BLOG 064 BOLIVIA, van 07 mei 2026 tot 20 juni 2026
Vooraf:
In ons vorige blogbericht hebben we beschreven hoe we van Zuid- naar Noord Chili zijn gereisd. Inmiddels zijn we de grens over gegaan naar Bolivia en daar gaat dit bericht over. Overigens zijn alle foto’s en video’s van Chili en Bolivia al gepost op onze website 4x4nomads.com. Veel lees- en kijkplezier gewenst!
07 en 08 mei 2026 Muchísmos flamencos
We zijn in Bolivia! Het land met verschillende klimaatzones en daardoor prachtige gevarieerde landschappen van tropische regenwouden tot met sneeuw bedekte Andestoppen. Interessant om te bezoeken, vinden wij. Bolivia heeft ongeveer 12,7 miljoen inwoners en is om en nabij twee keer zo groot als Frankrijk. Het land was groter, maar heeft tussen 1867 en 1937 (mijn)gebieden verloren door landjepik aan de omringende landen en het grenst daardoor niet meer aan de Pacifische Oceaan. Sucre is de officiële hoofdstad, La Paz is de Regeringsstad.
De overgang van Chili naar Bolivia verloopt vlotjes. In Chili duurt de formaliteit slechts een half uur en in Bolivia drie kwartier. We worden door vriendelijke mannen geholpen en in Bolivia krijgen we geen controle of we verse producten zoals groente, vlees en zuivel meenemen. Als we dat nou hadden geweten…. Wel krijgen we twee TIP-formulieren om de auto tijdelijk in te voeren. Er is brandstofschaarste als gevolg van een ernstige economische crisis, een tekort aan buitenlandse valuta (dollars) en een structurele daling van de nationale gasproductie. Benzine is meestal wel te krijgen en daar rijdt de Tembo Toy op. De regering geeft hoge subsidies voor de brandstof. Als toerist betaal je meer. De beambte legt uit waarom wij twee formulieren krijgen. Eén moeten we goed bewaren en de andere laten we aan de benzinepomp zien als we willen tanken. We hebben van andere Overlanders al diverse verhalen gehoord, met name dat er hele lange wachtrijen voor de pomp staan. We gaan het meemaken.



De komende dagen reizen we de Laguna-route door ‘Reserva Nacional de Fauna Andina Eduardo Avaroa’ waar we ons op ruim 4200 meter hoogte zullen bevinden. Jeroen heeft van tevoren een route uitgestippeld. Wat je dan nog niet weet, is hoe de conditie van de piste zal zijn, maar daar komen we gauw genoeg achter. Meteen bij de Boliviaanse grenscontrole zien we Laguna Blanca. Het doet zijn naam eer aan en doordat de zon op het meer schijnt, schittert het wit ons in de ogen. Aan de kant zien we vicuña’s water drinken. Als we verder rijden, komen we bij Laguna Verde. De kleur vinden wij niet zozeer groen, eerder aquamarijn. Eigenlijk maakt het niet uit, het beeld van het meer met de gekleurde bergen op de achtergrond is prachtig.


Na 35 km komt de volgende Laguna in beeld bij ‘Termas de Polques’. Tegen betaling kun je in het warme bad liggen. Deze keer slaan we het over en we besluiten door te rijden naar Laguna Colorada om flamingo’s te spotten en om daar een bivak te maken. Volgens de routeplanner is het ruim een uur rijden. Echter, dat pakt anders uit. De ripio is zeer slecht. We rijden over een superheftige wasbord, we kruipen met 10 km/u over een steenpiste, ontwijken scherpe stenen en kuilen. Het schiet niet op. Naast de hoofdpiste zijn links en rechts nieuwe pistes ontstaan die we nemen, maar dat levert niet echt een verbetering op. Als we stoppen om te kijken of we niet al te veel afwijken van de hoofdpiste, komt een vos ons tegemoet. Hij is niet schuw, loopt zelfs recht op de auto af, staat een meter bij ons vandaan en rent pas weg als wij verder rijden.



Uiteindelijk komen we in de buurt van het meer. We zien het al liggen en we hoeven nog maar 9 km te rijden. Helaas slaan we de verkeerde piste in. Op 10 meter arriveren we bij de bivakplaats, maar we kunnen door de veel te diepe natuurlijke geulen niet verder. We proberen het op een andere plek, maar ook hier gaat het niet lukken om op de juiste piste te komen. Uiteindelijk steken we een niet al te diepe geul probleemloos over, voordat we terug rijden naar het beginpunt van de piste. Aan de laatste toeristenbussen en -Toyota’s die de bezoekers naar een hostel brengen, zien we welke piste we moeten nemen. In de vallei is geen enkel bord te zien. Misschien hanteert Bolivia het motto: ‘Blij dat ik 4×4 rij, lang leve het avontuur en je mag het helemaal zelf uitzoeken’. Nog net voordat het donker wordt en alle toeristen zijn vertrokken, arriveren we bij de parkeerplaats. Omdat het waarschijnlijk hard gaat waaien, laten we het dak dicht en slapen we in ons noodbed op 4300 meter hoogte.



Vannacht was het -9°C en voor ons niet te koud. Er was ook geen wind, dus hadden we in ons eigen bed kunnen slapen. We zijn goed voorbereid op de hoogte, we hebben beiden gelukkig geen hoogteziekte, wel hebben we last van ademnood. Ina meer dan Jeroen, ze heeft nauwelijks geslapen en Jeroen zegt bemoedigend dat bijna iedereen last heeft van ademnood op deze hoogte. Haar moeder zou zeggen dat het wel over zal gaan voordat ze een jongetje wordt. “Gewoon rustig aan doen en veel blijven drinken”, zegt Jeroen nog tegen haar. Gisteren hebben we lang gereden en vandaag blijven we een dag bij dit prachtige meer. Na het ontbijt gaan we op zoek naar de flamingo’s. We hoeven niet te zoeken, want ze zijn overal verspreid over het ‘roze/roestbruine’ meer. Ina is helemaal content en kan eindelijk op haar gemak de flamingo’s zien en foto’s van hen maken. Er komen hier drie flamingo-soorten voor: de Andesflamingo, James’ flamingo en de Chileense flamingo. De Laguna Colorada fungeert als een belangrijke broedplaats voor deze populaties. We staan met open mond naar de kleurenpracht te kijken, zoiets hebben we nog nooit gezien! Jeroen loopt terug naar de auto om een paar klusjes te doen: een bakje in het sanitair vastschroeven, één jerrycan met benzine legen in de reservetank en het deurtje van de kluis repareren. Ondertussen arriveren weer veel toeristen. Het is overdag zonnig en ongeveer 12 °C. Aan het eind van de middag begint het te waaien en dan kun je maar beter binnen zitten als je niet gezandstraald wil worden. Tegen het begin van de avond is het weer windstil. Vannacht slapen we in het bovenbed en morgen rijden we verder over de piste naar de volgende meren.



09 mei 2026, Laguna Ramaditas op 4100 m hoogte
Na een rustdag reizen we verder door de meest afgelegen en ontzagwekkende landschappen van de Altiplano (uitgestrekt en hooggelegen bergplateau in het centrale Andesgebergte in Zuid-Amerika) en de Siloli-woestijn (Desierto Siloli), een hooggelegen woestijn en één van de droogste gebieden ter wereld, gelegen op een zeer grote hoogte. Het wordt gekenmerkt door een dorre, surrealistische natuur dat vaak wordt omschreven als een ‘Salvador Dalí’-achtig landschap.



Wederom is het een dag vol verrassingen. Als eerste staan we oog in oog met bijzondere rotsformaties: Arból de Piedras op 4580 meter hoogte. De stenige ripio heeft plaats gemaakt voor meer zand en dat rijdt stukken lekkerder. Vervolgens komen de verschillende lagunes in rap tempo voorbij: Laguna Khara op 4580m, Laguna Cachi op 4500m en Laguna Ramaditas op 4130m hoogte. Elke lagune heeft een eigen kleur, van melkwit tot aquamarijn. Vulkanen met besneeuwde toppen omringen de zoutmeren. Vicuña’s en flamingo’s zijn talrijk aanwezig. Het is zó ongelooflijk mooi, dat we in onze armen moeten knijpen om ons te blijven realiseren dat we dit echt doen, dat we hier echt mogen zijn!



Het relatief lager gelegen Laguna Ramaditas spreekt ons aan voor een bivak en we vinden een plat stukje langs het meer. De nabij gelegen warmwater bron geeft lauw water, maar de poel is vervuild met algen en plastic colaflessen. Dit stoort Jeroen dermate, dat hij de poel opschoont door alle plastic op te vissen. ’s Avonds vriest het matig (-9°C) en de kachel hapert, dat kunnen we niet gebruiken. Terwijl Jeroen kookt, vindt Ina op internet de remedie en het blijkt dat we de kachel op vol vermogen moeten instellen, zodat roetvorming wordt vermeden. Wij blij!
10 mei 2026, Zondagsdiner in de woestijn
Vannacht sliepen we weer in het bovenbed, want het ging nauwelijks waaien. Het werd volgens de meteo -9°C en we schatten in dat we de isolatiematten voor het tentdoek niet nodig zouden hebben. Die hadden we beter wel kunnen gebruiken. Tegen 5 uur ’s ochtends is het het koudst en dat hebben we gevoeld. Het water in een kopje is bevroren, gelukkig het water in de kraan net niet. Het meer is deels bevroren en we zien geen enkele flamingo. Wel passerende lama’s. Wat zitten ze dik in hun vacht.



Tijdens het ontbijt overleggen we wat we vandaag gaan doen: dagje blijven of verder. Het is vandaag zondag. De Fransen zouden uit eten gaan voor een zondagslunch. Je zou het je nauwelijks kunnen voorstellen, maar wij vinden via internet in deze droge, grote verlaten woestijn zowaar bij ‘Los Flamencos Eco Hotel’ aan de Laguna Hedionda/Laguna Ukhuqucha een restaurant waar we mogen eten en overnachten op de parkeerplaats met gebruik van het sanitair. Er zijn accommodaties van 180 tot 300 dollar per nacht. Eén ervan is een luxe ‘dome’ met uitzicht op het meer en binnen een kachel. Daar gaan we dus heen; niet naar die dome, maar naar de parkeerplaats …… De zeer korte rit is wederom betoverend. Eerst rijden we pal langs Laguna Ramaditas, daarna volgen twee kleine meertjes en tot slot arriveren we bij Laguna Hedionda. We zetten de stoelen buiten uit de wind en trakteren onszelf op vers gezette koffie. Van de wat hoger gelegen parkeerplaats zien en horen we de honderden flamingo’s. Toeristen die een tour doen in 4×4’s (allemaal Toyota’s Landcruiser 100) fotograferen onze Tembo Toy, terwijl wij buiten in het zonnetje zitten met een kop koffie. Ja, we hebben een hééél zwaar leven …. Vervolgens legen we de 2e jerrycan benzine in de reservetank en Jeroen plaatst deze naast de andere lege jerrycan op het dak. Ina gaat weer flamingo’s spotten en foto’s maken. Ze blijft twee uur weg en komt terug als het begint te waaien. Dan koelt het ook behoorlijk af.



In het restaurant krijgen we een 3 gangenmenu. Het is geen haute cuisine, wel lekker bereid en het smaakt ons goed. Ina koopt zelfs nog brood en tien eieren omdat verse producten de grens niet over mochten en we voorlopig geen supermarkt zullen tegenkomen. Na het diner lopen we naar huis. We zetten de dieselkachel aan, maar helaas, na een aantal pogingen werkt het niet. Best vervelend. We doen onze donsjassen aan, gebruiken de dromedarisdeken en een warme kruik, maar ondanks deze hulpmiddelen blijft het onaangenaam. Met warme kleren, de warme kruik en isolatiematten krijgen we het in bed wel warm. Vannacht wordt het weer ongeveer -9 graden. De Altiplano is qua temperatuur onverbiddelijk: overdag kunnen met zon en zonder wind aangename temperaturen worden bereikt en ’s nachts kan het flink vriezen. We gaan het zien hoe lang we dit zonder werkende kachel kunnen volhouden.



11 en 12 mei 2026, Slapen bij het zoutmeer
Vannacht hadden we het in bed lekker warm. Het water in een kopje is wel ijs geworden en het water in de kraan is licht bevroren, er hangt een ijspegeltje aan. De zon straalt bij het ochtendgloren meteen zijn warmte, waardoor het water in de kraan vlot ontdooit. Het is lekker warm en we ontbijten buiten, wel met onze jassen aan. Voordat we vertrekken, koopt Ina bij het restaurant 12 liter drinkwater. Helaas verkopen ze geen groenten, want die zijn bestemd voor de gasten die hier eten en slapen. We komen steeds dichter bij het grootste zoutmeer van de wereld: Salar de Uyuni. Vandaag rijden we het gebied van de Laguna-route uit. We vinden het een waanzinnig mooi gebied in de hoge Andes. De natuur is zeer gevarieerd en na elke bocht zie je een ander landschap, prachtige vulkanen en gekleurde bergen. De vele meren zijn elk uniek. Het landschap is compleet met flamingo’s, vicuñas en lama’s. En dat alles in een uitgestrekte bijna verlaten woestijn. Hier krijgen we nooit genoeg van. Op het laatste deel van de Laguna-route rest ons nog een toegift van het uitzicht op twee meren, een verlaten dorp, een rivier met verrassend genoeg stromend water waar veel lama’s drinken, de vulkaan Tapaquilcha met besneeuwde top en sneeuwsporen. Wij dopen deze vulkaan om tot de ‘Tranende Vulkaan’. De ripio bestaat deels uit een grote stenenpartij. Het is alsof de berg in zijn geheel in elkaar is gestort. De snelheidsmeter geeft 10 km/u aan. Geen nood, geen haast, uiteindelijk wel vermoeiend rijden.



We zijn blij dat de tour ‘in the middle of nowhere’ voorspoedig is verlopen met voldoende brandstof, water en eten, geen lekke band of andere ongemakken. Èn ons motto: ‘de boel heel houden!’ is tot nu toe ook gelukt ondanks de regelmatig zeer slechte ripio met scherpe stenen en wasbordpistes. We vervolgen onze weg over ruta 701 (asfalt!) en slaan linksaf voor het dorp Alota de ripio op. Deze gaat door een schitterende vallei (Vallei van Alota) waar we worden verrast door de natuur: te midden van de droge hoogvlakte, de Altiplano, zien we een woestijn- en rotsachtige landschap met de Alota-rivier en een moerasachtig gebied rond de rivier waar heel veel lama’s grazen.



Uiteindelijk arriveren we in het dorp Julaca. Behalve een grote leegstaande supermarkt (wie heeft dit toch gebouwd?) is er geen mens te zien, alleen drie honden. Het lijkt wel een spookstad. Niets is minder waar, want als we doorrijden, horen we plotseling uit twee geluidsboxen keiharde swingende muziek en zien we 4x4Toyota’s en jongelui op verschillende terrassen lokaal gebrouwen bier drinken. Wat een vertier en vrolijkheid. “Hay empenadas”, leest Ina op een bord. Bier hoeft voor ons niet, wel empanada’s. We parkeren de Tembo Toy, lopen naar de Julaca Salt Shop annex bar, maar vandaag zijn er geen empanada’s. Jammer! Wel verkopen ze onder andere flesjes lokaal bier, andere (alcoholische) dranken, koekjes, cräckers, chocola, pittig gekruide chips, supermie, mais in blik en vlees in blik. Vandaag zijn we niet kieskeurig en we kopen wat we voor de komende dagen als noodrantsoen kunnen nuttigen. Het plaatsje lijkt min of meer op een wild west tafereel, maar dan één met een kleine speeltuin. Bizar. Na dit bezoek verlaten wij Julaca en rijden via een dijkje over een zoutmeer. Net voor zonsondergang vinden we op 3650 meter boven de zeespiegel een plek voor een bivak op het zoutmeer.



Jeroen doet de dieselkachel aan, maar deze werkt weer niet en we weten niet precies waarom. We zoeken het op en we vinden het euvel zoals de reacties in de vorige step hebben aangegeven. Heel jammer. Hopelijk kan de kachel ergens worden gerepareerd. We gokken op de hoofdstad Sucre. De isolatiematten, warme dekbed, dromedarisdeken en kruik zal ons vannacht voldoende warmte geven. Het plan is om naar het grote zoutmeer Salar de Uyuni te gaan, maar we storten ons op het ordenen van de vele foto’s en filmbeelden plus schrijven voor Polarsteps. Zo heerlijk om vrij te zijn en te leven met de dag. We staan hier prima in alle rust. Slechts drie keer wordt de stilte verstoord door passerende vrachtwagens. Daar kun je toch niet over klagen. Ook niet over onze buren Overlanders die 500 meter bij ons vandaan bivakkeren.
13 en 14 mei 2026, Isla del Pescado
Het is halfbewolkt als we opstaan en we doen het rustig aan. Pas in de middag verlaten we ons plekje aan het zoutmeer. Over een redelijk goede ripio rijden we langs de oever van het Salar de Uyuni, het grootste zoutmeer ter wereld en daarmee een onvoorstelbaar uitgestrekt, wit landschap. Het is ongeveer een kwart van de totale oppervlakte van Nederland. We zoeken de piste die ons naar het eiland Isla del Pescado brengt, midden op het zoutmeer. Een klein dijkje helpt ons over de zachte, modderige oever en dan houdt plots het dijkje op en rijden we op een hagelwitte harde ondergrond. We stoppen even om dit te ervaren, kilometers zout tot aan de horizon! Het smetteloze wit contrasteert mooi met de blauwe lucht. Juichend rijden we met 80 km/uur over de Salar de Uyuni. De route die we volgen wordt weinig gebruikt, gezien de enkele sporen die we zien. Links, rechts en voor ons zien we eilandjes donker afsteken in de witte zee. We koersen aan op Isla del Pescado en hopen daar een bivakplek te vinden. Tot onze verrassing treffen we de perfecte spot, met 360° uitzicht over de Salar. Deze bivak scoort hoog op onze top-10 lijst. Na het aanschouwen van de zonsondergang gaan we naar binnen, want de wind steekt op en het wordt snel koud. We hebben nu al zin in morgen.



Wat is het hier op het zoutmeer bijzonder. Een grote witte leegte, maar vooral niet saai. Het uitzicht op de bergen in de verte, de kleine eilanden in het meer en de verandering van de kleuren van het landschap doet ons besluiten nog een dag te blijven. Een unieke en schitterende plek als dit zullen we niet gauw meer tegenkomen. We hebben de associatie dat we bij een bevroren meer staan en bij een zonnige winterdag de schaatsen kunnen omdoen om een rondje om het eiland te toeren. Toch niet zo’n vreemde gedachte, zout en ijs, allebei sneeuwwit in de volle zon. Denk niet dat we hier alleen zijn. In de verte zien we 6 auto’s en 2 vrachtwagens over het meer met grote snelheid rijden en verdwijnen als een stipje aan de horizon. Het geluid over de richels van de zoutpannen draagt ver en horen we nog lang naklinken als het geluid van een vliegtuig.



Gedurende de dag wandelen enkele toeristen met een gids over een wandelpad die leidt naar de top langs vele cactussen. Eén echtpaar zijn Fransen uit Aix-en-Provence. Dat ligt op twee uur rijden van Baron en deze mooie stad hebben we regelmatig bezocht. In het Frans maken we een praatje met hen. Het is al ver na 12 uur en de man wijst op zijn horloge. “We moeten opschieten voor de lunch”, zegt hij wijzend naar de gedekte tafel naast de auto die op het zoutmeer staat. Waar de Fransen ook zijn, lunchen om 12 uur is heel belangrijk en zit in hun genen. Bijzonder om vanuit onze bivak hen te zien lunchen op het zoutmeer. De twee laatste extra 40 liter benzine gaan in de reservetank en de lege jerrycans op het dak. Nu weten we dat 80 liter extra brandstof ruim voldoende voor ons is voor de Laguna route en het zoutmeer. 20 liter extra is voor de zekerheid al voldoende. Het was een schatting en niet duidelijk hoeveel de Tembo Toy zou gaan verbruiken op de piste. In de namiddag wandelt Ina richting de top voor het uitzicht en om plaatjes te schieten. Het pad is duidelijk te zien, verdwalen is onmogelijk. Jeroen blijft thuis en wil een klusje klaren. Door het getril van de slechte ripio’s gaat een deur van de buitenkist niet meer open. Een gereedschapskistje is precies voor het slot geschoven. Niet zo handig als er iets gerepareerd moet worden. Wanneer Ina terug komt heeft Jeroen goed nieuws. De deur kan weer open. Wat is hij toch handig.



Omdat de zon volop schijnt en er nauwelijks wind is, nemen we een buitendouche. We voelen ons weer schoon zonder al het zand en stof. Aan het eind van de dag wordt het koud en donker. De hemel is vol sterren en de Melkweg is duidelijk te zien. Voor ons niet onbekend, want in Baron en thuis in Nederland zien we het vaak. Het is altijd indrukwekkend om dat te aanschouwen. In de verte op het zoutmeer zien we een lichtje schijnen. Dat zijn de buren die een bivak maken. Ondanks dat we het hier naar onze zin hebben, vertrekken we morgen naar de stad Uyuni. Op weg naar nieuwe avonturen.



15 mei 2026, Isla Incahuasi (Cactuseiland)
Vanochtend komen we langzaam op gang. We slapen in het noodbed en als we wakker worden, doen we de deur open. De zon schijnt recht in onze gezichten. Wat een warmte straalt de zon uit. In de middag breken we op en rijden we met 90 km/u over het zoutmeer naar het Cactuseiland. Voor het eiland zien we veel toeristen naast de auto op het zoutmeer lunchen. Wij parkeren voor de entree waar zitjes met tafels staan, allemaal geheel in stijl gemaakt van zoutplaten. Bijzonder. We kopen een entreekaart om een rondje over het eiland te maken. De wandeling naar de top is steil. Het uitzicht over het zoutmeer is fabuleus. Overal zien we reuzencactussen (Echinopsis atacamensis) die kunnen uitgroeien tot gigantische zuilvormige cactussen van wel 10 tot 12 meter hoog. Ze groeien extreem langzaam, gemiddeld slechts ongeveer 1 centimeter per jaar. Het is prachtig om te zien.



Als we uitgekeken zijn op het Cactuseiland, volgen we met behulp van de navigatie en de sporen op het zoutmeer de route naar de volgende bezienswaardigheid, het Dakar-monument. De vlaggen op de Salar de Uyuni zijn daar voornamelijk geplaatst als aandenken aan de Dakar Rally, die meerdere keren door dit gebied in Bolivia trok. Het monument is uiteraard volledig opgetrokken uit zoutblokken. De tientallen vlaggen uit landen over de hele wereld zijn achtergelaten door deelnemers en toeristen. Wat zijn we onder de indruk geraakt van Salar de Uyuni. Het grote voordeel is dat we hier in de droge tijd zijn en bijna probleemloos over het meer kunnen rijden in tegenstelling tot de regentijd. Ook is de zoutkorst niet overal even dik en is er een risico om er doorheen te zakken en dan zit je goed vast. Dus niet zomaar onvoorbereid rondtoeren over het zoutmeer! Heel bijzonder is het om kilometers lang met een vaart van 90 km/u te rijden en letterlijk aan de horizon te zien dat de aarde rond is. Het grootste zoutmeer ter wereld, een unieke ervaring die nooit meer uit onze herinnering gewist kan worden.



Nadat we het zoutmeer verlaten, rijden we door het armoedig uitziende dorp Colchani verder naar Uyuni. In feite rijden we over een geasfalteerde tolweg met drempels, gezien de tolpoort die we tegenkomen na nog geen 2 km. De jongedame opent het luik, ziet dat we toeristen zijn, spreekt geen Engels en ze heeft zich waarschijnlijk aangeleerd vijf vingers omhoog te houden. Oftewel, de kosten zijn 5 Boliviano. Voor het gemak zeggen wij Bol. Ina opent de portemonnee en vindt munten van 2 en 1 Bol. “Dit zijn er vijf”, zegt ze tegen Jeroen. “Nee joh”, nog niet gewend aan het Boliviaanse geld, “dat zijn centen. Ik geef wel een briefje van 20.” De dame krijgt het geldbriefje en geeft een briefje van 10 en een muntje van 5 terug. Weten we dat ook weer. We hebben zojuist € 0,62 voor de tol betaald. Eerst rijden we naar de autowasserette. Heel belangrijk, want het zout moet van de Tembo Toy worden gewassen. We maken de mensen duidelijk dat vooral de onderkant belangrijk is en dat we hopen dat ze de werkzaamheden goed kunnen uitvoeren. Hiervoor betalen we 90 Bol en na 30 minuten is het werk keurig gedaan. Perfecto!



Omdat het onze 200ste reisdag is, heeft Ina een hotelletje in Uyuni geboekt en gaan we uit eten. In het hotel zijn de muren versierd met reliëfs van zout. Ook het meubilair is van zout. ’s Avonds eten we, na dagen lang blikvoer, een salade, Lama-goulash en Lama-hamburger. Heerlijk!
16 tot 24 mei 2026, Sucre, Boliviaanse hoofdstad
Na de heerlijke verwennerij van een hotel (warme douche, ontbijtbuffet, e.d.) gaat Ina in Uyuni nog wat boodschappen doen op de dagmarkt en pompt Jeroen de banden weer op. Als we Uyuni uitrijden proberen we wat benzine te tanken. Hà, er staat een totaal onmogelijk lange dubbele rij wachtenden en in de zijstraat staan de vrachtwagens. Geschatte wachttijd: minstens anderhalf uur! Jeroen stuurt zelfverzekerd de Toy uit de rij en verzekert Ina dat we voldoende benzine hebben om in Sucre te komen. We stijgen meteen naar 4200m en rijden door een magnifiek desolaat berglandschap over prima asfalt richting Potosí. Na elke pas opent zich weer een ander panorama, prachtig!



In de buurt van Potosí zien we veel mijnbouw. De Spanjaarden hebben eeuwenlang de zilvermijnen daar geëxploiteerd en nu zijn ze zo goed als uitgeput. Potosí en zijn bevolking blijft berooid achter en dat is te zien: de stad is een armoedige, stoffige, open werkplaats met smalle bochtige straten waar het (bouw)verkeer zich doorheen wurmt. We zijn blij als we na een half uur de stad achter ons kunnen laten en het laatste stuk door de bergen naar Sucre rijden. We dalen en zien het landschap veranderen: meer water in de valleien en we zien voor het eerst bomen in Bolivia! Tegen de avond rijden we de hoofdstad Sucre in die op een gemiddelde hoogte van ongeveer 2.700 meter boven zeeniveau ligt. Dankzij deze ligging in de centrale Andes heeft de stad een gematigd klimaat met lente-achtige, milde temperaturen gedurende het hele jaar, maar kent wel grote verschillen tussen dag en nacht.



We verblijven op een plek die ons is geadviseerd door onze Overlandvrienden van het Holland-kamp uit Salta: Camping Alberto Y Felicidad. We kunnen er nog nèt bij en morgenochtend moeten we de Tembo Toy verplaatsen, want er vertrekken dan twee auto’s. We lopen naar het hoofdplein ‘Plaza de Armas 25 de Mayo’ dat qua sfeer veel weg heeft van Salta in Argentinië en eten heerlijke pizza. Vermoeid door de lange rit vallen we als een blok in slaap.
In Nederland zijn er demonstraties in diverse vormen in verband met de asielcentra. In Bolivia zijn er nu ook demonstraties vanwege de ontevredenheid over de economische situatie. Er zijn roadblocks (bloqeuos) waar wij rekening mee moeten houden als we naar een volgende bestemming gaan. Soms kun je niet verder en soms moet je lang wachten om door te kunnen reizen. Toeristen vragen om door te mogen rijden en/of schuiven soms geld toe wat weer niet door alle demonstranten wordt geaccepteerd. Vooral in het westen bij de regeringsstad La Paz en andere plaatsen in deze buurt zijn de meeste roadblocks. Een aantal vreedzaam, maar ook een aantal gepaard met rellen en geweld. In La Paz is de toestand zodanig, dat de voedselvoorraden en medicijnen voor de bewoners op beginnen te raken. Als wij verder willen reizen, kunnen we informatie inwinnen bij de lokale bevolking, met name bij het openbaar busvervoer. Ook krijgen we informatie via de Bolivia community-app.



25 mei 2026, Sucre viert feest
We zijn al 10 dagen in Sucre. Waarom zo lang? We doen een poging om de dieselkachel (merk Autoterm) te laten repareren. Het duurde een paar dagen voordat er iemand kwam opdagen. Hij heeft één en ander doorgemeten en kwam tot de conclusie dat het printplaatje defect is. In heel Bolivia is het plaatje niet te koop. In Brazilië is een dealer en misschien kunnen we via hen iets regelen. Voorlopig hebben we geen kachel nodig. Boffen wij even! Onze camperbouwer Pier in Nederland zegt dat zo’n printplaat niet gauw kapot gaat. Waarschijnlijk zit de kachel vol roet. Zijn advies: als schoonmaken niet lukt, een nieuwe kopen, de oude meenemen naar Nederland om het te laten checken/repareren/schoonmaken en dan als reservekachel mee terug te nemen. In Brazilië is een locatie van Autoterm, dus het zal niet zo moeilijk moeten zijn om een nieuwe kachel te kopen.



In Bolivia is het de 4e week dat er roadblocks zijn, vooral rond La Paz. We wachten op informatie of wij verder kunnen reizen naar Brazilië. In Sucre vieren de bewoners op 25 mei dat zij in opstand kwamen tegen de Spaanse overheersing. Nu we hier toch zijn, we hebben wel zin in dat feestje. Om meer over Sucre te weten te komen, besluiten we een stadstour te doen met een ‘freeguide’ of ‘free walking tour’ die niet gratis is, maar achteraf betaal je de gids op basis van tevredenheid. Brian is een docent en hij weet veel te vertellen over de geschiedenis van Sucre, één van de oudste steden van het continent. De Spanjaarden exploiteerden enorme rijkdommen in Potosí, de “Cerro Rico” (Rijke Berg) en kozen Sucre als aangename locatie om er te wonen. In 1991 is de stad uitgeroepen tot UNESCO-werelderfgoed omdat het één van de best bewaarde voorbeelden is van Spaanse koloniale architectuur in Zuid-Amerika. Als we door het historisch centrum wandelen, zien we de vele prachtige helder wit geschilderde koloniale gebouwen en kathedralen. Niet voor niets is Sucre ook bekend onder de bijnaam ‘La Ciudad Blanca, de Witte Stad.



De overige dagen hebben we doorgebracht met de bekende (huishoud)klusjes, Ina gaat naar de kapper, we bezoeken natuurlijk de markt en verschillende restaurants. Je kunt hier in Sucre heerlijk ontbijten, lunchen en dineren. Heel bijzonder is de 9-gangen-lunch met bijbehorende wijnen in ‘Restaurant El Solar’. Bij Cosmo Café Restaurant was het ook lekker eten. Op de camping ontmoeten we twee stellen uit Duitsland, Max & Wilma uit Zuid-Afrika en Damien & Emeline uit Frankrijk. Fijn om weer Frans te kunnen praten. Met hen eten we een paar keer buiten de deur en bij ons in de Tembo Toy. Max en Wilma zijn schatten, wonen dicht bij het Krugerpark en vertellen ons over Zuid-Afrika. We luisteren aandachtig, want misschien wordt dat wel onze volgende grote reis over 2 jaar. Allemaal wachten we totdat de protesten met roadblocks zijn gestopt. Dan horen we dat er morgen geen ‘bloqueos’ zijn op onze route naar Santa Cruz en Brazilië, dus kunnen we weer verder reizen. We zijn er helemaal klaar voor.
26 mei 2026, Tot hier en niet verder
“Het wordt tijd dat we vertrekken”, zegt Jeroen als we wakker worden. We zijn toe aan natuurgeluiden. Sucre is prachtig, maar de blaffende honden, de toeterende auto’s en de stank van de uitlaatgassen kunnen ons gestolen worden. De eigenaresse van de camping verzekert ons dat er geen roadblocks zijn op weg naar Santa Cruz. Mooi! Zit het ook eens een keer mee. Voordat we vertrekken, ontbijten we met Damien en Emeline bij ‘Salteñeria El Patio’ waar je heerlijke salteñas kunt eten. Het zijn hartige pasteitjes gebakken van ietwat zoete deeg. De vulling is vegetarisch of bestaat uit een rijke, sappige stoofpot van vlees (rund of kip), aardappelen, erwten, kruiden, olijven en een kwartelei. Damien waarschuwt ons voor de hete vloeibare bouillon in de salteñas. Eerst een hapje van het deeg eten, zodat de bouillon kan afkoelen. Een goede raad. We smullen ervan. Terug op de camping nemen we afscheid van Max & Wilma, Damien& Emeline. We houden contact met elkaar en we zullen elkaar informeren over de roadblocks. We rijden de poort uit en gaan eerst naar ‘Parque Cretácico’, 7 kilometer verderop. Hier zijn ruim 300 afzonderlijke sporen en totaal 16.000 pootafdrukken te zien van verschillende dinosaurussen. Er is een museum dat we bezoeken. De Spaanssprekende gids vertelt wat ongeïnteresseerd over de verschillende dinosaurussen. Wij laten de rondleiding voor wat het is en lopen naar de bijna verticale wand met de dinosaurussporen. Natuurlijk zijn de dinosaurussen niet tegen deze steile wand op gelopen. Ooit was hier een vlakke, modderige oever van een gigantisch ondiep meer. Grote groepen dinosauriërs liepen door de zachte klei en lieten diepe pootafdrukken achter die uiteindelijk hard opdroogden in de zon.



De kanteling van de wand is ontstaan door de vorming van het Andesgebergte. De aardlagen werden opgebroken, samengedrukt en loodrecht omhoog geduwd, waardoor de vlakke ‘dinosaurusvloer’ veranderde in een steile klif. De sporen zijn ontdekt door de naastgelegen cementfabriek. Kalksteen werd afgegraven en de arbeiders ontdekten de perfect geconserveerde pootafdrukken. Dezelfde cementfabriek zorgde er ook voor dat een jaar geleden een deel van de kleiwand instortte …. Na dit bezoek rijden we door en worden we in een dorp bij een politiepost staande gehouden. De politieman zegt dat er bij Aiquile een roadblock is die we kunnen omzeilen door om het dorp heen te rijden. Dus tòch een roadblock. We zullen zien hoe we die gaan omzeilen. De asfaltweg slingert door het prachtige landschap van berg naar berg waar brede valleien zijn en waar rivieren met, weliswaar weinig water, door stromen. Dan arriveren we bij de tolweg. De dame laat ons weten dat er een wegblokkade is. Ze heeft het over een andere roadblock. We besluiten door te rijden en betalen 10 bol. Vervolgens komen we bij de volgende tolpoort. “Alweer tol betalen?”, vraagt Ina zich af. Nee, we hoeven geen tol te betalen, want we kunnen niet verder. Er zijn op onze route wel 8 roadblocks. Dat is balen! Een jonge vrouw komt aangelopen. Zij is vanuit Santa Cruz met haar auto weggereden, liet haar auto langs de kant van de weg staan in verband met een blokkade, heeft na deze wegversperring een bus genomen tot de volgende blokkade, ze is uitgestapt en heeft 5 uur lang gelopen zonder water en eten. Haar bestemming is Sucre. We kijken elkaar aan, we besluiten terug te gaan naar Sucre en deze vrouw mee te nemen. Ze is dolblij! Eigenlijk hebben we geen drie zitplaatsen in de auto, maar Ina weet zich tussen de beide stoelen op de middenconsole te wurmen. We hebben 90 km gereden tot hier en nu rijden we dezelfde weg terug in bijna twee uur. Door al die bochten kunnen we niet snel rijden. Een roadblock omzeilen is heel lastig, omdat er in de bergen weinig wegen zijn. Bovendien kennen de demonstranten uiteraard de regio en maken de blokkades op strategische plekken.

Ina stuurt snel een appje naar de Overlanders op de camping dat we terug komen. Onze liftster heet Magali. Zij woont deels in Santa Cruz omdat haar man daar bij de politie werkt en deels woont ze in Sucre omdat zij daar een tandartspraktijk heeft. We wisselen telefoonnummers uit, want mogelijk kan zij ons informeren wanneer en welke blokkades worden beëindigd. Ze laat filmjes op haar telefoon zien dat ze blokkades is gepasseerd. Dat ziet er niet best uit. Vrachtwagens staan dwars op de weg, daarvoor zien we opgestapelde boomstammen en grote stenen. Een heuse blokkade. Haar moeder woont ook in Sucre en verkoopt geitenkaas op de markt. Omdat we dat heerlijk vinden, zeggen we tegen Magaline dat we haar gaan opzoeken aan de hand van haar naam en een foto van haar moeder die ze naar Ina stuurt. Het is bijna donker als we in de hoofdstad zijn en haar afzetten bij haar praktijk waar een patiënt op haar wacht. Magaline staat erop dat ze haar praktijk aan ons wil laten zien. Jeroen parkeert de auto in de drukke straat en we lopen met haar mee. Ze doet de deur open van de hele kleine praktijk, we zien een patiënt liggen en we ontmoeten haar assistente. Omdat we moe zijn van de rit, nemen we afscheid van elkaar. Magaline drukt ons op ons hart dat als we een tandarts nodig hebben, we naar haar moeten gaan. Niet ver van de tandarts is de camping en we worden hartelijk begroet door Max & Wilma, Damien & Emeline. Ze vinden het sneu voor ons dat we voor niets zijn vertrokken, maar we weten nu wel dat we hier zeker nog een aantal dagen in Sucre vastzitten. Ook ten zuiden van de hoofdstad zijn blokkades, allemaal dichtbij of aan de provinciegrenzen. We eten wat in een restaurant, keren terug naar de auto en duiken ons bed in. We zullen moeten afwachten hoe lang het wachten nog gaat duren.
27 mei 2026, Op zoek naar geitenkaas en een hoed
Omdat we toch niet weg kunnen, slapen we lang uit. Daarna een ontbijtje, koffietje en een kletspraat met de buren. Om in beweging te blijven, lopen we naar het centrum en we hebben zelfs een doel: geitenkaas bij de moeder van Magali kopen en een hoed voor Ina. Ina keurt een aantal hoeden af en uiteindelijk vindt ze er één die ze leuk vindt en goed zit. En het belangrijkste, deze kun je opvouwen. Handig als je reist. Jeroen maakt een foto van Ina met hoed en stuurt deze naar haar broer Roy. Zijn reactie: echt een Boliviaanse diva. Onze gids van een paar dagen geleden zei dat ze heel goed voor een Boliviaanse kon doorgaan. Grappig.


Op de markt ziet Jeroen een vrouw die geitenkaas verkoopt en veel op Magaline lijkt. We kijken elkaar aan en ze begint te lachen. Haar dochter heeft haar onze foto gestuurd en ze herkent ons. Jeroen maakt een foto van haar en Ina om naar Magaline te sturen. Overigens, de geitenkaas is heerlijk, maar is ook al op. Gauw weer nieuwe kopen. Op de camping hebben we het gezellig. Inmiddels heeft het hele ‘Holland-kamp’ uit Salta hier gestaan. En voor degenen die het niet kennen, ja, het staat hier vol met vijf Overlanders, edoch we maken er wat van en we hebben het gezellig samen.
29 mei tot 02 juni 2026, Stuck in Sucre
En wat doen we zoal in Sucre? Niet veel, maar elke dag wandelen we naar het centrum. Zo kopen we nieuwe geitenkaas (queso de cabra) bij Josefina op de ‘Mercado Central’, de moeder van Magali. Ze is heel lief en geeft ons extra kaas, waarop wij het wisselgeld niet terug hoeven. Verder gaan we uiteten (zoals bij Restaurant Nativa), drinken koffie in verschillende gelegenheden en drinken cocktails in hotel Parador Santa Maria La Real (een prachtig koloniaal herenhuis). De demonstranten worden grimmiger: blokkades gaan gepaard met het opblazen van dynamiet (bestemd voor de mijnen), ambulances worden niet doorgelaten met als gevolg dat er mensen zijn overleden. Kortom, het escaleert en de regering twijfelt over de inzet van het leger. Verdere escalatie wachten we liever niet af, maar hoe kom je weg? Elke dag bekijken we de opties en verzamelen we informatie die we met elkaar delen. Tot opeens vanmorgen zich een mogelijkheid aandiende. Carolina vertelde dat een Oostenrijkse overlander vanuit Uyuni en Potosí onderweg is naar Sucre via een bergweggetje. Als dat lukt, kunnen wij die route ook nemen, maar dan andersom. We zouden dan in feite terugrijden naar Noord-Chili waar we vandaan zijn gekomen, maar dat moet dan maar. Het belangrijkste voor ons is dat we Bolivia kunnen verlaten. De Oostenrijkers zijn inderdaad aangekomen en hebben meteen een briefing gegeven over de situatie onderweg. Eigenlijk is er maar één echt obstakel voor Potosí, daarna zijn er geen roadblocks. We besluiten snel: we gaan dit morgen proberen, samen met Damien en Emeline. We zien wel hoe we die blokkade gaan passeren.

03 Juni 2026, Tweede poging om Bolivia te verlaten
Het is eind van de ochtend als we voor de tweede keer afscheid nemen van de Overlanders. We gaan samen met Emeline en Damien een tweede poging doen om Bolivia te verlaten, maar nu richting Chili. Jeroen heeft gisteren de route gepland en Nico (de Oostenrijkse overlander) bevestigt dat het de juiste weg is. De route is een piste door de bergen. Tot de roadblock die we moeten omzeilen is het 130km, daarna rijden we ruim 450 km over asfalt tot de Chileense grens. Onze inschatting is dat we hier drie dagen over zullen doen. Zodra we Sucre uit zijn, rijden we over een goedbegaanbare ripio. Deze route wordt veel gebruikt gezien het aantal auto’s, bussen en vrachtwagens die er rondrijden en hevige stofwolken produceren. Het geeft ons hoop dat de blokkade inderdaad te omzeilen is. Het uitzicht op de bergen is werkelijk magnifiek en we hebben niet het idee dat we ‘vluchten’. We reizen weer!



Na 43 km arriveren we bij ‘Agua termales Talula’. Het blijft bijzonder om te zien hoe het warme water uit de berg komt. Er zijn buiten baden die leeg zijn, in het gebouw (waar groot onderhoud wordt gepleegd) zijn een aantal baden met verschillende temperaturen. Een warm bad is aanlokkelijk, maar toch besluiten we door te rijden, de brug over waar we een lunchpauze nemen. De provincie Chuquisaca laten we achter ons en we bevinden ons nu in de provincie Potosí. Na de lunch met uitzicht op de rivier en prachtige bergen, stappen we op. De mannen hebben vandaag genoeg gereden en Emeline en Ina nemen het stuur over. We zijn gewaarschuwd dat de weg nu steil wordt en zanderig. Oppassen dat de auto’s niet vast komen te zitten. Voor onze Tembo Toy is het geen enkel probleem, wel voor de Mitsubishi L300 met achterwielaandrijving van Damien & Emeline. Op het eerste zanderige en steile deel raken de wielen van het busje vast in het mulle zand en krijgen Emeline en Damien hulp van aardige Bolivianen die de bus duwen. Als ze boven komen, zien we twee kinderen in de bus. Zij krijgen een lift naar huis, bijna 10 km verderop. Bij het twee zanderige deel is het zand nog zachter en komt de bus weer vast te zitten. De piste is niet breed en de tegenliggers moeten wachten. De mannen in de auto stappen uit, helpen ons met de sleepkabel te bevestigen en zonder problemen trekt de Tembo Toy de bus uit het zand tot waar de ondergrond hard is. Daarna is de piste weer goed begaanbaar. We bedanken de mannen voor hun hulp. Toch wel een spektakel zo hoog op een steile berg!

De route gaat verder over de adembenemende Andes en aan het eind van de dag komen we in het dorp Tapifaya waar de kinderen wonen. Emeline en Damien zoeken op aanwijzingen van de ongeveer 12 jarige Bilma het huis, terwijl wij alvast doorrijden op zoek naar een bivak. Dat valt nog niet mee. Links en rechts is bebouwde grond, of afgrond. Toch vinden we een mogelijkheid. De bus is in geen velden of wegen te zien en we besluiten om terug te rijden. Het wordt namelijk al donker. Daar komt de bus ons tegemoet en toevallig zien we een bivakplek waar we beiden parkeren. Emeline en Damien vertellen dat het niet zo simpel was om het huis te vinden. Ze wonen buiten het dorp waar verspreid over de bergen ook huizen staan, zo ook hun huis. Ze zagen hun oma op het land werken en stapten uit. Emeline en Damien die beiden Spaans spreken, liepen met hen mee om zeker te weten dat de kinderen in goede handen zijn. Verderop de berg stonden hun vader en broertjes waar de meiden naar toe liepen en Emeline en Damien konden verder rijden. Net als ze het verhaal hebben verteld, horen we de meiden verderop de berg roepen en rennen ze naar ons toe. Ze hebben een zak met heel veel aardappelen bij zich die ze als dank aan Emeline en Damien geven. Daar blijft het niet bij. We worden uitgenodigd om bij hen te eten en er is ook plek voor de auto’s waar we kunnen slapen. We overleggen kort en we besluiten mee te gaan. Na enkele minuten arriveren we bij een plaats waar we de auto’s langs de kant van de weg parkeren. De kinderen stappen nieuwsgierig in de auto, evenals een broertje en zusje die zijn komen aanlopen. We geven de kinderen een pet en een door Ina gehaakte knuffel.



Het is inmiddels donker geworden. Dan zegt Bilma: “Vamos” en in optocht lopen we in het donker met zaklampen naar het huis. Eerst een stukje naar beneden, dan een stroompje oversteken, koeienvlaaien ontwijken en omhoog naar het huis waar wij enigzins buiten adem aankomen. We zijn hier op 3810 meter hoogte. We maken kennis met oma, haar dochter en schoonzoon en geven hen groente, fruit, eieren en 6 kippenpoten uit onze diepvries. Je kunt toch niet met lege handen aankomen, bovendien mogen we Chili toch niet in met verse groente, fruit, vlees en zuivelproducten. Het huis heeft twee kleine gebouwen van leem en rieten dak: een gebouwtje waar iedereen slaapt in dezelfde ruimte en een keuken waar wordt gekookt op vuur en waar tevens gereedschap wordt bewaard. Op de binnenplaats zien we een kraan en hebben ze dus beschikking over water. Alle huizen in en rond het dorp zijn aangesloten op elektriciteit. Waarschijnlijk alleen voor lampen want we zien geen stopcontacten. De familie heeft meerdere ‘huizen’ met grond. In dit huis wonen ze een bepaalde periode, verbouwen ze groente (onder anderen aardappels, mais, kool, kruiden) en hebben ze enkele koeien en ezels. Vervolgens verhuizen ze naar het huis wat lager op de berg ligt waar ze fruit verbouwen. Ook hebben ze een huis vlakbij de school van de kinderen.



We zitten in de keuken op lage banken op een kleedje, er wordt gekookt, we hebben het warm en af en toe zitten we in de rook vanwege het ontbreken van een rookkanaal. De muur bij het vuur is zwart geblakerd. Niet echt een gezonde ruimte. We krijgen eerst ‘mate’ met gepofte mais terwijl oma op de stenen vijzel een saus maakt van onze tomaten, rode pepers en rozemarijn, een ‘sambal die niet te pittig is. Daarna eten we soep van mais en stukken wortel en aardappels. Lekker, vooral met de saus. Het vult goed en we hebben lekker gegeten. Na de maaltijd lopen we terug naar de auto. Morgenochtend moeten we terugkomen voor het ontbijt. Moe van de prachtige reis, de vele indrukken en het bezoek aan de familie vallen we met een volle maag als een blok in slaap.
04 juni 2026, The Great Escape
Het is 8 uur. Een wekker hebben we niet nodig, want alle kleinkinderen staan bij de auto, tikken onophoudelijk op de deur, roepen dat we de deur moeten opendoen, dat we heel laat zijn voor het ontbijt en dat we mee moeten komen. Dit hadden we natuurlijk verwacht en we lachen er hartelijk om. Ontbijten? We zijn nog vol van gisteren. Een ‘mate’ zal er wel ingaan. Als we de deur openen, stappen 5 kinderen in onze auto en gaan lekker op de bank zitten. Emeline en Damien komen ook binnen. Het past gemakkelijk! Emeline geeft de kinderen kleurplaten en -potloden. Een schot in de roos en ze beginnen meteen te kleuren. Bilma wil graag koken. Jeroen helpt haar met koffie zetten en water koken voor warme chocolademelk. De kinderen vermaken zich prima en lijken te vergeten dat ze ons ophalen voor het ontbijt. Als iedereen klaar is met drinken wandelen we naar het huis. Bij daglicht zien we de mooie omgeving en ook waar we lopen. Nu kunnen we de koeienvlaaien ontwijken die we gisteren in het donker niet hebben gezien. We ontmoeten nog een dochter en schoonzoon van oma. Als we de keuken instappen, wordt er al flink gekookt. Na de ‘mate’ moeten we ook aan de maissoep met aardappelen en daarna aan de rijst met aardappelen en kip. Het is heerlijk, vooral met de ‘sambal’ van oma. We kletsen nog wat met elkaar en dan is het tijd voor het afscheid. Emeline, Damien en de schoonzoon halen nog drie zware zakken aardappelen op van het land. Normaal gesproken doen ze dit met de ezel maar die mag even rust nemen.



Om half 12 vertrekken we. De bergroute is adembenemend mooi en weer anders dan we al in de Andes hebben gezien. We vervolgen de route over de slingerende bergpiste en haarspeldbochten waar het soms zeer smal is. Aan de ene kant is de berg, aan de andere kant de afgrond. Ina rijdt, is eigenlijk nèt iets te klein om de weg vlak voor de auto te zien en Jeroen helpt als bijrijder door het geven van aanwijzingen. Perfecto! Het is spannend als auto’s ons tegemoet komen en er net genoeg ruimte is om elkaar te passeren, maar het lukt altijd. De Boliviaanse chauffeurs hier in de bergen rijden veilig en attent en via de claxon laten we weten dat wij wachten totdat ze zijn gepasseerd. Een tegemoetkomende vrachtwagen passeren zou problemen opleveren, maar gelukkig maken we dat niet mee. Eén van ons zou dan terug moeten rijden tot we elkaar wel kunnen passeren.



Bij het mijndorp Calavi houden we een korte pauze. Dan dalen we af langs vele zilvermijnen richting de roadblock. Ai, onze route door de rivierbedding om de wegversperring te omzeilen blijkt onmogelijk, want in de rivierbedding is een nieuwe wegversperring. De kiezels en stenen van de rivier zijn door een bulldozer opgeschoven tot een hoge roadblock. Hoe gaan we dit nu weer oplossen. Na bestudering van de kaart zien we een kleine omweg via het dorp Pucara en op die manier komen we uiteindelijk op de asfaltweg ruta 5 die ons naar Potosí en Uyuni leidt. Expeditie geslaagd! Voor de zekerheid rijden we voorbij Potosí en maken een bivak op 4050 meter hoogte. We verwachten geen nieuwe roadblocks tot Chili. Het is donker en koud en we ‘vluchten’ de Tembo Toy in waar Emeline een heerlijke maaltijd maakt van de aardappelen die ze kado heeft gekregen. Na ruim 2 weken Sucre zijn we heel blij dat we nu hier zijn en ook nog iets van de Boliviaanse bergen hebben kunnen zien. Morgen rijden we weer vrolijk verder.



05 juni 2026, Onderweg naar Chili
Op ons gemak ontbijten we knus met z’n vieren binnen in de Tembo Toy, want buiten is het nog erg fris, zeg maar koud. Emeline heeft gebakken ei met spek gemaakt, heerlijk! Jeroen vult de benzinetank met de 2 jerrycans die we voor de zekerheid hadden meegenomen. Daarna worden de banden weer op spanning gebracht en kunnen we vertrekken. We spreken af om op elkaar te wachten in Uyuni en rijden in ruim 2,5 uur de prachtige route tussen Potosí en Uyuni zonder roadblocks! In Uyuni drinken we nog samen een kopje koffie en het is heel vreemd om door de uitgestorven stad te rijden. Er is bijna geen verkeer op straat, omdat er hoegenaamd geen brandstof meer te verkrijgen is. We nemen afscheid van elkaar en beloven elkaar nog weer eens te ontmoeten, in Frankrijk of Nederland, of in Zuid-Afrika want Max en Wilma hebben ons van harte uitgenodigd. We nemen de Ruta 5 richting Chili en de weg is erbarmelijk slecht. We vorderen dus langzaam en maken tegen zonsondergang een bivak. Het wordt koud vannacht, -9°C en dus plaatsen we de isolatiematten tegen het tentdoek. Hopelijk morgen een vlotte grensovergang naar Chili.



06 juni 2026, Bolivia verlaten als illegalen?
Wat was het koud vannacht! We sliepen in thermokleding, Jeroen zelfs met een wollen muts op en Ina met handschoenen. Gelukkig hebben we ook een kruik die Ina midden in de nacht nog eens vulde met warm water. En we hebben het overleefd. Bij een strakblauwe lucht en warme zon worden we wakker. Heel fijn. We ontbijten en vertrekken om half 12. Gelukkig rijden we maar 11 km over de erbarmelijk slechte weg, daarna gaat het over in asfalt van ruta 5 naar ruta 701. Bij het dorp Alota herkennen we de weg. Ruim vier weken geleden waren we hier ook nadat we de Lagunaroute hebben gereden. Het blijft prachtig. Ook als we verder rijden naar de grens van Chili. We zijn verrast over al dat natuurschoon. Zonder roadblocks bereiken we de grens en lopen de Boliviaanse procedures door. Allereerst met de politie. De jongeman zoekt in het systeem op de computer naar onze registratie en in onze paspoorten naar de Boliviaanse stempels die we op 7 mei bij binnenkomst van Bolivia hebben gekregen. Hij bladert en bladert, kan ze niet vinden en geeft ons de paspoorten terug. Ook wij zoeken naar de stempels van 7 mei, zonder resultaat. De politieman zegt: “U bent Bolivia formeel gezien niet binnengekomen. Het systeem geeft geen gegevens weer en er staat geen stempel in uw paspoort. Dat betekent dat u de grens heeft ontdoken, en voor het ontduiken van de grens moet u een boete betalen van zo’n 300 bolivianos, 320 of iets meer; het ontduiken van de grens is de boete of u gaat terug naar de grens waar u Bolivia bent binnengekomen om de stempel te halen.” We worden dus gezien als illegalen. We hebben wel het bewijs dat de auto legaal is ingevoerd en Jeroen laat hem de TIP (Temporary Import Permit) zien. Helaas, de TIP is niet zijn afdeling. We kunnen naar het loket van de TIP en dan kan de auto het land worden uitgevoerd. Vreemd, zonder chauffeur, dus. Teruggaan naar de grenspost waar we zijn binnengekomen is geen optie want we hebben daarvoor niet voldoende benzine en die is momenteel in Bolivia schaars. Overigens is het een fout van zijn collega dat hij niet heeft gestempeld, maar waarschijnlijk hadden we zelf ook moeten controleren dat er een stempel in het paspoort komt. Hebben we niet gedaan. Misschien kan hij zijn collega’s bellen, maar dat is volgens hem niet mogelijk. Dan maar betalen, als we Bolivia maar uit kunnen. De politieman is vriendelijk, wij blijven kalm glimlachen en we vragen hem ons te helpen. Geen probleem. Wij betalen, krijgen er geen kwitantie van, maar die hoeven we waarschijnlijk niet meer te overleggen. Na een uur verlaten we gerustgesteld, met medewerking van de agent en zonder één Boliviaanse stempel in het paspoort Bolivia. Formeel zijn wij nooit in Bolivia geweest, de Tembo Toy wel.



De grensovergang in Chili verloopt uiteraard zonder problemen, want daar weten ze van regelen en organiseren. Juichend rijden we Chili in: Het is ons gelukt! We zijn Bolivia uit en kunnen weer verder met reizen door dit waanzinnig mooie continent! Het is nog anderhalf uur rijden naar een bivakplaats. Het landschap van de Andes is afwisselend: bergen met besneeuwde toppen, vulkanen, zoutmeren, lama’s, vicuñas, we genieten volop! Aan de voet van ‘Volcán Poruña’ vinden we een mooie bivakplaats. De zon verdwijnt net achter de bergen. Vannacht wordt het maximaal -2°C, beter dan gisternacht.
07 en 08 Juni 2026, En nu? Waar naar toe? Vergadering!
Bij het ontbijt zegt Jeroen: “Geachte aanwezige, de vergadering is geopend. Er is één agendapunt en dat betreft de reisbestemming. Het doel is om tot unanieme besluitvorming te komen. Wat zijn uw gedachten over het vervolg van de reis?” Ina denkt even na en zegt nippend aan haar kopje thee: “Ik heb wel behoefte aan wat warmer weer en zou graag de Amazone zien.” Jeroen knikt bevestigend: “Ja, dat kan als we om Bolivia heen rijden, via Argentinië en een stukje door Paraguay. Dan komen we uit in de Pantanal in Brazilië, ons oorspronkelijke plan. Dat zal zo’n 2500 km zijn.” Ina vraagt vervolgens: “En hoe gaat het dan verder?” Jeroen pakt de kaart erbij en begint te tellen: “Van de Pantanal langs de oostgrens van Bolivia door de Mato Grosso tot Porto Velho is ook zo’n 2500 km. Dan door de Amazonas naar Peru richting Cusco en/of Lima, ook 2500 km. Totaal dus 7500 km en daar hebben we ruim 2 maanden de tijd voor.” Ina vat samen: “Dus van Chili via Argentinië, Paraguay en Brazilië naar Peru? Dat is een flinke omweg, we zijn nu eigenlijk al vlakbij de grens met Peru, waarom zouden we dat doen?” Jeroen antwoordt: “Omdat we reizen en daarbij gaat het niet om de kortste weg. We willen de Amazone beleven en juni is een zeer geschikte periode daarvoor. Bovendien wordt het winter in Peru en in de Andes wordt het steeds kouder en onze kachel werkt niet.” Dit argument geeft de doorslag voor Ina: “Ik stel voor dat we naar Brazilië gaan.” Jeroen zegt: “Voorstel aangenomen. Vergadering is gesloten!”



Kijk, zo snel kan het gaan. We pakken de boel in en rijden dus niet naar het noorden, maar naar het zuiden richting San Pedro de Atacama. Vandaar gaan we de grens oversteken bij Jama en zullen dan naar Salta in Argentinië rijden. Via Calama komen we in San Pedro de Atacama aan; bekend terrein inmiddels, maar niet minder mooi. Het is en blijft een fantastisch gebied. We doen boodschappen, drinken een cortado op het plein, kopen een kleurrijk kleedje voor in de Tembo Toy en eten een hapje. In het donker komen we aan op de camping Andes Nomads, ook weer bekend terrein. We zijn klaar voor het vervolgen van onze reis en wat voor één!


09 en 10 juni 2026, Van Chili naar Argentinië
We hebben diep geslapen. Dat mag ook wel, want vandaag gaan we een lange rit afleggen van 420 km in 6 uur naar Purmamarca in Argentinië. We nemen afscheid van Jessy die op de camping werkt en geven haar de Boliviaanse aardappelen die illegaal de Chileense grens zijn overgegaan. Compleet vergeten deze in Bolivia achter te laten. Om half 10 vertrekken we richting de Chileens-Argentijnse grens de Andes tegemoet. De toppen zijn bedekt door wolken waar poedersneeuw uit valt en soms op onze voorruit waait. We passeren de afslag naar de Boliviaanse grens die we een maand geleden hebben genomen. “Nog een keer een rondje Lagunaroute?”, grapt Ina. Nee, we rijden door over ruta 27 naar de grenspost Paso de Jama. Het is een geïntegreerde grenspost waar beide landen in hetzelfde gebouw de procedures afwikkelen. Van loket 1 schuiven we door naar loket 2, naar loket 3 en tenslotte naar loket 4. Nu nog de controle van de Argentijnse SAG. De man die er verantwoordelijk voor is dat we geen verse groente, vlees, zuivel, honing en andere verboden producten meenemen, doet weinig moeite. Hij werpt een blik in de cabine, komt niet eens binnen en zegt dat we kunnen gaan. Jeroen zou zeggen: “Het is tijd voor een functioneringsgesprek.” We stappen in en rijden verder, nu over ruta 52.
Het is één lange en belangrijke asfaltweg over een hoogvlakte waar veel vrachtwagens rijden. Er zijn hier geen dieren te bekennen, geen bomen, geen struiken, het landschap heeft meer weg van een maanlandschap. Bijzonder om dat te zien. Op 4000m hoogte rijden we in beide landen langs enkele zoutmeren, die geheel of deels bevroren zijn. Op één meer zien we zelfs flamingo’s. De Salinas Grandes in Argentinië hebben we op 12 december vorig jaar bezocht. Vanaf hier stijgen we naar 4170 meter hoogte en dalen af door een prachtige vallei met gekleurde en geërodeerde bergen en veel cactussen. Het is prachtig om te zien, ook al is het bewolkt waardoor de kleuren van de bergen minder goed te zien zijn. Aan het eind van de middag arriveren we in Purmamarca bij Camping Luna Garcia waar we een half jaar geleden ook hebben gestaan. De eigenaar Xavier is verbaasd ons te zien en verwelkomt ons hartelijk. Het tijdverschil met Nederland is nu 5 uur. Als we in bed liggen begint het hard te waaien, zodanig hard dat we besluiten om het dak dicht te doen en het noodbed op te maken.



De volgende ochtend bezoeken we het toeristische dorpje Purmamarca (bekend om de kleurrijke bergen) en zien een feestelijke parade van de plaatselijke politie. Ze lopen één blokje om het plein. Reactie van Jeroen: “Dat had ik niet willen missen….” Na de koffie op een terras rijden we in zo’n 3 uur naar Salta, waar we naar een bandenzaak gaan om een doorn uit een band te laten verwijderen (nog een souvenir van Bolivia). De doorn wordt eruit getrokken en gelukkig heeft de doorn de radiaalband niet doorboord. Op naar de volgende garage, naar Guillermo, een oude bekende die we in december hebben ontmoet. De bladveren piepen en kraken sinds april. Bij de garage in Santiago (Chili) kon het vet niet in de smeernippel van de vering komen. Ook in deze garage lukt het niet. Met een spuitbus lukt het wel. En door naar Villa San Lorenzo om boodschappen te doen bij de Jumbo. We rijden nog geen kwartier en weer horen we het kraken en piepen. Eerst maar naar de camping en dan zien we het morgen wel weer. In het donker komen we voor de derde keer aan bij Villa Kakelbond bij Frank Neumann. Hier blijven we tot en met zondag en vertrekken dan verder richting Brazilië.
13 juni 2026, Salta: Bakkie meets Troopy & asado
Het is aangenaam vertoeven bij Frank in Salta. Eigenlijk ligt het buiten de stad, namelijk in het dorp Villa San Lorenzo. Hier zien we de bergen en voelen we ons meer in de natuur. Een prachtige plek en we vinden dat wij op het mooiste plekje in zijn tuin staan tegenover de paarden. We ontmoeten de Nederlanders Els en Koen. Zij reizen in een schitterende zelfgebouwde Troopy, hetzelfde model als onze vorige 4×4, de Dinky Toy. Heel toevallig heeft hun 4×4 exact dezelfde rietgroene kleur als onze Tembo Toy. En we ontdekken nog meer overeenkomsten: het inklapbare buitentafeltje, de Fenix buitenlamp, de percolator en de gekleurde nespressokopjes. “Bijna eng!”, zeggen we lachend tegen elkaar. Het gepiep en gekraak van de auto wordt nader onderzocht met hulp van Frank en Koen. Het blijkt dat het geluid vooral te horen is bij het linker achterwiel bij de bladveren. Ina filmt het en we sturen het naar onze bouwer Pier die vertelt dat het probleem bekend is en eenvoudig is op te lossen. De auto heeft parabolische bladveren van het merk Terrain Tamer. Deze hebben kunststof blokjes tussen de bladen en die blijken te hard te zijn, waardoor ze niet soepel kunnen schuiven. Dit euvel is bekend bij TT en valt onder de garantie.



Op vrijdag rijden we naar de garage in Salta en de garagist plaatst kunststofstrips tussen de bladen met goed resultaat. De nieuwe blokjes kunnen we later in Brazilië bestellen. Na het bezoek aan de garage rijden we naar een ‘lavadero’ want de Tembo Toy heeft dringend een wasbeurt nodig. Hij ziet er weer picobello uit. ’s Avonds eten we met Els en Koen in onze auto en praten we over onze reizen. Zij zijn al twee jaar onderweg, begonnen in Canada en via de Verenigde Staten en Midden-Amerika in Zuid-Amerika aanbeland. Op zaterdag eten we bij Frank en zijn dochter Paulina asado met totaal acht Overlanders. Ina maakt een vinaigrette voor de salade en een aardappel/eiersalade. De asado is heerlijk! Het is hier winter, overdag een aangename temperatuur, maar ’s avonds koelt het behoorlijk af, dus maken we het niet laat. Morgen reizen we weer verder.
14 juni 2026, Bivak en vissen aan de Rio Salado
We worden wakker met een bewolkte lucht: ideaal voor een reisdag. Frank zegt dat vanmiddag iedereen wordt uitgenodigd om in zijn huis op een groot scherm WK voetbal te kijken. Eerst Duitsland tegen Curaçao en daarna Nederland tegen Japan. Hij bestelt empanada’s. Het klinkt aanlokkelijk en gezellig, maar wij besluiten om verder te rijden. We hebben genoeg dagen stil gestaan. We nemen afscheid van Frank en zijn dochter Paulina en Els & Koen. Hopelijk zien we elkaar in de Pantanal in Brazilië. Al gauw rijden we op de snelweg richting het oosten. Het is zondag en er is weinig verkeer op de weg. Toch schiet het niet erg op vanwege de vele potholes op ruta 9 en ruta 16. Beide handen aan het stuur houden, want sommigen zijn behoorlijk diep. Na 235 km/3 uur en 15 min. komen we bij de YPF (benzinepomp) in de plaats Joaquin V Conzalez. Het is 16.00 uur en we zijn wel uitgereden. Het benzinestation ziet er nieuw uit en we besluiten hier achter het gebouw te overnachten. Maar eerst drinken we koffie. Op de kaart ziet Ina op 15 minuten rijden een kampeerterrein aan de ‘Río Salado’ waar je volgens de reviews kunt vissen. Daar gaan we naar toe. Als we er arriveren, zien we een twintigtal mensen vissen in de snelstromende rivier. Sommigen hebben al een vuurtje aangestoken om de vis op te bakken. Wel jammer om te zien dat er op zo’n mooie plek overal zwerfafval ligt. We parkeren de auto, Jeroen pakt zijn hengel, zoekt een goede visplek terwijl Ina alvast een potje kookt. Na een uur komt hij terug zonder een vis, hoewel hij aan de overkant van de rivier een grote plons zag. “Morgen ga ik een grote vis vangen,” zegt hij resoluut. We eten een hapje, kijken naar het WK voetbal en de formule 1 en gaan op tijd naar bed. Morgen de volgende reisdag.


15 juni 2026, Presidencia Roque Sáenz Peña
De Argentijnse wekker gaat! Een personenauto stopt naast ons, opent de deur en uit de geluidsboxen klinkt hard Argentijnse muziek. Gelukkig waren we nèt wakker. We genieten van de vrolijke muziek die weliswaar de rust verstoort. Een jong stel stapt uit de auto, bewondert de Tembo Toy en even later vertrekken zij. Wederom is het vandaag bewolkt. Wij zijn van plan om op tijd te vertrekken en behoorlijk wat kilometers te maken. Echter, het plekje is prachtig en Jeroen ontdekt dat onze verplichte WA-verzekering voor de auto inmiddels is verlopen. Die moet dus worden verlengd en na het vetsturen van de email, zijn we om half 11 eindelijk klaar om te vertrekken. Twee zwerfhonden komen op ons af en kijken ons zielig aan. Ze hebben honger en wij geven hen brood. Niet echt gezond voor een hond, maar ze eten het maar al te graag op. De lange en bijna rechte weg is heel saai. Links en rechts eindeloos veel landbouwgrond en pampa, af en toe rijden we door een dorpje en we ergeren ons nogal over de staat van de weg. Veel kilometers zijn oké, maar ook plotseling stukken met ontzettend diepe potholes met scherpe randen. We moeten dan hard in de remmen om de banden enigszins te sparen. Heel gevaarlijk. We kunnen ons niet meer herinneren dat dit wegdek zo slecht was. We slalommen van links naar rechts, net zoals de vele vrachtwagens en tegenliggers. Het gebied waar we doorheen rijden, vinden we er armoedig eruit zien. Stoffige dorpen met zandpaden en eenvoudige huizen. Na 6 uur rijden hebben we er genoeg van. We zijn toe aan een warme douche en in de plaats Presidencia Roque Sáenz Peña (een hele mond vol voor een plaats) vinden we ‘Camping Centro De Empleados De Comercio’. Hier even bijkomen, slapen op de rustige camping en morgen uitgerust wakker worden, hopen we. Helaas gaan de honden de hele nacht te keer …. Ina heeft geen hond gehoord.


16 juni 2026, Laguna Oca bij Formosa
Het wordt vandaag een zonnige dag en een korte rit naar Formosa: ruim 350 km in nog geen 4½ uur. De weg richting het oosten naar de grote plaats Corrientes is in een aanzienlijk betere staat. Evenwel is het landschap saai, maar hoe dichter we bij Formosa komen, hoe meer palmbomen we zien. Dat duidt op warmere temperaturen. Vanaf de hoofdweg slaan we voor Formosa rechtsaf naar ‘Laguna Oca’ voor een overnachting. Na 5 km ripio arriveren we bij het grote kampeerterrein ‘Camping Curúza la Novia’. We zijn de enige gasten en we kiezen het mooiste plekje uit aan het water. Het sanitair is niet veel soeps, maar het mooie uitzicht op de lagune maakt alles goed. Je kunt hier kano’s huren en vissen. Jeroen wordt er blij van en vraagt de eigenaar welke vissen hier zwemmen. Er is een grote verscheidenheid aan vissoorten, variërend van kleine roofvissen tot grote exemplaren. Op het internet worden de vissoorten opgesomd: dorado, pacú (vegetarische vis die nauw verwant is aan de piranha); corvina de río (familie van de baars); boga (witvissoort); manguruyú, surubu, bagre, patí en armado (meervallen). Jeroen pakt meteen zijn hengel. Het moet toch lukken om één van deze vissen aan de haak te krijgen. Vandaag heeft hij geen mazzel. Morgen blijven we hier nog een dag, misschien heeft hij dan meer geluk.



17 juni 2026, Zit er vis in Laguna Oca?
In een aangenaam zonnetje ontbijten we en drinken koffie. Jeroen ziet beheerder Mathias een net uitzetten en meteen weer inhalen. Het resultaat: een tiental middelgrote vissen die hij als aas gebruikt. Jeroen gaat het lokaal gebruikte visgerei even checken en maakt naar het voorbeeld zijn eigen hengel in gereedheid: een forse haak aan een metalen onderlijn met een stuk lood, zodat het aas op de bodem ligt. Hij vraagt aan Mathias of hij zijn vissen mag gebruiken als aas en uiteraard is dat geen probleem. We vissen op piranha’s en die zijn hier nogal fors. Af en toe is er een voorzichtige aanbeet, maar de vissen knabbelen heel handig de haak kaal. Intussen is Ina zoet met vogels spotten en de hordeur die nog steeds niet helemaal af is. Nu we naar de Amazone gaan, is een goede insectenwerende hordeur van groot belang. Vervolgens gaat ze pannenkoeken bakken tot ze opeens Jeroen hoort roepen: “Ina, kom snel, ik heb beet!” De hengel staat goed krom en Jeroen haalt zijn forse piranha binnen. Het beest hapt met z’n scherpe tanden woest om zich heen, waarbij zijn kaken een klappend geluid maken. Jeroen twijfelt even hoe hij dit monster moet onthaken, maar dan komt reddende engel Mathias aangelopen en onthaakt de vis. Als beloning mag hij de vis houden en daar is hij blij mee. Later op de avond eet 23-jarige Mathias een pannenkoekje mee en we converseren via Google Translate. Hij is nieuwsgierig hoe wij dit plekje hebben gevonden, want er komen hier nooit buitenlanders. Alleen Argentijnen uit Formosa komen hier met het gezin om te ontspannen, te vissen, te zwemmen en te voetballen. Deze plek hebben we op Osmand+ gevonden. Het was een fijne ontspannen dag.



18 juni 2026, Waarom we ‘Tembo Toy’ afplakken
Bij een bewolkte lucht en een aangename temperatuur rijden we weg nadat we Mathias en de vijf honden gedag hebben gezegd. Eerst 5 kilometer ripio en daarna via ruta 11 naar de Argentijns-Paraguayaanse grens. Bij het eerste loket verlaten we vlot Argentinië. Bij het tweede loket houdt een jongeman ons staande. Hij kijkt naar onze Tembo Toy en begroet ons: “Buenos días.” Daarna kijkt hij ons grijnzend aan, wijst naar onze auto en zegt: “Tembo Toy.” Jeroen legt uit wat ‘Tembo Toy’ betekent. Daarop lacht de man hoofdschuddend. We begrijpen zijn reactie niet en in het Engels legt hij uit: “In Paraguay in the Guaraní-language it means dick.” “Oooh!”, reageren wij ietwat beduusd, waarop de jongeman en zijn collega hard beginnen te lachen. Ina wil het fijne ervan weten en raadpleegt AI: “In Paraguay is “tembo” (afkomstig uit het Guaraní) een straattaalterm voor het mannelijk geslachtsdeel. In de lokale omgangstaal wordt het echter figuurlijk gebruikt om iemand gekscherend voor de gek te houden, zoals in de uitdrukking “tembo toy” (een verbastering van ‘tembo’ en het Engelse woord ‘toy’ voor speelgoed), wat vrij vertaald “speeltje” of “seksueel speeltje” betekent. Tembo Toy heeft dus ook een seksuele connotatie: De term wordt informeel en soms vulgair gebruikt om te verwijzen naar een persoon die zich (tijdelijk) laat gebruiken voor seksueel plezier. In het dagelijks taalgebruik in Paraguay kan de term ook vallen als grap onder vrienden om iemand belachelijk te maken of te plagen. Het woord Tembo wordt voornamelijk gebruikt als uitroep (bijvoorbeeld ¡tembó!) en is informeel of vulgair van aard. Het is vergelijkbaar met termen als “idioot”, “gek” of “rot op” in het Nederlands.” Tot zo ver de uitleg van AI. Tja, wat te doen? “Afplakken!” zegt Jeroen.

Na de grensovergang zien we een enorme lange rij wachtende vrachtwagens. Er lijkt geen eind aan te komen. Vervolgens rijden we over de Río Paraguay naar de buitenwijk van de hoofdstad Asunción voor wat boodschappen in de mall, geld pinnen (10.000 Guarani = € 1,40) en nieuwe slippers en elektrische tandenborstel voor Ina. Helaas die laatste niet gevonden, maar we kunnen wel een hapje Chinees eten! We rijden de enorm grote stad uit tot het wat rustiger wordt en maken op een landweggetje een bivak. Ina spot in het weiland een grote zwarte gier (Coragyps atratus), ook wel de Amerikaanse zwarte gier of raafgier genoemd en op de Amerikaanse continenten voorkomt. Het vrachtverkeer dendert de hele avond door, horen we van verre.
19 juni 2026, Toy in de greppel!
Het heeft de hele nacht flink geregend en ons trapje staat in een diepe plas regenwater. Op ons gemakje ontbijten we, terwijl de regen op het dak tikt. Tegen 11 uur vertrekken we en Ina stuurt zelfverzekerd de Toy door de diepe plassen over het zandpad. Dat gaat in eerste instantie goed, maar al gauw blijkt dat het pad een glibberig modderbad is geworden. Ina heeft haar handen vol aan het recht houden van de Toy en twijfelt of ze moet stoppen om de auto in 4×4 te zetten, of om door te rijden om het momentum niet te verliezen. En juist op dat moment glijdt de auto onbestuurbaar de greppel in. We zitten weer eens vast! We nemen geen halve maatregelen en pakken meteen de zandplaten, zetten de Toy in lage gearing 4×4 en ook nog de beide difflocks erop. Zonder problemen rijden we uit de greppel en slingerend over het spekgladde pad bereiken we de harde ondergrond. Pfff …. dat is gelukkig goed afgelopen. Je kan zo maar urenlang aan het ploeteren zijn in de modder en regen. De hele dag blijft het regenen en de weg met potholes is vol met (te) zware vrachtwagens. We schieten dus niet erg op en pas aan het eind van de middag bereiken we de plaats Yby Yaú, zo’n 100 km van de grens met Brazilië. Via iOverlander vindt Ina een prachtige bivakplek, aan de voet van een mooie rotsformatie, Cerro Memby genaamd. Het is een rotswand op een hoogte van 325 meter boven zeeniveau, een populaire bestemming voor wandelen en bergbeklimmen.



20 juni 2026, Wéér grensgedoe!
Wat is het hier stil. We horen alleen de vogels die ons vrolijk wakker fluiten. De lucht is half bewolkt en nu kunnen we beter zien waar we gisteren zijn terecht gekomen. Onze conclusie over Paraguay is dat als je op een hoogte van 300 meter boven de zeespiegel staat, je het platte tot glooiend groene landbouw- en weidelandschap volledig kunt overzien. De schaarse koeien die er in grazen hebben het qua ruimte beter dan in Nederland. We zien de grote steenpuist voor ons, zo’n 320 meter hoog. Verderop staat er nog één. Het fleurt het landschap behoorlijk op. Maar hoe zijn deze heuvels ontstaan? Oorspronkelijk was het hele landschap in deze regio even hoog als de top van de steenpuist. Door de eeuwen heen hebben regen, wind en rivieren de zachtere omliggende zandsteengrond volledig weggesleten. De delen van de rots die door de vulkanische hitte waren gehard, bleven over. Ze worden een getuigenberg of butte genoemd: een steile, geïsoleerde rotsformatie. Vanochtend doen we het rustig aan, nog niet wetend wat ons allemaal nog te wachten staat. We rijden naar het dorp Bonito in de Pantanal, een ritje van slechts 3 uur. Als we richting de Braziliaanse grens rijden, zien we het landschap veranderen. We genieten van de rotsformaties die nu in groten getale in het groene land opdoemen en we naderen na ruim een uur de grens. De grenscontrole is in Paraguay bij het dorp ‘Bella Vista Norte’ en in Brazilië in ‘Bela Vista’. Het zijn twee nederzettingen ontstaan in de 19e eeuw, tegenwoordig twee verschillende plaatsen direct aan elkaar grenzend en gescheiden door de Apa-rivier.



Op de kaart zien we waar de Paraguayaanse grenscontrole zich bevindt. Langzaam rijdt Jeroen langs een paar gebouwen, totdat Ina verbaasd zegt: “Joh! We zijn nu al in Brazilië!” Wat hebben we gemist? Niets lijkt erop dat we de controle hebben gemist. Auto’s en brommers komen ons tegemoet en halen ons voortdurend in. We rijden terug en parkeren de auto bij de gebouwtjes. Dit blijken wel degelijk de kantoren van de douane te zijn, maar alles zit potdicht. Een man op een brommer stopt en legt uit: “Het is weekend en de kantoren gaan pas maandag weer open!” Ai, daar hadden we geen rekening mee gehouden. “Wat hebben wij toch met grensovergangen?” vraagt Ina zich hardop af. We moeten vandaag wel in Bonito zijn, want we hebben daar voor 3 dagen een luxe hotel geboekt om onze 24-jarige trouwdag te vieren. Dat hotel is al betaald en bij een ‘no-show’ zijn we dat geld kwijt. We moeten uiteraard onze uitreisstempels hebben, dus zomaar doorrijden is geen reële optie (alhoewel dat voor rebelse Jeroen een aantrekkelijk alternatief lijkt). Een andere man suggereert de grensovergang bij Ponta Porã, 160 km terug. Die is open tot 17.00 uur. Intussen begint de tijd te dringen, we besluiten snel en scheuren terug naar waar we vandaan kwamen.


Met een constante blik op de klok, bereiken we om 16.00 uur Ponta Porã en Ina heeft in de tussentijd via internet uitgevogeld hoe hier de grensovergang werkt. Daar worden we niet vrolijk van! Er blijkt geen duidelijke grens, die loopt virtueel dwars door de stad en om het nog wat ingewikkelder te maken zijn de politie- en douane kantoren verspreid over de stad. Dus eerst naar de Paraguayaanse politie voor de uitreisstempels en dat lukt warempel. Dan een kwartier naar de Paraguayaanse douane rijden voor de beëindiging van de TIP (tijdelijke invoer van de auto), maar dat kantoor is gesloten, ze gaan pas maandag weer open! We overleggen kort en besluiten om onze queeste voort te zetten. “Die Paraguayaanse TIP regelen we later wel op afstand, dat moet toch kunnen?” zegt Jeroen met enige twijfel in z’n stem. Na weer een kwartier rijden door de drukke stad arriveren we bij de Braziliaanse politie voor de inreisstempels en ook dat lukt. De vriendelijke beambte zegt: “Voor de TIP moet u 10 minuten rijden en ze sluiten om 17.00 uur. Het is nu 16.50 uur….”. Weer scheuren we door de stad, trekken als gekken op bij de stoplichten, vliegen over de talrijke hoge verkeersdrempels en bereiken met piepende banden het kantoor om 17.01 uur. Ina springt uit de auto en rent naar de bewaker bij de gesloten poort. Juist op dat moment verlaat een auto het terrein, een jonge vrouw stapt uit en vraagt aan Ina of ze haar kan helpen. Ze blijkt een medewerker te zijn en is voor vandaag uitgewerkt. Ina legt via de vertaalapp onze situatie uit en de vrouw zegt dat het kantoor morgen weer open is. Beteuterd kijkt Ina haar aan, trekt een pruillipje en zegt dat we vanavond in Bonito moeten zijn. Dat blijkt te helpen en ze zegt: “Parkeer daar de auto maar en kom binnen. Ik ga jullie helpen”. Joepie! Het zit ons een keertje mee! Na een half uur staan we met de Braziliaanse TIP weer buiten en rijden in het avondrood de stad uit. Bij de Braziliaanse grens heeft niemand ons gevraagd naar het van tevoren online ingevulde formulier met QR-code en ook zijn we niet gecontroleerd op het meebrengen van vers fruit, groenten en vlees. Bij een politiecontrolepost moeten we de Toy uitgebreid laten zien aan de enthousiaste politieagent, hij vindt het prachtig en wenst ons van harte een goede reis. Het is nog bijna 4 uur rijden in het donker naar Bonito, de weg is goed en er is niet veel verkeer. Ina rijdt en luistert naar een podcast en Jeroen kijkt voetbal Oranje – Zweden (5 – 1). Om 21.30 uur parkeren we de Tembo Toy voor de ingang van hotel Wetiga dat inderdaad luxe is. Na een douche rollen we in het kingsizebed. Wat een dag ….


Epiloog:
Onze ‘ontsnapping’ uit het politiek onrustige Bolivia is gelukt en daarover hebben we gemengde gevoelens. Blij dat we niet zijn geconfronteerd met de dreigende gewelddadige escalaties, maar een beetje verdrietig dat we zo hals over kop dit prachtige land hebben verlaten. We waren nog lang niet klaar met Bolivia, maar wellicht doen we een andere keer nog een poging. Voor nu staat het vizier gericht op Brazilië! Daarover meer in een volgend blogbericht. Graag tot dan!
Elke keer als je denkt dat het niet mooier kan worden, wordt het dat toch!??
Supermooi!
Groeten van Jo en mij.
Maurice ________________________________
LikeLike