Reisverslag Uruguay, Argentinië en Chili 2025 en 2026

Vooraf

We gaan 10 maanden door Zuid-Amerika trekken met onze 4×4 camper, genaamd Tembo Toy. Dit reisverslag verhaalt onze belevenissen in Uruguay, Argentinië en Chili. De andere landen die we daarna zijn gaan bezoeken beschrijven we in het reisverslag Bolivia – Brazilië – Peru.

29-10-2025, Schiphol

Onze reisauto, de Tembo Toy, is al een maand onderweg in een zeecontainer die we via een app kunnen volgen. Wij vliegen er achteraan. Het eerste deel vliegen we naar Madrid, daarna naar São Paulo (Brazilië) en vervolgens zullen we de volgende dag om 00.20 uur aankomen in Montevideo, Uruguay. Via de mail krijgen we bericht dat we de Tembo Toy op 4 november in de haven van Montevideo kunnen ophalen. Voor ons gevoel begint de reis dan echt.

30-10-2025 tot 06-11-2025, Montevideo

In 3 uur vliegen we van Brazilië naar Montevideo waar we om half 1 ’s nachts arriveren. Onze taxichauffeur loopt met ons mee tot aan de deur van het ‘Hotel Loco Amor’, want zo laat is het volgens hem niet zo veilig. Het hotel is eigenlijk een soort appartementencomplex in een historisch gebouw uit de Spaanse tijd. Fantastisch sfeervol ingericht met allerlei ruimtes voor gezamenlijk gebruik, zoals een volledig ingerichte moderne keuken, ontbijtzaal, dakterras met gasbarbecue en verschillende woonkamers met loungebanken.

Uruguay was een voormalige Spaanse kolonie en is ook een korte tijd bezet door de Portugezen. In 1828 is Uruguay onafhankelijk verklaard. Het is nu één van de meest stabiel democratische landen in Zuid Amerika en tevens het duurste land van dit continent. De prijzen zijn redelijk vergelijkbaar met Nederland. We verkennen de omgeving van het hotel. Hoewel we weten dat we in Zuid-Amerika zijn, lijkt het alsof we gewoon in een Spaanse stad wandelen. Dat verandert enigszins als we op straat oudere mensen de tango zien dansen en de jongeren dit liefdevol aanschouwen. Er hangt een relaxte sfeer.

We krijgen bericht dat het lossen van de Toyota vertraging heeft opgelopen, we moeten dus een dag langer wachten. Voor het vervoer van onze auto hebben we de container gedeeld om de kosten te drukken. De andere reizigers zijn Erwin en Bertina en we ontmoeten hen op het afgesproken punt bij de haven. Sebastián Pietro, de regelaar voor het uitklaren van de auto, neemt alleen de mannen mee, want de kentekens van de beide auto’s staan namelijk op naam van Erwin en Jeroen, de vrouwen moeten buiten de poort wachten. Na 5 minuten komen Jeroen en Erwin aangelopen. “Nu al terug?”, vraagt Ina verbaasd. Jeroen vertelt dat ze vandaag alleen de auto uit de container gaan halen. Morgen worden alle formaliteiten afgehandeld bij douane, expediteur en politie. Daarna pas kunnen we de auto meenemen. Jeroen rijdt zelf de auto uit de container en alles ziet er goed uit, geen schades! Een onaangenaam verrassende bijkomstigheid is dat we € 800,- moeten betalen voor het ‘schoonmaken’ van de container, omdat we een lithium accu in de cabine hebben (weliswaar niet aangesloten). Ontzettend veel geld voor wat eigenlijk? In Rotterdam hadden we bij het vertrek van de container ook al € 600,- voor de accu betaald.  Sebastián zegt doodleuk tegen Jeroen: “Je had het moeten verzwijgen. Je bent gewoon te eerlijk.” We konden het inderdaad verzwijgen, maar we hadden geen zin in gedoe als de accu opgemerkt zouden worden bij een controle. Het is wat het is. Erwin en Bertina boeken een nacht in hetzelfde hotel. ’s Avonds eten we samen en drinken we sangria om onszelf te troosten en we proosten op een goede en vlotte afhandeling.

06-11-2025 tot en met 09-11-2025, La Chacra Holandese

Om 14.30 uur staan we met Erwin en Bertina voor de ingang van de haven. We ontmoeten Sebastián die ons door de administratieve papiermolen helpt, zodat we eindelijk weg kunnen met onze auto. De dames mogen dit keer toch mee op vertoon van hun ID. Het haventerrein is zo groot, dat we in de auto van Sebastián stappen naar het warehouse waar de auto’s staan geparkeerd. Het duurt nog zeker een half uur voordat een medewerker de auto’s naar buiten rijdt. Jeroen pompt de banden op met de compressor. De Toy was net te hoog voor de container, dus hebben we lucht uit de banden laten lopen. Bij de 4e band slaat de compressor uit. “Ach, met drie opgepompte banden komen we ook wel vooruit”, stelt Jeroen Ina gerust. Overigens mogen we niet klagen dat we slechts twee dagen vertraging hebben opgelopen. Er zijn mensen die een maand op hun auto hebben moeten wachten in verband met een staking in de haven. We tanken, pompen de vierde band op, doen boodschappen in een kleine supermarkt en dan door naar de camping. Die is gesloten, maar 10 minuten verderop ligt Camping la Chacra Holandesa, jawel, een camping gerund door Nederlanders. We staan voor de poort en vijf vrolijk blaffende honden begroeten ons hartelijk. De eigenaar Jan verwelkomt ons, zijn vrouw Marieke is in Nederland. Hij geeft een rondleiding en eindigt bij de gemeenschappelijke ruimte waar twee Italianen, twee Fransen en zeven Nederlanders aan het borrelen zijn. We maken kennis met elkaar, doen direct mee en Jan vertelt dat de borrel een dagelijkse, niet verplichte activiteit is. “En elke zaterdag houden we een BBQ”, vult hij aan. Klinkt goed! Het probleem met de compressor moet nog worden opgelost. Gelukkig is er een elektricien onder de reizigers en Kees is bereid om ons te helpen. Eén van de twee zekeringen is doorgebrand waardoor de compressor niet meer werkt. We moeten op zoek naar een 40 ampère zekering en nog liever een 60A zekering die meer spanning aankan en daardoor minder snel kan doorbranden. Het is intussen zaterdag, BBQ-dag en wij doen daarvoor boodschappen en stappen op de fiets met onze rugzakken. Echt leuk fietsen op de doorgaande weg is dat niet. De Uruguayanen rijden ons voorbij met een snelheid van 70 km/u en halen ons in ook als er een tegenligger aankomt. Terug op de camping maakt Jeroen alternatieve tapenade met de ingrediënten die we konden vinden in het kleine supermarktje in het dorp. Een Spaanse vriend van Jan ontfermt zich over het vlees die op de BBQ wordt geroosterd. Het is zeer smakelijk en eerlijk vlees. We smullen ervan samen met de gesmolten kaas, rode koolsalade met appel en de zoete aardappelsalade en natuurlijk de rode wijn uit Uruguay. Het is een geslaagde avond met gezellige reisgenoten.

10-11-2025 tot en met 14-11-2025, Spaanse les in Punta del Este

Iedereen heeft de camping verlaten. Wij ook en we gooien ons reisplan nu al weer om, want we gaan een week naar Spaanse les, een tip van Adriaan en Marijke die we op de camping hebben ontmoet. Jeroen koopt eerst op advies van Jan de juiste benodigde zekeringen bij een auto-onderdelenzaak en daarna rijden we rap door naar Punta del Este. Om 13.00 uur begint onze vijfdaagse cursus voor beginners van totaal 20 uur in een groepje met vijf personen. Na één middag zijn we gesloopt. Het valt niet mee en we hebben ook nog huiswerk. We verblijven in een appartement in de wijk Maldonado, op fietsafstand van het taalinstituut, waar we na de eerste les naar toe rijden. Een bewoner in de straat wijst naar onze auto. Met de vertaal-app maakt Ina duidelijk dat de auto in de straat blijft staan en wij per fiets naar school gaan. «No hay problema. Aquí es seguro y yo cuidaré de vuestro coche», zegt de aardige man. (“Geen probleem, het is hier veilig en ik let wel op jullie auto.”) Wat aardig! Onze docente Marión is een Uruguayaanse en alles gaat in het Spaans vanaf de eerste tel!. Na de eerste dag hebben we al veel geleerd, kunnen we het bij lange na niet toepassen en komen we uitgeput thuis. Het beginniveau in de groep verschilt onderling nogal en we begrijpen er vaak helemaal niets van. Ina gebruikt de online vertaler en de ‘Taalgids Spaans voor op reis’, zodat het voor ons nog enigszins begrijpelijk blijft. Een cultureel hoogtepunt in de taalcursus is de proefles ‘mate drinken’. ‘Mate’ lijkt op thee en is een traditionele drank in vooral Zuid-Amerika, gemaakt van gedroogde blaadjes en het is rijk aan antioxidanten en voedingsstoffen. ‘Mate’ kun je niet in een café of restaurant bestellen. Het wordt gedronken als vrienden en familie elkaar ontmoeten en het is daarom tevens een sociaal gebeuren. De smaak is van nature kruidig, aards en licht bitter, afhankelijk van de kwaliteit. De blaadjes gaan in een ‘mate’ (uitgeholde kalebas), en vervolgens giet je er kokend water in. Het wordt gedronken door een speciaal soort metalen rietje, genaamd ‘bombilla’, die de ‘mate’ filtert, zodat je geen blaadjes binnen krijgt. ‘Mate’ bevat theïne, wat zorgt voor een stimulerend effect en wordt daarom vaak gezien als een natuurlijk alternatief voor koffie. “Het is een smakelijk drankje en lijkt op sterke zwarte thee”, zegt Jeroen. Ina drinkt liever een echte cortado.

15-11-2025 tot en met 23-11-2025, On the road again

We rijden naar de provincie ‘Rocha’ aan de kust. Onderweg zien we eucalyptusbomen, lage palmbomen, yucca’s, pampasgrassen en andere groenblijvende heesters. We stoppen bij ‘Parque Nacional Cabo Polonio’ voor een overnachting. Het is nog vroeg in de middag, we zetten de stoelen buiten en genieten van de zon met een ‘vino rosado frío’. Het wordt de komende twee dagen mooi weer en op de kaart zoeken we een plek bij het strand om er een paar dagen te bivakkeren. We vinden 35 km noordwaarts een ecocamping achter de duinen. Dat lijkt ons wel wat. We rijden door een glooiend landschap met uitgestrekte weilanden waar hier en daar vleeskoeien grazen, hèt exportproduct van Uruguay. Als we afslaan richting de zee, rijden we over een verlaten zandweg naar de camping. We volgen de borden, maar er is geen camping te bekennen en plotseling staan we aan het eind van het zandpad voor de duinen en de zee. Jeroen zet de auto in de 4×4 lage gearingstand en parkeert de Tembo Toy in een duinpan met de motorkap richting de forse wind. Wat een prachtige plek!

Na een aantal dagen rijden we noordwaarts door de binnenlanden van Uruguay. In 3,5 uur rijden we bijna 270 km naar ons volgende bivak over asfaltwegen en zandpaden door een groen glooiend landschap. Het land blijkt leeg te zijn. Zelfs koeien zien we nauwelijks. De heuvels zijn zo’n 300 m hoog. Het binnenland is niet spectaculair, eerder lieflijk en vooral dus heel leeg.

We willen bij Salto, in het noordwesten van Uruguay, de grens over naar Argentinië. Om daar te komen rijden we eerst noordwaarts naar Tacuarembó. Bij een recreatiegebied met vijver,  Iporá genoemd, vinden we een camping, want vrijkamperen mag hier echt niet. We pakken de namiddagzon nog even mee en wandelen vervolgens naar het restaurant aan de vijver. We eten heerlijk: Jeroen ossobuco met puree en Ina grote ravioli gevuld met roquefort.

Vrijdag 21 november rijden we naar Salto richting de ‘Camping Zona Aventura aan de ‘Rio Uruguay’. Het landschap verandert weinig. Eindeloos rijden we door de pampas waar we hier en daar een plukje koeien zien grazen en af en toe wat nandoes. Dat is een loopvogel die in Zuid-Amerika leeft en op een struisvogel lijkt, maar kleiner en lichter is. Op de camping worden we hartelijk ontvangen door de eigenaren in een mix van Spaans en wat Engelse woordjes. Een jaar geleden zijn ze begonnen met de camping en hebben drie oude bussen zeer eenvoudig verbouwd als gastenverblijf. Een leuk idee. Wij krijgen een plekje met uitzicht op de ‘Rio Uruguay’. Aan de overkant ligt Argentinië en verderop zien we de brug/stuwdam die de twee landen verbindt. Op de rivier zijn talloze bootjes met vissers. Overmorgen gaan we de grens over naar Argentinië.

Onze ervaring met Uruguay:

De mensen zijn super aardig, relaxt en behulpzaam. Het landschap is voor ons wat eentonig en minder spectaculair. Er is veel ruimte en vooral het binnenland is leeg. Wat we zeker niet gaan missen: alle dure boodschappen, dure campings en de dure benzine. De prijzen zijn in onze ogen hoger dan in Nederland. De Uruguayanen zeggen zelf: ”We zijn het Zwitserland van Zuid-Amerika”.

23 tot 30 november 2025, Provincie Misiones in Argentinië

Wat is het plan vandaag? Op tijd opstaan en de grens oversteken van Uruguay naar Argentinië. Het is een korte afstand over het zandpad naar de douane. Qua douaneformaliteiten is het niet te vergelijken met wat we in Afrika hebben meegemaakt. Vriendelijk wordt er gewezen dat we vooral moeten doorrijden, de brug/dam over en dan staan we zo maar voor het loket in Argentinië. De beambte controleert de paspoorten, het kenteken van de auto en geeft Jeroen het Argentijnse formulier van de ‘TIP’, Temporary Import Permit, het bewijs dat de auto 3 maanden in Argentinië mag blijven. Binnen een uur is alles geregeld en we rijden Argentinië in. “Bienvénidos a la República Argentina”. Een autoverzekering afsluiten is niet nodig. In Nederland heeft Jeroen dit al online geregeld voor de Mercosur-landen: Uruguay, Brazilië, Argentinië, Paraguay, plus voor Chili en Bolivia. Eerst gaan we geld pinnen, boodschappen doen en dan door naar Bonpland, een klein plaatsje waar we overnachten op de Camping Municipal. Het staat net buiten het dorp. De camping ligt op een groot terrein waar de lokale bevolking komt om te barbecuen en kinderen kunnen spelen. Er lopen kippen, een haan en parelhoenders vrij rond.

Het is een flink stuk rijden van Bonpland naar Posada. Het landschap is in onze ogen wat saai en eentonig. Het is vooral vlak grasland met koeien wat de klok slaat. De stad Posadas heeft ruim 350.000 inwoners, vergelijkbaar met de stad Utrecht in Nederland. Het ligt aan de rivier ‘Rio Paraná’ en aan de overkant zien we Paraguay. We rijden het centrum in om een simkaart te kopen voor onze mifirouter. Alles blijkt gesloten in verband met een feestdag. Om onze teleurstelling te boven te komen, nemen we een echt goede milkshake en gaan we daarna uit eten. Het is al 7 uur in de avond en we parkeren de Toy op een soort recreatieterrein langs de rivier, even buiten de stad. Het is een gebied in ontwikkeling en alles is nieuw: brandschoon sanitair, zitjes met BBQ en gootsteen, speeltoestellen, zwembad, fitnessapparatuur en beachvolleybalvelden. Massaal zitten families en groepjes vrienden op de (kunst)grasvelden en de sfeer is zeer gemoedelijk. Opvallend is een verbodsbord waar onder andere staat dat je je ‘mate’ hier niet mag schoonmaken. Tegen betaling mogen we er overnachten.

We rijden zo’n 4 uur noordwaarts en zien het landschap veranderen. De vlakke pampa maakt plaats voor golvende heuvels met subtropisch regenwoud. Regelmatig steken we rivieren en beken over en het wordt ook heet. Het wegdek is redelijk tot slecht, met een sterke spoorvorming veroorzaakt door de vele zware vrachtwagens. Voor dit gehobbel moeten we ook nog twee keer tol betalen, 1300 pesos per traject (= € 0,80).

In Puerto Iguazú zoeken we naar een camping, want vrij kamperen is in dit beschermde gebied niet mogelijk. We komen terecht in een tuin van particulieren aan de rivier Paraná. Vandaag is het bezoek aan de cataratas, Devil’s Throat’, ‘Garganta del Diablo’ of simpel gezegd de watervallen. Het ‘Parque Nacional Iguazú’ ligt deels in Argentinië en deels in Brazilië. De grens tussen deze twee landen loopt door de rivier ‘Iguazú’ waardoor de watervallen zowel aan de Argentijnse als de Braziliaanse kant zijn te zien. Vandaag doen we de Argentijnse kant, overmorgen de Braziliaanse. Er zijn meer dan 275 afzonderlijke watervallen die zich uitstrekken over bijna drie kilometer, waardoor het één van de grootste watervalsystemen ter wereld is. We lopen over een metalen vlonderpad die van eiland naar eiland en boven de rivier is aangelegd. Naarmate we dichterbij het uitkijkpunt komen, horen we het gedreun van de waterval en zien we de mist in de verte al opdoemen. En dan staan we oog in oog met de ‘duivenskeel’, de grote halfronde waterval van 150 meter breed en waar het water 80 meter in de diepte stort.

De middagzon schijnt op de waterdruppels waardoor we constant de regenboog zien. Soms komen de druppels zo hoog dat we een beetje nat worden, wat heerlijk verkoelend is. We krijgen geen genoeg van het adembenemende schouwspel van het bulderende water, de mist, de regenboog, de vele afzonderlijke cascades en het zicht op de immense kloof waar het water door stroomt.

Een extra dimensie is de positie van het uitkijkpunt: op gelijke hoogte met de rand waar het water naar beneden stort. Wat een natuurschoon en natuurkracht. Indrukwekkend en spectaculair!

De volgende dag gaat om 7 uur de wekker, snel eruit, want we worden om 8.15 uur opgepikt voor onze dagtour naar de Braziliaanse kant van de watervallen. Eenmaal bij de ingang van het park moeten we ons entreeticket nog kopen en als dat is gebeurd sluiten we aan in een gigantische rij! Na veel gewacht in de snikhete hal staan we uiteindelijk iets voor 12 uur voor de watervallen. Nu pas zien we hoe uitgebreid het hele watervalsysteem is. We staan weer met grote ogen en open mond te kijken. Wauw, wat indrukwekkend!

Het schaduwrijke pad loopt ongeveer 2 km langs de rivier en biedt veel uitzichtpunten. De vele bezoekers verspreiden zich over het pad, zodat het voor ons niet te druk aanvoelt. Boven ons cirkelen helikopters, onder ons varen rubberboten tot in de watervallen, allemaal voor het verkrijgen van de maximale beleving.

Ook een bijzondere beleving is het stalen vlonderpad over de rivier vlak langs een gordijn van neerstortend water. Het levert je gegarandeerd een verkoelende douche op, hetgeen zeer welkom is bij 36°C. Onze tour naar Brazilië is in de loop van de middag afgerond.

We zijn weer in Argentinië en pikken de Tembo Toy op bij het tankstation waar we hem hadden achtergelaten. We verlaten Puerto Iguazú en nemen een zandpad dwars door het regenwoud van Misiones heen. We vinden een bivak op een parkeerplaats bij een prachtige waterval (al weer één) vlak bij San Antonio. We staan er alleen en genieten van de rust, de vele vuurvliegjes en de halve maan die het terrein verlicht. Wat een stille nacht, geen hanengekraai, schreeuwende papegaaien of auto’s, alleen het geruis van de waterval. Het is zondagochtend en voor de Argentijnen familiedag. Mensen komen massaal met opklapstoelen, koelboxen en grote zakken gevuld met witte broodjes. De kinderen duiken meteen het water in, de moeders passen op de allerjongste van het gezin en de vaders spelen met vuur. Dat wil zeggen, zij bereiden de ‘parrilla’ (BBQ) voor op de reeds aanwezige plaatsen die simpel gemaakt zijn met grote stenen.

In de vroege middag stappen we op om naar de volgende overnachtingsplaats te rijden. De route gaat door het gebied Misiones over een asfaltweg met prachtige vergezichten over de glooiende, groene beboste heuvels. In San Pedro vinden we een overnachtingsplaats bij ‘Complejo Turístico Der Wald’, een vakantiecomplex. Toeristen huren hier een cabaña, dagjesmensen komen hier voor het zwembad en de ‘parrilla’ en wij mogen van de Duits sprekende eigenaresse in de tuin staan.

30 november tot 11 december 2025, Salta

De komende dagen rijden we richting het westen naar de plaats Salta aan de voet van de Andes, een afstand van bijna 1400 km. Het eerste deel rijden we nog steeds door de prachtige provincie Misiones, gelegen in het subtropische deel van Argentinië. Zodra we Misiones verlaten en we ons in de provincie Corrientes begeven, zien we weer het eentonige landschap van de pampa. Na drie lange reisdagen arriveren we in Salta. In het centrum pinnen we geld. Het is een mooie stad met Spaanse invloeden, veel pleinen, parkjes en platanen aan weerszijden van de straat. Vervolgens rijden we naar onze overnachtingsplek: Frank Neumanns Place. Het is tijd voor een borrel met uitzicht op de bergen. Jeroen maakt een fles mousserende wijn met een knal open en we proosten samen. Eerst maar eens bijkomen van de afgelopen intensieve reisdagen.

Jammer genoeg hebben we een probleem met benzinelucht in de camperunit van de auto. Onze Toyota is vanuit de fabriek geleverd met een tweede tank. Vanwege de aanhoudende benzinelucht is de auto in Nederland al herhaaldelijk terug gegaan naar onze bouwer om het probleem te verhelpen. Meerdere klanten hadden dezelfde klachten en die zijn inmiddels opgelost. We dachten dat het probleem bij ons ook was verholpen, maar de geur kwam aan het begin van de reis in Montevideo toch terug. Het is een groot raadsel wat nou precies de oorzaak is. We bespreken wat we zouden kunnen doen en besluiten om alle slangen buiten de cabine om te laten verplaatsen, hopende dat dit de oplossing is. Bij de garage genaamd ‘1/4 Milla Truck Service’ maken we kennis met de eigenaar Guillermo en de werkmannen. Als de benzinegeur hem tegemoet komt, bespreekt hij met Jeroen wat er gedaan moet worden: alle slangen gaan buitenom in een aluminium beschermingsbuis en de vuldop wordt verplaatst. Eerst maken ze een mal en ze zoeken contact met het bedrijf die aluminium kan lassen. De klus duurt uiteindelijk drie dagen en wij verblijven in een hotelletje in het centrum.

12 tot 15 december 2025, Jujuy

Het is al laat in de middag en we passen ons oorspronkelijke plan aan. We wilden graag de Ruta 83 en Ruta 73 te rijden, een 200 km lange tocht over dirtroads die heel hoog gaat, ver over de 4000 m. Daar zien we van af en rijden naar Purmamarca op 2400 m hoogte. Het idee is om langzaamaan te wennen aan de hoogte van de Andes. We slapen zo laag mogelijk en overdag gaan we de hoogte opzoeken. Het is inmiddels donker en we mogen in de tuin van camping Luna García staan.

Als we de volgende dag met de campingeigenaar Xavier in het Spaans (!) kletsen, geeft hij de tip dat we naar het zoutmeer ‘Salinas Grandes’ kunnen rijden, 63 km door de vallei en over de bergpas van 4170 meter hoog. Na de koffie vertrekken we, rijden over Ruta 52 langs de ‘Rio de Quibrada de Purmamarca’ waar nauwelijks water in stroomt en we zijn meteen enthousiast over wat we zien. Prachtige rotsen met verschillende kleuren en grote cactussen. Als we bijna bij de bergpas zijn, stoppen we bij het uitzichtpunt ‘Mirador Valle de Lipan’ waar de gehele vallei te zien is die we hebben gereden  Wat een prachtig panoramisch uitzicht.

Net na de pas van 4170m zien we plotseling in de verte het zoutmeer. Het landschap verandert na deze pas in glooiende groene bergen en we dalen af naar het zoutmeer ‘Salinas Grandes’, het op drie na grootste zoutmeer in Zuid-Amerika. Inmiddels bevinden we ons op een hoogte van 3440 meter. Dan is het tijd voor een rit over het zoutmeer. Om hierover te rijden is het verplicht om voor een klein bedrag (€ 1,20 p.p.) een gids met auto te huren. Hij rijdt voor en wij volgen. We bezoeken twee plaatsen op het zoutmeer, dat 200² km groot is. De eerste plek is waar het zout voor de consumptie wordt gewonnen in gegraven kanalen. We zien de beginnende zoutkristallen in het helblauwe water drijven. Aan de rand van de kanalen vormen zich de vierkante zoutkristallen. Het water is zoet grondwater,  afkomstig van de Andes. De tweede plek is een soort wak waar de zoutkristallen aan de rand zijn te zien. Als we genoeg hebben gezien, rijden we dezelfde weg terug naar de camping.

De volgende dag hebben we een korte rit van 70 km naar Humahuaca. Het is een prachtige route door de vallei. In het dorp doen we boodschappen en zien we vele muurschilderingen. We overnachten bij Camping Carolina. Op 3000m hoogte kun je prima slapen, ondervinden we. Deze camping even buiten Humahuaca bevalt ons wel, lekker rustig, gras onder onze blote voetjes en schaduw van de wilgen en populieren. Overigens bomen die we hier in de gortdroge bergen niet snel zouden verwachten. Er moet dus veel grondwater zijn.

Tegen het middaguur rijden we weg naar ‘Mirador a la Cercanía de los 14 Colores del Hornocal’, oftewel bergen met 14 kleuren. De piste (hier ‘ripio’ genoemd) is over het algemeen in redelijke staat en we stijgen in rap tempo. We rijden een uur en bereiken het uitzichtpunt op 4350m hoogte. Mooie getande zigzagbergen in vele tinten. Met enige fantasie tellen we de beloofde 14 kleuren. Het is een mooi plaatje met de kudde vicuñas op de voorgrond. In Zuid-Amerika leven 4 soorten kameelachtigen: de vicuña, de guanaco, de alpaca en de lama die gedomesticeerd is.

16 tot 20 december 2025, La Quiaca en Ruta 40

Na het dorp Humahuaca vervolgen we de reis over ruta 9 (RN9), een goed onderhouden asfaltweg met hier en daar een ‘pothole’ (kuil). Onderweg zien we wederom de prachtige natuur met gekleurde bergen bij de plaats Tres Cruses, oueds (droge rivieren) en stappen we regelmatig uit voor de fotostops. Na 185 km arriveren we in de meest noordelijke plaats van Argentinië La Quiaca. Er is geen enkele camping, dus parkeren we in een straat en de mensen bekijken bewonderend naar de auto. We gaan op tijd op stok om morgen uitgerust aan de Ruta 40 te beginnen.

De dag begint met boodschappen doen. We zorgen er voor dat we onze water- en voedselvoorraad in de grotere plaatsen aanvullen, want de kleinere dorpen hebben weinig tot geen winkels, hier kiosko genaamd. Dat geldt ook voor de brandstof, want we willen ‘in the middle of nowhere’ uiteraard niet zonder benzine komen te staan. Ruta 40 is een befaamde route onder de Overlanders die begint in Ushuaia, de meest zuidelijke plaats van Argentinië en eindigt in La Quiaca vlak voor de grens van Bolivia. De 5121 km lange weg bestaat uit dirtroads, leidt over hoogtes tot 4000m en hoger en biedt een verscheidenheid aan prachtige natuur langs de grens met Chili. Ons plan is om min of meer Ruta 40 te volgen en om hier en daar af te wijken van deze route om andere interessante gebieden te bezichtigen. Wij beginnen bij het eindpunt La Quiaca gelegen in de provincie Jujuy (spreek uit: Gugui). Zodra we het dorp uit zijn, begint de dirtroad. Na een heuvelachtig landschap bedekt met groene begroeiing van planten rijden we een kloof in en plotseling staan we voor een verticale roodbruine rotswand van wel 60 meter hoog.

We hobbelen rustig door en stoppen regelmatig om (te veel) foto’s te nemen. Wijdse vergezichten wisselen zich af met smalle doorgangen, zoals door de kloof ‘Cañón Colordo’ bij San Juan Oros. Heel slechte weg, maar prachtig! Grote bloeiende cactussen maken de beleving compleet. We passeren een piepklein plaatsje met een witte kerk en gekleurde bergen in de achtergrond. Daarna rijden we door een vallei met een rivierbedding van gedroogde klei. Fascinerend! We maken bivak aan de ‘Valle de la Luna’, want dat staat op een bordje. In de namiddagzon maken we foto’s van de magnifiek roodwit gekleurde bergen. Als we de andere kant opkijken zien we Cusi Cusi in de vallei liggen. Wat een heerlijke plek. De paar voorbijgangers die we zien, stoppen voor een vriendelijk praatje.

De af en toe bizarre landschappen blijven zich aan ons presenteren. Grijze bergen bij ‘Mirador Penitentes Grises’, groene bergen, rode bergen, witte bergen, enorme rotsblokken….. Het houdt niet op! We volgen de routeplanner, maar komen per ongeluk op een private weg terecht. We pakken een ander pad en dat blijkt min of meer dood te lopen. Geen probleem in lage gearing en Jeroen rijdt de Tembo Toy door de kuilen. Zo’n 5 km voor Susques vinden we een bivakplek. Als we ons net hebben geïnstalleerd, komt de landeigenaar langsrijden en zeer vriendelijk geeft hij toestemming voor onze overnachting. Twee ezeltjes kijken toe en de lama’s lopen om ons heen.

De volgende dag passeren we de vulkaan Cerro Tugli, ook genaamd Cerro Tuzgle en deze is 5500m hoog. Langs de route zien we opeens een modern ogend gebouw en dat bevreemdt ons. We gaan op onderzoek uit en zien dat het een thermaalbad is, maar helaas gesloten. Als we nog wat rondwandelen zien we een stroompje en dat is heerlijk warm! Niet getreuzeld, handdoeken pakken en erin! Het water ruikt niet naar zwavel, eerder wat gronderig. Geen slechte plek om op je gemak naar de vulkaan te kijken.

Voor vandaag hebben we genoeg gereden. We zijn onder de indruk en moe van al het moois dat we onderweg hebben gezien en we vinden een mooie plek voor een bivak aan de ‘Rio San Antonio de los Cobres’, 2 km voor het gelijknamige dorp. We voelen ons verreist en op deze plek zullen we een paar dagen verblijven. Het waait fors en dus wordt de auto met de kop in de wind gezet. Ook hier slapen we hoog, zo’n 3700m. We merken dat we er al beter mee om kunnen gaan, maar we zijn beiden al snel buitenadem als we even iets fysieks doen. Ook moeten  we blijven smeren, want de lucht is gortdroog. Het gevolg: droge lippen en pijnlijke kloofjes in vingers en hakken.

20 tot 25 december 2025, Kerst in Salta

We hebben afgesproken met Kees & Jacobine om samen een aantal dagen door te brengen. We hebben hen leren kennen in Uruguay, op onze eerste camping La Chacra Holandesa. Met luid getoeter komen ze aangereden. Het is een hartelijk weerzien.

Het waait fors en dus zet Jeroen de luifel uit en haalt de zijwanden tevoorschijn. Door de zijwanden zijn we meer beschut tegen de wind. De eerste dag hebben we nog lol van de zijwanden, daarna draait de wind 180° en staat hij pal op ons! De auto draaien en alles afbreken en weer opbouwen vinden we geen optie en gelaten incasseren we de nieuwe situatie. Het is dan wel weekend, maar behalve rust nemen, zijn we voortdurend bezig met klusjes in de auto/truck, het huishouden draaiende te houden en reisplannen te maken voor de komende dagen. Als beloning trakteren we ons zelf op een ‘asado’ en probeert Jeroen de inklapbare BBQ uit. Het is een prachtig apparaat en zeer geschikt voor onderweg als je klein behuisd bent zoals wij. Door de harde wind is het lastig om de kooltjes voldoende heet te krijgen en dus proberen we windschermen te maken van een tafel en de opklapbare zonnepanelen. Na het nodige geduld eten we uiteindelijk heerlijk.

Drie dagen later is het tijd om te vertrekken en we zullen elkaar weer ontmoeten in Salta, samen met andere Nederlandse Overlanders om de kerstdagen te vieren. Na water bij een benzinepomp te hebben getankt en wat boodschappen doen, rijden wij over Ruta 40 naar Cachi. De route is weer fantastisch en we komen steeds hoger. Op de pas van 4895 meter hoogte stoppen we. Wat een uitzicht. De schitterende afdaling gaat door een kilometers lange vallei langs de ‘Rio Blanca’ waar het verrassend groen is. Ook zien we veel wild en de karakteristieke cactussen met hun middelvinger omhoog! We dalen af van 4894m naar 2400m in Cachi. We merken dat we niet meer buitenadem zijn en slapen eindelijk laag. In Cachi wurmt de Tembo Toy zich in een schaduwrijke plek op de camping municipal.

Van Cachi rijden we terug naar Salta. Om daar te komen moeten we 150 km rijden en daarbij gaan we over een pas van 3457m hoogte. Op het uitzichtpunt proeven we bij een stalletje lokale kaas en worst. Dankzij de verrukkelijke smaak en ondanks de hoge prijs kopen we kaas en worst. Ina ziet een schattige llama-sleutelhanger en kijkt Jeroen aan. “Och nee hè!” Hij ziet de bui al hangen, er is geen ontkomen aan en de llama gaat mee de Toy in en hangt naast het olifantje uit Thailand. Dan volgt de schitterende afdaling met 2000m hoogteverschil. Hoe lager we komen, hoe groener het weer wordt. De wolken trekken ook weg en dus is het voor ons genieten geblazen.

Eind van de middag komen we aan op de afgesproken plek in Salta. Het is het gemeentelijke buitenzwembad Camping Carlos Xamena, waar een aantal camperplaatsen zijn. Wij sturen onze Tembo Toy naast de ‘grote jongens’, 3 truckcampers van Nederlandse Overlanders die als Dutchbat bij elkaar staan. Later sluit nog een vierde truckcamper aan. We maken kennis met Branco & Ingrid, Jeroen & Sacha en Arend & Akkie, allemaal zeer ervaren Overlanders en allen met een vrachtwagencamper. Onze Tembo Toy is opeens een onderdeurtje. Op kerstavond toveren de dames een kerstster, een kerstboompje, kerstlichtjes en een kerstkleed voor over de tafel tevoorschijn en we wanen ons met een graadje of 18°C in onze zomerkleding in een warme kerstsfeer. We eten met elkaar en de gesprekken gaan vooral over de reizen. We vragen ons af hoe de Argentijnen oud & nieuw vieren. Dat zullen we nog beleven. Wij gaan naar bed in de hoop op enige nachtrust en mijmeren nog wat over de prachtige landschappen die we hebben doorkruist.

01 januari tot 14 januari 2026, Stuck in Salta en rondje Cachi

Met Nederlandse mede-Overlanders vieren we een gezellige Kerst en Oud & Nieuw op camping Xamena, het openluchtzwembad van Salta. Op oudejaarsdag bakt Bien oliebollen, Sacha maakt een lekkere salade, Ingrid tovert verrukkelijke zelf gemaakte empanada’s uit haar oven, Ina bakt pisang goreng en alles smaakt heerlijk met wijn en bier. Even voor 20.00 uur Argentijnse tijd (en 24.00 uur Nederlandse tijd) klinkt bij daglicht ‘Bohemian Rapsodie’ van Queen uit de geluidsbox, voor de 22e keer de nummer één van de top 2000 en we proosten op een fantastisch 2026. Daarna duurt het nog vier uur voordat Argentinië ‘Año Nuevo’ kan vieren. We eten, drinken, lachen en zingen. Jeroen pakt zijn gitaar en de anderen zingen uit volle borst liedjes uit het kampvuurboekje, of zoals Jeroen zegt: liedjes voor in het kampvuur. Om middernacht Argentijnse tijd wensen we elkaar voor de tweede keer een gelukkig Nieuwjaar, avontuurlijke reizen en veilige kilometers. Om ons heen zien en horen we vuurwerk. Het is voor ons wederom een bijzonder Oud & Nieuw die we kunnen bijschrijven in het rijtje buitenlandse Nieuwjaars wisselingen.

Jeroen heeft last van zijn kies en krijgt een wortelkanaalbehandeling bij een endodontoloog, een tandarts die gespecialiseerd is in deze behandeling. De totale kosten van twee behandelingen van anderhalf uur elk is $40. We geven €50, want de tandarts levert prima werk. De hevige zenuwpijn is inmiddels verdwenen en het komt uiteindelijk allemaal goed. Na de laatste behandeling op 14 januari zullen we onze reis hervatten. Het plan is om door het Andesgebergte langs de Chileense grens af te zakken naar het zuiden van Argentinië. We zijn benieuwd de beroemde gletsjers met eigen ogen te zien.

Er is tijd genoeg voor Jeroen om een oplossing te vinden hoe de schotel van de Starlink op het dak te bevestigen. Kees heeft voor ons de aansluiting in de cabine gemaakt zodat deze werkt op 12 volt en wij internet hebben terwijl we rijden. Met hulp van de mannen van ‘onze’ garage maken zij een frame van rvs waar de schotel precies in past en het geheel wordt gemonteerd aan de ‘airline rail’ op het dak. We zijn er enorm blij mee. We besluiten om te vertrekken voor een tochtje naar Cachi, Cafayate en terug naar Salta voor de laatste tandartsafspraak. De Tembo Toy heeft lang genoeg stil gestaan en we hebben enorm veel zin om iets te ondernemen. Begin van de middag rijden we uit Salta weg richting Cachi. Het traject hebben we eerder gereden, maar dan van Cachi naar Salta op dag 58 van onze reis. Het is een mooie route en geen straf om Ruta 33 twee keer te rijden. Voordat we de pas van 3457 m bereiken, drinken we bij een restaurant koffie. Vanachter het grote schone raam hebben we een prachtig uitzicht op de bergen. Op de pas zitten we letterlijk met ons hoofd in de wolken. Er is niets van het uitzicht te zien, dus stoppen heeft geen zin. Dan volgt de afdaling en rijden we ‘Parque Nacional los Cardones’ in en schijnt de zon volop. Links en rechts zien we wederom gekleurde bergen. Na 18 kilometer slaan we linksaf de Ruta 42 op en we maken een bivak op 2830 meter hoogte. Het uitzicht is rondom schitterend. Weer hebben we een wereldplek gevonden.

Omdat het behoorlijk waait, genieten we binnen van het panorama met een goed glas wijn. Helaas is de pret van korte duur. Een auto van het nationaal park parkeert achter ons. Twee rangers stappen uit en vertellen dat we hier niet mogen overnachten. Ze wijzen op de kaart waar verderop een camping is. Jeroen kijkt zeer beteuterd, pakt de boel in en rijdt enigszins mokkend naar de camping. Het is maar 5 minuten rijden naar ‘Camping Yacoraite’ waar we noodgedwongen gaan overnachten. Hemelsbreed ligt het nog geen 1 km van de verboden bivakplek verwijderd. Het hek van de camping is gesloten en wij parkeren op de parkeerplaats. Achter het hek zien we twee toiletten, een wasbak, een kraan waar geen water uitkomt, vier plaatsen voor een tent met fantastisch weids uitzicht en verder tonen pictogrammen op een houten bord dat veel dingen verboden zijn. Een veel betere plek dan op de parkeerplaats, vinden wij, alleen onmogelijk om er te komen met de Tembo Toy. We zijn ingesloten tussen struiken en een Duitse Iveco campervan. Belemmeringen om optimaal van het panorama te genieten. We moeten het er maar mee doen. ‘You can’t always get what you want. You get what you need!’

De zon schijnt als we wakker worden. Om van het uitzicht te genieten, ontbijten we achter het hek bij een plaats voor een tent. Al gauw gaan we op pad, benieuwd wat we onderweg gaan zien. Het eerste deel door het Parque Nacional los Cardones is een bijzonder en gevarieerd landschap met verschillende vormen en kleuren bergen en heel veel cactussen. Om de haverklap stappen we uit om foto’s te maken. Na 30 km rijden we weer op Ruta 40, plaatselijk bekend als ‘La Cuarenta’. Langs de kant van de Ruta staat vermeld hoeveel kilometers het is tot Ushuaia. Nog 4479 km van de ruim 5120 km te gaan, lezen we. In Séclantas tanken we en slaan we rechtsaf de bergen over Ruta Provincial 56S. Het landschap verandert in hoge bergen. Na slechts 18 kilometer stoppen we op 2690 meter bij een haarspeldbocht voor koffie met uitzicht op het ‘Laguna del Brealito’ aan de ene kant en een bergrug van over de 3000 meter hoog aan de andere kant. We kijken elkaar aan en we denken precies hetzelfde. Hier maken we ons bivak. Voor vandaag zijn we uitgereden.

We verlaten met enige moeite onze heerlijke bivakplek en rijden richting Molinos. Het pad is slecht, zeer rotsig, sommige stukken compleet weggespoeld, dus we vorderen langzaam. Het gemiddelde is ongeveer 15 km/u. Maar zoals een vermaard filosoof ooit stelde: “Elluk nadeel heb z’n voordeel”, want door het lage tempo is er volop gelegenheid om het fantastisch afwisselende landschap te bewonderen. Rode rotsen, granietblokken, monolieten, rivierbeddingen, kloven, hoge passen, het gaat maar door! We zien zelfs een helikopter landingsplaats en een landingsbaan voor vliegtuigen. Verrassend, omdat we in de buurt geen huizen zien. “We rijden toch op de wijnroute?” vraagt Ina. ” Maar ik heb nog geen druif gezien!” Ze heeft het nog niet gezegd, of we rijden langs een wijndomein bij het dorpje Colomé. De druiven zijn nog klein, maar de groene vallei is prachtig.

We pikken hier de Ruta 40 weer op en rijden over hels wasbord naar Angastaco. Via iOverlander vinden we een bivakplek boven de rivier, met uitzicht op de mooi uitgesleten heuvels. Pfff, een zeer vermoeiende en lange reisdag over deels best wel smalle en beroerde pistes, waar je absoluut een 4×4 voor nodig hebt. Wat hebben we ervan genoten. We vervolgen de reis over de Ruta 40 richting Cafayate en rijden door een soort maanlandschap van geërodeerde witgele bergen. Op aanraden van Overlandervriendin Margriet rijden we een kloof in, alleen begaanbaar met een 4×4. We slalommen tussen de rotsen door en Jeroen is in z’n element. De kloof eindigt bij de rivier en we vinden beiden dat dit een nòg mooiere bivakplek was geweest dan waar we net vandaan kwamen. Na nog wat spelen in het zand pakken we de wasbordpiste weer op en genieten van de omgeving.

Bij San Carlos is er opeens asfalt. We drinken er koffie op het centrale pleintje en we bestellen 12 empanada’s voor vanavond. Vanaf Cafayate rijden we de supermooie Ruta 68 naar Salta en passeren onder andere ‘El Obelisco’ in ‘Reserva Natural Quiebradas de las Conchas’. Elke bocht levert weer een ander spectaculair uitzicht op. Het is even zoeken naar een bivakplek, want de beoogde plek aan de rivier keuren we af, teveel troep en afval. We komen terecht bij het grote stuwmeer ‘Embalse Cabra Corral’. Overal watersportactiviteiten, restaurants en cabañas. Duidelijk een toeristische omgeving en we vragen ons af of we hier zomaar mogen gaan overnachten. We gokken het erop, zetten de stoelen neer, drinken een wijntje en kijken uit over de dobberende bootjes terugdenkend aan de mooie reisdag. Ondanks dat we langs de doorgaande weg een bivak hebben gemaakt, hebben we een rustige nacht zonder veel verkeer en zijn we ook niet weggestuurd. Tot een uur of één genieten we van de rust en het uitzicht op het meer. De afgelopen vier dagen hebben we een rondje gereden en een grote verscheidenheid aan fantastische natuur gezien.

15 januari tot 18 januari 2026, Catamarca en toestanden op de weg

Voor ons doen is het vroeg als we vertrekken. De route tot aan Cafayate is bekend, maar geen straf om het een tweede keer te rijden. Bij de uitzichtpunten ‘Quebrada de las Conchas’ en ‘Tres Cruses’ (drie kruizen) stappen we uit om foto’s te maken. We krijgen geen genoeg van het schitterende uitzicht op de bergen. Na 300 km rijden door de provincie Catamarca slaan we vanaf Ruta 40 een zandpad in die ons leidt naar de rivier waar we een bivak maken. We drinken buiten een wijntje totdat het zachtjes begint te regenen en later op de avond weerlicht en dondert het om ons heen. We duiken ons bed in en hopen op een goede nachtrust.

Het regent zachtjes en in de bergen om ons heen onweert het hevig. De rivier, waar we overigens een voldoende aantal meters boven staan, joelt plotseling als een dolle. Het zandpad vanaf de weg tot onze bivakplek is veranderd in een klein beekje. We bedenken ons geen moment, klimmen uit bed, snel de kleren aan en pakken de boel in om te voorkomen dat we ploeterend met schep en zandplaten Ruta 40 moeten bereiken. In het donker zien we het water over het pad stromen. Het is even zoeken naar de juiste route, maar zonder problemen rijdt Jeroen door de inmiddels hard stromende beek in ‘no time’ de weg op. We rijden een stukje en komen dan tot stilstand voor een woest kolkende rivier die dwars over de weg stroomt. ” Hier gaan we niet doorheen, hoor” zegt Ina, “We zien niets en hebben geen idee hoe diep het is”. Ze heeft gelijk en Jeroen keert de auto en rijdt naar het hoogste punt van de weg. We parkeren de Toy langs de weg op een harde ondergrond, laten het dak dicht wegens de harde wind, maken het noodbed op, zeggen tegen elkaar dat dit een verstandige en snelle actie van ons is en we vallen gerustgesteld in slaap.

Tegen het ochtendlicht hoort Ina de eerste auto’s voorbij rijden en ze constateert dat ze maar één kant op gaan, namelijk van ons af. We gaan op pad en staan al snel stil achter een rij auto’s. De ontstane rivier die ons vannacht ook al de weg versperde zorgt voor een aanzienlijke ravage. Het water is al wel wat gezakt, maar heeft modder, stenen en takken achtergelaten. Niemand durft er doorheen, maar Jeroen bestudeert de situatie en komt tot de conclusie dat het met onze Toy te doen is. Hij rijdt langs de rij wachtende Argentijnen, geeft flink gas en gaat door de modder en het water naar de overkant. Een aantal Pick-ups volgen ons. Gelukt! Niet veel later staan we weer stil en is het hetzelfde liedje. Jeroen twijfelt niet, passeert de rij en rijdt probleemloos naar de overkant. Er zijn onnoemelijk veel verharde wadi’s dwars op deze route voor afwatering die bij veel regen snel vollopen, waardoor de doorgang versperd kan worden. Het lijkt er echter op dat we zonder veel problemen de wadi’s kunnen oversteken. Voor de plaats Belén gaat de weg door een mooie rotsige kloof en daar zijn serieuze problemen. Al snel zien we voor ons stilstaande auto’s. Midden op de weg liggen kleine en grote rotsblokken. Er zijn geen wegwerkers om de weg vrij te maken. Hier hanteren ze de Argentijnse manier. Uit de auto’s voor ons stappen de mannen uit en rennen naar de obstakels, maken vlot de weg met de hand vrij, rennen terug en zodra ze in de auto zitten, sprint de auto weg. Wij sluiten aan en al gauw bereiken we de volgende versperring en het ritueel herhaalt zich. Een aantal keren maken we dit mee en het ziet er eigenlijk wel komisch uit. Tegelijkertijd is het ook spannend,  want voortdurend komen er rotsblokken naar beneden en zijn er aardverschuivingen. We speuren de rotswand af en bij één van de versperringen horen we plotseling een harde knal en ziet Jeroen in de achteruitkijkspiegel dat de auto vlak achter ons wordt geraakt door vallende rotsblokken van zeker een meter doorsnede. Levensgevaarlijk! We zijn net door het oog van de naald gekropen en het ongeval is ons bespaard gebleven. Langzamerhand rijden we uit de bergen en staan de volgende obstakels ons op te wachten. Door de meestal droge rivierbeddingen stroomt nu het bergwater met veel geraas. De lange rij wachtende auto’s durven niet over te steken. “Maar we hebben niet voor niets een 4×4”, zegt Jeroen. Hij rijdt tot het stromende water, kijkt hoe en hoe hard het water stroomt en zegt tegen Ina dat we naar de overkant kunnen rijden. “Zou je dat nou wel doen?”, vraagt ze enigszins benauwd. “Je ziet niet of er stenen in het bruine water liggen.” Jeroen stelt haar gerust en steekt vol vertrouwen en probleemloos over. Alle 4×4’s volgen Jeroens voorbeeld (iemand moet toch de eerste zijn) maar de personenauto’s zullen moeten wachten totdat het water is gezakt. Het went snel en het vertrouwen in de auto neemt toe, totdat we achter een rij wachtenden aansluiten omdat het water te hoog staat en de stroming te sterk is. De politie is aanwezig en nu moet iedereen wachten. Na een half uur zien we twee mannen door het water naar de overkant lopen en waagt een vrachtwagen de oversteek. Helaas is hij te zwaar en komt de ontstane oever van modder en stenen niet over. Mannen scheppen het zand bij de wielen en het talud weg en een andere vrachtwagen trekt hem naar de overkant. Na diverse pogingen en een brekende sleepkabel lukt het eindelijk. Daarna volgen de terreinwagens en ook wij bereiken de overkant. De ochtend is vol met sensatie, maar rotsblokken die op de weg vallen is geen grapje. In Frankrijk zou men direct de weg afsluiten, hier hanteert men de Argentijnse manier.

Na deze toestanden verdwijnen de regenwolken en schijnt de zon weer volop. We besluiten nog flink door te rijden. De bergroute door ‘Cuesta de Miranda’ is schitterend. Net buiten het dorp Guandacol vinden we ‘Camping Los Eucaliptus’, een prachtige plek om er de nacht door te brengen. In de ochtend branden we ons bed uit, want het is warm. De waterhoos van gisteren lijkt al weer eeuwen geleden. Op ons gemak pakken we in, douchen nog een keer en zijn weer op weg. De landschappen onderweg blijven fascinerend en afwisselend. We nemen een tussendoor weggetje die echter steeds slechter wordt. Het tempo daalt naar kruipen en we moeten nog 80 km! Tegelijkertijd is het landschap niet interessant, want we rijden over een eindeloze steenvlakte. Ina heeft er geen zin in en we pakken de kaart erbij. We besluiten om terug te gaan en een route te nemen over asfalt. En dat blijkt een goede keuze, want de route is prachtig. We genieten volop van deze bijna verlaten weg in zeer goede staat. In Calingasta vinden we een plekje op de camping municipal, een troepig dagrecreatieterrein met betonnen voetbalveld en BBQ-voorzieningen. We doen het er maar mee.

We rijden de volgende dag weer verder en na een tijdje ziet Ina opeens een bord met een naam en een pijl ‘linksaf’, wat duidelijk duidt op iets bijzonders. We zijn nieuwsgierig, gaan de keurig aangelegde ‘ripio’ op, rijden door een kloof en zien aan het eind een opvallend natuurlijk gevormde rotsformatie. We zijn bij ‘Cerro Alcázar’, ontstaan in het tijdperk van de dinosaurussen. De kleuren en grillige vormen, gevormd door wind- en watererosie, geven het de look van een kasteel (Alcázar). Het zou zeker niet misplaatst zijn wanneer deze prachtige plek gebruikt zou worden voor een filmlocatie. Welke kant je ook opkijkt, het ziet er schitterend uit.

We rijden een andere provincie in, van de provincie San Juan naar de provincie Mendoza. Een bord geeft dit duidelijk aan en het wegdek verandert direct van glad asfalt in een redelijk begaanbare ‘ripio’. De bergketens komen steeds dichterbij en uiteindelijk rijden we door een kloof langs de rivier de Mendoza. De bruine rivier stroomt hard en we zien dat er aan rafting wordt gedaan. De bergen hebben verschillende kleuren. Voor ons bivak arriveren we bij ‘Embalse Potrerillos’, een stuwmeer. Er zijn veel dagjesmensen en tegen de avond keren ze terug naar huis. De rust is wedergekeerd en wij duiken ons bed in.

19 januari tot 31 januari 2026, Provincies Mendoza, Neuquén en Chubut

Vandaag is eindelijk de dag waar we al tijden naar hebben uitgekeken. Dat zit zo. Als je mede-Overlanders tegen komt, dan is dat vaak heel gezellig maar ook heel informatief. Over en weer worden ervaringen en tips uitgewisseld. Zo ook dit bezoek aan de Bodega van Jean Bousquet in dè wijnstreek van Argentinië bij Mendoza. Vorstelijk lunchen met perfecte wijnen van het wijndomein. Nou, dat gaan we vandaag dus eventjes zèlf beoordelen! Eerste gang: kaasplateau, kip, calamares en verse bolletjes. Tweede gang: empanada’s, salade, witte wijn: pinot gris. Derde gang: biefstuk, varkensrib, rode wijn: malbec. Dessert: flan caramel en appelgebak met ijs en een rosé: grenache, syrah, sauvignon, pinot gris. Oordeel: goede prijs-kwaliteitverhouding, lekkere gerechten, prima wijnen, fijne locatie en een goedlachse serveerster. Kortom, zeer geslaagd! We zijn moe van het eten en vooral van de wijnen. We kunnen zo niet meer rijden en we mogen met de Tembo Toy op het terrein blijven staan voor een overnachting. Ina rijdt hem onder een boom in de schaduw. We klappen het dak uit, maken het bed op en vallen beiden als een blok in slaap.

We zijn allebei vroeg wakker en dat resulteert er in dat we om 9.00 uur wegrijden van de fijne plek op het wijndomein. We rijden over asfalt, met aan onze rechterkant de Andes met besneeuwde toppen en aan onze linkerkant een platte vlakte met wijnvelden, koren en andere tuinbouw. Na een tijdje verandert het landschap weer, het wordt rotsiger, droger en heter. Ook het asfalt maakt plaats voor een gravelweg met flinke ‘badenas’, door ons steevast aangeduid als een wasbordpiste. We zien vulkanen en de gitzwarte lavarotsen en daar tussendoor de snelstromende rivier Rio Grande. Na een uur schudden trillen en bonken ziet Jeroen opeens een mogelijkheid voor een bivak aan het water. We rijden een paadje af en kunnen de Toy mooi recht zetten. Ideaal plekje weer. “Auw!” zegt Ina, ” Ik word gebeten!” Meerdere horzels tegelijk vallen ons aan en we vluchten de camper in. Eerst maar even insmeren met deet. Jeroen zet vervolgens de luifel op en installeert de zithoek. Ina kan haar draai maar niet vinden, want ze heeft veel last van de horzels en de hitte. Ze ziet er ongelukkig uit en dat kan niet de bedoeling zijn. Het liefste wil ze vertrekken, weg van deze op het oog perfecte bivakplek. We discussiëren er niet over en pakken alles weer in, zo gebeurd. We rijden nog een half uur over de heftige piste en zien in de valleien een soort oases. Ina vindt een overnachtingsplek in Ranquil Norte met schaduw, zonder horzels maar wel een lieve hond en nu is ze tevreden.

In de ochtend brengt Jeroen de banden weer op spanning, want we gaan verder rijden over de Ruta 40 die inmiddels weer asfalt heeft. Onderweg zien we verscheidene vulkanen in een, zoals altijd, betoverend landschap. Bij de provinciegrens van Mendoza en Neuquén worden we door de politie aangehouden. “Buenas dias. Hebben jullie vlees en fruit bij jullie?” “Ja, fruit”, zegt Ina, ze maakt het deksel van de middenconsole open en toont twee heerlijke grote bananen. “Dat is geen probleem. Geen mandarijnen?” Nee, geen mandarijnen, die we overigens al weken niet meer hebben gezien of gekocht. Het is ons bekend dat we vers fruit, groente en vlees niet mee mogen nemen naar Chili. De controle is er heel streng. Ook tussen sommige Argentijnse provincies is dat verboden, onder anderen naar Patagonië. De politieman lacht vriendelijk naar ons en hij gebaart dat we mogen doorrijden. De reden van deze regel: de verspreiding van plagen, ziektes en schadelijke insecten pogen te voorkomen, de lokale landbouw te beschermen en de lokale biodiversiteit niet in gevaar te brengen. Men is bijvoorbeeld bang dat fruitvliegjes, die zich rap kunnen vermenigvuldigen, de oogst kunnen ruïneren. In Chos Malal gaan we tanken (goedkoop: 1445 ps/l = 0,86 €/l) en Jeroen rijdt vlot naar de pomp. Meteen komt breed lachend de pompbediende naar ons toelopen: “Sorry, u moet dáár in de rij staan, die auto’s zijn allemaal vóór u!” We vonden het al vreemd dat er zomaar werd getoeterd, maar dat was dus voor ons bedoeld! We rijden een blokje om en sluiten braaf aan. Na het tanken drinken we koffie met iets lekkers erbij (duur!) en zo zijn de uitgespaarde pesos door het goedkope tanken ook weer teruggevloeid in de Argentijnse economie.

We rijden tussen twee mooie bergruggen, waarvan aan onze rechterkant de grens met Chili is. Op een gegeven moment houdt het asfalt voor ons op. Als we door zouden rijden, komen we in Chili terecht. Wij nemen net voor de grensovergang Ruta 23, een ripio waar wegwerkers met veel en groot materieel de weg renoveren en duikers bouwen waar je ‘u’ tegen zegt. Jeroen laat de banden weer aflopen en zet de Tembo Toy in 4×4. We zien het landschap veranderen. Beneden ons stroomt het heldere water in ‘Río Litrán’ en om ons heen zien we de bijzondere, statige Araucaria bomen die mooie plaatjes opleveren. In het Nederlands heten deze bomen ‘Slangenden’ en in Argentinië zijn ze genaamd ‘Péhuen’. We vinden een perfecte bivakplaats, ver genoeg van de piste af. Het kost even moeite om enigszins recht te staan, maar uiteindelijk lukt dat met de oprijblokken en grote stenen. We staan naast de rivier, wederom onder Araucaria bomen, een fantastische plek voor een bivak van enkele dagen. We staan hier met nog een Argentijnse Overlander en even later komen twee mannen om er te vliegvissen. Jeroen ziet zichzelf al vissen en verheugt zich op morgen. Komen eindelijk die hengels uit hun tasjes.

De volgende dag komen Marijke en Adriaan ook bij ons staan en hebben we het heel gezellig samen. We vinden deze plek zó heerlijk, dat we besluiten nog een dagje te blijven. Marijke & Adriaan zijn vertrokken en dus staan we hier helemaal alleen. Jeroen pakt zijn hengel en poogt een grote  vis te vangen. Van de Argentijnse buren kregen we de tip om naar Lago Queñi te gaan, een afgelegen meer met warmwaterbronnen in de buurt. Alleen toegankelijk met een 4×4 en dat lijkt ons wel wat. Laat in de ochtend vertrekken we en rijden langs het toeristische ‘Lago Aluminé’. De piste is in onderhoud en dus zijn er weer veel werklui aan de gang, altijd vergezeld van een persoon met vlag om aan te geven of je moet stoppen of door kunt rijden. Op een gegeven moment helt de piste naar rechts, richting afgrond en ligt er veel los grind. Ina komt er met de rechterkant in terecht en de Toy maakt een slinger. Meteen stuurt Ina terug en we maken nog een slinger. Pff, dat was even spannend, want de afgrond was wel erg dichtbij.

Na zo’n 40 km gaat de piste over in asfalt en pompen we de banden weer op. We volgen Ruta 23 langs de snelstromende rivier en we vinden het weer erg mooi. Als we in een dorpje een aantrekkelijk terrasje zien, hebben we meteen zin in koffie. Dat blijken ze niet te hebben, het is een bar met keuken. We besluiten om in plaats van koffie een pizza en empanada’s te bestellen, ook niet slecht. Na deze lunch rijden we verder naar San Martin de los Andes en dat ligt in het Parque Nacional Lanín. We zien veel Argentijnse toeristen en het is druk. We nemen Ruta 48 (banden weer af laten lopen …) en volgen een zeer stoffig pad door de bergen. We komen regelmatig auto’s tegen die ervoor zorgen dat we in dikke wolken stof rijden. Zelf produceren we trouwens ook flink wat stof! Pas na 45 minuten zien we ‘Lago Lácar’, maar nergens een mogelijkheid voor een bivak. Het loopt al tegen de avond en we besluiten om in één keer door te rijden naar ‘Lago Queñi’. Het bord is duidelijk: alleen met een 4×4 toegankelijk. Ha, dat vinden we leuk en het bospad is smal, korte bochten, veel boomwortels, zacht zand en in lage gearing goed te doen. We steken wat riviertjes over en arriveren net voor de schemering op de vrijkampeerplek. Tot onze verbazing zien we meerdere kampeerders met daktent of een gewone tent, allemaal Argentijnen en sommigen zijn hier met een personenauto aangekomen. Wij vinden een mooi plekje in het BBB = beuken bamboe bos.

Het is weekend en voor zo’n afgelegen plek in the middle of nowhere zijn er best veel mensen. De vrijkampeerplaats is goed bezet en ook zijn er veel dagrecreanten. We besluiten niets te ondernemen, want we schatten in dat we veel lokale toeristen tegen zullen komen bij de warmwaterbron, dus blijven we ‘thuis’. Ook lekker. Het is intussen maandag en gisteren zijn veel kampeerders al vertrokken. Wij pakken de rugzakken in met de camera, water, iets te eten en een handdoek en gaan op weg naar de ‘Thermas de Queñi’. Langs het goed onderhouden schaduwrijke bospad van vier kilometer zien we beuken, bamboe, buxus, hulst, oranje lelies, fuchsia en paarse gewone brunel, ook bekend als bijenkorfje. Regelmatig stijgen en dalen we, zien we onder ons het meer en dan staan we voor de ‘Aqua Thermal’. Het is een kleine beek waarin verschillende poelen zijn gemaakt. In de bovenste poel zien we de damp uit het water opstijgen en het is er te heet om er in te zitten. In één van de andere poelen is de temperatuur van het water aangenaam, zitten we op een plank onder de ‘douche’ en wast Ina haar haar. Niet met zeep, want dat is natuurlijk verboden.

Er zijn op dat moment niet veel  mensen aanwezig en op een gegeven moment hebben we de thermen geheel voor ons alleen. We genieten volop van het idyllische natuurplekje. Na bijna een uur wandelen we hetzelfde bospad terug. En wie komen we voor de zesde keer tegen? Marijke en Adriaan. We vinden de ontmoeting heel leuk, doch niet toevallig, want we kregen beiden deze kampeertip van de Argentijnen die we ontmoet hebben bij ‘Río Litrán.

Voor ons doen vertrekken we de volgende dag op tijd, 10 uur. Vandaag rijden we van ‘Parque Nacional Lanín’ naar ‘Parque Nacional Nahuel Huapi’. Maar eerst rijden we de 32 km in twee uur terug over de zeer beroerde ripio om terug te gaan naar ‘San Martin de los Andes’. We komen van de rust in de vakantiedrukte. Wat een mensen! De plaats doet ons denken aan een Zwitsers ski-zomervakantieoord vanwege de bergen, het meer, de vele bars, restaurants, winkeltjes en de schuine daken van de chalets. In de winter verwachten ze hier blijkbaar veel sneeuw. We vluchten voor de hectiek en volgen de befaamde ‘Ruta de los Siete Lagos’ (de Zeven Merenroute) die zeven meren met elkaar verbindt. Dit deel van Ruta 40 is een verharde weg door het noordelijke deel van Patagonië. Weer wanen we ons in Zwitserland, rijden we met de stroom vakantiegangers mee (het is nu zomervakantie voor de Argentijnen) en zijn de meren, rivieren en campings druk bezocht. Het valt niet mee een leuke foto te maken van de meren, want er staat steeds een dikke rij bomen voor. “Hadden ze dat nou niet wat beter kunnen organiseren?”, moppert Jeroen. “Ze hebben er 7 kansen voor!”

Voor de stad ‘San Carlos de Bariloche’ vinden we ‘Camping Bahía Los Cipreses’ en zetten de Tembo Toy pal aan het meer. Het doel van vandaag is rijden naar de plaats Esquel. De route is weer mooi en we rijden tussen de bergen, door de bossen en langs meren ( waar we slechts steeds een glimp van zien). Eigenlijk willen we via ruta 71 rijden, maar langs die weg zijn er al wekenlang bosbranden die waarschijnlijk zijn aangestoken. 3000 lokalen en toeristen zijn al geëvacueerd. We weten niet zeker of de weg is afgesloten en daarom volgen wij Ruta 40. Onderweg zien we enorme natuurgebieden die al eerder zijn afgebrand. Als we even uitstappen, ruiken we de brandlucht. We rijden door Esquel, maar besluiten naar het dorp Trevelín te rijden. De bewolking hangt laag en het regent zachtjes. Zodra we echter op de sfeervolle camping El Chacay de Tembo Toy onder de appelboom hebben geparkeerd, begint de zon te schijnen. Volgens de weersverwachting zien we de zon morgen de hele dag en wordt het 29°C.

We gaan ons voorbereiden op de grensovergang naar Chili. We moeten namelijk vóór 21 februari Argentinië officieel verlaten in verband met ons visum en de TIP (Temporary Import Permit) voor de auto. Iedereen is in Chili welkom, mits je geen vers fruit, verse groente, vlees, zaden, noten, zuivel en planten meeneemt. We doen ons best om wat we nog ‘in huis’ hebben op te eten en vullen online het noodzakelijke formulier van de SAG (Servicio Agricola Ganadero) in. Na wekenlang de beroemde Ruta 40 in Argentinië te hebben gevolgd, gaan we nu een andere fameuze route volgen, namelijk de Ruta 7, oftewel de Carretera Austral in Chili. Hiermee slaan we 2 vliegen in één klap, want de Ruta 40 gaat 800 km lang door saaie pampa, terwijl aan de andere kant van de Andes de Ruta 7 de meest fantastische landschappen ontsluit.

31-01-2626, Bienvenido a Chile

Nadat we in het Argentijnse dorp Trevelín de twee tanks hebben volgetankt met goedkope benzine, rijden we richting Chili. We passeren ‘Campo de Tulipanes’ waar je prachtige plaatjes kunt schieten van allerlei gekleurde tulpen met bergen op de achtergrond. Alleen zijn wij twee maanden te laat, de tulpen zijn geoogst, dus rijden wij door. We raken onder de indruk van de bergen in ‘Parque Nacional Los Alerces’. Werkelijk prachtig! We rijden over een brug met onder ons de snelstromende Futaleufú rivier, maken een bocht naar links en staan voor de Argentijnse grens. Daar worden onze paspoorten en de TIP afgestempeld en Jeroen verwijdert de Argentijnse vlag van de Tembo Toy. Vervolgens rijden we naar de Chileense grens waar wederom een paspoortcontrole is en de auto een TIP krijgt voor 3 maanden. Dan volgt de SAG-controle. Twee mannen stappen de cabine in, openen twee kasten en de koelkast en constateren dat we geen vers fruit, groente en zuivel hebben. Deze procedure gaat heel gemoedelijk en met een glimlach. “Veel plezier in Chili. Buen viaje.” En dan rijden we in Chili. Meteen valt ons op dat het ontzettend groen is in tegenstelling tot Argentinië. We vinden dat het veel weg heeft van de Alpen. In het dorp Futaleufú zijn alle huizen van hout gebouwd. We pinnen Chileense pesos, doen wat boodschappen, drinken koffie, nemen er iets lekkers bij en zijn een vermogen kwijt. Veel toeristen komen hier om te kanoën of te raften en dus zijn er legio boekingskantoren.

Daarna rijden we door over Ruta 231 en langs verschillende meren. De rit is kort, want de zon zorgt voor een graadje of 26, het is onbewolkt en we besluiten om hiervan te profiteren en rijden naar camping ‘Tierra Austral’. De eigenaar woont op een schitterend stuk land gelegen aan ‘Lago Lonconao’ en met uitzicht op de bergen. De resterende middag genieten we van de rust en de natuur. Morgen rijden we weer verder.

Algemene weetjes: Chili, officieel genaamd ‘República de Chile’ telt bijna 20 miljoen inwoners. Het land ligt aan de Grote Oceaan, in het oosten ligt het reusachtige Andesgebergte en aan de noordgrens ligt de Atacama, één van de droogste woestijnen ter wereld. Chili is ongeveer 4500 kilometer lang, ongeveer 180 kilometer breed en 21 keer zo groot als Nederland. Door zijn enorme lengte heeft het land wel negen klimaatzones en daardoor een grote verscheidenheid aan vegetaties. Als je door Chili reist, kun je, afhankelijk van waar je bent, het hele jaar zowel zomer- als winterkleding aantrekken. Wij zijn voorbereid op alle weersomstandigheden en behalve kleding heeft Ina ook nog eens een kruik meegenomen.

01-02-2026, Rivieren, meren en een zeearm

Wat hebben we vandaag veel water gezien. Nee, geen regenwater, wel meren, rivieren en een zeearm. We ontbijten in een zonnetje en pakken op ons gemak in. Jeroen wordt hier voor de tweede keer gestoken door een wesp. Gelukkig werkt het vacuümpompje goed en is Jeroen niet allergisch, maar het blijft vervelend. Vanaf het meer Lago Lonconao rijden we via een schitterende route langs Río Futaleufú, Lago Yelcho, Río Frío, Río Palena, Lago Risopatron naar het dorp Puyuhuapi dat aan een zeearm ligt van de Zuidelijke Stille Oceaan. De reis gaat over de W905 en Ruta 235 (beiden ripio) en daarna over Ruta 7 (asfalt), de bekende Carretera Austral. Bij de brug over Río Futaleufú zien we het water snel stromen, perfect voor kajakken en raften. Toevallig zien we watersporters varen en maken we foto’s en nemen we video’s op. We vinden dit spectaculair om te zien en Jeroen meldt dat wij ook nog eens gaan raften. Ina kijkt daarbij bedenkelijk.

Onderweg zien we bergen van maximaal 2500 meter hoog met besneeuwde toppen. Er zijn zelfs gletsjers te zien. Als we langs het uitgestorven gehucht Villa Santa Lucía-Ciudadela rijden, hebben we zin in koffie. We nemen buiten plaats en genieten van de koffie met uitzicht op een berg met een besneeuwde top. We nemen er iets lekkers bij onder het mom van ‘vergelijkend warenonderzoek van gebakjes in Chili’. De route blijft beeldschoon en het is volop genieten, maar een mooie bivakplaats vinden is lastig. Tegen het eind van de dag neemt de bewolking toe en tegen half zes vinden we een overnachtingsplek in het dorp Puyuhuapi aan de zeearm op Camping Rio Mar. Het is niet veel soeps, maar we hebben ons eigen huisje bij ons. ’s Nachts gaat het regenen en ook voor de komende dagen wordt er slecht weer verwacht. We mogen niet mopperen, want de laatste 3 maanden hebben we vooral heel veel zon gezien.

02-02-2026, Slapen aan Río Simpson in Regio Aysén

Het heeft in de nacht zacht doorgeregend en ook ’s ochtends is het druilerig. Het voelt fris en na lange tijd trekken we een lange broek en sokken aan. We vertrekken na de boodschappen en zijn benieuwd of we nog wat van de omgeving gaan zien, want het zit potdicht. We rijden langs meren en rivieren en missen de toppen van de bergen door de laaghangende bewolking. Toch valt er genoeg te genieten. Het wegdek is wisselend ripio en asfalt en bij Parque Cuesta Queulat stijgen we flink via talloze haarspeldbochten. De ripio is slecht en glibberig, vooral in de steile en krappe bochten en dus zet Jeroen de Toy in lage gearing. Dat rijdt veel comfortabeler. We hebben zin in koffie, maar in de kleine dorpen die we tegenkomen is niets te vinden. Bij Laguna de las Torres zetten we dus zelf maar onze koffie in de percolator en die smaakt ons best! Na 200 km en ruim 4 uur rijden vinden we het best en zoeken een plek aan een rivier. Elke mogelijke afslag is privé, en dus komen we op de zeer kleine en eenvoudige ‘Camping El Patagón’ aan de ‘Rio Simpson’ terecht waar plots de zon verschijnt. Prima plekje (we zijn de enige gasten samen met de huiskat) en Jeroen verheugt zich erop om morgen te gaan vissen.

03-02-2026, 3 maal is scheepsrecht

Het is hier aangenaam toeven: half bewolkt, rond 20 °C, weinig wind, bijna geen insecten. “Wat eten we vandaag?” vraagt Ina. “Forel”, antwoordt Jeroen vol zelfvertrouwen. Vandaag is het een ‘klusjesdag’. Ina doet wat was en maakt de toilet/doucheruimte schoon, terwijl Jeroen het droogtoilet een grote beurt geeft. Na de welverdiende koffie gaat Ina verder met het maken en installeren van het vliegengordijn. Alles moet met de hand genaaid en dat kost zeeën van tijd.

Intussen maakt Jeroen zijn hengel in orde en gaat alvast even wat proberen. Hij loopt tot z’n knieën de rivier in en werpt z’n kunstaas onder de bomen en tussen wat boomstronken. Na zo’n 10 minuten heeft hij beet, een flinke regenboogforel. Jeroen haalt de vis binnen, maar heeft geen schepnet. De vis heeft dat blijkbaar in de gaten, want begint uit het water te springen en worstelt zich los van de haak. Vis weg! Potverdorie! Opnieuw proberen, want het gekozen kunstaas spreekt aan, dat is wel duidelijk. Al snel heeft Jeroen weer een regenboogforel aan de haak en deze is veel kleiner. Jeroen kan deze netjes onthaken en zet hem weer terug. Hierna krijgt hij geen beet meer en wil ermee ophouden, want hij heeft het intussen een beetje koud gekregen. Op dat moment komt Ina even kijken met de camera in de hand en roept: “Gooi nog eens in, dan ga ik filmen”. Jeroen zoekt nog een ander plekje en werpt weer uit. Pats! Beet! Dit is weer een flinke en Ina krijgt in de gaten dat er wat aan de hand is. Jeroen haalt een prachtige bruine zalmforel (Salmo trutta fario) binnen en deze gaan we vanavond opeten met een glaasje Argentijnse witte wijn uit Cafayate.

04-02-2026, Bivak aan de Río Murta

We slapen lang, mede door het geluid van de snelstromende rivier. Maar we moeten ook nog uitbuiken van de grote forel van gisteravond. We slaan het ontbijt dus maar over en rijden eerst naar Coyhaique voor boodschappen en tanken (€ 1,25/L). Om ons heen zien we steeds meer bergtoppen met sneeuw, ook wordt het kouder. We vinden het wat minder op Europa gaan lijken, alhoewel de vegetatie ons bekend voorkomt: naaldbomen, beuken, buxus, lupine en velden met margrieten en boterbloemen. Ina heeft weer een mooi koffietentje gevonden en bij ‘Cafetaria Nómades Cerro Castillo’ nuttigen we superlekkere en superdure taart, terwijl de uitbater de houtkachel aanmaakt. Ina vraagt of we over ongeveer 6 weken bij hun kunnen overnachten als we van Vuurland weer noordwaarts door Chili gaan rijden. Ze willen dat te zijner tijd bekijken, want misschien zijn ze dan al gesloten in verband met de vroege winters in dit gebied. Winter is hier trouwens alom aanwezig, gezien de markeringspalen langs de weg in geval van sneeuw, de borden met aanwijzingen naar skigebieden en de hagelbui/natte sneeuw die we onderweg op ons dak kregen.

Het asfalt is op en we rijden uren over een zeer hobbelige ripio door een vallei met turquoise smeltwater en hoge puntige bergen. Kortom prachtig, maar ook vermoeiend. Aan de Rio Murta vinden we een mooie bivakplek en Jeroen kan het niet laten om even z’n hengel uit te werpen. De ambiance tussen de besneeuwde bergtoppen is magisch!

05-02-2026, Bivak bij Bahía Explorades

Voor de eerstvolgende vier dagen hebben we een planning gemaakt. Normaliter doen we dat niet, maar soms is het verstandig of noodzakelijk om dat toch te doen. Enige dagen geleden liet een Chileen ons een video zien van gletsjers die je kunt bezoeken per boot. We waren zeer onder de indruk van de beelden, dus hebben we besloten om het met eigen ogen te zien. Hiervoor rijden we eerst naar het dorp Puerto Río Tranquilo om een reservering te maken bij een touroperator. In het dorp aangekomen, zien we veel restaurants, touroperators en heel veel toeristen. In de hoofdstraat zijn alle parkeerplaatsen bezet en parkeren wij noodgedwongen in de berm. Na enig zoeken vinden we een aanbieder waar we voor morgen een boottocht kunnen reserveren. We kunnen kiezen uit twee soorten tours: een halve dagtour met een snelle boot in busopstelling, of een dagtour met ontbijt, lunch en zitjes met tafeltjes. De man laat van de dagtour een video zien met een boot vol toeristen die veel plezier met elkaar maken. Voor één keer hebben we wel zin in de toeristengekte en boeken we het tweede pakket. Tegelijk reserveren we een boottour voor zondag naar ‘Cuevas de Mármol’, de marmergrotten.

Het is tijd voor een bakkie en we bestellen een cortado doble. Vervolgens rijden we 90 km over wederom een slechte ripio (de X-728) naar het haventje ‘Bahía Exploradores’ vanwaar morgen de boot vertrekt. Het is een prachtige en gevarieerde rit langs meren, verschillende rivieren en uitzicht op bergen met gletsjers. We genieten er volop van. Na ruim drie uur bereiken we het haventje dat eigenlijk niet meer is dan een aanlegsteiger. Het waait hard. De Tembo Toy parkeren we op de parkeerplaats, we maken het noodbed gereed en houden het hefdak dicht. Op deze manier kunnen we zonder lawaai van het wapperende tentdoek vannacht ongestoord slapen.

06-02-2026, Gletsjer San Rafael

De wekker gaat en meteen checken we het weer buiten: Ai, zwaar bewolkt met laag hangende wolken. Alles is grijs, minstens 50 tinten grijs. We zoeken de juiste boot en dan verzamelen we ons rond de kapitein die onze namen (onverstaanbaar) afroept. De groep telt 18 personen en de bescheiden boot heeft nog 2 plaatsen vrij. Met 40 km/u varen we over het fjord, ondertussen ons ontbijt nuttigend (tosti hamkaas met oploskoffie). Langzamerhand wordt het lichter en na ruim een uur varen we tussen de blauwe ijsschotsen. De kapitein legt de boot stil en dirigeert ons naar het dek en zegt: “Heel stil zijn, want er ligt daar een zeeluipaard!” Een reus van een beest maakt knorrende en grommende geluiden en we vinden het magisch. De ijsblauwe gletsjer ligt in de verte op ons te wachten en we varen er naar toe, daarbij regelmatig botsend tegen brokken ijs. Het is hoegenaamd windstil, droog en een waterig zonnetje komt tevoorschijn. De gletsjer laat constant van zich horen: het rommelt, het kraakt, het knalt en laat met donderend geweld grote brokken ijs het water in vallen. Fantastisch en spectaculair!

In totaal liggen er 6 boten op grote afstand van elkaar voor de enorm brede gletsjer en het toerisme vinden we aangenaam kleinschalig. De gletsjer mondt uit in de zee, maar door de grote hoeveelheid smeltwater bestaat de gehele baai uit zoet water. De kok vist een groot brok ijs uit het water, hakt daar ijsblokjes van en presenteert een borrel ‘on the rocks’. Dit ijs is ongeveer 300 jaar oud! Wij kiezen voor de Baileys met ijs en genieten met het drankje in de hand van het ongelooflijke schouwspel en de opduikende zeeluipaarden.

Na anderhalf uur varen we terug en krijgen een lunch, zalm met rijst.  Het is een heerlijke tour, zeer de moeite waard. Eenmaal weer bij de auto besluiten we een bivak aan Río Norte te zoeken en na een uurtje rijden vinden we een mooie plek. We worden echter meteen aangevallen door hordes muggen die hongerig zijn. Snel insmeren met deet dus en vlak langs de snelstromende rivier zijn er minder muggen. Dus zetten we daar de stoelen neer en genieten van de laatste zonnestralen.

07-02-2026, Bivak aan Río Norte

Vandaag blijven we nog op dit mooie plekje aan de Rio Norte. Jeroen vist nog wat, maar zonder resultaat. Hij geniet er evenwel van, want hij realiseert zich dat hij zich bevindt op een wereldplek. Morgenochtend om 9 uur hebben we de tour naar de marmergrot, Capillas de Mármol. Daarom gaan we voor de overnachting in het dorp Puerto Río Tranquilo staan. Het is namelijk vanaf hier nog minstens een uur rijden over de ripio. Intussen is het prachtig weer geworden en warm, wel 20 °C. Rond 17.00 uur vertrekken we en onderweg zien we de pieken met sneeuw en gletsjers zonder bewolking. We gaan in het dorp op de parkeerplaats staan, tegenover het boekingskantoor, lekker makkelijk. We pakken de stoelen en zitten in de namiddagzon heerlijk aan de oever van het Lago General Carrera.

08-02-2026, Tour Capillas de Mármol

Het was een onrustige nacht op de parkeerplaats: veel verkeer en lawaaierige jongelui tot ver in de nacht. De wekker is echter onverbiddelijk, we moeten eruit want onze bootexcursie start om 8.45 uur. De groep is klein, 9 personen en dan nog de gids en de kapitein. We krijgen een zwemvest aan en scheuren in volle vaart weg over ‘Lago General Carrera’. We duiken diep weg in onze donsjacks, want het is koud in de open boot! Evenwel boffen we met het weer, want de zon komt af en toe door de wolken en de verwachte regen komt pas vanmiddag.

De marmergrotten die we bezoeken zijn in feite door erosie uitgesleten openingen op de waterlijn van het meer die gedurende meer dan 6000 jaar zijn gevormd. Het marmer is overwegend geelgrijs van kleur met af en toe stukken wit marmer. De vele openingen zijn soms voldoende groot en hoog genoeg om in te kunnen varen en dat is wel indrukwekkend. Eén van de grotten is wel 40 meter lang. Het zonlicht speelt met de marmerwanden in het groenblauwe heldere water. Prachtig hoor! Als laatste bezoeken we de ‘Catedral de Capilla’, een vrijstaande rots en we varen er een rondje om heen. Wederom maken we veel te veel foto’s en video’s, dus dat wordt weer uitzoeken en selecteren geblazen.

Op een gegeven moment ziet Jeroen een grote roofvogel overvliegen en dat is volgens de gids een baby-condor. Hij scheert langs de 300 meter hoge marmerwand. Het is de bergwand waar de nesten zijn. De condor is slechts een paar maanden geleden geboren en is nu al een flinke jongen. Na ruim 2 uur vaart de kapitein terug naar Puerto Río Tranquilo en zijn wij voldaan. We besluiten vandaag nog een stukje te gaan rijden richting de grens met Argentinië. We moeten voor de grensovergang van de Chileense politie online (in het Spaans) een formulier invullen dat een soort vrijwaringsbewijs is om het land te mogen verlaten, de zogenaamde ‘salvoconducto’. Je moet dat formeel 5 dagen vóór de datum van de grensovergang indienen. Daar zijn we al te laat voor en we versturen het formulier toch, op hoop van zegen…. Tot onze opluchting krijgen we vrij snel een email dat alles oké is. Overmorgen steken we de grens over via Paso Roballo.

In de middag verlaten we het dorp Puerto Río Tranquilo, rijden over de Carretera Austral langs het Lago General Carrera en verbazen ons over de schitterende uitzichten. De verrassing is groot, want we rijden over een zeer goede ripio. Perfecto! Het kan dus wèl, zeggen we tegen elkaar. Er is zelfs een deel met asfalt. Vervolgens verlaten we de Carretera Austral en rijden de ‘leegte’ in naar het ‘Parque Nacional Patagón’. Een schitterend landschap ontvouwt zich voor ons, met kuddes wilde guanaco’s en een bord dat vermeldt dat we de habitat van de puma binnentreden. Toe maar! Het is lastig om hier een bivakplek te vinden: in de bergen is het te steil, in de valleien met rivieren en moerassen te nat. Bij camping Casa de Piedra mogen we op de parkeerplaats staan. We kunnen niet terecht op het kampeerterrein zelf, want deze is alleen toegankelijk via een loopbrug. We staan aan de rivier met bergen om ons heen. Ah, weer een wereldplek!

09-02-2026, Rustdag in Nationaal Park Patagón

We zijn in het Parque Nacional Patagón in Chili. Vannacht waaide het behoorlijk waardoor we vanwege het lawaai van het klapperende tentdoek geen oog dicht konden doen. Gauw het noodbed opgemaakt, het dak dicht gedaan en daarna heerlijk uitgeslapen. Als we eind van de ochtend de zon volop zien schijnen, lopen we naar buiten. De temperatuur is aangenaam. Naast ons staat een 4×4 uit Colombia en we maken kennis met Paula en Juan. Nieuwsgierig als we zijn nemen we een kijkje in elkaars auto. We zijn onder de indruk hoe zij zelf de cabine hebben gebouwd. De auto is kleiner dan die van ons, alles zit er in wat wij ook hebben, sfeervol ingericht en we complimenteren hen met het behaalde resultaat.

Morgen rijden we naar Argentinië. Ina bakt alle verse groente en vlees, want vers mag het de grens niet over. Jeroen probeert erachter te komen waarom de dieselkachel in de cabine niet werkt. Hij heeft contact met onze bouwer Pier. Vandaag wordt het probleem niet opgelost, hopelijk later wel. Gelukkig hebben we voldoende warme kleren bij ons en een kruik, waardoor het ’s avonds toch aangenaam is. Voor de nacht hebben we voldoende dekens en zullen we het niet koud krijgen. Als het bedtijd is, laten we weer het dak zakken in verband met de wind. De wind is bij vlagen hard. Hoe meer we naar het zuiden rijden, hoe harder de wind gaat waaien. We gaan het beleven.

10-02-2026, Oversteek terug naar Argentinië

Wakker worden, gordijnen openen en wat zien we op de berg? Sneeuw! Altijd is het onvoorspelbaar hoe het weer in de bergen is. Gisteren zonnig en vandaag koud en zwaarbewolkt. Als we naar de grenspost Paso Roballo van Chili rijden, zien we hoge besneeuwde bergtoppen met gletsjers. Een prachtig gezicht, vooral omdat af en toe de zon op de toppen schijnt. De procedure bij de grens gaat voorspoedig. Online hebben we de ‘salvoconducto’ ingevuld, een document dat toestemming geeft om Chili te kunnen verlaten als er geen openstaande juridische belemmeringen zijn. Dus mocht je bijvoorbeeld een openstaande verkeersboete hebben, dan mag je de grens niet over. Bij ons is alles ok en we rijden over een lang en prachtig deel ‘niemandsland’ door naar de Argentijnse grenspost. Hier gaat de procedure handmatig. In een groot boek worden onze persoonsgegevens opgeschreven en krijgt de Toyota voor maximaal drie maanden een TIP (Temporary Import Permit). De beambte controleert in de auto of we verse etenswaren hebben. Die hebben we niet, hij opent de poort en hij wenst ons een goede reis in Argentinië.

Het contrast tussen de twee landen is meteen weer verrassend. In Chili is het heel groen in tegenstelling tot Argentinië waar de kale bergen bestaan uit verschillende kleuren en vormen. Het lijkt in de verste verte niet op Europa of een ander werelddeel dat we hebben bezocht. Ons plan is om naar het uiterste zuiden van Argentinië te rijden, tot en met Ushuaia op Vuurland. Deze route wordt met gevoel voor drama genoemd: ‘Ruta del Fin del Mundo!’

10-02-2026, Een hel van een rit!

Na de soepele grensovergang bij Paso Roballo rijden we de ripio tot het dorp Lago Posadas. We genieten weer volop van het schitterende landschap, zó totaal anders dan het eveneens schitterende landschap van Chili. In het dorp tanken we en we vertellen de pompbediende dat we over Ruta 41 naar het Parque Nacional Perito Moreno willen rijden, totaal zo’n 75 km. Via Ruta 40 over de doorgaande weg is ook mogelijk, maar dat is een flinke omweg, plus dat we denken dat het via Ruta 41 mooier is. De man geeft nuttige informatie over deze dirtroad. Het is mogelijk met een 4×4, maar als het hard gaat regenen en de weg onbegaanbaar wordt door modder, dan moeten we terug rijden. Door de modder is er een groot risico om van de berg af te glijden, vertelt hij. De route is de eerste 30 km redelijk, maar dan wordt ie slecht. Verder zegt hij dat als we de weg vandaag willen nemen, we nù weg moeten om het park nog met daglicht en in droge omstandigheden te kunnen bereiken. We bedanken de man hartelijk en hij geeft ons zijn telefoonnummer voor het geval we niet verder kunnen. Na het bezoek aan de enige supermercado in het dorp, gaan we op pad.

Het begin van de ripio is inderdaad redelijk tot goed, ook de 29 haarspeldbochten die we moeten nemen. Het uitzicht op het ‘Lago Posadas’ en ‘Lago Pueyrredón’ is schitterend met in de verte besneeuwde bergtoppen. De route gaat door een zeer gevarieerd landschap. We verbazen ons dat binnen enkele kilometers het landschap steeds verandert. Gemiddeld rijden we 15 km/u door rivieren, langs bergen met verschillende kleuren en vormen, langs uitgestrekte weidevelden met koeien en paarden en we zien heel veel guanaco’s, enkele konijnen en zelfs een andesvos. We vinden het allemaal prachtig, ondanks het gehobbel! Totdat de ripio als ripio ophoudt te bestaan. Voor ons zien we overal grote stenen waar we niet anders dan stapvoets en heel voorzichtig de wielen over moeten laten rollen. Het is alsof een bestuurder van een truck hier lukraak stenen en keien heeft gelost. Ons motto ‘de boel heel houden’ wordt op de proef gesteld. Sommige stenen zijn zo groot dat deze een aantal keren de onderkant van de auto raken. We hopen van harte dat we hier geen lekke band krijgen. De Tembo Toy waggelt alle kanten op, piept, kraakt en we horen een harde bonk vanuit de unit klinken. Waarschijnlijk is één van de kastjes opengegaan en de inhoud eruit gerold, maar we doen geen moeite om het te inspecteren. En zo gaat deze helletocht anderhalf uur lang over een afstand van zeker 10 km. Dit vinden we allerminst leuk. Jeroen zit geconcentreerd achter het stuur. “Zo erg hebben we het nog nooit meegemaakt. Het is niet eens een weg te noemen”, zegt hij gefrustreerd. Als we dit geweten hadden, zouden we de andere route hebben genomen. Teruggaan is geen optie, want we zijn al over de helft. We rijden zo geconcentreerd, dat we deze ellende niet eens hebben gefilmd of gefotografeerd.

Na deze lange, lange ‘hel van een weg’ arriveren we op het deel waar we voor zijn gewaarschuwd. Het pad begint hoog op de berg die gelukkig droog is, zodat we niet van de berg afglijden als we dalen. Wel helt de auto behoorlijk naar links. Inmiddels kunnen we wederom genieten van het landschap. En dan stijgen we weer. Er is een afslag naar rechts, maar wij nemen de route rechtdoor, blijkbaar over de top van de berg. Daar aangekomen, zien we het vervolg van de weg niet meer. Ina stapt uit en gaat op onderzoek hoe we verder moeten. De weg kan toch niet zomaar ophouden? Dat is het geval ook niet. Voor ons gaat de weg verder met een extreme daling. We schatten in dat het dalingspercentage minstens 20% is. Vol vertrouwen, met name vertrouwend op wat de 4×4 aankan, rijdt Jeroen verder terwijl Ina filmt. Als ze de auto instapt, vraagt ze aan Jeroen of hij het eng vond. “Welnee”, zegt hij, “wel spectaculair!”Het is inmiddels over 8 uur ’s avonds en nog steeds is het licht. De laatste zonnestralen zorgen voor strijklicht op de bergen en het meer waar we langs rijden en veel flamingo’s zien. Ze zijn helaas te ver voor een foto.Dan komen we eindelijk op Ruta 37 en rijden we naar het kantoor van het Parque Nacional Perito Moreno waar we ons moeten registeren. Een jongeman vertelt ons dat het kantoor is gesloten, dat we op de parkeerplaats kunnen slapen en we ons morgen kunnen melden. We hebben trek in een warme hap, maken het noodbed op en vallen moe van de trip en alle indrukken, doch voldaan in slaap. Een dag om nooit te vergeten. Ondanks het zeer slechte deel van de route een prachtige tour, die we achteraf gezien in geen geval hadden willen missen.

11-02-2026, Nationaal Park Perito Moreno dag 1

Het kantoor van het park opent om 08.00 uur. Voor ons te vroeg om ons te laten registreren, dat doen we na het late ontbijt. Ina vult op de computer persoonsgegevens in op het vijf pagina’s tellende formulier. Daarna laat ze het betalingsbewijs van onze parkpassen zien die een jaar geldig zijn, maar dit park is gratis. De medewerkster geeft uitleg over de hikes en de plaatsen waar wij kunnen overnachten. Vrij staan op een zelf gekozen plek is verboden. Vervolgens ontsmetten we onze schoenen en de wandelstokken. In de middag verhuizen we naar ‘Lago Belgrano’ om daar te overnachten. Eerst parkeren we bij het uitkijkpunt over het meer. De turquoise kleur van het meer steekt prachtig af bij de donkere bergen, de sneeuwtop en halfbewolkte lucht. De foto kan zo doorgaan als een ansichtkaart.

Als we terugwandelen, zien we overal groene struiken met polvormige groeiwijze en gele bloemen. Twee kilometer verderop is de bivakplaats. De Tembo Toy parkeren we met de kop tegen de loeiharde wind. Snel gaan we naar binnen, want het is tijd voor een borrel. We drinken een toepasselijke rode wijn ‘DiamAndes Perlita’ die we nog hebben bewaard van ons bezoek aan het wijndomein in Mendoza. We proosten op de mooie ritten die we al hebben gedaan en die nog gaan komen.

12-02-2026, Nationaal Park Perito Moreno dag 2

Ondanks dat het dak dicht is, voelen we ’s nachts het geschud van de auto door de harde wind. Het weerhoudt ons niet van een goede nachtrust. Het is lekker warm in bed en het ontbijt wordt een brunch. Er ontgaat ons niets wat betreft de Olympische Spelen en zien zowel de hoogte- als dieptepunten van de Nederlandse schaatsers. Het is een waar drama met een lach en veel tranen. Jeroen, die zelf een goede schaatser is en in 1997 op 36 jarige leeftijd de laatste Elfstedentocht heeft uitgereden, volgt alles op het puntje van de bank met koek en zoopie.Het weer is fantastisch: weinig wind, onbewolkt en een aangename temperatuur. We wandelen vijf kilometer van een uitgezette wandeling, want de versleten enkel van Jeroen kan helaas niet meer aan. Toch zien we prachtige uitzichten. Het gebied is afgelegen, ruig, met turquoise meren en pure privacy. We zijn er helemaal alleen met de natuur. Een waar paradijs.

Voldaan keren we terug naar de auto om verder te trekken naar de volgende bivak. Onderweg zien we flamingo’s. Wat zijn ze statig en laten ze sierlijke bewegingen zien. We passeren het kantoor en melden waar we naar toe gaan. Dat is wederom Lago Belgrano, maar nu aan de andere kant van het meer. De zon schijnt vol op de zwarte bergen met grillige punten. We vinden het waanzinnig mooi. Het is borreltijd en met een prachtig uitzicht vanuit de auto genieten we volop en proosten we op weer een mooie dag.

13-02-2026, Nationaal Park Perito Moreno dag 3

Eerst ontbijten en tegelijkertijd schaatsen kijken. Binnen is het behaaglijk en buiten ook. Dus verhuizen we naar buiten om de spannende 10 km schaatsrace van Bergsma tegen de Italiaan Ghiotto te zien. De stoelen staan uit de wind en in de volle zon. We schatten dat de gevoelstemperatuur 16°C is en hebben beiden warempel een wintersportgevoel. De 10 km is spannend. Wat een prestatie van Bergsma. Brons! “Waar is jouw mattie?”, vraagt Ina gekscherend aan Jeroen. Het wordt tijd dat we zelf in de benen komen en we maken een korte wandeling door de magnifieke natuur. Als we terug zijn bij de auto, besluiten we op te breken en naar Lago Burmeister te rijden. Dit is het enige meer van het park dat afwatert in de Atlantische oceaan, alle andere meren wateren af in de Pacific. Tussen de bomen staan we enigszins uit de wind, maar we doen uiteindelijk het dak dicht want dat is veel rustiger. Fijn dat dit kan. Morgen richting El Chaltén.

14-02-2026, Een fantastisch Valentijnskado

Gisteravond hebben we naar ons reisplan gekeken. We waren van plan om helemaal naar Ushuaia in Zuid-Argentinië (Vuurland) te rijden en dan half maart met een ferry van Puerto Natales naar Puerto Yungay te varen. Die boottocht gaat door de Chileense fjorden en het leek ons fantastisch om te varen met uitzicht op besneeuwde bergtoppen, fjorden, gletsjers, dolfijnen en mogelijk walvissen. Bovendien zouden we dan de lange terugtocht noordwaarts door Patagonië kunnen vermijden. Helaas bleek heel maart volledig volgeboekt. De eerstvolgende mogelijkheid zou half april zijn, maar dan zouden we een maand langer in Zuid-Patagonië moeten blijven, in de kou, in de harde wind en de winter op komst. Daar hebben we geen zin in en we legden ons er direct bij neer. Heel jammer, we zullen alles met de auto moeten doen. De volgende ochtend: “Ik heb een verrassing voor je”, zegt Jeroen vrolijk als Ina eindelijk wakker wordt. “Huh? Hoezo?”, zegt ze dromerig. Jeroen heeft een andere veerdienst gezocht en wat blijkt? Er gaat op 21 maart een boot van Puerto Natales naar Puerto Montt die daar 25 maart zal arriveren. “Ik heb twee tickets voor deze boot met een privéhut en ook een raam. Deze cabine is daarom iets duurder en was daardoor waarschijnlijk nog beschikbaar. En dan ook nog met drie maaltijden per dag.” Ina is meteen klaarwakker en zegt: “Wat een fantastisch Valentijnskado!”. We kijken uit naar deze boottocht en we zijn heel blij dat we die slordige 1500 kilometers niet terug hoeven te rijden.

We pakken in en het weer is omgeslagen. Een harde koude wind geselt de auto en de bergen zijn verdwenen in laaghangende bewolking. De Ruta 37 die we volgen om het park te verlaten is in goede staat en in anderhalf uur verteren we de 90 km lange dirtroad. Het is een totaal leeg steppe landschap, met glooiende heuvels en de besneeuwde bergtoppen verdwijnen aan de horizon. De enige bewoners zijn de talloze guanaco’s, kuddes wilde paarden en zwaluwen. We volgen de geasfalteerde RN40 (banden weer op spanning) naar Gobernador Gregores waar we tanken en boodschappen doen. Op de camping Municipal staan we alleen en hebben we na tijden weer eens een warme douche. Ah, wat een heerlijke luxe is dat toch! De huishond verwelkomt ons en strijkt naast onze auto neer. Wat een lieverd.

15-02-2026, El Chaltén, Camping El Paredon

Tijdens ons ontbijt worden we gemaand om te vertrekken, want de uitchecktijd is 10.00 uur en we zijn al een uurtje te laat. Snel pakken we in en 15 minuten later rijden we het dorp uit, richting El Chaltén. De eerste 100 km is over een kaarsrechte geasfalteerde weg en gaat door een eentonige pampa en dus gaat de cruisecontrol erop. Dan volgt een 120 km lange ripio in goede staat met af en toe mindere stukken. We rijden zo’n 60 à 70 km/u en na 2 uur gaat de route weer over in asfalt. Bij Tres Lagos zien we de besneeuwde bergtoppen van El Chaltén en op de dorpscamping vinden we een plekje tussen de koepeltentjes van jongelui. Het waait hard en de komende dagen wordt er regen verwacht. We gaan het zien….

16-02-2026, Toeristendorp El Chaltén

Wakker worden en de regenboog zien. Altijd bijzonder. Het is een komen en gaan van de jongelui die in een tent slapen. Gisteren telden we 19 tentjes en nu 14. Vandaag verkennen we het dorp El Chaltén, recent opgericht in 1985 en bekend als de wandelhoofdstad van Argentinië. Er wonen hier ongeveer 3000 inwoners, maar tijdens het zomerseizoen (november-mei) wordt het overspoeld met toeristen. Dat zien we duidelijk als we door de straat lopen. Bijna elk gebouw is een winkel, restaurant, bar, koffietent, hotel of cabaña. De toeristen komen hier om te hiken in het Los Glaciares National Park. Dat gaan wij ook doen, maar niet vandaag. Morgen wordt er zonniger weer voorspeld en vandaag doen we het rustig aan. Het waait behoorlijk hard en in één van de vele koffiezaken genieten we van een dubbele cortado.

We wandelen terug naar de camping die aan de ‘Río las Vueltas’ ligt en langs een ongeveer 100 meter hoge rotswand stroomt. De rivier is ideaal om in te raften of te kanoën en de granieten rotswand geweldig om te beklimmen. ’s Avonds eten we in een familierestaurant waar oma en zoon in de keuken staan en kleindochter de bediening verzorgt. Er staat ‘guanaco’ op het menu, de viervoeters die in Patagonië veel in het wild voorkomen en we regelmatig bijna onder de auto hadden. Nieuwsgierig als we zijn bestellen we het en genieten we van de lekkere smaak. Ondanks dat we vandaag weinig hebben gedaan, rollen we enigszins moe het bed in.

17-02-2026, Wandelen naar Cerro Fitz Roy

We boffen met het weer, want de regen is gestopt en het is halfbewolkt, 11 °C en een wind van slechts 4 Bft. Prima wandelweer dus. We lopen naar het Laguna Capri dat een mooi uitzicht geeft op de iconische Cerro Fitz Roy. Deze klomp graniet is ruim 3400m hoog. De wandeling is 4,2 km lang en stijgt zo’n 400 m. Regelmatig hebben we een mooi uitzicht op de vallei. Na twee uur lopen zien we de Fitz Roy tussen de bomen schitteren in de zon. We komen bij het Laguna Capri en gaan daar zitten genieten van het uitzicht. We zijn beiden echte bergliefhebbers en deze scoort hoog op ons top-10 lijstje. De afdaling gaat zoals altijd veel vlotter en Jeroens enkel speelt aan het eind van de ruim 8 km lange wandeling flink op. Maar gehaald en zeer de moeite waard!

18-02-2026, Boottocht op Lago Desierto

Wat een mooie dag wordt het vandaag. Het weer is ons goed gezind wat voor ons heel fijn is, want we rijden over een 35 km lange en slechte ripio naar Laguna del Desierto. De vallei is prachtig en we zien de Cerro Fitz Roy nu vanuit een ander perspectief. Bij het eindpunt kopen we een duur kaartje om met een boot het meer op te varen. Het uitzicht op vier verschillende gletsjers, onder anderen Glaciar Huemul en Glaciar Vespignani, is groots! Tegelijkertijd zien we goed hoe ver de gletsjers zijn teruggetrokken en dat is een verdrietig gezicht. Na de boottocht gaan we dezelfde weg terug richting El Chaltén over de gravelroad vol met keien en kuilen. We doen dan ook anderhalf uur over de 35 km. Wederom hebben we genoten van deze relaxte dagtocht.

19-02-2026, Best warm bij Lago Argentino

Met de Fitz Roy geheel in de wolken verlaten we El Chaltén en een halfbewolkte lucht is in ons vizier. Vandaag rijden we naar El Calafate, 215 km over asfalt. Onderweg zien we een jonge vrouw van hooguit 25 jaar een lege fles omhoog houden. Ze is duidelijk verlegen om water. Ze zijn met zijn tweeën, zijn afkomstig uit Colombia, schuilen in een bushokje voor de harde wind en zijn met de fiets op weg naar El Calafate. Heel moedig en we vragen ons af hoe zij het gaan redden om op de plaats van bestemming te komen door de platte pampas waar de wind vrij spel heeft. Ina vult twee flessen van anderhalf liter en geeft een pak koekjes mee. “Mucho gracias!”, zegt ze dankbaar en Ina wenst hen sterkte. In El Calafate tanken we en doen we een paar boodschappen. Het centrum is groter dan El Chaltén, ook hier zijn veel toeristen, restaurants, hotels, cabañas en de sfeer is ongedwongen en gezellig. Daarna rijden we verder en vinden we een bivak bij Río Centinela die uitkomt in Lago Argentino. We zijn dichtbij de ingang van het Parque Nacional Los Glaciares die dagelijks is geopend van 08.00 tot 18.00 uur. Een bivak maken in het park is verboden. De zon schijnt volop en we vinden het zelfs warm, ondanks de harde wind die overal in Patagonië onophoudelijk zijn gang gaat. De Toy parkeren we weer met de neus in de wind. Morgen wacht ons een nieuwe dag met verrassingen in het Nationale Park.

20-02-2026, Glacier ‘Perito Moreno‘

We breken onze leuke bivakplaats op en rijden naar ‘Parque Provincial Peninsula de Magellanes’ waar de gletsjer ‘Perito Moreno’ zich bevindt. In Argentinië zijn er wel vier plaatsen met deze naam: het stadje aan Ruta 40; het nationale park (Parque Nacional Perito Moreno) dat wij een week geleden hebben bezocht; de berg Perito Moreno en de gletsjer Perito Moreno die onder de gelijknamige berg ligt. Om het de reiziger ‘gemakkelijk’ te maken, liggen deze Perito’s ver van elkaar, behalve de berg en de gletsjer.

Aangekomen bij de entree tonen we onze jaarpas die geldig is voor alle nationale parken in Argentinië en rijden we door naar de parkeerplaats. In dit park is alles georganiseerd. We worden naar een parkeerplek gedirigeerd, een busje brengt ons naar de wandelpaden en uitzichtpunten. Alles rolstoeltoegankelijk. Wie verwacht dat je vrij door de bergen kunt struinen, komt bedrogen uit. Maar het uitzicht op de dichtbij gelegen gletsjer is ongelooflijk! Ruim 4 kilometer breed, 70 meter hoog en 10 kilometer lang. Door de zware bewolking vallen de kleuren wat weg, maar het blauw in het ijs is goed te zien, evenals de omringende toppen. We vinden het heel bijzonder dat de gletsjers hier zo laag zijn, want we bevinden ons op slechts 200 m hoogte. In de Alpen moet je naar 3000 m klimmen om dichtbij een gletsjer te komen. We zitten rustig te kijken naar de boten die tussen de ijsbergen door laveren. We zien kayakkers die stipjes zijn tegen de verticale ijswanden. We horen regelmatig het zware gedonder van vallend ijs. Kortom, ondanks het karakter van massatoerisme een must-see.

Na het bezoek aan Glaciar Perito Moreno stappen we weer in de auto en rijden richting Lago Roca. Dit is één van de vele zijarmen van het grote meer Lago Argentino. Het landschap is betoverend en we gaan staan op een free camping met een vrij uitzicht op de vallei en bergen en in de verte zien we een glimp van de Perito Moreno-gletsjer. Er is weinig wind met een zonnetje en daar profiteren we van door de stoelen te pakken. We zitten nog lang lekker buiten.

21-02-2026, Bijna alleen op de wereld bij Lago Roca

Al vroeg schijnt de zon op het tentdoek en we voelen de warmte. Ina rolt uit bed en pakt de camera. Ze wil het ochtendlicht vangen en schiet mooie plaatjes van de bergen om ons heen. In de loop van de ochtend komt er steeds meer zon en uiteindelijk wandelen we in T-shirt langs het Lago Roca. We zijn hier bijna alleen, het is stil en af en toe horen we in de verte het dreigende rommelen van de Perito Moreno gletsjer.

Tegen de avond pakken we de boel in en rijden de 30 km ripio terug om naar Puerto Bandera te gaan. Dat is de haven van waar we morgenochtend om 8.30 uur vertrekken voor een boottour langs 3 gletsjers. Het contrast tussen de betonnen parkeerplaats en de paradijselijke kampeerplek waar we net vandaan komen kan niet groter zijn. Het waait stevig, dus slapen we in het noodbed met het dak dicht.

22-02-2026, Gave boottocht langs 3 gletsjers

De zon schijnt op het tentdoek. Na een blik op de buitenwereld belooft het een mooie dag te worden, zoals de meteo het ook heeft voorspeld. Niet geheel onbelangrijk, want we gaan weer varen met de boot naar wel liefst drie gletsjers. Deze boottocht wordt ook genoemd ‘Todo Glaciares’. Onze vrienden Senno en Marjanne die gisteren vanuit Chili in El Calafate zijn gearriveerd, hebben besloten om niet mee te gaan. De rit was inspannend en ze zouden heel vroeg moeten opstaan. Dat is nou niet bepaald wat je graag doet tijdens je vakantie. Wel jammer, want dat zou heel gezellig zijn geweest. We pakken de rugzakken in, drinken ondertussen een kopje thee terwijl we de eerste vier auto’s zien arriveren bij de haven. Ina gaat naar buiten om de zonnebrillen uit de auto te pakken. En wie ziet ze daar lachend aan komen lopen? Senno en Marjanne! Nee maar! Wat een surprise! We omhelzen elkaar terwijl Ina haar verbazing van de verrassende ontmoeting aan het verwerken is. Jeroen hoort ons, opent de deur en is net zo blij verrast. Onze lieve vrienden hebben een geintje met ons uitgehaald, want ze hadden direct dezelfde bootreis geboekt toen ze van onze voorgenomen tour hoorden. Senno levert meteen de ‘boodschappen’ af, want Jeroen had hem gevraagd wat kleine auto-onderdelen en een actioncamera vanuit Nederland mee te nemen. Daar zijn we super blij mee en nogmaals hartelijk dank Senno en Marjanne!

Vrolijk gaan we met z’n vieren aan boord en kletsen honderduit. Al gauw arriveren we bij de eerste gletsjer, de Glaciar Spegazzini. Enorm indrukwekkend hoe de 60 meter ijswand het meer instroomt. De zon belicht de omliggende bergen mooi en we genieten volop. Daarna gaan we even aan wal om een pioniershuisje te bekijken en krijgen we achtergrondinformatie over de ontstaansgeschiedenis van dit park, het Argentijnse Parque Nacional Los Glaciares. De tour wordt vervolgd naar Glaciar Upsala, nu nog één van de grootste gletsjers in Zuid-Amerika. De Upsala-gletsjer trekt zich echter in hoog tempo terug, met een verlies van ongeveer 14 meter per jaar en wordt beschouwd als een “stervende” reus die niet meer aangroeit. Door deze snelle afkalving door klimaatverandering is de gletsjertong kilometers teruggetrokken en is het gebied vol ijsbergen, waardoor onze boot de gletsjer niet dicht mag naderen. Van grote afstand zien we de stervende reus.

De derde gletsjer die op het programma staat is de Glaciar Perito Moreno. Deze hebben we 2 dagen geleden al van boven af gezien en nu dus vanaf het waterniveau. Dat geeft een heel andere beleving en we zijn geïmponeerd door de enormiteit van de ijsmassa. Als kers op de taart zien we de ineenstorting van een enorm groot blok ijs in het water. Het gevaarte keert zich om in het water en donkerblauw ijs komt tevoorschijn. Spectaculair! Na 17.00 uur komen we weer aan bij het haventje, voldaan en rozig van een lange dag op het water. Senno en Marjanne gaan naar hun hotel bij El Calafate en wij maken een bivak aan de rivier. Wàt een dag!

23-02-2026, Op straat slapen in El Calafate

In de ochtend is het regenachtig en later steekt de wind op. Wat een mazzel hebben we gisteren gehad met het weer tijdens de boottrip. Vandaag is een rustdag waarbij we wat huishoudelijke taken verrichten. Ina bakt onder andere het vlees uit de vriezer zodat het de Chileense grens over mag. Jeroen installeert de nieuwe  actioncamera, maar om het goed te laten functioneren is contact met de helpdesk nodig. Laat in de middag verlaten we de bivakplek aan de rivier en rijden we naar het gezellig drukke El Calafate voor wat boodschappen ter voorbereiding op de dagen in Natuurpark Torres del Paine in Chili. Daar is namelijk niets te koop en datgene wat je meeneemt moet worden goedgekeurd bij de grens.

Na de boodschappen drinken we een kopje koffie en Ina ziet in de vitrine een onaangesneden chocoladetaart. “Is dat echte chocola, of is het Dulce de Leche?” vraagt ze aan de medewerker. Nee, het is echte chocola wordt haar verzekerd en dus bestelt ze een stukje. Als het taartstuk wordt gebracht, roept Jeroen uit: “Mama Mia!” Wàt een groot stuk! Ina glundert en begint meteen te eten. Hééérlijk! Met z’n tweeën krijgen we het wel op, maar we gaan uit eten met Senno en Marjanne en we zitten al aardig vol. Iets lichts bestellen dan maar. Het is weer erg gezellig met onze vrienden, de avond vliegt om en het is al na elven als we een plekje gaan zoeken voor de nacht. In een zijstraat staan we uit de wind en we vallen snel in slaap. Morgen weer naar Chili om het Nationaal Park Torres del Paine te bezoeken. Daarna reizen we door naar het einde van de wereld (!).

 24-02-2026, Rit naar Nationaal Park Torres del Paine in Chili

We verlaten El Calafate en zien in de verte tegen de strakblauwe lucht de gletsjers die we hebben bezocht en wat verder weg heel duidelijk de Fitz Roy in El Chaltén. De rit naar de Chileense grens verloopt voorspoedig vanwege de asfaltweg, we vinden het mooi, echter niet spectaculair. Zijn we verwend geraakt? In Esperanza in Argentinië kunnen we nog goedkoop tanken en vullen we de beide tanks met benzine. We ontmoeten de Canadees Patrick die op de motor naar Ushuaia rijdt en samen drinken we een bakkie terwijl we elkaar reisverhalen vertellen. De grensovergang naar Chili neemt minder dan een uur in beslag. Vervolgens is het nog anderhalf uur rijden naar ‘Parque Nacional Torres del Paine’ dat we de komende drie dagen gaan bezoeken. We arriveren bij de kampeerplaats bij Laguna Azul. Het waait niet, we pakken de stoelen en genieten van het schitterende uitzicht op ‘Torres del Paine’, drie iconische, granieten bergtoppen die hoog boven het landschap uitsteken. De zonsondergang zorgt voor een fantastische afsluiting van de dag.

25-02-2026, Torres del Paine, Camping Lago Pehoé

Het belooft een mooie dag te worden: bewolkt, droog en bijna geen wind, hetgeen hier in Patagonië uitzonderlijk is. We tanken nog wat drinkwater en gaan op pad. De keuze van de route is zeer beperkt. Eigenlijk kun je alleen een half rondje om het bergmassief heen rijden. Toch is het indrukwekkend genoeg. Zo zien we de ‘Torres del Paine’, drie iconische granieten torens (Torre Sur, Torre Central, Torre Norte). De naam betekent ‘Torens van het Blauwe’, waarbij ‘Torres’ Spaans is voor torens en ‘Paine’ betekent in de Tehuelche-taal  blauw. Het verwijst naar de blauwe tinten van de bergen, lucht en meren. Verder zien we de ‘Cuernos del Paine’ (Cuerno Principal-Hoofdhoorn, Cuerno Norte-Noordhoorn, Cuerno Este (Oosthoorn). Cuernos betekent hoorns. Zo zien we dus de torens en de hoorns.

Bij ‘Cascada Río Paine’ genieten we van onze zelfgemaakte koffie met uitzicht op de waterval. Een jonge vos struint ontspannen achter ons op het veld op zoek naar eten. Ook zien we twee kuifcaracara’s (caracara plancus), roofvogels die behoren tot de valkachtigen. Bij de tweede waterval, Salto Grande, hebben we uitzicht op de Cuernos. Aan het einde van de dag vinden we een plekje op de mooie camping Lago Pehoé, met uitzicht op de imposante ‘Cuernos del Paine’. ’s Avonds eten we in het restaurant waar de reusachtige parrilla (BBQ) voor sfeer en warmte zorgt.

26-02-2026, Torres del Paine, Camping Lago Pehoé

De regen tikt rustig op het dak en als we naar buiten kijken zien we niets. Het heeft geen zin om in deze weersomstandigheden door het park te gaan rijden en dus gaan we vandaag cocoonen. De Tembo Toy is ruim genoeg om ons behaaglijk te nestelen en het is buiten niet koud, dus we zitten prima. We hebben een 3-daagse pas voor het park (à €73) en hebben daarom tijd zat. Een punt van ernstige frustratie is het online invullen van de Salvoconducto van de PDI om Chili te mogen verlaten. De grensovergangen bij Torres del Paine staan er niet bij en dus kunnen we het formulier niet juist invullen en verzenden. Ook de medewerkers van de camping begrijpen er niets van. Navraag bij ervaren reisvrienden leert ons uiteindelijk dat bij sommige grensovergangen er geen Salvoconducto nodig is en dan staat ie ook niet vermeld op de site. En deze informatie konden we nergens vinden …. Het weer is intussen wat opgeknapt en morgen gaan we nog naar Lago Grey voordat we het park verlaten.

27-02-2026, Overnachten in Puerto Natales

Behalve het geluid van vogels is het heel stil in het park, waardoor we pas laat wakker worden. In een verlegen zonnetje en zonder wind ontbijten we met uitzicht op de Cuernos del Paine. Niet slecht! We rijden naar het Lago Grey en we zien van ver de gletsjer in het meer uitkomen. In het zeer luxe hotel/restaurant gaan we ons te buiten aan koffie met gebak. De schade omgerekend: 33 euro! Met tip, dat dan weer wel. Best bizar en onverwachts om zo’n luxe hotel compleet met lobby, bar en restaurant in het park te zien.

Tot nu toe zijn we naar vier natuurparken gegaan, maar we hebben, op de vele waarschuwingsborden na, geen enkele puma gezien. Toch wel jammer. In de namiddag tuffen we via het Lago el Toro naar Puerto Natales en nemen afscheid van het mooie (èn toeristische) park Torres del Paine. We staan op een camperplaats, vlak aan de doorgaande weg en het is ons beloofd dat het ’s avonds rustiger wordt. Morgen rijden we weer de grens over richting de Argentijnse Atlantische oostkust.

28-02-2026, Vuureiland in Chili bereikt, Tierra del Fuego

Nog niet eerder hebben we naast zo’n vreselijke lawaaiweg geslapen. In een daktent hoor je alles en omdat het gisteravond niet waaide, hebben we besloten boven in ons bed te slapen. Helaas, de vrachtwagens en auto’s rijden tot ver in de nacht over de met betonplaten bedekte weg. Kedeng  kedeng  kedeng! Edoch, worden we redelijk uitgerust wakker, Jeroen met behulp van de oordopjes, Ina heeft nergens last van en slaapt overal doorheen. Vandaag willen we naar de Argentijnse oostkust gaan, naar het plaatsje Río Gallegos waar bij ‘Punta Loyola’ de ruta 40 begint. We zijn bij het eind van ruta 40 in la Quiaca in Noord-Argentinië begonnen, hebben inmiddels de grootste delen van deze ruta afgelegd en we willen eindigen bij het begin. Totaal 5120 km. Na het ontbijt rijden we naar de Chileense grenspost waar we inderdaad zonder Salvoconducto door kunnen rijden naar Argentinië. De paspoorten worden afgestempeld en de TIP (tijdelijke invoer van de auto) ingenomen. We rijden de paar kilometer niemandsland door naar de Argentijnse grens. Als de Argentijnse vrouwelijke beambte van ons hoort dat we na Rio Gallegos naar Ushuaia gaan, adviseert ze ons dat de weg via Chili korter en veel mooier is. We hoeven dus helemaal de grens niet over. Ze is nogal stellig en betrekt ook een andere collega erbij. Ze lijkt niet bereid ons door te laten, want ze vindt echt dat onze voorgenomen route onzin is. De collega haalt wat de schouders op. Om een einde aan de voortslepende situatie te maken besluiten we om maar te doen wat ze zegt. En hoe doen we dat dan met de TIP? “No hay problema”, zegt ze, “leg het daar bij de Chilenen maar uit en dan komt het allemaal goed.”

We rijden de paar kilometer niemandsland terug en lopen naar de verbaasd kijkende Chileense medewerkers. Ze lachen als ze ons verhaal horen en met een glimlach maken ze de formulieren in orde. Stempel in het paspoort, we krijgen een nieuwe TIP en we moeten het SAG-formulier invullen. De SAG-beambte is niet gevoelig voor onze uitleg dat we feitelijk niet in Argentinië zijn geweest en hij controleert zelfs of we geen verse etenswaren vervoeren. Enfin, we kunnen weer door. De route vinden we niet bijzonder, het is vooral licht glooiende pampa. Wel zijn we blij met de goed begaanbare weg en we ‘vliegen’ naar de ferry bij Punta Delgada. Er staat al een flinke rij vrachtwagens en auto’s te wachten en we sluiten aan. We hebben geluk, want de ferry komt net aan en na een kwartiertje wachten kunnen we de boot op. De oversteek duurt een halfuur en we zijn even lekker uitgewaaid. We zijn door de oversteek op Tierra del Fuerto aangekomen, ofwel Vuurland. Dat vinden we wel een mijlpaal en de stemming zit er goed in. Ina heeft op iOverlander gelezen dat we bij het dorp Cerro Sombrero kunnen overnachten als we gaan eten in ‘Creativa Hotel/Restaurant’. De eigenaar verwelkomt ons hartelijk, we eten er heerlijk en mogen zonder probleem een plekje uit de wind zoeken op de grote parkeerplaats tussen de containers.

01 en 02-03-2026, Kaap San Pablo, Vuurland in Argentinië

We worden uitgezwaaid door de zeer aardige hoteleigenaar die ons nog een ontbijt aanbiedt en we rijden in ruim een uur naar de grens met Argentinië over het kenmerkende steppelandschap van de pampa. Het blijft uitkijken voor de guanaco’s die soms onverwachts oversteken. De stille getuigen van aanrijdingen liggen in de berm. Vlot zijn we de grens over, we zijn weer in Argentinië en gaan in Rio Grande boodschappen doen en tanken weer goedkoop. Het scheelt €0,30 per liter met Chili, dus dat is de moeite gezien het exorbitante benzineverbruik van de Toy. Het landschap verandert, er zijn meer bomen (veelal dood) en de heuvels worden hoger. Volgens de meteorologische kalender begint vandaag op 1 maart de herfst. De afgelopen tijd hebben we onderweg al wel wat herfstkleuren gezien, maar de vegetatie hier is voornamelijk naald-en bladhoudend en dus blijft het redelijk groen. Ina heeft een leuke plek gevonden aan zee en we nemen de ripio. De weg is ongeveer 50 kilometer lang en loopt door het charmante landschap van Vuurland, met diverse typische ranches, lengabossen met hun karakteristieke ‘oudemannenbaard’-bomen en guanaco’s die door het landschap zwerven. Het is verrassend mooi!

We blijven een dagje op de zeer eenvoudige camping aan zee. Het is koud, regenachtig en het waait. Tja, wat kan je anders verwachten zo zuidelijk. Redenen genoeg om de isolatiematten uit te proberen die Ina voor deze reis op maat heeft gemaakt. Alles past en werkt, we merken het verschil direct. Als het even droog is, lopen we het strand op en gaan de in 1985 aangespoelde Desdemona bekijken. De romp verroest in prachtige tinten. Morgen rijden we naar Ushuaia, de zuidelijkste stad ter wereld.

03 tot 06-03-2026, Ushuaia

Wat is het hier op deze mooie plek goed slapen zonder lawaai. De wind heeft het tentdoek droog gewaaid en we ruimen de isolatiematten op. Na het late ontbijt nemen we afscheid van Sylvia en Miguel. We krijgen een ‘big hug’, ze wensen ons een ‘buen viaje’ en ze hopen ons weer te zien. We nemen dezelfde ripio terug naar de asfaltweg. Een andere mogelijkheid om op ruta 3 te komen, is er niet. In het geheel geen straf, de natuur is uniek en fantastisch. We zien soms gelijkenissen met het glooiende landschap van de Ardennen en de ‘guardaganado’ (wildrooster) plus de schapen bij de smalle stroompjes in Drenthe. “Joh, dit gebied is gewoon de Drentse Ardennen”, zegt Jeroen lachend. Na anderhalf uur rijden is het tijd voor koffie. Wat een toeval dat we langs het dorp Tolhuin rijden en laat Ina nou juist daar een fantastische koffiebar vinden. Behalve koffie etaleren ze ook andere lekkernijen. Likkebaardend staan we ernaar te kijken en kunnen uiteindelijk een keuze maken. De weg gaat verder naar Ushuaia. Hoe dichterbij we komen, hoe hoger, steiler en rotsiger de bergen. Het is weer prachtig rijden over een prima weg. In Ushuaia rijden we langs de zee en vieren dit voor ons bijzondere moment. Het zuidelijkste punt van onze reis is bereikt: Ushuaia!

Ushuaia is in het eerste deel van de 20e eeuw opgebouwd rond een gevangenis voor zware criminelen. In 1947 werd de gevangenis gesloten en werden de gevangenen de kolonisten die de stad hebben gebouwd. In deze plaats hebben we een kamer geboekt voor drie nachten met gebruik van een wasmachine. Soms heb je daar een enorme behoefte aan. De komende dagen verwacht men regen en dan zitten wij hier goed. De Tembo Toy heeft even pauze.

Glacier Martial Ushuaia

We gaan iets ondernemen. De regen is eindelijk opgehouden en ook ’s middags is het volgens de meteo droog. Met de Toy rijden we naar ‘Glaciar Martial’ waar de wandeling naar de gletsjer begint. In 45 minuten lopen we over de skipiste naar boven waar het plotseling begint te sneeuwen. De gletsjer gaat schuil in de wolken en als we ons omdraaien zien we in het dal Ushuaia en de zee liggen waar de zon volop schijnt. Niet voor niets zegt men over Vuurland: four seasons in one day. Tijdens de wandeling naar beneden hoort Ina Jeroen mompelen: “Beetje zinloos om met pijn in je enkel omhoog te lopen, terwijl je de berg ook van onderaf kunt zien. Nu hebben we wel koffie verdiend.” In het chique thee- en cakehuis, la Cabaña Casa de Té, nemen we plaats met uitzicht op de roze lupines. Deze zomerbloeiers staan hier nog volop in de knoppen èn in bloei in de herfst. We bestellen ‘dos café doble con poco leche’. Je ontkomt er niet aan, maar gezien onze roadtrip van noord naar zuid Argentinië, denken we dat de Argentijnen waarschijnlijk dol zijn op gebak. Er zijn hier maar liefst 4 vitrines met verschillende soorten enorme grote stukken gebak. We nemen er daarom één en Ina mag iets uitzoeken. Wat een feest! “Ik kan niet kiezen!” Ze zien er stuk voor stuk lekker uit. Na enige besluiteloze momenten kiest ze framboisegebak met chocola. Jammie!

’s Avonds gaan we uit eten en wel bij restaurant Crujiente. De 71 reviews geven allen vijf sterren en de foto’s van het eten zien er bijzonder mooi en heerlijk uit. De keuze is snel gemaakt. Na 10 minuten wandelen bereiken we het rijtjeshuis waar we hartelijk worden ontvangen door Leo en Camila. Hun huiskamer/keuken is het restaurant, kleinschalig, intiem, goede service, subtiele en verfijnde smaak met seizoensgebonden en lokale ingrediënten, prachtige presentatie, duidelijke uitleg over wat je eet, goede wijnen. Leo, de chef-kok, verstaat zijn vak, besteedt aandacht aan smaak en presentatie. Hij creëert verrukkelijke gerechten en serveert deze op een prachtige manier op het bord. Camila, sommelier, adviseert in heerlijke wijnen. Wat zijn wij verrast door deze culinair hoogstaande maaltijd. Ongetwijfeld vijf sterren!

06-03-2026, Parque Nacional Tierra del Fuego 1

De komende dagen wordt het zonnig weer en dus gaan we op pad. Nu pas kunnen we de gletsjer Glaciar Martial in vol ornaat zien. Mooi hoor, hij torent boven de stad uit. Ten westen van Ushuaia ligt het Parque Nacional Tierra del Fuego wat we graag willen verkennen. Eerst nog tanken en enkele boodschappen doen, want in het natuurpark is geen enkele winkel of restaurant. De rit naar de ingang van het park duurt een half uur. Daar laten we onze entreepas zien en tevens registreren we ons via een onlineformulier. We rijden vervolgens een ripio langs de rivier Rio Pipo, hetgeen de fraaie zin “We rijden op de ripio Rio Pipo” oplevert. We zijn verrast door het bergachtige landschap hier in het zuiden van Vuurland. De bergen om ons heen zijn slechts zo’n 1100 m hoog, maar doen imposant aan. Al gauw vinden we een mooie plek waar we uitkijken op de besneeuwde toppen. De stoelen zetten we buiten en behalve even naar de Río Pipo lopen, doen we verder bijna niets anders dan opwarmen in de zon. Jeroen vervangt nog de schroeven van de Starlink door roestvrije schroeven, meegenomen door Senno en Marjanne uit Nederland.

In de middag ontmoeten we de Engelsen Sarah en Huw, rijdend in een Defender 110. Zij hebben Ingrid en Branco (Overlanders van het Holland-kamp in Salta) ontmoet in Colombia en door hen werden we erop geattendeerd dat de Engelsen in de buurt van ons rijden. Maar wie verwacht dan dat je elkaar daadwerkelijk tegenkomt. Samen drinken we een gin-tonic, luisteren naar elkaars (reis)verhalen en spreken zij vanwege Huws werk een paar woorden Nederlands en Indonesisch. Als de zon achter de bergen verdwijnt, arriveert de kou en breken we op. “Tot morgen, Selamat malam.”

07-03-2026, Parque Nacional Tierra del Fuego 2

’s Ochtends nemen we afscheid van Sarah en Huw. Het was een korte en gezellige ontmoeting. Wederom is het vandaag een prachtige dag, maar wel met meer wind. Eerst ontbijten we onder toeziend oog van de Patagonische vos, daarna een wandelexcursie naar de ‘Cascada Río Pipo van wel 1200 meter in totaal, koffie drinken, de paarden voorbij zien wandelen en genieten van de zon.

08-03-2026, Parque Nacional Tierra del Fuego 3

Na een nacht met veel wind, waar we overigens dankzij de isolatiematten weinig last hebben van het tentdoekgeklepper, staan we op en pakken de boel in. We rijden meteen in 20 minuten naar de volgende kampeerplek zodat we er de hele zondag van kunnen genieten. Wat is het hier prachtig en weer anders dan waar we vandaan komen. Het smeltwater uit de bergen stroomt via Laguna Roca en Río Lapataia (waar wij bivakkeren) in Canal Beagle. Als we zijn geïnstalleerd, gaan we ontbijten. Meteen krijgen we bezoek van de familie roofvogel: vader, moeder plus piepend en ontzettend brutaal kind. Hij wil op de ontbijttafel springen, maar Jeroen weet dit nog net te voorkomen. “Wat een rotgeluid maakt hij”, zegt Jeroen, duidelijk niet gecharmeerd van dit schelle krassende vogelgeluid. Daarna maken we een wandeling naar het einde van Ruta 3 en tevens het einde van de Pan-American Highway. Van hier naar Alaska is het volgens het informatiebord 17.848 km. Het uitzicht is prachtig. We lopen terug en ontmoeten veel dagjesmensen. Terug bij de Tembo Toy kijken we naar het WK Allround schaatsen. Spannend!

09-03-2026, Op weg richting Alaska

Vanaf nu rijden we noordwaarts, op weg richting Alaska. We verlaten het prachtige, momenteel zonnige natuurpark, verlaten Ushuaia en rijden over de bergpassen, zo de wazige wolkenwereld in. Helaas zien we weinig van het uitzicht, maar wel de bomen met beginnende herfstkleuren. In Tolhuin drinken we een cortado doble, omdat het daar zo lekker is, weten we nu uit ervaring. Dat geldt ook voor het gebak …. Het oorspronkelijke plan om hier op een camping te staan, laten we varen. Omdat het regent rijden we door, want dit deel hebben we op de heenweg al gezien. De laatste pesos worden omgezet in benzine en het plan is om de grens naar Chili over te gaan bij de kleine grensovergang Complejo fronterizo Río Bella Vista (ex Radman) en dan de ferry te nemen naar Punta Arenas. Ina ziet op internet een luxe estancia met mooie kamers, een lounge met open haard en gelegenheid voor vliegvissen. Daar worden we beiden enthousiast van en dat wordt ons doel vandaag. We sturen een email, krijgen geen bericht terug en een telefoonnummer staat nergens vermeld. We besluiten het erop te wagen en stellen de routeplanner in. De bergen hebben we al lang achter ons gelaten en het landschap bestaat uit glooiend grasland en is vooral heel leeg. Het is grijs, mistig en troosteloos. In de regen rijden we over een modderige en glibberige Ruta Nacional 24 Complementaria B, een ripio vol kuilen en na een uur staan we voor een afgesloten hek. “Misschien is dit de ranch en moeten we voor de lodge nog even verder” zegt Ina. Na nog eens 20 minuten staan we weer voor een hek, deze kan open en we gaan er doorheen om na een aantal kilometers alsnog stil te staan voor een afgesloten hek. We geven het op, het wordt al laat en we zijn moe. Ergens een bivakplek vinden is niet eenvoudig, de ripio heeft aan beide zijden een diepe greppel waar regenwater in staat en verder zijn er overal hekken. De grens met Chili blijkt dichtbij en we gaan proberen daar te overnachten. De grensbeambte begrijpt onze bedoeling, maar wil ons verder weg hebben van de slagbomen en gebaart naar de achter ons liggende velden. Dáár ergens, lijkt hij te zeggen. Jeroen rijdt een heel stuk achteruit, want de weg is best smal om te keren en de bermen zijn doorweekt. Uiteindelijk vinden we een verbreding naast de weg met harde ondergrond en we installeren ons. Kacheltje aan, borreltje met chips en net als we willen gaan koken, komen er 2 grensbewakers op een quad ons duidelijk maken dat we hier niet mogen staan, te gevaarlijk met dit weer zo langs de weg. “Rijden er hier ’s nachts dan ook auto’s?”, vraagt Ina verbaasd. De man knikt bevestigend. De hele dag hebben we geen andere auto gezien, maar goed, we pakken alles weer in en volgen de quad terug naar de slagbomen. Nu mogen we hier ineens wel gaan staan en we proberen het maar niet te begrijpen. Gelukkig zijn we goed op elkaar ingespeeld en in no time zitten we er weer warm en knus bij. Morgen maar bekijken hoe we verder gaan.

10-03-2026, Chileens Vuurland

We worden wakker van het gelach van de douaniers. Ze zitten in een kring in het zonnetje en hebben dikke pret. We maken ons klaar om de grens over te gaan, maar eerst moet het vlees uit de vriezer nog worden gebakken, evenals de eieren. Nu hebben we geen verse etenswaren meer en kunnen we gerust Chili in. Ina probeert nog een zak afval ergens te deponeren, maar ze krijgt daarvoor geen toestemming. We moeten het maar in Chili zien kwijt te raken. Een fraai staaltje van ‘gooi maar over de schutting’! Opeens horen we “Goedemorgen”.  Twee fietsers, Louis en Sarah, herkennen onze Hollandse kentekenplaten. Ze fietsen in 4 maanden van Santiago naar Ushuaia. Knap hoor! We kletsen nog even en dan vertrekken we nadat de stempels zijn gezet en de TIP is ingeleverd. Na een paar kilometer niemandsland stoppen we voor de Chileense slagboom. Geen mens te zien. We drukken op de bel, maar geen reactie. Dan maar eens op onderzoek uit en Ina ziet in één van de gebouwtjes een raam openstaan. “Hola!” roept ze en warempel, er komt iemand tevoorschijn. “Jullie moeten op de bel drukken” zegt hij en als hij van ons begrijpt dat dat niet werkt, pakt ie z’n telefoon en gaat bellen. Er komen nu drie personen aangesjokt uit verschillende gebouwtjes en allemaal gaan we het kleine kantoortje binnen. Achter een werktafel/balie nemen ze naast elkaar plaats. Boven hun hoofden maakt een bord duidelijk waar ze van zijn: Paso 1: PDI (politie), Paso 2: Aduana (douane), Paso 3: SAG (controle levensmiddelen). Het is komisch om de officiële handelingen te verrichten van rechts naar links, steeds met één stapje opzij. De formulieren en documenten verhuizen ook steeds een meter mee. Als alle stempels zijn gezet en we een nieuwe TIP hebben voor Chili, volgt nog de controle van de auto door de SAG. Ina blijkt een tomaat te hebben vergeten en die heeft ze dus ook niet aangegeven. Dat moet alsnog!  Opnieuw moet digitaal het formulier worden ingevuld, nu met vermelding van de tomaat die overigens vernietigd zal worden door een speciale afdeling van de SAG. Hoe gek kun je het bedenken. We rijden Chileens Vuurland in over een prima ripio. Er zijn hier meer heuvels en bossen en we passeren meerdere rivieren.  Pogingen om te kunnen verblijven op één van de luxe fishing-lodges lopen op een teleurstelling uit. Alle lodges zijn volgeboekt. We rijden dus door en komen terecht op een camping in Cameron. We zijn de enige gasten en staan aan het snelstromende riviertje Rio Mc. Clelland. Ook mooi.

11-03-2026, Geen step vooruit!

Wat je allemaal kunt zien op een vrije zonnige dag. Wij vandaag in ieder geval bar weinig. Na de koffie met ‘dulce de leche-likeur’, (een romige, zoete alcoholische drank van melk en suiker die veel weg heeft van Baileys), zouden we nog naar Inútil Bay wandelen, maar we hebben enkele nuttige huishoudelijke taakjes te doen. De kist achter op de cabine heeft een schoon- en opruimbeurt nodig. Sinds 22 januari (dag 87) slepen we hout mee voor een parrilla. Die dag hebben we Marijke en Adriaan in Argentinië ontmoet en we hadden wel zin in een BBQ. De mannen sprokkelden hout bij elkaar, echter het was daar en op veel andere plaatsen verboden open vuur te maken. En waar het wel mocht, veelal op campings, hadden we op dat moment geen vlees of het weer werkte niet mee. Enfin, we besluiten het hout op deze camping bij de BBQ achter te laten. Zijn we daar ook weer van af en is een ander geholpen. Aan het eind van de dag aanschouwen we de baai in de avondzon van een afstand van achter ons raam. Morgen nieuwe avonturen.

12-03-2026, Koningspinguïns spotten

Eindelijk gaan we pinguïns zien en wel bij ‘Reserva Natural Pingüino Rey’, een natuurreservaat dat in 2011 is opgericht om de koningspinguïn te beschermen. Van Camerón is het nog geen uur rijden naar het park. Als we bij de plaats van bestemming aankomen, zien we vanaf de weg in het lege platte landschap een groep toeristen die een groep pinguïns fotografeert. Ze staan op slechts enkele meters van elkaar verwijderd. Het geheel doet wat ‘nep’ aan, omdat ze overduidelijk elkaar aankijken. “Is dit het?”, vraagt Ina verongelijkt. “Blijkbaar”, antwoordt Jeroen. We zijn ietwat teleurgesteld van het tafereel dat zich in de verte voor ons afspeelt, maar wachten geduldig af totdat wij aan de beurt zijn voor de rondleiding. Om het reservaat binnen te gaan, moeten we eerst onze schoenen ontsmetten. Onder begeleiding van een ranger lopen we naar de plaats waar op dat moment de zwemvogels zijn. Het tafereel dat wij zojuist van een afstand hebben gezien, maken wij nu zelf mee terwijl de gids ons voorziet van informatie.

De koningspinguïns leven in hun natuurlijke leefomgeving, en zijn hier in 2011 neergestreken. De kolonie is zo’n 100 tot 150 stuks groot. Het reservaat is dus geen opvangcentrum zoals we eerst dachten. De pinguïns leven vrij en dulden de regelmatige bezoeken van de mensen. Er zijn volwassen en jonge pinguïns in de leeftijd tussen een paar weken tot een paar maanden oud. Hun gedrag is opmerkelijk en soms vreselijk. Het zijn net mensen en kinderen. Ze maken onophoudelijk verschillende harde geluiden met diverse betekenissen. Volgens Ina behoren ze tot de afdeling ‘lawaaivogels’. De ouders zijn liefkozend voor hun jong, maar ook zien we volwassenen een paar maanden jonge grijze pinguïn wegjagen door met hun snavel in het lijf te prikken. Barbaars! En tegelijkertijd fascinerend om naar te kijken. Langdurig observeren we de kolonie en we vinden het toch zeer de moeite waard om hen van dichtbij te zien. De stank nemen we op de koop toe. Na een uurtje vertrekken we weer en Ina scoort in de souvenirshop een pinguïnpoppetje als mascotte in de Tembo Toy. Het is nog bijna 2 uur rijden naar Porvenir langs de kust over de ripio en we genieten ervan. We kijken uit over het Beaglekanaal die we morgen gaan oversteken. In Porvenir drinken we heerlijke koffie met huisgemaakte gebak in het Yendegaia House. Het is een sfeervol oud familiehotel en wordt gerund door een jong stel. Voor de overnachting rijden we door naar de haven en we parkeren de Tembo Toy achter wat gebouwen uit de wind. Morgen, zodra de zon opkomt gaan we om 08.00 uur met de ferry naar Punta Arenas en verlaten daarmee Vuurland.

13 tot 14-03‐2026, Punta Arenas op vrijdag de 13e

Het is weer eens vrijdag de 13e. Bij de boeking voor de oversteek naar Punta Arenas met de ferry moesten we een contactpersoon opgeven. Dat kan handig zijn bij een eventuele schipbreuk en we hebben Roy, de broer van Ina opgegeven. Tja, je weet het nooit op zo’n vrijdag de 13de. Zoals beschreven in de voorwaarden moeten wij ons om 07.00 uur melden. Dus vroeg op en zonder ontbijt rijden we de 100 meter naar de ferry. “U moet eerst uw tickets laten printen,” zegt de ferrymedewerker en hij wijst naar het kantoortje naast de auto. Jeroen doet braaf wat hem wordt gezegd, komt terug, neemt plaats achter het stuur en overhandigt de printjes aan de man. “Nu moet u naar de controlepost mèt de printjes. Dat is dáár!” Hij maakt grote armgebaren en we rijden een rondje van ruim 500 meter terug. Een andere medewerker met portofoon neemt de printjes in, wijst waar we moeten parkeren en wachten op zijn sein om naar de ferry te mogen rijden. Alles gaat zeer gecontroleerd. Tja, zo kan het ook. Na 5 minuten kunnen we naar de boot. Jeroen rijdt de auto op de ferry en we werpen een blik naar het oosten. Wat mooi om zo vroeg de zonsopgang te zien. Zouden we vaker kunnen doen. Binnen vinden we een plekje om ons ontbijt te nuttigen. De rustige tocht over de Straat van Magellaan duurt twee uur. Wanneer we aan land zijn, melden we aan Roy dat we veilig zijn gearriveerd.

Het laat zich makkelijk raden wat we als eerste gaan doen: een cortado drinken bij koffiebar “Wake Up”. Daarna lopen we nog wat door het centrum en gaat de rit naar de supermarkt om verse groente te kopen. De komende 4 dagen overnachten we bij Camping La Escondida waar we uitzicht hebben over de stad en de Straat van Magellaan. De eigenaresse Fabiola ontvangt ons hartelijk. Als we zijn geïnstalleerd, zegt Jeroen opeens: “Oh nee!” “Wat dan?”, vraagt Ina die meteen aanvoelt dat er iets mis is. We krijgen een mail van de bootmaatschappij over onze bootreis naar Puerto Montt op 21 maart die Jeroen voorleest. ‘Tot onze grote spijt delen wij mede dat de Esperanza-veerboot vanwege slechte weersomstandigheden in de Golf van Peñas haar vaarschema heeft moeten aanpassen. De nieuwe vertrekdatum wordt dinsdag 24 maart om 06.00 uur’. “Het zal toch niet waar zijn. Alweer vroeg opstaan?”, vraagt Ina bedenkelijk. Jeroen leest verder.  ‘Het inchecken en inschepen staan gepland voor de avond van maandag 23 maart. De aankomst in Puerto Montt wordt verwacht op vrijdagochtend 27 maart’. We incasseren deze informatie gelaten, het is immers vrijdag de 13de. Gelukkig hebben we tijd genoeg. In Puerto Montt hebben we eerder een afspraak gemaakt bij een garage. Na mailwisseling wordt deze afspraak twee dagen verzet. Ook weer geregeld. En daarna komt Jeroen tot de ontdekking dat de terugslagklem van de bladveer is gebroken. Waarschijnlijk heeft die het door de vele slechte ripio’s begeven. We hadden al wat gerammel vernomen. Fabiola is onze redster in nood. Zij zorgt ervoor dat iemand ter plekke komt kijken en morgen een nieuwe bout zal brengen. Wat een service! We kunnen vanavond gerust naar bed en wat slaapschuld inhalen. Al met al zijn we vrijdag de 13de behoorlijk goed doorgekomen denken we, niet wetend wat er nog gaat komen …..

15-03-2026, Isla Magdalena en Isla Marta

Het is zondag. We gaan buurten bij de Magellaan pinguïns, zeeleeuwen en zeeolifanten. Voor deze excursie moeten we heel vroeg uit de veren. De wekker gaat om 05.30 uur af. Snel kleden we ons aan, klappen de daktent dicht en rijden in het donker naar het kantoor in de nog stille stad waar de bus ons om 06.30 naar de boot gaat brengen. Dachten we. Bij het kantoor staan drie bussen met draaiende motor. Niemand zit in de bus, iedereen staat in een lange rij voor het kantoor om zich te melden. De rij wordt slechts tergend traag korter. Als we eindelijk bij de enige medewerkster aan de beurt zijn die onze namen op de lijst afvinkt, zegt ze dat we in bus nr. 2 kunnen instappen. Vervolgens vertrekken de drie bussen pas om 07.30 uur richting de boot. We zijn hoogst verbaasd. Hadden ze dat nou niet anders kunnen regelen? We hebben een uur en kwartier in de kou gestaan! Enfin, we zijn op weg. Na een half uur met de bus en drie kwartier met de boot arriveren we bij Isla Magdalena om de Magellaan pinguïns te bezoeken. We wandelen een rondje over een pad via de vuurtoren. Deze soort pinguïn is veel kleiner van stuk dan de koningspinguïns die we eerder zagen. Ook minder kleurrijk. Ze hebben hun nesten in holen in de grond en veel pinguïns zijn voor de jaarlijkse migratie al vertrokken naar het noorden. Omdat ze niet samenkomen als groep, is er ook weinig interactie en dus voor ons minder om te observeren. Kortom, na het bezoek aan de koningspinguïns valt dit een beetje tegen, verwend als we zijn ….

Terug op de boot krijgen we oploskoffie en varen we door naar Isla Marta. Er staat een hoge deining en we schudden flink heen en weer. Als we voor het eiland dobberen mogen we op het dek, zwemvesten aan en dan zien we een waar spektakel! Honderden zeeleeuwen en zelfs twee zeeolifanten liggen op het keienstrand. In het water duikelen spelende zeeleeuwen en allerlei soorten vogels, waaronder de albatros die van grote hoogte de zee in schieten om te vissen. Schitterend! We weten niet waar we moeten kijken. De mannetjes zeeleeuwen zijn werkelijk reusachtig en de zeeolifanten zijn zo enorm dat ze op het eerste gezicht rotsen lijken. Na 10 minuten  besluit de kapitein dat we terug moeten, want de deining wordt te sterk (hetgeen te zien is aan de schokkerige video’s die we maken).

Dan spot de gids een walvis. Terwijl iedereen richting zijn wijzende vinger kijkt, ziet Jeroen aan de andere kant van de boot een spuitende walvis en hij ziet zijn rugvin in de zee verdwijnen. En daarna zien we geen spoor meer van deze indrukwekkende jongens. Eenmaal terug in Punta Arenas gaan we echte koffie drinken, doen nog boodschappen en pinnen wat pesos. Het weer is aangenaam, half bewolkt en weinig wind. Ideale omstandigheden om ons composttoilet weer eens een grote beurt te geven. Fabiola vindt dit zeer interessant, we leggen de werking uit en geven haar twee blokken van de geperste kokosvezels, want ze wil ermee experimenteren met de opgeruimde hondenpoep op het terrein. Eindelijk gaan we weer eens asado eten en Jeroen maakt een vuurtje van afvalhout dat we krijgen van Fabiola en ze geeft ons zelfs een fles wijn. We eten samen met Hollanders Dave en Carlijn en de Fransen Veronique en Patrick. Heel gezellig!

16-03-2026, Vrije dag in Punta Arenas

We hebben een vrije dag, we doen weinig en worden getrakteerd op zon. Jeroen pakt meteen de stoelen en de hele dag brengen we buiten door. Het zicht is zeer helder waardoor we Punta Arenas zien, de Straat van Magellaan, Porvenir en in de verte een besneeuwde berg. Aan het eind van de dag regent het. Carlijn en Dave komen blij terug van de pinguïntocht, want zij hebben ook nog dolfijnen gespot. Wat een geluk!

17-03-2026, Op weg naar Puerto Natales

Vandaag gaan we verkassen nadat we Carlijn en Dave een avontuurlijke en veilige reis hebben gewenst. Fabiola is niet thuis, dus appen we haar voor de goede zorgen en het fijne verblijf. “Op weg naar Alaska”, zegt Jeroen lachend die de auto de ripio op rijdt. Het eerste deel van de route rijden we in de regen en is voor ons onbekend. Het komt evenwel bekend voor, want het landschap bestaat uit glooiende geelgekleurde pampa met guanaco’s. Als we halverwege op echt bekend terrein zijn, drinken we wederom koffie bij het plaatsje Villa Tehuelches. De eigenaar van de koffiebar ‘La Carancha’ herinnert zich nog hoe wij onze cortado drinken: een dubbele espresso met een klein beetje warme melk. Daarna gaan we verder naar Puerto Natales waar de zon schijnt en we in één streep naar ons onderkomen rijden, een airbnb voor de komende zes nachten. De 23ste varen we met de boot in 4 dagen naar Puerto Montt. Althans, dat is de bedoeling. Aanvankelijk zouden we al de 21ste varen, maar het vaak onvoorspelbare weer gooit roet in het eten en dus is de vertrekdatum twee dagen opgeschort. In Puerto Montt zijn we dan weer een stukje dichter bij Alaska.

20-03-2026, Puerto Natales, Cueva del Milodón Monumento Natural

Wachtend op het vertrek van de ferry naar Puerto Montt wandelen we in de omgeving met uitzicht op Puerto Natales, de ‘Golf Almte Montt’ en de besneeuwde bergen. De omgeving is gevarieerd en we zijn nog lang niet uitgekeken op deze landschappelijke schoonheid. Jeroen maakt op de navigator een offroad-tour richting de bergen. Het uitzicht is weids en we zien warempel de ‘Torres del Paine’. Helaas staan we voor een gesloten hek en kunnen we niet verder. Dan maar terug naar de Y-290, want daar is ook een offroad weggetje naar de zee. Helaas, we hebben weer pech. Achter het rode hek, gesloten met een groot hangslot, lezen we op een bord “Estancia Turística Perales, bienvénidos 20 km”. Niet welkom dus. Veel mogelijkheden om een autorit te maken zijn er niet. We keren de auto om en passeren ‘Cueva del Milodón’. “Zouden ze hier koffie hebben?” vraagt Ina verwachtingsvol. Nee, geen koffie, wel kunnen we de grot bezoeken. Onder het mom van ‘we willen toch wat’ koopt Jeroen twee tickets. We hebben vaker grotten gezien, maar deze is anders en bijzonder. De grot is in 1895 ontdekt door de Duitse ontdekkingsreiziger en kolonist Hermann Eberhard. We lopen naar de ingang en zien alle kleuren van de herfst.

Tijdens de laatste ijstijd (tussen 35.000 en 14.000 jaar geleden) ontstond na het terugtrekken van het ijs een meer. Vervolgens hebben de golven de grot verder uitgesleten en het water is verdwenen. Het resultaat is een grote, diepe grot. Toch indrukwekkend wat de natuur tot stand heeft kunnen brengen. Meer dan 10.000 jaar geleden leefden hier Paleo-indianen, nomadische jager-verzamelaars die de grotten gebruikten voor beschutting tegen het gure Patagonische klimaat. Tevens leefden in de omgeving prehistorische dieren, waaronder de gigantische grondluiaard, paarden en sabeltandtijgers. In de grot staat een levensgrote replica van een Mylodón, oftewel een  reuzengrondluiaard, om bezoekers te laten zien hoe groot deze herbivoor was, namelijk twee keer zo groot als de mens. De grot is een belangrijk archeologisch en paleontologisch monument. Na het bezoek mogen we met de auto over een ripio om de andere twee grotten te bezichtigen en daarna rijden we terug. Jeroen ziet nog een ripio-afslag, maar die leidt naar nergens.

En dan krijgen we nieuws van de rederij. Het vertrek van de boot is opnieuw uitgesteld tot nader bericht vanwege de komst van slecht weer. We hebben al zo vaak moeten wachten (in Montevideo op onze auto, in Salta voor meerdere tandartsbezoeken), deze kan er ook nog wel bij.

21-03-2026, Puerto Natales, Ultima Esperanto (The Last Hope)

We hebben voor ons gevoel een zee van tijd voordat de boot gaat vertrekken. Dus pakken we een aantal klussen aan: een blogbericht voorbereiden voor onze website; Jeroen maakt een filmpje van de tien dagen over de Carretera Austral in Chili; drie wassen draaien plus onze donsjassen en windstoppers laten wassen bij de lavandería; we pogen om de filmbeelden van onze nieuwe actioncamera op de computer te installeren en deze te gebruiken voor de toekomstige filmpjes; een Chileens verloopstekker kopen; het lek in ons luchtmatras vinden; de kleine pinguïnsouvenir die we negen dagen geleden in het pinguïnreservaat hebben gekocht van een draadje voorzien zodat we hem fatsoenlijk kunnen ophangen en ‘en passant’ lijmt Jeroen ook nog de overgebleven scherven van de kapotte bedlamp die we bij aankomst in de airbnb aantroffen. Het is een beste waslijst.

In de middag rijden we naar het toeristische Puerto Natales, een kleine plaats, sfeervol, met veel hotels/hostels, restaurants, koffiebars, gekleurde huizen en natuurlijk een kerk. We gaan een gin-distilleerderij bezoeken en een rondleiding volgen. De distilleerderij heet ‘The Last Hope’. De naam heeft niets te maken met ‘Desperate to find gin in the far south’. Wat dan wel? De Spaanse zeevaarder Juan Ladrillero verkende in 1557 de kust om een doorvaart via de Straat van Magellaan vanuit het westen te vinden. Nadat hij in talrijke kanaallabyrinten was gestrand, noemde hij deze inham “Ultima Esperanza”, omdat dit zijn laatste kans was om de doorgang te vinden voordat hij moest omkeren. Vandaar de naam. Wat we vooraf niet weten, is dat de Engelse rondleiding begon om 17.30 uur. Daar zijn we helaas te laat voor. Natuurlijk drinken we een gin-cocktail en daarna opteren we voor de Spaanse rondleiding. Matthew, de Engels- en Spaanssprekende gids, raadt het ons pertinent af omdat we geen Spaans spreken, de uitleg niet begrijpen en waarschijnlijk ook zijn grappen niet, maar wij zijn lekker eigenwijs. “Het lijkt ons een heel goed idee om ons Spaans te oefenen”, zegt Jeroen met een grote glimlach. “Okay, whatever. I’ve warned you!”, krijgen we als antwoord.

Verrassend genoeg begrijpen we veel van zijn uitleg, waarschijnlijk ook omdat we Frans spreken. Halverwege vraagt Matthew ons: “Do you understand it? Also the nonsense jokes? You understand about 20%?” Welnee, veel meer dan dat. “Ik heb alles opgenomen om het te vertalen”, grapt Ina….. Dry gin wordt gestookt van bessen en kruiden, zoals onder andere jeneverbes, steranijs, kaneel en kardemom. De variant met de Calafatebes wordt verkregen door deze bessen in de dry gin te weken. De gin rijpt vervolgens enkele maanden in eikenhouten vaten. We verlaten de distilleerderij met twee flessen gin, een Dry gin en een Calafate gin. In een restaurant eten we heerlijk voordat we terug rijden naar ons onderkomen.

22-03-2026, Puerto Natales, Lago Sofía

Het is te mooi weer om binnen te blijven dus gaan we weer op pad. De wind waait nauwelijks, de zon schijnt uitbundig, het is ongeveer 11 graden terwijl ergens in een fjord ‘onze’ boot ligt te schuilen voor de storm. Zo kan het onvoorspelbare weer verkeren in Patagonië. We rijden naar Lago Sofía waar diverse wandelpaden zijn. Als we Ruta 9 verlaten, vervolgen we de ripio Y280. Meteen worden we verrast door het prachtige heuvellandschap en zien we het meer. We zijn niet de enige personen, wel de enige toeristen. De mensen zitten op het kiezelstrand, kinderen spelen aan de waterkant of zwemmen zelfs in het meer. Er wordt gevist en de verte zien we kajakkers en ook een parapente onze richting op komen. We ruiken de parrilla en krijgen meteen trek, geconditioneerd als we zijn. Dit is een plek om te onthouden voor een schitterende bivak.

24-03-2026, Puerto Natales, Update: wanneer vertrekt de boot?

Het is herfst in Chili en dat is nu goed merkbaar. De weersverwachting voor de boottocht is de komende dagen niet rooskleurig. Hoe dat komt? De grootste boosdoener van het slechte weer is een heel groot hogedrukgebied op de Zuidelijke Stille Oceaan samen met een koufront vanuit het zuiden. In deze tijd van het jaar is een koufront normaal. ‘Winter is coming’, aldus een gevleugelde uitspraak in de serie ‘Game of Thrones’ en dat geldt nu ook voor Chili. Deze week zijn in de hele kustlijn van Chili zware regenval, onweersbuien en stormen in aantocht, wel windkracht 7-9, ofwel zeer krachtig tot stormachtig. De golven ontstaan ver uit de kust en leggen grote afstanden af zonder energie te verliezen. De zee wordt ruwer, de golven hoger dan 6 meter, kortom, wij gaan nog niet varen en wachten tot de situatie beter wordt. Dat gaat ongetwijfeld ooit eens gebeuren, want na regen komt immers zonneschijn. In het binnenland daarentegen is het in de hoofdstad Santiago uitzonderlijk warm met temperaturen boven de 30°C. en geen druppel regen. Dat is nog eens andere koek. Voor de komende dagen doen we nog maar eens boodschappen. Op de toppen van de bergen zien we verse sneeuw. Gauw keren we terug voordat de regen valt. Het is wat het is, er zijn ergere dingen voor te stellen. Vooralsnog gaan we er van uit dat onze ferry vrijdagmorgen 27 maart vanuit Puerto Natales zal vertrekken.

Onze boot ligt al klaar, maar of we vertrekken?

26-03-2026, Puerto Natales, Check-in lokettenparade bij Navimag

Het is zover: we worden uitgenodigd om tussen 8 uur ’s ochtends en 8 uur ’s avonds in te checken. Dat wil zeggen, eerst de auto inleveren met de benodigde ingevulde paperassen en daarna zelf inchecken. Om half 5 rijden we naar de haven en we zien de verse sneeuw op de bergen. Eerst laten we nog een kwart tank benzine in de reservetank vullen. De prijs is inmiddels met € 0,30 per liter verhoogd. Voor één liter betalen we nu € 1,60. Gelukkig kùnnen we nog tanken. In India zijn de pompstations een week lang gesloten, hebben we op het nieuws vernomen. Deze reis hebben we al verschillende perikelen meegemaakt bij het passeren van een grens (wachten op Schiphol bij een verkeerde gate, op de luchthaven van Brazilië door de paspoortcontrole gaan in plaats van het nemen van de transit-afslag) en het doorlopen van formaliteiten bij een haven (wachten op de Tembo Toy in Montevideo waar ook de autosleutels nog eens ‘zoek’ waren). We zijn echte wereldreizigers, hoor. Zoals beschreven in de mail van Navimag melden we ons bij het kantoor. Drie deuren zijn op slot, niemand is aanwezig, dus proberen we het kantoor bij de pier. Ook deze deur is op slot, Ina stuurt een mail en direct opent een medewerker de deur. Het is Fabian die alle mails heeft verzonden. Hij legt uit wat we moeten doen. Eerst de auto plus sleutel inleveren op de ‘yard’ zodat de staf deze om 03.00 uur vannacht de ferry in kan rijden. Vanaf 20.00 uur kunnen passagiers inchecken bij het gesloten kantoor waar we zojuist waren. Claro! Jeroen rijdt het terrein op waar we de auto achterlaten. De procedure is een uitgebreide lokettenparade (Hadden we dat al niet eerder meegemaakt?) Allereerst maakt een dame van alle kanten van de auto foto’s voor het technisch onderzoek, terwijl er naast ons twee vrachtwagens staan met totaal wel 30 onrustige, stampende en schoppende paarden. Daarna volgen het loket van de politie en het loket van de douane en we krijgen een aantal formulieren mee. Vervolgens pakken we onze rugzakken uit de auto en leveren de sleutel in. Hier hebben we totaal ruim anderhalf uur over gedaan! Ons rest nog anderhalf uur wachten voordat we zelf kunnen inchecken. Gelukkig is op loopafstand een koffiebar om de tijd te verdoen. Na 20.00 uur wandelen we naar het laatste loket om zelf in te checken. Hé, daar is Fabian weer. Hij geeft ons een formulier waarop staat dat we nummer 4 krijgen en hij zegt: “U kunt hier wachten of wat rondwandelen, zoals u wilt. Boardingtime is om 21.30 uur.” Ah, ok, we zijn gewend om te wachten en we hebben alle tijd. Op het formulier staan ferry conditions beschreven, onder anderen dat animatie is inbegrepen in de prijs. We verheugen ons op dit vooruitzicht. In een blog heeft Ina gelezen dat er op de laatste avond bingo is met leuke prijzen die je kunt incasseren als je eerst een dansje doet. “Ik ga wel dansen hoor”, zegt Ina. “No problema!” Het belooft niet saai te worden. We hebben al een ‘hel van een rit’ meegemaakt, deze tocht belooft dolletjes te worden. Als het tijd is om te boarden, stappen we een gereed staande bus in en rijden wel 300 meter (!) naar de ferry, de Esperanza. We zoeken onze hut op, doen nog een spelletje en gaan op tijd naar bed. Morgen om 06.00 uur zal de boot vertrekken, wij kunnen doorslapen, om 08.00 uur ontbijten en dan de boot verkennen. Hopelijk is het weer ons goed gezind en kunnen we de Chileense fjorden bewonderen. Inshallah.

27-03-2026, Eindelijk, vertrekken met de boot naar Puerto Montt

Leven voor een paar dagen op de boot bevalt ons prima dankzij de vriendelijke en behulpzame crew. De eerste nacht hebben we goed geslapen, worden we voor het ontbijt wakker, zien we dat de boot nog maar net is vertrokken en aanschouwen we de zonsopkomst achter Puerto Natales. Op de grote ferry kunnen we letterlijk rondwandelen op het dek of vertoeven in de goed verwarmde ruimtes. Er liggen boeken en spelletjes waar de gasten gebruik van kunnen maken. De crew heeft dagelijks zowaar een gevuld programma. We beginnen met het ontbijt van 08.00 tot 09.00 uur, daarna kunnen we de hele dag gratis aan de thee, koffie of limonade. Tijdens het ontbijt ontmoeten we de Nederlandse Overlanders Justine en Wijnand die rondreizen in een Toyota 4Runner met daktent. De gebruikelijke ‘gluren-bij-de-buren-activiteit’ laten we achterwege, want we mogen tijdens de boottrip niet naar de auto. Wel beantwoorden we elkaars vragen die beginnen met hoe, wat, wanneer, waar, hoe lang. Het ‘waarom’ is niet belangrijk, want elke Overlander begrijpt waarom we reizen. Ina raakt aan de praat met de jonge Chileen Louis die met zijn hond Kimal reist en veel over Chili weet te vertellen. Dan klinkt een mededeling door de boxen. Op deze route zal de boot door de smalste doorgang varen, ‘Canal Kirke’. Helaas is het grauw en grijs weer, waait het en valt er regen, maar iedereen heeft zich goed voorbereid gezien de kleding die men draagt. Toch kunnen we voldoende zien en hangt er door de laaghangende bewolking een mysterieuze sfeer. Het doet ons denken aan de boottocht in ‘Doubtful Sound’ op het zuidereiland van Nieuw Zeeland onder dezelfde weersomstandigheden.

Deze ochtend moeten we verplicht naar de kapitein luisteren die een briefing geeft over allerlei belangrijke zaken zoals de route van de boot plus bezienswaardigheden, veiligheid en ontsnappingsprocedure in geval van nood, een verbod om binnen te roken en een algeheel alcoholverbod op de boot. Iedereen lacht braaf om zijn grappen die hij van een papiertje voorleest. Een voorbeeld: “Als je iemand ziet wegrennen met een reddingsvest, ga er dan achteraan, want dat ben ik, ik ga echt niet als laatste van boord!” Aan het eind van zijn uitleg krijgt hij applaus. Dan is het 12.00 uur, lunchtijd. ’s Middags vullen we onze vrije tijd met het maken van films voor de website, foto’s uitzoeken, Polarsteps bijwerken en het kaartspel dubbelpatience spelen. Om 19.00 uur zitten we weer aan het bord. De kwaliteit van de maaltijden valt ons niet tegen. Op onze tweedaagse boottocht van Sète (Frankrijk) naar Tanger (Marokko) vonden we het eten niet te pruimen. Het is niet moeilijk om een lekkere maaltijd voor te schotelen, bewijst deze maatschappij. ’s Avonds wordt een documentaire getoond over de ‘Kawesqar’ ofwel de ‘kano-mensen’. Zij zijn een inheems volk die behoorden tot de eerste bewoners van de kanalen en fjorden in Zuid-Chili. Tot in de 20e eeuw waren zij een nomadisch zeevarend volk die vrijwel uitsluitend leefden op zee met het hele gezin in hun 9 meter lange kano, uitgerust met een haardvuur aan boord. Ze zeilden tussen de Golf de Peñas en de Straat van Magellaan. In 1526 kwamen zij voor het eerst in contact met de Spaanse ontdekkingsreiziger Jofré de Loaysa die de leiding kreeg over een expeditie naar de Molukken (de Specerijeilanden) via de route van Magellaan.

28-03-2026, Gestrand met de boot!

Klopklopklop! Wakker worden! We worden het bed uitgebonjourd. De schoonmakers staan voor de deur en we kunnen nog een half uur ontbijten. Dat doen we met Justine en Wijnand. Gezellig! Opeens zien we de boot 180° draaien en we kijken elkaar verbaasd aan. Uit de luidsprekers horen we dat de kapitein om 10 uur een mededeling zal doen over het weer en het vervolg van de boottrip. We verstaan het niet helemaal, maar het klinkt niet al te hoopvol. “We zullen toch niet terugvaren?”, vraagt Wijnand. We gaan het straks horen. Eerst maar uitwaaien op het dek. De temperatuur is goed en ondanks de laaghangende bewolking kunnen we de toppen van de heuvels en bergen zien en zelfs de gletsjers. Als enige gasten nemen we plaats op een bank om te genieten van het panorama. Door het natuurschoon vergeten we de tijd en zijn we te laat voor de mededeling. Niet erg, want al gauw horen we dat we heen en weer zullen varen totdat verderop de golven minder dan 4 meter hoog zijn. De vertraging wordt vast en zeker met een dag (of langer ….) verlengd, schatten we in. Hopelijk weet het team ons te blijven vermaken met een passend animatieprogramma. Want het bekende gezegde ‘gasten en vis blijven drie dagen fris’ wordt zo langzamerhand wel van toepassing, hoewel we er gelukkig (nog) niets van merken. Iedereen is nog happy en relaxt. En anders kan Jeroen altijd nog een ‘tiny house gitaarconcert’ geven, oppert Ina. ’s Avonds kijken we naar de documentaire ‘Our Oceans, Pacific Ocean’. Prachtig gefilmd.

29-03-2026, Voor anker bij Puerto Edén

We liggen inmiddels voor anker bij het gehucht Puerto Edén. Er worden goederen in- en uitgeladen, passagiers gaan van en aan boord. Er is geen steiger, alles wordt vervoerd per bootje. Het ziet er naar uit dat we voor vandaag onze eindbestemming hebben bereikt, wachtend op beter weer. In het fjord is helemaal niets te merken van hoge golven. De bewolking hangt laag, af en toe regent het, de zon schijnt even en we aanschouwen de regenboog. Puerto Edén is één van de meest geïsoleerde plaatsen in Chili en slechts bereikbaar per boot. Hier wonen de laatste nazaten van de inheemse Kawesqar-bevolking. De huizen zijn verbonden door houten looppaden in plaats van straten.

30-03-2026, “We need four”

“We need four”, aldus el capitán die een update geeft via een niet functionerende microfoon. Iedereen hangt aan zijn lippen, maar op de ‘Windy-app’ die de kapitein ons op het grote scherm laat zien, hebben we al voor ons vertrek ontdekt dat de weersverwachtingen dramatisch zijn voor de komende dagen. “We need four” slaat op de golven die niet hoger mogen zijn dan 4 meter om veilig te varen, met name op open zee bij de ‘Golf de Peñas’. Volgens ‘Windy’ zullen de golven niet eerder dan vrijdag lager zijn voor een veilige tocht. Dat is pas over 5 dagen! We gaan niet terug naar Puerto Natales en we mogen niet van boord voor een excursie naar het dorp of een hike over de heuvels, wat wij wel leuk hadden gevonden. Tenslotte eindigt de kapitein met de opbeurende opmerking dat deze weersomstandigheid zelden voorkomt en we dus geluk hebben. De sfeer is nog steeds ok, mensen leren elkaar beter kennen en zo te zien ondergaat iedereen het gelaten. Hoe we de tijd doorkomen? Daar zal het animatieteam zich over buigen, denken we.

Drone-foto van onze boot die voor anker ligt bij Puerto Edén, gemaakt door Wijnand en Justine

31-03-2026, Sail on Sail on Sailer

Met een strakblauwe lucht, zon en een regenboog verlaten we Puerto Edén en nu zien we pas hoe mooi het is met gletsjers en besneeuwde toppen. Het eerstvolgende toeristische punt is de ‘Angostura Inglesa’, de nauwe Engelse doorgang. Gisteren mochten we een kijkje nemen in het domein van El Capitan. We zagen de grote schermen voor de digitale navigatie. De kapitein vertelde dat er verhalen de ronde gaan dat een schip in de toekomst kan worden bestuurd door apen, maar wie denkt eraan om de apen eten te geven? Ai, essentieel detail. Digitale navigatie is een belangrijk hulpmiddel, maar nog steeds zijn kompas, kaarten en logboek nog heel relevant. Knap om op de boeg te zien hoe het grote gevaarte door de nauwe doorgang van ‘Canal Messier’ vaart. Al gauw arriveren we bij de volgende toeristische attractie, Shipwreck Capitán Leonidas. Op 7 april 1968 strandde het Griekse schip beladen met suiker waarschijnlijk opzettelijk op een rif vanwege verzekeringsfraude, echter dit is nooit bewezen. De suiker is verkocht, het wrak ‘Capitán Leonidas’ ligt nog steeds op het Bajo Cotopaxi-rif en fungeert nu als een bekend herkenningspunt, baken en duiklocatie. Justine en Wijnand mogen met hun drone een opname maken. Ze hebben een fantastische film gemaakt en met ons gedeeld. Alle credits voor hen. Hartelijk bedankt voor het delen. ’s Middags spelen we met zijn vieren het kaartspel ‘toepen’. Justine leest de regels voor, want het is zeker 40 jaar geleden dat we het hebben gespeeld. Het blufelement is een grappig element in het spel waar regelmatig, meestal zonder succes, gebruik van wordt gemaakt. ’s Avonds om 21.00 uur staat ons weer een programma te wachten, alleen zijn we zelf het animatieteam. Karaoke! Zuiver zingen is niet belangrijk, meedoen werkt sfeerverhogend en inderdaad, het is een gezellige, dolle boel. Om 22.00 uur lezen we de mededeling van de kapitein dat we gaan varen door de Golf van Peñas. “We have four!” Uit veiligheid mag niemand op het dek komen vanwege de golven en de wind. Hopelijk kunnen we slapen door het harde gebonk van de boot op de golven en het gekraak van de kasten in de hut. Dat nemen we op de koop toe want de Sailor sails on!

01-04-2026, We varen door!

Vannacht was het een onrustige en lawaaierige nacht. Onophoudelijk beukten de golven tegen de boot, de kasten kraakten voortdurend en we rolden van de ene naar de andere kant. Ina heeft redelijk geslapen, Jeroen wat minder. De Golf van Peñas hebben we overleefd en als we wakker worden, vaart de boot op open zee. Er staat nog een behoorlijk zware deining, we lopen voorzichtig door de gang en de trap af, bereiken de eetzaal en al waggelend lopen we met een vol dienblad naar een tafel om te ontbijten. Er worden antislipmatjes uitgedeeld en soms glijden we met stoel en al langs de tafel. Vandaag heeft de kapitein goed nieuws. Het is nog een dag en een nacht varen en dan arriveren we donderdagavond laat in Puerto Montt. Na een aantal uur verlaat de boot de open zee en vaart weer in de fjorden. Vanaf nu is het gedaan met de hoge golven. Afwisselend zien we laaghangende bewolking over de heuvels, stukken blauwe lucht en soms zon. De temperatuur is verrassend aangenaam. Even schijnt de zon zo fel dat we na dagen de zonnebril weer tevoorschijn halen. Aanstaande maandag gaat de auto naar de garage in Puerto Varas. Dit weekend wordt het mooi weer, dus maken we alvast een reisplan voor de komende dagen. Wat hebben we daar zin in!

Scheepswrak ‘Capitán Leonidas”

02-04-2026, Aankomst in Puerto Montt

Eindelijk komen we na zeven dagen aan in Puerto Montt. We worden er blij van en verlangen naar ons eigen mobiele huisje waar we al 16 nachten niet hebben geslapen. We hebben een meevaller. Vandaag gaan we in Puerto Montt al om 21.00 uur van boord in plaats van na middernacht. Tijdens de lunch klinkt hard uit de speakers: “Whales Whales!” Het is grappig om te zien dat bijna iedereen zich haast richting stuurboord. In de verte zien we met moeite een paar vinnen en het puffen van de walvissen. En dat was het, blij gemaakt met een half dode mus. Niet getreurd. Wij vestigen onze hoop op Vancouver in Canada om ze daar te spotten. Dat zal niet eerder dan 2028 zijn, maar dan heb je ook wat om naar uit te kijken. De boot vaart op volle toeren en komt al dichter bij de eindbestemming. Opeens zien we de vulkaan ‘Osorno’ achter een berg tevoorschijn komen. Deze vulkaan heeft de vorm van een kegel, is ruim 2600 m hoog en er ligt altijd sneeuw op de top. Het lijkt de Fuji wel. Dit weekend zullen we de Osorno van dichtbij aanschouwen. De boot vaart zo snel dat we Puerto Montt al rond 19.00 uur bereiken. In de haven zien we meeuwen, aalscholvers, zeeotters en zeeleeuwen op de boei. De boot moet 180° draaien zodat de auto’s en vrachtwagens de kade op kunnen rijden. Onder toeziend oog van el capitán schieten duwboten te hulp en met een half uur is de klus geklaard. We kunnen vertrekken met de Tembo Toy. Eerst nemen we afscheid van Louis en daarna van Justine en Wijnand. Bedankt voor de gezelligheid tijdens de maaltijden en het kaartspel ‘toepen’. Wie weet, ontmoeten we elkaar nog ergens in het noorden.

Het is nog drie kwartier rijden naar Camping Baumbach aan het meer ‘Lago Llanquihue’. De navigator stuurt ons meteen over een zeer steile ripio naar de doorgaande weg. Er wonen mensen langs deze onverharde weg die, zeker bij veel regen, gebruik maken van twee banen beton en dus doen wij dat ook. Geen enkel probleem voor de Tembo Toy. In het dorp Llanquihue passeren we een pizzeria. We kijken elkaar aan, Jeroen parkeert de auto en binnen een kwartier zitten we aan de pizza. Die smaakt heerlijk na de vele bonen, kool, mais, aardappelpuree en vlees die we de afgelopen dagen kregen voorgeschoteld. Als we morgen wakker worden, hopen we tijdens het ontbijt een prachtig uitzicht te hebben op de vulkaan Osorno. Na 16 nachten slapen we eindelijk weer in ons eigen bed.

05 april 2026, Río Petrohué en asado

Wat een heerlijke herfstdag met een behaaglijke temperatuur. Jeroen trekt zelfs zijn t-shirt uit. Het moet niet gekker worden. We doen enkele klusjes en aan het eind van de middag gaan we aan de asado. Jeroen pakt de handige opvouwbare BBQ uit de kist, maakt een vuurtje, houtskool er op en in een mum van tijd ligt het vlees, brood en een paprika op de grill. Wijn erbij en in de zon onder toeziend oog van twee honden smullen we van ons diner. Op tijd duiken we ons bed in, want morgen gaat de wekker om 07.00 uur af.

06 april 2026, een dagje Puerto Varas

Deze dag hebben we twee doelen: Ten eerste de Tembo Toy naar Rebel Garage brengen in Puerto Varas. Ten tweede, om het wachten te voorkomen, een zelf in elkaar geknutselde fietsexcursie doen. Bij Garage Rebel checkt Jeroen met de Engels sprekende baas Francisco wat er moet gebeuren, namelijk de banden rouleren, nieuwe koppelingsplaat plaatsen en de deur van de safe die door de ripio’s is losgetrild, lassen. Todo claro! We kunnen vertrekken. Francisco vertelt nog dat het een regenloze dag zal worden, we ons warm moeten aankleden, we de fietsen altijd op slot moeten zetten en waar we kunnen ontbijten. Handig zo’n garageman die ook fungeert als gids. Bij Café Mawén ontbijten we met uitzicht op het meer waar de vulkaan Osorno op dat moment schuil gaat achter een wolkenpartij. Lekker ontbijtje met een goede smaak koffie. Vervolgens wandelen we naar de trappen ‘Escalera Eduardo Ricke’ waar de kopse kanten van de treden met mozaïek zijn verfraaid. Als je vanuit een laag perspectief een foto maakt, zie je de voorstelling. Daarna naar de apotheek, want Ina heeft last van een vastzittende hoest. We zien houten gebouwen uit de tijd dat Duitse kolonisten hier kwamen wonen, sommigen fraai, de meesten hebben een opknapbeurt nodig. Het lijkt alsof de gebouwen amper zijn geïsoleerd. De temperatuur in dit gebied ligt tussen de min 2 en 25 °C en er valt amper sneeuw op deze hoogte.

We pikken de fietsen op en rijden langs het meer naar ‘Museo Pablo Fierro’ waar de kunstenaar Pablo compleet uit zijn dak is gegaan. In het museum dat bestaat uit een huis, de boeg van een boot en een half geïntegreerde stadsbus zien we van alles staan: zijn schilderijen, typemachines, koffiemolen, gereedschap, emmer, boeken, grasmaaier, klokken, een trompet en nog veel meer spullen in ‘Malle Pietje-kwaliteit’. Er is zelfs een klaslokaal van de vorige eeuw. Het komt op ons over als een bij elkaar geraapte troep waar het thema van het museum ons totaal onduidelijk is. Wie het weet, mag het zeggen. De oude bus is leuk, vooral voor kinderen. Jeroen kruipt achter het stuur, zit aan alle niet werkende knopjes en zegt: “Toetoet!!” We fietsen terug langs het strand en onze fietstocht eindigt bij waar we zijn begonnen. Behalve ontbijt serveren ze ook salades en broodjes met zalm. Daar hebben we zin in. Het tweede doel is voor ons geslaagd. Het eerste doel helaas niet. De garage heeft geen geschikte brug, wel de mogelijkheid om de auto omhoog te krikken, maar dan staat de auto niet stabiel. Veiligheid voor alles, morgen gaat de auto naar een andere garage waar ze wel een geschikte brug hebben en het werk veilig kan worden uitgevoerd. De banden zijn niet gerouleerd en het probleem van de kluis is nog steeds een probleem. Kortom, wij overnachten in de Tembo Toy binnen het gesloten hek van de garage en morgen is de auto klaar. Het is weer eens niet anders.

07 april 2026, Vervolgverhaal van de reparatie

Na een kop koffie fietsen we weer naar Café Mawén waar koffie en taart ons heerlijk smaakt. Vervolg van de reparatie van de Tembo Toy, een lang verhaal kort: De auto is naar de garage gebracht; daar zal men, na toestemming van ons, helaas de bearlock (diefstalbeveiliging aan de versnellingspook) doormidden moeten slijpen zodat de koppelingsplaat kan worden gedemonteerd; de tweede garage krijgt het ook niet voor elkaar om de reparatie uit te voeren. Eind van de continuing story: morgen rijden we met de koppelingsplaat naar een garage in de plaats Osorno waar de reparatie zal plaatsvinden. Wij overnachten in een appartementje.

08 april 2026, Garage nummer 3 in Osorno

In 20 minuten fietsen we vanaf het appartement in Puerto Varas naar Rebel Garage en nemen afscheid van Francisco die zich erg schuldig voelt dat hij de reparatie niet heeft kunnen uitvoeren. Hij geeft ons 10% korting op de koppelingsplaat die we in de verpakking nu zelf meenemen. De geïnvesteerde werkuren neemt hij voor zijn rekening. Netjes! Ook biedt hij een verblijf aan in het vakantiehuisje van zijn familie aan het Lago Riñihue. Misschien gaan we daar gebruik van maken. In ruim een uur rijden we over de tolweg naar autobedrijf ‘Overcars’ in Osorno. In de garage staan wel 23 auto’s. Ondanks dat we nummer 24 in de rij zijn, kruipen twee mannen direct onder de auto. Men heeft 48 uur nodig om de nieuwe koppelingsplaat te installeren wat betekent dat we vrijdag de auto kunnen ophalen. Voor twee nachten hebben we een klein huisje gehuurd waar we naar toe fietsen. Het eerste stukje gaat over een ripio. Voor de Tembo Toy prima, maar met onze opvouwbare Bromptonfietsjes met dunne banden is het nog een flinke toer. Met twee handen aan het stuur blijven we overeind. De komende dagen zullen we ons vast wel vermaken.

09 april 2026, Nieuws van de garage

“Ik heb een verrassing voor je”, zegt Jeroen als hij terug komt van de bakker met verse broodjes en een stukje taart. Ina vindt het al een verrassing dat hij terugkomt met vers brood, want gisteren hebben we broodjes in een minimarket gekocht die vanochtend beschimmeld uit de verpakking kwamen. “Wat is de verrassing?”, vraagt ze nieuwsgierig. Jeroen heeft voor haar voor morgenochtend een afspraak bij de masseuse van de Espacio Wellness gemaakt die hier om de hoek is. “Wat lief!” Ina is blij verrast en ze verheugt zich op het uitje. Twee nachten slapen we in Osorno, want de garage verwacht dat ze vrijdag klaar zullen zijn met de reparatie. Vanmiddag krijgt Jeroen een appje dat we de auto nu kunnen ophalen. Warempel! Dat hadden we niet verwacht. Het is al laat in de middag en we besluiten om morgen de Tembo Toy op te halen. Hier worden we blij van en we eten buiten de deur om samen te vieren dat we na 21 dagen weer gaan reizen.

10 april 2026, Bivak bij Lago Riñihue

Terwijl Ina naar de masseuse gaat, bestelt Jeroen een taxi naar de garage om de Tembo Toy op te halen. Hij is vlot weer terug met de auto, die lekker schakelt. Maar hoezo moest nu al de koppelingsplaat worden vervangen na pas 23000 km op de teller? Dat heeft vooral te maken met onze rijstijl. Onze vorige Landcruisers hadden die onverwoestbare dieselmotor, met veel torque bij lage toerentallen. We pasten onze rijstijl daarop aan (lees: een beetje lui rijden en schakelen), want die motor trok ons toch wel overal doorheen. Onze huidige Landcruiser heeft een benzinemotor met veel torque juist in de hogere toerentallen. Wij hebben tijdens onze reis op steile stukken en bij manoeuvreren teveel met slippende koppeling gereden en te weinig de lage gearing gebruikt. Voeg daarbij het gewicht van de vol beladen auto (3500 kg) en de power van deze 6-cilinder 4-liter motor. De krachten op de aandrijflijn zijn enorm en daar moeten we onze rijstijl op aanpassen: in hoge(re) toeren rijden en vaker in low gear. De versterkte keramische koppelingsplaat van Terrain Tamer gaat ons daarbij helpen. Vlot pakken we onze spullen in, verlaten de cabaña en worden nog uitgezwaaid door de overbuurman. Na het boodschappen doen, rijden we via Ruta 5 naar Los Lagos. Het landschap lijkt nogal op Frankrijk, zeg maar de A31 ter hoogte van Langres. Groen, golvende velden en een tolweg. We willen het merengebied bezoeken waar je tevens vulkanen kunt zien. Bij Lago Riñihue gaan we van de asfaltweg over op een goede ripio. Links en rechts staan vrijstaande huizen op een grote lap grond dat direct grenst aan de ripio. Een plekje voor een bivak zoeken, wordt hierdoor bemoeilijkt. Dan zien we een klein plekje waar de Tembo Toy voortreffelijk kan staan. Jeroen zet de auto nu braaf in de lage gearing en hij rijdt achteruit zonder slippende koppeling het steile talud op. “Wat een kracht heeft de Tembo Toy toch!”, zegt hij als hij de auto uitstapt. Ondanks dat we lang hebben moeten wachten op de reparatie van de koppelingsplaat, zijn we heel blij dat we het hebben gedaan. Deze koppelingsplaat zal voorlopig niet vervangen hoeven te worden.

11 april 2026, Op weg naar Puerto Fuy

Vandaag slapen we lang door en dan bedoelen we ook heel lang. Ina verbreekt het record en slaapt 11 uur achter elkaar. “Oost west, thuis best”, zullen we maar zeggen. Lekker slapen in je eigen bedje. “Goedemorgen vulkaan Mocho-Choshuenco achter de wolken”, zegt Ina als ze naar buiten kijkt. Gisteren voordat het donker werd was de vulkaan heel even volledig te zien. Hopelijk zien we hem later nog een keer. We zijn in ‘Región de los Lagos’, de Regio van de Meren. Hier vind je ongerepte natuur waaronder dichte bossen, diepblauwe meren, besneeuwde vulkanen en thermale bronnen. Het is een populaire bestemming voor water- en wandelsport en het bezoeken van warmwaterbronnen. Het einddoel van vandaag is een camping in Puerto Fuy, een rit van ruim een uur. We hebben geen haast en vertrekken tegen 14.00 uur. We vervolgen de ripio T-47 en zien Lago Riñihue met laaghangende wolken om de toppen van de heuvels. Onderweg zijn er op de ripio heftige wegwerkzaamheden met zwaar materieel. Er wordt een lang stuk weg volledig nieuw dwars door de rotsen aangelegd. Om beurten mag het verkeer er langs en daardoor duurt de rit een half uur langer. Omdat we onze dagelijkse kop koffie nog niet hebben genuttigd, drinken we in het dorp Neltume een cortado. Daarna is het nog maar 6 minuten rijden naar camping Puerto Fuy. Het is door de regen werkelijk huilen in ‘Huilo Huilo’. Als we er zijn, opent Jeroen de poort en zoeken we een leuk plekje op het grote kampeerterrein gelegen aan Río Fuy. Er staat slechts één koepeltentje, dus keuze zat. Het uitzicht is op een dik wolkenpakket en het regent de hele namiddag, avond en nacht, maar morgen gaat hoogstwaarschijnlijk de zon schijnen. De beheerder komt ons plotseling uit het niets tegemoet. “Bienvenido!” Hij wijst ons het sanitair met warme douche. Perfercto. Enige dagen geleden heeft Jeroen nieuwe blinkertjes en ‘vliegen’ gekocht in de hoop minstens één roofvis te vangen. De beheerder zegt dat hij geen vergunning nodig heeft. Eén vis mag hij houden, de anderen moeten worden teruggezet in de rivier. Jeroen verheugt zich al een aantal dagen om eindelijk weer eens te kunnen vissen. Morgen is het zijn dag en hopelijk daarna een asado. We gaan het beleven.

12 april 2026, Sunday Asado-day

Na een nacht regen begint de dag met optrekkende bewolking en de zon komt door. Als we naar het meer Pirihueico lopen, zien we beboste heuvels en een berg verschijnen. Vanaf de haven is het mogelijk om per boot naar Argentinië te gaan. Op Polarsteps is te zien dat we op 24 januari bij Lago Queñi waren, slechts 50 kilometer verwijderd van hier, een tocht deels per boot van ruim 2 uur. We zijn om de vulkaan Mocho-Choshuenco gereden die de hele dag is gehuld in de wolken en dus niet te zien is. Jammer. Jeroen pakt zijn visgerei, twee hengels en loopt naar de rivier om er te vissen in de hoop vis op de parrilla te grillen. Op de brug gooit hij de hengel uit. Het is niet de juiste plek. Geen vis te zien. Dan maar een stuk verderop proberen. Hij loopt door het bos, over een weiland waar een jonge stier schaapachtig naar hem kijkt en hij bereikt de overkant van de rivier. Ook hier helaas geen geluk. Misschien op de steiger van de haven bij Lago Pirihueico? Na vele pogingen houdt hij het voor gezien. Geen asado met vis, wel met vlees. Nee, het is niet die jonge stier in de wei die hij op de BBQ-plaat grilt. Wanneer hij de asado klaarmaakt, daalt de kou en dauw in het dal terwijl de rook uit de schoorstenen van de huizen stijgt. De vulkaan is inmiddels verlost van de wolken. Alleen staan er te veel bomen in het zicht, waardoor we slechts een glimp ervan zien. Morgen nieuwe kansen. De asado is heerlijk. Het koelt snel af en Jeroen pookt het vuur op zodat we nog buiten kunnen zitten. Als het helemaal donker is, verhuizen we naar binnen, drinken koffie, koelt het rap af en duiken we met een warme kruik het bed in.

13 april 2026, Spa & Hotel del Arbol

Het belooft een zonnige dag te worden. Dat komt goed uit, want we gaan vertrekken en we hopen onderweg vulkanen te zien.

De eerste is Mocho-Choshuenco waar we al een glimp van hebben kunnen zien. Na drie minuten rijden, stappen we uit bij een bijzonder hotel. Hier gaan we een bakkie doen. Nu al? Jawel, want ons is verteld dat deze accommodatie bekend staat om zijn bijzondere architectuur en dat willen we graag zien.

Het hotel Nothofagus, ook aangeduid als ‘Hotel del Arbol’ is gebouwd in het Huilo Huilo Biologisch Reservaat, gericht op duurzaamheid en integratie met het oerwoud. Het hotel is ontworpen als een ‘menselijke boom’ en gaat op in de natuur. Als we er naar toe wandelen, is dat zowel van buiten als binnen te zien. Het gebouw is opgetrokken uit houtsoorten en materialen uit de regio en telt zeven verdiepingen. Overigens, mocht je hier willen overnachten, neem een paar duiten mee. De luxe van het hotel spat er vanaf. Het interieur is smaakvol en gezellig ingericht met veel zitjes om te lounchen en alles ziet er onberispelijk schoon en netjes uit.

Het personeel is keurig gekleed en de bellboy heeft een uniform aan dat wij vinden lijken op een apenpakje. Het doet Ina denken aan de luxe hotels in Indonesië van 40 jaar geleden waar de bellboys ook zo gekleed waren en voor haar een ietwat koloniale (bij)smaak uitstraalde.

Jeroen gaat op zoek naar de koffiebar, maar hij komt volgens het Nederlandse gezegd terug ‘op de koffie’, ofwel beteuterd. “Geen koffie, ze serveren alleen lunch”, zegt hij teleurgesteld. Zeer vreemd, vindt Ina. Er is niemand aan

13 april 2026, Spa & Hotel del Arbol

Jeroen gaat op zoek naar de koffiebar, maar hij komt volgens het Nederlandse gezegd terug ‘op de koffie’, ofwel beteuterd. “Geen koffie, ze serveren alleen lunch”, zegt hij teleurgesteld. Zeer vreemd, vindt Ina. Er is niemand aan het lunchen, dus dan kunnen ze volgens haar best wel koffie serveren. Maar nee, service is waarschijnlijk niet hun corebusiness.het lunchen, dus dan kunnen ze volgens haar best wel koffie serveren. Maar nee, service is waarschijnlijk niet hun corebusiness. Wel kunnen we naar boven voor het uitzicht. En wat zien we daar? De vulkaan Mocho-Choshuenco. Schitterend! De drang naar koffie dringt, dus is het de hoogste tijd om verder te gaan. Onderweg tanken we in Panguipulli benzine, want de Tembo Toy lust best wel wat. We zorgen goed voor hem. Zelf drinken we een bakkie mèt gebak, want we zijn nog steeds verbouwereerd dat er in het hotel geen koffie voor ons werd geserveerd. Er is altijd wel een reden voor een gebakje. Jeroen kiest een beschaafd stukje notentaart uit en Ina een onbehoorlijk stuk taart, iets met frambozen. Deze keer is het zelfs voor haar iets te groot en krijgt ze het nog maar net op. We laten Pucón rechts liggen en rijden naar een camping aan Lago Colico. De route gaat door een glooiend lieflijk landschap en weer doet het Europees aan. We zien de volgende vulkaan, de Sullipulli. De camping is gesloten, wel kunnen we een bivak maken op het zwarte strand waar niemand is. Beter! Met een prachtige zonsondergang installeren we de Tembo Toy. Morgen hebben we een regendag en overmorgen hebben we een stranddag in de zon.

15 april 2026, Stranddag aan Lago Colico

Het is een zonnige dag met een aangename temperatuur. Een paar vissers komen hier met een boot en zijn de hele dag op het water. Het water in het meer is verrassend behaaglijk, maar door enkele noodzakelijke klusjes die veel tijd kosten, zijn wij er niet aan toegekomen om te gaan zwemmen of vissen. Wel kunnen we aan het eind van de dag buiten koken en eten. Zelfs zonder kampvuur, want open vuur is hier verboden.

16 april 2026, Riviertje, wijnranken en een dood schaap

Aanstaande maandag hebben we een afspraak bij de garage in Santiago. Dit keer niets ernstigs, gewoon een kleine beurt. Het is 745 km rijden die we in twee trajecten zullen afleggen. Vandaag verlaten we de regio Patagonië en rijden we over de snelweg Ruta 5 ruim 500 km in bijna 6 uur naar Camping Don Beto ten noordoosten van de grote stad Talca. Het is tot nu toe onze langste en saaiste route door Chili. We rijden in een enorme verkeersdrukte veroorzaakt door vooral veel vrachtwagens die hard rijden en soms ook slingeren door roekeloze chauffeurs die bezig zijn met hun mobieltje. Langs de snelweg zien we kaasstalletjes, een soort Goudakaas. Het is jonge kaas en zacht van smaak, terwijl wij juist van oude harde kaas houden met van die zoutkristalletjes erin. Hmmm … heimwee! Als je er iets wil kopen, parkeer je gewoon langs de kant van de snelweg op de zeer smalle vluchtstrook terwijl het verkeer met 100 km/u langs je raast. Voor ons onvoorstelbaar, voor de Chilenen is het heel gewoon. We zijn blij als we van de snelweg af kunnen en bij de camping arriveren, want we hebben zin in een warme douche. Jammer genoeg blijkt er geen camping, zelfs geen bordje of iets dergelijks, alleen een hek op slot, dus rijden we door op de ripio, niet wetende waar we terecht zullen komen. Binnen vijf minuten weten we dat wel. De ripio houdt op en we staan voor een 15 meter brede rivier die best diep is en snel stroomt. Een volwassen herdershond zwemt van de overkant ons tegemoet. De hond is sterk genoeg om ondanks de sterke stroming de overkant te bereiken. Dat heeft hij vast vaker gedaan. We kunnen dus niet verder, het wordt al donker en we bespreken de opties voor een overnachtingsplek: een andere camping zoeken, een cabaña zoeken of hier een bivak maken. We besluiten het laatste, draaien de auto om en openen de daktent. Daar staan we dan: bij een riviertje, langs een veld met druivenranken en vlakbij een dood schaap. Wij eten een hapje en hopen op een rustige nacht.

17 april 2026, Een onverwacht intermezzo

We hebben net geschreven dat we naast wijnranken staan. Nu bij daglicht blijkt dat afgelopen nacht die wijnranken op mysterieuze wijze veranderd zijn in kersenbomen. Ook mooi. Het dode schaap ligt er nog wel … Vandaag hebben we een korte rit van 2,5 uur naar Santiago. We hebben alle tijd. De zon schijnt, we ontbijten bij de rivier en daarna gaan we door met de koffie. Als Ina de koffie klaar heeft, passeren twee jonge jongens op paarden. “Hola!”, begroeten we elkaar. Ze begeven zich naar de rivier waar de paarden kunnen drinken. Daarna besluiten ze om de rivier over te steken. Even later komen de jongens terug, want het pad blijkt afgesloten. We raken aan de klets, want de jongens zijn nieuwsgierig en stellen allerlei vragen over ons, onze reis en de auto. Met een beetje Spaans, handen en voeten en de vertaal-app maken we ons verstaanbaar. Ina zegt dat we in Nederland tussen de paarden wonen, ze nog nooit op een paard heeft gezeten en het vast nog een keer zal doen. De jongens bedenken zich geen moment en vinden dat dat moment ‘nu’ is. Met enkele aanwijzingen klimt Ina in het zadel en gaat ze met één van de jongens weg. De paarden lopen stapvoets en ze vindt het geweldig om in een rustig tempo relaxt om zich heen te kunnen kijken. Ina wordt netjes weer thuis gebracht, biedt de jongens iets te drinken en we kletsen nog wat. De paardrijders heten Thomás en Justin, zijn 17 en 18 jaar en zitten beiden in het 4e en tevens laatste jaar van de landbouwschool. Hierna gaan ze naar de universiteit. Voordat we vertrekken, worden er nog foto’s gemaakt. “Muchas gracias!” Wat een onverwacht intermezzo. De dag kan niet meer stuk.

De route over ruta 5 is de wijnroute. Links en rechts zijn de druivenranken in uitbundige herfstkleuren met de bergen en de Andes als achtergrond. Eindelijk zien we dan toch dat het herfst is. In Santiago rijden we naar de camping. Een bivak maken in de buurt van de hoofdstad wordt sterk afgeraden in verband met criminaliteit. Geen probleem, deze keer kunnen we wel terecht op Camping Chili La Izuelina / RV Park. Er staan alleen maar Overlanders. Hier ontmoeten we Lara en Simon. Hun 10 maanden durende reis zit er op en ze zijn bezig om hun in Chili gekochte 4x4camper weer te verkopen. We vertellen elkaar reisverhalen en -perikelen onder het genot van een wijntje.

18 april 2026 tm 20 april 2026, Camping Santiago

Dit weekend blijven we op de camping. We hebben geen behoefte om de grote stad Santiago in te gaan. Ina doet nog wel boodschappen met de fiets. Op deze camping zijn alleen maar Overlanders en we maken kennis met Simon en Lara. De fles rode wijn van Lara moet leeg dus offeren wij ons gewillig op. Voor Simon hebben we nog een blikje bier. Het is al donker en het koelt flink af. Nieuwsgierig als we zijn, bekijken we elkaars auto. Daarna eten en op tijd naar bed,  want….morgen worden we om 09.00 uur verwacht bij de garage. Al weer? Ja, nog een keer. Voor de verandering hebben we weer eens een afspraak bij een garage, nu bij ‘Garage Performance R.R’ in Santiago. Gelukkig niets bijzonders: een kleine beurt, de banden rouleren en de deur van de kluis laten maken, want die was op een heftige ripio losgetrild. Bij een nadere inspectie door Jeroen zag hij dat de kluisdeur met twee puntlassen aan het scharnier vast zat. Sowieso niet safe-proof, dus …. . Ga nooit op maandagochtend in de regen in Santiago naar een garage. 45 minuten zou de rit duren, maar in deze miljoenenstad (ruim 7 miljoen inwoners in en om de stad waar 40% van de Chileense bevolking woont) behoren files en ongelukken tot de dagelijkse ongemakken. We leveren de auto ruim een uur te laat af (no problema) en begeven ons op twee minuten wandelen naar bakkerij/koffiebar/restaurant ‘La Popular Infante’ voor het ontbijt, koffie en de lunch. Het lukt ons om hier een hele dag te blijven en aan het eind van de dag benen we terug naar de garage. De Tembo Toy is op en top in orde. De auto is gewassen en zelfs de motorruimte is schoon en naast de brandstof- en oliefilter zit er nu ook een nieuwe luchtfilter in. Alleen het kluisdeurtje is nog niet gerepareerd. Het is al donker als we terug rijden naar de camping. We proberen de tolwegen te vermijden, omdat er in de stad geen mogelijkheid is om aan de tolweg te betalen, maar door het hectische verkeer en de vele rijbanen lukt dit niet helemaal. Soms komen we toch onbedoeld op een tolweg terecht. Na 1,5 uur staan we weer op de camping. Toch even de campingeigenaar Matiás vragen hoe dat nou zit met de tolwegen in de stad. Hij vertelt dat de elektronische tolheffing uitsluitend is bedoeld voor Chileense voertuigen en daarom kunnen ze toeristen met een buitenlandse kentekenplaat geen tol in rekening brengen en ook niet online laten betalen. Hij verzekert ons dat we ons absoluut geen zorgen hoeven te maken. Als we dat nou hadden geweten ….

21 april 2026, Termas Valle de Colina

We zijn er klaar voor, het reizen gaat weer beginnen en we hebben er zin in. Al met al heeft de lange vertraagde boottocht, de tandarts in Salta en de verschillende garagebezoeken ons ongeveer een maand gekost. We nemen afscheid van Lara en Simon, inmiddels is het één uur en de hoogste tijd om te vertrekken. Over een prachtige route rijden we naar het Andesgebergte. Dit landschap vinden we fantastisch. Via de bewoonde wereld en een weg met veel bochten en verkeersdrempels rijden we langs rivieren. Bij ‘Junta de los ríos Maipo y Río Volcán’ stappen we uit voor een bijzonder verschijnsel. De eerste rivier heeft een modderbruine kleur en stroomt uit de bergen, de tweede, de Rio Yeso, is een helderblauwe gletsjerrivier en ze komen hier bij elkaar. Heel bijzonder.

Als we een grote mijn passeren, begint de 10 km lange ripio. We hebben de boomgrens gepasseerd en zien kale bergen met ronde en grillige vormen in verschillende tinten kleuren bruin, groen, geel en rood. Ver boven deze bergen zien we wit besneeuwde joekels van wel meer dan 5500 meter. Fascinerend! Na 3 uur rijden komen we op onze bestemming aan: baños Colina, formeel genoemd: Termas Valle de Colina. Hier zijn we voor de openlucht thermale baden op een hoogte van 2530 meter. Bij de slagboom kopen we een kaartje à € 30.000 CPS die 24 uur geldig is waardoor we ter plaatse mogen overnachten. Zodra we zijn geïnstalleerd, lopen we naar de warmwaterbaden en stappen we het op één na warmste bad in. Wat een verwennerij! Om ons heen zien we het natuurschoon: bergen, besneeuwde bergtoppen, beneden ons een maanlandschap, de rivier Río Colina en de rood gekleurde wolken als gevolg van de zonsondergang. We vinden het geweldig. De zeven thermale baden zijn op terrassen van de berg gebouwd en hebben temperaturen van 35 tot 50°C. Het water is afkomstig van de San José-vulkaan en staat bekend om de minerale eigenschappen. Zowel lokale als buitenlandse toeristen zien we genieten van de warme baden waar overigens de geur van zwavel ontbreekt. Tegen het eind van de dag is het niet druk. Morgenochtend zullen we beginnen met een warm bad voordat de toeristenbussen arriveren. Vannacht koelt het af tot ongeveer -2 graden. We zullen geen last krijgen van de kou, mede omdat er geen wind waait en we onder ons donzen winterdekbed en de Marokkaanse dromedarisdeken slapen. Rozig door het warme bad vallen we snel in slaap.

22 april 2026, Zeven warme baden voor ons alleen

Even na 8 uur horen we een brommer. De eerste bezoekers zijn al aanwezig. Kort daarna arriveert de eerste bus en besluiten wij om in de benen te komen. De zon schijnt nog achter de berg en in vrieskou lopen we in onze zwemkleding en donsjack naar de warme baden. Het is niet druk en na een tijdje is iedereen verdwenen en hebben we alle baden voor onszelf. Wat een luxe! Inmiddels schijnt de zon en de kleuren van de bergen worden helderder en scherper. We houden het lang vol, omdat we steeds switchen tussen de hete en de iets minder hete baden. Eigenlijk krijgen we er geen genoeg van, maar na anderhalf uur badderen lopen we terug naar de auto voor het ontbijt.

Na intern overleg besluiten we om toch maar op te breken en verder naar het noorden te rijden. De reden hiervoor is dat we een beetje haast hebben. Huh? Jullie hebben toch tijd zat? Ja, inderdaad, maar we moeten rekening houden met de komende winter. In Bolivia wordt het hoog in de Andes steeds kouder, dus daar willen we eigenlijk begin mei zijn. Het plan is om in rap tempo naar Noord-Chili, regio Atacama te rijden (ruim 1600 km) en daar de grens over te steken naar Bolivia. Maar eerst nemen we de tijd om de vallei uit te rijden. Het schiet niet op, omdat we voortdurend stoppen om foto’s en filmpjes te maken van het natuurschoon. We krijgen maar geen genoeg van het landschap. Op deze manier is de Atacama nog heel ver weg.

Na vijf uur rijden arriveren we bij de plaats Catemu. Het vinden van een bivak is niet gemakkelijk, want vaak is het terrein privé en omheind. Het wordt al snel donker en we zoeken een camping op. Helaas is deze gesloten, maar de zeer vriendelijke en hulpvaardige buren bellen naar ‘Camping Entre Sauces’ waar we wel terecht kunnen. Eén van de mannen wijst ons zelfs de weg met de auto en we hoeven hem alleen maar te volgen. Zo attent! We zijn vermoeid door de indrukken van deze dag en de reis over de snelweg met veel verkeer. Wat zullen we heerlijk slapen.

23 en 24 april 2026, Bivak aan de Pacifische Oceaan

Een warme douche ervaren wij altijd als een traktatie, echter vanochtend is de koude douche verrassend aangenaam en wordt het mineraalwater van de warme baden van gisteren weg gespoeld. Na het ontbijt zwaait de vriendelijke eigenaar ons uit. We betalen half tarief, omdat de camping eigenlijk was gesloten. Vandaag gaan we een beetje opschieten en rijden we 460 km grotendeels over Ruta 5. De navigator heeft een D-tour voor ons in petto en we beginnen noodgedwongen als ‘slow travelers’. Het asfalt gaat na 10 minuten rijden over in een ripio, langs de vuilnisbelt en door het oued (de droge rivier). “Gaat dit wel ergens naar toe?”, vraagt Ina. Voor ons rijdt een vrachtwagen, dus nemen we aan dat we goed zitten. Gelukkig, we zien weer asfalt. Rechtsaf slaan, de onbewaakte spoorwegovergang over en dan met een U-bocht kunnen we verder. Dachten we. Voor een groot hek met hangslot staan we stil. Hé, dat hebben we vaker in Chili gezien. Tot hier en niet verder. No problema, de navigator kent het stratenboek uit het hoofd en ze loodst ons netjes naar Ruta 5. Er is weinig verkeer en we rijden vlotjes over de tolweg door. We schieten goed op! De zon schijnt, we zien rozen en de bougainville in volle bloei, het lijkt wel zomer. Rechts van Ruta 5 zijn de uitlopers van de Andes en na een uurtje zien we links de Pacifische Oceaan. Verder zien we onderweg een heel groot windmolenpark. Opmerkelijk genoeg draaien alle windmolens. En als ze draaien, dan weet je wel hoe laat het waait. Ruim een uur voor onze eindbestemming rijden we door twee steden Coquimbo en La Serena. Deze twee steden zijn een groot stedelijk gebied geworden van samen ruim 500.000 inwoners. We zijn niet zo van de drukte in de steden en we zijn blij als we uit de stad rijden. Meteen is er minder verkeer op de snelweg te zien. De laatste 32 km is een slingerende provinciale weg door een mooi en ruig gebied langs de kust. Vanuit de bergen daalt een wolkendek boven ons, maar boven zee is het nog helder. Het asfalt gaat over in een hobbelige ripio en we komen aan op de bivakplek aan zee. Er zijn overal banden sporen en Jeroen vindt een mooie bivak met uitzicht op de zee. We zijn nog net op tijd voor de zonsondergang, we eten iets simpels doch lekker en slapen diep.

We vinden de plek zó heerlijk, dat we besluiten een dagje te blijven. Het weer is aangenaam: zonnig, weinig wind en 18 °C. We verplaatsen de Tembo Toy naar een nòg mooier plekje waar we direct op zee kijken. De golven breken met veel geweld op de rotsen en het is haast hypnotiserend om ernaar te kijken. De dag vliegt voorbij, Ina kookt met de beschikbare kruiden een voortreffelijke Indonesische maaltijd die we met zonsondergang genieten. Morgen weer kilometers maken …

25 april 2026, Playa Los Amarillos

Over deze lange reisdag kunnen we kort zijn. De 6 uur durende reis (ruim 460 km) begint met uitzicht op bergen en de zee. Dan maakt het landschap plaats voor de woestijn, zien we hoge duinen en een zonnepanelenpark. Bij ‘Playa Los Amarillos’ met een breed strand van wel 1,5 km maken we onze bivak. De hele dag zien we de zon en een blauwe lucht met wat wolken. Als we bij de overnachtingsplek arriveren, hangt er een dikke bewolking boven het strand. Buiten wordt het koud, dus vluchten we naar binnen. Misschien kunnen we morgenochtend de pelikanen spotten voordat we weer aan een lange reisdag beginnen.

26 april 2026, Spelen in de zandbak

’s Morgens blijkt het totaal grijs te zijn. Door de kustmist, bekend als camanchaca, zien we niet eens de branding, dus we betwijfelen of we pelikanen gaan zien. Jeroen wil eerst checken of we straks zonder problemen van het strand kunnen vertrekken, want de auto is gedurende de nacht wat dieper in het zachte zand gezakt en we hadden de banden nog niet laten aflopen. Eerst maar eens achteruit, zodat we een langere aanloop kunnen nemen om op de hoger gelegen weg te kunnen komen. Na een paar meter zit de Tembo Toy al vast. Nog even de diff locks erop en nog eens proberen. Helaas! We zitten voor het eerst met de Tembo Toy vast. Dus pakt Jeroen de schep en de zandplaten en begint te scheppen. Ina laat intussen de lucht uit de banden lopen. Al met al zijn we hier toch wel een kwartiertje mee bezig. Probleemloos rijdt Jeroen vervolgens de auto met een vaartje van het strand en omhoog de weg op. Ina komt met de schep en de zandplaten aangelopen en dan moeten de banden weer worden opgepompt….. Fijn dat we zelfredzaam zijn en tevreden met onszelf gaan we op pad door het Parque Nacional Azúcar, een prachtig stukje kustgebied. De baaien met zandstrand zijn idyllisch en prompt zijn daar ook recreatie accommodaties aanwezig. ‘Azúcar’ betekent suiker en suikerbrood. Enigzins vreemd om een nationaal park aan de oceaan te associëren met suiker. De uitleg is als volgt. Het park dankt zijn naam aan het eiland ‘Isla Pan de Azúcar’. Volgens de lokale overlevering gaven zeelieden het eiland deze naam, omdat de vorm ervan deed denken aan een suikerbrood en omdat de witte afzettingen van vogelpoep (guano) op de rotsen het eiland een witachtig uiterlijk gaven, alsof het met suiker was bestrooid. Grappig bedacht.

Het park werd opgericht in 1985 om het natuurlijke erfgoed van de Atacama-woestijnkust te beschermen en het ecosysteem van de regio te behouden. Het park staat bekend als een kustwoestijn waar de droge Atacamawoestijn direct overgaat in de Stille Oceaan. Er zijn meer dan twintig soorten cactussen die nergens anders ter wereld in het wild voorkomen. Tevens is het een uitstekende plek om dieren te spotten, waaronder Humboldt-pinguïns, guanaco’s, woestijnvossen, zeeleeuwen en pelikanen. Hier zouden we ons wel een week kunnen vermaken, maar we besluiten verder te reizen. We pikken de Ruta 5 weer op, ook wel de PanAmerican Highway genoemd. In Antofagasta doen we wat boodschappen en Jeroen koopt een accuboormachine, want er zijn allerlei klusjes te doen waarbij dit apparaat onmisbaar is. De vraag is nog even waar we hem opbergen in de auto. Als we Antofagasta uitrijden, zijn we verbaasd over de enorm troepige omgeving, overal liggen langs de weg  bergen met afval. Het lijkt wel alsof het de bedoeling is om het afval lukraak te dumpen. Onze indruk is dat Chili zeer gereguleerd is. We hebben vaak borden gezien met de tekst ‘No Botar Basura’ (gooi geen afval weg), maar hier ontbreken deze borden. De omgeving heeft geen hekken en iedereen kan zo de heuvels op rijden om hun afval te dumpen. Wat een groot contrast met andere schone gebieden in Chili.Even buiten de stad overnachten we in Uribe, een houtje-touwtje accommodatie van de plaatselijke coöperatie met achterstallig onderhoud aan het sanitair. Het licht valt naar binnen door de ingebouwde flessen in de muren. Ook is er licht van boven, maar dat komt door de gaten in het dak. Jammer, want het kampeerterrein heeft sfeer door de plantenbakken met verschillende cactussen, de vele zitjes, hangmatten, parrillaplaatsen en het zwembad. De beheerder brengt ons naar een plaats die beschut is tegen de wind. Goed geregeld!

27 april 2026, San Pedro de Atacama

Vandaag rijden we de laatste etappe naar San Pedro de Atacama in Noord-Chili. Vanaf Santiago een route van ruim 1600 km. Bij Calama stoppen we om zekeringen voor de compressor te kopen. De twee zekeringen die Jeroen in Uruguay heeft gekocht, zijn inmiddels beide doorgebrand. We moeten blijkbaar de compressor tussentijds even laten afkoelen, want hij houdt er soms bij de vierde band mee op. We stijgen van zeeniveau naar 2500m en onderweg zien we windmolens en zonnepanelen. Vlak voor San Pedro de Atacama schieten we plaatjes bij het uitzichtpunt ‘Cordillera De La Sal’, het Andesgebergte en vulkanen waaronder de 5916 meter hoge ‘Licancabur’. Bij Andes Nomads Desert Camp & Lodge overnachten we. Misschien ontmoeten we andere Overlanders die de ‘Laguna Route’ in Bolivia samen met ons willen rijden. We gaan het zien. Jeroen vindt een mooi plekje voor de Tembo Toy aan de rand van de camping, met uitzicht op de vulkaan ‘Licancabur’. Tijd voor een Gin & Tonic!

28 april 2026, Wandelen op de maan (Valle de la Luna)

De komende dagen gaan we trips maken in de omgeving van San Pedro de Atacama. Er staan geisers, zoutmeren en buitenaardse landschappen op het programma. Tegelijkertijd willen we wat hoogtegewenning opdoen, omdat onze aanstaande reis naar Bolivia letterlijk tot grote hoogte stijgt. We zullen daar een poosje tussen de 4000m en 4600m verblijven en dus is acclimatiseren van groot belang. 
We komen wat moeilijk weg van de camping, omdat we nog gezellig staan te kletsen met de Duitse overlanders Karl en Bertina. Uiteindelijk vertrekken we naar ‘Valle de la Luna’, waar we tickets voor 60+ers betalen (half tarief 😄). We rijden een circuit van ongeveer 12 km met verschillende uitkijkpunten waar je naar toe moet wandelen. De rotsformaties zijn buitenaards en we wandelen op de maan. Bijzonder is de glasachtige ondergrond van zout bij Mina Victoria. Op één van de lege parkeerplaatsen treffen we Pakistaanse Sonny met Mexicaanse vriendin Mia die naast ons stonden op de camping. Het is een leuk stel en we lachen samen wat af. Maar dan grijpt de jonge parkmedewerker in die in zijn rieten schuilhutje zit: “Die auto, die moet recht staan, niet zo scheef!” Sonny kijkt verbijsterd, de inmense parkeerplaats is leeg, op onze twee auto’s na. Hij betoogt dat het toch niet uitmaakt hoe zijn auto staat, er is immers plek zat. Nee hoor, het knaapje dat net droog achter z’n oren is houdt voet bij stuk. Sonny verplaatst de auto op aandringen van Mia. “Just do it”, zegt ze resoluut om problemen te voorkomen. Niemand van ons begrijpt deze bizarre parkeerregel en we lachen hartelijk om deze toestand. Het knulletje heeft in de gaten dat we hem uitlachen en zit mokkend in zijn hutje.

29 april 2026, Bivak op een uitgestrekte vlakte

We vervolgen onze trip richting de ‘Lagunas Escondidas de Baltinache’. Over een perfecte ripio rijden we met 80 km/u naar de zoutmeren, waar we eigenlijk te laat aankomen. We besluiten om morgenochtend onze tickets te gaan kopen, wederom voor 60+ tarief. Tegen zonsondergang vinden we een bivakplek, ver van de weg af, midden op de vlakte. We voelen ons alleen op de wereld en het is doodstil. Het koelt snel sterk af en dus gaan we naar binnen waar Ina een heerlijke mie tevoorschijn tovert. Even enkele weetjes over de Atacamawoestijn: Deze strekt zich uit tot delen van Peru, Bolivia en Argentinië. Het gebied is ongeveer 2,5 tot 3 keer zo groot als heel Nederland. Ondanks dat deze woestijn één van de droogste ter wereld is, zijn er volle stroompjes te zien. Tot het begin van de 20e eeuw werd hier salpeter gedolven. De chilisalpeter stond aan de basis van de kunstmestindustrie. Sinds 2020 is Atacama een belangrijk mijngebied voor de winning van koper. Ook wordt er veel lithium gewonnen.

30 april 2026, Drijven in een zoutmeer

Rond 09.30 uur verlaten we onze hemelse bivakplek, want we moeten op tijd bij het kantoor van het zoutmeer zijn, oftewel de ‘Lagunas Escondidas de Baltinache’. Men werkt met tijdsloten om de bezoekersaantallen wat te reguleren. Het gebied dat we bezoeken is klein en overzichtelijk. Houten vlonderpaden leiden ons langs de diepblauwe zoutmeren. In één van die meertjes mag gezwommen worden. Het water is opvallend fris, koud zelfs, maar goed te doen. Het is onze eerste keer om te drijven op sterk geconcentreerd zout water en het is heel vreemd te ervaren dat de schoolslag niet werkt. We peddelen als hondjes in het rond! Na het zwemmen mogen we ons 30 seconden onder een douche afspoelen met zoetwater. Goed geregeld en ook nodig, want we slaan helemaal wit uit van het zout!

Na zo’n twee uur vertrekken we naar ‘Valle de los Cactus’ dat op 3200m ligt. Het is richting de geisers van Tatio waar we morgenvroeg naar toe gaan en zo zijn we al mooi een stukje op weg. Voor 6000 Cps (€ 6,-) mogen we op de parkeerplaats overnachten met gebruik van het schone toilet.

01 april 2026, Geysers El Tatio

In het pikkedonker rijden we om 05.00 uur de weg op naar de El Tatio geisers en we zijn niet de enigen; vooral de witte toeristenbussen halen ons in op de asfaltweg. Na het dorp Machuca begint de 50 km lange ripio en die is ronduit slecht te noemen. Heftige wasbord met onverwachte kuilen en geulen. De witte toeristenbussen schieten van de hoofdpiste af en kiezen voor één van de vele zijsporen die in de loop van de tijd zijn ontstaan. Ina kiest ervoor om gewoon door te rijden en ze haalt zodoende al die bussen weer in. Tegen het ochtendgloren arriveren we bij de ingang en krijgen meteen een briefing: daar parkeren, daar tickets kopen, hier formulier invullen, op deze manier je gedragen. Op 4200m hoogte vriest het streng en dik ingepakt staan we om 06.45 uur bij de geisers. Rondom ons stoomt, pruttelt en sist het, gelukkig zonder zwavelgeur. Stroompjes water zijn hardbevroren en achter de bergen komt langzaam maar zeker de zon op. Het is een magisch schouwspel en we kijken met open mond om ons heen. De vele toeristen verspreiden zich over het uitgestrekte gebied en dus kunnen we overal goed bij. En dan schijnt opeens in volle glorie de zon over de berg en belicht op spectaculaire wijze de grote wolken stoom die tot wel 30 meter hoog gaan. Een schitterend schouwspel!

Als de zon hoger komt worden de geisers minder actief en zijn ze minder zichtbaar. Spoedig verdwijnen de groepen toeristen in de witte bussen en zijn we uiteindelijk hoegenaamd alleen. Op ons gemak slenteren we rond en nemen nog wat detailfoto’s. De vorst is weg, de bevroren stroompjes beginnen te smelten en we kunnen onze mutsen en handschoenen uitdoen. Deze trip was zeer de moeite waard!

Na het bezoek van de geisers gaan we op zoek naar een warme rivier. Net als we het park verlaten, ontmoeten we twee fietsers. “Jemig, wat moedig om helemaal naar boven te fietsen”, zeggen we tegen elkaar. We stoppen en bieden hen water en druiven aan die ze met graagte aannemen. De twee zijn Fransen en heten Clementine en Luc. Ze zijn hun fietsreis begonnen in Ushuaia. In drie dagen hebben ze vanaf San Pedro de Atacama de geisers bereikt. Een topprestatie. Wel zwaar op de zanderige pistes en met koude overnachtingen, bekennen ze. Ze wijzen ons op de nabij gelegen Geyser Blanca, die we al zochten. Dankzij hun tip rijden we er zo naar toe en parkeren de Tembo Toy naast een pruttelend gat in de grond waar een gloeiend hete stroom water uitkomt. We zijn hier alleen, dalen af naar de kleine vallei, zien vicuñas grazen langs de rivier en stappen in het water dat een perfecte temperatuur heeft. We badderen wel een uur in een poel tot onze vingers zwaar gerimpeld zijn. Wat een prachtig natuurlijk cadeau!

Op ons gemak rijden we terug over de slechte ripio, maar door een overweldigend landschap en komen nog langs een meer met flamingo’s. Elegant stappen ze door het water en Ina krijgt er geen genoeg van. We overnachten weer op de parkeerplaats bij Valle de los Cactus en ontmoeten daar Karl en Bertina. Zij gaan morgenvroeg naar de geisers. Samen hebben we het de hele avond gezellig en we spreken af dat we elkaar weer gaan treffen op de camping in San Pedro de Atacama.

02 mei 2026, Valle del Arcoíris – Regenboogvallei

In de middag bezoeken we ‘Valle del Arcoíris’, de Regenboogvallei. We hadden beide geen zin om weer vroeg op te staan en gokken op een mooie belichting van de namiddag zon. Het is een mooie rit omhoog over strak asfalt en we herkennen van grote afstand onze bivakplekken bij het zoutmeer en bij Valle de los Cactus. Bij de ingang krijgen we een korte uitleg van de route en de mogelijke wandelingen. Met recht heeft deze vallei de bijnaam Rainbow Valley gekregen. Groen, rood, wit, bruintinten, grillig gevormde bergen. Het is rustig en we wandelen op ons gemak in een aangenaam zonnetje door het fascinerende landschap. Elke bocht levert een nieuw fotogeniek plaatje op en dus fotograferen we veel te veel. Met de Tembo Toy rijden we helemaal tot het einde van de vallei over een smalle bochtige piste die wat offroad vaardigheden vergt en dat vinden we leuk om te doen. Al met al zijn we ruim twee uur in de vallei die niet erg lang is. De bijzondere kleurrijke rotsformaties liggen compact bij elkaar en daardoor is het overzichtelijk. Ook deze trip is weer zeer de moeite waard.

Na de Regenboogvallei gaan we op zoek naar een bivakplek in de buurt en rijden we langs en door een rivierbedding met water. Toch vreemd dat we zoveel waterstroompjes tegenkomen in één van de droogste woestijnen ter wereld. We komen terecht bij ‘Petroglifos Yerbas Buenas’, rotstekeningen waarbij de voorstellingen van dieren zijn gegraveerd in de rotsen. We bekijken, onder begeleiding van twee lieve honden die met ons meelopen, een deel van de rotsgravures. Hier mogen we tegen betaling overnachten en we gaan ons snel installeren. Jeroen wil nog twee klusjes doen voordat het donker wordt: twee extra jerrycans op het dak bevestigen en de beugel van de achterste bladveren repareren. We kunnen nog net in de avondzon borrelen. Daarna vluchten we naar binnen voor de kou. Morgen maar de rest van de petrogliefen zien.

03 mei 2026, Bivak op 3760 meter bij Miscanti

Voordat we vertrekken bekijkt Ina de rotsgravures die we gisteren niet hebben gezien. Het is prachtig. We hebben geen gids, er zijn geen borden met uitleg aanwezig dus het verhaal over deze plek kennen we niet. Het is zondag en in het weekend is het vaak druk met toeristen. We tellen al vijf bussen en twee auto’s. Tijd om te vertrekken naar ‘Reserva Nacional Los Flamincos’ om de Lagunas Miscanti & Miñique te zien. De rit is ruim 170 km en duurt 2½ uur. Om iets te zien in deze regio moet je wel wat afstanden afleggen. We genieten van een lange doch prachtige route tussen enerzijds het weidse uitzicht op de vallei met zoutmeren, anderzijds de Andes met kleurige bergen en vulkanen. De weg is geasfalteerd en in een goede staat. Het laatste deel gaat over de piste. Althans, we komen niet verder dan een gesloten slagboom. “Huh? Hoezo?” Jeroen stapt uit en merkt dat de boom op slot is. Na onderzoek op internet blijkt dat 3 mei een nationale feestdag is, namelijk de dag van de arbeid. Wij gaan op zoek naar een bivak. Jeroen rijdt terug naar de doorgaande weg en ziet al snel op de navigator een zandpad. Hij draait de auto naar rechts, volgt het pad die zich splits. “Gaat dit ergens naar toe?”, vraagt hij wijzend op het linker pad. Er is maar één manier om dit te ontdekken en hij slaat linksaf. Dan zien we dat het pad ophoudt en eindigt bij een open plek, half beschermd door een rotswand. Dé ideale plek voor een bivak: beschermd tegen de wind, uit het zicht van het verkeer èn een fantastisch uitzicht op ‘Volcán Miñiques’ (5910). Wij bevinden ons op 3760 meter hoogte. Volgens de weersverwachting zal het vannacht licht vriezen. We kruipen wel dicht tegen elkaar aan om de kou te trotseren.

04 mei 2026, Lagunas Miscanti & Miñique

Als Ina wakker wordt leest ze in bed nog wat info op internet over de lagunes die we straks gaan bezoeken. Ze schrikt meteen goed wakker: “Joh, we moeten vooraf tickets online regelen en die ophalen in Socaire! Ze werken ook met tijdsloten, dus we moeten snel weg!” We pakken vlot in en binnen een half uur rijden we de 26 km terug naar Socaire waar al een tiental witte toeristenbussen staan. We zullen weer niet alleen zijn…. Met nu de tickets op zak rijden we weer die 26 km omhoog naar de lagunes en we passeren juichend de slagboom die gisteren nog gesloten was. Na een mooie klim over de flanken van de vulkaan staan we alweer voor een slagboom. De medewerkster opent deze, we parkeren netjes op de parkeerplaats en voordat we verder mogen rijden, krijgen we een dozijn instructies mee in het Spaans met visuele ondersteuning in de vorm van een heuse maquette waar een speelgoedauto op de juiste manier op een ‘P’ staat geparkeerd. Met de neus in de enige juiste richting. “Claro!”, zegt Jeroen. De taak van de dame zit erop, ze loopt naar binnen en de jeugd van Jeroen komt plotseling naar boven. “Nog even met het autootje over de piste scheuren. BRROEMMM BRROEMMM!”, roept hij rebels, want in het eggie moeten we hier 20 km/u rijden. Geen 15 en geen 25 wordt ons nog verzekerd.

De lagunes liggen rimpelloos tussen de bergen die haarscherp weerspiegelen in het diepblauwe water. Vicuñas en flamingo’s zijn present, evenals de toeristen. Het is weer een klein gebied met verschillende parkeerplaatsen. Verder bijna geen gelegenheid om te wandelen, wat wel jammer is.

We stappen weer in de Tembo Toy om naar de zoutmeren 60 km verderop te gaan. We zijn benieuwd. Rijdend naar het zoutmeer Salar de Aguas Calientes Sur doemt het grote meer voor onze neus op. Prachtige turqoise en aquamarijn kleuren. We rijden er naar toe en maken een wandeling van totaal 50 minuten. Wat is de natuur wonderschoon!

In de middag rijden we terug naar de camping in San Pedro de Atacama op 2500 meter boven de zeespiegel, zodat we weer wat kunnen bijkomen/herstellen van de hoogte van de afgelopen dagen. Van hieruit zien we een groot deel van het Andesgebergte waar we langs hebben gereden. Wat een subliem uitzicht! De komende twee dagen gaan we ons voorbereiden op de reis naar Bolivia. Het plan is om donderdag de grens over te steken en van daaruit in een paar dagen de Laguna-route te rijden op ruim 4000 meter hoogte. Wat betreft hoogteziekte, daarvan hebben we beiden nauwelijks last. Jeroen heeft vroeger veel in de bergen gewandeld, weet hoe belangrijk het is om hoogtegewenning op te bouwen en heeft in Atacama zorgvuldig uitgezocht op welke verschillende hoogtes we konden slapen. Doel bereikt!

05 en 06 mei 2026, Ready for take off!!

Twee dagen van bijkomen in San Pedro de Atacama. Dat is, voordat we naar Bolivia reizen, absoluut nodig na zes dagen vol prachtige indrukken om nooit meer te vergeten. Behalve bijkomen doen we gebruikelijke huishoudelijke klussen. Het is weer hard nodig om de wasmachine te laten draaien. We regelen de laatste zaken voor de reis over de Lagunaroute in Bolivia: geld wisselen, voorraden inslaan, voldoende drinkwater en vooral  80 liter extra benzine in vier mooi rode jerrycans. We rekenen erop dat we een week onderweg zullen zijn in the middle of nowhere. En er is nog tijd over om te relaxen. We bezoeken het stadje San Pedro de Atacama waar we gebouwen uit de tijd van de Spaanse overheersing zien, onder andere de kerk van San Pedro. Lucky, de ontzettend lieve campinghond, is voortdurend met zijn rode bal in onze buurt om te spelen en zich te laten knuffelen. En ’s nachts slaapt hij bij onze Toy. Als we ’s ochtends de deur openen, kwispelt hij vrolijk. We zijn voldoende uitgerust voor het volgende avontuur, Bolivia!

Epiloog:

Chili is bijzonder gevarieerd in landschappen, klimaat en bewoners (hoe zuidelijker, hoe witter). Vaak hadden we een associatie met Europa, maar dan alles in het kwadraat, groter, hoger, heftiger. De Atacama was bijna buitenaards, prachtig! Maar ook een puntje van kritiek. We vonden dat de parken (die schitterend zijn) teruggebracht zijn tot relatief kleine oppervlakten met strikte regels. Naar onze smaak overgereguleerd, met soms tot in het absurde handhavende parkmedewerkers. Ze zijn overduidelijk getraind (of gedrild) en schijnen te strijden voor de titel ‘medewerker van de maand’. Dit alles kun je omzeilen door niet naar de toeristische gebieden te gaan die worden aangeboden door de touroperators. De Atacama is groot genoeg. Zo hebben wij bij toeval in het warme water bij Geyser Blanca kunnen badderen en hebben we optimaal van de vrije natuur genoten. Wat dat betreft verheugen we ons enorm op de vrije ruimte die Bolivia biedt. Vamos!