Laatste loodjes
Op 20 december hebben we beide onze laatste werkdag. Dat voelt surrealistisch, vooral omdat we vol ideeën, ambitie en daadkracht tot het laatste moment ons inzetten voor goed onderwijs. En opeens is dat dan voorbij. Het werkelijke besef van de consequentie van ons drastische besluit zal waarschijnlijk later komen. Ons afscheid van de collega’s is ontroerend en ook wel een tikje emotioneel, want we hadden beide hele fijne mensen om ons heen om mee samen te werken.
We pakken thuis de laatste spullen in dozen, zetten alles in de garage en vallen als een blok in slaap.
Op reis naar Indonesië, 21 december 2017
Reisbestemming:
● Bogor – Toms Homestay
● Cisolok – Hotel Lagusa
● Gunung Salak – Toms Bamboohut
● Yogyakarta – Bedhots Homestay
● Bukit Kelor – Jiwa Laut, Pantai Watu Kodok
● Jakarta Zest Hotel
● Bromo
● Ijen
We brengen de auto van Ma Schuitert terug in Zwolle, drinken met haar nog even koffie, pakken dan onze rugzakken op en wandelen naar het station. Soepel verloopt de treinreis vervolgens naar Schiphol. Daar staat het uitzwaaicomité usi Fransien, Milena, Annemiek, Maki, Nane en Ola.
Doei, doei. Amato-ooo!!!

Vervolgens gaan we ons onderwerpen aan het moderne beveiligingsregime. Schoenen uit, door een scanner, fouilleren en dan gaat het mis: er blijkt volgens de scanner iets in onze rugzak te zitten dat niet mag, “het lijkt op een zakmes” zegt de beambte. Wij herinneren ons niet dat we een zakmes hebben ingepakt en dus wordt het zoeken. Uiteindelijk ligt de hele inhoud van de rugzak op de toonbank. Voor de 3e keer door de scanner en dan blijkt achter een heel klein ritsje in de binnenvoering tòch een zakmes te zitten! Met het schaamrood op de kaken worden we ontmaskerd als amateurterroristen. Het zakmes verdwijnt met een sierlijke boog in de afvalbak en we mogen doorlopen, nagestaard door een groeiende rij wachtenden.
Over 13 uur vliegen valt weinig te berichten, behalve dat de stewardessen van Garuda er prachtig uitzien, in sarong en met kunstig gekapt haar. In Jakarta wandelen we met onze rugzakken op naar de busterminal, handig de draagjongens en taxichauffeurs ontwijkend. De verschillende bestemmingen worden door allerlei mannetjes luidkeels geroepen, de bussen rijden af en aan in hoog tempo, volle perrons en dan horen we opeens “Bogor, Bogor, Bogor!”. Ja, die moeten we hebben en we sluiten aan bij de vele mensen, maar helaas de bus is al vol voordat we ook maar kans maakten. Ina is zo slim om op het perron een strategische plek te kiezen, waardoor we bij de volgende bus als één van de eersten een zitplaats hebben. Voor 50.000 rupiah p/p (€ 3,00) reizen we in 2 uur deels over de tolweg de 81 km van Jakarta naar Bogor.
Bogor, 22 december 2017
In de stromende regen worden we opgewacht door Tom Arinto Soetomo (naar schatting een 60+’er) en hij regelt vervoer naar zijn homestay. Het verkeer is de gebruikelijke hectische chaos, met opvallend veel nieuwe auto’s. Zodra we de homestay binnenlopen, laten we de stinkende stadslucht van uitlaatgassen achter ons en stappen we de sfeer in van een tuinkas, compleet met schimmelige geur. De binnentuin staat vol met ‘Hollandse kamerplanten’. Onder het afdakje staan doorgezakte stoelen en het geheel maakt een oude indruk. Het is even wennen aan deze Indonesische standaard, maar al gauw zien we er de charme van. De geur in het huis is een wat vreemde mix van schimmel, mottenballen en wc eend. Dat laatste klopt, want elke kamer wordt opgefrist met een wc-blokje!

Tom is zeer behulpzaam en heeft veel tips voor uitjes in de omgeving. Hij loopt met ons mee naar een eetstalletje aan de straat en we bestellen nasi goreng voor 10.000 Rp per portie (€0,60). Op dat moment besluit Ina ziek te worden; ze zweet, wordt bleek, krijgt hoofdpijn, kortom ze moet het bed in.
Bogor, 23 december 2017
Vandaag zouden we doorreizen naar Cisolok, want we hebben een kamer gereserveerd aan de Zuidkust van Java. Ina is echter te brak om te reizen en dus moeten we, amper begonnen aan onze reis, meteen onze plannen bijstellen. Gelukkig kost dat voor ons beide geen enkele moeite, flexibel als we zijn. We melden bij Hotel Lagusa dat we een dag later komen. Tom behandelt Ina met een soort tijgerbalsem en een muntje. Dit wordt in Indonesië kerok genoemd. Hij trekt daarmee strepen over haar rug en borst, hetgeen een tijgerpatroon nalaat. Jeroen masseert intussen haar voeten. Van zoveel mannelijke aandacht knapt ze zienderogen op.
’s Middags gaan we de stad in om een vliegticket te regelen van Jakarta naar Yogyakarta en terug. Het plan is om oud en nieuw te vieren in Yogyakarta, de Borobudur en de Prambanan te bezoeken, nog een aantal dagen aan de kust te verblijven en dan op 8 januari terug te vliegen naar Jakarta om Rhani, Peter en de ‘bende van ellende’, Sven, Joël, Marc en Stephan te verwelkomen. Ina geniet ervan om te zien dat Jeroen boven alles en iedereen uittorent. De hoofddoekjes komen ongeveer tot zijn borstbeen.
Bij de kapper wordt de baard van Jeroen eraf geraspt met een bot scheermes. Volgens Jeroen heeft hij deze aanslag ternauwernood overleefd. Kosten voor deze slachtpartij: € 1,80.

Terug naar Toms Homestay pakken we een angkota, een taxibusje. Dit zijn allemaal identieke felgroene Suzuki mini-mini-busjes, niet berekend op het postuur van een westerling. Diep door de knieën kruip je in de zitruimte en neemt plaats op de kleine bankjes die tegenover elkaar zijn opgesteld. Als je eenmaal zit, heb je de dijen tegen je borstbeen. Twee jongelui springen op een gegeven moment naar binnen met een ukelele en gaan liedjes zingen. Ina kent het liedje en zingt mee. Uiteraard gaat de pet rond en wordt voor Jeroen gehouden. Er ligt een muntje in en prompt pakt Jeroen deze uit de pet en zegt: “Terima kasih”. De jongen kijkt verschrikt met grote ogen, totdat het hele busje in lachen uitbarst. Met gevulde pet springen ze vrolijk uit ons busje om meteen in de volgende te springen.
Met Tom eten we de opgehaalde maaltijd: ayam bakar van houtskoolvuur, sambal goreng tempé (Ina’s favoriet), telor goreng (gebakken ei), nasi goreng en natuurlijk sambal bij. We duiken op tijd het bed. Morgen hebben vervoer geregeld naar Cisolok en we vertrekken vroeg.
Cisolok, 24 tot en met 27 december 2017
Een uur later dan we hadden afgesproken zitten we om 5 uur ’s morgens in de auto. Dit zal ons nog vaker overkomen, want hier hanteert men de ‘elastieke tijd’, ofwel ‘jam karet’. We rijden zuidwaarts richting Sukabumi over drukke wegen, vol met brommers, motoren, busjes, vrachtwagens, personenwagens, overstekende mensen, honden en kippen en allemaal hebben ze op de dieren na haast. De tweebaansweg wordt structureel als een driebaansweg gebruikt, waarbij de brutaalste het recht neemt om in te halen. Dit leidt voortdurend tot hachelijke situaties en bijna botsingen.
Na drie uur rijden arriveren we bij Hotel Lagusa en de sfeer bevalt ons meteen. Onze kamer is een 2-onder-een kap met uitzicht op sawa’s en de zee. Eerst maar ontbijten: nasi goreng met kopi teh!

Hotel Lagusa ligt op een heuvel en bestaat uit vrijstaande huisjes, variërend van gezinshuizen tot onze 2-onder-een kap kamers. De zee is in 10 minuten bereikbaar via een pad door de sawahs, prachtig!

’s Middags lopen we over het strand en Jeroen heeft veel bekijks. Hij is de enige Belanda en dat valt op. Vrouwen gaan volledig gekleed en met hoofddoek de zee in. Jongens zijn volop aan het voetballen. Vissers trekken hun boot op het strand. Bij een strandtentje drinken we wat en zien de zon ondergaan.


Pfff, wat een heerlijkheid!
De volgende 3 dagen verlopen grotendeels vergelijkbaar. We ontbijten in het restaurant, gaan vervolgens onze volgende verblijven op de Molukken via internet regelen, wandelen naar zee en sjokken tegen zonsondergang door de sawahs en de kampong terug naar onze kamer. Het avondeten gebruiken we ook in het restaurant, want er wordt heerlijk voor ons gekookt: ayam ritja-ritja, gado-gado, tjap tjoy, nasi putih en heerlijke verse vruchtensappen. We zitten er overigens steeds alleen. Op een avond willen we weer aanschuiven voor het eten, als Ina de serveerster met grote ogen en hand voor de mond ziet staan: ”Wat is er?”, vraagt ze. “Ular!” en ze wijst naar de driezitsbank op de veranda. De kok komt meteen aangelopen en sleept de bank van z’n plaats. We zien een gitzwarte, glanzende slang van ruim 1,5 meter. “A black cobra!”, roept hij. Zonder een moment van aarzeling probeert hij met een stoel de cobra te doden, hetgeen uiteraard jammerlijk mislukt. Zijn actie heeft wel effect, want de cobra wordt daar pisnijdig van en we deinzen allemaal achteruit. De cobra besluit tot onze opluchting om van de veranda te kronkelen en verdwijnt in de sawah.

Op Wikipedia lezen we dat de black cobra tot de meest giftige slangen ter wereld behoort. Eng idee dat we wellicht op die bank hadden gezeten met een kopje koffie na …..
Bogor, 28 tot en met 30 december 2017
Om 4.45 uur ’s morgens klopt Tom op onze deur. De taxi staat klaar om ons terug te brengen naar Bogor. Wederom is het verkeer hectisch, nu zelfs in zo’n erge mate dat we al snel in de file staan. Na een tijdje heeft de chauffeur er genoeg van en slaat een smal weggetje in. Het gaat op en neer over slecht asfalt, vol kuilen en drempels. Er valt genoeg te zien, want langs de weg is volop bedrijvigheid. Rond 8.15 uur stappen we weer Toms Homestay binnen, zelfde kamer met schoon beddengoed. We ontbijten samen en daarna gaat Ina naar de bank om een deposit voor twee verblijven te regelen die we hebben gereserveerd. Dat gaat op de ouderwetse manier, formulieren invullen met carbonpapier en cash geld betalen. Daar gaan de flappen over de balie, eerst 900.000 Rp. en daarna 2.000.000 Rp. Alles wordt gecheckt: handmatig tellen en vervolgens dubbel gecheckt met de flappenteller.
In de middag gaan we naar de befaamde botanische tuin stammend uit de koloniale tijd, toen Bogor nog Buitenzorg heette. Het was indertijd namelijk zwaar werken voor de kolonialisten in Jakarta en dan konden ze zonder zorgen bijkomen in Buitenzorg dat hoger ligt (300 m) en daardoor koeler is. Het eerste wat opvalt in de botanische tuin zijn de brede perfect geasfalteerde wegen, vol met stapvoets rijdende glimmende auto’s. Rijke Jakartanezen genieten vanachter donker getinte ramen van al dat tropische schoons. Volgens Ina is er in relatief korte tijd veel veranderd, want zo herinnert zij zich dit niet. Destijds was gemotoriseerd vervoer niet toegestaan. We laten de rijdende file achter ons als we een plantenkas binnenwandelen. Een vreemd idee om in de tropen een tropische kas aan te treffen, maar dat schijnt noodzakelijk te zijn voor de 1200 soorten orchideeën. Vooral de orchideeën die alleen via hun luchtwortels leven vinden we bijzonder.

We proberen de auto’s te vermijden door de kleine paden te zoeken, hetgeen nog niet meevalt want het hele park is zeer gecultiveerd. Op een gegeven moment staan we bij een monument voor 4 palmbomen. Deze 4 bomen zijn als kweekbasis verantwoordelijk voor de verwoestende opkomst van palmoliekwekerijen in heel Zuidoost Azië. Botanisch gezien wellicht een prestatie, maar een monument voor de dagelijks vernietiging van tropisch oerwoud? We rusten wat uit op een bankje, het is drukkend heet en we kijken naar de vijvers vol lotusbloemen en het paleis op de achtergrond. Prinses Juliana en prins Bernhard hebben er ooit gelogeerd. Geen slechte homestay.

Indrukwekkend is altijd de reuzenbamboe die we ook in Ghana zagen. Ook prachtig zijn de vreemde bomen. Tom ontpopt zich als een kundig reisleider, want hij weet zeer veel te vertellen over alles wat we zien.

De volgende dag zitten we al weer om 04.00 uur ongewassen aan het ontbijt, want we gaan douchen onder een waterval. Tom neemt ons namelijk mee naar zijn bamboehutje in de sawah ergens op de berg Gunung Salak, die ruim 2100 m hoog is. Om half 5 stappen we in de auto om zo de file in Bogor te vermijden. Onze chauffeur Lucky, tevens Toms buurman, rijdt ons naar boven. We willen voor de grote vakantiemeute bij de waterval zijn en stappen om 05.30 uur het donker in, gewapend met zaklantaarns. We klimmen stevig via een min of meer aangelegd pad met treden van boomwortels en stenen. Om 6 uur staan we onder de waterval te douchen die vanaf 30 m op ons neerklettert, heerlijk!

Inmiddels is het licht geworden en we kunnen zien waar we terecht zijn gekomen: verschillende waterpoelen met traptreden naar elkaar verbonden, geflankeerd door marktkraampjes met detonerend zeildoek. Duidelijk dat ze hier zijn ingesteld op grote aantallen lokale toeristen die allemaal willen eten. Weer terug bij de auto gaan we relaxt een kopi teh drinken met pisang en tempé goreng. Oma bedient ons en babbelt vrolijk met Tom en Ina. Als we haar leeftijd vragen, blijkt ze even oud te zijn als Ina!

Via een heel smal weggetje stijgen we, rijden dwars door kampongs, langs sawahs en chauffeur Lucky moet regelmatig terugschakelen naar de 1e versnelling. Het ritje is prachtig! Uiteindelijk stopt de auto, we kunnen niet verder. Vanaf hier gaan we achterop de brommer omhoog via een voetpad. We moeten even wachten op de 3e brommer en om de tijd te doden papt Jeroen aan met de jongens van het dorp. Hij krijgt ze zo gek om te poseren voor een videootje. Dikke pret als ze het filmpje terugzien!

Als ook de brommers niet meer verder kunnen, gaan we te voet verder omhoog door zeer fraaie sawahs. De top van de Gunung Salak torent er bovenuit. En daar zien we het beloofde bamboehutje van uncle Tom. In één woord idyllisch! We schieten vele plaatjes, installeren ons en komen er dan achter dat het hutje niets meer is dan een overdekte bamboevloer op pootjes. Geen elektriciteit, geen keukentje, geen water, geen sanitair, geen matrassen en geen dekens. Ai, dat wordt hard en koud slapen zo hoog op de berg. Gelukkig hebben we kussens meegenomen en warme kleding, omdat we al rekening hadden gehouden met een koude nacht. Het huisje meet 2 m bij 3,5 m, dus we kunnen precies met z’n drieën naast elkaar liggen.

Tom neemt ons mee verder de berg op naar nog een waterval, die op 15 minuten afstand van de hut ligt. Deze vinden we nog mooier dan die van vanmorgen. Meer besloten, sereen en veel minder toeristisch. Logisch, want het is een hele toer om er te komen. We zwemmen in de poel en drinken kopi tubruk. Dat is koffie die je moet laten bezinken. Het laatste deel in je kopje kan je niet drinken, want dat is koffiedrap. We horen veel vogels en ook apen en we zien prachtige vlinders en zwart-roze libelles. De uren glijden voorbij….

Eenmaal weer terug bij de hut, komt de onderbuurman een thermoskan heet water brengen voor thee en we eten daar witbrood bij met plakjes kaas en hagelslag! We zitten onder het afdakje dat we tot ‘zomerkeuken’ hebben gepromoveerd. Intussen trekt het helemaal dicht en begint het te regenen. Het geeft een prettig tikkend geluid op het dak van palmblad. Het tikken gaat al vrij snel over in roffelen, want het houdt op met zachtjes regenen. We moeten schuilen in het huisje en verjagen meteen een kikker die in de nok zit. Om half negen besluiten we om te gaan slapen. Tom is meteen vertrokken, maar wij blijven nog lang keren en draaien, doen extra kleren aan, doen nog een plasje en krijgen het koud. Uiteindelijk vallen ook wij in slaap.
De volgende ochtend wassen we ons in de badkamer (helder water in de beek), eten weer witbrood en drinken thee van de buurman in onze zomerkeuken (het afdakje). We pakken vervolgens alles in en lopen door het bos terug naar de kampong beneden. Het bos bestaat hier uit naaldbomen, zo hoog zitten we. Het is grove den die massaal wordt afgetapt. De hars geurt heerlijk en wordt hier gebruikt voor het produceren van lijm. We genieten van de uitzichten op het dal en zien Bogor liggen. Volgens afspraak staat Lucky weer op ons te wachten en hij brengt ons naar Toms Homestay.

Yogyakarta, 31 december tot en met 3 januari 2018
Vandaag is officieel onze laatste werkdag. Dit blijft een vreemd idee. We pakken de rugzakken in en nemen de angkota naar de busterminal. Tom gaat met ons mee, want hij wil er zeker van zijn dat we in de juiste bus zitten richting Jakarta Airport. We kopen de bustickets, de bus staat al klaar en we nemen afscheid van Tom. We zijn hem zeer dankbaar: hij is betrouwbaar, zorgzaam, een goede organisator en verschrikkelijk aardig.
Doordat de ingecalculeerde file er niet is, zijn we liefst 5 uur te vroeg op het vliegveld en besteden de tijd aan het bijwerken van onze blog.
Na ruim een uur vliegen landen we op Yogyakarta airport. In het donker komen we aan in Bedhots Homestay. We proeven een gezellige, ontspannen sfeer en zijn enthousiast bij het zien van de nieuw gebouwde houten kamers, opgetrokken in traditionele stijl. In het open restaurant annex huiskamer zien wij fraaie houten meubels en moderne kunst. Mas Bedhot is kunstenaar en schildert in een moderne eigentijdse stijl. Mas is overigens een Javaanse aanspreektitel voor een jongeman. Een jonge vrouw wordt mbak genoemd.
Naast de Homestay is een podium opgericht voor een wayang kulit, een voorstelling met wajangpoppen. Het blijkt ter gelegenheid te zijn van het buurtfeest vanwege oudejaarsdag. In Indonesië bestaat er geen feest zonder maaltijd en altijd word je uitgenodigd om mee te eten. Achter de wajangvoorstelling zien we dat er voor alle buurtbewoners uitgebreid is gekookt. Het ziet er heerlijk uit en de ibu-ibu sporen ons aan om veel op te scheppen. Met een vol bord en warme thee worden we uitgenodigd om op de voorste rij te gaan zitten. Bij een traditionele wajangvoorstelling luistert men naar eeuwenoude verhalen afkomstig uit de Hinducultuur, verteld in het Javaans en ondersteund door Javaanse gamelanmuziek. Meestal duurt het vanaf het begin van de avond tot ver in de ochtend. Deze wajangspeler heeft er een variant op. De gamelanmuziek komt uit een geluidsinstallatie, hij vertelt zijn eigen verhaal waarbij hij het publiek betrekt en met veel humor inspeelt op hun opmerkingen. De bewoners schaterlachen om zijn grappen. Het schouwspel doet ons denken aan de oudejaarsconference in Nederland, maar dan net even anders.

De voorstelling is nog niet afgelopen, maar mas Bedhot ziet dat we zijn uitgegeten. De hoogste tijd om te vertrekken. Samen met een ander jong stel uit Nederland stappen we in zijn groene Volkswagen, type 181. Het is een Duits cabrio legervoertuig, gebouwd tussen 1968 en 1980. De motor zit achterin. Als mas Bedhot de motor start, horen wij het typische geluid van een kever. Vol trots rijdt hij ons naar het uitgaansleven en onderweg trekken wij de aandacht. Geïnteresseerd luistert Jeroen naar de bijzonderheden die mas Bedhot over het voertuig weet te vertellen en over zijn volkswagenbus, type T2. Hij is lid van de volkswagenclub in Yogya en regelmatig wordt er een tour georganiseerd. Dat moet een bijzonder gezicht zijn, al die gekleurde volkswagenbusjes rijdend door de bergen. Ina kletst met de jongelui en we stellen elkaar de typische reizigersvragen: waar kom je vandaan, waar ga je naar toe en hoe lang ben je onderweg.

Inmiddels arriveren we op de plaats van bestemming. Links en rechts zien we de pubs waar harde (live)muziek uit schalt. De enorme hoeveelheden geparkeerde brommers verraden de drukte. Het ziet er zwart van de mensen, veel lokalen en buitenlandse jonge toeristen. Met de feesttoeter in de aanslag swingen we het oude jaar uit. Het is een gedenkwaardige oudejaarsavond met twee grote contrasten: enerzijds de traditionele wajangvoorstelling en anderzijds het moderne uitgaansleven. Onder luid getoeter aanschouwen we om 12 uur het siervuurwerk. Het nieuwe jaar is begonnen en op deze eerste dag van 2018 wensen wij elkaar mooie momenten toe in onze nieuwe fase van ons leven. Hierna stappen wij nog een andere bar in. We dansen en zingen mee met de band die behalve nieuwe songs ook muziek uit de jaren 70 ten gehore brengt. Na een overkill van decibels laten we ons terug rijden naar de homestay, waar we als een blok in slaap vallen.
Op nieuwjaarsdag maken we onze wenskaart 2018 en gaan daarna onze volgende vliegreizen boeken: van Ambon naar Sulawesi om de Toraja-dodencultuur te zien en vervolgens door naar Surabaya om de actieve vulkanen Bromo en Ijen te bezoeken. Door een gemotoriseerde becak komen we op de Jalan Malioboro, dè winkelstraat van Yogya. Ina zoekt kleding waarin ze comfortabel kan reizen, dat niet te bloot is om de Indonesiërs niet voor het hoofd te stoten en dat ook nog een moderne look heeft. Dit programma van eisen blijkt een stevige opdracht om te realiseren. Winkel in, winkel uit, mall in, mall uit. We pauzeren voor koffie met gebak, want we hebben wat te vieren: onzei eerste dag van ons ‘pensioen’. Inmiddels is het donker geworden en maken de kledingstalletjes plaats voor eettentjes. Overal wordt op straat gekookt, gebakken, gewokt en geroosterd en het ruikt heerlijk. We eten saté ayam en 20 stappen verder kunnen we de verleiding van loempia’s niet weerstaan. We moeten hier weg ……!

Met de app ‘Go-Jek’ bestellen we een Go-Car taxiritje terug naar Bedhots Homestay. Dit systeem werkt fantastisch: het is snel en goedkoop. Het bedrag van de rit is direct zichtbaar en de taxichauffeur die het dichtst bij je in de buurt is, belt je terug ter bevestiging. Op Google Maps kun je meteen zien waar hij zich bevindt en je ziet hem naderen op je beeldscherm.
En er zijn meer services te bestellen via deze app. Ina vindt het jammer dat deze diensten nog niet in Nederland beschikbaar zijn. “Stel je toch eens voor,” mijmert ze, “je bestelt een Go-Ride om naar je werk te gaan en in je pauze laat je je lunch bezorgen via Go-Food. ’s Middags doe je de boodschappen met Go-Mart. Voor het komende verjaardagsfeestje laat je je optutten door Go-Glam en je zoekt bij Go-Shop een leuk kadootje uit. En als je thuis komt, heb je al lang voor een Go-Clean huis gezorgd en laat je je na een lange, vermoeiende werkdag verwennen door Go-Massage.” Het enige wat nog rest is om alle Go-orders te beoordelen met 1 tot 5 sterren.

De volgende ochtend gaan we fietsen in de omgeving en Ferri is onze gids. We zien alle stadia van de rijstteelt, hij laat ons zien hoe bakstenen met de hand worden gemaakt uit een mix van klei en plantaardige vezels, hoe tempé wordt gemaakt en hoe kleinschalige veeteelt eruit ziet op Java, namelijk twee koeien. De boer koopt ze als vaarsen en verkoopt ze als ze zo’n 3 jaar oud zijn. We fietsen door sawahs en kampongs en de Javanen zwaaien vriendelijk. Behoorlijk verhit komen we na 4 uur fietsen terug.


In de avond komt Ika langs, een vriendin van Millie. Ze kennen elkaar van de tijd dat Millie studeerde in Yogya en we hebben een kadootje vanuit Nederland te overhandigen. Het klikt meteen en we bestellen een hapje eten via de app ‘Go Food’. We bestellen verschillende gerechten bij een restaurant op nog geen 600 meter afstand van de homestay. Deze app werkt perfect en we eten heerlijke gerechten met verse bumbu.
De volgende dag zitten we om 3.30 uur in de auto, want we gaan de Borobudur in zonsopkomst zien. Na een rit van anderhalf uur staan we op een heuvel en kijken uit op een actieve, rokende Gunung Merapi. De vallei waarin de Borobudur zich moet bevinden is in nevel gehuld. Die nevel zal toch wel optrekken? Vol verwachting turen we de vallei in. Langzamerhand wordt het lichter, maar we zien alleen de vulkaan. Op zich mooi, maar ons opzetje komt niet uit: slechts even wordt de Borobudur zichtbaar, maar niet bij een mooie zonsopkomst. We besluiten de heuvel te verlaten en wandelen richting de Rumah Rhema, een kerk/gebedsruimte in de vorm van een duif. Het is een heel bijzonder gebouw dat is gebouwd in 1992 en het biedt ruimte aan verschillende religies, zoals Hindoeïsme, Islam en Christendom. We gaan de trap op en hebben vanuit de snavel uitzicht over de bergen. Aan de andere kant van het gebouw nuttigen we ons ontbijt: koffie met gebakken cassave.

De Borobudur heeft een UNESCO-status en mede daardoor zijn de opgravingen en restauraties zeer geslaagd. Het gehele complex is ook keurig en efficiënt aangelegd, met toegangspoorten voor VIPs, security, parkeerplaatsen voor bussen, eettentjes, souveniersmarkt, rondrijdend treintje, kortom: men is duidelijk ingesteld op dagelijkse grote stromen bezoekers.
Het bouwwerk bestaat in feite uit 3 spirituele niveaus: de eerst bouwlaag verbeeldt het loskomen van wensen en verlangens, de tweede bouwlaag verbeeldt het vrij zijn van wensen met nog een menselijke gedaante en de derde laag verbeeldt het Nirvana: vrij van wensen en menselijke vorm. Het Nirvana is rond gebouwd, terwijl de andere bouwlagen vierkant zijn.

De grote esthetische waarde zit vooral in het fantastische rijke beeldhouwwerk dat in alle galerijen in overvloed aanwezig is en verhaalt, vol symboliek, van de reis naar het Nirvana. Absoluut fascinerend om door de rondgangen te lopen en je te vergapen aan de kwaliteit en detaillering van het beeldhouwwerk.

In de schaduw worden we geïnterviewd door een groep middelbare school leerlingen die op excursie zijn. Het moet in het Engels en het is aandoenlijk om te zien hoe ze met elkaar de vragen repeteren. Alles wordt als bewijs opgenomen op de smartphone. Na afloop natuurlijk een selfie en dat lijkt het sein te zijn voor andere Indonesiërs om ook met Jeroen op de foto te willen. Gedurende de dag zal Jeroen, niet overdreven, zeker 30 x zijn benaderd voor een fotosessie!
Voldaan stappen we weer in de auto en rijden we naar de Candi Prambanan, een Hindoeïstisch tempelcomplex. Indrukwekkende, elegante bouwsels tot 47 meter hoog. Nog steeds is men bezig tempels te restaureren en de blokken liggen in grote hoeveelheden klaar om te worden gerubriceerd: een enorme klus als je geen bouwtekening of afbeelding hebt, want welk blok hoort waar?

Behoorlijk moe van alle indrukken en het sjokken in de hitte, besluiten we kopi luwak te drinken. Dit is een fameuze en kostbare koffie: fameus om zijn typische smaak, kostbaar vanwege de zeer geringe beschikbaarheid. Het verhaal is als volgt: in Indonesië leeft in het wild de Civetkat (de luwak), een marterachtig zoogdier dat vooral leeft van bessen en fruit. Het eet ook de koffieboontjes, maar kan dat niet goed verteren en poept de bonen uit. Deze uitgepoepte koffiebonen worden verzameld, gewassen, gebrand en tot koffiedrank getransformeerd. Prijs: 150.000 Rp, oftewel € 9,- per kopje. Eenmaal in Europa wordt het onbetaalbaar. Inderdaad een bijzonder en prijzig kopje koffie….
Jiwa Laut, 4 tot en met 7 januari 2018
We gaan een paar dagen naar de kust, onder Yogyakarta, om te verblijven bij Ira. Zij heeft sinds een aantal jaren gastenverblijven van bamboe gebouwd en daarbij is ze milieubewust te werk gegaan. Het water wordt gerecycled, energie komt van de biogasinstallatie en verder vermijdt ze het gebruik van plastic. Ook doet ze met de bewoners van het dorp projecten, zoals het schoonhouden van het strand en het verzamelen van plastic zakken die ze samenperst in plastic flessen en vervolgens deze flessen gebruikt in de fundering van huizen. Dappere initiatieven, maar milieubewustzijn is bij de meeste Indonesiërs geen item. Overal zien we dat mensen plastic afval en blikjes gewoon op straat of in de bosjes gooien. “We have a long way to go.”, zegt Ira met een meewarige glimlach. Ze kookt heerlijk voor ons en de andere gasten Renzo en Sara, een Italiaans stel uit Bologna. De producten komen uit eigen tuin en dus gaat het gesprek over eten en de eetculturen van Indonesië, Italië en Nederland. Wij vertellen dat Nederlanders over het algemeen openstaan voor de buitenlandse keuken, waarop Renzo over de Italianen zegt: ”We are corrupt in almost everything, but we don ’t mess with our pasta!” Kortom, we hebben het erg gezellig met elkaar.
De thee komt uit Ira’s tuin. Er worden paarse bloemen geplukt en in een kop met gekookt water gedaan. Het kleurt fantastisch en de smaak is bijzonder.

De zee heeft een stevige golfslag en er wordt gewaarschuwd voor de sterke stroming. We blijven dus wat aan de rand van het water, kijken naar de vissers, lezen wat en de dag verglijdt. Onze kamer ligt op de heuvel en is een twee-onder-één kap en is volledig opgebouwd uit bamboe. De voorzijde kan helemaal open, zodat de kamer overgaat in de veranda. We kijken uit op het dorpje en de zee.

De hangmat bevalt dermate goed, dat Ina vraagt of deze soms te koop is. “Yes, of course, no problem. I have more, you can choose the colour”, zegt Ira. We gaan met haar naar het gezinshuis dat ook voor de verhuur is bestemd. Ze vertelt dat dit een origineel oud Javaans huis is en dat ze het heeft gekocht in een dorp verderop en heeft laten verplaatsen. Nieuw dak erop en klaar. Als bouwers zijn we geïnteresseerd in de houtconstructies en het geheel ziet er zeer sfeervol uit.
De volgende dag gaan we met Renzo en Sara op stap: Ira heeft namelijk een programma voorgesteld. We gaan naar druipsteengrotten, eten in het dorp en sluiten af met gamelan muziek. De auto brengt ons door sawahs de heuvels in en iedereen groet Ira hartelijk; ze is duidelijk geliefd bij de bevolking. Om bij de grotten te komen, lopen we met de gids een klein stukje het oerwoud in en klauteren dan een kuil in met de eerste stalagmieten. De zaklantaarns gaan aan en we trekken de grot in. Het is vochtig warm en de bodem bestaat uit super glibberige klei en waterplassen. Al gauw staan we voor een gat in de wand, niet groter dan het formaat van een wc-raampje. De gids en Ira wurmen zich er op hun buik door heen, maar dan moet Renzo: 2x zo groot en breed als de gids! Hij twijfelt: “I’m not sure if I wonna do this”. Toch werpt hij zich in de klei en als nog de helft van Renzo zichtbaar is, horen we een verstikt en paniekerig: ”I’m stuck!”. Met veel gedoe weten we Renzo te bevrijden. Jeroen kiest eieren voor z’n geld en roept door het gat naar de gids en Ira: “Het dat gaat ons niet lukken, hoor. Wij westerlingen zijn veel te groot.” Het hoofd van de gids komt tevoorschijn en zegt met een brede grijns dat er nog een andere weg is….

Tamelijk onzeker vervolgen we onze barre tocht door de ingewanden van Java. We zweten allemaal hevig en we zitten onder de modder. Opnieuw staan we voor een smalle opening. “Behalve hoogte- en dieptevrees heb ik geloof ik ook last van claustrofobie,” zegt Ina zachtjes tegen Jeroen. Maar ze zet zich er moedig overheen en ze wurmt zich door de nauwe opening. We gaan op in de omgeving: grillige rotsen, stalagmieten en stalachtieten die we beschijnen met onze zaklantaarns, terwijl de vleermuizen om ons heen fladderen. Het is zò indrukwekkend, dat we beginnen te fluisteren met elkaar. Ira vertelt: “Er is een man uit het dorp die net zoals de bewoners dat vroeger deden, dagen in de grot verblijft om te mediteren.” Het lijkt ons verre van prettig om te bivakkeren in een kleine, donkere, vochtige ruimte. De expeditie weet via klimmen, afdalen, kruipen, glijden, elkaar bijschijnend de uitgang veilig te bereiken. Duidelijk opgelucht en euforisch maken we een groepsfoto en kijken stukjes video terug. Wat een belevenis!
De ergste modder kunnen we van ons afspoelen en we gaan naar het dorp voor teh en pisang goreng. We eten pecil, een pittige variant van gado-gado. Eigenlijk zijn we al voldaan en hebben niet zo heel veel zin in de gamelan, maar men rekent op ons, dus we gaan naar de oefenruimte. Als alle instrumenten zijn klaargezet, gaan we repeteren. Op een bord staan cijfers in reeksen en die cijfers moeten corresponderen met onze aanslagen op de ‘xylofoons’. Deze zijn genummerd van 1 tot en met 7, echter zonder een 4! Al met al niet bijster moeilijk en al gauw is er een soort pentatonische melodie herkenbaar. Inmiddels zijn alle leden van het dorpsorkest aanwezig en samen spelen we er lustig op los. Tot slot speelt het orkest een nummer waarmee ze recentelijk hebben opgetreden en dat klinkt toch wel stukken beter dan met onze bijdragen. Compleet met samenzang, handgeklap en een hoog tempo.

Jakarta, 8 en 9 januari 2018
In de loop van de ochtend vertrekken we naar Yogyakarta, verblijven weer bij Bedhots Homestay, slapen daar een nachtje en zitten de volgende ochtend om 5 uur in de taxi richting vliegveld. We vliegen in ruim een uur naar Jakarta en hebben tijd genoeg om de familie uit Nederland te kunnen verwelkomen. Ze landen rond 12 uur. Ondertussen gebruikt Ina de tijd om de gestorte deposit à 2.000.000 Rp. voor het verblijf op Seram terug te eisen, want het bedrag is daar nooit aangekomen. Het blijft volstrekt onduidelijk waarom de bank het geld heeft teruggevorderd en Ina hierover telefonisch niet heeft geïnformeerd. Na 2 uur gedoe en welgemeende excuses wordt duidelijk dat ze alleen het bedrag terug kan halen in Bogor, bij de bank waar ze het geld heeft afgegeven! Ina weigert dat uiteraard. Na aandringen komt er een alternatief op tafel: het geld kan worden overgemaakt naar een Indonesische rekening. Snel belt ze Tom in Bogor en hij wil hieraan wel meewerken. Intussen is het vliegtuig van de familie al geland en moeten we met de transferbus naar een andere terminal om Joël, Sven, Marc, Stephan, Rhani en Peter te kunnen verwelkomen. Op tijd staan we klaar met ons welkomstbord:
‘Selamat datang keluarga Kroon & Latuputty’.

We regelen 2 taxi’s en we worden vlot afgezet bij het Zest Hotel. Ina vertrekt echter per ommegaande weer naar het vliegveld, want Tom uit Bogor heeft het voor elkaar gekregen dat Ina tòch het geld mee kan krijgen. Huh? Ze moet opschieten, want het kantoor sluit om half 3. Vlak voor de bank krijgt de shuttle helaas een lekke band en ze heeft nog drie minuten. Snel stapt ze een transferbus van de airport in die net komt aanrijden en net voor sluitingstijd glipt ze het kantoor in. Al met al duurt het nog wel twee uur voordat de bankmedewerkster de 2 miljoen voor haar uittelt en in een grote envelop aan haar overhandigt. Vervolgens snelt Ina naar buiten en wacht op de transferbus die haar naar gate 3 van Garuda brengt om de vliegtuigstoelen voor morgen te reserveren. Met een taxi rijdt ze terug naar het hotel. Inmiddels is het etenstijd en we genieten samen van een heerlijke rijsttafel. De jongens besluiten terug te gaan naar de luchthaven om onze neef Dominggus en zijn vriendin Naomi te begroeten die terug vliegen naar Nederland. De ‘ouderen’ kruipen het bed in. Morgen weer vroeg op en dan vliegen we naar de Molukken! Over ruim een maand komen we terug om Oost Java te bezoeken.
Surabaya en Banyuwangi, 4 tot 7 februari 2018
Het is een lange reis vanuit Torajaland, Sulawesi, naar Java. Maar als je voldoende tijd plant, is het prima in één dag te doen. Middels een reisbureau hebben we een driedaagse reis geboekt: vanaf Surabaya via de vulkanen Bromo en Ijen naar Banyuwangi waar we de ferry zullen nemen richting Bali. Vroeg in de avond komen we aan in het gereserveerde hotel in Surabaya. Bij de booking werd al expliciet gesteld dat alleen gehuwde paren welkom zijn en dat wordt bij het inchecken meteen aan de orde gesteld. Bij gebrek aan ons trouwboekje moeten we aan de hand van onze paspoorten uitleggen wat ‘e.v.’ betekent. Met enige argwaan wordt het geaccepteerd. We kunnen uitslapen, want pas om 10 uur staat Toni op ons te wachten. Hij is onze chauffeur de komende drie dagen en het klikt meteen tussen ons. Hij rijdt ons hoog de flanken van de Bromo op en we zien dat de vruchtbare grond goed wordt benut. Op de zeer steile hellingen wordt van alles verbouwd, in keurig rechte lijnen en vakken.
Ons onderkomen is eenvoudig en sfeervol. Om te vieren dat we naar de Bromo gaan, trakteren we onszelf op koffie met pisang goreng. De lucht trekt open en we wandelen wat in het dorpje rond. Het is hier een walhalla voor Toyota Landcruiser serie 4 liefhebbers. Hier noemen ze het gewoon een ‘Jeep, of hardtop’. We zien ze in alle denkbare kleuren, in verschillende staat van onderhoud.

Na de voedzame maaltijd met aardappelen, gaan we op tijd slapen. We vertrekken namelijk om 03.00 uur in de Toy hardtop om de zonsopkomst boven de actieve vulkaan de Bromo te zien.
Ruim een uur rijden we in het donker de steile weg omhoog en zien in de diepte de lichten van de stad Malang. We worden afgezet bij een pad met trappen en we lopen het laatste stuk tot we een geschikt plekje hebben gevonden om de zonsopkomst af te wachten. We zijn niet de enigen en daarop wordt geanticipeerd door de Indonesiërs: er zijn volop standjes met warme thee, dekens, hoofdlampen en dergelijke. Langzaam tekenen de contouren zich af door de opkomende zon en de lucht trekt deels open dankzij een straffe koude wind. Uiteindelijk zien we duidelijk de krater van de Bromo en de hoge top daarachter van de Gunung Semeru. Echt de moeite van het wachten waard.

Het cultuurverschil tussen Westerlingen en Oosterlingen wordt hier pijnlijk duidelijk: Westerlingen willen foto’s maken van de pracht van de natuur zònder mensen erop, Oosterlingen willen foto’s maken van zichzèlf met op de achtergrond de natuur. Dit leidt tot ergernis van beide kanten, want Ina vraagt of ze niet voor haar willen gaan staan, maar zìj willen graag poseren. Dus spreken we een gedragscode af: zij mogen eerst volop poseren in allerlei combinaties (solo, met z’n tweeën, met z’n allen) en in allerlei standjes (met en zonder zonnebril, met en zonder V-teken, doen of je het heel koud hebt of juist niet….) en daarna mag Ina fotograferen zonder mensen. Uiteindelijk is iedereen blij!
We drinken met Toni en de chauffeur thee, kletsen nog wat met studenten uit Malang die hun handen warmen aan een vuurtje en vertrekken dan naar de zandzee, het maanlandschap dat rond de krater van de Bromo ligt. Hier blijft de Toy achter en lopen we de krater op. Het is ook mogelijk om dit stuk op een paardje af te leggen en vooral Chinezen lijken hiervan gebruik te maken. Tenslotte gaat het laatste stuk via een trap met 253 treden, door Ina zelf geteld. Eindelijk staan we op de zeer smalle rand van de krater en kijken de imposante diepte in. De krater bubbelt en borrelt en laat soms wat dampen los. Het is werkelijk indrukwekkend, zelfs voor Ina die destijds als tourleader de Bromo wel 40 keer heeft beklommen.
Enige zelfspot is op zijn plaats. Ook wij poseren gewillig voor de camera.

Rond 09.30 uur zijn we terug in het hotelletje, we douchen even, pakken de spullen in en gaan ontbijten. Met Toni achter het stuur vangen we de reis aan richting onze volgende vulkaan, ruim 7 uur rijden. De stad Banyuwangi op het meest Oostelijke puntje van Java doet heel vriendelijk aan door de vele bomen langs de straten, de trottoirs die heel zijn en er is geen rondslingerend afval, kortom, het heeft een prettige sfeer. We eten heerlijk ikan bakar in een warung en gaan vroeg proberen te slapen, want we vertrekken al om 01.00 uur! Dit vroege vertrek is nodig om in het donker op de bodem van de krater van de Ijen te zijn, zodat we de ‘blue fire’ kunnen zien. Bij daglicht is dat niet meer zichtbaar.
Wederom rijden we in het donker een berg op en na ruim een uur stoppen we bij een parkeerplaats. Toni blijft achter en samen met onze gids Jono gaan we het steile pad op, bijgelicht door onze hoofdlampen. Hij vertelt dat hij zeven jaar heeft gewerkt in de zwavelmijn die we nu gaan bezoeken. De zwavel moet worden losgehakt op de bodem van de krater en wordt verzameld in rieten manden die vervolgens op de rug naar boven naar de kraterrand wordt gebracht. Elke lading is minstens 60 kilo. De opbrengst is 1000 Rp. per kilo, dus bij elke 100 kilo verdient de mijnwerker slechts 6 euro. Ze werken bij voorkeur in de nacht en vroege ochtend als het nog koel is. Het is uitzonderlijk zwaar werk, ongezond en slecht betaald. De meeste mijnwerkers brengen in één nacht tweemaal een lading naar boven. Op aangeven van Jono hebben we pakken koekjes gekocht om uit te delen aan de mijnwerkers. Dit helpt tegen de penetrante zwavelstank en het prikkende gevoel in de keel.
Na een uur klimmen merken we duidelijk de zwavelgeur die op de keel slaat. Jono adviseert ons om nu de gasmaskers op te doen. Het is even wennen met zo’n apparaat op, maar het helpt goed. Op een gegeven moment staan we op de kraterrand en zien in de diepte kleine lichtjes bewegen. Daar moeten we naar toe. De afdaling gaat steil via een rotsig pad en we zien nog steeds niets van de omgeving. Het is aardedonker. Opeens doemt er een mijnwerker op zonder gasmasker die met een lading zwavel op de rug omhoog klimt. Jono spreekt hem aan in het Javaans en geeft hem een handvol koekjes die hijgend wordt aangenomen. We staan er vol ongeloof naar te kijken, dit is toch ondoenlijk!

Stap voor stap dalen we verder af tot we op de bodem van de krater staan en het blauwe vuur zien, tussen de geelgrijze wolken zwaveldamp. Het heeft veel weg van het affakkelen bij gasinstallaties. Helder blauwe vlammen schieten de lucht in. Fascinerend! Langzamerhand gaan we meer van de omgeving ontdekken en zien we de mijnwerkers tussen de dampen verschijnen en verdwijnen. De damp prikt hevig in de ogen en wij vluchten regelmatig weg als de wind de damp onze kant op blaast. In het verleden zijn er buizen aangelegd die de damp kanaliseren en waarin de zwavel in vloeibare, fel oranje, vorm neerslaat. Als het afkoelt wordt het hard en geel en kan het worden weggehakt. De mijnwerkers begeven zich dus steeds bij de buizen en in de damp. Hoestend doen ze hun werk in een fabelachtige omgeving. In de pauze steken ze een welverdiend sigaretje op….

Bij daglicht kunnen we de krater goed overzien. Het meer weerspiegelt de kraterrand die door de ochtendzon goudgeel wordt belicht. Het is werkelijk prachtig en vormt een groot contrast met de ellendige werkomstandigheden van de mijnwerkers.
We klimmen weer omhoog, delen de laatste koekjes uit en bovenop de kraterrand zien we de manden staan met de verzamelde zwavel. In karretjes wordt het naar beneden getransporteerd. De bodem van de krater is onzichtbaar door de zwaveldamp, maar de lucht is verder wolkenloos en in een stralende zon wandelen we weer naar beneden, onder de indruk van alles wat we hebben gezien.

Terug in het hotel nemen we een douche en eten we een ontbijtpakketje op de kamer, omdat we te laat zijn voor het restaurant. Toni staat alweer klaar om ons naar de ferry te brengen. Wanneer we uitstappen, komt er meteen een man op ons af die ons wijst op de bus die klaar staat om de ferry op te rijden en er is nog plek voor ons. De bus gaat naar de terminal, in de buurt van Kuta, zo’n vier uur rijden. We besluiten snel en de rugzakken worden voor ons gedragen. Toni kijkt bezorgd en zegt dat er nog geen prijs is genoemd. “O ja, wat kost deze trip voor 2 personen, inclusief de ferry?” Het bedrag van 250.000 Rp is redelijk en dus nemen we afscheid van Toni en bedanken hem voor de goede zorgen. Zodra we zitten, rijdt de bus de ferry op. Op weg naar Bali!