: dorado, pacú (vegetarische vis die nauw verwant is aan de piranha); corvina de río (familie van de baars); boga (witvissoort); manguruyú, surubu, bagre, patí en armado (meervallen). Jeroen pakt meteen zijn hengel. Het moet toch lukken om één van deze vissen aan de haak te krijgen. Vandaag heeft hij geen mazzel. Morgen blijven we hier nog een dag, misschien heeft hij dan meer geluk.

17 juni 2026, Zit er vis in Laguna Oca?

In een aangenaam zonnetje ontbijten we en drinken koffie. Jeroen ziet beheerder Mathias een net uitzetten en meteen weer inhalen. Het resultaat: een tiental middelgrote vissen die hij als aas gebruikt. Jeroen gaat het lokaal gebruikte visgerei even checken en maakt naar het voorbeeld zijn eigen hengel in gereedheid: een forse haak aan een metalen onderlijn met een stuk lood, zodat het aas op de bodem ligt. Hij vraagt aan Mathias of hij zijn vissen mag gebruiken als aas en uiteraard is dat geen probleem. We vissen op piranha’s en die zijn hier nogal fors. Af en toe is er een voorzichtige aanbeet, maar de vissen knabbelen heel handig de haak kaal. Intussen is Ina zoet met vogels spotten en de hordeur die nog steeds niet helemaal af is. Nu we naar de Amazone gaan, is een goede insectenwerende hordeur van groot belang. Vervolgens gaat ze pannenkoeken bakken tot ze opeens Jeroen hoort roepen: “Ina, kom snel, ik heb beet!” De hengel staat goed krom en Jeroen haalt zijn forse piranha binnen. Het beest hapt met z’n scherpe tanden woest om zich heen, waarbij zijn kaken een klappend geluid maken. Jeroen twijfelt even hoe hij dit monster moet onthaken, maar dan komt reddende engel Mathias aangelopen en onthaakt de vis. Als beloning mag hij de vis houden en daar is hij blij mee. Later op de avond eet 23-jarige Mathias een pannenkoekje mee en we converseren via Google Translate. Hij is nieuwsgierig hoe wij dit plekje hebben gevonden, want er komen hier nooit buitenlanders. Alleen Argentijnen uit Formosa komen hier met het gezin om te ontspannen, te vissen, te zwemmen en te voetballen. Deze plek hebben we op Osmand+ gevonden. Het was een fijne ontspannen dag.

18 juni 2026, Waarom we ‘Tembo Toy’ afplakken

Bij een bewolkte lucht en een aangename temperatuur rijden we weg nadat we Mathias en de vijf honden gedag hebben gezegd. Eerst 5 kilometer ripio en daarna via ruta 11 naar de Argentijns-Paraguayaanse  grens. Bij het eerste loket verlaten we vlot Argentinië. Bij het tweede loket houdt een jongeman ons staande. Hij kijkt naar onze Tembo Toy en begroet ons: “Buenos días.” Daarna kijkt hij ons grijnzend aan, wijst naar onze auto en zegt: “Tembo Toy.” Jeroen legt uit wat ‘Tembo Toy’ betekent. Daarop lacht de man hoofdschuddend. We begrijpen zijn reactie niet en in het Engels legt hij uit: “In Paraguay in the Guaraní-language it means dick.” “Oooh!”, reageren wij ietwat beduusd, waarop de jongeman en zijn collega hard beginnen te lachen. Ina wil het fijne ervan weten en raadpleegt AI: “In Paraguay is “tembo” (afkomstig uit het Guaraní) een straattaalterm voor het mannelijk geslachtsdeel. In de lokale omgangstaal wordt het echter figuurlijk gebruikt om iemand gekscherend voor de gek te houden, zoals in de uitdrukking “tembo toy” (een verbastering van ‘tembo’ en het Engelse woord ‘toy’ voor speelgoed), wat vrij vertaald “speeltje” of “seksueel speeltje” betekent. Tembo Toy heeft dus ook een seksuele connotatie: De term wordt informeel en soms vulgair gebruikt om te verwijzen naar een persoon die zich (tijdelijk) laat gebruiken voor seksueel plezier. In het dagelijks taalgebruik in Paraguay kan de term ook vallen als grap onder vrienden om iemand belachelijk te maken of te plagen. Het woord Tembo wordt voornamelijk gebruikt als uitroep (bijvoorbeeld ¡tembó!) en is informeel of vulgair van aard. Het is vergelijkbaar met termen als “idioot”, “gek” of “rot op” in het Nederlands.” Tot zo ver de uitleg van AI. Tja, wat te doen? “Afplakken!” zegt Jeroen.

Na de grensovergang zien we een enorme lange rij wachtende vrachtwagens. Er lijkt geen eind aan te komen. Vervolgens rijden we over de Río Paraguay naar de buitenwijk van de hoofdstad Asunción voor wat boodschappen in de mall, geld pinnen (10.000 Guarani = € 1,40) en nieuwe slippers en elektrische tandenborstel voor Ina. Helaas die laatste niet gevonden, maar we kunnen wel een hapje Chinees eten! We rijden de enorm grote stad uit tot het wat rustiger wordt en maken op een landweggetje een bivak. Ina spot in het weiland een grote zwarte gier (Coragyps atratus), ook wel de Amerikaanse zwarte gier of raafgier genoemd en op de Amerikaanse continenten voorkomt. Het vrachtverkeer dendert de hele avond door, horen we van verre.

19 juni 2026, Toy in de greppel!

Het heeft de hele nacht flink geregend en ons trapje staat in een diepe plas regenwater. Op ons gemakje ontbijten we, terwijl de regen op het dak tikt. Tegen 11 uur vertrekken we en Ina stuurt zelfverzekerd de Toy door de diepe plassen over het zandpad. Dat gaat in eerste instantie goed, maar al gauw blijkt dat het pad een glibberig modderbad is geworden. Ina heeft haar handen vol aan het recht houden van de Toy en twijfelt of ze moet stoppen om de auto in 4×4 te zetten, of om door te rijden om het momentum niet te verliezen. En juist op dat moment glijdt de auto onbestuurbaar de greppel in. We zitten weer eens vast! We nemen geen halve maatregelen en pakken meteen de zandplaten, zetten de Toy in lage gearing 4×4 en ook nog de beide difflocks erop. Zonder problemen rijden we uit de greppel en slingerend over het spekgladde pad bereiken we de harde ondergrond. Pfff …. dat is gelukkig goed afgelopen. Je kan zo maar urenlang aan het ploeteren zijn in de modder en regen. De hele dag blijft het regenen en de weg met potholes is vol met (te) zware vrachtwagens. We schieten dus niet erg op en pas aan het eind van de middag bereiken we de plaats Yby Yaú, zo’n 100 km van de grens met Brazilië. Via iOverlander vindt Ina een prachtige bivakplek, aan de voet van een mooie rotsformatie, Cerro Memby genaamd. Het is een rotswand op een hoogte van 325 meter boven zeeniveau, een populaire bestemming voor wandelen en bergbeklimmen.

20 juni 2026, Wéér grensgedoe!

Wat is het hier stil. We horen alleen de vogels die ons vrolijk wakker fluiten. De lucht is half bewolkt en nu kunnen we beter zien waar we gisteren zijn terecht gekomen. Onze conclusie over Paraguay is dat als je op een hoogte van 300 meter boven de zeespiegel staat, je het platte tot glooiend groene landbouw- en weidelandschap volledig kunt overzien. De schaarse koeien die er in grazen hebben het qua ruimte beter dan in Nederland. We zien de grote steenpuist voor ons, zo’n 320 meter hoog. Verderop staat er nog één. Het fleurt het landschap behoorlijk op. Maar hoe zijn deze heuvels ontstaan? Oorspronkelijk was het hele landschap in deze regio even hoog als de top van de steenpuist. Door de eeuwen heen hebben regen, wind en rivieren de zachtere omliggende zandsteengrond volledig weggesleten. De delen van de rots die door de vulkanische hitte waren gehard, bleven over. Ze worden een getuigenberg of butte genoemd: een steile, geïsoleerde rotsformatie. Vanochtend doen we het rustig aan, nog niet wetend wat ons allemaal nog te wachten staat. We rijden naar het dorp Bonito in de Pantanal, een ritje van slechts 3 uur. Als we richting de Braziliaanse grens rijden, zien we het landschap veranderen. We genieten van de rotsformaties die nu in groten getale in het groene land opdoemen en we naderen na ruim een uur de grens. De grenscontrole is in Paraguay bij het dorp ‘Bella Vista Norte’ en in Brazilië in ‘Bela Vista’. Het zijn twee nederzettingen ontstaan in de 19e eeuw, tegenwoordig twee verschillende plaatsen direct aan elkaar grenzend en gescheiden door de Apa-rivier.

Op de kaart zien we waar de Paraguayaanse grenscontrole zich bevindt. Langzaam rijdt Jeroen langs een paar gebouwen, totdat Ina verbaasd zegt: “Joh! We zijn nu al in Brazilië!” Wat hebben we gemist? Niets lijkt erop dat we de controle hebben gemist. Auto’s en brommers komen ons tegemoet en halen ons voortdurend in. We rijden terug en parkeren de auto bij de gebouwtjes. Dit blijken wel degelijk de kantoren van de douane te zijn, maar alles zit potdicht. Een man op een brommer stopt en legt uit: “Het is weekend en de kantoren gaan pas maandag weer open!” Ai, daar hadden we geen rekening mee gehouden. “Wat hebben wij toch met grensovergangen?” vraagt Ina zich hardop af. We moeten vandaag wel in Bonito zijn, want we hebben daar voor 3 dagen een luxe hotel geboekt om onze 24-jarige trouwdag te vieren. Dat hotel is al betaald en bij een ‘no-show’ zijn we dat geld kwijt. We moeten uiteraard onze uitreisstempels hebben, dus zomaar doorrijden is geen reële optie (alhoewel dat voor rebelse Jeroen een aantrekkelijk alternatief lijkt). Een andere man suggereert de grensovergang bij Ponta Porã, 160 km terug. Die is open tot 17.00 uur.  Intussen begint de tijd te dringen, we besluiten snel en scheuren terug naar waar we vandaan kwamen.

Met een constante blik op de klok, bereiken we om 16.00 uur Ponta Porã en Ina heeft in de tussentijd via internet uitgevogeld hoe hier de grensovergang werkt. Daar worden we niet vrolijk van! Er blijkt geen duidelijke grens, die loopt virtueel dwars door de stad en om het nog wat ingewikkelder te maken zijn de politie- en douane kantoren verspreid over de stad. Dus eerst naar de Paraguayaanse politie voor de uitreisstempels en dat lukt warempel. Dan een kwartier naar de Paraguayaanse douane rijden voor de beëindiging van de TIP (tijdelijke invoer van de auto), maar dat kantoor is gesloten, ze gaan pas maandag weer open! We overleggen kort en besluiten om onze queeste voort te zetten. “Die Paraguayaanse TIP regelen we later wel op afstand, dat moet toch kunnen?” zegt Jeroen met enige twijfel in z’n stem. Na weer een kwartier rijden door de drukke stad arriveren we bij de Braziliaanse politie voor de inreisstempels en ook dat lukt. De vriendelijke beambte zegt: “Voor de TIP moet u 10 minuten rijden en ze sluiten om 17.00 uur. Het is nu 16.50 uur….”. Weer scheuren we door de stad, trekken als gekken op bij de stoplichten, vliegen over de talrijke hoge verkeersdrempels en bereiken met piepende banden het kantoor om 17.01 uur. Ina springt uit de auto en rent naar de bewaker bij de gesloten poort. Juist op dat moment verlaat een auto het terrein, een jonge vrouw stapt uit en vraagt aan Ina of ze haar kan helpen. Ze blijkt een medewerker te zijn en is voor vandaag uitgewerkt. Ina legt via de vertaalapp onze situatie uit en de vrouw zegt dat het kantoor morgen weer open is. Beteuterd kijkt Ina haar aan, trekt een pruillipje en zegt dat we vanavond in Bonito moeten zijn. Dat blijkt te helpen en ze zegt: “Parkeer daar de auto maar en kom binnen. Ik ga jullie helpen”. Joepie! Het zit ons een keertje mee! Na een half uur staan we met de Braziliaanse TIP weer buiten en rijden in het avondrood de stad uit. Bij de Braziliaanse grens heeft niemand ons gevraagd naar het van tevoren online ingevulde formulier met QR-code en ook zijn we niet gecontroleerd op het meebrengen van vers fruit, groenten en vlees. Bij een politiecontrolepost moeten we de Toy uitgebreid laten zien aan de enthousiaste politieagent, hij vindt het prachtig en wenst ons van harte een goede reis. Het is nog bijna 4 uur rijden in het donker naar Bonito, de weg is goed en er is niet veel verkeer. Ina rijdt en luistert naar een podcast en Jeroen kijkt voetbal Oranje – Zweden (5 – 1). Om 21.30 uur parkeren we de Tembo Toy voor de ingang van hotel Wetiga dat inderdaad luxe is. Na een douche rollen we in het kingsizebed. Wat een dag ….

Epiloog:

Onze ‘ontsnapping’ uit het politiek onrustige Bolivia is gelukt en daarover hebben we gemengde gevoelens. Blij dat we niet zijn geconfronteerd met de dreigende gewelddadige escalaties, maar een beetje verdrietig dat we zo hals over kop dit prachtige land hebben verlaten. We waren nog lang niet klaar met Bolivia, maar wellicht doen we een andere keer nog een poging.

21 tot en met 23 juni 2026, Bonito in Brazilië

Wat een heerlijke luxe, hier in het Wetiga Hotel in Bonito. Het U-vormige gebouw bestaat uit reuze boomstammen die een soort zuilengalerij vormen. De gangen naar de kamers bevinden zich aan de buitenzijde, open houten lamellen zorgen voor schaduw en frisse lucht. Vanaf de balkons kijk je op het zwembad dat geheel de binnenplaats vult. Het hotel is nog niet voor een kwart bezet, schatten we in. Met één ander echtpaar ontbijten we in de lege ontbijtzaal. ’s Middags lopen we in 20 minuten naar het centrum, drinken een cocktail (de Braziliaanse ‘Caipirinha’) en proosten op onze 24-jarige trouwdag, zien overal TV-schermen met WK voetbal en gaan uit eten in restaurant Juanita. De komende dagen wordt het slecht weer, koud en regen. Geen ideale omstandigheden voor de tours in de omgeving, dus wachten we beter weer af en blijven nog even hangen in Hotel Wetiga. Ook niet slecht.

We moeten iets gaan regelen met de Paraguayaanse TIP. Volgens de douane rijdt de Tembo Toy nog steeds in Paraguay. Dat moeten we natuurlijk rechtzetten. Jeroen gaat bij de hotelbalie informeren of zij kunnen helpen. Zij adviseren de Nederlandse ambassade in Brazilië om hulp te vragen. We hebben beiden weinig illusie dat zij ons te hulp zullen schieten. Jeroen doet toch een poging via WhatsApps. Hun antwoord: “Wat vervelend voor u. Helaas kunnen we u niet helpen.” We vinden nog enkele suggesties op internet, maar we besluiten om morgen terug te rijden naar de grenspost in Bella Vista Norte waar we voor gesloten kantoren stonden omdat het weekend was. Het is ruim 150 km waar we 2 uur over zullen gaan doen en dan meteen weer terug naar Bonito. Hopelijk sturen ze ons niet door naar Pedro Juan Caballero waar we de grens zijn overgestoken, want dat is 4 uur rijden. We gaan het zien….

Hoe moeilijk kan het zijn? Een stempel zetten op onze TIP. Appeltje eitje. Na 2½ uur rijden komen we aan bij de douane en immigratie van Paraguay. We hadden onderling als strategie afgesproken dat we het formulier van de TIP zouden geven met kentekenbewijs en Jeroens paspoort om af te laten stempelen. Verder niets vertellen. Als er vragen zouden komen, hadden we de uitleg in het Spaans al klaar. Zonder problemen rijden we over de landsgrens. Er is geen slagboom en geen controle en mensen passeren de grens met een auto of brommer. Zelfs zes schoolkinderen op de fiets rijden probleemloos van Brazilië naar Paraguay. Dus wij ook. We parkeren bij het kantoor van ‘Aduanas Bella Vista Norte – Administración Nacional de Navegación y Puerto – Paraguay’, lopen naar het kantoor waar de deur wagenwijd open staat, maar niemand is te bekennen. Een vriendelijke voorbijganger helpt ons en belt naar de medewerker om te zeggen dat er volk voor de deur staat. “De medewerker is aan het lunchen en komt over 5 minuten terug”, laat hij ons weten, doet zijn helm op en verdwijnt op zijn brommer naar Brazilië. Na een kwartier komt een vrouw aangelopen en neemt plaats achter het bureau. “Jullie gaan naar Brazilië?”, vraagt ze, waarop wij schijnheilig bevestigend antwoorden. Ze  weet niet dat we officieel al 3 dagen uit Paraguay zijn. Er is voor haar ook geen reden om dat in het paspoort na te kijken. Ze stempelt in beide paspoorten dat we vandaag Paraguay verlaten, ze maakt een foto van ons en ze stempelt de TIP. Alles is nu in orde. “Nu kunnen jullie naar de Braziliaanse politie en douane”, zegt ze. We knikken braaf, maar dat doen we dus niet, omdat we alle Braziliaanse stempels en TIP al 3 dagen hebben. In één streep rijden we terug naar Bonito. Een goed besluit van ons om het vandaag op een regenachtige dag te regelen. In het hotel gaan we naar de jacuzzi om bij te komen van de rit. Shakespeare zou zeggen: ‘All’s well that ends well’. Wij zeggen: Eind goed, al goed.

24 en 25 juni 2026, Tour Rio da Prata

Na 4 nachten verruilen we het prachtige hotel voor de Tembo Toy en zijn we weer toe aan reizen. In Bonito vinden we een touroperator waar we voor morgen een halve dagtour boeken bij ‘Recanto Ecológico Rio da Prata’: snorkelen in de heldere ‘Rio da Prata’ met een lunch. In deze regio kunnen tours niet ter plaatse worden geboekt, alleen bij erkende reisbureaus. Weer rijden we zuidwaarts naar een dichtstbijzijnde camping. Als we langs de plaats rijden waar we morgen worden verwacht, besluiten we er naar toe te rijden en hopen we dat we op de parkeerplaats mogen overnachten. Helaas wordt het terrein gesloten. Wel kunnen we voor de ingang staan. Dat doen we. Tegen zes uur wordt het donker en als we het terrein af rijden, zien we de lucht vuurrood kleuren. Het is een fraai gezicht. Morgen gaat de wekker om 8 uur. We kijken uit naar wat we gaan ondernemen.

Vóór zonsopgang begint het verkeer alweer te rijden over de weg waar we langs staan. Van slapen komt niet veel meer en dus gaan we mooi op tijd naar ‘Rio da Prata’ voor onze geboekte tour. De groep bestaat uit 10 mensen, waaronder een Nederlands gezin. We krijgen wetsuits, waterschoenen en duikbril met snorkel. Na een rondje door de ecologische tuin, waar we zien hoe ‘doce de leite’ op een houtvuur wordt gemaakt, stappen we in een bus die ons in 10 minuten naar de rivier brengt. We lopen in de zwemkleding en met de waterschoenen door het bos hetgeen een lachwekkend gezicht is. En dan staan we opeens op een steiger aan het water, prachtig helder en vol met vissen! De temperatuur van het water is aangenaam en in een lange slinger maken we al snorkelend een rondje door de lagune. Fascinerend om tussen de vissen te zwemmen! Je waant je werkelijk in een aquarium. De lagune wordt gevoed door meerdere bronnen die we onderweg passeren, het zand wervelt omhoog. Er staat een redelijke stroming en we laten ons in onze zwemvesten afdrijven over de rivier. Jeroen maakt intussen onderwateropnamen met de actioncamera. Na ongeveer een uur moeten we eruit omdat er een stroomversnelling is. We wandelen wederom soppend in onze waterschoenen door het bos en stappen 10 minuten later weer in de rivier. De stroming is nu wat sterker en we glijden door het water, de vele boomstammen ontwijkend. Al met al duurt de zwemtour zeker 2 uur en zijn we bevredigd. We voelen ons rozig, hebben trek en dan komt het goed uit dat er een uitgebreid lunchbuffet voor ons klaarstaat. We storten ons op de heerlijke gerechten en kletsen nog gezellig met de Nederlanders. Van 09.00 uur tot 14.00 uur zijn we bezig geweest met deze tour en we betaalden € 80 pp. Best een bedrag, maar we vonden dat we zeker waar voor ons geld hebben gekregen. Voor de overnachting rijden we naar een camping onder Bonito dat aan de ‘Rio Formoso’ ligt. Met nog één andere kampeerder staan we op het immens grote terrein. Het was een onvergetelijke dag!

26 en 27 juni 2026, Tour Ecoresort Boca da Onça

Gras onder onze voeten, aangename temperatuur en de rivier op loopafstand. Heerlijk rustig en we doen dan ook langzaamaan. We tanken drinkwater en Jeroen regelt online met de hulp van de campingbaas een visvergunning. Dat is nogal een gedoe, want je moet een Braziliaans sofinummer invullen en uiteindelijk gebruiken ze het belastingnummer van hem. Kosten? Geen …. want Jeroen is 65+. Hij zal trouwens nog even moeten wachten, want vissen is hier in de gehele regio verboden. We doen nog wat boodschappen in Bonito en rijden naar het noorden, richting Miranda. Onderweg slaan we linksaf een dirtroad in en komen uit bij het Ecoresort Boca da Onça. We hadden gezien op de kaart dat hier een canyon is met mooie watervallen, maar ook hier zijn er geen mogelijkheden om zomaar te gaan rondwandelen. In deze regio moet je alle tours officieel via een touragency boeken om iets van het natuurschoon te kunnen zien. We overleggen even, zetten ons over de lichte teleurstelling heen en besluiten de tour te boeken voor morgenochtend. Dat moet ook weer via een reisbureau in Bonito en gelukkig lukt dat online waar we de vorige tour hebben geboekt. Morgen beginnen we met een ontbijt om 07.40 uur, daarna een wandeling langs de watervallen, inclusief 5 plekken om te kunnen zwemmen. Een lunch sluit de tour af en daarna kunnen we de hele middag in en bij het zwembad rondhangen. We zijn benieuwd! We kunnen niet op het terrein van Ecoresort Boca da Onça  blijven slapen en dus zoeken we een bivakplek net even buiten de poort. Jeroen ziet al meteen een karrenspoor die we volgen en tegen een bosrand zetten we de Tembo Toy neer. Wat een lieflijk uitzicht over het heuvellandschap en slechts 7 minuten verwijderd van de tour die we morgen gaan ondernemen. We zien iets in de bosrand rondscharrelen en het blijkt een reuzenmiereneter te zijn. Wat een apart beest!

Vanochtend hebben we geen ontbijt in de Tembo Toy  nodig, want die krijgen we bij ‘Boca da Onça Ecotour’. Ina is blij verrast: “Ze hebben hier nasi goreng!” Ze pakt een bord, schept de ‘carreteiro’ (de Braziliaanse nasi goreng) op het bord en gaat er eens goed voor zitten. Geen groenten en ei, wel heerlijk gekruide gebakken rijst met stukjes vlees. Jammie! Bij het uitgebreide ontbijtbuffet staan wel 9 verschillende soorten cake. Misschien vreemd, maar deze zoete lekkernij wordt in Brazilië altijd bij het ontbijt geserveerd. Dan is het tijd voor de tour. De 4 km lange wandeling maken we onder begeleiding van een enthousiaste gids samen met 9 Braziliaanse toeristen. Twee jongelui spreken Engels en fungeren als vertaler van de gids. In de laadbak van een pick-up worden we naar het beginpunt van de wandeling gebracht en lopen we gedurende de tour langs 8 watervallen (cachoeira) en 5 zwemstops. Het water is kraakhelder en heeft een fris aangename temperatuur.

Eerst maken we foto’s bij ‘Cachoeira Borda Infinita’. Het effect van de natuurlijke ‘infinity pool’ is prachtig. Iedereen wordt door de gids gefotografeerd. We lopen het water in waar we een weids uitzicht hebben over de heuvels en het water over de rand zien verdwijnen. Een magische plek. Na nog geen 5 minuten arriveren we bij de volgende zwemplek. En zo gaat de wandeling van waterval naar waterval. Halverwege houden we een korte pauze en gaat de tour daarna verder naar de grote rivier ‘Rio Salobra’ waar we wederom een duik nemen. Vanuit de rivier zien we de hoogste waterval in de staat ‘Mato Grosso do Sul’, de ‘Cachoeira Boca da Onça’ met een indrukwekkende vrije val van 156 meter diep. Duidelijk is ook het ‘Plataforma do Rapel’ te zien. Vanaf dit platform kun je abseilend een adembenemende afdaling maken van 90 meter recht de Río Salobra-kloof in. Na het zwemmen lopen we verder en staan oog in oog met de lange waterval ‘Cachoeira Boca da Onça’. Wat een grootsheid. Indrukwekkend! Na weer een duik in het water lopen we via een trap met 886 treden naar boven. “Langzaam en in hetzelfde tempo naar boven lopen”, zegt Jeroen tegen Ina, “dan houd je het wel vol.” De anderen hebben een veel te hoog tempo, moeten onderweg een paar keer uitblazen en komen hijgend en zwetend boven, terwijl wij op hen wachten. De oudjes doen het nog best goed en sommige Brazilianen klappen spontaan voor ons. Tot slot lopen we met de gids naar de ‘Plataforma do Rapel’. Niet voor de afdaling, wel voor het uitzicht op de rivier en het landschap. Het is schitterend! De pick-up auto haalt ons weer op voor de volgende activiteit: de lunch. Het uitgebreide buffet staat klaar en we smullen ervan. Uitbuiken doen we bij het verwarmde zwembad. Wat een fantastische tour en dag. Nogal toeristisch, maar echt wel een aanrader.

Wat een heerlijke dag hebben we gehad. Om half 5 wordt iedereen gesommeerd om het zwembad en het terrein van Ecoresort Boca da Onça te verlaten. We hebben besloten om terug te gaan naar de bivakplek in het heuvellandschap, omdat we geen zin hebben om verder te rijden. Bovendien is het om half 6 al donker. Als we ’s avonds WK voetbal kijken, horen we een brommer rijden die vlakbij onze auto stopt. “Hallo!”, horen we aan de andere kant van de deur. Het zijn twee jonge mannen die verderop in een boerderij wonen. Ze informeren wat wij hier doen en wij vragen beleefd of we hier mogen overnachten. Dat is totaal geen probleem. Dan volgt een gesprek met de vertaalapp. Ze wijzen naar een heuvel en maken duidelijk dat daar iets vreemds aan de hand is. Elke avond tussen 9 uur en half 11 zien zij 3 tot 5 lichtjes die om elkaar heen draaien. Eén van de jongens laat een filmpje op zijn telefoon zien. We zien enkele lichtjes, maar het is niet helemaal duidelijk wat er gebeurt. “Het zijn misschien wel aliens”, zeggen ze. Nu verklaren de jongens hard lachend dat ze dachten dat wij ook aliens zouden zijn. “Huh?!” En ze vragen of wij in aliens geloven, waarop we maar geen antwoord geven. Het is een hilarisch verhaal en tevens lachwekkend omdat de mannen bij elke uitleg uitbundig moeten schaterlachen. Ze hebben een flesje eigen gestookte sterke drank op basis van suikerriet bij zich en verontschuldigen zich dat ze het ons niet laten proeven. Er zit namelijk veel alcohol in. Zelf denken we dat ze al behoorlijk wat op hebben. Het is onmiskenbaar dat ze aangeschoten zijn en daardoor heel vrolijk. We nodigen hen uit om onze ‘casa sobre rodas’ (huis op wielen) van binnen te zien en dat willen ze wel. Verstandig of niet, Jeroen schenkt hen een ‘gin tonic’ in terwijl ze verbaasd de ruimte in onze Tembo Toy aanschouwen. Als Ina de kraan opent, lachen ze tegelijk ongeremd en ze zijn beduusd dat we stromend water hebben. “We hebben ook een toilet en douche”, zegt Jeroen. Dit gaat alle verwachtingen te boven en weer moeten ze hevig lachen. Buiten gaat het gesprek verder en vinden zij alles wat wij zeggen zo grappig dat ze uitzinnig gieren van het lachen. Jeroen heet ‘Géronimo’, een echte Portugese naam en ze vinden het fantastisch dat een Hollander een Portugese naam heeft. Ina kent het Portugese woord voor schoen, namelijk ‘sapato’ (lekker belangrijk) want in het Maleis heet dat ‘sepatu’, één van de leenwoorden uit het Portugees. De hele vallei wordt gevuld door hun schatergelach terwijl ze op hun schoen wijzen. Dan wordt Jeroen uitgenodigd om met hun geweer te schieten, want ze zijn jagers. Het wordt duidelijk tijd om dit gesprek te beëindigen, we kijken nog een keer naar de heuvel, zien geen bijzonderheden en de mannen vertrekken op de brommer naar huis. Ze beklemtonen nog dat het in het donker buiten gevaarlijk kan zijn met de jaguars die hier rondlopen. We verzekeren hen dat we lekker binnen blijven.

“Geloven jullie in aliens?”

28 en 29 juni 2026, Op weg naar de Transpantaneira

Wat is het hier stil in de vallei. Alleen de toeristenbussen horen we passeren. In alle rust nuttigen we ons ontbijt en aan het eind van de ochtend maken we aanstalten om te vertrekken. In een uur rijden we naar de plaats Miranda waar we aan ‘Rio Miranda’ een camping voor € 5,00 vinden aan het bruine water. De plaats is nauwelijks een camping te noemen. Het terrein lijkt meer op een werkplaats. Het sanitair is rampzalig en uit de kraan komt bruin water. Wat een contrast met waar we vandaan komen. Eén nacht houden we het hier wel uit.

30 juni tot en met 2 juli 2026, Jungle Lodge in de Pantanal

Hier bij Miranda stikt het van de muggen die zich weinig van de deet aantrekken. Daarom blijven we hier slechts één nacht en vertrekken we. Eerst tanken en extra sterke muggenspray kopen bij de ‘farmacia’ in de stad Miranda. Het blijkt een gezellig centrum te hebben met veel winkels. De kleur is overduidelijk geel/groen. Vanavond speelt op het WK-voetbal in de knock-out fase Brazilië tegen Japan. Via route 262 rijden we de MS-184 (ripio) op waar we in een watertje een kaaiman roerloos zien liggen. We rijden over een aantal houten bruggen (max 15 ton) en bereiken voor de overnachting ‘Pantanal Jungle Lodge’ aan de ‘Rio Miranda’. Hier verhuren ze kamers, organiseren ze verschillende tours, is er een restaurant, een bar, een zwembadje en een wasmachine. We mogen hier voor 160 BRL (€ 27,00) met onze auto staan en gebruik maken van het zwembad en sanitair. Wel prijzig, maar er zijn hier minder muggen en dat vinden we top. Als we het restaurant binnen stappen, is de voetbalwedstrijd Brazilië-Japan gaande met een paar Braziliaanse toeschouwers. Ze juichen uitbundig als Brazilië in de laatste minuut de wedstrijd wint met 2-1. Een medewerker gebaart ons om naar de tuin te gaan. Daar loopt een enorm grote vogel. Het is een Jabiroe (Jabiru mycteria), ook wel reuzenooievaar genoemd en komt hier in de regio Pantanal voor. Ze kunnen wel 1½ meter hoog worden. Wat een groot nest zullen ze moeten bouwen.

Jeroen gaat aan het eind van de middag met vijf Brazilianen vissen in de Rio Miranda. Het water is niet helder, wel modderbruin. Na een half uur roept hij: “Ina! Vis!” Ze snelt uit de auto om te filmen. Wat een joekel! Enkele Brazilianen schieten hem te hulp om de vis binnen te halen. “It is a dog-fish and you can eat it.” We zoeken op internet welke vis het precies is. Het blijkt een Cachorra te zijn, ook bekend als de ‘Payara’ of ‘vampier-vis’ vanwege zijn zeer grote bek en indrukwekkende, puntige slagtanden in de onderkaak. Deze agressieve roofvis jaagt op andere vissen in de rivieren van Zuid-Amerika. Ze kunnen zeer groot worden en zijn gewilde trofeeën voor sportvissers in het Amazonegebied. Ina maakt een foto en de Braziliaan legt uit hoe Jeroen de vis voor zich moet vasthouden, zodat je goed kan zien hoe groot de trofee is. Trots toont Jeroen de vis voor de camera en vangt daarna nòg een payara, maar dan kleiner. De Brazilianen bezien het met lichte afgunst …. In de auto kijken we naar Nederland-Marokko en missen de eerste helft omdat we aan het goochelen zijn met het tijdsverschil. Dus toch 6 uur verschil. We vinden dat een veel beter Marokko terecht wint.

Vandaag hebben we na een rustdag weer een excursie. Deze keer gaan we dieren spotten vanuit een boot die over de Río Miranda vaart. We zijn benieuwd wat we zullen tegenkomen. De boottocht is in de ochtend wat we prima vinden, want vandaag wordt het héél warm. Om 7.30 uur staan we met zes andere toeristen bij de boot. Iedereen stapt in, wij als laatsten en nemen plaats op de voorste stoelen. De kapitein annex gids kent de omgeving goed en wijst ons op de dieren die we zien, voornamelijk vogels: aalscholvers, reigers waaronder de tijgerreiger, kuifcaracara (Caracara plancus, in het Portugees en lokaal bekend als Carcará), een ijsvogel, rode aras (papegaaien), reuzenooievaars op een nest en nog een paar vogels waar we de naam niet van weten. Als hij de boot aan de kant van de oever door de waterplanten vaart, zien we voor ons een capibara die niet op ons bezoek is gesteld en hij schiet onmiddellijk weg. Dat is jammer, want normaal zijn er op deze plek wel tien capibara’s en ze zijn ook niet schuw. Het geluksmoment van de tour zijn de zwarte brulapen. Hoog in een boom zien we een zwart mannetje en twee vrouwtjes die roestbruin van kleur zijn en een jong die geelbruin is. Om verwarring te voorkomen: de vrouwtjes van de zwarte brulaap zijn dus bruin. Ze staren ons aan en wij staren hen aan. Ze verroeren zich nauwelijks en lijken voor ons te poseren voor het beste plaatje. We krijgen er geen genoeg van. Iets voor 12 uur zijn we terug bij de lodge. De jaguar hebben we nog niet gezien, maar wij hebben geduld. Wat niet is, kan nog komen. In de middag zitten we aan het zwembad voor verkoeling en daarna kijken we naar de wedstrijd ‘België-Senegal. Wat een thriller van een wedstrijd. Het is te warm om te koken, vandaar dat we lekker in het restaurant eten.

Wat is het koud vandaag! De temperatuur is ten opzichte van gisteren met 10 graden Celsius gedaald. Dat voelen we duidelijk en dus blijven we binnen. Het leven van een Overlander: sinds gisteren hebben we ongewenste gasten. We zijn heel blij met de cabine waar geen zandkorrel naar binnen komt. Maar hele kleine mieren weten in groten getale via de buitentrap wel naar binnen te dringen. Heel vervelend. Gelukkig bijten ze niet. We gaan de beesten te lijf met azijn en dat helpt. Ze zijn bijna verdwenen en door de kou waarschijnlijk ook weer terug gegaan naar hun nest. Morgen vertrekken we en laten we hen met plezier achter.

3 tot 4 juli 2026, Fazenda Pousada Joâo, weerzien met een bekende Overlander.

Wat een afstand leggen we vandaag af. Slechts 22 km die we in een rustig tempo over de Transpantaneira rijden. Op elke brug turen we over de Wetlands om vogels te kijken en of we ergens een kaaiman kunnen spotten. Verder kijken dan onze neus lang is, lukt niet. Om de Wetlands werkelijk te ontdekken, heb je een paard of een boot nodig. Wie weet, gaan we nog te paard en op een boot. We arriveren bij ‘Fazenda Pousada São João’, één van de vele fazenda’s (boerderij). Hier ontmoeten we Sonny, de Pakistaan wonend in Michigan, Amerika. We hebben elkaar eind april in San Pedro de Atacama in Chili ontmoet en steeds contact gehouden. Het is een vrolijk weerzien met de altijd goedlachse Sonny die nu alleen reist. Tevens maken we kennis met de Duitsers Svenja & Hannes. We kletsen wat af en eten samen. Sonny maakt Pakistaanse gerechten en Ina maakt bami goreng met sayur boncis (sperziebonen) in kokosmelk. De groenten krijgen we van Svenja en Hannes, want zelf hebben we niets meer in de groentenla liggen. Zij zorgen tevens voor de heerlijke Boliviaanse wijn. Het is een leuke ontmoeting met lekker eten en goede (reis)verhalen.

We zijn nu twee weken in de Pantanal. Maar wat is het eigenlijk voor een gebied? De Pantanal is het grootste tropische draslandgebied (wetland) ter wereld. Het is ruim vier tot vijf keer zo groot is als Nederland. Het overgrote deel ligt in het westen van Brazilië en het strekt zich ook uit over delen van Bolivia en Paraguay. Niet voor niets bezoeken wij de Pantanal in het droge seizoen (april tot oktober) want in het regenseizoen staat ongeveer 80% van het gebied onder water. De hoogste concentratie wilde dieren van heel Zuid-Amerika leven in de Pantanal: de grootste populatie jaguars ter wereld, bijzondere zoogdieren zoals de capibara (het grootste knaagdier ter wereld) en de reuzenmiereneter, duizenden kaaimannen en otters en meer dan 650 vogelsoorten. Genoeg dieren om te spotten en daar komen we dan ook voor. Om half 7 ’s ochtends wandelt Ina met Sonny en Hannes om vogels te spotten. Jeroen blijft liggen om nog wat slaap in te halen. Omstreeks 4 uur kakelen de vele kippen en kraaien de hanen urenlang. En dat verstoort je nachtrust. Gedurende de wandeling zien we heel veel vogels, de meesten van een grote afstand. De Pantanal is een waar vogelparadijs. We ontbijten samen en Svenja oppert om vanmiddag te gaan paardrijden door de Wetlands. “Wij doen mee!”, zegt Jeroen enthousiast. Ina kijkt nog even bedenkelijk, want zij is niet zo van het paardrijden. Maar als je iets van het moeraslandschap wil zien, dan kan dat alleen met een paard. Iedereen gaat mee.

Om 15.00 uur staan we klaar om te vertrekken. Eerst een helm uitzoeken en op ons hoofd zetten. Het ziet er ridicuul uit. Daarna krijgen we wat instructies over hoe je op een paard moet rijden en we leren dat een paard bijna precies hetzelfde werkt als een auto: je geeft gas door met je hakken tegen de flanken van het paard te tikken om hem aan te sporen om te lopen, je remt door de teugels aan te trekken en je stuurt naar links of rechts door de teugels zacht naar de gewenste richting te trekken. Heel simpel! Gedwee lopen de paarden achter de gids aan. Het is een geweldige ervaring om te paard door de Wetlands te rijden naar plekken waar we met onze 4×4 of per boot nooit zouden kunnen komen. Wat een fantastische natuur is het in deze regio. We zien veel bloemen, vogels, een hert en zelfs een paar apen. Jaguars en kaaimannen komen we niet tegen. Het gebied heet niet voor niets ‘Wetlands’. De paarden lopen door diep water, waardoor we zelf tot de knieën nat worden. Vlakbij de fazenda bereiken we het grote weiland met de koeien. Daar staat een heel klein kalfje wijdbeens te wankelen op zijn poten. Slechts een paar minuten geleden is hij geboren. Wat een bijzonder moment. Het is bijna donker als we bij de fazenda zijn. Na een warme douche dineren we samen in het restaurant. Het eten is heerlijk en tevreden rollen we daarna het bed in.

5 Juli 2026, Ontmoeting met ‘Mission Amazon’

We nemen afscheid van Sonny nadat we als herinnering een paar foto’s hebben geschoten. Hij rijdt naar het zuiden en wij naar het noorden. Svenja en Hannes zullen we over een paar dagen weer ontmoeten. Onze route gaat verder over de Estrada Transpantaneira (MS-228). Ook deze dag rijden we niet ver, slechts 65 km. We zijn nog niet vertrokken of we zien een neusbeer voor de auto oversteken. De ze hebben we in Argentinië ook gezien. Bij alle bruggen rijden we langzaam om over het wetland te kijken en dieren te zien. Totaal zien we tien kaaimannen, twee capibara’s, die beiden rustig naast een kaaiman lagen te zonnen (!), een knaagdier die snel de ripio oversteekt en wederom veel vogels. Als we bij Rio Paraguay arriveren bij Porto da Manga moeten we wachten op de pont die aan de overkant ligt. Jeroen informeert of de pont op zondag wel vaart. “Jawel hoor, hij komt over een uur.” Ina zet een bakje koffie en Jeroen pakt zijn hengel om te vissen. De stroming is sterk en neemt veel waterhyacinten mee waar de lijn enkele keren in vast komt te zitten. Het uur is zo om en we kunnen de veerboot oprijden. In 7 minuten zijn we aan de overkant en betalen voor dit korte ritje € 13,00. We zijn wat verbaasd over dit grote bedrag, vragen het na, maar het lijkt wel ongeveer te kloppen. We doen vandaag niet moeilijk en betalen. De Rio Paraguay is de laatste rivier die we tegenkomen voordat we de plaats Corumbá bereiken. Hier zoeken we een overnachtingsplaats zodat Jeroen zijn hengel kan uitwerpen. We slaan rechtsaf de ripio op en we zien op een open grasveld  veel auto’s staan, een gebouw en heel veel mensen. Het is vandaag zondag en we denken dat het het gebruikelijke familie-zondaguitje is. Maar niets is minder waar. We zijn bij ‘Estrada Parque Pantanal’. Hier parkeren we naast een legertruck en lopen naar het gebouw om te vragen of we hier kunnen overnachten. Een man loopt ons tegemoet, spreekt ons aan in het Engels en vraagt of hij ons kan helpen. En wat blijkt? Alle mensen zijn van de Braziliaanse organisatie ‘Mission Amazon’, een christelijke en humanitaire vrijwilligersorganisatie. In de afgelegen Amazone en in de Pantanal organiseren zij zendingsreizen. Ook bieden zij humanitaire hulp, het leveren van medische en tandheelkundige zorg aan geïsoleerde plattelandsgemeenschappen (vaak ribeirinhos genoemd) die geen toegang hebben tot ziekenhuizen. Vrijwillige (tand)artsen reizen met de groep mee. Tevens geven ze steun aan de gemeenschapsontwikkeling door het opzetten van onderwijsprojecten, het uitdelen van voedselpakketten en het bouwen van voorzieningen. Voor het gebouw liggen veel grote pakketten klaar om te worden uitgedeeld.

We worden door iedereen hartelijk ontvangen en de eigenaresse zegt dat we hier kunnen overnachten. De man, die van de vrijwilligersorganisatie is, vraagt of we willen eten. Daar hebben wel zin in. De Braziliaanse Lina, woonachtig in Florida en ook vrijwilliger van de organisatie, spreekt ons in het Engels aan. We kunnen bij haar aan tafel zitten en ze introduceert ons aan een Braziliaan die geen Engels spreekt. Geen probleem, Lina vertaalt alles voor ons. Door de vele vragen kunnen we amper eten. Ze willen weten welke nationaliteit we hebben, hoe wij met de auto in Zuid-Amerika komen, wat we van Brazilië hebben gezien en wat we nog gaan doen. Lina heeft familie in Nederland, heel toevalig in Apeldoorn waar Ina haar jeugd heeft doorgebracht. “Dit is geen toeval”, zegt Lina. Dan wil de man ons een verhaal vertellen. Zijn vrouw had kanker en is er wonderwel van genezen. Na het eten wil hij voor ons en met ons bidden en hij geeft ons 13 bijbels geschreven in het Braziliaans die wij aan anderen kunnen geven. We parkeren de auto aan het eind van het veld bij een boom waar een leguaan in is geklommen. Wat een bijzonder dier is het toch als je hem van dichtbij ziet. ’s Middags kijken we met de hele groep naar het WK, Noorwegen tegen Brazilië. Ze zijn hoopvol maar na de wedstrijd diep teleurgesteld dat Brazilië met 2-1 verliest, het land waar iedereen bezeten is van voetbal. Noorwegen (Haaland) is gewoon te sterk voor Brazilië. De groep Brazilianen blijven een week en zij zullen verschillende dorpen bezoeken. Morgen beginnen ze met een gezamenlijke dienst. We worden uitgenodigd om er bij te zijn.  Ze hebben elke dag een vol programma en de dienst is na het ontbijt om 6 uur. Na twee moeizame nachten met harde kippen- en hanengeluiden dachten we te kunnen uitslapen….. Dan maar vroeg naar bed.

6 tot en met 8 juli 2026, Wachten op de vrachtboot in Corumbá

Een wekker hebben we niet nodig. Om kwart voor 6 is de groep al aan het zingen. Jeroen blijft in bed liggen, want hij heeft een behoorlijke slaapschuld. Ina trekt snel de kleren aan en gaat bij de groep zitten. De mensen zingen in het Portugees en het klinkt vrolijk, heel anders dan de liederen die Ina van de Psalmen en Gezangen kent. Tegen het eind van de ochtend gaan we weer op pad. Wederom over de Transpantaneira met de vele bruggen. We zien het landschap veranderen. Heuvels verschijnen en het land is minder nat. De komende drie dagen overnachten we in een huisje in de stad Corumbá. Deze overnachting is goedkoper dan kamperen bij een fazenda. De auto parkeren we voor het huisje. Vier kinderen komen nieuwsgierig naar ons toe. Eén van hen is een 12 jarige jongen en hij spreekt behoorlijk goed Engels. Ze stellen allerlei vragen. Als alle vragen zijn beantwoord, rennen ze al zwaaiend naar huis die verderop staat. Ook komt de buurman ons verzekeren dat het hier veilig is en dat iedereen in de straat familie is. Het huisje blijkt op loopafstand van het centrum te zijn. Het interieur is zeer basic wat we op zich niet erg vinden. Wel ziet het er binnen ongezellig en hokkig uit. Morgen wordt het mooi weer en kunnen we op de betonnen vloer van de tuin op plastic stoelen zitten. Helemaal goed. Na een warme douche tuimelen we het bed in voor hopelijk een stille nacht.

Vannacht hebben we aan één stuk door geslapen. Ontbijten doen we buiten in de zon. We hebben zin in koffie en we wandelen in de middag naar ‘Dolce Café’. Het is een unieke combinatie van een bakkerij, restaurant en choperia waar je ‘chopp’ (bier) kunt drinken. Daarna lopen we naar de rivier Paraguay en zien de avondzon. Met de warme temperaturen hebben we totaal geen associatie met de winter op dit continent en we kunnen maar niet wennen dat het om half 6 donker is. In het goed aangeschreven restaurant ‘Churrascaria Laço de Ouro’ eten we ‘pintado’. Dit is een grote, populaire zoetwatermeerval die bekend staat om zijn typische donkere stippen. De naam betekent letterlijk ‘gevlekte vis’. Het gerecht bestaat uit gebakken meervalfilet in sugo-saus met kokosmelk en room, gegarneerd met mozzarella en geserveerd met witte rijst en friet. Groente? Daar doen we vandaag niet aan. In het donker wandelen we terug met een doggybag waar vis in zit. Wat doen we eigenlijk in Corumbá? We wachten op de vrachtboot die ons zal brengen naar Porto Jofre. Je kunt er ook met de auto komen, maar dan heb je zo’n 1300 km af te leggen. Wat veel Overlanders doen, is een plaats op de vrachtboot reserveren en in drie dagen naar Porto Jofre varen. De boot vaart dag en nacht en onderweg stopt de boot om goederen in of uit te laden. Er wordt van alles vervoerd, soms ook vee. De boot wordt ook gebruikt als openbaar vervoer. Passagiers kunnen in een hangmat of in een stapelbed slapen. Er is geen luxe aan boord, gewoon basic waar we gebruik kunnen maken van sanitair, een ‘warme’ douche kunnen nemen en we drie maaltijden per dag krijgen. Het is geen goedkope tocht. Ina heeft flink met de eigenaar Relbert onderhandeld, op iOverlander foutief Herbert genaamd. We betalen net iets meer dan € 500,00 (3000 reais). Voor een vrachtwagencamper betaal je 4000 reais. Voor geïnteresseerden: Kapitein Relbert, eigenaar van de vrachtboot van Corumbá naar Porto Jofre en visa versa. +556799972915

9 tot en met 12 juli 2026, Op de pontonboot naar Porto Jofre

Om 9 uur worden we verwacht bij de haven. Maar welke? Als we op de afgesproken plaats arriveren, zien we twee rijen Overlanders staan en dus moet dit de juiste ontmoetingsplaats zijn. We zijn op tijd, maar het blijkt toch de verkeerde haven te zijn. Kapitein Relbert laat ons weten dat we bij een plek verderop moeten zijn waar iedereen gemakkelijker met behulp van oprijplanken de ponton op kan rijden. Wij staan achteraan, Jeroen keert de Toy, gaat voorop, de anderen volgen en maken de optocht compleet. Bij deze plaats wachten we in een mooie rij op de vrachtboot, maken we kennis met elkaar en bekijken we elkaars camper. De club bestaat uit Scott uit Amerika, een Zwitsers echtpaar en acht Duitsers. Hekkensluiters zijn de Nederlanders Joep en Ellen uit Nederland die naar ons toelopen en kennis maken. We kennen hen niet, maar wel hun camper met Chileense nummerplaat. In Santiago kwamen we Simon en Lara tegen die hun camper hebben verkocht. Aan wie? Aan Joep en Ellen. Grappig. In de loop van de ochtend verschijnt Relbert eindelijk met de boot en laat hij alle Overlanders de twee pontons oprijden. We lunchen en we kunnen wat ons betreft vertrekken. Daar gaan we dan. Echter, bij de plaats waar wij in eerste instantie op hem stonden te wachten, ontkoppelt hij na 5 minuten varen de beide pontons, worden goederen op de boot ingeladen en komen er passagiers aan boord. Jeroen neemt van de gelegenheid gebruik om zijn hengel uit te werpen. De vissen bijten volop, maar laten snel los. Geen vangst vandaag.

Pas tegen zonsondergang vertrekken we echt. Het boarden heeft dus de gehele dag geduurd en we worden als toetje geconfronteerd met heel veel muggen! We zijn er voor gewaarschuwd, anti-muggenspray helpt deels en ze prikken door je kleren. Oppassen geblazen dat ze de auto niet inkomen. En we mogen ook weer eten. Rijst met bruine bonen, een gedroogd cassaveprutje, groentensalade, spaghetti en vlees. Ongeveer hetzelfde als de lunch. We raken vol van de koolhydraten en we zijn benieuwd wat we morgen op het bord krijgen. Na een uur of 9 zijn de muggen verdwenen en kunnen we buiten zitten om af te koelen en te staren in het donker.

De boot vaart dag en nacht door en onderweg worden goederen in- en uitgeladen. Er komt zelfs een derde ponton bij waar onder andere een 4×4 en een traktor op staan en die naast de laatste ponton wordt vastgemaakt. De boot moet behalve een aardig kapitaal ook een behoorlijk gewicht duwen. Beiden geen enkel probleem. Wij staan helemaal vooraan met vrij uitzicht op Río Paraguay en in de volle zon. Het wordt te warm, Jeroen creëert schaduw met een zijwand van onze luifel en we maken een gezellig terrasje. Overduidelijk hebben we de mooiste plek en dat wordt ontdekt door de andere Overlanders. Regelmatig komen ze naar voren om dieren te spotten, te genieten van de opkomende/ondergaande zon en van het uitzicht, terwijl ze beamen hoe vorstelijk wij erbij zitten. De lunch en avondeten bestaat wederom uit rijst, veel koolhydraten, farofa (geroosterd cassavemeel), vlees of kip en weinig groenten. Het moet gezegd worden: het vult de maag, maar het eten is geen culinair hoogstandje. Ons hoor je echter niet klagen. Inmiddels varen we over Río São Lourenço, tevens de grens van ‘Mato Grosso do Sul’ in het noorden (MT). Joep en Ellen schuiven bij ons aan. Links en rechts zien we otters, capibara’s, veel vogels en ontzettend veel kaaimannen. De tel zijn we kwijtgeraakt. Op internet is te lezen dat in de Pantanal wel miljoenen kaaimannen leven.

Relbert nodigt iedereen uit om in groepjes van vier personen in het kleine bootje te varen. Dat willen wij natuurlijk ook en we komen hiervoor vlotjes uit onze luie stoel. Bijna een uur lang varen we langs de beide oevers en zien veel kaaimannen van dichtbij. Een kaaiman en een vlinder zijn dikke vriendjes. De kaaiman ligt heel stil terwijl de vlinder om hem heen fladdert. “Leeft ie wel?”, vraagt Ellen, waarop zij hem verzekert dat hij wel leeft. Op naar de volgende jacaré (kaaiman). De boot draait op korte afstand om de kaaiman die zichtbaar ontspannen en roerloos langs de kant ligt. “Je kunt hem ook aaien”, grapt Joep. Hoe je ook naar hem kijkt, met zijn grote oog (het andere oog zien we niet) kijkt hij je recht in je gezicht aan met een dikke grijns. Zie het bewijs op de foto. In werkelijkheid houdt hij ons in de gaten. Als de boot naar zijn mening te dicht bij hem komt, draait hij ineens zijn kop naar ons toe, daarna behendig zijn grote lijf en verdwijnt vlak langs de boot de rivier in. De boot vaart door totdat het bij een kreek aanmeert waar goederen worden in- en uitgeladen. Jeroen zegt: “Dit is de perfecte plaats om te vissen.” Hij pakt zijn hengel, staat op gepaste afstand naast meneer Jacaré die Jeroen met open bek aankijkt en hij werpt de hengel in de rivier. Max die ook zijn hengel heeft uitgeworpen, heeft zojuist gevraagd of de boot nog niet vertrekt. Er is nog tijd genoeg, de boot blijft nog wel even liggen. Binnen enkele seconden heeft Jeroen beet. De hengel staat strakgebogen. Het moet wel een grote vis zijn. Op dat moment hoort hij de toeschouwers op de boot hem roepen en ziet Jeroen dat de boot weg vaart. Met strakgespannen vislijn loopt hij terug en kan hij op de bewegende ponton stappen. In tegenstelling tot Max die met zijn hengel in de hand een sprong maakt en op zijn knie op de stalen bodem belandt. Au! Scott staat ook op de oever en moet ook nog aan boord. De boot is al een stukje van de kant gevaren. De jonge en sportieve Scott baant zich een weg door de modder in de rivier en hij staat tot zijn knieën in het water. Behendig komt hij op de ponton en schiet Jeroen te hulp om de vis binnen te halen. Ons terras staat nu vol met Overlanders, allen met een fotocamera of telefoon in de hand. Zij hebben veel weg van de paparazzi. Het lukt de vis op de ponton te krijgen en te verlossen van de haak. Dat laatste is nog een dingetje. Het is een ‘payara’, een vampiervis. De zoetwaterroofvis doorboort direct zijn prooi met zijn twee lange hoektanden in zijn onderkaak. Die wil je niet in je handen hebben gespietst. Dit vampiertje is net iets kleiner dan de vorige die Jeroen heeft gevangen. Nadat iedereen is uitgefotografeerd, gaat de vis weer het water in. Tjonge jonge jonge, wat een avonturen kun je op een boot op één dag beleven. Hier moeten we van bijkomen met een lekker gevuld glaasje. Aan het begin van de avond komen we in Porto Jofre in het donker aan. Relbert informeert ons dat we morgen om 6.00 uur van de boot zullen gaan. Dus slapen we nog een kort nachtje op de ponton en morgen vroeg weer op.

13 en 14 juli 2026, Bivak bij Aeródromo Porto Jofre

Zoals afgesproken staan we om 6 uur klaar om van boord te gaan. De achterste ponton is losgekoppeld en aan de kant geparkeerd. Relbert geeft aanwijzingen wie als eerste de ponton af rijdt en hij zorgt er voor dat de grote vrachtwagen telkens een stukje naar voren rijden voor de gewichtsverdeling. Om 9 uur staan alle Overlanders op het land en zwaaien we Relbert en zijn bemanning uit. Wat een prachtige en relaxte boottocht hebben we gemaakt, overigens gelukkig zonder koeien die een beste stankoverlast kunnen veroorzaken. We nemen afscheid van elkaar, zo ook van Joep en Ellen. Zij reizen oost- en zuidwaarts, onze route is naar het noordwesten. We vinden een bivakplaats naast de landingsbaan. De volgende dag hebben we een vrije dag en we wandelen naar de haven waar we drinken kunnen kopen. Er is hier geen kiosk of supermarkt. In Corumbá hebben we alle boodschappen gedaan voor de komende dagen. We vermaken ons prima. Er zijn hier veel capibara’s en verschillende soorten vogels te zien en zelfs apen. In de ochtend landt een vliegtuigje naast het luxe hotel en haalt acht toeristen op. Zo kun je natuurlijk ook reizen.

Scott maakt gebruik van de landingsbaan om een rondje boven de Pantanal te vliegen met zijn gemotoriseerde parapente. Met de 30 kg zware machine op zijn rug rent hij hard, zijn parachute opent zich en hij is binnen een paar seconden de lucht in. Als hij terug is, vertelt hij hoe waanzinnig mooi zijn vlucht boven de Pantanal is geweest. Daar kunnen wij ons wel iets bij voorstellen. Het is overdag 37°C. met een luchtvochtigheidsgraad van 85%. Vlak voordat het donker wordt en de muggen komen, nemen we een buitendouche. Het blijft lang warm, ’s nachts daalt de temperatuur tot 24 °C. Met de ventilatoren in de cabine kunnen we het gelukkig goed uithouden.

15 juli 2026, Jaguars spotten

Voordat de wekker om 06.00 uur gaat staat Ina al buiten een kudde capibara’s te fotograferen. Ze telt er zeker 35, compleet met jonkies. Dat is een goede voorbode voor deze dag, want we gaan jaguars spotten. Om 07.00 uur vertrekt ons bootje met 4 Duitse medespotters die we al kennen van de vrachtboot. De verwachtingen zijn hoog gespannen, want we hoorden van Scott dat hij gisteren zeven (7!) jaguars had gezien. Hoe dat kan? De jaguars in de Pantanal jagen op kaaimannen en die liggen doorgaans lekker op de oever of in het riet. Vanaf het water zie je dus kaaimannen èn de jagende jaguars. We varen stroomopwaarts, slaan verscheidene keren af in het doolhof van rivieren en kreken. We komen meerdere jaguarspotters tegen en onze kapitein krijgt een tip, waarop hij het roer omgooit en vol gas de rivier af vaart. Er liggen een stuk of 6 bootjes bij elkaar met wijzende passagiers. Op de oever zien we de silhouetten van 3 jaguars, een vrouwtje met twee flinke jonkies. We zien ze slecht, want ze blijven in de beschutting lopen van de struiken en het riet. Inmiddels hebben zich zeker 25 boten om ons heen verzameld, vol met fotograferende toeristen. Het is een bizar gezicht, sommigen zijn volledig in camouflagekleding en zelfs hun fotoapparatuur heeft een camouflageprint. Jeroen noemt de enorme telelenzen thermoskannen. Hun foto’s zullen ongetwijfeld een andere fotokwaliteit hebben dan die van ons.

Onze kapitein heeft het al gauw gezien en stelt voor de drukte te ontlopen en zelf op onderzoek te gaan. Goed plan! Na een tijdje varen gooit hij weer plots het roer om en wijst naar de oever. “Onça!”, zegt hij. We zien niets en hij wijst nog eens en warempel, daar zien we een jaguar verscholen tussen de struiken. Het dier loopt stroomopwaarts over de oever en wij volgen hem. Regelmatig laat hij zich volledig zien en kijkt rustig naar ons. We fluisteren en houden onze adem in, wat een prachtbeest! Op een gegeven moment steekt hij zwemmend de rivier over om aan de overkant in de rietkragen te jagen. We volgen hem wel een uur en besluiten dan om naar anderen te zoeken. Al gauw zien we 3 jaguars op de oever liggen. Het zouden dezelfde kunnen zijn van eerder op de ochtend, maar we zijn wel ver van die plek vandaan. We varen door en komen na een tijdje in een kreek vol met vogels, kaaimannen èn weer een jaguar die zich ook in vol ornaat laat zien. We zijn relatief dichtbij en maken mooie foto’s. Aan het eind van de dag het toetje: een jaguar zwemt in een smalle kreek en jaagt actief op de kaaimannen die zich spetterend uit de voeten maken. Het is een fascinerend gezicht. Op de terugweg stuurt onze kapitein dicht langs een kleiwand en vindt wat hij zocht: een anaconda! Prachtig geel met zwarte tekening en zo’n twee meter lang. Even later zien we zelfs een tweede. De score van de dag: 35 capibara’s, 9 jaguars, 2 anaconda’s, honderden kaaimannen en ontelbare vogels. Verhit en vermoeid komen we tegen half 5 bij de Tembo Toy en nemen een buitendouche. Wàt een dag!

16 tot en met 22 juli 2026, Naar de grens met Perú

De vogels maken ons vroeg wakker waardoor we op tijd kunnen vertrekken. We nemen afscheid van Scott uit Colorado, wensen hem mooie avonturen en een veilige reis. De wereld is voor een Overlander zo groot nog niet en misschien ontmoeten we elkaar ooit ergens. Vandaag beginnen we aan een lange reis noordwestwaarts naar uiteindelijk de hoofdstad Lima in Perú. Daar stallen we onze Tembo Toy bij Carlos, vliegen half augustus terug naar Nederland en hervatten de reis in waarschijnlijk januari/ februari 2027. We blijven nu door Brazilië reizen en rijden ten noorden van de Boliviaanse grens omdat er in dat land nog steeds gedoe is bij de benzinepompen. Er zijn enorme rijen wachtende auto’s totdat ze aan de beurt zijn. Bovendien weet je maar nooit of er weer roadblocks ontstaan. Dus maken we een tocht van 4190 km (volgens Google Maps) om Bolivia heen waar we vele dagen over doen. Ondanks dat we lange reisdagen zullen maken, hebben we zin om na lange tijd weer met de Tembo Toy te reizen. In Poconé tanken we bij het eerste tankstation, vullen de andere tank met drinkwater waar we niet voor hoeven te betalen. “Obrigado!” Een blok verder doen we boodschappen en verwennen we ons zelf met een bakje açai-ijs. Açai is een kleine, donkerpaarse bes die groeit aan de açai-palm (pinapalm) in het Zuid-Amerikaanse Amazonegebied. De bes staat bekend als een ‘superfood’ en zit boordevol antioxidanten, vezels en gezonde vetten en van nature bevat het vrijwel geen suiker. De vrucht bestaat voor ongeveer 90% uit een grote pit. Omdat de bessen binnen 24 uur na het plukken bederven, worden ze direct na de oogst verwerkt tot puree en ingevroren, of gedroogd tot poeder. De smaak van het ijs heeft iets weg van zoete bosbessen en bittere cranberry’s en het smaakt heerlijk fris. Wat een verwennerij.

Vervolgens gaan we naar een bank om geld te pinnen. De boottour konden we niet met creditkaart betalen, omdat de kaart niet werd geaccepteerd. We moesten dus wel contant betalen en we zijn nu zo goed als platzak. Helaas komen we erachter dat buitenlanders in Poconé geen geld kunnen pinnen. Dat kan wel in Cuiabá of Vilhena. De eerste plaats wijkt af van onze route en de tweede plaats is pas over twee dagen. We besluiten snel, wagen de gok en met € 1,70 (10 reais) op zak rijden we verder. Bij de benzinepompen kunnen we doorgaans wel met een creditkaart betalen en hopelijk zal dat geen probleem worden. We rijden nog even terug naar de kerk waar de deuren wijd openstaan en we zien een mooie gelegenheid om van onze stapel Portugeestalige bijbels af te komen. Vanwege de beperkte ruimte ligt Gods woord ons namelijk behoorlijk in de weg. Behalve een paar gelovigen is er verder niemand en we besluiten de bijbels op een tafeltje achter te laten. Aan het eind van de dag zoeken we een bivak en verlaten we de doorgaande weg. Na de plaats Cáceres vinden we na 17 km een prachtige plek bij een riviertje, maar het wordt afgekeurd, omdat het vergeven is van heel veel muggen en dan bedoelen we echt heel veel. Op Ina’s rug ziet het direct zwart van de muggen. Gauw wegwezen. Vlak bij het riviertje vinden we op een open terrein achter een graafmachine een geschikte plek met weinig muggen. Hier gaan we slapen.

We worden wakker door een grote vrachtwagen die ronkend naast ons is komen te staan. Hup, eruit en de chauffeur goedendag zeggen. Hij doet z’n duimen omhoog en start de graafmachine. Hoog tijd voor ons dat we zijn werkplek verlaten en binnen 5 minuten rijden we weg, een record. Vandaag staat er weer een lange rit op het programma en de weg is erg druk, vooral met vrachtwagens. Het zijn joekels met dubbele opleggers van 26 meter lang en volgeladen. De heuvels af denderen ze naar beneden met 90 km/u maar bovenop de volgende heuvel is de snelheid gezakt naar 30 km/u. Inhalen is erg lastig, want de rijbaan van de tegenliggers zit ook vol met verkeer. Dit weerhoudt de Brazilianen er niet van om roekeloos in te halen. We zien dan ook voortdurend bijna-ongelukken. We schieten dus niet op, het is vermoeiend rijden en we besluiten om door te rijden tot Vilhena en daar een hotelkamer te boeken. Ina regelt online alles, betaalt € 40,- en we parkeren de Tembo Toy pal voor de ingang. Fris gedoucht gaan we uit eten en naast het hotel is een wasautomaat voor kleding. Onze stapel wasgoed gaat erin en als we terugkomen van het restaurant, is alles ook al gedroogd. We slapen lekker en zitten uitgerust de volgende ochtend aan het ontbijt. Fijn hoor, zo af en toe een hotelletje.

Bivak bij Ouro Preto Do Oeste

Een nacht in het hotel slapen bevalt ons goed. Door de afwezigheid van muggen en een airconditioned kamer worden we uitgerust wakker. Tijd om verder te rijden, maar eerst vullen we de portemonnee aan met contant geld. Tot Lima hebben we nog 3551 km te gaan. Onderweg tanken we en bij een jongen kopen we twee chocolade-ijsjes voor 4 reais (€ 0,68). Na de plaats Ouro Preto do Oeste slaan we linksaf en even verderop ligt een geoogst maisveld. Bij de bosrand en naast het veld maken we een bivak. Een lieve hond komt aangelopen. Vast de hond die even verderop woont. Hij laat zich uitgebreid aaien en krijgt er maar geen genoeg van. Zodra we zijn geïnstalleerd, begint de troostfinale WK voetbal Frankrijk tegen Engeland. Hoe weten we het zo perfect uit te kienen. De gin-tonic wordt ingeschonken en we zitten er klaar voor. Nu is het 30°C en het koelt af naar 24°C. Daar kunnen we wel mee leven.

Bivak op een gerooid maisveld

Porto Velho

Wat een rust heerst hier op onze bivakplek. Geen geluiden van hanen, kippen of auto’s, alleen de krekels tjirpen er op los waar we geen last van hebben. Vandaag gaan we 333 km afleggen van de resterende 2970 km tot Lima. Het is zondag, misschien rijden er minder vrachtwagens. De BR-364, aangelegd in de jaren 60, is één van de belangrijkste en langste snelwegen van Brazilië, met een totale lengte van ongeveer 4.325 kilometer. De aanleg ervan heeft gevolgen voor mens en natuur: een toename van de bevolkingsgroei, economische ontwikkeling en ontbossing in het Amazonegebied. Ook op zondag is het druk op deze tweebaans snelweg. De maximale toegestane snelheid is buiten de bebouwde kom 80 km/u, maar daar denken de Brazilianen in personenauto’s heel anders over. Ondanks de vele camera’s rijden ze minstens 20 km te hard. De vrachtwagens behalen snelheden tussen 30 en 80 km/u, afhankelijk van hun lading. Je kunt wel nagaan dat ze door de personenauto’s altijd worden ingehaald, niet geheel zonder risico’s, maar tot nu toe zijn we gelukkig geen getuige geweest van een verkeersongeluk. Helaas hebben we wel vier gekantelde vrachtwagens gezien. Twee daarvan zijn frontaal tegen elkaar gebotst en uitgebrand. Een vreselijk gezicht en we worden omgeleid door een weiland. Wij doen het rustig aan en blijven voorzichtig. Een deel van deze weg is een tolweg. Op verschillende plaatsen wordt de nummerplaat elektronisch geregistreerd en ontbreekt een slagboom. Voor ons dus de vraag hoe we de tol gaan betalen. Dit hebben we nagevraagd. Na elke elektronische cameraregistratie is een aantal kilometers later een gebouw waar je kunt betalen. Wij moeten bij gebouw nummer 14 dat zich vlak voor de plaats Porto Velho bevindt afrekenen. Als we willen betalen, blijkt dat onze passen niet worden geaccepteerd en contant betalen is niet mogelijk, want alles is geautomatiseerd. Een medewerkster helpt ons vriendelijk, komt er ook niet uit en vraagt hulp bij de helpdesk. 40 minuten later komt het verlossende antwoord: buitenlandse kentekens zijn vrijgesteld van tol. We rijden de grote stad Porto Velho in en rijden in één streep naar weer een kamer, ditmaal in een pousada. We zijn nog op tijd om een groot deel van de WK-finale Spanje-Argentinië op de tv te zien. In de rust kijken we naar verschillende bekende artiesten. Maar de jongensband is ons geheel onbekend. Iets met K-pop, gokken we. Na de wedstrijd verbazen we ons over het agressieve gedrag van de Argentijnse voetballers en liggen in een deuk om Trump die niet van het podium af wil.

Naast de pousada ligt het populairste restaurant van de stad. Het staat er vol met luxe auto’s en de dames zien er mooi opgedoft uit. Ook Ina trekt een mooie jurk aan met jaguarprint, gekocht in Bonito. “Ik doe hem pas aan als ik echt jaguars heb gezien!” heeft ze steeds gezegd en dat is dus gelukt. Het restaurant is erg druk en het buitenterras is vol, maar gelukkig komt er een tafel vrij en verkassen we van binnen naar buiten. Na lekker gegeten te hebben, poseert Ina nog even bij het uitzichtpunt over ‘Rio Madeira’.

Bivak bij Extrema

In de ochtend kruipt Jeroen onder de auto, want de klem om de linker achtervering is weer losgetrild. Dat is nu alweer de derde keer en de bout met moer ligt ergens op de Transpantaneira. We gaan in de stad op zoek naar het juiste formaat en bij de vierde winkel is het bingo. Jeroen koopt er meteen maar 3 stuks, want dit euveltje zal zich vast nog wel eens herhalen. De route die we nu volgen is veel rustiger, bijna geen vrachtwagens, maar de kwaliteit van het wegdek is stukken minder. We rijden urenlang vlak langs de grens met Bolivia door moerasland en genieten van het landschap. In de namiddag zoeken we weer een bivakplaats, slaan lukraak een zandweg in en rijden door tot we bij een T-splitsing plaats genoeg vinden om de Tembo Toy neer te zetten. Mooie plek tussen de weilanden met witte koeien. We zetten de stoelen in de schaduw, schenken ons een gin-tonic in en genieten van de rust en de overvliegende ara’s. Al gauw komt er een zwaaiende brommer voorbij, gevolgd door een toeterende auto, daarna weer een brommer die even stopt en met ons kletst en daarna nog één …. We zijn duidelijk een bezienswaardigheid en de tamtam heeft gewerkt, want er komt een dame in een auto aangereden die ons met eigen ogen wil zien. Met de vertaalapp kletsen we en ze vertrekt weer bevredigd in dezelfde richting als waar ze vandaan kwam. Tenslotte komt de eigenaar van de koeien naast ons op z’n brommer langs en hij spreekt een aardig woordje Frans. Hij heeft 12 jaar in Europa gewerkt en waarschuwt voor de jaguars en de zwarte panters in dit gebied die af en toe een kalfje te pakken nemen. Ja ja, we zijn in de Amazone! In het donker om half tien zijn we moedig genoeg om een frisse, koude buitendouche te nemen, het is nog 29°C.

Bivak bij Extrema

Privé overnachting bij Balneário Jarinal

Wat slapen we toch heerlijk op onze bivakplaatsen. Over het algemeen is het er rustig en wij voelen ons vrij en bevoorrecht dat wij zo kunnen reizen. Als we bij het ochtendgloren nog in bed liggen, passeren de eerste toeterende brommers en auto’s ons. De werklui zijn ook present. Met een aantal vrachtwagens rijden ze af en aan om zand in te laden en ergens anders af te leveren. De warme zon zorgt ervoor dat wij vroeg de dag gaan beginnen. Het bed uit, een ontbijtje terwijl we zwaaien naar de voorbijgangers, de tent inklappen en wegrijden. De drukte met vrachtwagens valt enorm mee. De conditie van de asfaltweg echter niet. Vaak op het laatste moment zien we de diepe potholes en we doen ons best om deze te ontwijken. De weg wordt wel onderhouden, maar het is vooral lapwerk. Voor ons zien we een recent geasfalteerde strook wegdek. Het is nog gitzwart. Maar als we er overheen rijden, hobbelt de Tembo Toy aan alle kanten. Hoe ziet het landschap hier in de Amazone eruit? Een glooiende ontgonnen jungle dat nu landbouwgrond is, voornamelijk grasland voor de koeien waar nauwelijks bomen in staan. Die zijn al lang geleden gekapt. Toe te wijzen aan de economische vooruitgang. Onderweg tanken we in Capixaba, kopen we 20 liter drinkwater voor 8 reais (€ 1,36) en vinden we een restaurant waar we koffie gaan drinken. Het is lunchtijd en de Braziliaanse gasten smullen van het buffet. Al dagenlang zien we geen buitenlandse toeristen. De interessante en gewilde bezienswaardigheden zijn in deze regio nauwelijks aanwezig. Het is even na 3 uur en we zijn een uur rijden verwijderd van de Braziliaanse/Peruaanse grens. Aan de kant van de weg zien we een groot bord met de naam ‘Balneário Restaurante Jarinal’. Een balneário is een ontspanningslocatie waar gezinnen/vrienden naar toe gaan om er samen een dag door te brengen. “Hé, ze hebben een zwembad”, zegt Jeroen enthousiast. We besluiten er naar toe te rijden ondanks dat we op internet lezen dat ze gesloten zijn. Hopelijk mogen we er toch slapen. Na 2 km staan we voor het hek. Jeroen schuift het hek open en gaat poolshoogte nemen bij de eigenaar onder het mom van ‘de brutalen hebben de halve wereld’. Het lukt hem zowaar dat we hier mogen overnachten voor 70 reais (€  11,90) en gebruik mogen maken van het zwembad en een natuurlijk buitenbad. Het hele complex hebben we voor onszelf. Wat een luxe.

22 juli 2026, We zijn in Perú

Voordat we vertrekken, gaan we eerst het zwembad in. Althans, als Ina haar badpak kan vinden. Gisteren heeft ze het aan de waslijn opgehangen die achter op de auto is bevestigd, maar daar hangt ie niet meer. Op de grond liggen twee wasknijpers. Vreemd. De rest van de was hangt er nog. Dit is flink balen. We zoeken in de omgeving, maar geven het op. Ondanks deze teleurstelling gaan we even het zwembad in, want de temperaturen beginnen al flink te stijgen. We komen fris het water uit. Het is onze laatste dag in Brazilië. Het laatste deel van de weg naar de grens is werkelijk abominabel. Het zit vol diepe potholes, Jeroen slalomt, maar kan niet voorkomen dat we er een aantal keer met een harde knal in terecht komen. De 100 km afstand tot de grens zou ons volgens de routeplanner één uur kosten, wij doen er twee uur over. Voor de grens maken we in Assis Brasil de laatste reais op aan benzine. Daarna door naar de politie om de paspoorten te laten stempelen. De vriendelijke beambte stuurt ons vervolgens naar de overkant om de TIP voor de auto te laten afstempelen. De deur zit op slot en we moeten 1½ uur wachten. Het is namelijk lunchtijd. Jeroen parkeert de Tembo Toy op een lege plek, bestemd voor vrachtwagens. Hier staan we in de schaduw en we staan hier perfect. We pakken de stoelen, iets te drinken uit de koelkast en we maken het ons aangenaam. Na een half uur komt een man naar ons toe en zegt dat we hier niet mogen parkeren. Vervolgens moet Jeroen met hem mee, want hij is de douanemedewerker die de TIP gaat afstempelen. Helemaal goed. Na 5 minuten komt Jeroen terug en kunnen we Brazilië uitrijden.

PERÚ

We rijden de rivier over die de grens tussen Brazilië en Peru is en we bevinden ons in Iñapari. De paspoortcontrole en het regelen van de tijdelijke invoer van de auto, ‘Certificado de Ingreso Temporal’ (CIT) geheten, is bij de Peruviaanse douane (SUNAT) vlot gedaan. Nu alleen nog een WA-autoverzekering regelen. Dat doen we bij het ernaast gelegen pand en de dame achter het bureautje is zoet een kleurplaat aan het inkleuren. Het is super simpel om een verzekering af te sluiten: ze belt onze gegevens door, iemand achter de schermen maakt het document en er zal een print uit de kopieermachine moeten komen. Maar omdat het systeem niet werkt, krijgen we geen printje en dus geen verzekering. We zitten bijna een uur hier voor noppes te wachten en de dame slijpt haar kleurpotloden nog maar eens. Het blijkt dat we de verzekering ook online kunnen kopen, bij een supermarkt of een tankstation. Dat had die muts ons ook wel even kunnen vertellen! Nou ja, die verzekering gaan we nog regelen, nu rijden we door. Op iOverlander vinden we een slaapplaats, 50 km hier vandaan. Dat is ver genoeg zodat we vanmiddag nog buiten kunnen zitten. We rijden door het dorp ‘Iberia’, komen aan bij ‘Rio Tahuamanu’ en we installeren ons. Er is ook een hangbrug, echter niet geschikt voor auto’s. Op het bord staat dat de brug ‘Puente Portillo’ heet, 120 meter lang is en maximaal 5 ton kan dragen, maar dat lijkt ons ietwat overmoedig. Geen enkele auto rijdt over deze brug, wel brommers met veel kabaal veroorzaakt door de losliggende planken van de hangbrug. Het is nog 32°C, vannacht koelt het af naar 22°C. De zonsondergang is prachtig om te zien. Voordat we naar bed gaan, nemen we een koude buitendouche. Morgen rijden we door richting Cusco en Lima. De totale afstand is nog ‘maar’ 1790 km.