Reisbestemming: Nieuw-Zeeland, Zuider- en Noordereiland
Reisperiode: 14 februari tot en met 17 april 2018
Reisduur: 63 dagen
Reisroute: From here to there and back again (LOTR)
Vervoersmiddel: TOYOTA HiAce Campervan
‘A Nomads Tale. Where to begin?
Ah yeah, from here to there and back again.’
LOTR
Van Bali, Indonesië naar Christchurch, Nieuw-Zeeland 13 en 14 februari 2018
13 februari 2018.
Het is 21.20 uur Balinese tijd als het vliegtuig van Quantas richting Nieuw-Zeeland opstijgt. Na zes uur vliegen maken we een tussenlanding in Sydney waar we ruim een uur transit zijn. Normaliter vliegt dit voorbij, tenzij de wachtende passagiers geduld moeten opbrengen voor een securitycheck. De boarding wordt uiteindelijk met een uur uitgesteld. Na drie uur steken we de Tasmanzee over.
Bij daglicht op 14 februari aanschouwen we het Zuidereiland van Nieuw-Zeeland. “Kijk die besneeuwde bergtop boven de wolken uitsteken”, zegt Jeroen enthousiast. Hij zit bij het raam en Ina hangt over hem heen om het goed te kunnen zien. “Wow”, weet zij alleen maar uit te roepen. We zien nog meer hoge bergen. Daar houden wij wel van. Op het scherm dat voor ons aan de stoel hangt, zien we precies waar we zijn. We vliegen recht op Christchurch af, het begin van ons avontuur in het land van de Māori’s. Na de landing banen we ons een weg door de douane- en securityformaliteiten. Het kost ons ruim een uur. Ook al zijn we gearriveerd, we kunnen niet zo maar het land binnen komen. In Bali moesten onze rugzakken al open voor een grondige check op springstoflading. In het vliegtuig hebben we elk een formulier met vragen aan de voor- en achterkant moeten beantwoorden over persoonlijke gegevens en wat we wel en niet bij ons hebben. De vragen slaan op meegebrachte medicijnen en zaken die besmettingsgevaar kunnen opleveren zoals voedsel, visgerei en wandelschoenen. Om een dreigende quarantaine te vermijden, hebben we alles ontkennend beantwoord. Het formulier leveren wij in bij een dame en zij verzoekt ons vriendelijk aan te sluiten in de zoveelste rij wachtende mensen. Onze rugzakken gaan voor de laatste keer door de scan en daarna kunnen we beginnen aan onze reis.
In de aankomsthal zoeken we een telefoon en we bellen naar de organisatie waar we onze camper hebben gehuurd. Grappig dat we nu al spreken over ‘onze camper’, terwijl we er nog niet eens in rijden. Op aanwijzingen van de verhuurorganisatie laten we ons op hun kosten vervoeren met een taxi. Goed geregeld. Na een hartelijk ontvangst, invullen van formulieren en uitleg over de ‘self contained camper’ zijn we klaar voor de reis door Nieuw-Zeeland in 63 dagen. “Wie gaat als eerste rijden?”, vraagt Jeroen. “Ik begin wel”, zegt Ina en ze neemt plaats achter het stuur. Rechts zitten en links rijden. De pook bevindt zich links, aan het stuur is links de bediening voor de ruitenwissers en rechts de lampen en richtingaanwijzer. Net even anders, behalve de pedalen voor de koppeling, gas en rem. Dat is hetzelfde. We vragen ons af hoe het toch is gekomen dat sommige landen nog steeds links rijden, terwijl het merendeel op deze aardbol rechts rijdt. Jeroen trekt een laatje uit zijn geheugen open. Hij weet te vertellen dat hij ooit een verhaal heeft gelezen over de ridders die elkaar links passeerden, zodat zij elkaar rechts een hand konden geven. Men liet dan zien dat je ongewapend was. Door je rechterhand uit te steken, toonde je dat je vriendschappelijke bedoelingen had. Of dit te maken heeft met links rijden, dat weten we niet. We houden ons aanbevolen voor iemand die het juiste verhaal kent.

Het vergt concentratie links te blijven rijden en alle handelingen juist uit te voeren. Maar oefening baart kunst. Eerst rijden we Christchurch uit. In Nederland hebben we een app gedownload die ons zal moeten loodsen door Nieuw-Zeeland, de ‘Camper Mate’. Het geeft weer waar alle campingplaatsen zijn, de openbare toiletten, de dumpstations voor vuil water, informatie of wegen begaanbaar zijn dan wel dat er aan de weg wordt gewerkt, alle benzinestations, de supermarkten en de interessante attrakties. Voor het gemak bestaan er drie categorieën kampeerplekken die elk in een kleur zijn weergegeven: de paarse: luxe en prijzig, de blauwe: basic en te betalen, de groene: in de meeste gevallen een toilet, geen verdere faciliteiten, vaak gelegen in de natuur of op een parkeerplaats in een dorp en gratis. Op andere plekken is het volstrekt verboden te kamperen. Nieuw Zeeland is één van de weinige landen in de wereld waar de free campsites goed zijn georganiseerd. Heel fijn zijn de comments van de gasten, vooral de beschrijving van de ‘voors en tegens’ van de campingplekken. De vermelding over de plek, wifibereik, de staat van de toiletten en sandflies is een terugkerend en geliefd onderwerp van de gasten. Sandflies? Geen idee wat die doen, maar we zijn gewaarschuwd.
We kiezen vlot een plaats uit voor de overnachting en rijden naar het dorpje Rakaia. Het installeren van de campervan gaat snel. We zijn gewend aan het opzetten van een tent of uitklappen van een daktent, het bed opmaken en de kookspullen tevoorschijn halen, maar dit bevalt ons meer dan prima. Eigenlijk sluiten we alleen de elektriciteitskabel aan en vanavond bouwen we de zithoek om tot bed. Koken doen we vandaag niet. Wel lopen we naar de supermarkt waar we krap één minuut na sluitingstijd ons ontbijt voor morgen kunnen kopen. Aardig van de eigenaar. Om de hoek is de bar waar we gaan eten. Als we binnen zijn, proeven we direct een gemoedelijke sfeer. Een groot gezin met twee jonge kinderen eten fish & chips. De kinderen rennen als een dolle om één van de twee biljarttafels en de andere gasten protesteren hier niet tegen. Zij gaan onverstoord door met eten, cricket kijken op een groot televisiescherm of rugby op het andere grote scherm en biljarten. Jeroen bestelt bij de bar onze maaltijd. Terwijl we wachten, komen de jongens van de rugbyclub binnen, nog gekleed in sportoutfit en ze bestellen iets te eten met een biertje. Het is hier very local en we krijgen een doorkijkje van het dorpse leven.
We zijn nog gewend aan het dag- en nachtritme van de tropen. Afhankelijk van de plaats is het er tussen 18.00 en 19.00 uur namelijk donker. Hier kunnen we weer genieten van de lange avonden. Tegen 21.00 uur lopen we in de schemer naar de campsite en vallen in een diepe slaap.
Glendhu Bay, 15 februari
“We hebben nog tien minuten om te vertrekken”, zegt Jeroen. “Snel alles inpakken en wegwezen!” Check out time is 12.00 uur. We hebben een vermoeden dat de eigenaar zich strikt aan zijn eigen opgestelde regels houdt. Wat hebben we geslapen, ondanks de vrachtwagens die met een hoop herrie over de highway denderden. Het dennenbosje filtert het geluid slechts ten dele.
We stappen de campervan in en rijden zuidwaarts met als bestemming Lake Wanaka. Google maps begeleidt ons naar de tweede kampeerplek. Het eerste deel van de rit gaat over een nogal saaie, rechte tweebaansweg langs weiden met grazende schapen, koeien en herten, door een glooiend landschap. In dit deel is veel bedrijvigheid. Af en toe komen we door een dorp, zo klein, dat je na afgeremd te hebben tot 50 km/u, één keer links en één keer rechts het dorp vanachter je zijraam hebt gezien, je weer mag optrekken naar 100 km/u.
Wij rijden op de Highway No.1 die van de plaats Picton in het noorden langs de oostkust loopt naar Invercargill in het zuiden over een afstand van ruim 800 km. Eigenlijk begint deze highway in het uiterste noorden op het Noordereiland bij Cape Reinga en loopt door tot de hoofdstad Wellington in het zuiden van het Noordereiland.
Mevrouw Google begint na een uur te praten en instrueert ons rechtsaf te slaan. We komen bij de plaats Fairlie waar we de boodschappen doen. Het lijstje hebben we onderweg al gemaakt. Ook in de Nieuw Zeelandse supermarkt beginnende boodschappen bij de groenteafdeling. We bekijken wat er in de schappen ligt. Als we de prijzen zien, schrikken we ons een hoedje. “Zo, dat is niet mis!” zegt Ina met een courgette in haar hand. “Zelfs de kiwi’s zijn duur.” Natuurlijk weten wij de dat prijzen in NZ duurder zijn ten opzichte van Nederland. Maar na twee maanden Indonesië moeten we toch even slikken.
Met de boodschappen lopen we naar de camper en we geven het een plaats in de kisten. In het begin zal het even zoeken zijn waar we alles laten, maar we hebben hier al ruime ervaring mee opgedaan, dus dat zal wel goed komen.
Het uitzicht door onze voorruit wordt steeds interessanter. Ver voor ons kijken we naar de Southern Alps. Eerst passeren we Lake Tekapo en al gauw het langgerekte Lake Pukaki. En dan zien we rechts van ons de berg Mount Cook in zijn volle glorie. De zon schijnt er vol op en duidelijk is de gletsjer te zien. “Die zagen we gisteren ook, maar dan vanuit het vliegtuig”, merkt Jeroen op. Het is een waanzinnig plaatje met de blauwe lucht als achtergrond. Er leidt een 30 km lange doodlopende weg naar de voet van de berg, maar die laten we nu letterlijk rechts liggen. Eerst maar naar het zuiden om nog zoveel mogelijk van de zomerzon te genieten. NZ staat bekend om zijn zeer wisselvallige weersomstandigheden op beide eilanden. De uitspraak ‘It rains every second day’ is overal van toepassing. Op één eiland kunnen de temperaturen zelfs verschillen van 12 tot 28 graden, dit afhankelijk van de plaats. Als we eerst het zuiden bezoeken, rijden we daarna noordwaarts, hebben wij zo bedacht. Op het Noordereiland zijn de temperaturen later in de zomer nog aangenaam. Het uiterste noorden van NZ heeft zelfs een subtropisch klimaat.
Na een prachtige route arriveren we in Wanaka, gelegen aan de zuidkant van het gelijknamige meer. Het is hier zeer toeristisch en toch struikel je niet over de toeristen. Het is al laat en we hebben geen zin om te koken. We halen een pizza die door een Chinese familie wordt verkocht. En ze zijn heel smaakvol!
Na 15 km rijden komen we aan bij Glendhu Bay waar we overnachten op de camping. De receptie is al gesloten. Op het informatiebord lezen we dat we welkom zijn en we mogen ons installeren op het veld voor de receptie. Morgen voor 9 uur verwacht men dat we ons melden. De campervan staat min of meer recht, het bed maken we snel op. Voordat we in slaap vallen, zeggen we tegen elkaar dat we vandaag een mooie route hebben gereden.

Glendhu Bay, 16 februari
De volgende ochtend melden wij ons en vertelt de receptioniste waar we kunnen staan. Wij hebben gekozen voor een empowered place, zodat wij de telefoons en tablet kunnen opladen. We vinden een plek vlakbij het meer met uitzicht op ‘Roys Peak’, een puntige berg met een hoogte van 1578 m. Er is een wandelpad om bij de top te komen. Wij besluiten om er vanaf de kampeerplaats van te genieten terwijl wij de reisverslagen bijwerken.
In de namiddag maken we een wandeling langs het meer. Lake Wanaka is 40 km lang en gemiddeld 5 km breed. De overkant is goed te zien, zeker bij het zonnige weer.
We bepalen waar we de volgende dag naar toe rijden. In ieder geval zuidwaarts. Voor 8 uur ’s ochtends moeten we voorbij het dorp Wanaka zijn. De weg wordt afgesloten vanwege een wielerwedstrijd. Het zal één van de weinige ‘vroeg op’ dagen worden wat ons betreft, dus dan ook maar op tijd het bed in.
Lake Hauroko, Thicket Burn Free Campsite, 17 februari
Met bewolkt weer vertrekken we en naarmate we stijgen trekt het meer dicht. De toppen van de kale bruingele heuvels zijn al in grijze slierten verdwenen. We zien wel dat we door een prachtige vallei rijden, die smal en bochtig omhoog gaat en de Cardrona River volgt. “Het heeft wel wat weg van Schotland.” zegt Ina. In motregen komen we op het hoogste punt aan, Crown Terrace. Hier staan op de parkeerplaats zo’n 15 campers die duidelijk hebben overnacht, hetgeen ook is toegestaan. Voor ons is het tijd voor ontbijt en we parkeren ons campertje op een heuvel zodat we over de andere campers kunnen uitkijken. Het uitzicht is echter een grijs gat, waardoor we Queenstown niet zien liggen. In de afdaling passeren we Arrowtown, een plaats waar veel opnames zijn gemaakt voor LOTR. Omdat het weer te slecht is, rijden we door en laten ook Queenstown links liggen.
De weg slingert langs Lake Wakatipu en het trekt wat open. Het water is diepblauw van kleur en we zien een schimp van de hoge bergen er omheen. In Lumsden doen we wat boodschappen en we besluiten via rustige landweggetjes door te rijden naar een DOC kampeerplek aan Lake Hauroko. Het golvende, wat saaie landschap wordt vooral gebruikt voor herten, koeien en schapen, vleesproductie dus. We draaien de weg op richting Lake Hauroko en meteen begint de 39 km lange dirtroad. Op zich is de weg goed, met af en toe wasbordtrajecten. Het weer klaart steeds verder op en met een avondzonnetje rijden we het terrein op van de Thicket Burn Free Campsite. Een enorm grasveld met drie andere kampeerders. Het toilet is van het type ‘longdrop’, een gat in de grond met een ventilatiesysteem. Het is even wennen als je de diepte inkijkt, want je hebt vrij uitzicht op de ontlasting van voorgangers. Maar het geheel is schoon en stinkt niet. Naast het toilet is zelfs een watertank om de handen te wassen.
In NZ zijn veel DOC campsites te vinden waar je gratis of voor een klein bedrag kunt staan. Je vult op een formulier je naam en nummerplaat in, doet dit met het bedrag in een plastic zakje en deponeert het in de groene box. Het deel wat je hebt afgescheurd, plaats je zichtbaar achter de voorruit. Aan het eind van de dag of ’s ochtends vroeg wordt gecheckt of er is betaald. Soms wordt de campsite beheerd door een ranger die in dienst is van de DOC, de Department Of Conservation, ofwel de Nieuw-Zeelandse Staatsbosbeheer. Perfect georganiseerd!
We vinden een plekje uit de wind tegen de rand van het terrein waar herten worden gehouden die veel ruimte hebben om te grazen. We koesteren ons in het zonnetje. Het lijkt verdacht veel op luilekkerland.

Lake Hauroko, Thicket Burn Free Campsite, 18 februari
De volgende dag verplaatsen we de camper, we hebben het hele terrein voor ons alleen en parkeren bij een plek met een kampvuurplaats. Dat wordt fikkie stoken! We genieten van de zon en rijden naar Lake Hauroko dat 5 km verderop ligt. Wat boffen we met het weer. Goed voor de fotosessie. Wel maken we kennis met de beruchte sandflies, je weet wel, een van de favoriete onderwerpen van de comments op Camper Mate. In tegenstelling tot wat de naam zou suggereren, heeft een sandfly niet veel te maken met zand. Ze kunnen overal voorkomen. Het zijn kleine vliegjes die gemeen bijten, je bloed opzuigen en als dank dagenlang een enorme jeuk achterlaten. Het beste is om al je lichaamsdelen met kleding te bedekken, zodat je ze alleen uit je gezicht hoeft te slaan.
Op de terugweg verzamelen we plenty droog hout voor ons kampvuur en we hebben daar de verdere dag en avond veel plezier van. Alleen de rook al is de perfecte manier om de sandflies te verjagen.
Orepuki Tavern, 19 februari
De route gaat verder naar de zuidkust. Onderweg zien we wederom veel glooiend grasland met de bekende viervoeters. We kennen het inmiddels.
De batterijen zijn leeg en we willen contact met het thuisfront. In de tavern van Orepuki, een klein dorpje aan zee, kunnen we op hun terrein staan. Als we er eten en drinken, wordt het stageld van het totaal te betalen bedrag in mindering gebracht. Belangrijker voor ons is het aanbod van wifi.
De eigenaresse van de tavern heet ons welkom. Ze heeft op het menu fish & chips staan. Daar hebben we wel trek in. Behalve vakantiegangers zien we na werktijd de lokale bevolking binnen stappen voor een hapje, drankje en praatje. Het brengt leven in de brouwerij. Hoe klein een dorp ook is, een kroeg blijft voor de samenleving een centrale ontmoetingsplaats.
De temperatuur is inmiddels behoorlijk gezakt en we zijn blij met het haardvuur. Geen overbodige luxe in het zuiden van NZ tijdens de zomer. En voor ons gezelliger dan met warme kleren in de campervan de avond door te brengen.
Orepuki Tavern, 20 februari
De dame van de tavern vertelde ons gisteren dat het vandaag waarschijnlijk een regendag zal worden. Het lijkt ons niet moeilijk om zo’n voorspelling te doen, gezien de enorme dikke laag bewolking boven ons. Niet getreurd. We appen met de familie, lezen het nieuws via wifi, werken aan ons verslag en foto’s, maken een wandeling naar het strand, drinken iets in de gezellige plaatselijke teahouse en we lopen terug langs de aparte bomen die allemaal dezelfde kant op groeien. Het is wel duidelijk dat de altijd aanwezige sterke wind hier de oorzaak van is. In Amsterdam hebben we de leaning houses, in NZ hebben ze de leaning trees.
‘s Avonds als de zon even doorkomt, het boven de heuvels regent en we een dubbele regenboog zien, maken we plannen waar we de volgende dag naar toe gaan.

Manapouri, Motorhome & Caravan Park, 21 februari 2018
Fiordland ligt op ons te wachten om te worden ontdekt en we willen met een boot wel een tochtje maken. Daarom rijden we richting Manapouri. Er blijkt een verschil te zijn tussen een fiord en een fjord. Een fjord is ontstaan uit de opwaartse werking van de aardkorst, terwijl een fiord gevormd is door zowel die opwaartse werking als ook de inwerking van massieve gletsjers. Dit is goed te zien aan de ‘hanging mountains’ zoals de Kiwi’s de steile uitgesleten bergen noemen. Dat willen we wel eens zien! En de reden dat de fiorden allemaal Sound worden genoemd, komt door de Engelsen. Het is een oude benaming voor een veilige plek, a sound place, om voor anker te gaan om bijvoorbeeld te schuilen voor een storm.
Onze energievoorziening moet worden bijgevuld, want door het vrijstaan hebben we geen gebruik kunnen maken van netstroom. Er moet dus worden opgeladen, we hebben zin in een warme douche en we moeten de was doen. Met dergelijke wensen kom je vanzelf terecht op een kant en klaar kampeerterrein met afgebakende staplaatsen en een hoge graad van efficiënte organisatie, ofwel categorie paars. Het gebrek aan natuurbeleving weegt enigszins op tegen de weldadige luxe van het nieuw aangelegde park dat volledig is ingesteld op campers. We worden ontvangen door de eigenaresse die ons met een vet accent vraagt: ”Do ye goys loik pewer?” Het duurt even tot het bij ons doordringt dat ze vraagt of we stroom willen. Ja, dat willen we en we willen ook een tochtje door de Sound. “Ye naid a reservaition, do ye want me te doi it for ye?” Ze vertelt dat je vooraf moet reserveren voor een cruise in het Fiordengebied. Zeker nu het op dit moment het Chinees nieuwjaar is, waardoor alles is volgeboekt door vakantie vierende Chinezen. De grote hoeveelheid Chinezen in NZ was ons al opgevallen. Ze vraagt voor ons na bij het boekingskantoor wat de mogelijkheden nog zijn en we kunnen over drie dagen. Snel gaan we akkoord en ze maakt voor ons de reservering. Goed geregeld en die wachttijd komen we vast wel op een aangename manier door. De rest van de dag verglijdt met huishoudelijke taken en de oriëntering op een bezoek aan Milford Sound. Het wordt morgen waarschijnlijk redelijk weer en dus is het de moeite waard om 140 km noordwaarts te rijden, we hebben immers tijd zat. Aldus wordt besloten: we gaan morgen naar Milford Sound. Yeah!
Milford Sound/Piopiotahi, Upper Eglinton, 22 februari 2018
Als we ’s morgens vertrekken, trekt de bewolking al wat open. We kijken uit over Lake Manapouri en zien richting de fiorden verse sneeuw op de bergtoppen. In Te Anau nemen we een coffee to go en we tanken de camper vol, want er schijnt verderop geen benzinestation meer te zijn. De weg stijgt, daalt en kronkelt door een fraai landschap: begroeide heuvels met daarachter steile, kale bergtoppen met verse sneeuw. De wolken om de toppen trekken steeds meer weg en de temperatuur stijgt. Kortom, de stemming in de camper is opperbest. We volgen de Eglinton River stroomopwaarts en passeren filmlocaties van LOTR, het moerasgebied uit de eerste film. Heel herkenbaar. De bergen worden hoger en steiler, zoals ook de weg hoger, steiler en smaller wordt. Bij elke bocht roepen we: ”O, kijk daar! Tjonge jonge, Prachtig!” We komen ogen tekort. In de diepte slingert de kolkende rivier en hoog boven ons zien we besneeuwde toppen. Via een tunnel komen we plotseling aan in de Sound. In de verte zien we het water glinsteren in de zon en slingerend dalen we af naar zeeniveau. Overal in de wereld waar het bijzonder mooi is, zijn ook veel toeristen en Milford Sound is hierop geen uitzondering. Volle parkeerplaatsen en bussen vol Chinezen. We parkeren in het gebied van de jachthaven en zien mensen kajakken.

Het uitzicht is adembenemend, de zon schijnt volop in een wolkenloze hemel en we blijven mooie plaatjes schieten. We lopen naar de Sound en zien de boten af en aan met toeristen aankomen en vertrekken. Bovendien scheren er voortdurend vliegtuigjes en helikopters over richting de besneeuwde top. Van rust is geen enkele sprake en toch ervaren we de magische ruimtelijkheid van de Sound.
We gaan zitten op een aangespoelde boom en ‘versterven’ enigszins, zoals de Nederlandse romanschrijver Nescio zo mooi beschreef. De meeste mensen zijn al vertrokken en wij genieten nog van het uitzicht.

Je kunt hier uren blijven en de kleuren van de lucht en de bergen zien veranderen naarmate de dag op zijn eind loopt. Maar wij rijden uiteindelijk de weg terug, door de tunnel en de prachtige route naar een DOC Campsite, genaamd Upper Eglinton. Als we er arriveren, worden we wederom verrast met een grandioos uitzicht. Hoeveel natuurschoonheid kun je op een dag verwerken?
We parkeren naast Fransen. Leuk om weer de Franse taal te horen. Meteen leggen we de associatie met Baron, mijmeren over hoe de schaapskooi in de afgelopen 25 jaar is verbouwd tot een Provençaals huis, bespreken we welke bouwklussen er nog staan te wachten, hoe rustig en vredig het er is, hoe fijn je er kunt wandelen en fietsen, hoe onze vakantiegasten genieten van de natuur, hoe gezellig we met familie en vrienden samen onder de lindetafel eten met een voortreffelijk wijntje en dat we er over drie maanden weer mogen zijn. Vanavond eten we lekker, weliswaar zonder een glas wijn.
Manapouri, Motorhome & Caravan Park, 23 februari 2018
We kunnen geen genoeg krijgen van het uitzicht en besluiten om niet meteen na het ontbijt te vertrekken. Zonde! In plaats daarvan lopen we door het drassige veld naar de rivier met helder stromend water, ons wanend in een perfecte LOTR filmset.
Uiteindelijk stappen we de campervan weer in, rijden door het schitterende landschap, op weg naar Manapouri waar we overnachten op hetzelfde Motorhome & Caravan Park. We verheugen ons op de cruise van morgen!

Northern Mavora Lake, Mavora Lakes Campground, 24 februari
Boottocht door Doubtful Sound
Om 08.00 uur staan we samen met 148 anderen in de rij om in te checken voor onze gereserveerde cruise naar Doubtful Sound. De moderne catamaran ligt klaar en vertrekt stipt op tijd. We staan op het dek met een mok hete koffie en de catamaran raast vol gas over Lake Manapouri, richting de fiorden. Het meer wordt allengs smaller en de bergen hoger en steiler. Naarmate we dichterbij de Sounds komen, betrekt het meer en meer en al gauw verdwijnen de toppen in de dikke, grijze wolken. Na drie kwartier is de overkant bereikt en we stappen over op de drie gereedstaande bussen. Het stuk regenwoud dat we moeten overbruggen is 16 km en de weg gaat slingerend op en neer. Chauffeur en natuurgids Chris vermaakt ons met zeer droge humor. Eerst inventariseert hij de aanwezige nationaliteiten: “Any Kiwi’s on board? Ah, three, more than enough. Any Welsh? No? Good. Any Scots? Frogs?” (Dat is een scheldnaam voor Fransen, omdat ze kikkerbilletjes eten). Vervolgens verweeft hij nuttige informatie met totale onzin en dat werkt op de lachspieren van de reizigers. Bovenop de pas is het volledig dichtgetrokken en we zien weinig meer van de omgeving. Dat valt tegen en toch heeft het wat. Eenmaal in de Sound aangekomen is er weer meer zicht. “Misschien valt het weer mee”, zeggen we duimendraaiend tegen elkaar. We stappen met 150 man op de volgende klaarliggende catamaran en vertrekken vlot.
De naam Doubtful Sound komt overigens van de Engelse Captain Cook die rond 1760 deze kusten verkende en twijfelde of hij deze fiord wel in zou varen, gezien de vele rotseilandjes die er voor liggen. Hij was daar dus ‘doubtful’ over.

Gedurende de vaart wordt er van alles verteld over het Fiordengebied. Bijvoorbeeld dat er zoveel regen valt, dat men niet telt in mm of cm, maar in meters! Gemiddeld valt er zo’n 6 tot 9 meter regen per jaar. Al dat water komt in het regenwoud terecht en pakt daar mineralen op (tanines) dat het water een donkere theekleur geeft. Hierdoor is het mogelijk dat er zwart koraal groeit in de Sounds. Het zoete regenwater is lichter dan het zoute water in de Sounds en het blijft er in een laag van 2 tot 6 meter bovenop drijven, het vermengt zich dus amper. Dit heeft grote en unieke gevolgen voor de flora en fauna in dit gebied. We horen op het dek staand al deze interessante informatie belangstellend aan en eten ons meegebrachte lunchpakketje. We waaien uit ons hemd, maar verkiezen het toch om, goed ingepakt, buiten op het dek te blijven. Het is te mooi, te uniek om zoveel natuurpracht van achter dubbelglas te ervaren.
Als we aan het einde van de Sound aankomen, zien we op de rotseilandjes zeeleeuwen en een paar pinguïns. Direct staat het dek weer vol met fotograferende mensen. De zee heeft een zware deining en dus keert de catamaran om een aantal zijarmen van Doubtful Sound te verkennen. De recht uit het water oprijzende bergen zijn imposant en de Sound wordt steeds smaller.
Op een gegeven moment legt de kapitein de boot stil in een windstille bocht. Hij vertelt dat hij de motor en alle machines aan boord vijf minuten lang uit gaat zetten. Iedereen wordt verzocht om dan niet meer te lopen en stil te zijn. Zelfs het klikken van een fotocamera kan verstorend zijn. Op deze manier kunnen we de stilte ervaren die de Māori’s ook al opviel en daarom noemden ze dit de ‘Sound of Silence’. De motoren vallen stil en vervolgens de generatoren, airconditioning en andere geluidproducerende apparaten. Het wordt doodstil op de boot en we horen de vogels zingen in het regenwoud. Het geluid galmt over het water. De boot drijft langs de 1200 m hoge rotsen en we gaan op in de stilte. Een mooi magisch moment!

Intussen komen de wolken steeds lager en omsluiten ons. Alle kleur verdwijnt. “Ik zie alleen maar 50 tinten grijs”, fluistert Ina. Het is zo mysterieus dat we van ontzag beginnen te fluisteren. We hebben geen zon zoals in Milford Sound, maar dit is zeker zo bijzonder.
Na ruim vier uur varen op de Sound, stappen we weer in de bus bij Chris en daarna weer op de boot in Lake Manapouri. Aan deze kant van het fiord is het veel lichter en als we weer aanmeren in Manapouri schijnt de zon volop. We hebben genoten van deze zeven uur durende cruise.
Het is nog redelijk vroeg in de middag en dus besluiten we om direct door te rijden naar Lake Mavora, zo’n drie uur rijden waarvan de laatste 26 km dirtroad. Via weer prachtig berglandschap komen we aan op het DOC kampeerterrein. Het is ongelooflijk groot, overal zijn toiletten (longdrops), prachtige kampeerplekken op de heuvels, achter bosjes of direct aan het meer. Er is nog wel plek aan het meer, maar de keiharde wind staat er vol op. We kiezen voor een plek iets hoger met uitzicht op het meer en toch beschut door het bos. We doen de $16 stageld in de bus en gaan een potje koken. Pff, wat een heerlijke plek en wat een heerlijke dag!
Northern Mavora Lake, Mavora Lakes Campground, 25 februari
In de nacht gaat de wind niet liggen en er komt regen bij. De hele dag regent het en de wolken hangen laag tegen de bergen aan. “Dit kennen we van Baron in Frankrijk”, zeggen we. We brengen de dag door met lezen, schrijven aan de blog, filmpjes maken, foto’s ordenen, eten koken, enz. Tegen het einde van de middag is het even droog en we gaan een stukje lopen. Alle kampeerders zijn inmiddels vertrokken, ook diegene die aan het meer stonden. De wind is 180° gedraaid en nu zijn de plekken aan het meer juist uit de wind. We beslissen snel, we gaan verkassen en wat is dat een gemak met een camper! Tevreden kijken we nu vanuit de camper over Lake Mavora.
Lake Wanaka, Boundary Creek Campsite, 26 februari
De volgende ochtend is het half bewolkt en zien we pas hoe mooi het hier echt is. Het water in het meer is rimpelloos en weerspiegelt de bergen en de wolken. Ina blijft plaatjes schieten.

Na het ontbijt en koffie buiten aan de picknicktafel betrekt het weer snel en we besluiten om de zon op te zoeken. Daarvoor moeten we naar het noorden. We willen dat doen via de westzijde van het eiland, langs de Southern Alps. Dit is een gletsjergebied waarvan ook Mount Cook (3724 m) deel uitmaakt. Er zijn op het Zuidereiland maar weinig wegen en dus moeten we eerst terug naar Lake Wanaka.
We noemen deze dag de ‘vier-merentocht’, omdat we vier grote meren aandoen. We vertrekken uit Lake Mavora, gaan via Lake Wakatipu naar Queenstown, om vervolgens over Crown Terrace af te dalen naar Wanaka. Daarna rijden we langs Lake Hawea en gaan over ‘the Neck’ naar Lake Wanaka. Een ongelooflijk fraaie route en gedurende de dag wordt het warmer en zonniger. Ondanks dat we grotendeels de route al kennen, verveelt het uitzicht ons geen moment. Door het goede weer zien we veel meer bergen en de meren kleuren azuur blauw. De bergen tekenen zich scherp af tegen de heldere lucht. We arriveren wederom op de pas bij Crown Terrace nu zien we Queenstown in de vallei liggen. Met een kopje koffie erbij zitten we er zo een uur het weidse panorama te bewonderen.
De route gaat verder door een uniek stukje natuur door een smalle vallei. Op de heenweg reden we door een grauwe wolkenmassa en nu zien we ook de borden die verwijzen naar een skigebied.
Aangekomen in Wanaka halen we een pizza die we ergens onderweg gaan opeten. Het stuk langs Lake Hawea is nieuw voor ons en het is wederom schitterend. “Kijk, daar staan auto’s geparkeerd op een soort landtong in het meer”, zegt Ina, al wijzend naar beneden. “Daar kunnen we onze pizza’s wel nuttigen.” Met een scherpe draai en een hobbelig en steil stukje zandpad lukt het ons om op de landtong te komen. Wauw! Prinsheerlijk zitten we uit de wind.

Lake Hawea loopt parallel met Lake Wanaka en slechts een heel kleine heuvelrug scheidt de beide meren van elkaar, the Neck genaamd. We steken over en rijden langs Lake Wanaka naar onze DOC kampeerplek aan het water, de Boundary Creek Campsite. We storten weer onze bijdrage in de bus en vinden een heerlijke plek met een doorgang naar de waterkant. Met een glas drinken zitten we nog ruim een uur in de warme avondzon aan het meer. Ina maakt een sprongetje van plezier!

Ross, 27 februari
We ervaren weer hoe wisselvallig het klimaat is in NZ, want het is bewolkt en er dreigt regen. We rijden noordwaarts met een slinger naar de westkust en we zien vooral regenwoud. De regenvarens zijn schitterend om te zien. Aanvankelijk is het gebied mooi, maar na twee uur enigszins eentonig. We zijn zeer verwend geraakt door de grote afwisseling op het Zuidereiland. Af en toe zien we door de lage grijze wolken een schimp van de bergketens met sneeuwtoppen.

De dorpen bij de gletsjer van Mount Cook zijn uiteraard volledig ingesteld op toerisme. De helicopters vliegen af en aan en overal zijn hotels, eettentjes en kledingwinkels. Hier hebben we even geen zin aan. Het is ons te druk, te duur, het weer is slecht en het lijkt erg veel op de Europese Alpen en die kennen we al behoorlijk goed. Het is wat blasé van ons, maar we vinden het niet bijzonder genoeg om hier te blijven. Dus rijden we door en vinden een plek direct aan zee in Ross. De eigenaren zijn deze camping recent gestart en hebben er een leuk geheel van gemaakt. Het terrein loopt over in het strand en ze verhuren omgebouwde zeecontainers. Ook het sanitair, het washok en de keuken is in een containercomplex gebouwd. Een bijzonder project. We kunnen hier weer genieten van een warme douche, water bijvullen, het vuile water lozen, de was doen en de apparaten opladen. Lekker hoor, even die luxe.

Renwick, 28 februari
Met ons ontbijt lopen we naar het strand. Er is weinig wind en we zitten er prima op een rots.
Vandaag lijkt heel Southland geen enkele zonnestraal te zien. Ondanks dat het zomer is, hangt er een groot wolkendek boven het Zuidereiland en doen de temperaturen ons meer denken aan begin herfst. Precies op tijd, want op 1 maart begint hier officieel de herfst. Later in de week verwacht men zonnig weer, zij het aan de noordoostkust. We zijn toe aan zon en warmte en een aangename temperatuur, dus steken we het eiland over en zetten koers naar Renwick.
Na een uur rijden we door het plaatsje Greymouth en langs de rivier Grey River. De namen zijn vandaag geheel van toepassing. Alles ziet er grauw en grijs uit. Ook de bergen voor ons tonen dezelfde kleur. “Het heet vast niet voor niets Greymouth”, merkt Jeroen op. “En Nieuw-Zeeland noemen we ‘New Greyland’ naar de drie tinten grijs: licht-, midden- en donkergrijs.”
Afwisselend zien we glooiende heuvels, hoge, steile bergen met rivieren diep in de dalen en de kenmerkende brede rivierbeddingen. Ondanks dat de wolken over de bergen hangen en het op sommige plaatsen regent, zien we dat de natuur mooi is. Wel jammer van de bewolking. Het had nog net iets mooier kunnen zijn.
Naarmate we dichter bij de oostkust tussen twee bergketens in een brede vallei rijden, zien we de druivenvelden. Aha! Hier zijn de wijndomeinen te vinden. Sinds 20 december hebben we geen glas wijn meer gedronken. Op zich wennen wij daar snel aan, maar zodra wij de velden tegenkomen, herinneren wij ons maar al te goed hoe lekker wijn kan smaken. We doen niet moeilijk, we besparen ons de moeite om tijdelijk van de alcohol af te blijven en we besluiten om een fles van de regio te kopen in de eerstvolgende supermarkt. Per slot van rekening is het onderdeel van Nieuw Zeeland.
Vlak voor Blenheim ligt het dorp Renwick. We stoppen bij de Tavern annex restaurant die tevens dienst doet als motel. Het is onze eindbestemming. Deze keer slapen we op de parkeerplaats. Geen wereldplek, maar we mogen hier gratis staan als we er iets eten en/of drinken. Belangrijker nog: er is hier wifi. Soms kun je even niet zonder. Als target stellen wij dat wij vandaag en uiterlijk morgen een blogbericht en alle filmpjes op http://www.4x4nomads.com hebben gepubliceerd. Ook tijdens de vakantie worden doelen vastgesteld.
Clifford Bay, Marfells Beach, 1 maart
Wakker worden met zon! Hoe blij kun je dan zijn op een tweede herfstdag. Op een smal strookje grasveld staat een picknicktafel waaraan Ina plaats neemt en geniet van de warme zonnestralen. Jeroen bakt een ei en serveert het ontbijt. Na de afwas drinken we koffie in de tavern, een cappuccino double shot. Het blogbericht en filmpjes zijn klaar en publiceren we op de website.
De reis wordt voortgezet. Dit keer naar Cape Campbell aan de oostkust. De free camping Marfells Beach van de DOC heeft zeer goede recensies: schone toiletten en een douche! Dat laatste is voor DOC-campingbegrippen zeldzaam. De douche is weliswaar koud, maar dat overleven wij wel.
We melden ons bij een caravan die dienst doet als receptie. “Hello. How are you? Come on in”, horen we de receptionist zeggen. Op de mat is een rode kat diep in slaap gevallen en merkt niet op dat we over hem heen stappen. Binnen zit een man op een bed in een uitgeleefde en stampvolle caravan. “Please, sit down”, nodigt hij ons vriendelijk uit, maar we weten niet waar. Overal liggen spullen, dus blijven we staan. “How are you?”, vraagt Jeroen. “Och, zozo”, antwoordt de man kreunend en steunend. Uit beleefdheid vraagt Jeroen naar zijn situatie. “Are you struggling?” De man verklaart zuchtend en op ernstige toon dat hij veel stress heeft vanwege het werk als ranger. Terwijl hij dit zegt en ons het bekende registratieformulier overhandigt, wijst hij naar het strand, de zee en de zon. Haha, grapjas! Na het invullen van het formulier en de betaling, wenst hij ons succes met het vinden van een mooi plekje en ‘lots of fun’. De campingplaats loopt parallel aan het strand en begeeft zich op drie niveaus. Op het hoogste terras, het derde balkon, ontdekken wij de mooiste plek: ietwat verscholen achter een lage struik met daarboven een gigantisch uitzicht over de baai en de grillige duinen achter ons. De zon schijnt, dus is het de hoogste tijd voor een wit wijntje, geserveerd in een limonadeglas die is gedecoreerd met streepjes. De afwezigheid van een wijnglas doet niet ter zake. De streepjes op het limonadeglas komen volgens Jeroen goed van pas om zo de maat te kunnen houden. Hij vult de glazen tot het vierde streepje, equivalent aan een ruim gevuld wijnglas. Het smaakt heerlijk en tevreden kijken we naar de baai en de bergen die in de verte te zien zijn.
Voordat we gaan slapen, zien we de volle maan de baai en de duinen achter ons verlichten. Feeëriek. Het gordijn laten we open. Dat wordt genieten de komende dagen, avonden en nachten.

Clifford Bay, Marfells Beach, 2 maart
De volgende dag lacht de zon ons toe, schuift er af en toe een wolk voorbij, voelen wij een zeebriesje en is de temperatuur aangenaam. Veel doen we niet. De enige beweging is een wandeling van anderhalf uur over het brede strand. Dit smaakt naar meer, zodat we besluiten een dag langer te blijven. We melden ons bij de man van de DOC en betalen een extra nacht. Hij kijkt ons goedkeurend aan vanwege ons verstandig besluit en overhandigt ons het bekende registratieformulier. “Have fun, guys!”
In de toiletten hangt een A4tje van de president van het hoofdbureau DOC in eigen persoon met daarop de historie vermeld van deze baai. Het behoorde generaties lang toe aan de familie Marfell en de familie maakte veel gebruik van het strand en de duinen. Op een gegeven moment is het beheer overgedragen aan de DOC en die heeft de weg verhard, het landschap opgeschoond en toiletten en douches geplaatst. Meteen daarmee kwamen ook de regels omtrent het vrij kamperen en het A4tje meldt in vet gedrukte en onderstreepte letters:
“Deze regels gelden voor iedereen! Er is begrip voor het generaties lang gebruik van de baai door omwonenden, maar er gelden geen privileges!”
Deze formulering roept bij ons een beeld op van een soap die zijn weerga niet kent en waarbij GTST in het niet valt. We slaan meteen aan het fantaseren welke intriges, complotten en open conflicten de revue zijn gepasseerd. Een druipende kraan zien we als sabotage van de Marfell clan en de over het strand scheurende quads zijn een brutale provocatie….
Clifford Bay, Marfells Beach, 3 maart
Met een wolkenloze lucht worden we wakker. Vanuit onze ‘slaapkamer’ openen wij het gordijn en de achterdeur. De frisse zeelucht waait de campervan binnen. Dit is zo slecht nog niet. Jeroen is al vlot in de benen en maakt het ontbijt klaar. Ina ligt nog in bed en vraagt of zij ontbijt op bed krijgt. “Niets daarvan”, zegt Jeroen lachend en hij trekt het dekbed weg. Tja, dan zit er niets anders op dan aan te schuiven aan de ontbijttafel.
Het is zo helder, dat wij in de verte het Noordereiland zien. We weten nog niet wanneer we de oversteek zullen maken. Vooral niet te ver vooruit kijken, geen lange termijnplanning voor ons, maar leven met de dag.
’s Avonds na het eten denkt Ina zeeleeuwen in de verte te zien. Om het zeker te weten, loopt ze naar de benedenburen die in het bezit zijn van een verrekijker. Helaas, het Engelse echtpaar wist ons te vertellen dat het zeewier is. Dit hebben zij van de ranger vernomen. Wel weet de Engelsman te vertellen dat het morgen een zonnige dag wordt. Zij zitten al een week aan de baai en zijn niet van plan te verkassen. En wat wij doen? Dat zien we morgen wel weer.
Molesworth Station, 4 maart
Het blijft nog zeker een dag zonnig in Clifford Bay en toch vertrekken we. Landinwaarts zien we de toppen van de bergketen waar volgens de kaart een wit weggetje loopt. Dit duidt op offroaden. Helaas hebben wij geen 4×4 bij ons, maar het moet met de campervan probleemloos te rijden zijn, mits we voorzichtig aan rijden. Daarbij hopen we op goed weer, wat de tocht zal veraangenamen.
Eerst naar de plaats Seddon om de tank vol te gooien, want onderweg is er geen dorp met winkels en al zeker geen benzinestation. Na een paar minuten slaan we linksaf. We zien het bord dat ons vertelt dat de route naar Molesworth Station, de DOC free campingsite, 100 km verderop ligt en het van daar nog 80 km naar de bewoonde wereld in Hanmer Springs is. Om eventuele claims te voorkomen, wordt er uitdrukkelijk vermeld dat je op eigen verantwoording de tocht aanvaardt, er geen mobiel bereik is in het gebied, je voldoende brandstof, eten en drinken bij je moet hebben, je afval moet meenemen en de natuur moet respecteren. Prima, voor ons geen probleem. De weg is open en dus gaan we op weg.
We rijden door de druivenvelden met daarachter de duinen en bergen als decor. Het wordt mooi. En het wordt steeds mooier! Het is nauwelijks te beschrijven. Na elke bocht en afdaling weten we slechts kreten van verwondering en superlatieven van mooi uit te roepen. De rit schiet niet op, want dit willen wij uiteraard vastleggen op foto en video. Het uitzicht is afwisselend. Aan het begin van de 100 km lange tocht tot Molesworth Station zijn de wijngaarden te zien met op de achtergrond de groenbruine heuvels. Na niet al te lange tijd zien wij een hoge bergketen zich scherp aftekent tegen de blauwe lucht. Heel goed is de hoogste top te zien van 2885 m hoog, genaamd Tapuae-o-Uenuku. Voor de Māori’s is dit een heilige berg. Door het dal stroomt een rivier in een brede bedding, op sommige trajecten langs steile rotsen. Voortdurend hebben we zicht op het brede panorama. Het is zonder twijfel de ideale foto in een vakantiegids of poster in een reisbureau. Verrassend zijn de kleurschakeringen van de bergen. De verscheidenheid van de natuur is bijzonder groot. Probeer dat maar eens op je harde plaat vast te leggen.

Onderweg zien we een aantal boerderijen, kuddes schapen en zwarte, grote koeien van voortreffelijk biefstukkwaliteit. Op de dirtroad rijden alleen de bewoners, allemaal in een Toyota 4WD van verschillende types. Hoe kan het ook anders. Met een hoog tempo razen ze op speciale banden over het gravel, een enorme stofwolk achter zich latend. Geen overbodige actie om de ramen dan even dicht te draaien.
Zijn wij de enige toeristen die deze route kunnen waarderen? Bijna wel. Als we op de kampeerplaats aankomen, zien we drie tenten met daarnaast de mountainbike van de eigenaar geparkeerd. Moedig hoor. Groot respect. Richard, een jonge zestiger, komt een praatje met ons maken. Hij woont in Wellington en fietst naar Hanmer Springs. Vandaag heeft hij een rustdag genomen want de indrukken van de natuur moeten worden verwerkt en de rit is fietsend best zwaar. Dat kunnen wij mede constateren gezien het aantal stijgingen en dalingen. ”En ga je weer fietsend terug?”, vraagt Ina hem met grote ogen aankijkend. Dat dan weer niet. Hij gaat naar familie en neemt het vliegtuig terug. Ook het enkeltje blijft toch een moedige fietsactie.
De omheinde kampeerplek ligt in een kom waar een helder beekje door stroomt. Elke dag wordt het witte hek afgesloten van 7pm tot 7am. Op het terrein staat een witte lodge met kamers. Altijd praktisch wanneer tentbewoners niet in de regen willen staan en de volgende dag te moeten wachten totdat de tent is opgedroogd. Een folder beschrijft de weertypes in dit gebied: gedurende het gehele jaar kan zon schijnen, het kan regenen, sneeuwen, vriezen of dooien. Wat hebben wij een geluk met het weer. En dat bevestigt Ringo de Ranger (elke ranger noemen we gemakshalve Ringo) die ’s avonds zijn ronde doet, controleert of iedereen heeft betaald en een praatje maakt. Ringo slaapt in het witte huisje die speciaal is gebouwd voor de rangers.
Na het eten maken we nog net voordat het donker wordt een wandeling naar het verderop gelegen Molesworth Station. Het is de enige mogelijkheid om de witte huizen met rode daken te zien. Er zijn vanaf de doorgaande gravelweg weliswaar twee toegangswegen, echter alleen bestemd voor de bewoners.
We lopen het hek uit en we steken de glooiende heuvel over. Rechts van ons zien we op zo’n 100 meter van ons verwijderd twee paarden en de bekende grote zwarte koeien onder bomen staan.
Aan het eind van de oversteek zien we beneden ons het dorp liggen. Een bord geeft informatie over het ontstaan ervan. In de 19e eeuw kwamen pioniers hier op zoek naar graasweiden voor de schapen. Later zijn de koeien er bij gekomen. De inwoners van Molesworth Station waren volledig zelfvoorzienend. Ze hadden een woolshed en een bakkerij. Pas later is men begonnen met het verbouwen van groente, wat op deze grondsoort niet eenvoudig was.
Soms kreeg men visite vanuit Blenheim, een hele onderneming. De tocht met een wagen getrokken door acht paarden duurde vier dagen. En men moest ook weer terug.
Het leven in dit gebied was en is niet gemakkelijk door de extreme weersomstandigheden gedurende het gehele jaar. Er valt 670 tot 2000 mm regen per jaar, afhankelijk van het gebied. Sommige plaatsen krijgen slechts 300 mm regen. Het is niet ongewoon dat er ’s winters 45 cm sneeuw valt en gedurende acht weken blijft liggen. Zelfs in de zomer kan het sneeuwen. Gemiddeld 230 dagen in het jaar komt er vorst voor. De hoogteverschillen in Molesworth varieert tussen de 600 en 1800 meter. Molesworth Station ligt op een hoogte van 890 m. Men kan zich wel voorstellen dat de temperatuurverschillen hier enorm zijn.
Onderweg hebben we enkele boerderijen gezien. De schapen en koeien die zij houden, hebben een enorm groot terrein om in te grazen. Niks geen weilandje of stal. Vaak is het vee ver van de boerderij verwijderd. De boeren hebben zich weten te settelen in dit afgelegen gebied. In een tijdschrift lezen we dat de boeren het land in bruikleen hebben tot 2020. Daarna wordt besloten welke bestemming het gebied krijgt. Iedereen mag er over meepraten waardoor het voor de bewoners onzeker is of zij er kunnen blijven wonen en werken.

Op het bord lezen we informatie over de plantengroei en de kea, een zwarte vogel. De kea’s zijn tegenwoordig beschermd nadat ze vroeger in grote getalen werden gedood. De vogels zaten op de rug van de schapen en doodden ze als prooi. Er was geld te verdienen voor elke kea die werd gedood. Het was zelfs een dubbele beloning, want de vogel werd vervolgens gekookt in een smaakvolle stoofpot.

Op het randje van dag en nacht besluiten wij terug te wandelen naar onze campervan. De grote zwarte koeien die voor de wandeling nog onder de bomen stonden, zijn nieuwsgierig geworden. Twee wandelaars, altijd interessant. In een rij zien wij de stoet van zeker 30 robuuste viervoeters achter elkaar lopen en ons pad doorkruisen. Als ze ons zien, stopt de rij. Wij kijken naar de beesten, zij naar ons. De voorste blijkt een stier te zijn en tevens de leider van de dames. Hij gooit zijn kop met vervaarlijke horens omhoog en maakt zich groot. Ai! Het gezelschap is meteen minder leuk geworden. Vooral wanneer de stier een paar stappen onze richting oploopt. Wat nu? Ze zijn toch min of meer ‘wild’, denken wij en dan weet je maar nooit hoe ze zullen reageren. De stier is tot de gedachte gekomen om nog verder dreigend onze kant op te lopen. “Laten we om de heuvel heen lopen”, zegt Ina, “ik vind het eigenlijk wel wat eng worden en heb geen zin in gedoe.” Eerst dalen we de heuvel af totdat wij uit hun zicht zijn en gaan we met een grote boog om de kudde heen. Na enige minuten lopen zegt Jeroen zacht: “Ik denk dat ze er niet meer zijn. Aan het geroffel van de hoeven te horen, zijn ze een andere kant op gerend.” “Ik kijk wel even.” Ina neemt polshoogte en loopt omhoog. Verbaasd ziet zij de kudde verderop weer onder dezelfde bomen staan, precies op onze nieuwe route. We lopen in tegengestelde richting en als de kudde ver van ons is verwijderd, steken we snel de berg over en voelen wij ons veilig in onze eigen omheining. Het lijkt een avontuur van niets, maar je kunt met zo’n drieste onvoorspelbare, stier en zeker in de schemer beter voorzichtig zijn.
Nog even kijken we naar de maan die de bergen verlicht, observeren enkele zichtbare sterren en stappen de campervan in. We slapen op een hoogte van 900 meter. Zo hoog hebben we nog niet geslapen en we verwachten dat het in de nacht kouder zal zijn dan we gewend zijn. We kruipen onder het dekbed met een extra laken over ons heen. Nog nagenietend van de fantastische tocht van vandaag, vallen we in slaap.

Waiau, Mt. Lyford Lodge, 5 maart
Bij elke kampeerplek vergt het enig nadenkwerk om zo te parkeren dat we bij goed weer buiten in de zon kunnen ontbijten. Overal ter wereld komt de zon in het oosten op, echter onder de evenaar draait de zon van rechts naar links. Het ontbijt is dit keer in optima forma, met zon, zonder sandflies .
We breken snel op, want we hebben nog een 80 km lange offroad route te gaan en vervolgens nog een uur naar Waiau. Er zijn meer wolken in de lucht dan gisteren, maar nog steeds is het helder weer. Ook dit deel is prachtig.

We zijn nog maar net op weg of voor ons zien we een fietser. Als we hem passeren, zien we dat het Richard is. We zwaaien naar elkaar, wij relaxt rijdend in de campervan, hij lopend met de fiets aan de hand vanwege de zeer steile gravelroad. Het is ook geen doen om dit stuk te fietsen. Even later rijden we over de Wards Pass. Opnieuw slaat de verwondering toe. Voor ons stroomt de Saxton River die zich voegt bij de Acheron River. Samen slingeren zij zich door een enorm wijde vlakte waar geen huis is te bekennen. Niet voor niets noemt men dit gebied heel toepasselijk Isolated Flat. Aan het eind van dit gebied staan we boven op de Isolated Saddle met het enorme uitzicht op het stroomdal. “Stop maar, het is tijd voor een koffiestop”, zegt Ina. Jeroen geeft direct een draai aan het stuur en parkeert de campervan. We stappen uit, koken water, klappen de tafel en stoelen uit en genieten even later van de Torajakoffie in de warme zon. “Het lijkt wel zomer,” grapt Jeroen.

Ina zet het tweede kopje koffie terwijl Jeroen de omgeving verkent en de informatieborden bestudeert. Als hij terug komt, vertelt hij over de berg die achter ons ligt en de naam Mount Augarde draagt, vernoemd naar Ivanhoe Stanley Augarde. Het is een droevig liefdesverhaal van de 24-jarige jongeman, drama ten top. Hij werd smoorverliefd op Kate Gee die mijlen ver weg woonde. Echter, zij wilde zijn liefde niet beantwoorden en het contact verbreken. Ivanhoe liet het er niet bij zitten en hij smeekte haar in een brief om van gedachten te veranderen. Vervolgens vroeg hij één van de werkers, Germain Charlie of hij de brief aan haar wilde overhandigen. Dat wilde hij natuurlijk wel voor hem doen. Maar hij was nieuwsgierig van aard, opende de brief en deelde de inhoud met de andere werkmannen. Ze maakten hem belachelijk en ze hadden er vast en zeker de grootste lol om. Ivanhoe kwam hier achter, nam uiteindelijk zijn geweer en schoot German Charlie dood. Vervolgens keerde hij terug naar de vallei en pleegde zelfmoord. Een eeuw later is de berg naar hem vernoemd.
“Wat een zielig verhaal”, zegt Ina. “Het is ook altijd hetzelfde liedje. In veel landen weet men een dergelijk liefdesverhaal te vertellen, al dan niet waargebeurd. Het lijkt warempel wel op het verhaal van de Franse film ‘Manon Des Sources’ van Marcel Pagnol.” Jeroen begrijpt direct de vergelijking. Regelmatig kijken we in Frankrijk naar deze film, prachtig in beelden vastgelegd. Het verhaal verloopt in een traag tempo, complotten worden er gesmeed, de acteur Daniel Auteuil, die overigens zijn rol volmaakt uitvoert, wordt verliefd op de jeugdige Manon, zij heeft geen trek in hem, hij is ten einde raad en eind van het liedje is dat hij zich van zijn leven berooft. Tranentrekkend en dramatisch. Ina vraagt zich nog af waarom men ooit heeft besloten een berg naar een moordenaar te vernoemen. Deze vraag blijft op dit moment onbeantwoord.

Ondanks dat we voor het weer en het fantastische uitzicht, waar we niet op uitgekeken raken, gerust kunnen blijven zitten, breken we toch op. We vervolgen de weg en we zien de Acheron en Alma River bij elkaar komen. Men noemt het the Devide.
Even later zien we reizigers te paard op ons af komen met extra paarden die de bagage dragen. Ook een fijne manier om te reizen. De paarden lopen stapvoets waardoor je alle tijd hebt om rond te kijken. En wie fietst er voor ons met een kleine stofwolk achter zich? Richard! Hij zwaait dit keer uitbundig naar ons. Blij met de snelle afdaling.

We volgen de gravelweg die overigens goed begaanbaar is. In de winter en na een aantal fikse regenbuien zal dat wel anders zijn. De weg wordt dan ook gesloten.
Nog steeds hebben we uitzicht op de bergen wat wij niet saai, wel boeiend vinden. Wij krijgen er in ieder geval geen genoeg van.

Langzamerhand rijden we het gebied uit via Jacks Pass. We zien de bergen groener worden. Na de afdaling met schitterend uitzicht op de volgende bergketen arriveren we in Hanmer Springs, draaien de geasfalteerde weg op, rijden langs de rivier Waiau en
komen na een uur aan in Mt. Lyford Village. Bij het motel volgen we de aanwijzing op het bordje en parkeren op de juiste plek. Als we het restaurant binnen lopen, krijgen wij een warm onthaal van twee dames die achter de bar staan. Eén van hen geeft ons een rondleiding langs de keuken, sanitair en het washok en wenst ons een prettig verblijf. Inmiddels is het bewolkt en koud geworden. Na een lange reisdag trakteren wij onszelf op een maaltijd in het restaurant. De eigenaren zijn zeer vriendelijk. De man, tevens de kok, vertelt dat er in de winter wordt geskied. Hij toont ons een foto met de ingesneeuwde lodge. “Elk jaar valt er veel sneeuw. Soms zoveel, en dat gebeurt regelmatig, dat men vanaf de top 16 km naar beneden kan skiën tot aan het motel.” Het klinkt aantrekkelijk, maar wij denken dat we een tweede vakantie naar Nieuw Zeeland toch maar overslaan.
Waiau, Mt. Lyford Lodge, 6 maart
Vandaag hangt de bewolking laag en het regent de hele dag. Geen verloren dag voor ons. We maken filmpjes van de tocht door Molesworth Station en schrijven verder aan het reisverslag.
’s Ochtends krijgen we bezoek van Inge. Zij fietst alleen door NZ en ze vraagt ons of ze een lift kan krijgen naar het noorden richting Picton. Ze wil een deel van de Queen Charlotte Track fietsen. Toevallig rijden wij dezelfde kant uit en ze kan morgen met ons mee.
’s Avonds eten we met zijn drieën in het restaurant. De kok heeft gisteren lekker voor ons gekookt en dat zal hem een tweede keer ook wel lukken, denken wij.
Keneperu Sound, 7 maart
Zodra we na het ontbijten de bagage en mountainbike van Inge de campervan hebben ingeladen, rijden we door de bergen richting noordoost. De wolken krullen zich ook vandaag om de toppen, maar we zien genoeg om de schoonheid van de omgeving te bewonderen.
We bereiken de oostkust en tevens de vele wegonderbrekingen vanwege de aardbeving van 2016. Eén rijstrook wordt steeds afgezet, waardoor de reis langer duurt dan normaal. We mogen passeren met een gangetje van 30 km/u. De ‘Camper Mate-app” heeft ons voor het oponthoud al gewaarschuwd. In een langzaam tempo rijden we langs de zee en de kliffen. Dan zien we de zeeleeuwen op de rotsen liggen. Eerst één, dan twee, drie, vier en vervolgens heel veel. Als we uitstappen, horen we de jonge zeeleeuwen roepen en over de kliffen naar hun moeder hobbelen. Heel schattig. In Doubtful Sound hadden we voor het eerst een paar zeeleeuwen gezien, maar hier zien we heel veel kolonies bij elkaar. Na de foto’s en filmopnames rijden we verder.
In Picton kopen we tickets voor de oversteek naar het Noordereiland. Het is noodzakelijk om in het hoogseizoen van tevoren online te boeken. Nu we vlakbij Picton zijn, besluiten we het direct maar te regelen. Een aantal boten zijn al volgeboekt. Wij besluiten om op 13 maart om 14.00 uur naar de Hoofdstad Wellington te varen. Mooi geregeld.
Het is over zeven uur als we Inge afzetten bij haar plaats van bestemming. Wij wensen haar succes en veel plezier. Het zal vast een mooie tocht worden met een prachtig uitzicht op de sound.
Vandaag is het plan om naar Titirangi Bay te rijden. We zien hier van af. Er is nog een uur te gaan over een gravelroad die in het donker nauwelijks zichtbaar is, zo ook het uitzicht. “Zonde”, zeggen wij tegen elkaar. We rijden daarom tien minuten terug naar Kenepuru Head waar een DOC kampeerplaats is. Op het grote terrein staan vier campervans. Plaats te over om een plekje uit te zoeken voor een rustige overnachting.
Titirangi, 8 maart
Onze buren zijn vroeg uit de veren en wij horen ze vertrekken. Kort daarna stappen wij ook uit bed. We zien dat we aan het eind van de Keneperu Sound staan. Dit keer doen we een snel ontbijtje, zodat we kunnen vertrekken naar Titirangi Bay. Niet iedereen wil de vele kilometers over deze dirt road naar het uiterste noordelijke puntje van het Zuidereiland rijden, waar de weg ophoudt en je op een baai uitkijkt. Er zijn genoeg baaien die via de asfaltweg zijn te bereiken. Wij willen dat juist wel. Alle comments op de app van ‘Camper Mate’ zijn lovend over de plek. Onze verwachtingen zijn daarom hoog.
Na gehobbel en gerammel bereiken we het hoogste punt. Zo’n 450 meter beneden ons ligt Titirangi Bay. Fabuleus. Wat een plaatje! De gravelweg leidt ons via vele bochten en langs een stel koeien en schapen naar het 0-punt. Ina opent het hek en Jeroen rijdt de campsite op. Ook hier grazen de schapen, enigszins gewend aan de rustige gasten. Wederom staan we op het mooiste plekje van de camping, vinden wij zelf. De andere gasten zijn vier locals die hier permanent hun caravan hebben gestald en met de boot vanaf het strand zo de zee invaren om te vissen.
We melden ons bij de boerderij om te betalen en maken kennis met Rachel, de eigenaresse. Zij en haar man wonen hier al 23 jaar. Achttien maanden geleden zijn ze begonnen met de campsite. Ze bezitten veel schapen en koeien en het is keihard werken. Na vele jaren dit werk te hebben gedaan, willen ze de farm verkopen. Zelf vinden ze dat ze niet geïsoleerd wonen. Je went er aan om je boodschappen drie uur verderop te doen en het is een mooie tocht.
We vragen haar of we hier kunnen wandelen. “Oh yeah, sure!”, zegt ze. Ze loopt ons op haar sokken voor om de berg aan te wijzen waar we kunnen wandelen. “Daar het pad naar beneden volgen, pas bij de dennen over het hek klimmen anders loop je in het weiland van de stier (daar hebben we inmiddels slechte ervaringen mee), schuin naar boven de berg op lopen voorbij de schapen en de koeien richting het bosje, dan kom je vanzelf op het zandpad. En dan kun je heel, heel ver lopen. Bij haar laatste zin maakt ze grote armgebaren richting de berg. Dat lijkt ons geweldig. Nu nog hopen dat het weer een beetje meewerkt.
Wij lopen terug naar de camping om een avondpotje te koken. Vanwege de enorme wind eten we binnen en bewonderen het uitzicht in de baai. Niet slecht!

Titirangi, 9 maart
Het was ons het nachtje wel. De enorme windvlagen logen er niet om waardoor wij regelmatig en letterlijk wakker werden geschud. Zo konden we meteen naar de mooie sterrenhemel kijken.
Een bijkomend en niet geheel onbelangrijk voordeel van de wind is dat het is opgeklaard en we ’s ochtends tegen een blauwe hemel aankijken als we het gordijn opzij schuiven. De harde wind is echter nog steeds aanwezig, dus buiten zitten is niet echt aangenaam.
We trekken onze windstopper aan, nemen de rugzak mee en wandelen het pad af, langs de stier. Het eerste deel gaat steil omhoog waardoor we meteen een groots uitzicht hebben op de blauwe lucht en de blauwe zee. We krijgen het vanzelf warm door de klim en de zon. Ver beneden ons zien we de campervan als een klein wit stipje. Onderweg komen we veel schapen tegen. Eerst kijken ze ons aan en als we te dichtbij komen, rennen ze voor ons uit en vluchten de berg af totdat ze op een veilige afstand van ons zijn verwijderd. Als we de berg voor de helft hebben bewandeld, zoeken we tussen de schapenshit en de koeienvlaaien een plaats om te lunchen. Drie schapen die verder op in het gras liggen, kijken ons nieuwsgierig aan. Omdat wij rustig zitten, maken zij geen aanstalten om weg te lopen, maar ze houden ons wel in de gaten. Pas als we opstappen, rennen ze hard de berg af.

Het pad lijkt niet te eindigen wat ons goed bevalt. Hoe hoger we komen, hoe meer eilanden we in de verte zien. Af en toe openen we een hek om de weg te vervolgen. Totdat er op een hek staat dat het achter de omheining niet voor publiek toegankelijk is. Dat is jammer! Wij hadden nog wel verder willen wandelen. We lopen het pad terug en kijken omhoog naar een topje. Jeroen heeft altijd de drang om naar het hoogste punt te gaan en Ina voelt al aankomen dat het ook nu weer het geval is. Er is geen pad die ons daar naar toe brengt, dus dat wordt klimmen. Hoger op de berg waait het behoorlijk. Soms moeten we zelfs ‘plat’ tegen de berghelling hangen. Na een half uur staan we onder de top. Verder lopen is te gevaarlijk vanwege de steilte en de wind. Het uitzicht is gigantisch. We dalen uiteindelijk weer af naar de baai en via het strand bereiken we de campsite. Tijd voor een borrel en nagenieten van de schitterende tocht.
We zijn het er over eens: Titirangi Bay is een waanzinnig mooie, besloten, afgelegen, liefelijk en tegelijkertijd ruige plek waar maar weinig mensen komen. We hebben genoten van de natuur en de rust. Op de app van Camper Mate hebben we een comment toegevoegd.
‘Indeed it is a long and winding road to get to Titirangi Farm, but it is worth every minute of it. The campingsite is fabulous and everything you need is there for a pleasant stay. We walked up on the hill, passed the sheep and enjoyed the great view. The owners are very friendly. Thank you for sharing this ‘best kept secret’.
Marahau, Sandy Bay, 10 maart
Over drie dagen vertrekt onze geboekte ferry. Genoeg tijd om naar Sandy Bay te rijden. We hebben de kaart erbij gepakt en we dachten dat het er, alleen al om de naam, wel mooi zal zijn. Eerst een uur terug over de gravelroad, aan het eind van de weg rechtsaf en rijden richting Linkwater. Als we door Havelock rijden, zien we veel restaurants waar ze ‘greenlip mussels’ aanbieden. Wij hebben geen idee wat voor soort mossel het is, maar Ina is vastberaden om er op de terugweg te eten. Een vergelijkend warenonderzoek met de Zeeuwse mosselen zoals Jeroen ze klaar maakt (en die zijn fantastisch!), is altijd een culinair onderzoek waard. Ze verheugt zich er nu al op.
Nelson is een grotere plaats waar veel toeristen komen voor het strand en de watersport. Het is er een drukte van jewelste. File! Waardeloos! We zitten er midden in en we kunnen alleen maar aansluiten. Gelukkig is de file van korte duur en we rijden langs de kust naar Marahau. De smalle weg doet ons sterk denken aan de Côte d’Azur, het kronkelt en slingert zich een weg langs de bergen en inhammen, met steeds uitkijkjes over de diep blauwe zee. Prachtig! Bij aankomst bij de kampeerplek blijkt deze vol te zijn. Duidelijk te zien aan het bord [no vacancy] en aan de vele campers op een rij. Ina gaat op onderzoek uit en Jeroen staat wat hulpeloos om zich heen te kijken. Dat trekt blijkbaar de aandacht van een dame op middelbare leeftijd: ”Can I help you? Want a place? O dear, no reservations? Lots of people make that mistake. Maybe you can ask at the office, sometimes they find a place somewhere.” Jeroen loopt naar het kantoor dat we in eerste instantie voorbij zijn gereden en treft daar Ina aan. Ze heeft al wat kunnen regelen. We kunnen staan op een plaats voor een tent en dan de volgende dag verplaatsen naar een camperplek die dan vrijkomt. De hulpvaardige dame blijkt samen met haar man het beheer van de kampeerplek te doen en we kletsen nog even met elkaar door. De reden dat alles zo vol is, komt door de cycloon van drie weken geleden. Een camping in de buurt is volledig gesloten en een ander heeft maar de helft aan plekken beschikbaar. Alles is door modderstromen uit de bergen bedolven en daarvan hadden we ook al de sporen onderweg gezien. Merkwaardig dat we hier niets van hebben mee gekregen. Op dat moment zaten wij aan de zuidkust bij Orepuki bij de tavern. De bewoners en gasten hoorden we er niet over spreken en ook het thuisfront heeft niet geïnformeerd of wij in de buurt waren van de cycloon. Wel herinneren we ons dat het hele Zuidereiland verpakt was in een donker wolkenpakket.

Marahau, Sandy Bay, 11 en 12 maart
De volgende twee dagen is het prachtig weer, zoals is voorspeld. De zon schijnt volop en we verplaatsen de camper. Nu hebben we stroom en wifi en kunnen we weer wat foto’s en video’s plaatsen op de blog. Verder verstrijken de dagen met lezen, wandelen, liggen op het strand en vakantie vieren.
Picton, 13 maart
We vertrekken op tijd, half 8 in de ochtend, en rijden op ons gemak naar de ferry in Picton. We hebben ruim de tijd voor de tocht van 3,5 uur en dus nemen we de mooie en langzame route langs de Sound. We komen weer langs Havelock, maar in de ochtend is het wat vroeg om aan de mosselen te gaan. “Dan eten we de mosselen wel op het noordereiland”, zegt Ina, enigszins teleurgesteld. Als pleister op de wonde nemen we koffie met iets lekkers erbij. Jeroen regelt intussen het bijvullen van de gasfles.
Picton ligt er rustig bij. We vinden eenvoudig de weg naar de terminal, want alles staat goed aangegeven. We wachten een half uurtje en kunnen dan de ferry oprijden. We gaan direct naar het hoogste dek en vinden een bankje om van daar afscheid te nemen van het Zuidereiland. De ferry verlaat stipt op tijd de haven en vaart door de Queen Charlotte Sound. Dit is een schitterende bonus op de maand die we hebben doorgebracht op het Zuidereiland. Bye, bye, it was awesome!
