Een nieuwjaar in Argentinië

Blogbericht 059, 2026 Argentinië

Ons laatste blogbericht dateert al weer van een maand geleden. Intussen is het 2026 en zijn we al 3 maanden aan het reizen in Zuid-Amerika. Het landschap in Argentinië heeft onze hoog gespannen verwachtingen weten te overtreffen. We vinden het prachtig en enorm gevarieerd. We hebben intussen 3 video’s gemaakt en de mooiste foto’s zijn geplaatst op onze site: 4x4nomads.com. Vooral de video’s geven een mooi beeld van de verscheidenheid.

01 januari tot 14 januari 2026, Stuck in Salta en rondje Cachi

Met Nederlandse mede-Overlanders vieren we een gezellige Kerst en Oud & Nieuw op camping Xamena, het openluchtzwembad van Salta. Op oudejaarsdag bakt Bien oliebollen, Sacha maakt een lekkere salade, Ingrid tovert verrukkelijke zelf gemaakte empanada’s uit haar oven, Ina bakt pisang goreng en alles smaakt heerlijk met wijn en bier. Even voor 20.00 uur Argentijnse tijd klinkt bij daglicht ‘Bohemian Rapsodie’ van Queen uit de geluidsbox, voor de 22e keer de nummer één van de top 2000 en we proosten op een fantastisch 2026. Daarna duurt het nog vier uur voordat Argentinië ‘Año Nuevo’ kan vieren. We eten, drinken, lachen en zingen. Jeroen pakt zijn gitaar en de anderen zingen uit volle borst liedjes uit het kampvuurboekje, of zoals Jeroen zegt: liedjes voor in het kampvuur. Om middernacht Argentijnse tijd wensen we elkaar voor de tweede keer een gelukkig Nieuwjaar, avontuurlijke reizen en veilige kilometers. Om ons heen zien en horen we vuurwerk. Het is voor ons wederom een bijzonder Oud & Nieuw die we kunnen bijschrijven in het rijtje buitenlandse Nieuwjaars wisselingen.

Jeroen heeft last van zijn kies en krijgt een wortelkanaalbehandeling bij een endodontoloog, een tandarts die gespecialiseerd is in deze behandeling. De totale kosten van twee behandelingen van anderhalf uur elk is $40. We geven €50, want de tandarts levert prima werk. De hevige zenuwpijn is inmiddels verdwenen en het komt uiteindelijk allemaal goed. Na de laatste behandeling op 14 januari zullen we onze reis hervatten. Het plan is om door het Andesgebergte langs de Chileense grens af te zakken naar het zuiden van Argentinië. We zijn benieuwd de beroemde gletsjers met eigen ogen te zien.

Er is tijd genoeg voor Jeroen om een oplossing te vinden hoe de schotel van de Starlink op het dak te bevestigen. Kees heeft voor ons de aansluiting in de cabine gemaakt zodat deze werkt op 12 volt en wij internet hebben terwijl we rijden. Met hulp van de mannen van ‘onze’ garage maken zij een frame van rvs waar de schotel precies in past en het geheel wordt gemonteerd aan de ‘airline rail’ op het dak. We zijn er enorm blij mee. We besluiten om te vertrekken voor een tochtje naar Cachi, Cafayate en terug naar Salta voor de laatste tandartsafspraak. De Tembo Toy heeft lang genoeg stil gestaan en we hebben enorm veel zin om iets te ondernemen. Begin van de middag rijden we uit Salta weg richting Cachi. Het traject hebben we eerder gereden, maar dan van Cachi naar Salta op dag 58 van onze reis. Het is een mooie route en geen straf om Ruta 33 twee keer te rijden. Voordat we de pas van 3457 m bereiken, drinken we bij een restaurant koffie. Vanachter het grote schone raam hebben we een prachtig uitzicht op de bergen. Op de pas zitten we letterlijk met ons hoofd in de wolken. Er is niets van het uitzicht te zien, dus stoppen heeft geen zin. Dan volgt de afdaling en rijden we ‘Parque Nacional los Cardones’ in en schijnt de zon volop. Links en rechts zien we wederom gekleurde bergen. Na 18 kilometer slaan we linksaf de Ruta 42 op en we maken een bivak op 2830 meter hoogte. Het uitzicht is rondom schitterend. Weer hebben we een wereldplek gevonden.

Omdat het behoorlijk waait, genieten we binnen van het panorama met een goed glas wijn. Helaas is de pret van korte duur. Een auto van het nationaal park parkeert achter ons. Twee rangers stappen uit en vertellen dat we hier niet mogen overnachten. Ze wijzen op de kaart waar verderop een camping is. Jeroen kijkt zeer beteuterd, pakt de boel in en rijdt enigszins mokkend naar de camping. Het is maar 5 minuten rijden naar ‘Camping Yacoraite’ waar we noodgedwongen gaan overnachten. Hemelsbreed ligt het nog geen 1 km van de verboden bivakplek verwijderd. Het hek van de camping is gesloten en wij parkeren op de parkeerplaats. Achter het hek zien we twee toiletten, een wasbak, een kraan waar geen water uitkomt, vier plaatsen voor een tent met fantastisch weids uitzicht en verder tonen pictogrammen op een houten bord dat veel dingen verboden zijn. Een veel betere plek dan op de parkeerplaats, vinden wij, alleen onmogelijk om er te komen met de Tembo Toy. We zijn ingesloten tussen struiken en een Duitse Iveco campervan. Belemmeringen om optimaal van het panorama te genieten. We moeten het er maar mee doen. ‘You can’t always get what you want. You get what you need!’

De zon schijnt als we wakker worden. Om van het uitzicht te genieten, ontbijten we achter het hek bij een plaats voor een tent. Al gauw gaan we op pad, benieuwd wat we onderweg gaan zien. Het eerste deel door het Parque Nacional los Cardones is een bijzonder en gevarieerd landschap met verschillende vormen en kleuren bergen en heel veel cactussen. Om de haverklap stappen we uit om foto’s te maken. Na 30 km rijden we weer op Ruta 40, plaatselijk bekend als ‘La Cuarenta’. Langs de kant van de Ruta staat vermeld hoeveel kilometers het is tot Ushuaia. Nog 4479 km van de ruim 5120 km te gaan, lezen we. In Séclantas tanken we en slaan we rechtsaf de bergen over Ruta Provincial 56S. Het landschap verandert in hoge bergen. Na slechts 18 kilometer stoppen we op 2690 meter bij een haarspeldbocht voor koffie met uitzicht op het ‘Laguna del Brealito’ aan de ene kant en een bergrug van over de 3000 meter hoog aan de andere kant. We kijken elkaar aan en we denken precies hetzelfde. Hier maken we ons bivak. Voor vandaag zijn we uitgereden.

We verlaten met enige moeite onze heerlijke bivakplek en rijden richting Molinos. Het pad is slecht, zeer rotsig, sommige stukken compleet weggespoeld, dus we vorderen langzaam. Het gemiddelde is ongeveer 15 km/u. Maar zoals een vermaard filosoof ooit stelde: “Elluk nadeel heb z’n voordeel”, want door het lage tempo is er volop gelegenheid om het fantastisch afwisselende landschap te bewonderen. Rode rotsen, granietblokken, monolieten, rivierbeddingen, kloven, hoge passen, het gaat maar door! We zien zelfs een helikopter landingsplaats en een landingsbaan voor vliegtuigen. Verrassend, omdat we in de buurt geen huizen zien. “We rijden toch op de wijnroute?” vraagt Ina. ” Maar ik heb nog geen druif gezien!” Ze heeft het nog niet gezegd, of we rijden langs een wijndomein bij het dorpje Colomé. De druiven zijn nog klein, maar de groene vallei is prachtig.

We pikken hier de Ruta 40 weer op en rijden over hels wasbord naar Angastaco. Via iOverlander vinden we een bivakplek boven de rivier, met uitzicht op de mooi uitgesleten heuvels. Pfff, een zeer vermoeiende en lange reisdag over deels best wel smalle en beroerde pistes, waar je absoluut een 4×4 voor nodig hebt. Wat hebben we ervan genoten. We vervolgen de reis over de Ruta 40 richting Cafayate en rijden door een soort maanlandschap van geërodeerde witgele bergen. Op aanraden van Overlandervriendin Margriet rijden we een kloof in, alleen begaanbaar met een 4×4. We slalommen tussen de rotsen door en Jeroen is in z’n element. De kloof eindigt bij de rivier en we vinden beiden dat dit een nòg mooiere bivakplek was geweest dan waar we net vandaan kwamen. Na nog wat spelen in het zand pakken we de wasbordpiste weer op en genieten van de omgeving.

Bij San Carlos is er opeens asfalt. We drinken er koffie op het centrale pleintje en we bestellen 12 empanada’s voor vanavond. Vanaf Cafayate rijden we de supermooie Ruta 68 naar Salta en passeren onder andere ‘El Obelisco’ in ‘Reserva Natural Quiebradas de las Conchas’. Elke bocht levert weer een ander spectaculair uitzicht op. Het is even zoeken naar een bivakplek, want de beoogde plek aan de rivier keuren we af, teveel troep en afval. We komen terecht bij het grote stuwmeer ‘Embalse Cabra Corral’. Overal watersportactiviteiten, restaurants en cabañas. Duidelijk een toeristische omgeving en we vragen ons af of we hier zomaar mogen gaan overnachten. We gokken het erop, zetten de stoelen neer, drinken een wijntje en kijken uit over de dobberende bootjes terugdenkend aan de mooie reisdag. Ondanks dat we langs de doorgaande weg een bivak hebben gemaakt, hebben we een rustige nacht zonder veel verkeer en zijn we ook niet weggestuurd. Tot een uur of één genieten we van de rust en het uitzicht op het meer. De afgelopen vier dagen hebben we een rondje gereden en een grote verscheidenheid aan fantastische natuur gezien.

15 januari tot 18 januari 2026, Catamarca en toestanden op de weg

Voor ons doen is het vroeg als we vertrekken. De route tot aan Cafayate is bekend, maar geen straf om het een tweede keer te rijden. Bij de uitzichtpunten ‘Quebrada de las Conchas’ en ‘Tres Cruses’ (drie kruizen) stappen we uit om foto’s te maken. We krijgen geen genoeg van het schitterende uitzicht op de bergen. Na 300 km rijden door de provincie Catamarca slaan we vanaf Ruta 40 een zandpad in die ons leidt naar de rivier waar we een bivak maken. We drinken buiten een wijntje totdat het zachtjes begint te regenen en later op de avond weerlicht en dondert het om ons heen. We duiken ons bed in en hopen op een goede nachtrust.

Het regent zachtjes en in de bergen om ons heen onweert het hevig. De rivier, waar we overigens een voldoende aantal meters boven staan, joelt plotseling als een dolle. Het zandpad vanaf de weg tot onze bivakplek is veranderd in een klein beekje. We bedenken ons geen moment, klimmen uit bed, snel de kleren aan en pakken de boel in om te voorkomen dat we ploeterend met schep en zandplaten Ruta 40 moeten bereiken. In het donker zien we het water over het pad stromen. Het is even zoeken naar de juiste route, maar zonder problemen rijdt Jeroen door de inmiddels hard stromende beek in ‘no time’ de weg op. We rijden een stukje en komen dan tot stilstand voor een woest kolkende rivier die dwars over de weg stroomt. ” Hier gaan we niet doorheen, hoor” zegt Ina, “We zien niets en hebben geen idee hoe diep het is”. Ze heeft gelijk en Jeroen keert de auto en rijdt naar het hoogste punt van de weg. We parkeren de Toy langs de weg op een harde ondergrond, laten het dak dicht wegens de harde wind, maken het noodbed op, zeggen tegen elkaar dat dit een verstandige en snelle actie van ons is en we vallen gerustgesteld in slaap.

Tegen het ochtendlicht hoort Ina de eerste auto’s voorbij rijden en ze constateert dat ze maar één kant op gaan, namelijk van ons af. We gaan op pad en staan al snel stil achter een rij auto’s. De ontstane rivier die ons vannacht ook al de weg versperde zorgt voor een aanzienlijke ravage. Het water is al wel wat gezakt, maar heeft modder, stenen en takken achtergelaten. Niemand durft er doorheen, maar Jeroen bestudeert de situatie en komt tot de conclusie dat het met onze Toy te doen is. Hij rijdt langs de rij wachtende Argentijnen, geeft flink gas en gaat door de modder en het water naar de overkant. Een aantal Pick-ups volgen ons. Gelukt! Niet veel later staan we weer stil en is het hetzelfde liedje. Jeroen twijfelt niet, passeert de rij en rijdt probleemloos naar de overkant. Er zijn onnoemelijk veel verharde wadi’s dwars op deze route voor afwatering die bij veel regen snel vollopen, waardoor de doorgang versperd kan worden. Het lijkt er echter op dat we zonder veel problemen de wadi’s kunnen oversteken. Voor de plaats Belén gaat de weg door een mooie rotsige kloof en daar zijn serieuze problemen. Al snel zien we voor ons stilstaande auto’s. Midden op de weg liggen kleine en grote rotsblokken. Er zijn geen wegwerkers om de weg vrij te maken. Hier hanteren ze de Argentijnse manier. Uit de auto’s voor ons stappen de mannen uit en rennen naar de obstakels, maken vlot de weg met de hand vrij, rennen terug en zodra ze in de auto zitten, sprint de auto weg. Wij sluiten aan en al gauw bereiken we de volgende versperring en het ritueel herhaalt zich. Een aantal keren maken we dit mee en het ziet er eigenlijk wel komisch uit. Tegelijkertijd is het ook spannend,  want voortdurend komen er rotsblokken naar beneden en zijn er aardverschuivingen. We speuren de rotswand af en bij één van de versperringen horen we plotseling een harde knal en ziet Jeroen in de achteruitkijkspiegel dat de auto vlak achter ons wordt geraakt door vallende rotsblokken van zeker een meter doorsnede. Levensgevaarlijk! We zijn net door het oog van de naald gekropen en het ongeval is ons bespaard gebleven. Langzamerhand rijden we uit de bergen en staan de volgende obstakels ons op te wachten. Door de meestal droge rivierbeddingen stroomt nu het bergwater met veel geraas. De lange rij wachtende auto’s durven niet over te steken. “Maar we hebben niet voor niets een 4×4”, zegt Jeroen. Hij rijdt tot het stromende water, kijkt hoe en hoe hard het water stroomt en zegt tegen Ina dat we naar de overkant kunnen rijden. “Zou je dat nou wel doen?”, vraagt ze enigszins benauwd. “Je ziet niet of er stenen in het bruine water liggen.” Jeroen stelt haar gerust en steekt vol vertrouwen en probleemloos over. Alle 4×4’s volgen Jeroens voorbeeld (iemand moet toch de eerste zijn) maar de personenauto’s zullen moeten wachten totdat het water is gezakt. Het went snel en het vertrouwen in de auto neemt toe, totdat we achter een rij wachtenden aansluiten omdat het water te hoog staat en de stroming te sterk is. De politie is aanwezig en nu moet iedereen wachten. Na een half uur zien we twee mannen door het water naar de overkant lopen en waagt een vrachtwagen de oversteek. Helaas is hij te zwaar en komt de ontstane oever van modder en stenen niet over. Mannen scheppen het zand bij de wielen en het talud weg en een andere vrachtwagen trekt hem naar de overkant. Na diverse pogingen en een brekende sleepkabel lukt het eindelijk. Daarna volgen de terreinwagens en ook wij bereiken de overkant. De ochtend is vol met sensatie, maar rotsblokken die op de weg vallen is geen grapje. In Frankrijk zou men direct de weg afsluiten, hier hanteert men de Argentijnse manier.

Na deze toestanden verdwijnen de regenwolken en schijnt de zon weer volop. We besluiten nog flink door te rijden. De bergroute door ‘Cuesta de Miranda’ is schitterend. Net buiten het dorp Guandacol vinden we ‘Camping Los Eucaliptus’, een prachtige plek om er de nacht door te brengen. In de ochtend branden we ons bed uit, want het is warm. De waterhoos van gisteren lijkt al weer eeuwen geleden. Op ons gemak pakken we in, douchen nog een keer en zijn weer op weg. De landschappen onderweg blijven fascinerend en afwisselend. We nemen een tussendoor weggetje die echter steeds slechter wordt. Het tempo daalt naar kruipen en we moeten nog 80 km! Tegelijkertijd is het landschap niet interessant, want we rijden over een eindeloze steenvlakte. Ina heeft er geen zin in en we pakken de kaart erbij. We besluiten om terug te gaan en een route te nemen over asfalt. En dat blijkt een goede keuze, want de route is prachtig. We genieten volop van deze bijna verlaten weg in zeer goede staat. In Calingasta vinden we een plekje op de camping municipal, een troepig dagrecreatieterrein met betonnen voetbalveld en BBQ-voorzieningen. We doen het er maar mee.

We rijden de volgende dag weer verder en na een tijdje ziet Ina opeens een bord met een naam en een pijl ‘linksaf’, wat duidelijk duidt op iets bijzonders. We zijn nieuwsgierig, gaan de keurig aangelegde ‘ripio’ op, rijden door een kloof en zien aan het eind een opvallend natuurlijk gevormde rotsformatie. We zijn bij ‘Cerro Alcázar’, ontstaan in het tijdperk van de dinosaurussen. De kleuren en grillige vormen, gevormd door wind- en watererosie, geven het de look van een kasteel (Alcázar). Het zou zeker niet misplaatst zijn wanneer deze prachtige plek gebruikt zou worden voor een filmlocatie. Welke kant je ook opkijkt, het ziet er schitterend uit.

We rijden een andere provincie in, van de provincie San Juan naar de provincie Mendoza. Een bord geeft dit duidelijk aan en het wegdek verandert direct van glad asfalt in een redelijk begaanbare ‘ripio’. De bergketens komen steeds dichterbij en uiteindelijk rijden we door een kloof langs de rivier de Mendoza. De bruine rivier stroomt hard en we zien dat er aan rafting wordt gedaan. De bergen hebben verschillende kleuren. Voor ons bivak arriveren we bij ‘Embalse Potrerillos’, een stuwmeer. Er zijn veel dagjesmensen en tegen de avond keren ze terug naar huis. De rust is wedergekeerd en wij duiken ons bed in.

19 januari tot 31 januari 2026, Provincies Mendoza, Neuquén en Chubut

Vandaag is eindelijk de dag waar we al tijden naar hebben uitgekeken. Dat zit zo. Als je mede-Overlanders tegen komt, dan is dat vaak heel gezellig maar ook heel informatief. Over en weer worden ervaringen en tips uitgewisseld. Zo ook dit bezoek aan de Bodega van Jean Bousquet in dè wijnstreek van Argentinië bij Mendoza. Vorstelijk lunchen met perfecte wijnen van het wijndomein. Nou, dat gaan we vandaag dus eventjes zèlf beoordelen! Eerste gang: kaasplateau, kip, calamares en verse bolletjes. Tweede gang: empanada’s, salade, witte wijn: pinot gris. Derde gang: biefstuk, varkensrib, rode wijn: malbec. Dessert: flan caramel en appelgebak met ijs en een rosé: grenache, syrah, sauvignon, pinot gris. Oordeel: goede prijs-kwaliteitverhouding, lekkere gerechten, prima wijnen, fijne locatie en een goedlachse serveerster. Kortom, zeer geslaagd! We zijn moe van het eten en vooral van de wijnen. We kunnen zo niet meer rijden en we mogen met de Tembo Toy op het terrein blijven staan voor een overnachting. Ina rijdt hem onder een boom in de schaduw. We klappen het dak uit, maken het bed op en vallen beiden als een blok in slaap.

We zijn allebei vroeg wakker en dat resulteert er in dat we om 9.00 uur wegrijden van de fijne plek op het wijndomein. We rijden over asfalt, met aan onze rechterkant de Andes met besneeuwde toppen en aan onze linkerkant een platte vlakte met wijnvelden, koren en andere tuinbouw. Na een tijdje verandert het landschap weer, het wordt rotsiger, droger en heter. Ook het asfalt maakt plaats voor een gravelweg met flinke ‘badenas’, door ons steevast aangeduid als een wasbordpiste. We zien vulkanen en de gitzwarte lavarotsen en daar tussendoor de snelstromende rivier Rio Grande. Na een uur schudden trillen en bonken ziet Jeroen opeens een mogelijkheid voor een bivak aan het water. We rijden een paadje af en kunnen de Toy mooi recht zetten. Ideaal plekje weer. “Auw!” zegt Ina, ” Ik word gebeten!” Meerdere horzels tegelijk vallen ons aan en we vluchten de camper in. Eerst maar even insmeren met deet. Jeroen zet vervolgens de luifel op en installeert de zithoek. Ina kan haar draai maar niet vinden, want ze heeft veel last van de horzels en de hitte. Ze ziet er ongelukkig uit en dat kan niet de bedoeling zijn. Het liefste wil ze vertrekken, weg van deze op het oog perfecte bivakplek. We discussiëren er niet over en pakken alles weer in, zo gebeurd. We rijden nog een half uur over de heftige piste en zien in de valleien een soort oases. Ina vindt een overnachtingsplek in Ranquil Norte met schaduw, zonder horzels maar wel een lieve hond en nu is ze tevreden.

In de ochtend brengt Jeroen de banden weer op spanning, want we gaan verder rijden over de Ruta 40 die inmiddels weer asfalt heeft. Onderweg zien we verscheidene vulkanen in een, zoals altijd, betoverend landschap. Bij de provinciegrens van Mendoza en Neuquén worden we door de politie aangehouden. “Buenas dias. Hebben jullie vlees en fruit bij jullie?” “Ja, fruit”, zegt Ina, ze maakt het deksel van de middenconsole open en toont twee heerlijke grote bananen. “Dat is geen probleem. Geen mandarijnen?” Nee, geen mandarijnen, die we overigens al weken niet meer hebben gezien of gekocht. Het is ons bekend dat we vers fruit, groente en vlees niet mee mogen nemen naar Chili. De controle is er heel streng. Ook tussen sommige Argentijnse provincies is dat verboden, onder anderen naar Patagonië. De politieman lacht vriendelijk naar ons en hij gebaart dat we mogen doorrijden. De reden van deze regel: de verspreiding van plagen, ziektes en schadelijke insecten pogen te voorkomen, de lokale landbouw te beschermen en de lokale biodiversiteit niet in gevaar te brengen. Men is bijvoorbeeld bang dat fruitvliegjes, die zich rap kunnen vermenigvuldigen, de oogst kunnen ruïneren. In Chos Malal gaan we tanken (goedkoop: 1445 ps/l = 0,86 €/l) en Jeroen rijdt vlot naar de pomp. Meteen komt breed lachend de pompbediende naar ons toelopen: “Sorry, u moet dáár in de rij staan, die auto’s zijn allemaal vóór u!” We vonden het al vreemd dat er zomaar werd getoeterd, maar dat was dus voor ons bedoeld! We rijden een blokje om en sluiten braaf aan. Na het tanken drinken we koffie met iets lekkers erbij (duur!) en zo zijn de uitgespaarde pesos door het goedkope tanken ook weer teruggevloeid in de Argentijnse economie.

We rijden tussen twee mooie bergruggen, waarvan aan onze rechterkant de grens met Chili is. Op een gegeven moment houdt het asfalt voor ons op. Als we door zouden rijden, komen we in Chili terecht. Wij nemen net voor de grensovergang Ruta 23, een ripio waar wegwerkers met veel en groot materieel de weg renoveren en duikers bouwen waar je ‘u’ tegen zegt. Jeroen laat de banden weer aflopen en zet de Tembo Toy in 4×4. We zien het landschap veranderen. Beneden ons stroomt het heldere water in ‘Río Litrán’ en om ons heen zien we de bijzondere, statige Araucaria bomen die mooie plaatjes opleveren. In het Nederlands heten deze bomen ‘Slangenden’ en in Argentinië zijn ze genaamd ‘Péhuen’. We vinden een perfecte bivakplaats, ver genoeg van de piste af. Het kost even moeite om enigszins recht te staan, maar uiteindelijk lukt dat met de oprijblokken en grote stenen. We staan naast de rivier, wederom onder Araucaria bomen, een fantastische plek voor een bivak van enkele dagen. We staan hier met nog een Argentijnse Overlander en even later komen twee mannen om er te vliegvissen. Jeroen ziet zichzelf al vissen en verheugt zich op morgen. Komen eindelijk die hengels uit hun tasjes.

De volgende dag komen Marijke en Adriaan ook bij ons staan en hebben we het heel gezellig samen. We vinden deze plek zó heerlijk, dat we besluiten nog een dagje te blijven. Marijke & Adriaan zijn vertrokken en dus staan we hier helemaal alleen. Jeroen pakt zijn hengel en poogt een grote  vis te vangen. Van de Argentijnse buren kregen we de tip om naar Lago Queñi te gaan, een afgelegen meer met warmwaterbronnen in de buurt. Alleen toegankelijk met een 4×4 en dat lijkt ons wel wat. Laat in de ochtend vertrekken we en rijden langs het toeristische ‘Lago Aluminé’. De piste is in onderhoud en dus zijn er weer veel werklui aan de gang, altijd vergezeld van een persoon met vlag om aan te geven of je moet stoppen of door kunt rijden. Op een gegeven moment helt de piste naar rechts, richting afgrond en ligt er veel los grind. Ina komt er met de rechterkant in terecht en de Toy maakt een slinger. Meteen stuurt Ina terug en we maken nog een slinger. Pff, dat was even spannend, want de afgrond was wel erg dichtbij.

Na zo’n 40 km gaat de piste over in asfalt en pompen we de banden weer op. We volgen Ruta 23 langs de snelstromende rivier en we vinden het weer erg mooi. Als we in een dorpje een aantrekkelijk terrasje zien, hebben we meteen zin in koffie. Dat blijken ze niet te hebben, het is een bar met keuken. We besluiten om in plaats van koffie een pizza en empanada’s te bestellen, ook niet slecht. Na deze lunch rijden we verder naar San Martin de los Andes en dat ligt in het Parque Nacional Lanín. We zien veel Argentijnse toeristen en het is druk. We nemen Ruta 48 (banden weer af laten lopen …) en volgen een zeer stoffig pad door de bergen. We komen regelmatig auto’s tegen die ervoor zorgen dat we in dikke wolken stof rijden. Zelf produceren we trouwens ook flink wat stof! Pas na 45 minuten zien we ‘Lago Lácar’, maar nergens een mogelijkheid voor een bivak. Het loopt al tegen de avond en we besluiten om in één keer door te rijden naar ‘Lago Queñi’. Het bord is duidelijk: alleen met een 4×4 toegankelijk. Ha, dat vinden we leuk en het bospad is smal, korte bochten, veel boomwortels, zacht zand en in lage gearing goed te doen. We steken wat riviertjes over en arriveren net voor de schemering op de vrijkampeerplek. Tot onze verbazing zien we meerdere kampeerders met daktent of een gewone tent, allemaal Argentijnen en sommigen zijn hier met een personenauto aangekomen. Wij vinden een mooi plekje in het BBB = beuken bamboe bos.

Het is weekend en voor zo’n afgelegen plek in the middle of nowhere zijn er best veel mensen. De vrijkampeerplaats is goed bezet en ook zijn er veel dagrecreanten. We besluiten niets te ondernemen, want we schatten in dat we veel lokale toeristen tegen zullen komen bij de warmwaterbron, dus blijven we ‘thuis’. Ook lekker. Het is intussen maandag en gisteren zijn veel kampeerders al vertrokken. Wij pakken de rugzakken in met de camera, water, iets te eten en een handdoek en gaan op weg naar de ‘Thermas de Queñi’. Langs het goed onderhouden schaduwrijke bospad van vier kilometer zien we beuken, bamboe, buxus, hulst, oranje lelies, fuchsia en paarse gewone brunel, ook bekend als bijenkorfje. Regelmatig stijgen en dalen we, zien we onder ons het meer en dan staan we voor de ‘Aqua Thermal’. Het is een kleine beek waarin verschillende poelen zijn gemaakt. In de bovenste poel zien we de damp uit het water opstijgen en het is er te heet om er in te zitten. In één van de andere poelen is de temperatuur van het water aangenaam, zitten we op een plank onder de ‘douche’ en wast Ina haar haar. Niet met zeep, want dat is natuurlijk verboden.

Er zijn op dat moment niet veel  mensen aanwezig en op een gegeven moment hebben we de thermen geheel voor ons alleen. We genieten volop van het idyllische natuurplekje. Na bijna een uur wandelen we hetzelfde bospad terug. En wie komen we voor de zesde keer tegen? Marijke en Adriaan. We vinden de ontmoeting heel leuk, doch niet toevallig, want we kregen beiden deze kampeertip van de Argentijnen die we ontmoet hebben bij ‘Río Litrán.

Voor ons doen vertrekken we de volgende dag op tijd, 10 uur. Vandaag rijden we van ‘Parque Nacional Lanín’ naar ‘Parque Nacional Nahuel Huapi’. Maar eerst rijden we de 32 km in twee uur terug over de zeer beroerde ripio om terug te gaan naar ‘San Martin de los Andes’. We komen van de rust in de vakantiedrukte. Wat een mensen! De plaats doet ons denken aan een Zwitsers ski-zomervakantieoord vanwege de bergen, het meer, de vele bars, restaurants, winkeltjes en de schuine daken van de chalets. In de winter verwachten ze hier blijkbaar veel sneeuw. We vluchten voor de hectiek en volgen de befaamde ‘Ruta de los Siete Lagos’ (de Zeven Merenroute) die zeven meren met elkaar verbindt. Dit deel van Ruta 40 is een verharde weg door het noordelijke deel van Patagonië. Weer wanen we ons in Zwitserland, rijden we met de stroom vakantiegangers mee (het is nu zomervakantie voor de Argentijnen) en zijn de meren, rivieren en campings druk bezocht. Het valt niet mee een leuke foto te maken van de meren, want er staat steeds een dikke rij bomen voor. “Hadden ze dat nou niet wat beter kunnen organiseren?”, moppert Jeroen. “Ze hebben er 7 kansen voor!”

Voor de stad ‘San Carlos de Bariloche’ vinden we ‘Camping Bahía Los Cipreses’ en zetten de Tembo Toy pal aan het meer. Het doel van vandaag is rijden naar de plaats Esquel. De route is weer mooi en we rijden tussen de bergen, door de bossen en langs meren ( waar we slechts steeds een glimp van zien). Eigenlijk willen we via ruta 71 rijden, maar langs die weg zijn er al wekenlang bosbranden die waarschijnlijk zijn aangestoken. 3000 lokalen en toeristen zijn al geëvacueerd. We weten niet zeker of de weg is afgesloten en daarom volgen wij Ruta 40. Onderweg zien we enorme natuurgebieden die al eerder zijn afgebrand. Als we even uitstappen, ruiken we de brandlucht. We rijden door Esquel, maar besluiten naar het dorp Trevelín te rijden. De bewolking hangt laag en het regent zachtjes. Zodra we echter op de sfeervolle camping El Chacay de Tembo Toy onder de appelboom hebben geparkeerd, begint de zon te schijnen. Volgens de weersverwachting zien we de zon morgen de hele dag en wordt het 29°C.

We gaan ons voorbereiden op de grensovergang naar Chili. We moeten namelijk vóór 21 februari Argentinië officieel verlaten in verband met ons visum en de TIP (Temporary Import Permit) voor de auto. De Ruta 40 gaat vanaf hier 600 km door eentonige pampa en dus is de beroemde Carretera Austral in Chili een aantrekkelijk alternatief. Iedereen is in Chili welkom, mits je geen vers fruit, verse groente, vlees, zaden, noten, zuivel en planten meeneemt. We doen ons best om wat we nog ‘in huis’ hebben op te eten en vullen online het noodzakelijke formulier van de SAG (Servicio Agricola Ganadero) in. Morgen gaan we dus naar Chili en half februari steken we de grens weer over naar Argentinië richting Parque Nacional Perito Moreno en El Chaltén.

Tot zover dit blogbericht en graag tot een volgende keer!

Plaats een reactie