Noordereiland

Reisbestemming: Nieuw Zeeland, Zuider- en Noordereiland
Reisperiode: 14 februari tot en met 17 april 2018
Reisduur: 63 dagen
Reisroute: From here to there and back again (LOTR)
Vervoersmiddel: TOYOTA HiAce Campervan

‘A Nomads Tale. Where to begin?
Ah yeah, from here to there and back again.’
LOTR

Wellington, 13 t/m 15 maart

De oversteek van Picton naar Wellington is werkelijk prachtig. We varen door de Charlotte Sound en met een aangenaam zonnetje op onze gebruinde koppen genieten we van de mini-cruise. We zien het Zuidereiland aan ons voorbij glijden, met groene berghellingen die steil in het donkere water van de fjord verdwijnen. Zodra we op open zee komen, zien we het Noordereiland al duidelijk liggen.

NZN collage 01

Het verschil tussen de havens van Picton en Wellington is groot. Picton is pittoresk, kleinschalig, rustig en groen. Wellington wordt gemarkeerd door een uitgebreide containerhaven en industriële activiteit met fabrieken, hijskranen en opgestapelde containers. De heuvels rondom de baai zijn bezaaid met witte huizen. Het centrum heeft zelfs een aantal bescheiden wolkenkrabbers. Kortom, we zijn in de officiële hoofdstad van Nieuw Zeeland!

NZN collage 02

Via de Campermate app zijn we op het spoor gekomen van de mogelijkheid om met onze camper in de tuin van Nieuw Zeelanders te overnachten. Brendan en Clare bieden hun oprit aan en met de routeplanner rijdt Ina er in één streep naar toe. Het welkom door Brendan is hartelijk en hij wijst ons de faciliteiten: een eigen toilet en wastafeltje in een golfplaten doos in de tuin, water uit de tuinslang, elektriciteit en WIFI. We zijn er helemaal blij mee. Inmiddels is het etenstijd en we gaan luxe uit eten bij de Chinees Takeaway die we onderweg zijn tegen gekomen.

De volgende ochtend nemen we een koude douche met behulp van de tuinslang. Met sarongs weet Jeroen een soort douchegordijn in elkaar te knutselen. Met een ingesopt hoofd begroet hij vanachter de sarongs passerende buurtbewoners die nauwelijks onder de indruk lijken te zijn.

Net als we van plan zijn koffie te gaan zetten, parkeert er een pick-up voor onze oprit en er stappen twee stoere bushboys uit die met knetterende bosmaaiers het gras bij de buren gaan kortwieken. Na verloop van tijd wordt het ons duidelijk dat ze ook het gras in ‘onze’ tuin gaan maaien. Hoog vliegt het gras tegen de camper op. Daar gaat onze geplande koffiepauze in het zonnetje. Door het tumult komt Brendan naar buiten. We raken aan de praat en hij nodigt ons uit voor een kopje koffie. “Prima”, zeggen we “en dan nemen wij de koffie uit Sulawesi mee, die moet je proeven!” Zijn zus Clare blijkt ook thuis te zijn en we hebben zoveel gespreksstof dat het al tegen twee uur loopt als we in de stadsbus zitten, richting centrum. Behalve de stad verkennen, heeft Ina nog een doel: slippers kopen die niet meteen kapot gaan, goed lopen en ook nog enigszins elegant zijn. Ze slaagt in een chique winkel voor sportschoenen en de prijs is navenant… De stad bevalt ons wel, niet te hectisch, leuke winkels en een mooi aangelegde kade langs de baai. ’s Avonds kunnen we niet echt een keuze maken uit de vele restaurantjes. “Ik heb wel zin in Thais, of Grieks, of zullen we daar Indiaas gaan eten?” En dan zien we opeens het Mosselrestaurantje. Eindelijk kunnen we de fameuze ‘Greenlip Mussels’ gaan proeven. De barman legt ons de spelregels uit: zoek een plekje, bekijk de kaart en kom je bestelling aan de bar doorgeven. Na afloop je vuile vaatwerk zelf bij de keukenbalie neerzetten. Okay Mate!

NZN collage 04

De inrichting van het duistere restaurantje is op z’n zachtst gezegd bijzonder. De tafels bestaan uit carrosserieonderdelen van oldtimers en verder van alles aan de muur en plafond. We nemen plaats aan de motorkap van een Buick, kijken onze ogen uit en kiezen de greenlip mussels in verschillende sauzen. De bestelling geeft de barman via een tuinslang met een trechter eraan door aan de keukenbrigade. Tja, bijzonder èn effectief. De greenlip mussels blijken joekels van mosselen te zijn met een felgroene rand, vandaar de naam. We eten heerlijk voor een kleine prijs.

De volgende dag gaan we naar Wellington Waterfront, de kade langs de baai. Veel joggende mensen en jongelui op skateboards, kunstwerken in verweerd hout en glad metaal. Vaak komt het nationale symbool van Nieuw Zeeland terug, namelijk de boomvaren.

NZN collage 03

We bezoeken het Te Papa museum, het gratis nationaal museum van Nieuw Zeeland waar de historie van de Maõri’s wordt belicht. Uiteindelijk is het een triest verhaal: het gesloten verdrag tussen de Westerse kolonialisten (de Engelsen) en de Maõri’s werd verschillend geïnterpreteerd. De Maõri’s dachten dat ze soevereiniteit zouden krijgen onder de Engelse Kroon, de Engelsen eisten dat ze zich zouden onderwerpen aan de Engelse Kroon. Dit mondde uit in een kansloze bloedige oorlog voor de Maõri’s.

Na een aantal uren zijn we moe en hongerig en gaan een echte hamburger eten in een fraai ingerichte bar/restaurant, met omgedraaide lampenkappen aan het plafond en dienbladen aan de muur.

 

Waverley Beach, 16 maart t/m 18 maart

In de ochtend nemen we afscheid van Brendan en Clare en gaan we eerst langs de WETA-workshop. Dit is een werkplaats waar allerlei attributen en miniaturen worden gemaakt voor films, zoals voor Lord of the Rings (LOTR). Bij de ingang staan bijna drie meter hoge trollen ons op te wachten, zeer levensecht.

NZN collage 05

We blijven wat hangen in de winkel en besluiten niet mee te gaan met de rondleidingen. Er is immers in de winkel al veel te zien en Brendan heeft ons van te voren ingeseind dat de rondleidingen niet veel extra’s bieden. Na een uurtje vertrekken we naar het noorden en rijden langs de oostkust door een glooiend wat saaiig landschap, het mooie weer achterna. Ongeveer een uurtje ten zuiden van New Plymouth gaan we bij het plaatsje Waverley op zoek naar de overnachtingsplaats. We moeten ons eerst melden bij de bibliotheek om te betalen ($ 12 per nacht) en om de code voor het sanitairblok te krijgen. We rijden de laatste 5 kilometer naar de kust en komen op een keurig gemaaid leeg grasveld uit met overal palen voor elektriciteit en water. De code geeft ons toegang tot de toiletten met warme douches en we zoeken een plek zoveel mogelijk uit de wind, want die staat goed te bulderen. We zien nog net de ondergaande zon de kliffen oranjerood kleuren en dat steekt fantastisch af tegen het zwarte zand van het strand en het vele vergrijsde drijfhout. Hebben we toch weer een prachtige plek gevonden zonder medekampeerders!

NZN collage 07

De volgende twee dagen is het prachtig weer, staalblauwe lucht met een koesterende zon en een verkoelende stevige wind. De dagen worden gevuld met lummelen, hetgeen betekent uitgebreid ontbijten, koffie drinken, lezen, wandelen naar het strand en langs de kliffen, potje koken, spelletje spelen en slapen. De zee doet voortdurend een aanslag op de zanderige kliffen, waardoor er grotten ontstaan. Regelmatig verdwijnt er een stuk klif in de zee en we kwamen er achter dat 5 jaar geleden de ‘Waverley Arch’ is ingestort. Op internet vonden we daarvan de foto’s. Gelukkig is er nog steeds veel te genieten van deze prachtige kust.

NZN collage 06

 

Tangarakau, Ghost Town 19 – 20 maart

We zijn van plan de slapende vulkaan Mount Taranaki te bezoeken en rijden door een saai, vlak agrarisch gebied richting de klassiek vormgegeven vulkaan van 2518 meter hoog. Hoe dichterbij we komen, hoe imposanter de berg is. Van zeeniveau naar 2500 meter is niet niks. Maar het wordt ons ook duidelijk dat het bovenste deel in wolken is gehuld. Over een smal bochtig weggetje door het regenwoud stijgen we snel tot het eindpunt van de weg: een grote parkeerplaats en het begin van vele wandelroutes. Het plan is om hier gratis te overnachten en een flinke bergwandeling te gaan maken, maar het trekt volledig dicht en het ziet er niet naar uit dat het snel zal gaan opklaren. We zijn het snel eens en gooien het plan om: we gaan de ‘Forgotten World Highway’ rijden! Deze route is een poging geweest om het binnenland te ontsluiten middels een spoorlijn tussen de mijnbouwgebieden en de havens. Het gebied bestond uit regenwoud met zeer steile heuvels en een drassige bodem en was zo goed als ontoegankelijk. Vandaar de toepasselijke naam, want er kwam geen hond.

NZN collage 08

Tegenwoordig is het terrein grotendeels ontgonnen en hebben de bomen plaatsgemaakt voor duizenden schapen. Toch is het nog steeds een leeg gebied zonder dorpen en is de naam dus nog steeds van toepassing, alhoewel de aanduiding ‘Highway’ de lading niet dekt. Er is zelfs een lange strook weg onverhard. We genieten van deze prachtige rit, zeer de moeite waard. Bij Taumarunui verlaten we de Highway en rijden over een hobbelige gravelweg langs de in onbruik geraakte spoorlijn. We overnachten in Ghost Town Tangarakau waar nog een camper op het grasveldje staat naast een paar kleine, in een kring opgestelde blokhutten.

NZN collage 09

De volgende (zonnige) ochtend zien we waar we terecht zijn gekomen. We staan in een kleine ronde vallei, omringd door beboste heuvels. Een bescheiden ingericht museumpje maakt ons de historie van deze plek duidelijk. Bij de aanleg van de spoorlijn, begin 20e eeuw, stuitte men hier op zeer harde rotsgrond en met tunnels probeerde men een doorgang te forceren. Hiervoor had men zware machines nodig die veel energie verbruikten. Bij toeval ontdekte men in de buurt steenkool en men kon daardoor een eigen energiecentrale bouwen. Dit trok allerlei werkzaamheden aan en dus mensen. Een levendige gemeenschap met 1200 bewoners was het gevolg. Zodra de tunnels waren gerealiseerd en de steenkoollaag uitgeput, vertrokken de mensen echter weer en lieten Tangarakau achter als een Ghost Town. De spoorlijn is slechts 70 jaar operationeel geweest en wordt nu alleen nog gebruikt voor toeristische trips met omgebouwde golfkarretjes.

In de middag wandelen we de kloof in, door het regenwoud en langs de in de diepte snelstromende rivier. Voorzichtig klauteren we naar beneden en verblijven de rest van de warme zonnige dag op een gladde rots aan het water.

 

Lake Taupo, 21 maart

We trekken verder over de Forgotten World Highway richting Lake Taupo. De weg is onverhard en voert door dicht regenwoud, met hoge boomvarens en bemoste luchtwortels. We vinden het prachtig! Na verloop van tijd opent het landschap zich meer, de heuvels worden minder steil, het regenwoud maakt plaats voor landbouwgronden, de weg is geasfalteerd en we komen weer door dorpjes heen. De wereld is hier niet meer vergeten.

Tegen het einde van de middag rijden we langs Lake Taupo, een gigantisch binnenmeer, omringd door lage heuvels. We vinden het niet zo spectaculair, verwend als we zijn. Volgens de Campermate app kunnen we gratis overnachten aan de oever van het meer. De campsite blijkt een groot parkeerterrein te zijn met plek voor wel 75 campers, die er gedurende de avond ook allemaal komen. Zonder rekening te houden met enige privacy worden de campers bumper tegen bumper geparkeerd, want iedereen wil uitzicht hebben op het meer. We rijden onze kleine handzame Toyota op een talud waar die grote bakken niet kunnen komen en hebben zodoende toch nog een leuke plek. Het is zwaar bewolkt, soms regent het licht en door de stevige wind schudt ons huisje heen en weer. We delen samen met de 75 andere campers één toilet….

De volgende ochtend gaan we tanken in Taupo en zoeken een plek om de lege wijnflessen achter te laten. Dat valt nog niet mee, want hier wordt het glaswerk wekelijks bij huis opgehaald en dus zijn er geen glascontainers. Op advies van mensen bij een koffietentje deponeren we de flessen in de afvalbak en vervolgens raken we, onder het genot van een kopje koffie, gezellig aan de praat. We krijgen de tip mee om in ieder geval langs de jachthaven van Taupo te rijden en vervolgens langs de Huka Falls. Met lage verwachtingen gaan we naar de watervallen, want we hebben al heel veel watervallen gezien in ons leven en het komt allemaal op hetzelfde neer: vallend water. Echter, wat we hier zien is van een andere orde: het blijkt de overloop te zijn van Lake Taupo en de aanvankelijk brede rivier die uit het meer stroomt, versmalt zich tot een natuurlijk kanaal van slechts 10 meter breed. Dit leidt tot een bulderende stroomversnelling tussen de verticaal uitgesleten rotswanden en dat is gaaf om te zien. Een mooi bruggetje erover maakt het compleet. Dat vindt iedereen en dus wordt het bruggetje bezet door horden selfies makende toeristen.

NZN collage 10

We rijden door naar de Oostkust, naar Hawke Bay, want daar is het de komende dagen mooi weer. De route gaat door geothermisch gebied en overal zien we kleine stoomwolkjes de lucht in kringelen. Heel apart om te zien. Ook apart zijn de grote aantallen pampasgrassen langs de weg en in de heuvels met hun grote witte pluimen.

In Napier is het zoals beloofd zonnig en warm en we gebruiken de WIFI van een bank om onze weblog bij te werken. Aan de kust met kiezelstranden vinden we een campsite waar je maximaal 2 overnachtingen mag staan. De plek ziet er netjes uit en heeft goede toiletten. Een donatie wordt zeer gewaardeerd. De plaatsen direct aan zee zijn al bezet en dus zetten we de Toyota wat meer uit de wind.

 

Hawke Bay, Napier 22 – 23 maart

De volgende ochtend vertrekken bijna alle campers en dus verkassen we naar een plaatsje direct aan zee. We kijken uit over een zeer brede baai, met in de verte de kliffen van de kustlijn. Het is warm, de golven doen de kiezels ratelen en we vullen verder de dag met lummelen. We proberen wat schaduw te creëren door sarongs aan elkaar te knopen en met aangespoelde stokken een soort luifel te maken. Als het niet te hard waait, blijft de constructie staan. Ons geknutsel valt bij onze buurman in de smaak, een gepensioneerde Nieuw-Zeelander die in een oude stadsbus een weekje op pad is.

De dag kabbelt voorbij en in de loop van de middag staat de campsite weer vol met campers.

 

Matawai Camp, 24 maart

Ons oorspronkelijke plan om de hele Oostelijke kustlijn te gaan verkennen, laten we varen. Het zijn heel veel kilometers van waarschijnlijk het zelfde en dus gaan we door het binnenland Noordwestwaarts, richting Rotorua. We overnachten in Matawai, een grasveldje met 4 plaatsen, elektriciteit, warme douches en een volledig ingerichte keuken.

 

Tikitere, Native Bush, 25 maart

Als we net zijn vertrokken, gaat het waarschuwingslampje van de motorolie branden. Ina zegt: “In Matawai zag ik een benzinestation, daar kunnen we vast motorolie kopen.” Dus rijden we terug en constateren vervolgens dat het tankstation is gesloten. Wat nu te doen? Een Maõri Nieuw-Zeelander ziet ons en biedt zijn hulp aan. Hij pakt een flacon olie uit zijn auto en zegt: “Gebruik wat je nodig hebt en zet de flacon bij mij in de tuin, nummer 4, hier vlak achter. Ik moet nu weg de kinderen naar school brengen.” Erg aardig! Nu moeten we nog de vuldop voor de motorolie zien te vinden, ergens onder de voorstoelen. We vinden een afdekplaat, maar daar blijkt de accu te wonen. Na nog wat verder speuren onder de vloerbedekking vinden we de beugels voor het ontkoppelen van de voorstoelen. Als deze naar voren zijn geklapt zien we eindelijk de motorruimte en de vuldop voor de olie. Klus geklaard. Nu nog op zoek naar huisnummer 4 en die vinden we verderop in een zijstraatje. Ina zet de flacon met daaraan een bedankbriefje en 10 dollar bevestigd bij het huis en we kunnen weer op pad.

De route gaat door een soort landschap dat we al goed kennen van het Noordereiland: scherpe heuvels met steile hellingen en smalle dalen waar de weg zich doorheen slingert. Zoals in heel Nieuw-Zeeland is het overgrote deel van het oorspronkelijke regenwoud gekapt en de heuvels zijn begroeid met fris groen gras voor de veeteelt en het heeft daardoor veel weg van Schotland. Ook is er sprake van eindeloos productiebos met de daarbij behorende houtkap en aanplant van nieuw naaldhout. Zodra we een strook regenwoud inrijden, wanen we ons in een andere wereld: een ondoordringbare groene wand met hoge boomvarens, palmbomen, bomen met luchtwortels en variëteiten aan mossen. Als we zo’n strook weer uitrijden en we vervolgens door een gebied met productiebos komen, is het contrast voor ons steeds weer (te) groot.

In de loop van de middag bereiken we de regio, Bay of Plenty genoemd, met veel geothermische activiteit. We gaan naar Hells Gate en kopen een duur ticket voor entree, inclusief spa met modderbad. Tja, we zijn er nu eenmaal toch….

NZN collage 11

In de hele vallei komen dampen omhoog uit gaten en spleten en we ruiken onmiskenbaar de zwavel. We lopen dicht langs pruttelende, borrelende en stomende meertjes die tussen de 60 en 100 graden zijn. Een beek met koud zoet water zorgt voor de continue aanvoer, met als fraai resultaat een waterval van 40 graden. De Māori’s hadden deze weelde ook snel op waarde geschat en hebben zich hier gevestigd. Ze gebruikten de poelen onder andere voor het bereiden van voedsel.

Na zo’n anderhalf uur stappen we het spa-gedeelte in en nemen we een modderbad. Trouwringen af, oorbellen uit, want de edelmetalen worden aangetast door de mix van chemische elementen in de modder. Deze modder schijnt overal goed voor te zijn, inclusief wereldvrede. We smeren elkaar in en de gladde, zachte en warme modder voelt weldadig aan. Op laten drogen en daarna afspoelen en in het hete bubbelbad dobberen met uitzicht op de vallei. Het geheel is wel naar onze smaak aangelegd: geen steriele tegels, maar er is gebruik gemaakt van de stenen en rotsen uit de vallei, zodat de thermische poelen op een natuurlijke manier overgaan in het spa-gedeelte. Na een half uur gaan we eruit, want de dampen stijgen ons naar het hoofd en we krijgen wat last van prikkende ogen. Na het afdouchen krijgen we nog instructies mee: de eerste 24 uur geen sieraden dragen en het gebruikte zwemgoed los van andere kleren wassen. Na twee dagen ruiken we nog steeds naar zwavel…..

Tegen de schemering komen we aan bij onze overnachtingsplaats en opnieuw staan we op het terrein van een Nieuw-Zeelander. Gastheer Peter Dorfliger, een grijs bebaarde 60plusser, ontvangt ons hartelijk en vertelt in het kort zijn levensverhaal. Als jonge Zwitser is hij naar Nieuw-Zeeland gevlogen, op een motor rond getrokken op zoek naar werk en terecht gekomen bij een gezin met 3 huwbare dochters. Hij zocht de mooiste uit, trouwde haar, bouwde zijn eigen houten woonhuis en kreeg vervolgens opdrachten om voor anderen ook een huis te bouwen. Hierdoor ontstond zijn bedrijf, waardoor we ook meteen de zagerij met vele houtbewerkingsmachines op zijn terrein begrijpen.

 

Tavern, 26 maart
Wanneer Ina de camper uitkomt, ziet ze een heel brood op de campertafel liggen. “Ben je naar de bakker geweest?”, vraagt ze als grap aan Jeroen. “Dit hebben we zojuist van Peter gekregen,” antwoordt Jeroen, “vers afgebakken brood.” “Dat is nog eens aardig. Daar heb ik wel zin in, met een gebakken ei er op,” zegt ze. Jeroen pakt de pan en eieren en zorgt voor een culinair ontbijt. Het brood smaakt heerlijk.
Na de koffie bedanken we onze host hartelijk voor de goede zorgen en nemen we afscheid van elkaar.

Op de kaart zien we ten zuiden van Rotorua nog een interessant geothermisch gebied om te bezoeken, maar eerst rijden we naar een garage. De lampjes van de koelvloeistof en de olie knipperen, het kost moeite om de pook in de achteruitpositie te brengen en de auto blijft hoge toeren maken als we stil staan. Door kort met de voet een ferme tik op het gastpedaal te geven, is het probleem weer verholpen, maar dat kan zo niet de bedoeling zijn. We hebben het autoverhuurbedrijf via een mail hierover geïnformeerd, maar er is geen enkele reactie op gekomen. Toch maar even een bezoekje aan de monteur brengen. Als we bij de garage in Rotorua arriveren, onderzoekt hij de auto. Veel bijzonderheden kan hij niet vinden. Hij geeft ons nog een tip als we achteruit willen rijden: eerst in de tweede versnelling en daarna in de achteruit zetten. Hij wenst ons nog een goede reis. “Wat zijn de kosten?”, vraagt Ina. De man maakt een gebaar met zijn hand en hij antwoordt dat het service van de zaak is. “Dat is aardig!”, reageert Ina, waarop de monteur lachend zegt: “But we áre nice people”. Met een gerust hart vervolgen wij de reis.

We rijden Rotorua uit richting Taupo. Het blijft bijzonder om links en rechts zomaar de stoom te zien opdoemen. In Horohoro slaan we linksaf. In dit gebied zijn verschillende geothermische activiteiten te zien. Een bord wijst ons naar de modderpoelen. We hebben dit gisteren al bij Hells Gate gezien, maar de modderpoelen zijn niet allemaal hetzelfde. Als wij over het hek kijken, zien we de modder brubbelen en pruttelen. Het is vreemd en ietwat angstaanjagend om te zien dat de aarde op dit plekje zeer heet is. Echter, men verzekert dat het er volstrekt veilig is. De poel waar we voor staan is wel over de 80 graden Celsius. De activiteit is niet constant, waardoor het fascinerend is om te zien dat de stoom zich steeds als een rookgordijn sluit en opent en vervolgens uitzicht geeft op de poel. Zachtjes pruttelende modder wordt afgewisseld door hoog opspattende modder wat gepaard gaat met een hoop lawaai. Het is zeker geen saai schouwspel te noemen en we krijgen er geen genoeg van.
Maar er is meer te zien. Op de app van ‘Camper Mate’ lezen we bij de commentaren dat een bezoek aan een spa zeer prijzig is, terwijl er even verderop een waterval met warm bad is, midden in de natuur. Geheel gratis. De reviews zijn lovend, maar één er van zegt het niet te hebben gevonden. We gaan op onderzoek uit, parkeren de camper en lopen een weg in die door een slagboom is afgesloten. Geen toegang voor auto’s, staat er vermeld. Aangezien wij voetgangers zijn, is het bord niet voor ons bedoeld, menen wij. Het is even zoeken, maar dan horen we in het struikgewas het geklater van water. En zowaar vinden we ook een smal en kronkelend pad die eindigt bij de waterval. Het is prachtig zoals het er ligt. Knus en intiem. Een bord waarschuwt de gasten dat een bacterie of virus hersenvliesontsteking ofwel meningitis kan veroorzaken. Het is daarom onverstandig om je hoofd onder water te doen. Een jonge man zit tot op zijn middel in het water. We dalen af over de glibberige stenen en voelen dat het water behoorlijk warm is, rond de 40 graden schatten we. Voorzichtig laten we onze voeten aan het warme water wennen. Dit is bijzonder aangenaam. Roerloos en stil genieten we van dit plekje. Even later stapt de man op en zijn we er alleen. Maar niet voor lang. Een moeder en haar puberzoon hebben het pad ook gevonden. De moeder volgt ons voorbeeld, glijdt voorzichtig met haar voeten het water in, terwijl de zoon met luide stem een gesprek met zijn mobiel voert. Het zijn overduidelijk Amerikanen aan het accent te horen. Tijd voor ons om plaats te maken. Als we naast de zoon staan, zien we dat hij een videocall voert. Als een filmcamera beweegt hij zijn mobiel 360 graden, zodat ook wij in beeld komen. De jongen lijkt een geboren komediant, kletst aan één stuk door, wat op onze lachspieren werkt. Als hij het waarschuwingsbord hardop aan zijn vriend heeft voorgelezen, draait hij zich abrupt om naar zijn moeder en vraagt haar waarom zij het in haar hoofd haalt om in het water zitten, terwijl hij over enkele minuten misschien wel moederloos kan zijn. Zij stelt hem gerust, hij uit zijn bezorgdheid aan zijn vriend, wij draaien ons om en wensen hen nog een genoeglijke dag toe.

NZN collage 12

Als we het bosje verlaten, vragen wij ons af wat er verderop is te zien. Aan het eind van de weg zien we een grote parkeerplaats en de ingang tot de Lady Knox Geiser. Inmiddels weten we van Peter dat de geiser elke ochtend om 10.15 uur kunstmatig wordt geactiveerd door middel van een zakje zeeppoeder. De poort is dan ook dicht en we besluiten om de volgende dag de geiser en Wonderland Wai-O-Tapu te bezoeken. Vlak in de buurt kunnen we goedkoop overnachten (voor 20 dollies, zoals Jeroen de dollars noemt) bij de Waiotapu Tavern en we parkeren pal naast een plek waar de damp uit de grond omhoog komt. Provisorisch is dit gemarkeerd door er autobanden op te leggen! Na een prima hamburger in de tavern, slapen we toch niet helemaal gerust.

 

Matamata, Firth Tower Museum Car Park, 27 maart
We gaan vroeg naar Geothermal Wonderland Wai-O-Tapu om zodoende de stroom bezoekers voor te zijn. Inmiddels hebben we ervaring met toeristische trekpleisters. Het trekt vooral Aziaten in grote getalen aan die allemaal selfies willen maken in allerlei poses, terwijl wij foto’s willen zonder mensen erop. Ons plannetje pakt uitstekend uit en we genieten volop van de onwerkelijke thermische poelen in de meest prachtige kleuren, zònder poserende Aziaten. Woorden schieten tekort en we krijgen er geen genoeg van.

NZN collage 13b

Vooral de ‘Champagne Pool’ intrigeert ons: door koolzuurgas borrelen continu belletjes omhoog, zoals in een champagneglas. De zijkant van de poel heeft een fel oranje afzetting door ijzeroxide en dat steekt prachtig af tegen het heldere groene water. De temperatuur is ongeveer 100 graden, zodat er grote hoeveelheden stoom boven de poel met de wind meewaaien. De zon speelt met dit geheel, waardoor we soms in dichte mist staan en plotseling een zeer helder zonnig moment hebben met felle kleuren in de poel. Fascinerend!

NZN collage 13a

Na ruim anderhalf uur vertrekken we naar de Lady Knox Geyser die een eigen ingang heeft, zoals we gisteren al hadden ontdekt. De grote parkeerplaats staat vol met auto’s en bussen en we sluiten aan in de rij. De Aziaten zitten al massaal klaar in het amfitheater, drones in de lucht en in de diepte zien we de kleine witte kegel van de geiser. Dit is toeristisch vermaak ten top. Twee dames geven uitleg via een luide geluidsinstallatie en doen inderdaad een zakje met een soort waspoeder in de kegel. Na een aantal minuten vraagt één van de dames zich af waarom de geiser niet begint te spuiten. “Well, normaly there should be some activity by now.” Ze kijkt verbaasd naar het publiek en vervolgens in de opening van de geiser, waar de Aziatische toeristen angstig op reageren en de overige mensen spontaan beginnen te lachen. Best wel risky. Een tweede zakje poeder wordt in de opening gestort en dan begint de geiser tot zo’n 20 meter hoog te spuiten. Applaus van de Aziaten, en masse maken ze selfies en ze vertrekken al weer! Wij zitten rustig in het leeggestroomde amfitheater en kijken naar de geiser die nog steeds zijn best doet om ons te imponeren: kunstmatig, maar toch ook weer natuurlijk.

NZN collage 13c.jpg

We besluiten om nog een keer op ons gemak door het Wai-O-Tapu park te lopen en genieten er wederom van. We zijn blij dat we met het ochtendlicht onze foto’s hebben kunnen maken, want het contrast in kleuren is met de middagzon een stuk minder.

NZN collage 13

Pas in de middag rijden we weg richting Matamata, want we willen de volgende toeristische trekpleister bezoeken: de Hòbbitòn Movie Set waar de films van Lord of the Rings (LOTR) deels zijn opgenomen. Onderweg herkennen we al het karakteristieke landschap uit de films en we reserveren een tour voor de volgende ochtend. Buiten Matamata parkeren we bij een klein museum dat alle faciliteiten aanbiedt voor campers: stroom, water en toiletten, maar geen douches. De donatie gaat door de brievenbus. Van een sarong en een waslijn knutselen we een douchegordijn in elkaar en we douchen met de verlengde kraan vanuit de camper. Simpel en doeltreffend. In de loop van de avond komen er nog drie campers bij en hebben we aanspraak met rondreizende Nieuw-Zeelanders, die altijd in zijn voor een praatje.

 

Ruakaka Beach Reserve, free campsite, 28 maart
De Hòbbitòn Movie Set is een geöliede toeristenmachine. We krijgen een begeleide tour van ongeveer twee uur en vertrekken met een bus naar de filmset. In de bus wordt een video gestart en we worden welkom geheten door de regisseur van de LOTR-films, Peter Jackson. Onze reisleidster neemt het over en legt uit wat we gaan doen, wat we te zien zullen krijgen en wat mag en wat niet. De filmset blijkt het dorpje Hòbbitòn te zijn, compleet met de herberg The Green Dragon. We lopen langs de verschillende Hobbithuizen, de ene op kleine schaal en de ander op gewone schaal om het principe van ‘vals perspectief’ te verkrijgen. Er is enorme aandacht besteed aan de details en we herkennen duidelijk de achtergronden en locaties van scènes uit de films. Kosten noch moeite zijn gespaard, zoals een kunstmatige boom van vijf meter hoog die de regisseur per se op die plek wilde hebben. De tienduizenden blaadjes worden om de drie jaar stuk voor stuk geschilderd. In de herberg krijgen we bier of cider aangeboden en dan zit de tour erop. De bussen rijden af en aan en we zien overal groepjes toeristen rondgeleid worden over de set. Het is leuk om Hòbbitòn te zien, maar het ticket is te duur voor wat je ervoor krijgt.

NZN collage 14

We gaan op weg naar het noorden en willen in ieder geval voorbij Auckland komen en wellicht nog verder, want daar schijnt het mooi weer te zijn. Al ver voor Auckland wordt het druk en zien we links en rechts van ons huizen, gebouwen en industriële activiteit. Niet veel aan dus en we nemen de vierbaans snelweg die er goed uitziet met tunnels, bruggen en viaducten. Hiervoor moeten we tol betalen, lezen we op verschillende informatieborden en we leggen de $2,70 al vast klaar. Er komt echter geen tolpoortje. Bij een benzinestation gaan we een kop koffie drinken en we informeren bij de Chinese dame achter de toonbank hoe dat nou zit met die tol en waar we moeten betalen. Ze spreekt echter amper Engels en ze heeft geen idee waar we het over hebben en dus rijden we door. “Dit voelt niet goed,” zegt Ina, “Hier gaan we nog problemen mee krijgen. Er is vast een soort automatisch registratiesysteem.” “Welnee joh,” zegt Jeroen, “voor die paar dollies?”
Tegen de avond slaan we bij Ruakaka aan de oostkust af, richting strand, want daar mogen we één nacht gratis staan. We rijden de parkeerplaats op van de duinovergang en zien al vijf campers dicht bij elkaar staan. Er is nog net één plaatsje voor ons over, dus we parkeren en gaan meteen naar het strand en kijken naar surfers in de golven. Altijd leuk om te zien. Het is een mooie ruime baai met fijn zand, flinke golfslag en een spectaculair uitzicht op de kliffen en eilandjes.

 

Waikare Retreat, 29 maart
Het is nog vroeg in de ochtend. De kleur van de lucht kondigt aan dat de nacht plaats zal maken voor de dag. Ina loopt naar het strand om de zonsopgang te zien. Jeroen draait zich nogmaals om.
Het is prachtig weer geworden en dus nemen we de ontbijtspullen mee naar het strand en gaan daar op ons gemakje in het zand zitten. Jeroen neemt een frisse duik in de zee en speelt wat met de golven.
Na het ontbijt besluiten we de koffie over te slaan. “Dat doen we onderweg wel ergens in een leuk dorpje,” zegt Ina. De reis gaat vandaag naar ‘The Bay of Islands’. Een subtropisch gebied met totaal 144 grote en kleine eilanden. Subtropisch, dat klinkt ons goed in de oren. De weg gaat door een glooiend landschap waar enorme hoeveelheden pampasgrassen van wel drie meter hoog groeien. Precies eender zoals bij ons in de tuin, alleen hebben wij de dwergformaat.

Aangekomen in het dorp Kawakawa vinden we dat het tijd is voor koffie. Meteen valt de bedrijvigheid op: gezellige winkeltjes, die we onderweg in heel Nieuw-Zeeland nauwelijks zijn tegen gekomen, restaurants, een koffieshop met terras en toeristen. Terwijl we genieten van de koffie, zien we veel auto’s passeren en we merken op dat de hoofdstraat wordt gedeeld met een spoorlijn. “Bijzonder,” zeggen we tegen elkaar, vooral omdat we geen enkele trein voorbij zien rijden. Dan valt ons oog op een gebouwtje aan de overkant. Het is een apart en kleurrijk geheel door de gekleurde flessen, vazen, spiegeltjes, keramische tegels en koper, een dak van gras en een levende boom geïntegreerd in het ontwerp. Het is het openbare toilet en het blijkt zelfs een internationaal kunstwerk te zijn, ontworpen door Friedensreich Hundertwasser, een Oostenrijkse kunstenaar en architect. Na enig naslagwerk weten we dat de man in de omgeving van Kawakawa woonde van 1973 tot zijn dood op 71 jarige leeftijd in 2000. Hij was een voorvechter van een mens- en milieuvriendelijke bouwwijze. Zijn visie was dat architectuur meer in harmonie zou moeten zijn met mens en natuur. In Wenen zijn enkele gebouwen van hem te zien en Nederland kent het door hem ontworpen Ronald McDonald Kindervallei vlak bij Valkenburg. De plaatselijke inwoners hebben zijn stijl doorgetrokken en de ingang en gevel van hun pand op dezelfde wijze verfraaid. Het geeft een vrolijk en fleurig uiterlijk aan de hoofdstraat.

NZN collage 15

De weg naar ons volgend onderkomen in Waikare Retreat is niet ver meer. We moeten iets omrijden, omdat de doorgaande weg niet begaanbaar is. In heel Nieuw-Zeeland zien we dat er voortdurend aan de wegen wordt gewerkt. Meestal is het een gevolg van een natuurverschijnsel die de doorgang belemmert door bijvoorbeeld een aardbeving of overstroming. Op deze weg heeft een aardverschuiving plaats gevonden en de weg is al langere tijd gesloten voor al het verkeer.

Dan arriveren wij bij de Bay of Islands in het dorp Paihia. Dit lijkt wel op een Frans toeristisch dorp aan de Méditerranée door alle winkeltjes, restaurants en terrasjes. Wij laten er ons niet door verleiden en rijden door naar Opua waar de ferry ons naar het schiereiland brengt. De oversteek duurt niet langer dan tien minuten. De weg kronkelt over de heuvels en we komen aan op de plaats van bestemming. De eigenaren zijn niet thuis, maar een briefje op de deur laat weten dat we ons op het kampeerterrein kunnen settelen. We menen dat het terrein aan het water ligt en rijden via de steile weg naar beneden. Halverwege denken we dat we niet goed zitten. Jeroen neemt polshoogte en loopt naar de zee. Als hij terug komt, gebaart hij dat we moeten keren. Er is daar niets wat wijst op een kampeerveld. Met enige moeite draaien we de camper, want het is smal, steil en glad. Met flink gas en slippende banden rijden we terug omhoog en zien dan dat we even verderop naast het veld met de schapen kunnen staan. Met uitzicht op de inham (inlet genoemd), boten en strandjes. Ook mooi! ’s Avonds komt de eigenaar Miles de nieuwe gasten begroeten. Hij is een vrolijke prater en we voelen ons meer dan welkom. Het is een goed besluit om naar de Bay of Islands te rijden volgens Miles. De zon schijnt hier bijna altijd. Hij geeft ons suggesties wat we in de omgeving kunnen ondernemen en waar de mooie stranden liggen. Eerst maar een nachtje slapen. Met het geluid van de weka’s, grote bruine loopvogels, vallen we in slaap.

 

Waikare Retreat, 30 maart
Als we wakker worden, horen we dezelfde weka’s roepen. We zien ze zelfs om onze camper lopen. Ze zijn zeer nieuwsgierig en laten zich niet zomaar weg jagen. Juist door het nieuwsgierige karakter en doordat ze niet kunnen vliegen, waren ze voor de Māori’s en de vroegere Europese kolonisten een gemakkelijke prooi. Als gevolg van de jacht en de grootschalige ontbossing is het aantal weka’s drastisch verminderd. Een natuurorganisatie zorgt er voor dat deze vogel en ook de beschermde kiwi’s, één van de nationale symbolen van Nieuw-Zeeland, niet uitsterven. De eieren van de kiwi worden door ongewenste geïntroduceerde possums en ratten opgegeten. Om dit te voorkomen, zijn er overal vallen uitgezet.
We volgen Miles’ raad op en we rijden naar Taupiri Bay. Onderweg zien we grote villa’s die bijna allemaal het uitzicht op zee hebben. We passeren stranden waar de bewoners met hun boot in zee kunnen komen. Als je hier woont, moet je ook wel over een boot beschikken en die hebben de mensen dan ook. En daarnaast hebben ze meerdere auto’s, waarvan er altijd één een 4×4 pick-up is.

NZN collage 16

De baai is prachtig: een halfronde cirkel van fijn zand, ongeveer 500 meter breed en ingesloten door rotsige kliffen. Eilandjes liggen in het heldere blauwe water en golven breken wit schuimend op het verderop gelegen rif. Niet meer dan 20 badgasten tellen we. De route terug is ook mooi en er is nog redelijk veel regenwoud behouden.
Ons plekje is door andere campers ingenomen en dus gaan we op de hogere heuvel staan en kijken nu over de campers naar de inlet. ’s Avonds komen er steeds meer kampeerders bij, jongelui die in tentjes of in de auto slapen. Muziek aan en het wordt nog heel gezellig, maar rond 12 uur is het uiteindelijk stil.

 

Waikare Retreat, 31 maart
Ons kampeerterrein loopt in de ochtend helemaal leeg en we zijn de enigen die blijven staan. We genieten van de rust en stilte en gaan pas in de loop van de middag naar Russell. Witte houten huizen en winkels liggen fraai aan het water. Aan een grote pier komen boten af en aan, in de baai liggen zeilboten voor anker, op het strandje spelen kinderen. Het stadje heeft een heel aangename en relaxte sfeer. We doen boodschappen, slenteren wat rond langs de kade, drinken een kopje koffie en besluiten om een tour te boeken. Over twee dagen gaan we met een zeiljacht langs een aantal eilandjes!

 

Waikare Retreat, 1 april
In de ochtend kletsen we met Miles en het verhaal van de tol op de snelweg komt ter sprake. Ina had al informatie opgezocht en haar voorgevoel kwam uit: op de snelweg is inderdaad een elektronisch registratie- en betalingssysteem in werking en we moeten alsnog binnen vijf werkdagen $2,70 tol betalen. Doen we dat niet, dan volgen er eerst herinneringen, daarna ophogingen, gevolgd door boetes, gevangenisstraf, dwangarbeid en marteling tot de dood erop volgt (dat laatste weten we niet zeker…). “Yeah, it’s a pain in the neck”, zegt Miles en geeft ons de website waar we moeten betalen. We gaan vieren dat we een horrorscenario hebben voorkomen door strand van Oke Beach te bezoeken. Het ligt aan het einde van een zeer smal schiereiland en bovenop de heuvel zie je aan beide kanten de zee met mooie baaien. Ook deze baai is weer prachtig, iets meer omsloten en kleiner en daardoor heeft het een meer intieme sfeer. We zijn er bijna alleen.

 

Waikare Retreat, 2 april
Ina heeft de wekker gezet, want we moeten op tijd opstaan voor onze zeiltocht. Om 9.45 uur worden we verwacht aan de pier van Russell en om 9.15 uur rijden we weg. “Oh jee, we zijn te laat!” zegt Jeroen opeens, “Het is al 10.15 uur!” wijzend op het klokje in de camper. In verwarring rijden we door, alle opties doornemend: het klokje in de camper klopt niet, de telefoon van Ina loopt achter, de wekker is op de verkeerde tijd gezet, er is zomer- en wintertijd waar we niet van af weten, enzovoort. Bij de pier stapt Jeroen uit en gaat eerst maar eens informeren bij het boekingskantoor. “You’re not late, it is 9.30!”, stelt de dame hem gerust. Het blijkt dat inderdaad dit weekend de zomertijd is overgegaan naar de wintertijd. De telefoon van Ina heeft dat automatisch aangepast, maar het analoge klokje van onze camper heeft daarvoor een mensenhand nodig. Pffff…..
We stappen in de zeilboot ‘Vigilant’ die klaarligt en geven de acht andere gasten een handje: twee dames uit Auckland en stellen uit Australië, Duitsland en Frankrijk. Op motorkracht varen we de zee op en door te weinig wind doet het zeil niet veel. Na een klein uur varen gaan we voor anker in de baai van Motuarohia, ook wel Cook’s Island genoemd omdat kapitein Cook in 1769 hier als eerste Europeaan voet aan wal zette. Ze werden omsingeld door Māori’s en meteen zijn er toen vier Māori’s dood geschoten. Later realiseerden de Māori’s in dit gebied zich dat Cook kwam voor de handel en ze gaven hem toestemming het gebied te betreden. Cook noemde vervolgens dit gebied Bay of Islands.
Vanaf de boot duiken we het water in en zwemmen naar het strand. Via een smal wandelpad kunnen we naar het hoogste punt klimmen en van daar hebben we een schitterend uitzicht over het eiland.

NZN collage 17

Als iedereen weer aan boord is gaan we richting het eiland Moturua. Hier verblijven we anderhalf uur om te zwemmen, zonnen, snorkelen, kajakken of wandelen. Eenmaal terug op de boot krijgen we een gezonde lunch en worden de zeilen gehesen, want er staat nu voldoende wind. Jeroen mag achter het roer en is in zijn nopjes. Na een paar uur zeilen komen we weer aan in Russell, nemen we afscheid en gaan we uit eten in een Indiaas restaurant.

 

Tapotupotu Beach, 3 april
In de ochtend vertrekken we naar het uiterste noorden, naar Cape Reinga. Het eerste gedeelte gaat de weg deels langs de kust, zodat we mooie uitzichten hebben. Aan de Doubtless Bay bij Mangonui pauzeren we, drinken koffie en doen boodschappen in de local shop. Het dorpje ligt vredig aan de baai en alle activiteiten zijn gericht op de zee en de visserij. Hierna wordt het landschap wat vlakker, kaler en leger. Onderweg komen we alleen nog heel kleine plaatsjes tegen van enkele huizen. We zien borden langs de weg die de route aangeven van de 90-miles-beach aan de westkust. Het is mogelijk en toegestaan die 90 mijlen over het strand te rijden en dat is echt wat voor ons, maar het is ons uitdrukkelijk verboden om dat met een gehuurde camper te doen. Erg jammer! Naarmate we noordelijker komen, verandert het landschap weer: steilere en hogere heuvels en soms zien we links van ons de westkust en rechts van ons de oostkust. Ook zien we hoge duinen in de verte. Vlak voor Cape Reinga met de befaamde vuurtoren, dalen we via een gravelweg af naar Tapotupotu Beach. Hier heeft de DOC een kampeerterrein ingericht met toiletten en douches. Er is nog voldoende ruimte en we staan dichtbij het strand. Het is borreltijd en dus nemen we een fles Nieuw-Zeelandse wijn en wat knabbels mee naar het strand waar we op ronde rotsen gaan zitten. De baai is weer van een onbeschrijfelijke schoonheid: hoge rotsige kliffen waar de golven hoog tegen op spatten, een breed strand van fijn geel zand en een soort inham waar de zee in en uit stroomt. Hier is geen golfslag, alleen maar sterke stroming en dus heerlijk om veilig in te zwemmen en je mee te laten drijven. Vanuit de achterliggende heuvels stromen ook een aantal kleine riviertjes in de inham, zodat het water brak is.

In de loop van de avond stroomt het veldje volledig vol met campers, zodat we dicht op elkaar staan.

NZN collage 18b

 

Tapotupotu Beach, 4 april
Het is prachtig weer, weinig wind, veel zon en de sandflies blijken niet te bijten. Aan het einde van de ochtend staan we helemaal alleen op het veldje en verplaatsen we de camper naar de meest strategische plek: daar waar niet een camper pal naast ons kan gaan staan. De dag verglijdt met lezen, zwemmen en luieren. ’s Avonds stroomt het veldje weer vol en onze strategische plek werkt aardig.

 

Tapotupotu Beach, 5 april
Van onze buurman krijgen we de tip om de wandeling naar Cape Reinga te maken. De gehele wandeling is voor Jeroen wegens enkelproblemen te ver, maar een deel ervan zien we wel zitten. Het pad gaat steil omhoog de kliffen op en binnen een halfuur hebben we al een magistraal uitzicht op de baai beneden ons. Nog een halfuur verder zien we in de verte de vuurtoren op de kaap staan. Als we ons een kwartslag draaien, zien we de hoge duinen van de westkust. We beklimmen een heuvel om de duinen nog beter te kunnen zien. Daarvoor struinen we door dicht struikgewas tot Jeroen opeens zegt: ”Kijk, een wild varken!” Later zien we er nog meer en zien we ook de sporen van hun gegraaf en gewroet. Op de klif op een strook kort gras gaan we pauzeren en genieten volop van het fantastische uitzicht, totdat we vluchten voor lieden die met lawaaierige bosmaaiers het pad maaien.

NZN collage 18

 

Tapotupotu Beach, 6 april
We gaan vroeg naar Cape Reinga om de grote stroom toeristen voor te zijn. Het is een geliefde bestemming voor dagtoeren met de bus, inclusief de hoge zandduinen, de 90-miles-beach en een lunch in onze baai. Elke middag staan er daarvoor bij ons wel een paar touringbussen. De kaap blijkt een bezoek meer dan waard. De vuurtoren op zich is niet zo bijzonder, maar de steile kliffen en het 360° uitzicht op de west- en oostkust is schitterend. De westkust heeft lange, brede stranden met hoge duinen en de oostkust heeft grillige, rotsige kliffen met kleine baaien. Ook boeiend om te zien is dat de Tasmanzee en de zuidelijke Pacific elkaar hier ontmoeten: van links komen de golven van de Tasmanzee en van rechts vanuit de Pacific. Ter hoogte van de vuurtoren botsen deze golven schuimend tegen elkaar.
De rest van de dag brengen we luierend door in ‘onze’ baai.

NZN collage 19

 

Hukatere Lodge &Camping Ground, 7 april
Met enige weemoed nemen we afscheid van Tapotupotu Beach, rijden de gravelweg weer omhoog en komen na een half uur rijden aan bij de hoge zandduinen die we al vanuit de verte hebben gezien. Ze zijn inderdaad imposant, zo’n 150 meter hoog en hun gele kleur steekt fraai af tegen de lucht. We hebben gelezen dat je hier kunt zandsurfen. “Ik heb dat gezien op tv, bij 3 op reis”, zegt Ina, “Floortje ging met een sandboard keihard naar beneden!” Bij de parkeerplaats worden die sandboards verhuurd en we krijgen uitleg: op de buik, hoofd naar voren, ellebogen op het board, de voorkant naar je toe trekken en bijsturen of afremmen met je voeten. Eitje! We stappen het duin op en zakken meteen flink weg in het mulle en fijne zand. Het duin is steil en bij elke stap die je doet, zak je minstens de helft weer terug en dat is heel vermoeiend! Hijgend komen we boven en we komen op adem terwijl we om ons heen kijken: vóór ons zijn er zeker drie duinenrijen die echt hoog zijn, daarna worden ze lager en gaan ze over in het strand. Links en rechts van ons kunnen we naar beneden surfen, maar de hellingshoek van de duinen is reuze steil. We wachten even de afdaling van twee jonge Fransen af en als zij heelhuids onderaan het duin veilig tot stilstand komen, durven wij het ook (we zijn tenslotte geen 55 meer….). Om de beurt suizen we met een rotvaart naar beneden, steeds steilere en langere afdalingen zoekend om daarna weer hijgend en puffend omhoog te ploeteren. Het fijne zand zit overal en na zo’n 2 uur zijn we compleet afgemat. Terug bij de parkeerplaats drinken we een welverdiend kopje koffie en kijken we lachend de gemaakte videootjes terug.

NZN collage 20

We gaan kamperen bij Hukatere Lodge, op tien minuten lopen van zee. Grote delen van het gebied is privéterrein en wordt gebruikt als productiebos. Het ziet er triest uit door de vele houtkap. Vlak bij zee is er gelukkig nog een strook oorspronkelijke begroeiing. We vinden een plekje in de duinen en merken dat de zwarte koeien en paarden vrij over het kampeerterrein lopen. Leuk, maar we moeten wel oppassen waar we lopen in verband met de koeienvlaaien.

 

Hukatere Lodge & Camping Ground, 8 april tot en met 11 april
De rust hier bevalt ons prima. Overdag zijn wij de enigen en later op de dag komen er één of twee andere gasten bij. We koken en eten in de gezamenlijke keuken en kletsen wat met de andere gasten. Er komt in deze dagen van alles voorbij: een stel uit Argentinië, een stel uit Australië, twee Hollandse meiden en verder Duitse en Franse jongelui. De internetverbinding werkt goed en dus kunnen we onze blog bijwerken en onze sociale contacten met het thuisfront onderhouden. Jeroen vindt zijn haren te lang en het wordt tijd voor een bezoek aan de huiskapper. Gelukkig heeft Ina wel even tijd voor hem en op het strand knipt ze zo goed en zo kwaad als het kan zijn haren met een iets te botte schaar. We vullen de dagen verder met lezen en wandelen over de befaamde 90 miles beach. Het is wel apart dat het strand (bij laag water) wordt gebruikt als autoweg.

NZN collage 21

 

Waikare Retreat, 12 april tot en met 15 april
Het weer wordt minder op het Noordereiland en eigenlijk zal het de komende dagen alleen in het noordoosten nog redelijk worden is de verwachting. We hebben geen zin om onze laatste dagen in Nieuw-Zeeland met triest en regenachtig weer af te sluiten, daarvoor was onze reis te mooi. We besluiten dus om terug te keren naar Bay of Islands en wel naar Waikare Retreat. Via een iets zuidelijkere route rijden we door het landschap dat we onderhand goed kennen. Het voelt een beetje als thuiskomen als we de kleine ferry oprijden om naar het schiereiland over te steken. Op de kampeerplaats van Miles en Katrina staat niemand en we zoeken de mooiste plaats uit. Er is niemand thuis, we nemen een douche en gaan tevreden te bed.

Het weer is deze dagen eigenlijk heel behoorlijk, met een aangename temperatuur van rond de 20 graden en half bewolkt. We doen niet veel bijzonders, maken nog wat korte tochtjes over het schiereiland, bezoeken Russell en gaan luxe uit eten in het duurste restaurant van Russell en eten een verse snapper, heerlijk! We zitten heel idyllisch: een tafeltje aan open ramen met direct zicht op de kade en de zee, aan de overkant van de baai schitteren de lichten van Paihia.

NZN collage 22
Regelmatig kletsen we met Miles en hij zegt op een gegeven moment: “You guys don’t have to pay, you’re family and it’s so nice to have you around!” Heel aardig van hem en we zorgen dat we een attentie achterlaten als dank.

 

Auckland, 16 april
En dan komt het moment dat we werkelijk de laatste etappe rijden in Nieuw-Zeeland. We gaan naar Auckland via de westkust. Op deze manier zien we nog een deel die we niet eerder hebben gereden en we vermijden de snelweg met dat idiote tolsysteem! Ina heeft via de app een overnachtingsplaats gevonden bij een Māori-familie in de achtertuin. We worden joviaal ontvangen door Roger en toont ons alle voorzieningen: eigen toilet in de garage en gebruik van het tuinhuis. Dit blijkt een soort ‘menscave’, compleet met supergroot tv-scherm, loungebank en bar. Hij zet meteen een tv-programma op en dat is uiteraard een rugbyzender. In het huis mogen we gebruik maken van hun douche. Hij verontschuldigt zich voor de troep in huis, want ze hebben net de kleinkinderen te logeren gehad. Als bewijs daarvan zien we overal speelgoed op de grond en drijven de eendjes in de wasbak. Op zijn advies gaan we fish and chips halen bij een ‘take away’ in de buurt. Na de maaltijd stort Ina zich op het leeghalen van de camper en het inpakken van de rugzakken. Jeroen trekt zich terug in de menscave.

 

Vertrek naar Singapore, 17 april
Bij het ontbijt eten we de laatste resten van onze etensvoorraad. Alle kisten en kastjes zijn nu leeg, de gasfles en benzinetank zijn weer vol en de grijs watertank is ook leeg. Het is tijd om de camper af te leveren bij het depot van Wendekreisen. In 15 minuten rijden we ernaar toe en de controle door de goedlachse dame, afkomstig van het eiland, Tonga verloopt vlot. Ze brengt ons naar het vliegveld en dan zit onze reis door Nieuw-Zeeland er op. Het reizen met de camper is ons uitstekend bevallen. Snel waren we gewend aan het links rijden en met links schakelen en we hielden van de vrijheid die het ons verschafte.
Via Gold Coast (Australië) en Kuala Lumpur (Maleisië) vliegen we naar Singapore. We hebben nog tien dagen te gaan voordat we terugvliegen naar Nederland.