Sulawesi

2018, Indonesië Sulawesi

Reisbestemming:
● Maros, Rammang-Rammang, Sengkang – BBC Hotel
● Danau Tempe, vissersdorp
● Tana Toraja, Rantepao en omgeving – Torsina Hotel

 

Sulawesi, 30 januari 2018
Bestemming: Maros, Rammang-Rammang, Sengkang

08.30 uur, het vliegtuig landt in Ujung Pandang. Ina verheugt zich op het weerzien van Tana Toraja. Volgens haar is het één van de allermooiste gebieden in Indonesië en de mensen zijn er super aardig en relaxt. Jeroen moet het zelf zien om dat te kunnen bevestigen.
Bij aankomst maken wij kennis met de Nederlands sprekende gids Adil en de Indonesische sprekende chauffeur Rusli. Vlak voordat we Ambon verlieten heeft Ina via Adil het vervoer geregeld om de tijd maximaal te benutten in plaats van zoeken naar een chauffeur en te onderhandelen over de prijs. Een gids hebben we niet nodig, want Ina heeft als tourleader in Indonesië gewerkt en zij is er vele malen geweest. Iemand die voor het eerst naar Tana Toraja gaat, raadt zij wel zeker een gids aan. Er is veel te vertellen over de cultuur en de gids kent de mooiste plekjes om foto’s te maken.

Adil brengt ons tot Holland Bakery, dè bekende broodjeszaak en hij raadt ons aan lumpur te kopen. Dit doen we gedwee en ook voor Rusli nemen we deze lekkernij mee. Het is inderdaad verrukkelijk.
Wij nemen al weer afscheid van Adil en vervolgen de reis met Rusli. Overigens reageert hij ook op de naam ‘Bruce Lee’ als je zijn naam niet kunt onthouden. Meteen valt ons op hoe rustig hij rijdt, rekening met ons houdt als we foto’s en video’s willen maken vanuit de bus, andere weggebruikers voor laat gaan en ondertussen vrolijk met Ina in het Indonesisch praat. Ze hebben samen de grootste lol en Jeroen krijgt stante pede de vertaling om mee te lachen.
We zijn nog maar net op weg in de gemeente Maros, of de eerste fotostop kondigt zich aan. Rechts van ons doemen in de sawahs grote rotsen op. Ze zien er merkwaardig uit, maar verklappen meteen dat hier ooit de zee was en het water de rotsen heeft uitgesleten. Het levert prachtige plaatjes op.

20180228_190411

Door de sawah wandelen we terug naar de bus en rijden verder naar Rammang-Rammang richting de bergen. Daar stappen we een boot in en varen de smalle rivier op tussen de hoge bergen door. Het doet ons sterk denken aan Giethoorn, waarbij je in plaats van rietvelden tussen de palmen doorvaart. Het genot van een fluisterboot zou hier zeker een meerwaarde hebben. Dan komen we bij een dorpje aan, omsloten door bergen. Hier wonen slechts 17 gezinnen. We betalen bij de ingang Rp. 10.000 en lopen langs de huizen op palen, tussen de sawahs, langs de eenden die worden gehouden voor de eieren en zien wij de enige koe in het aangenaam rustige dorp. Het zou een mooie plek voor een filmlocatie kunnen zijn. Onze schipper loopt achter ons en hij nodigt ons uit om bij hem thuis koffie te drinken. Daar hebben wij wel zin in. ”Heb je Torajakoffie?”, vraagt Ina. “Ja hoor”, zegt de man vriendelijk. “Dat is zo’n lekkere koffie”, zegt ze tegen Jeroen, “nog wel lekkerder dan kopi luwak”. We nemen plaats op de veranda en we genieten van het warme bakkie èn het uitzicht. Geen slecht plekje om te wonen als je van rust houdt, constateren wij. De man vertelt ons dat het mogelijk is om bij bewoners je vakantie door te brengen. Geen luxe, slechts een simpel onderkomen. Wij zouden het zo doen, maar Rusli wacht niet voor niets op ons.

img1519765460522

Als we terug zijn bij de bus, rijdt Rusli ons verder naar Sengkang en Danau Tempe, het Tempemeer. Het heeft trouwens niets te maken met tempe, Ina’s favoriete eten. Onderweg zijn we genoodzaakt een alternatieve route te nemen vanwege de brug die wordt gerestaureerd. Niet erg, de weg voert door de heuvels en wederom langs de sawahs en traditionele huizen van de Buginezen. Deze bevolkingsgroep zijn bekende zeevaarders die met hun eigen gebouwde schoeners, een langsgetuigd zeilschip, ver voor de komst van de Nederlanders naar nabijgelegen eilanden in Indonesië en Maleisië voeren. De Bugis hebben een eigen taal en zij zijn de grootste etnische groep van Zuid-Sulawesi. De bouwstijl van de huizen is zeer charmant. De huizen met zinken daken staan op palen en een trap leidt naar de brede overkapte veranda die de gehele voorzijde van het huis beslaat. Onder het huis is vaak een extra ‘loungeplek’ van bamboe gemaakt. Het geheel is van hardhout gemaakt, vaak opgefleurd met vervaagde pasteltinten.

img1519764461290

Ina vertelt Rusli dat zij Tana Toraja vele malen heeft bezocht en heeft gewerkt met verschillende Nederlands sprekende gidsen. “Ik heb samen met Stien gereisd, maar zij woont al jaren in Nederland.” “Oh, Stien. Ik ken haar ook!”, antwoordt Rusli verrast. “En met Arung”, vult Ina aan. “Arung werkt nog steeds als gids. Hij is nu in Makassar. Ik zal hem bellen en zeggen dat je hier bent. Wij reizen regelmatig samen naar Tana Toraja. Misschien kunnen jullie elkaar ontmoeten.” Dat zou leuk zijn. We wachten zijn bericht wel af.

Voor de lunch brengt Rusli ons naar een lokaal restaurantje waar wij pertinent de ayam bakar, geroosterde kip moeten eten. Rusli is moslim en hij zoekt zijn restaurants zorgvuldig uit. Geen varkensvlees en het moet ontzettend lekker zijn. Wij nemen plaats vlak bij een fan. Het is goed warm in het restaurant. De bestelling is vlot gedaan en we zien hoe de kip wordt geroosterd: buiten op een houtskoolvuurtje vlak voor het restaurant, aangewakkerd door de aan het plafond bevestigde fan die het vuurtje doet oplaaien. Wat een inventiviteit! Het ruikt heerlijk en het smaakt delicieus. Geen woord te veel, Rusli heeft gelijk. Je moet ook altijd vertrouwen op het restaurantadvies van een chauffeur. We rekenen af en vertellen Rusli dat wij ook voor hem betalen. Met zijn brede lach bedankt hij ons hartelijk, kruipt met zijn volle buik achter het stuur en hij rijdt ons veilig naar Sengkang waar we omstreeks 17.00 uur arriveren om de nacht door te brengen in het BBC Hotel.

 

Sulawesi, Sengkang, 31 januari 2018
Bestemming: Danau Tempe, weverij in Sengkang, Tana Toraja

Als een blok hebben we geslapen en dan kan het niet anders dat je uitgerust wakker wordt. Vanaf het balkon waar wij het ontbijt nuttigen, zien we Rusli aan de overkant van de straat bij de bus staan. Vrolijk zwaait hij naar ons. “Hij checkt vast of we op tijd wakker zijn om de boot te halen”, grapt Ina.
“Selamat pagi”, groet Rusli ons als wij naar hem toe lopen. Wij maken kennis met de schipper en stappen in zijn boot. “Oh, het is een James Bond-boat”, zegt Ina, “zo’n boot waar James Bond een stunt mee heeft uitgehaald.” Ze herinnert zich een film waarbij de boot spectaculair over een brug vloog en keurig aan de andere kant in de rivier terecht kwam. Deze boten kunnen heel hard varen, maar wij hebben in het geheel geen haast. De schipper vaart rustig de rivier op. Links en rechts zien wij hoe de bevolking in de rivier en kanalen wonen in houten huizen op palen. Het bruine water wordt gebruikt om er de was in te doen, de groente te wassen en om er zichzelf in te wassen. Je kunt er wat van vinden, het is maar wat de mensen gewend zijn of er is gewoon geen andere optie.

img1519793519207

De boot vaart naar links en bij een vrouw kopen we kaartjes om het drijvende vissersdorpje te zien dat zich in het Tempemeer bevindt. Na ruim een half uur varen, zien we de drijvende huizen waar wij tussendoor varen en foto’s schieten. We zien een kip onder het huis en vragen de schipper of hij er naar toe wilt varen. “Ik denk niet dat hij thuis is, anders kunnen we even bij hem binnen gaan”, zegt de man. Juist als de boot naast de bamboevlotten van het huis heeft aangemeerd en de kip zodanig heeft opgeschrikt dat die zenuwachtig onder het huis op en neer wipt, zien we het hoofd van een man door een opening verschijnen. “Ah, hij is er toch”, zegt de schipper. Nieuwsgierig als we zijn, vragen we de schipper of we binnen mogen kijken. De booteigenaar verzekert ons dat we de man een bezoekje mogen brengen. Jeroen stapt voorzichtig over het wiebelige vlot van bamboestokken naar het huisje. De bewoner is inmiddels naar buiten gelopen. Jeroen begroet hem, geeft hem een hand en zegt verontschuldigend: “Maaf.” Maar de man maakt een uitnodigend gebaar. Ina is inmiddels ook de boot uitgestapt. Als we het huisje binnen gaan, zien we hoe eenvoudig er wordt geleefd. Er is een keuken met een tweepits gasstel, enkele pannen, kookgerei hangend aan de muur en natuurlijk een cobek, een vijzel. In een kommetje zien we een paar kleine visjes. Achter het ene bamboemuurtje is de slaapplaats en achter het andere muurtje is de opslagplaats voor de visnetten.
Ina gaat naast de man op de grond zitten en maakt een praatje met hem. Hij verontschuldigt zich dat zijn vrouw niet thuis is. Zij hebben een tweede huis op het land, dus hopelijk valt het met de armoede mee. In het verleden woonde men fulltime op de drijvende huizen en tegenwoordig worden de huizen meer als werkplaats met overnachtingsmogelijkheid gebruikt.
“Het is hier gezellig”, zegt Ina. De man kijkt haar meewarig aan en zegt dat het zeer eenvoudig is. Dat maakt Ina niet uit en ze laat hem weten dat ze hier wel zou kunnen slapen. Ina vervolgt: “Als jij gaat vissen, dan kan ik voor je koken.” De man lacht verlegen naar haar. Hij durft nauwelijks iets tegen haar te zeggen.

img1517643833209

We besluiten om weer op te stappen, want we moeten vandaag nog een heel eind rijden naar Torajaland. De boot vaart dezelfde route terug over het meer, langs de drijvende velden met waterhyacint en door de rivier. Vlot pakken we de rugzakken uit de hotelkamer en Rusli zet koers naar Tana Toraja! Althans, dat denken wij. “Willen jullie nog een weverij zien?” Rusli is niet alleen chauffeur, maar doet tevens dienst als gids. ‘ “Een weverij. Wel ja. Waarom ook niet”, antwoorden wij. Het is zeker niet de eerste keer dat we een weverij bezoeken en vast niet de laatste. In de werkplaats staan acht weefgetouwen waar jonge mannen en vrouwen achter werken. Eén van de mannen zit zelfs bovenop het weefgetouw om het gebroken garen te herstellen. Met de voeten wordt de machine bediend. De houten klos met garen knalt tussen de schering en inslag tegen het framewerk aan, wat een hels kabaal maakt. Gehoorbeschermers gebruiken ze niet, wel zien we de oordopjes van de HP, handphone in hun oren. Het is maar de vraag of dit helpt tegen teveel lawaai met betrekking tot een eventuele gehoorbeschadiging.
Jeroen ziet een bordje dat naar de trap wijst en dat duidt op verkoop van geweven stoffen. De grote ruimte ligt volgestouwd met handgeweven lappen stof van zijde, in allerlei motieven en kleuren. We komen op het idee om een lap stof uit te zoeken voor een sprei op ons bed in Baron. Een leuk souvenier, denken we. Vervolgens moet het motief en de kleurstelling wel passen bij de Provençaalse sfeer. Nog geen eenvoudige opgave in Indonesië. De ene na de andere rol stof wordt hulpvaardig door de verkoopsters uitgerold op de grond. Bij elke rol zeggen ze in koor: “Bagus, this is beautiful!” Uiteindelijk zijn we het snel eens over een kleurrijke zijden stof en Ina begint het tawar, afdingen wat de gewoonste zaak is in Indonesië. Zij krijgt 30% van de vraagprijs af.

img1519766348982

“Ik heb ook met Arung gebeld”, zegt Rusli als we wegrijden, “hij is nu in Makassar en overmorgen komt hij in Rantepao met gasten. Wacht, ik bel hem wel even.” Al gauw heeft hij contact en hij geeft de telefoon aan Ina. Het is een vrolijk gesprek en er wordt afgesproken dat we overmorgen ’s avonds met elkaar zullen eten.

De weg naar Tana Toraja is prachtig. Onderweg stoppen we voor de lunch en een koffiestop. Ina merkt op dat in vergelijking met 24 jaar geleden tot en met de poort van Tana Toraja links en rechts huizen staan en er veel verkeer is op de weg. Vroeger was het gebied langs de weg verlaten en kon je rustig over de weg lopen. Dat gaat nu echt niet meer. Bij de poort weet zij te vertellen dat er altijd een oude man zat die goed Nederlands sprak en graag een praatje met de gasten maakte. Toevallig ontmoeten wij zijn kleindochter. Ina herkent het huis van de familie, maar de huizen er naast zijn voor haar nieuw.

img1519796990754

Vlak voor Rantepao arriveren we bij het Torsina Hotel dat is gebouwd in de traditionele stijl van de Torajahuizen. Dat is een mooie binnenkomer. We worden verwelkomd door vier aardige personeelsleden en met een welkomstdrankje. De bagage wordt naar boven gebracht waar we vanachter de grote ramen van de kamer direct uitzicht hebben op de bergen. Het is rustig in het hotel en we merken dat we de enige gasten zijn.

Morgen is er een dodenceremonie en Adil heeft voor ons een gids geregeld. Kosten Rp. 500.000, € 30,00. Je betaalt altijd voor een hele dag, ongeacht hoe lang je gebruik maakt van de gids. Dit hebben we niet ingecalculeerd, maar zonder gids heb je geen toegang tot de ceremonie en we willen het wel graag meemaken.
Moe van alle indrukken en de lange reis eten we een hapje in het hotel en we gaan vroeg slapen. Morgen verwacht Rusli ons om 9 uur bij de bus.

 

Sulawesi, Rantepao, 1 februari 2018
Bestemming: dodenceremonie, koningsgraven Suaya, Babygraf, wandeling door de sawah, Kete Kesu

Vandaag gaan we feest vieren bij de dodenceremonie. Dit klink vreemd, maar zo zijn de gebruiken bij de Toraja’s wel. Aru, de gids, vertelt over het volk en de tradities.
De dodenceremonie vindt pas plaats wanneer alle familieleden aanwezig kunnen zijn, ook de familie die ver weg op andere Indonesische eilanden wonen. Het vergt zorgvuldig overleg met iedereen om een datum vast te stellen. De familie die is uitgenodigd, doneert met bijvoorbeeld koekjes, sigaretten, betelnoten, tuak, palmwijn, één of meerdere varkens of karbouwen. Als men niet in staat is om te doneren, dan doen de kinderen dat bij een andere begrafenis van de familie. Het is belangrijker om te komen, dan het geven van een donatie, omdat de familie- en vriendenband tijdens de ceremonie word versterkt. Tot het moment dat de dodenceremonie plaatsvindt, zegt men dat de overledene ziek is, wordt het lichaam gebalsemd en hij of zij ‘slaapt’ in huis. Het kan voorkomen dat een persoon wel tien jaar in huis ‘slaapt’.
Een begrafenisceremonie duurt wel drie tot vijf dagen. Bij de hoogste en belangrijkste klasse is het gebruikelijk dat er 36 karbouwen worden geslacht. Bij de twee lagere klassen slacht men respectievelijk 24 en 12 karbouwen. Tevens worden er varkens geslacht. Overigens hebben de karbouwen een mooi leven. Ze leven buiten en niet in een schuur. Ze houden er van om in de modder en in het water te zijn en bovenal, ze hoeven niet in de sawahs te werken. Dat doen de mensen. Kortom, alle karbouwen worden vertroeteld zodat ze voor de slacht lekker moddervet zijn. Een karbouw is het symbool voor rijkdom.

We arriveren bij de ceremonie ter gelegenheid van een overleden vrouw van 53 jaar. Bij de tongkonan, het traditionele Torajahuis, staat de witte kist. Speciaal voor deze gelegenheid bouwt men bij het huis een ‘dorp’ van bamboestokken waar alle genodigden worden ontvangen. Na de ceremonie breekt men alles af. De meeste gasten zijn traditioneel in het zwart gekleed. Iedereen moet zich bij aankomst melden bij de familie, zodat er genoteerd kan worden wat men heeft meegenomen aan donaties. Mannen lopen met bamboestokken waar gillende varkens aan hangen. Vrouwen dragen schalen met sigaretten, betelnoten en koekjes.
Wij lopen met de gids naar een plek waar we goed zicht hebben op wat er te gebeuren staat. De karbouwen en varkens zijn zojuist geslacht. In het midden zien we slagers hun werk doen. Links van ons zitten de belangrijkste familieleden. Rechts van ons ontvangt de familie, gekleed in vrolijk gekleurde klederdracht, de gasten. Hun familienaam en woonplaats wordt via de speakers luid aangekondigd. Zij nemen plaats, krijgen koffie, thee en koekjes en maken vervolgens plaats voor de volgende gasten.

img1519800873603

Ook wij worden uitgenodigd voor koffie en lekkernij. We worden naar één van de gastenverblijven geloodst. Voor deze gelegenheid hebben wij een slof sigaretten meegenomen die we aan de familie geven. Het wordt hartelijk en vrolijk in ontvangst genomen. Na de koffie stappen wij op. De ceremonie is echter nog lang niet ten einde.

20180225_225505

Na de familieontvangst krijgt de ceremonie zijn vervolg. De overledene wordt geplaatst bij het familiegraf. Afhankelijk van de klasse is dit in een rots, in een grot of in een mausoleum. De belangrijkste mensen, degene met een hoog aanzien, worden zo hoog mogelijk in een rots begraven. Men gelooft dat de overledene na de begrafenis op reis gaat naar het dodenrijk. Dit is de reden waarom de Toraja’s de dodenceremonie als een feest beschouwen. De familie legt bij het graf regelmatig sigaretten, koffie, koekjes, water in de plastic flessen en dergelijke neer voor de reis van de overledene. Op het eerste gezicht lijkt het op afval.
De meeste Toraja’s beleiden het christelijk geloof, een enkeling is katholiek of behoort tot de Pinkstergemeente. Er is gepoogd om de Toraja’s te bekeren tot het islamitische geloof, maar dat heeft het niet gehaald. De bevolking is gehecht aan hun tradities en animistische gebruiken. Bij een dodenceremonie heeft men tijd nodig om alle familieleden en vrienden uit te nodigen, terwijl je als Islamiet binnen 24 uur moet worden begraven. Daarnaast eten de Islamieten geen varkensvlees waar de Toraja’s nou juist dol op zijn. Het doneren van een varken is deel van de dodenceremonie. Bovendien behoort er tijdens de ceremonies ook tuak te worden gedronken. Ondanks de verschillen leven de mensen in harmonie naast en met elkaar. Rusli bevestigt dit voor 100%. Het is misschien daarom dat de mensen aardig zijn en hun levenswijze relaxt en ontspannen overkomt.

Wij bezoeken de koningsgraven Suaya in het gebied Sangalla, waar de overledenen in de rotsen zijn begraven. De graven dateren van de 17e eeuw toen men bekend was met het gereedschap om graven uit de rots te houwen. Het duurde drie jaar om een steengraf te maken. De opening is klein en afgesloten met een houten deur. Binnen is een kamer van vier vierkante meter waar de kist is geplaatst. Alleen nazaten van de koning mogen hier worden bijgezet. Een dichte deur met een rode sjerp betekent dat het graf vol is. Opmerkelijk is de tau-tau, de pop die de overledene representeert en vaak gelijkenis vertoont met de overledene. De pop maakt men van nangka, jackfruit, een lichte houtsoort. De kisten van de vrouwen en mannen worden elk in een andere richting geplaatst. Het laatste graf is met behulp van bamboeladders bijgezet in december 2017. Alle graven zijn eigendom van de families.
In een glazen gebouw voor de rots staan hele oude kisten in de vorm van een boot en een varken. We zien direct hoe mooi ze zijn bewerkt.
Het is apart om te zien hoe de tau-tau poppen uitkijken over het land. Nog vol van de indrukken lopen we terug naar Rusli die klaar staat om ons naar de volgende bezichtiging te rijden.

img1519797540888

Na de koningsgraven gaan we een kijkje nemen in het volgende dorp. Ook hier zijn graven te zien in de rotsen. Het is zeer bijzonder.

img1519801700636

De rit naar de volgende bezichtiging duurt niet lang en gaat over smalle wegen. Voortdurend is het uitzicht weids op de sawahs, de bergen en de traditionele huizen.
In Lemo stappen we uit om pasiliran, de babygraven te zien. Alleen baby’s die nog geen tanden hebben, worden in de boom begraven. De gedachte is dat baby’s in hun korte leven nog niets fout hebben gedaan. Zij worden in een levende boom begraven, die als de moeder wordt beschouwd. In de stam wordt een gat gemaakt voor het graf waar één of twee baby’s in worden begraven. Er zijn drie niveaus. Ook hier worden de notabelen hoog in de stam begraven.
Tijdens de begrafenisceremonie wordt de baby door de vader en andere mannen staand of in de foetushouding begraven. De moeder blijft thuis met de priester voor de ceremonie. Het is niet toegestaan dat zij bij de begrafenis aanwezig is. Men gelooft dat de baby anders niet kan doorgroeien en terugkeren naar de natuur.
De boom heet tara. Wanneer de boom wordt gekapt, groeien er nieuwe scheuten naast en dat staat symbool voor het doorgroeien van het kind.
Wij lopen om de boom heen en laten de informatie van de gids op ons inwerken. Jeroen concludeert dat het een mooie gedachte is dat een baby, nog totaal onschuldig, kan doorgroeien in een boom.

img1519766172750

Door de ceremonie van vanochtend lunchen we laat. Geen probleem voor ons, dan smaakt het eten nog lekkerder.
Na de maaltijd is het tijd voor een wandeling langs traditionele huizen en door de sawahs. De gids brengt ons naar een idyllisch plekje.

De stadia van de rijstbouw zijn duidelijk te zien. De rijstzaadjes worden in een kweekbed geplant. Zodra het begint te groeien, zie je felgekleurde lichtgroene halmen dat lijkt op gras. Na een paar weken wordt het uitgezet in de sawah. Naarmate de groei vordert, verandert de kleur eerst naar donkergroen en dan naar goudgeel. Door de zware rijstkorrels, gaan de rijsthalmen hangen, net zoals bij graan. Dit is het moment om te oogsten. Het is mogelijk om drie keer per jaar een oogst binnen te halen. Sulawesi noemt men één van de grootste rijstschuren van Indonesië. Overigens gebruikt men verschillende benamingen voor de rijst. Het zaad heet bibit en als het is uitgeplant in de sawah heet het padi. De korrels die met de hand of met een machine van de halmen zijn ontdaan samen, met de voedzame vlies, noemt men beras en verpakt men in grote balen. Pas als de beras is gekookt, heet het rijst, of zoals de Indonesiers zeggen, nasi putih. Wanneer je in een winkel vraagt in welk schap de rijst te vinden is en het woord ‘nasi’ gebruikt, zullen ze je merkwaardig aankijken en denken: het is hier geen restaurant! Beras wordt bewerkt tot gekookte witte rijst en daarna tot nasi goreng.
Naast witte rijst bestaat er ook rode rijst, nasi merah, en zwarte rijst, nasi hitam. Het laatste wordt alleen gebruikt om koekjes te maken.
Er wordt ook veel vis gegeten. In de sawahs zet men kleine ronde vijvers af. Zo heeft men altijd de beschikking over verse vis waar ze heerlijke gerechten mee maken.

img1519852211727

Tijdens de wandeling zijn we weer onder de indruk van de traditionele bouwstijl. Zeker vanaf de sawahs gezien, vormt het een bijzonder gezicht.

img1518176865097

Tot slot bezoeken we het dorp Kete Kesu. “Daar kun je van de traditionele huizen met atap prachtige foto’s maken”, verzekert Ina Jeroen. Maar als we er arriveren, schrikt Ina van de ‘vooruitgang’. Vanuit de bus zijn de huizen, maar ook de vele toeristenkraampjes goed te zien. Die waren er destijds niet en men kon parkeren tot in het dorp. Nu staan de bussen op een afstand op de grote parkeerplaats. Het dorp leent zich uitermate om schitterende foto’s te schieten, alleen kun je het niet zonder de kraampjes fotograferen. Dat is wel jammer. Desalniettemin gaan we toch een kijkje nemen in het dorp en de graven die er achter liggen.

Zo’n 3000 jaar v.C. kwamen de Toraja’s vanuit het huidige China met boten aan. Het is waarschijnlijk daarom dat de daken de vorm hebben van een omgekeerde boot. Zij trokken naar de bergen om er te wonen. Toraja betekent ‘volk van de bergen’.
De huizen die op vierkante palen staan, zijn noordwaarts gericht, dit als symbool van het leven. Recht tegenover de huizen staan de rijstschuren, alang, te herkennen aan de ronde palen. De muizen kunnen zo onmogelijk bij de onbewerkte rijst komen die er jaren kan worden bewaard. Aan de schuren kun je de rijkdom van de familie aflezen.
De huizen zijn versierd met houtsnijwerk in de kleuren rood, wit en zwart. Aan de voorkant hangt een karbouwenkop, het symbool van adel en leiderschap. De vele karbouwenhoorns zijn ten teken van rijkdom. Elke hoorn representeert een dodenceremonie. Naast het huis zien we rijen met karbouwenkaken aan een lijn hangen.

img1518176239288

Een huis wordt tongkonan genoemd. Tongko betekent zitten en konan betekent samen. Het dorp heeft verschillende functies. Zo zijn er sociale activiteiten, versterkt men de relaties en worden problemen besproken.
Het interieur bestaat uit drie kamers: de noordelijke kamer is bestemd voor de kinderen en gasten, de middelste ruimte is de keuken en de zuidkamer is voor de ouders of grootouders en ook voor de overledene. Inderdaad, je overleden (groot)ouder zou zomaar naast je kunnen slapen.
De tongkonan symboliseert de vrouw, de alang symboliseert de man.
Vandaag hebben we veel foto’s gemaakt. Wij constateren dat Tana Toraja zeer fotogeniek is te noemen.

img1519550119660

We rusten in het hotel wat uit en ’s avonds neemt Rusli ons mee naar een restaurant in Rantepao. Je kunt er alleen ayam bakar bestellen en die is ontzettend lekker. De komst van de vele gasten bevestigen dit. Wij betalen voor Rusli. Hij weet altijd de lekkerste restaurantjes te vinden.

 

Sulawesi, Rantepao, 2 februari 2018
Bestemming: Londa: graf in de grot, Marante: hangende graven, Rantepao: karbouwenmarkt, Palawa: traditioneel dorp

Het is vakantie en we hoeven niet vroeg op te staan. Vandaag zijn we weer zonder gids, maar Rusli neemt met het grootste gemak deze taak op zich. Hij brengt ons naar Londa waar we met een plaatselijke gids graven in de grot gaan bekijken. Ina herinnert het zich nog goed. Destijds brachten jonge kinderen de gasten met een gaslamp de grot in. Nu worden we begeleid door een volwassene die veel kan vertellen over de graven. Hij laat ons een gang zien en hij zegt dat dit via een nauwe doorgang leidt naar de andere kant. “We kunnen er in gaan als jullie willen, maar we moeten op sommige plaatsen wel kruipen”, zegt hij waarbij hij ons min of meer vragend aankijkt. “Ja, dat gaan we doen, toch Jeroen?” Ze kijkt achterom en Jeroen knikt bevestigend. “Jawel hoor!” We hebben duidelijk de smaak te pakken sinds onze klimkruipsluip-grotwandeling met Mba Ira en de Italianen in Bukit Kelor op Java. We leggen het vast op film, zodat Jeroen er een video van kan maken. Het is wederom avontuurlijk en voor Ina is dit zelfs nieuw.
Na de grotwandeling is het al dik koffietijd en we drinken samen Torajakoffie. Ondertussen kletst Ina vrolijk met de oma van het winkeltje annex koffiebar over ditjes en datjes, over het heden en verleden.

20180301_102606

Wij vervolgen onze weg naar het dorp Marante waar we de hangende graven zien. Rusli laat ons uitstappen en hij parkeert verderop. We zien de kisten onder de overhang van de rots hangen. Het ziet er wat armoedig en onverzorgd uit. Dat was vroeger wel anders. Even verderop weet Ina zich nog de bamboe hangbrug te herinneren. Helaas, het is onmogelijk om hier de rivier over te steken. De planken liggen los of zijn zelfs verdwenen. De bewoners maken tegenwoordig gebruik van de betonnen brug en ze kunnen met een auto aan de overkant komen.
Bij elk dorp geef je een vastgestelde donatie. Rusli informeert bij de mensen die er in de buurt zijn, maar niemand weet te vertellen waar we kunnen betalen. Dat is een mazzeltje voor ons, hoewel het voor ons slechts kleine bedragen zijn.

Rusli stelt voor om vandaag naar de karbouwenmarkt in Rantepao te gaan in plaats van morgen. Op zaterdag is weliswaar de grootste markt, maar dan zijn er veel mensen. Wij hebben niet zo veel zin in drukte en we besluiten nu te gaan. Bij het uitstappen waarschuwt Rusli ons voor de stank en de uitwerpselen. Wij zijn wel wat gewend en lopen de markt op met onze slippers. De zon schijnt heerlijk, maar voor de karbouwen die niet onder een afdakje staan, is het te warm. Een paar jongens besproeien de beesten met het lauwe water uit de tuinslang. Ze genieten er zichtbaar van. Bijzonder zijn de zeldzame witte albinokarbouwen. Deze zijn het duurst. De prijzen kunnen variëren van € 3000 tot € 8000 per stuk, afhankelijk van de kleur en de grootte.

img1519802953202

Nog steeds vinden we het uitzicht over de smalle weggetjes adembenemend. Na de lunch bezichtigen we het dorp Palawa. Dit dorp vinden wij zeer authentiek. In tegenstelling tot Kete Kesu straalt hier rust uit. Jongeren chillen onder het afdakje van de rijstschuur en kinderen spelen in de plassen. Andere toeristen dan wij zijn er niet.

20180301_115006

Het dorp staat tevens bekend om zijn weverij. Wij zijn altijd zeer gecharmeerd van de ikat die in Indonesië wordt gefabriceerd. Deze kleden worden op verschillende eilanden geweven in alle soorten, maten en kleuren, machinaal of met de hand. Ina kan het niet nalaten een fraai blauw kleed te kopen bij de enige weefster die momenteel in het dorp aan het werk is. Zij vertelt dat de ikat van haar overleden moeder is. Het wordt meteen een bijzondere aankoop.
Overladen met al het moois wat we tot nu toe hebben gezien, rijdt Rusli ons terug naar Rantepao.

img1519549484448

 

Het is tijd voor het avondeten en we hebben in Rantepao afgesproken met Arung. Rusli staat ons trouw op te wachten en hij rijdt ons naar het nieuwe restaurant in de hoofdstraat. Als we de bus uitstappen, horen we Arung ons groeten. “Hier zit ik!” We kijken naar boven en we zien Arung naar ons lachen en zwaaien. We lopen de trap op en Arung en Ina begroeten elkaar hartelijk. Het is wel meer dan 25 jaar geleden toen zij elkaar voor het laatst hebben gezien. Arung is nog niets veranderd. Niet qua uiterlijk en nog altijd lachen en grapjes maken. Ina stelt Arung en Jeroen aan elkaar voor. “Jullie zijn bij mij te gast, dus ik trakteer”, zegt hij beslist. Dat is bijzonder aardig van hem. Hij pakt een kadootje uit zijn tas en overhandigt het aan Ina. Als zij het opent, ziet ze tot haar verrassing twee pakjes Torajakoffie. “Dat had je niet hoeven te doen, maar we gaan er wel lekker van genieten als we naar Nieuw Zeeland gaan”, zegt Ina. We geven onze bestelling door en kletsen over vroeger toen we samen reisden. Arung haalt een foto tevoorschijn waar hij, één van de gasten en Ina lachend op staan. Rusli bekijkt de foto en merkt op dat we er jong uitzagen. Voordat het eten komt, maken we samen nog een foto. We eten heerlijk en we spreken af om morgenavond weer samen te eten.

Sulawesi, Rantepao, 3 februari 2018
Bestemming: Batutomonga voor een wandeling in de bergen met panorama uitzicht en naar een dorp met graven in rotsen.

“Willen jullie nog meer dorpen bekijken?” vraagt Rusli als we na het ontbijt zijn ingestapt. Eigenlijk hebben we meer dan genoeg gezeten de afgelopen dagen en we zijn toe aan een wandeling. “Heel goed. Dan gaan we de bergen in naar Batutomonga waar jullie uitkijken op Rantepao, de bergen aan de andere kant en de sawahs.” Dat klinkt ons goed in de oren. Als we Rantepao aan de noordkant zijn uitgereden, stijgt de bus gestaag over de kronkelweg. Hoe hoger, hoe mooier. In de dorpen hoog in de bergen straalt rust uit en is het veel stiller dan ‘beneden’. De wandeling is fantastisch. De ‘ohs’ en de ‘ahs’ zijn niet van de lucht en terecht! Het valt ook niet te filmen en te fotograferen. We doen een poging, maar we raden iedereen aan het toch met eigen ogen te aanschouwen.

20180301_102657

 

In het hotel rusten we wat uit en s’ avonds eten we weer met zijn vieren. Rusli hoopt dat Arung ayam bakar wil eten in Rusli’s favoriete restaurantje. En dat wil hij wel. Het restaurant is hem uiteraard bekend. We zijn verbaasd hoeveel mensen hier komen eten. Overigens alleen maar lokalen en geen toeristen. Dit keer betalen wij met genoegen voor de maaltijd. We brengen Arung naar zijn hotel en we nemen afscheid van elkaar. Het was voor Ina een groot plezier om hem na jaren weer te zien.

 

Sulawesi, Rantepao, 4 februari 2018
Bestemming: Luchthaven Ujung Pandang voor de vlucht naar Surabaya op Java.

Ons laatste ontbijt met uitzicht op de prachtige bergen waar we gisteren hebben gewandeld. Wat hebben we hier genoten. Een volgende keer komen we zeker terug in Sulawesi om andere gebieden te bezoeken. De natuur van dat eiland heeft veel te bieden.
De weg terug gaat door Pare Pare, dè plaats aan zee waar verse vis in de restaurants wordt geserveerd. We laten het ons goed smaken.
Op de luchthaven nemen we afscheid van Rusli. Hij heeft zeer goed voor ons gezorgd en we bedanken hem voor de gezelligheid.
Het vliegtuig vliegt om 20.00 uur op tijd naar Surabaya waar we in het donker aankomen.

20180225_215010