2023 Marokko, Spanje en Portugal

reisverslag

van Kerst tot Pasen

2022 – 2023

Vooraf

We mogen weer naar Marokko, dus gaan we. Destijds in maart 2020 hebben we in coronatijd met veel bluf en mazzel nog net Marokko kunnen verlaten met één van de laatste boten die vertrok vanaf Ceuta, de Spaanse enclave in Marokko. Zie ons reisverslag van 2020 Marokko. Marokko is een land met vriendelijke mensen, een fantastische verscheidenheid aan natuur, prachtige koningssteden en in het zuiden zon en zand. Ideaal voor offroaden. We hebben er een 4×4 voor, dus waarom zou je het laten? Via de oostkust van Spanje zakken we af naar Almería voor de overtocht naar Marokko. Dan zijn we weer in Afrika. Afrika, dat klinkt altijd best wel ver weg. We hebben geen echt plan. We zien wel waar de Dinky Toy ons naar toe brengt in de ruim twee maanden dat we er zijn, want waar een wiel is, is een weg! Op de terugweg reizen we via Portugal richting Baron. Na een verblijf van enkele maanden in Nederland gaan we op 16 december weer op reis. Die dag leggen we maar liefst 4 bezoekjes af. Eerst naar Apeldoorn naar Sharana. Zij en Wessel verwachten in januari hun eerste kind. Ina heeft alvast een dekentje gehaakt voor de maxicosi. Ze zijn er blij mee. Daarna rijden we naar Esther die net haar nieuwe huis heeft gekregen. Het is een leuk weerzien met haar, Jerry, Matteo en familie/vrienden die er aan het klussen zijn. Daar zijn wij ook goed in, maar helaas ontbreekt het ons op dat moment aan tijd om te helpen. Wij hebben namelijk afgesproken met Wim en Yolan, dus rijden wij door naar Eindhoven. In Eindhoven rijden we hun straat in en stoppen voor het huis. Huh? Binnen is het totaal donker! Hebben we het wel goed afgesproken? Jeroen belt aan en Ina ziet een camera boven de voordeur. Prompt gaan we uitbundig zwaaien in de hoop dat ze ons zullen zien. Echter, geen teken van leven. We stappen de auto in en Jeroen pakt zijn telefoon om Wim maar eens op te bellen. Hij ziet dan pas de vele berichten van Wim via whatsapp, sms en voicemail. Blijkt dat ze 3 jaar geleden zijn verhuisd. Wat een mop! Als we bij het juiste adres aankomen, doet hij lachend open: “Welkom! Het eten staat klaar.” Yolan heeft heerlijk een curry gekookt met veel koriander. We hebben flink bijgekletst. Ze vertellen dat ze in de kerstvakantie naar Dénia in Spanje zullen gaan. Wie weet kunnen we elkaar daar gaan ontmoeten, want wij gaan ook die richting op. We zullen zien ….

De laatste rit die dag gaat naar Zuiddorpe in Zeeland naar Peter en Tilly. We hebben afgesproken om een paar dagen te helpen klussen in hun huis. We komen er laat aan en worden door hen en Jip verwelkomd met een glaasje wijn en overheerlijke oliebollen, gemaakt door Tilly. Overigens een flinke hoeveelheid, dus elke dag oliebollendag. De calorieën lopen we er af tijdens wandelingen met Jip. Een leuke verrassing is dat Nane en Tamarindo langskomen, ze waren toch in de buurt. Na een paar dagen vervolgen wij onze weg naar Baron. We hebben direct afgesproken om op 9 april weer langs te komen om verder te klussen en de verjaardag van Tilly te vieren. Het is dan 1e Paasdag. We verheugen ons al op de verjaardagstaart en de paaseitjes (hint, hint)!

In Baron blijven we een aantal dagen om onze reis voor te bereiden. Jeroen monteert de bevestiging van de tablet op het dashboard, kleding en proviand wordt ingepakt, de watertanks zijn gevuld en de koffer wordt op het dak geplaatst met daarin de vouwfietsen. Binnen is het warm door de houtkachels, buiten is er nauwelijks zon te zien want het is zeer mistig. De hoogste tijd om te vertrekken! Op eerste kerstdag verlaten we Frankrijk en rijden Spanje in, richting Marokko.

25 tot 27 december 2022, van Baron naar Torreblanca in Spanje

Het is 1e kerstdag, 25 december. Een mooie dag om te vertrekken. Om 08.00 uur stappen we in de auto, we rijden door de beek en we zijn ‘en route’. Het is mistig maar al gauw schijnt de zon tot de snelweg alwaar hij verdwijnt achter de wolken. Vanaf de Pyreneeën komt hij weer tevoorschijn. Wat een aangename temperatuur in Spanje! Na 10 uur rustig tuffen in de Dinky Toy arriveren we in Torreblanca in Spanje. Een hele rit, maar wel volgens plan. Het reisdoel laten we voornamelijk afhangen van het weer. Hier is het zonnig met temperaturen van zo’n 19 graden. Daar worden we vrolijk van na dagenlang de wolken te hebben gezien en de kou te hebben gevoeld. Het is niet de eerste keer dat we hier zijn. We zijn te gast bij Hester & John, bij B&B Finca La Joya. Tevens hebben ze plaatsen in hun grote tuin voor campers. Zodra we de auto op een mooi plekje hebben geparkeerd, worden we van achter een geopend raam welkom geheten door Hester. Ze zegt dat zij en John niet naar buiten komen. Beiden zijn ze geveld door de griep, hoogstwaarschijnlijk als ongewenst souvenir vanuit Nederland meegenomen tijdens de griepgolf die er heerst. We sturen haar meteen terug naar bed en we wensen hen beterschap. In normale omstandigheden worden we verwelkomd met een drankje ‘carajillo de baileys’, espresso met baileys, echter nu is het onverstandig om in elkaars buurt te komen. We voelen ons best verreisd en we verheugen ons morgen op een rustdagje in de zon. Straks lekker slapen en morgen begint de dag zodra we onze luiken openen. De volgende dag worden we gewekt door zonnestralen. Weer eens wat anders dan een haan. Van Peter en Tilly hebben we een speciaal ondermatras meegekregen. Hierdoor ventileert het onder ons matras, waardoor het matras volledig droog blijft. Een fantastische en simpele uitvinding. We zijn er heel blij mee, P&T! Het ontbijt nuttigen we buiten in de zon. En daarna meteen aan de koffie. Wederom gaat het raam open en Hester meldt zich weer. Zij voelen zich iets aan de beterende hand. Gelukkig maar. Hester komt zowaar naar buiten om de was op te hangen, maar dat vergt toch veel energie zodat ze al snel moet zitten. Ze wil boodschappen doen, maar daar is ze toch nog te zwak voor. Omdat wij toch naar de supermercado gaan, krijgen wij haar boodschappenlijstje mee. Blij dat we als mantelzorgers iets voor hen kunnen doen.

Omdat het zo goed bevalt bij Finca La Joya besluiten we een dagje langer te blijven. John is inmiddels op de been en hij trakteert ons op sneetjes kerststol met echte spijs. We proeven de banketbakkerskwaliteit! Geen twijfel mogelijk. Wat een heerlijke traktatie op 3e kerstdag. Mèt roomboter! Overdag genieten wij in de zon. ’s Avonds koelt het behoorlijk af en zitten we binnen bij de kachel. Jaja, wij zijn op alles voorbereid. Koud gaan we het niet krijgen. Voor de hele koude nachten hebben we ook een wollen dromedarisdeken uit Marokko bij ons. En als het moet, halen we de kruik tevoorschijn.

28 en 29, december 2022, Dénia

De reis gaat verder naar Dénia. We gaan Wim & Yolan bezoeken die op vakantie zijn bij hun dochter  in Dénia. We nemen afscheid van Hester en John. Inmiddels voelen ze zich al veel beter en ziet het er naar uit dat het hoogtepunt van hun griep voorbij is. Hester vertelt dat we tot 1 januari nog kunnen profiteren van de goedkope brandstofprijzen dankzij het tijdelijke 4% btw-tarief, daarna wordt het € 0,20 per liter duurder. Om onderweg gemakkelijk de goedkoopste brandstof te vinden, laat ze ons de app ‘flash fuel’ zien die we op de telefoon installeren. Uitermate handig. Bij vertrek worden we uitgezwaaid. Tot een volgende keer!

Via de snelweg bereiken we Dénia in 2,5 uur. Een kort ritje deze keer. Met behulp van de ‘Park4Night’ app vinden we  vlakbij het strand aan de rand van het stadje achter 2 grote flatgebouwen een groot grasveld waar gratis mag worden gekampeerd. We zijn niet de enige vakantiegangers.

Tussen de grote witte kampeerwagens parkeren we midden op het grasveld. We vallen op met onze 4×4. Altijd bekijks. We zien de nieuwsgierige blikken van vooral mannen. We appen Wim en Yolan dat we zijn gearriveerd: “Joehoe! We zijn thuis! We staan in Dénia vlakbij zee en Castell de Dénia. Kijk wat een grote groene tuin we hebben en ze mogen allemaal in onze tuin staan!” We pakken onze vouwfietsjes uit de dakkoffer en gaan Dénia verkennen. We fietsen over de boulevard, langs het kasteel, door de jachthaven en komen uit bij het strandtentje “Mala Vita”. “Hé, dit is toch het terrasje waar we morgen met Wim & Yolan gaan lunchen?”, zegt Ina. “Even op de kaart kijken…., prijzen vallen mee…..ziet er goed uit…..hmmm…..zullen we…?” Kortom, de fietsen gaan op slot en we bestellen pizza en vino rosa (rosé). Met servetjes maken we een ‘doggybag’ om de overgebleven stukken mee te nemen en als de ober komt om de tafel op te ruimen, neemt hij ook ons pakketje op. Jeroen schrikt op: “No, no senior!” De ober lacht breeduit want hij heeft ons mooi te pakken! Hij had namelijk al lang gezien wat we hadden ingepakt. Hij zwaait ons lachend na. Terrasje goedgekeurd!

De volgende dag ontmoeten we Wim & Yolan op hetzelfde terrasje aan zee. Het is erg gezellig samen en al pratend wordt ons duidelijk dat hun dochter helemaal niet in Dénia woont met één of andere rijke Spanjaard. “Nee joh, mijn dochter héét Denia! Het leek ons leuk om de kerstvakantie daarom door te brengen in Dénia.” Yolan maakt overal foto’s van plekken met de stadsnaam erop en daar gaat ze een grote collage van maken. Leuk idee! Na de lunch bezoeken we nog samen het Castell de Dénia uit de Middeleeuwen. In het bijbehorende museum leren we dat er in de tijd van de Grieken al een intensieve handelsroute bestond met het oude Griekenland en het Midden-Oosten.

Als Wim & Yolan in het vliegtuig zitten, terug naar huis, rijden wij op ons gemakje langs de kust en komen uit bij Plaje de Granadella. Hier lunchen we op het kiezelstrandje en genieten van de zon.

30 en 31 december 2022, Relleu

Onze route loopt langs Benidorm en Jeroen suggereert het plan om te kijken hoe dàt er nou uitziet. Veel over gehoord en in het kader van ‘te vermijden plaatsen in Spanje’ daarom misschien juist wel interessant. Ina is niet voor het idee te porren (“Pff… laat maar zitten!”) en dus rijden we het heel mooie bergachtige achterland in. We komen terecht in het dorp Relleu op een soort kampeerplek onder de ruïnes van het kasteel en met uitzicht op het dorpje.

De gemeente heeft hier barbecueplaatsen aangelegd, een speelplaatsje inclusief toiletten. Alles is schoon, netjes onderhouden en gratis, kortom een prima plek om oudejaarsavond door te brengen. In het dorpje is het een drukte van jewelste, muziek en de geur van gegrild vlees komt ons tegemoet en op het kerkplein is het stampvol. In de openlucht-kerststal zit een DJ-er plaatjes te draaien, de geluidsboxen staan naast Jozef en Maria, het mengpaneel ligt op de kribbe! Zeker honderd Spanjaarden zitten aan lange tafels te eten van de gratis worstjes met brood en produceren intussen een kakofonie aan klanken en uitroepen. De sfeer zit er goed in en we gaan proberen een tafeltje te regelen voor ons diner vanavond. Het restaurant dat we hebben uitgezocht blijkt gesloten voor een privé-bijeenkomst. Ook het restaurant ernaast is geen succes, want ze gaan rond 17.00 uur sluiten. Het gaat ons dus niet lukken om hier op oudejaarsavond uit eten te gaan. Niet getreurd, Ina tovert in de Dinky Toy een heerlijk maal op tafel en om 24.00 uur barst er een groot vuurwerk los vanaf het kerkplein. Na zo’n drie minuten verstomt het geweld, stoppen de honden met blaffen en keert de rust terug. We slapen heerlijk.

01 en 02 januari 2023, San José (Cabo de Gata)

In de ochtend knutselt Ina een nieuwjaarskaart in elkaar die we meteen kunnen versturen omdat we redelijk bereik hebben. We vervolgen onze weg richting Almería. In die buurt zitten Ron en Trees en we gaan kijken of we elkaar ergens kunnen ontmoeten. Via de app ‘Polarsteps’ kunnen we elkaars reisbewegingen volgen. We komen terecht in het gebied Cabo de Gata. Het schijnt dat hier mooi pistes door de bergen liggen en dat willen we gaan uitproberen. De hele route rijden we al langs de eindeloze zee van plastic kassen. Het ziet er troosteloos uit. Ook zien we talloze in elkaar geknutselde hutjes van pallets en plastic, waardoor een soort sloppenwijken ontstaan. Hier moeten de illegale arbeiders huizen, dat kan niet anders. Ook dit vinden we troosteloos. Het contrast met het natuurgebied en het daaraan verbonden toerisme is groot. We strijken neer in San José, een havenplaatsje ingericht op toerisme. In dit jaargetijde echter lekker rustig. We kunnen eindelijk weer eens warm douchen op de camperparking waar we staan. De volgende dag ontmoeten we inderdaad Ron en Trees en we drinken gezellig een kopje koffie met lekkers op een P bij een tankstation. Zij gaan verder westwaarts en wij proberen de pistes uit. Helaas, alle toegangen blijken gesloten voor gemotoriseerd verkeer. Wel zien we wandelaars op de paden lopen, dus het is duidelijk dat we met onze Dinky Toy niet gewenst zijn. Om onze teleurstelling te verwerken gaan we op een terrasje in San José zitten en bestellen tapas met een heerlijk glas vino blanco. Het is warm in de zon en de goed gekoelde wijn glijdt als nectar door onze verwende keeltjes. Het lijkt wel vakantie. We besluiten om de volgende dag al naar Marokko over te steken en regelen online een enkeltje met de ferry van Almería naar Nador. Kosten voor 2 personen, een loungestoel en een auto: € 258,- inclusief belasting. We hebben er zin in!

Marokko

Vandaag varen we van Almería (Spanje) naar Nador (Marokko). We vertrekken om 14.00 uur en we zijn er om 20.00 uur. Totaal 7 uur varen, want er is 1 uur tijdsverschil. Eerst gaan we langs de douane. We zien er blijkbaar zeer betrouwbaar uit; onze paspoorten worden niet eens gecontroleerd. Wel een gebaar om door te rijden naar de boot en een glimlach van de douanebeambte.

We merken dat de kerstvakantie ten einde loopt, want de boot is lang niet vol. Op stoelnummer 01 installeren wij ons naast het raam waar de zon zijn stralen genereus naar binnen laat stralen. Wel een ietwat eentonig uitzicht, maar dat maakt ons niet uit. Wij vermaken ons met filmpjes kijken op de laptop, een begin van het reisverslag schrijven, Ina haakt een knuffelpopje voor één van de baby’s in onze familie/vriendenkring en we eten en slapen. Zo komen we de overtocht wel door. Als we over de helft zijn, zien we de zonsondergang.

We denken dat we nog genoeg tijd hebben, dus Jeroen opent de laptop voor een 2e film. Ina doet het gordijn open en ziet de lichten van Nador. “Joh, we zijn er al!” We pakken onze spullen en vinden snel de weg terug naar de auto. Door ervaring wijs geworden weten we dat je goed moet onthouden op welk dek de auto staat. Bij de auto worden we teruggestuurd, want we moeten op de boot eerst onze paspoorten laten stempelen. De auto inklaren moet wel op de wal. Eenmaal op de kade worden we door allerlei geüniformeerde beambten naar de juiste weg gewezen en we parkeren op de aangegeven plaats. We zien de metershoge hekken met prikkeldraad langs de Spaanse enclave Mellila. Luguber  om te zien, vooral omdat het symbool staat voor de radeloze gelukszoekers uit allerlei windstreken van Afrika. Omdat de auto op Jeroen’s naam staat, gaat hij op zoek naar de ingang van het kantoor en vindt dat door onder een hek door te kruipen, over wat vuilnis heen te stappen …. Tja, dit is toch echt de officiële route naar de ingang. Overigens is de rest allemaal goed georganiseerd. Een enorm verschil met de chaos en hectiek van zo’n 18 jaar geleden, met tientallen obscure mannetjes die (tegen betaling) de papieren wel voor je zouden gaan regelen, om je daarna af te zetten door een torenhoge prijs te eisen. Als Jeroen terugkomt, wil de douanebeambte toch nog een blik in onze auto werpen. De deur is net open en hij gebaart ons meteen dat het goed is. We kunnen vertrekken. ‘Merhabat!’ Welkom!

Het is nog een uur rijden naar onze kampeerplaats ‘Riad Ocean View’. Onderweg wisselen we wat dirhams (10 dirham is 1 euro) en kopen we brood en dergelijke in de Carrefour. De weg is goed begaanbaar en dan zien we de politie op de weg. Oh ja,  bijna vergeten, dan moet je eerst heel langzaam rijden en stoppen bij het stopbord. Zodra de politie gebaart dat we mogen doorrijden, doen we dat en staan we bij hem stil. Hij wil onze paspoorten en kentekenbewijs zien. Bovendien vraagt hij waar we naar toe gaan. We geven hem de naam en het telefoonnummer van de eigenaar van de kampeerplek. Prompt belt hij naar de eigenaar. Na het telefoongesprek zegt hij dat het goed is en mogen we doorrijden. Het is voor onze eigen veiligheid, zegt hij en voor de zekerheid moeten we ook nog het nummer noteren van de dichtstbijzijnde politiepost. De aardige man glimlacht en wenst ons een goede reis.

Aangekomen bij de kampeerplek wacht de eigenaar Abdel Ghani op ons. Hij wijst een plaats waar we kunnen staan. Tussen de olijfbomen. Helemaal goed! Overigens zijn we de enige gasten. Terwijl Jeroen de daktent opent, wijst hij Ina het sanitair bij zijn huis. Het ziet er keurig netjes uit. Het huis is in traditionele stijl gebouwd van leem. Binnen de muren van het huis is een klein tuintje. Vanuit de tuin komt men in alle kamers: woonkamer, slaapkamers, keuken en de badkamer. De muren bieden beschutting tegen de wind. Dan ontmoeten we Samira, de huishoudhulp. Ze staat erop dat we thee drinken. Vooruit dan maar. Jeroen is al moe en wil eigenlijk naar bed. Na de heerlijke zoete thee met munt duiken we het bed in.

Riad Ocean View, 4 en 5 januari 2023

Helemaal uitgerust worden we wakker. Eerst een douche nemen en daarna ontbijt. Vandaag is het wasdag. De wasmachine heeft een trommel voor het wasgedeelte en daarnaast een trommel om te centrifugeren. Ina doet de was in de wastrommel. Echter, ze vindt de kraan niet en ook de knoppen niet om het wasprogramma in te stellen en de machine aan te doen. Dan maar hulp vragen aan Samira. Ook zij begrijpt het niet. Abdel Ghani is er niet, dus aan hem kunnen we het niet vragen.  “YouTube!, zegt ze beslist. “Als je iets niet weet, zoek het dan op met hulp van YouTube.” Ze pakt haar telefoon en binnen enkele minuten laat ze Ina het filmpje zien. OK, dus eerst genoeg warm water in de trommel doen, het gewenste programma met de knop kiezen en vervolgens de aan/uit-knop omdraaien. Knop? Waar dan? Weer kijkt Samira op YouTube. Ze schuift de wasmachine naar voren om te kijken of de knoppen aan de achterkant van de machine zitten. Ina denkt dat dat vast niet het geval zal zijn. Zo zit een wasmachine niet in elkaar. Terwijl Samira de wasmachine naar voren schuift, ziet Ina bovenop de machine een klep bewegen. Ze opent de klep en warempel, daaronder zitten de knoppen. Terwijl de trommel met grote emmers warm water uit de douche wordt gevuld, merkt Ina dat de flotter van het toilet niet goed functioneert. Het water blijft doorlopen. Ina opent de deksel van de spoelbak en ze verhelpt het probleem. Samira kijkt toe en ze zegt: “Thuis gebruik ik heel weinig water. Het toilet spoel ik zo nooit door. Daarop wijst Ina haar op de 2 knoppen bovenop het waterreservoir en ze legt uit waar die voor dienen. “Oh, echt waar? Werkt dat zo? Dat wist ik niet.” In het kader van ‘wees wijs met water’ legt Samira vervolgens uitgebreid uit hoe zij haar was thuis in Nador met de hand doet. Alle was gaat in een grote plastic bak, water en zeep erbij en het een dag en nacht laten weken. Telkens als je langs de wasbak komt, ga je er met je blote voeten in en stamp je de was aan. Samira blijkt een tv-actrice te zijn die rollen speelt in allerlei drama’s en soaps. Prompt moeten we haar acteertalenten bewonderen op Youtube. ’s Avonds eten we tajine met een aardig Duits stel dat voor het eerst in Marokko was. Vooral hij raakt geïnspireerd door onze levenskeuzes en knoopt steeds een praatje aan om het naadje van de kous te weten. Ja, hij gaat zijn leven anders inrichten, vertrouwt hij ons toe. We helpen het hem hopen. Op de dag van vertrek plukt Ina nog groente en kruiden uit de tuin met Samira en er volgt een hartelijke omhelzing als we vertrekken.

Oujda, 6 en 7 januari 2023

Door de bergen rijden we naar Oujda. De weg kronkelt zich door een smalle kloof en gaat vervolgens met tientallen zeer scherpe haarspeldbochten steil omhoog. Een prachtige route en we zijn blij dat we weer in Marokko mogen zijn. `

Eenmaal weer beneden in het dal vinden we een bivak achter het wegrestaurant ‘Espace les îles Maldives’ aan de drukke doorgaande weg naar Oujda. Hier zijn geen campings, dus vragen we of we op het pleintje achter het restaurant mogen staan. De man begrijpt ons eerst niet. We leggen uit dat we in de auto slapen en als hij onze auto ziet, knikt hij bevestigend. Jeroen rijdt de auto naar achteren en Ina wijst een mooi plekje langs de muur. Op het pleintje staat niemand, in het veld naast ons grazen de koeien en schapen. Je staat niet voor niets bij een restaurant, dus eten we er een hapje. Er wordt goed voor ons gezorgd! We staan vlak bij de grens van Algerije. Prompt krijgen we een berichtje van onze provider: Welkom in Algerije! Dat gaat dus niet lukken, want de grenzen met Algerije zijn al jaren dicht door politiek gedoe, vooral vanwege meningsverschil over de Polisario in de West-Sahara. Eerst wakker worden met een nos-nos (half koffie – half melk) die we in het restaurant bestellen, daarna doen we boodschappen bij de supermarkt ‘Marjane’. Helaas, we kunnen er geen wijn kopen. In het verleden konden we alleen bij de Marjane legaal alcohol kopen, maar dat lijkt nu dus voorbij. Na de boodschappen, rijden we richting het zuiden. We stoppen voor een zeer, zeer laat ontbijt bij het dorp Laaouinate l’Wynt voor de stad Jerada. Jeroen drinkt een ijskoude frappuccino die we bij de Marjane hebben gekocht. “Erg lekker, maar verdomd weinig. En vooral doerrrrrr”, zegt hij. Behalve ontbijten, zwaait Jeroen er op los naar passanten die nieuwsgierig onze kant opkijken. Sommigen begroeten ons uitbundig: “Ola! Bonjour!” We zoeken met de app Osmand+ uit hoe we verder gaan rijden richting het Plateau du Rekkam. Drie jaar geleden hebben we dit gebied ook al eens doorgeploegd vanuit het zuiden en nu willen we dit gaan doen vanuit het noorden. En route!

Dankzij de app vinden we na het gehucht Gafait het begin van de piste. Het pad is in redelijk goede staat en we rijden met een gangetje van 30 km/uur door de rotsige heuvels. Zodra we een mogelijkheid zien om de auto te parkeren voor een bivak, stoppen we. We klappen het dak open en borrelen in de avondzon. Ietwat fris en winderig, verder is het zeer stil. Na de borrel wandelen we over de piste in de avondzon die de bergen bijna oranje kleurt. Bovenop de Col is er meer plaats. Bovendien is het uitzicht fantastisch en kijken we ook naar het andere dal. We besluiten om te verkassen. Enige tijd later staan we naast de auto te genieten van de zonsondergang. Daarna zoeken we binnen de warmte op. Doordat we het avondeten opwarmen, wordt de temperatuur in de auto vanzelf behaaglijker. ’s Avonds horen we zowaar een brommer voorbij rijden. Als we in bed liggen, horen we in de verte honden blaffen. Het lijkt verlaten,  maar toch zijn we in de bewoonde wereld. De wind is verdwenen en de volle maan komt vanachter de bergen tevoorschijn. De natuurlijkste en beste zaklamp die er bestaat.

De volgende ochtend stopt een man op leeftijd in een auto bij ons en probeert een praatje met ons te maken in het Berbers. Tja, Frans spreekt hij niet en dus zijn we snel uitgepraat. Vervolgens gaat hij staan bellen met zijn mobiel. Later voegt er nog een man op een brommer zich bij hem en deze spreekt 2 woordjes Frans. Hij legt met brede armgebaren uit hoe we verder moeten reizen. Zoals altijd vriendelijke mensen!

Plateau du Rekkam, 8 januari – 12 januari 2023

Het landschap vinden we mooi om doorheen te rijden. Het is heuvelachtig en de piste slingert zich daar doorheen. Aan het eind van de middag gaan we op zoek naar de slaapplaats. We rijden richting de bergen over een piste langs een oued. Men verbouwt hier iets. Maar wat? Op een behoorlijke afstand van nomadententen stoppen we. Genoeg gereden voor vandaag. Het waait hard, het is koud en dus kruipen we ’s avonds de Dinky Toy in.

De volgende dag wordt het landschap vlakker en dus ook wat saaier. We hobbelen urenlang over het hoogplateau en maken uiteindelijk bivak bij een soort productiebosje van naaldbomen. Wat een stilte! Slechts 1 Toy HZJ79 voorbij zien sjeesen en een herder met schapen en geiten zien sjokken. Verder wat kraaien gezien en een uil gehoord. We komen helemaal bij. Het lijkt hier wel op ontslakken! We houden een rustdag op deze zeer aangename plek, we staan wat uit de wind door de bomen en maken een kampvuur van het dode hout dat overal om ons heen ligt. Heel bijzonder, dat brandhout in de woestijn! We breken weer op en pakken de piste richting Maatarka. Onderweg blijkt de door ons uitgezette piste heel beroerd en zal urenlang gaan duren. Hebben we hier zin in? We merken dat we even klaar zijn met slechte stenige pistes die door een saai landschap gaan. We besluiten om te keren en over het asfalt rijden we via een omweg verder. Heerlijk rustig zoeft de Toy door het dorre landschap over de goede weg. Morgen, of overmorgen pakken we wel weer een piste.

We komen aan in Anoual en we hebben erge zin in koffie. Onderweg hebben we amper cafeetjes gezien en vandaag hebben we dus nog geen nos-nos gehad en het is al 16.10 uur! Eerst gaan we tanken bij Ziz voor Dh 15,- per liter (= € 1,50). Niet echt goedkoop, maar Jeroen ziet dat ze hier een professioneel koffiezetapparaat hebben, dus toch aan de koffie! En die is me toch een partij ‘ldied!’ (Berbers voor ‘lekker’). Gauw nog een 2e bakkie bestellen. Verrukkelijk! En met 4 madelaines erbij, rekenen we Dh 40,- af. Voldaan gaan we op zoek naar een bivak. Vlak voor Talsint schieten we rechtsaf een goede piste op. Deze route wordt gezien de vele bandensporen veelvuldig gebruikt. Hij is zeer stoffig en de rode stofwaaier achter de Toy is indrukwekkend.

We verlaten op goed geluk de piste en volgen een smal spoor van brommers. Hierdoor raakt de doorgaande piste uit zicht achter de heuvels en kunnen we gaan zoeken naar een rustige, redelijk rechte plaats. Aan een oued vinden we de perfecte plek en we zijn nog net op tijd om te kunnen borrelen in de avondzon. Nadat de zon achter de bergen is verdwenen, maken we een wandeling en schieten nog mooie plaatjes. Heel in de verte zien we een nomadentent waar de brommersporen naar toe leiden. Er blaft een hond. Achter de heuvels horen we auto’s over de piste rijden. We zijn dus niet alleen in de zo verlaten lijkende steenwoestijn….. We gaan op pad naar Midelt in de Atlas en vinden op de app een piste tussen Talsint en Midelt. We verlaten hiermee het vlakke Plateau du Rekkam en rijden richting de bergtoppen van de Atlas. De piste gaat door een kilometers lange, smalle en stenige vallei waar een riviertje doorheen stroomt. Regelmatig komen we kleine armoedige dorpjes tegen, vervoer gaat hier per ezel of te voet. De piste wordt steeds slechter en we vorderen langzaam, maar de omgeving is werkelijk schitterend. Soms gaat de piste door de deels droge rivierbedding en soms klimmen we hoger op de flanken van de vallei. We rijden langs een authentiek dorpje met huizen van stenen uit de rivier en leem. Ongelooflijk dat hier mensen wonen.

Onderweg zien we het heldere water uit de berg stromen dat zich verzamelt in uitnodigende poelen die trapsgewijs naar de diepte in de vallei gaan. Dat moet heerlijk zijn in de hete zomer! Hoogste tijd voor koffie bij de beek. Frappuccino, maar dan net even anders. En we noemen het een Latuccino! Recept op verzoek gratis verkrijgbaar. Daarna gaan we verder over de fantastisch mooie piste. Naarmate we dichterbij Midelt komen, wordt er ook meer aan de piste gewerkt. Het lijken de voorbereidingen te zijn voor asfalt op termijn. In twintig jaar tijd hebben we Marokko in razend tempo allerlei pistes zien vervangen door asfalt om de dorpen te ontsluiten. Fijn voor de bevolking, maar het ongerepte gaat er wel van af. De wegwerkzaamheden gaan gepaard met inzet van gigantische bulldozers en die veranderen het rotslandschap in een oogwenk. Onze piste houdt plots op, want het enige dat we zien is een enorme berg stenen. We horen achter de heuvel de bulldozer aan het werk en het lukt ons om oogcontact met de bestuurder te krijgen. Hij snapt dat we erdoor willen en maakt met gebaren duidelijk dat we achteruit moeten. Dat doen we dus maar en zetten de Toy stil voorbij een soort werkpad. Met veel lawaai en zwarte rook uit de uitlaten komt de bulldozer over het pad aanzetten, stenen en zand voor zich uitschuivend. Hij gaat de berg te lijf, rotsblokken storten naar beneden, kleine steenlawines ontstaan en langzamerhand komen de contouren van de piste weer terug. Fascinerend om te zien! Als er een pad is ontstaan waarover we verder kunnen, geeft hij een seintje en we trekken zwaaiend op. Met een slap handje zwaait hij terug. Hij zal wel denken: “Heb ik net mijn werk gedaan, kan ik weer opnieuw beginnen. Die verrekte toeristen ook!”

Tegen de avond bereiken we de relatief grote stad Midelt. Het ziet er gezellig uit, er is veel leven op straat, met restaurantjes en terrassen. Het maakt ons hongerig en we lusten wel wat. We willen echter eerst een plek vinden om te overnachten en een warme douche kunnen nemen. Dat is al best lang geleden. De camping blijkt gesloten, een bivak zo dicht bij de stad trekt ons niet en dus boeken we een kamer bij een motel en benzinestation met verwarming, groot bed, diner en morgen ontbijt. We betalen een beetje teveel naar onze zin: € 60,-, maar we genieten ervan. De volgende ochtend zitten we in de zon aan het ontbijt, kijken uit op de bergen en Achmed maakt onze Toy schoon. De auto is tè vies om in te zitten. Overal zand van de piste, behalve in het bed. Na nog een kopje koffie vertrekken we eindelijk met een glanzende Dinky Toy. Midelt gaan we een andere keer wel nader bekijken. Nu eerst verder de Atlas in, richting Imilchil.

Imilchil, 13 januari – 15 januari 2023

We trekken de Hoge Atlas in en het is er meteen koud, geen wonder want op de bergen licht sneeuw. De hoogste toppen gaan naar 4000 m! Over een prachtige route rijden we naar Imilchil en vinden een bivak voor het restaurant ‘Auberge l’Avenir’. We staan precies voor het terras, waardoor we uitzicht op de besneeuwde bergen hebben. We slapen heerlijk op 2170 m hoogte. De volgende ochtend werkt onze kraan niet. Het water is bevroren. Gelukkig staan we in de zon en al gauw stroomt het water weer. Jeroen drinkt een nos-nos met de eigenaar van de herberg op het terras en ze keuvelen gezellig. Zijn kleine neefjes komen langs voor een knuffel, een kietelpartijtje en wat stoeien! Ze moeten Jeroen ook even netjes een hand geven. Aardige man! Voordat we verder rijden, gaan we nog naar de souk. Jeroen koopt op de markt een wollen djellaba met puntmuts voor Dh 70 (de correcte marktprijs) en Ina in een winkel een gekleurde djellaba met rits en houtje-touwtje speciaal voor vrouwen voor Dh 200. De verkoper vraagt aanvankelijk Dh 300, maar we dingen af, zoals het hoort. De markt ligt sprookjesachtig tegen de bergen met sneeuw aan, de zon schijnt en er waait een koude wind. Er worden schapen en geiten verhandeld die op het dak van de busjes worden vervoerd. Verder de gebruikelijke plastic emmers en teiltjes, groentes, gereedschap, brandhout en dergelijke. We kopen wat kefta en laten dat roosteren voor onze lunch. Terwijl we wachten, drinken we een nos-nos. Ah, wat genieten we toch van het Marokkaanse leven!

We zetten de Toy met de neus richting Azilal, want we gaan naar Paul en Jamiaa. Onderweg passeren we Lac de Tislit en eten we onze Marokkaanse kefta-hamburger in onze nieuwe outfit op de pas. De wespen zwermen in ons heen. Die lusten er ook wel pap van. Drie jaar geleden in 2020 pauzeerden we hier ook op deze bergpas. Voor herhaling vatbaar, omdat het er zo mooi en stil is. De rit naar El Ksiba is prachtig, de weg is prima en naarmate we dalen, stijgt de temperatuur. We rijden door cederbossen, langs landbouwvelden en passeren talloze dorpen. Bij El Ksiba is de kampeerplek die we op de Osmand+ hebben gevonden, totaal verlaten. Even verderop vinden we ‘Gîte chez Saadia et Mustapha’. Daar mogen we voor de voordeur staan. Als we vragen wat we voor een nacht betalen, vraagt zij ons wat normaal de prijs is. We komen uit op Dh 100. Daarna laat Saadia een kamer zien waar we gebruik kunnen maken van toilet en warme douche. “En”, voegt ze er aan toe, “morgen maak ik voor jullie een Marokkaans ontbijt.” Ze neemt ons mee naar het dakterras waar ze lange thee met nootjes voor ons serveert. Vanaf het dakterras kijken we zo de vallei en de vlakte in. Pas mal, hein! Wat een alleraardigste mensen alweer.

Azilal, 16  januari – 19 januari 2023

Onderweg naar Azilal komen we vlakbij Béni Mellal en drinken hete lekkere café mobile. Deze trend zien we vaker; een gewone personenauto wordt omgebouwd tot een koffietentje met een professioneel expresso-apparaat in de achterbak. De Marokkanen maken daar zelf veel gebruik van. Prijs per kartonnen bekertje Dh 6. We verlaten de warme vlakte en stijgen naar Azilal. We hebben een prachtig uitzicht op het stuwmeer ‘Barage Bin el Ouidane’, mooie kleuren van bergen en water. De zon helpt daarin ook mee.

We worden hartelijk verwelkomd door Paul & Jamiaa bij hun verbouwde huis. Wat een mooi plekje hebben ze, met uitzicht op Azilal dat enkele kilometers verderop ligt. We krijgen een rondleiding door het huis, de schuren onder het huis en de tuin van 3000m2 met olijfbomen. Tussen de olijfbomen zetten we de Toy neer. Er is al veel werk verzet en nog veel te doen. In de toekomst willen ze 3 à 4 kampeerplekken via ‘park4night’ aanbieden met sanitair en 1 of 2 gîtes die nog gebouwd moeten worden. Er is nog wat bouwwerk te doen bij P & J, dus wij storten ons op vakantiewerk. Om half 10 spreken we af om te werken. Dat wordt een half uur later, want we leiden per slot van rekening een pensionada-leven. Daarin horen de woorden ‘haast en stress’ niet thuis. We helpen met het maken van een parkeerplaats voor de 4×4. Eerst het voorbereidende graafwerk voor het fundament. Dan is het al gauw een uur of 1 ’s middags, dus lunchtijd. We eten in Azilal bij visrestaurant ‘La Truite’. Ontzettend lekker. Een schaal vol met verschillende soorten vis voor 4 personen. Kosten: Dh 120. Na de lunch doen we boodschappen. Jamiaa brengt ons naar een naaiatelier waar Jeroen zijn djellaba van een lange rits laat voorzien. Dat is veel handiger bij het aan- en uittrekken. Als de kleermaker klaar is, vraagt hij of het goed is. Jamiaa keurt zijn werk goed. Een geslaagde actie. De daarop volgende dagen werken we met plezier mee aan het project van Paul & Jamiaa. Zij zijn tevreden met het resultaat. Gelukkig maar, want ons motto bij het bouwen is: bouwen voor de eeuwigheid!

Haut Atlas, 20 januari – 24 januari 2023

Na dit gezellige verblijf rijden we niet veel kilometers. Slechts 70 km, maar wel over bergpassen van 2700 m hoogte! Soms stoppen we even om foto’s en video’s te maken. De besneeuwde hoge toppen zijn duidelijk zichtbaar onder een strakblauwe lucht. De tocht is prachtig. Eerst slingerend de berg op via een smalle, doch goede asfaltweg. Na een half uur zijn we toe aan de lunch. Op een grote steen nemen we plaats. Tegen de heuvel zien we cactussen en sneeuw, een vreemde combinatie. “Even checken of je er sneeuwballen van kan maken”, zegt Ina. Helaas, het is één en al ijs. De broodjes zijn al gesmeerd. Samen met koffie smikkelen we er van met uitzicht op het weidse landschap. Van zo’n schoon berglandschap raak je eigenlijk nooit uitgekeken, maar we kunnen er niet eeuwig blijven zitten.

We stappen in de auto en Ina neemt het stuur over. Nu gaat het bergafwaarts. Wederom met vele bochten. Achter elke bocht is het uitzicht verrassend. We rijden door een brede kloof. Beneden ons slingert de rivier waar behoorlijk veel water in stroomt, uiteraard rechtstreeks uit de bergen. Langs de gehele rivier zien we veel lemen huizen. We komen veel kinderen, werkende volwassenen, ezels en auto’s tegen. De grond is vruchtbaar en is keurig netjes aangeplant met gras en amandelbomen. Deze bomen zijn we al vaker tegengekomen, nog helemaal kaal. Plotseling zien we een paar bomen waar de roze-witte bloesem al is te zien. We zijn ietwat verbaasd, want we zitten op 1900 meter hoogte. Op lager gelegen gebieden hebben we alleen kale amandelbomen gezien. Misschien was het wel een andere soort die later bloeit. We arriveren bij het dorp Agouti op 1800m hoogte, vlak voor het aangrenzende dorpje Ait Bouguemez. We stoppen om 16.25 uur voor het gesloten hek van Gîte Auberge Camp Flilou, La Maison Berbère, Gîte d’étape Agouti. Een hele mond vol. We vinden dat we vandaag genoeg hebben gereden. De zon schijnt volop, we staan binnen de muren dus hebben we geen last van de wind. De stoelen klappen we uit en we genieten nog van de warme zon.

Even later arriveert een auto met 2 Engelse toeristen. Zij worden begeleid door hun Marokkaanse vrienden.  Al snel maken we contact. Ze hebben vooral oog voor onze Dinky Toy. Ina geeft een complete rondleiding en ze laat zien hoe we in onze Dinky Toy leven. Ze zijn verbaasd wat we hebben gerealiseerd aan woongenot in zo’n kleine ruimte. Daarna wandelen we in de avondzon door het dorp. Boven op de berg zien we een vervallen kasbah. Als de laatste zonnestralen achter de bergen verdwijnen, keren we terug naar de auto. Jongens zijn nog volop aan het fietsen en voetballen. Meisjes zien we niet. Het wordt al koud. Door het koken warmt het snel op in de auto. Bovendien fungeert de dieselcooker ook als verwarming. We zullen het niet gauw koud krijgen. Na een goed gevulde tomatensoep, gemaakt door chef Jérôme waar we wel twee dagen van kunnen eten, en een filmpje kijken op de computer, bekijken we de route voor morgen. Gaan we in één keer door de Hoge Atlas naar N’Kob of doen we onderweg een bivak? Er zijn voor- en nadelen: in één keer rijden betekent vroeg opstaan en lang in de auto zitten. Dan hoeven we geen bivak te maken op zeer hoge hoogte in de kou, mogelijk in de sneeuw. Of in een rustig tempo in twee etappes rijden en alle tijd nemen om van de omgeving te genieten en morgen niet zo vroeg opstaan. Tja, een waar dilemma.

Als we ’s morgens wakker worden ligt het ijs op de auto. Dat geeft de doorslag, we gaan in één keer rijden en zijn snel op weg. Via Tabant rijden we over 3 zeer hoge passen heen, de ‘Route Terciaire’. Het uitzicht op het dorp Tabant is mooi!! De eerste bergpas is de Tizi n’ Ait ‘Imi, 2905 m. De tweede pas is de 3005m hoge Tizi n’ Fougani, ook genoemd Tizi n’ Ait Hmed. De derde pas gaat door de Vallée des Roses, de roze bergen. Altijd bijzonder en fotogeniek. Er is weinig sneeuw en de weg is droog, dus schieten we lekker op. Het is volop genieten en na enkele uren  arriveren we in Kalaat M’Gouna bij Café Restaurant La Fibulle. Met open ramen rijden we de stad in. Het is hier warm in vergelijking met de bergen. Jeroen ziet rook en het ruikt ook lekker. “Waar rook is, is saté”, is onze ervaring. Die kefta kan niet ver weg zijn. Jeroen loopt voorop, over het plein, langs de bus- en taxistandplaats. “Ja, daar is het!”, wijst hij. We onderhandelen met de restauranthouder. We willen 250g kip. Kosten Dh 27. Hij haalt voor ons de kip bij de slager. Normaliter koop je zelf je vlees en zoek je een ‘keftaboer’ op die het voor je roostert op de BBQ. Vervolgens nemen we de geroosterde kip mee en we rijden naar de camping ‘Chabab Saghro’ die ons leuk lijkt. Op een hoog punt, net buiten de stad. Hier gaan we overnachten. Als we er aankomen, zijn we getuige van 360° fantastisch uitzicht. Ook hier is het welkom hartelijk.

Na het eten verhuizen we naar het restaurant. Daar spelen we een kaartspelletje. De jongeman maakt voor ons een nos-nos. Zijn vriend komt binnen met een ‘doggybag’. Het is een typisch Marokkaans gerecht en hij geeft ons een bordje om het te proeven. Het ziet eruit als mie met daarop poedersuiker en gestampte amandelen. Zo kennen we dat niet, maar we verzekeren jullie dat het smullen geblazen is. Tegen 23.00 uur keren we terug naar onze auto en we vallen in een diepe slaap. We besluiten om een dagje langer te blijven, want het is hier lekker rustig en mooi. Wel een grappig uitzicht op een Renault 4L op tractorbanden.

De laatste etappe gaat naar N’Kob en daarvoor moeten we de pas Tizi n’ Tazazert over. De vorige 2 keer moesten we over de piste rijden, maar nu ligt er strak asfalt. We rijden op de col het laatste stukje overgebleven piste naar ‘Café & Restaurant Tizi n’ Tazazert. We herkennen het meteen, vooral het magistrale uitzicht op de zwarte bergen. We ontmoeten de eigenaar Brahim. Hij woont hier permanent met zijn vrouw Fatima. Zijn kinderen wonen bij familie in een dorp en gaan daar naar school. Hij heeft er een mooi plekje van gemaakt met een terras, een restaurant, een boutique en enkele camperplaatsen. We laten hem foto’s zien uit 2005 en dat vindt hij prachtig. Ja, hij heeft hard gewerkt! Zijn zus maakt een ‘omelet Berber’ voor ons. Lekker smikkelen. Voor Dh 5 p.p. toont hij ons het Franse kanon met de Marokkaanse vlag (hebben we achteraf niet hoeven te betalen) en hij vertelt dat het kanon van 1933 is. In eerste instantie leefden de Fransen en de Marokkaanse families naast elkaar zonder elkaar tot last te zijn. Zijn moeder is helaas door de Fransen vermoord toen ze water ging halen. Andersom hebben Marokkanen spullen van de Fransen gestolen. Tja, dan ben je daarna (voor)goed gebrouilleerd. Het is mogelijk om er te overnachten voor 4×4’s en campers. Wij besluiten om toch verder te gaan. ‘Stick to the plan’.

De afdaling heeft vele bochten. Destijds was het een zeer beroerde stenige piste en dat rijdt nu wel even anders over asfalt. We genieten van het uitzicht en in een mum van tijd arriveren we bij ‘Riad Auberge Bassou’, net buiten N’Kob. Na 3 jaar zijn we hier weer terug. De eigenaren Brahim en Brigitte verwelkomen ons allerhartelijkst en herkennen Ina. Jeroen vertelt dat we in 2020 voor het eerst hier waren. We krijgen eerst thee en vanavond worden we uitgenodigd om bij hen te eten omdat we terugkerende gasten zijn. “Jullie zijn geen toeristen, jullie horen nu bij ons en jullie betalen niet voor het diner”, legt Brahim uit. Die avond eten we tajine bij het haardvuur met elkaar en kletsen over van alles en nog wat. We blijven 2 nachten en gaan daarna zuidwaarts om de oude Dakar-routes te gaan rijden.

Van Merzouga naar Zagora, 25 januari tot 11 februari 2023

Van N’Kob rijden we richting het oosten naar Erfoud. De tocht is volgens de betrouwbare navigator Osmand+ 215 km. De weg gaat over asfalt. Onderweg zien we veel campers onze richting op rijden. Zoveel campers hebben we op onze reis nog niet gezien. Het zijn ongetwijfeld de overwinteraars, afkomstig uit Frankrijk, Duitsland en Nederland, sommigen uit België en de UK. Het seizoen is klaarblijkelijk begonnen. Januari is nog best koud in Marokko. Langs de westkust en in het zuiden is het nu warm, maar in de bergen raken de temperaturen onder het vriespunt. Overdag is het aangenaam met een gevoelstemperatuur van 16 tot wel 19 graden. Verraderlijk is de koude wind die regelmatig opsteekt, waardoor het ‘vest an, vest uut’  is, echter in de meeste gevallen lopen we met onze djellaba. De meeste toeristen beginnen hun reis langs de westkust, zakken af naar het zuiden en vervolgen daarna hun route naar het noorden. Net nu we zin hebben in koffie, komen we geen cafés meer tegen of ze zijn gesloten. Dan maar zelf koffie zetten. Ook heel lekker, midden in de eindeloze steenwoestijn met kale kram-krambomen.

In de middag arriveren we in Erfoud waar we boodschappen doen. Een bordje wijst waar een ‘patisserie’ is te vinden. We wandelen door de straat, echter is er geen banketbakkerij te zien. “Salaam”, groet een man ons vriendelijk. “Zoekt u iets?”, vervolgt hij in het Frans. “Jawel, de patisserie.” De man wijst naar een winkel 10 meter van ons vandaan en we zien het inderdaad. Een patisserie met alle rolluiken dicht. Warempel, daar is het. “Dat is nou jammer, de winkel is gesloten”, zegt Jeroen beteuterd. De man graait in zijn broekzak en haalt zonder iets te zeggen een sleutelbos tevoorschijn. Hij loopt naar de deur van de winkel, steekt de sleutel in het slot, hij opent de deur en maakt met een handgebaar dat we welkom zijn. Sprakeloos en stomverbaasd kijken we toe en we lachen om dit komische tafereel. De man gaat achter de toonbank staan en helpt ons met onze bestelling. Met een gebaksdoosje vol Marokkaanse amandelkoekjes lopen we blij de deur uit. Wat een mop! Na het kopen van fruit en groente rijden we door naar de camping waar we één nacht blijven.

De volgende dag rijden we over de piste (zie paarse route in de afbeelding) naar een bijzonder stukje natuurschoon in Marokko: de duinen van Erg Chebbi bij Merzouga. Als we Erfoud uitrijden, doemen de duinen in de verte voor ons op. Geen onbekend terrein voor ons. Hier zijn we vaker geweest. We verheugen ons op het rijden door het zand en vooral opletten dat we niet vast komen te zitten. De banden laten we aflopen naar 2 bar. Dat moet voldoende zijn. Als we onverhoopt toch vast zitten in het zand, dan kunnen we de banden alsnog laten aflopen naar 1 bar. Als dat ook niet helpt dan zijn er nog de rijplaten om ons uit de problemen te helpen. En in uiterste nood hulp zoeken. Erg Chebbi is één van de toeristische trekpleisters in Marokko. Veel toeristen huren een quad, rijden op een motor of in een 4×4, maken een ritje met een dromedaris of wandelen naar de ‘Grande Dune de Merzouga’ , een top van 800m met een prachtig uitzicht over de bergen en de vallei. Eigenlijk is het best wel bevolkt in de duinen, vooral op vrijdagmiddagen.

Voor het bereiken van de duinen houden we een koffiestop en we smullen van de amandelkoekjes. Het waait nogal. Onze handen houden we boven het koffiekopje en we  beschermen de koekjes tegen het zand. Voor je het weet, kraakt het tussen je tanden en kiezen en eet je zandkoekjes. Daarna stappen we weer in de auto. We hebben nog een aantal kilometers te gaan. Met een gangetje van 20 km/u, of zelfs minder, kost het tijd om bij de camping aan te komen en daar willen we zijn voordat het om 19.15 uur donker wordt. Aan de rand van de Erg Chebbi zien we de kampementen en de nomadententen waar toeristen kunnen overnachten. Het lijkt of het seizoen nog moet beginnen. We passeren ‘Ghosttown’, een paar huizen waar niemand meer woont. Toch zien we een paar brommers. Misschien toch niet helemaal verlaten? Na het gehobbel door het zand, komen we aan bij ‘Camping Maison Rurale’ aan de voet van de Erg Chebbi waar Mubarak ons verwelkomt. “Bienvenue!” We mogen staan waar we willen. We zijn op dat moment de enige gasten. Mubarak wijst ons de mooiste plek van de camping: op het zand met uitzicht op de ‘Grande Dune de Merzouga’. Het is inderdaad prachtig en we hebben niet het gevoel dat we op een camping staan. De Dinky Toy staat tevreden op het zand.

De volgende dag wordt het tijd om de benenwagen te gebruiken. We wandelen naar één van de duintoppen. Nou ja, wandelen, sjouwen door het zeer mulle zand kun je beter zeggen. Het is spitsuur. Vandaag is het vrijdag en we zien voornamelijk Marokkaanse lokale toeristen op hun vrije dag. Verder zien we 4×4’s, quads, motoren, dromedarissen, wandelende mensen en zelfs een parapente. Het valt ons op dat er geen Defender te zien is, alleen Toyota’s. Dat was een aantal jaren geleden wel anders. Het is een hele klim naar de top die we vanaf de camping in ruim een uur afleggen. Je loopt een paar stappen en meteen zak je weer terug in het mulle zand. En dan is boven de beloning. Wat een magistraal 360° uitzicht. Tegenover ons de 800 meter hoge ‘Grande Dune de Merzouga’, de duinen van de Erg Chebbi, de bergen in de verte en beneden ons de uitgestrekte vallei met daarachter weer bergen. Jongelui op motoren rijden met het grootste gemak in bijna een rechte lijn naar de top en naar beneden. Best wel knap. De terugweg gaat logischerwijze heel snel! Binnen een paar minuten sta je beneden aan de voet van het duin. In de avondzon sjokken we op ons gemak terug. Jeroen heeft het weer gehaald ondanks zijn pijn in zijn enkel. Dat wordt morgen rust nemen met zijn voet omhoog. Toch een kanjer, die Jeroen. Aangekomen op de camping genieten we van de mooie kleuren op de duinen door de zonsondergang.

Die nacht voelt Jeroen zich niet goed. Zijn maag borrelt behoorlijk, hij voelt zich moe en niet lekker en gooit alles eruit. Het plan om een dagje in de zon uit te rusten en om de daarop volgende dag verder te reizen, gaat niet lukken. Eerst maar goed uitzieken en goed herstellen. Die dag blijft Jeroen in bed. Mubarak informeert regelmatig bij Ina hoe het met hem gaat. Heel lief van hem. Ina wandelt naar het dorp Merzouga voor wat boodschappen. Inmiddels zijn er meerdere gasten op de camping die allen rondreizen met een camper. Geen 4×4 waarmee we eventueel samen pistes kunnen rijden. Achter ons staan Joost en Anne-Sophie met hun 2-jarige zoon Tuur. We maken kennis en we hebben leuk contact. Tuur zien we de komende dagen steeds beter stappen op zijn blote voetjes. Heuveltje op en heuveltje af in het mulle zand. Ook al werken we al lang niet meer, sommige dingen gaan vanzelf op de automatische piloot. Observeren was een belangrijk onderdeel in ons werk. Wat een vrolijk ventje. Hij heeft verschillende namen voor onze woonhuizen op wielen. Hun camper heet ‘Bibi’ en wij hebben een oto. Op de vijfde dag eten we samen bij Mubarak een heerlijke tajine en op de laatste avond nodigt Mubarak ons uit om thee te drinken. De volgende dag vertrekken we beiden. Zij richting het noorden en wij naar het westen. Wie weet, ontmoeten we elkaar weer ergens, inshallah. Jeroen is volledig hersteld en na een week mag de Dinky Toy weer de piste op.

We zijn klaar om te vertrekken. We kletsen nog even met onze Engelse buurman. Hij en zijn dochter hebben een toer met dromedarissen gemaakt, een nacht gebivakkeerd in de Erg Chebbi in een nomadentent, heerlijk gegeten, plezier gemaakt met Marokkanen die muziek speelden en ze zijn vanochtend terug gebracht met een 4×4. Een geweldige belevenis aldus de buurman en niet duur: Dh 1500 (€ 150,00) voor twee personen. Inderdaad een redelijke prijs voor Westerse begrippen. Mubarak is in geen velden of wegen te zien. We schrijven een afscheidsbrief voor hem die we bij de receptie achter laten. À la prochaine, inshallah. Voordat we echt ‘en route’ gaan, rijden we terug naar het dorpje Merzouga voor wat boodschappen en om te tanken. Inmiddels is het 13.00 uur geworden. De Erg Chebbi laten we achter ons. De grote duin is vanwege een zandstorm niet goed zichtbaar. Overigens, vóór ons is het ook ‘mistig’. De blauwe lucht is veranderd in een geel-witte waas. Links, rechts en voor ons zien we vele kleine en grote wervelwinden. Een mooi gezicht om te zien hoe ze plotseling ontstaan en even plotseling verdwijnen. De route gaat over de piste naar Zagora, ongeveer 280 km. Volgens de routeplanner doen we er wel 11 uur over. Uiteraard ongeschikt om in één dag te doen. Bovendien is de omgeving zo mooi, dat je er volop van kan genieten wanneer je een rustig rijtempo aanhoudt en een bivak maakt. Het rijtempo ligt, afhankelijk van de steen-, zand- of kleipiste, tussen stapvoets en 60 km/u. Het begin van de route gaat zelfs sneller. In tegenstelling tot drie jaar geleden rijden we nu op asfalt naar Taouz. Beetje bij beetje worden de dorpen in Marokko ontsloten. Zeer fijn voor de Marokkaanse dorpelingen en voor de 4x4s blijven er ruim voldoende pistes over. Je hoort ons niet klagen.

De asfaltweg houdt zomaar ineens op. Net voordat we de laatste ‘auberges’ passeren, fantastisch gelegen tegen de duinen, vormt zich een enorme zandwolk achter onze auto. Soms haalt de wolk ons in en verschijnt die naast ons. Niet onverstandig om direct de ramen te sluiten en tevens de knop naar links te schuiven waardoor de buitenlucht buiten blijft. Hoewel, ondanks deze maatregelen dringt onvermijdelijk het zeer fijne Saharazand toch wel door de kieren de auto binnen. Dat nemen we op de koop toe. Na bijna drie uur herkennen we de bivakplaats van drie jaar geleden, gelegen tussen de na dorpjes Ouzina en Ramlia. Daar gaan we weer staan omdat het er zo mooi is met uitzicht op een berg in de vorm van een tajine. We noemen het dan ook de ‘tajinebivak’. Ina neemt eerst poolshoogte en Jeroen wacht beneden in de auto. Hier gaan we niet staan. Het waait er als een onwieze! Even verderop vinden we een betere plaats waar beduidend minder wind is. De Dinky Toy staat al gauw op zijn plek, de daktent uitgeklapt en de stoelen naast de auto uit de wind met zo goed als hetzelfde fantastisch weidse uitzicht.

Die nacht slapen we heerlijk in de bijna-stilte. Slechts één 4×4 is om middernacht gepasseerd over de piste. Grote kans dat de chauffeur ons niet heeft gezien. Ook hoorden we dicht bij ons het geluid van een dromedaris. De volgende ochtend zien we het bewijs van de verse voetsporen vlak langs de auto. Ondanks dat het de moeite waard is om hier te blijven, besluiten we toch om verder te gaan. De zandstorm, die inmiddels wel aan het afnemen is, gooit toch roet in het eten. En door! Over de zandpiste en plots over een vlakte bedekt met droge klei. Dit noemt men fech fech. Een nog veel grotere stofwolk achter de auto dan gisteren volgt ons op de voet. We rijden wel 60 km/u. Lekker snel, hoor. De tajineberg komt naderbij. Wat is hij groot en mooi van kleur.

Het rijdt lekker op de piste en we komen al in de buurt van Sidi Ali. We willen onze weg vervolgen, echter Jeroen ontdekt op de Osmand+ een andere piste die net door een andere vallei gaat. Ook interessant. We keren de auto om, rijden een stukje terug en slaan rechtsaf de andere piste op. Deze brengt ons naar het zadel die tussen de twee valleien ligt. Daar aangekomen worden we totaal verrast door de aanblik van wat voor ons ligt: een vallei omringd door donker gekleurde bergen waaronder de ‘Jebel Zereg’  (980m) waartegen oranje zand is gewaaid. In de verte zien we een nomadentent en een schuur. Het lijkt verlaten. We zijn wederom uitgereden en ons besluit staat direct vast. Hier is onze volgende bivak. Inmiddels is de zandstorm verdwenen. Er is nog een ietwat fris briesje. De stoelen komen tevoorschijn en we genieten in de warme zon uit de wind. Tja, wat moet je nu nog zeggen op zo’n fantastische wereldplek. Daar worden we stil van. De volgende ochtend na het ontbijt staan we klaar om verder te gaan. We zijn nu halverwege op de route. Jeroen staat op het punt om de daktent in te klappen. Dan vraagt Ina: “Waarom gaan we vandaag eigenlijk rijden?” Voorts merkt ze op: “De wind is totaal verdwenen, het is lekker warm door de zon en de plek is bijzonder mooi. Wat mij betreft blijven we hier nog een dag.” Jeroen sluit zich direct bij het idee aan en hij neemt weer plaats op de stoel. De hele dag luieren we zoals men wel eens doet op een vakantie. De rust en stilte wordt op een gegeven moment onderbroken door drie passerende motoren en vier 4x4s. In het dal zien we hen over de piste gaan en verdwijnen achter het hoogste punt.

“Dat is ook onze route die we zullen nemen naar Sidi Ali. Ik vermoed dat die hoge zandduin pal achter die pas ligt,” zegt Jeroen. Hij verheugt zich al zichtbaar op die piste. De volgende morgen vertrekken we dan echt. Ina wil graag nog een kijkje nemen naar het valleitje tegenover ons. Het ziet er vanaf onze bivakplaats qua landschap interessant uit. Op de kaart is te zien dat die piste ophoudt. Zo gezegd, zo gedaan. En inderdaad: wat een schoonheid. Een piste die leidt naar een zandvlakte. Het zand is hoog opgewaaid tegen de berg. Wat een kleurenspel: het felgele zand tegen de roetzwarte bergen. Ook een prachtige plek voor een bivak. Maar nu effe niet. Na het maken van enkele foto’s, rijden we terug naar de doorgaande piste. De piste stijgt gestaag naar 700 meter. Op de top houdt de piste zomaar op. Voor ons ligt het duin met onnoemelijk veel sporen. Het is duidelijk de bedoeling dat je zelf de lange weg naar beneden vindt. Jeroen zit achter het stuur. Geen probleem voor hem. Hij wordt er helemaal blij van. Ina stapt uit om de afdaling op de film vast te leggen. De zandpistes laten we nu definitief achter ons en ze gaan over in steenpistes. Voorzichtig rijden en de boel heel houden, zeggen we dan. Zeker nu we alleen rijden. Na een aantal uren rijden, arriveren we bij een militaire controlepost. We zijn immers vlak bij de Algerijnse grens. Op de Osmand+ zien we de vele posten langs de gehele grens. We worden hartelijk begroet en de gebruikelijke procedures worden in gang gezet: het controleren van onze paspoorten, ons vragen waar we vandaan komen en waar we naar toe gaan en er wordt gebeld naar de volgende controlepost. We zijn in beeld. En we mogen weer door. De jongeman laat het koord op de grond zakken en al zwaaiend rijden we verder. Al gauw komt de tweede controlepost. Ze nemen de moeite niet om ons te controleren. Immers, we zijn aangekondigd. De mannen maken grote gebaren ten teken dat we door kunnen.

Het wordt weer de hoogste tijd voor een bivak. Dit keer zien we niet zulke interessante plekken. Naast de steenpiste zien we nog veel meer stenen, groot en met scherpe punten. We wagen het niet. Dan kunnen we linksaf een kleine piste op. Verderop zien we zand en we besluiten daar dan maar te staan. Maar dat pakt niet zo goed uit. De banden hebben we namelijk na de zandpiste volledig gevuld met lucht. Prompt komen we vast te zitten. Al snel weten we dit probleempje te verhelpen. Door zand achter de banden weg te scheppen en met behulp van de rijplaten staat de Dinky Toy weer op een harde ondergrond. Even verderop parkeren we de 4×4, opent Jeroen de daktent en zijn we klaar voor een bivak naast de piste.

Die nacht horen we niets of niemand. Alleen het gekwetter van de vogels in de vroege ochtend. We nemen de tijd. Ina maakt eerst een ontbijt met een gebakken ei. Het  Marokkaanse brood haalt ze uit de vriezer. Luxe hoor. De laatste 60 kilometers doen we volgens de navigator in ruim drie uur. Best nog wel lang. De boosdoener is natuurlijk de steenpiste. Vol goede moed kruipt Ina achter het stuur. Na 10 minuten bereiken we achter het heuveltje de volgende militaire controlepost. Ook hier praten de mannen met handgebaren: “Rij maar door!” Ok, maar welke weg? Vóór ons is de piste en rechts van ons het asfalt. Die nemen we. Wel wat omrijden, meer kilometers maken, maar sneller aankomen in Zagora. De rit is comfortabel en gaat prachtig langs het oued en langs de bergen. Aangekomen in Zagora doen we eerst boodschappen, daarna rijden we naar de ’Camping La Palmeraie’ en parkeren we de auto in een hoekje van de camping onder de dadelpalmen waar we drie jaar geleden ook stonden. De komende dagen brengen we de 4×4 naar de garage van Ali Nassir. Er zijn geen problemen aan de auto, wel laten we een aantal verbeteringen realiseren. Dit gaat een aantal dagen duren. Dat geeft ons de mogelijkheid om één of meerdere 4x4partners te vinden die over pistes naar Tata willen rijden door de ‘Draa Vallei’ vlak langs de Algerijnse grens. Het eerste gedeelte kennen we al, het tweede gedeelte nog niet. Er wordt ons aangeraden om het tweede gedeelte niet alleen te rijden vanwege de zandpistes en ‘fech fech’ waar de auto lelijk vast kan komen te zitten. Afwachten dus wat ons volgende traject zal worden.

Guelmim en Tan Tan. Van 12 februari tot 10 maart 2023

We zijn al dagen in Zagora. De afgelopen tijd heeft Ali Nassir aan onze Toy gewerkt. We brengen ’s morgens de auto en gaan op de vouwfietsjes terug. ’s Avonds halen we de auto weer op, omdat we daarin moeten slapen. Wat is er gedaan?

  • Het reservewiel dat normaal gesproken op de achterdeur is gemonteerd, heeft nu een eigen standaard dat op het chassis is gelast;
  • de achterdeur en de spatborden zijn opnieuw gespoten;
  • De voorstoelen zijn verstevigd en opnieuw bekleed;
  • Een knipperlicht is gemonteerd aan de zijde van de snorkel (was ivm APK noodzakelijk);
  • Roest aan chassis is verholpen;
  • Kosten totaal: € 600,-

Ali adviseert ons om de vooras te versterken en laat veel foto’s zien van Toyota’s met gescheurde voorassen. Aangezien wij een zware bullbar en lier voorop hebben, komt er veel extra gewicht op de vooras en dat gaat over die stenige pistes wel meetellen. Kosten: € 220,-. Bij onze vorige Toy hebben we dat ook al laten doen, dus overleggen we even. “Tja, Ali heeft nu tijd.” “Morgenochtend kunnen we de auto brengen, maar is hij ’s avonds dan klaar?” “Ja. En voorkomen is beter dan genezen.” “Oké, we doen het.”

We besluiten om niet over de pistes naar Tata te rijden, omdat de regen in het gebied die route onbegaanbaar heeft gemaakt. Het wordt ons van alle kanten afgeraden, dus niet eigenwijs zijn! Bovendien vinden we geen 4×4 medereizigers. Voordat we over de geasfalteerde weg naar Foum Zguid willen vertrekken, tòch nog een keer naar Ali. Het lampje van de mistlamp gaat branden als je op de rem trapt. Dat willen we niet. We wachten eindeloos op de elektricien, maar dan vertrekken we echt. Het probleem met het brandende mistlampje is verholpen, maar de mistlamp zelf doet het nog steeds niet. Misschien kunnen we het ergens anders laten verhelpen. We nemen afscheid van Ali. Bij vertrek geeft hij ons nog een doos met dadels. Zo lief! Om een uur of 3 rijden we naar Foum Zguid en in twee uurtjes zijn we er. De camping staat in de palmerijen en de grond is behoorlijk nat en modderig. We zien diepe moddersporen van campers die op het terrein vast hebben gezeten.

De volgende dag rijden we 2 uur en arriveren we in het zo vertrouwde Tata. Zelfs met het sombere, regenachtige weer zijn we blij om hier te zijn. We besluiten om niet vrij te kamperen of naar Camping Hyatt te gaan. Door de regen zal de zandgrond zeer modderig zijn, schatten we in. We ontdekken een nieuwe plek op Park4Night. Tegenover Camping Hyatt, naast het benzinestation staat Hotel Relais des Sables. Op het terrein kunnen campers staan. De grond bestaat uit grind en dat bevalt ons op dit moment veel beter. Het regent deze dagen veel in Tata! Alle oueds zijn overstroomd en wegen zijn afgesloten. Voordat we verder rijden, nemen we uiteraard een kijkje bij Tata Titi. Helaas, we kunnen door de sterke stroming in het oued niet verder. We stappen uit en we zien de camping van Peter en Tilly aan de overkant liggen. Het lijkt of het water het terrein van de camping nog niet heeft bereikt, waarschijnlijk door het kleine walletje langs het oued.

We besluiten om over de weg naar Guelmim te rijden, met als eindbestemming Fort Bou Jerif. Het blijkt een lange tocht met hindernissen. Halverwege Tata en Akka kunnen we niet verder vanwege het bruine water dat bulderend door het oued Tata stroomt. Een rij auto’s, inclusief Marokkaanse 4×4’s, staat te wachten. Jeroen checkt voor de zekerheid, want onze auto kan maximaal door 70 cm water. Hij doet zijn schoenen en sokken uit en loopt door het water, nagestaard door de verbaasde Marokkanen. Het water gaat al gauw tot boven zijn knieën en de stroming gaat hard, zéér hard, tè hard. Wij zijn echter niet voor één gat te vangen. ‘Waar een wiel is, is een weg’. Een omweg in dit geval. We gaan terug en even voor Tata nemen we de weg via Imitek. Na het dorp slaan we linksaf naar Akka. Een mooie route, herinneren we ons nog van drie jaar geleden. Na uren rijden bereiken we uiteindelijk de levendige stad Guelmim. Het laatste stuk naar Fort Bou Jerif gaat eerst over asfalt en het laatste gedeelte over de piste. We doen ons best, maar we herkennen het niet. Waarschijnlijk hebben we de vorige keer over een andere piste gereden. Het wordt al donker en dan is opeens de weg geblokkeerd, nu omdat er ontzettend veel blubber ligt die de piste heeft weggeslagen. Jeroen ziet links een andere piste. Die nemen we, maar ook hier kunnen we door de modder niet verder. In het donker zien we iets verderop een goede, brede piste. Deze proberen we, maar helaas, de piste houdt na zo’n 5 kilometer op bij een steengroeve. Een groot massief blok steen midden op het pad is overduidelijk. Omdat het inmiddels totaal donker is geworden, besluiten we om hier ter plekke te gaan bivakkeren. Morgen zien we wel waar we zijn gestrand. Genoeg avontuur voor vandaag. We zijn moe van het lange rijden (ook wij worden een dagje ouder), we willen wat eten, een videootje kijken en daarna lekker slapen.

We worden wakker van de vogels en het blijkt dat we best op een mooie plek staan. De temperatuur is aangenaam en we kunnen weer buiten ontbijten. We besluiten om eerst zuidelijker te gaan, omdat de pistes op dit moment te nat zijn. Bij Tan Tan is er minder regen gevallen en we komen terecht bij Ksar Tafnidilt, Caïdat de Tilemzoun. Alleen toegankelijk voor 4x4s. Naast de mooie oude ksar op een heuvel staat een nieuwe ksar, ook op een heuvel. We rijden door de poort het complex binnen. Een hotel met veel kamers, restaurant, een boetiek, een zwembad in de fraaie binnentuin, een mooi ingerichte zaal voor waarschijnlijk feesten en partijen, olijfbomen en dadelpalmen. Alles goed onderhouden door Frans/Marokkaanse eigenaren en een creatief oog voor de vele details. Het is werkelijk een paleisje. We gaan hier een paar dagen uitrusten en genieten van het mooie weer dat komen gaat. We hebben er aardig wat kilometers voor moeten rijden, maar dat hebben we er voor over. Het bezoekje aan de oude ksar is zeer de moeite waard. Je kan makkelijk zeggen dat het slechts een verzameling oude stenen is, maar je kan ook de charme van de ruïne zien. Wij vinden het in ieder geval fotogeniek.

Op een gegeven moment komt een rode Toy naast ons staan. Het is precies dezelfde auto met hetzelfde klapdak en luifel. De Portugese eigenaar met zijn Spaanse vrouw toeteren naar ons. Troopy meets Troopy! (In Australië wordt onze auto een Troopcarrier genoemd, en heeft daar de koosnaam Troopy gekregen.) Uitgebreid bekijken we elkaars Toy.

Het stel wil eigenlijk naar Atar in Mauritanië, maar twijfelt nog. Jeroen laat op de computer zien wat wij in 2009 hebben gedaan en hij geeft hen enkele tips. Als we elkaar hier eerder hadden ontmoet, zouden we zo zijn mee gegaan. Ina praat ondertussen met de Nederlandse Jochem die is komen aanschuiven. Ina biedt hem koffie aan en er wordt gezellig gekletst. Jochem woont al jaren in Noord Portugal. Hij heeft een camping en wat huizen te huur. Als we in de buurt zijn, gaan we er zeker langs. De camping staat op een afgelegen gebied aan een rivier.  Echt iets voor ons. Voor de liefhebbers de naam en adres: Camping Quinta Do Rio, Rua da Quinta do Rio, 4890-140 Caledonia de Pasto.

We ontmoeten het jonge Duitse stel Lucas en Anna, ook in een Toy. We spreken af om samen de offroad route naar Plage Blanche te rijden. Hun werk is het maken van reizen en daarover maken ze documentaires die ze verkopen via Youtube. Het is zeer de moeite waard om een kijkje te nemen op hun website: http://www.ruggedroadtrips.com en op youtube: youtube.com/lucasjahn. De beelden spreken voor zich!

Om 08.15 rijden we weg vanaf de Ksar in verband met laag tij. De route gaat namelijk voor een groot deel over het strand. Het eerste stuk piste is erg slecht door de hevige regenval. De piste is soms totaal verdwenen en scherpe stenen beletten ons om een beetje door te rijden. Hierdoor missen we het laag tij en we besluiten om in de duinen een bivak te maken. Anna rijdt voorop, daalt een duintje af en raakt met de zijkant van de achterband een scherpe rots. Luid sissend loopt de band in 30 seconden totaal leeg! Het reservewiel ligt in de kist op het dak. Het is nog een hele toer om die eruit te krijgen. Jeroen pakt daarvoor uit onze ‘garage’ een spanriem. Met zijn tweeën takelen Jeroen en Lucas het wiel uit de koffer en Anna ‘vangt’ het wiel op. Ina filmt alles, de rollen zijn goed verdeeld…. Plots passeren drie mannen uit Agadir in een 4×4. Ze gaan helpen en in een mum van tijd zit het reservewiel eronder. Ina is ondertussen water aan het koken voor de thee, maar de mannen willen doorrijden. Wat een aardige mensen. “Jullie zijn van harte welkom in Marokko”, zeggen ze nog met de hand op het hart. “Shoukran”, zegt Ina meerdere keren. Ook met haar hand op het hart. Van al die consternatie moeten we even bijkomen en in plaats van thee drinken we koffie. Erg eenzaam is het niet hier in de duinen, want niet lang daarna komt er wéér een auto aanrijden. Opnieuw met drie mannen en nu met verse vis. Ze zijn vissers en ze willen een vis voor bier ruilen. Wij hebben 2 blikjes bier à 50cl in de aanbieding, echter alcoholvrij. De mannen kijken meteen beteuterd. “Hebben jullie wel wijn?”, vraagt één van hen hoopvol. Hierop antwoordt Jeroen ontkennend. Vol ongeloof kijken ze hem aan. “Goed dan, we ruilen de vis wel voor het alcoholvrije bier. Even verderop woont Bashir en daar kan je de vis laten roosteren.” Dat gaan we doen en intussen zoeken Lucas en Anna een bivakplek in de duinen. Met hun walkie talkies houden we contact. Bij Bashir, waar veel vissers wonen en een militaire post is, kopen we nog een vis. Zodra hij er één klaar heeft, beginnen we te eten. Nu is het nog lekker warm. Het smaakt heerlijk!

We lopen naar de klif en we kijken uit op het oued waar we morgen doorheen zullen rijden om op Plage Blanche te komen. Eerst steil naar beneden, dan door het oued en daarna kom je op het strand. De rijsporen van een aantal auto’s zijn goed te zien en dus is de doorgang mogelijk. Na een uur zoeken we Anna en Lucas op. Met behulp van de walkie talkie vinden we hen snel. Ze staan op een duin en wuiven naar ons. Wat een prachtige plek. Helemaal verscholen tussen duintjes. Anna maakt een heerlijk soepje en pasta, Ina dekt de tafel, Jeroen speelt wat op de gitaar en Lucas wandelt wat rond voor mooie plaatjes en video’s. We smullen van de culinaire maaltijd. De koffie drinken we binnen bij Anna en Lucas in hun auto omdat het behoorlijk fris wordt. We passen er gemakkelijk in. Die nacht slapen we met het geluid van de golven op de achtergrond.

Om 09.30 zitten we weer in de auto op weg naar Plage Blanche. Jeroen rijdt voorop. We kennen het nog van 15 jaar geleden. We reden de route toen andersom en met Henk. De piste door het oued is goed te doen. Jeroen probeert een paar keer het strand op te rijden, maar het zand is zeer mul. Bijna zitten we vast. Jeroen en Lucas lopen het strand op om te kijken of we op  het strand kunnen rijden. Dichter bij de vloedlijn voelt de ondergrond goed. We wagen het, geven flink gas en plotseling rijden we met een gang van 60 km/u op het strand. Wat een beleving! We filmen elkaar en we hebben veel plezier. Aan het eind van Plage Blanche rijden we omhoog via een steile piste. Tot onze verbazing gaat de weg over in glad asfalt. Vervolgens slaan we af om de piste naar Bou Jerif te rijden. Eerst komen we aan bij de palmeraie en de vervallen militaire burcht. In het oued stroomt behoorlijk veel water. We zien schildpadden in het water en we genieten van de rust. Dan is het tijd om afscheid te nemen van Anna en Lucas. Zij trekken verder. We wisselen gegevens uit en misschien ontmoeten we elkaar nog ergens, inshallah.

Op Bou Jerif krijgen we visite van een ezeltje die rechtstreeks naar ons toe komt wandelen. Vlakbij blijft hij staan en wacht overduidelijk op iets eetbaars. Ina pakt een wortel en die wordt met smaak vermalen. Het ezeltje wil meer en wrijft z’n neus tegen Jeroen aan. Helaas, op is op en uiteindelijk wandelt hij verder. Een andere ontmoeting vergeten we ook niet snel: Tot onze grote verbazing komen we bekenden van 3 jaar geleden tegen: Brigitte en Norbert met hun 15 jaar oude hond in de Unimog. Drie jaar geleden op 20 maart 2020 zijn we samen midden in de nacht in één ruk naar Ceuta gereden om te proberen de Marokkaanse grens over te steken en de boot naar Spanje te nemen. Het was de laatste mogelijkheid om Marokko te verlaten in verband met de lockdown door Covid 19.

We reizen verder naar ten zuiden van Tan Tan en komen uit boven op een klif met uitzicht op oued Oum Fatma en de zee. Bij helder weer zien we de Canarische eilanden. Weer een fantastische plek gevonden. De sterrenhemel ziet er zo zuidelijk enigszins anders uit: de Grote Beer staat heel laag en de sikkelvormige maan ligt nu lui op z’n rug, als een hangmatje. In de nacht schijnen militairen voortdurend met zeer sterke zaklantaarns de omgeving af, op zoek naar bootvluchtelingen en drugskoeriers. De volgende dag klauteren we het klif af naar beneden, lopen op het strand en sprokkelen drijfhout voor een kampvuurtje. De rotsige kust is zeer fotogeniek. De zee heeft allerlei vormen in de rotsen geslepen en we blijven fotograferen. Na een paar uur klimmen we weer omhoog naar de Toy met de zware stapel drijfhout en komt Housin Ouasim voorbij op z’n brommer en stopt voor een praatje: “Bonjour! Ca va?”. Hij is visser, we schatten hem midden twintig en we hebben hem gisteren al ontmoet. Hij heeft nog één vis over die we voor Dh 100 kunnen kopen. We dingen af naar Dh 80. Housin legt ons uitgebreid uit welke verschillende vissen er zijn die op elkaar lijken, maar elk een andere kwaliteit hebben en dus ook een andere prijs hebben. Ter illustratie toont hij foto’s op zijn smartphone en benoemt de details. Hij verkoopt ons de duurste vis…(tuurlijk!)… en verzekert ons dat dit de top van de top is. En inderdaad, dit is de beste verse vis die we ooit hebben geproefd. Het leek wat op een mix van zalm en kabeljauw met een grote grove graat zodat we hem in moten konden bakken.

We spreken met hem af om over twee dagen naar Naïla te rijden. Daar is een lagune waar flamingo’s en pelikanen zijn. Ook is het fantastisch viswater. Housin heeft een boot en hengels en wil Jeroen wel een dagje meenemen om te vissen voor 400 Dh. Jeroen ziet dat wel zitten. Eenmaal aangekomen aan de lagune van Naïla gaat onze afspraak met Housin geheel in Marokkaanse stijl. Eerst belt hij dat hij anderhalf uur later komt, want z’n brommer is stuk. Daarna belt hij dat we gaan varen met de boot van zijn vriend, want zijn boot is …..ja stuk. Al twee weken! Maar hij komt er aan met een brede lach! Als hij zijn brommer bij onze Toy parkeert loopt zijn ketting eraf en dus heeft hij gereedschap nodig. Jeroen duikt z’n gereedschapskist op en Housin gaat aan het sleutelen. “Zeg Housin”, vraagt Jeroen, “Heb je de hengels bij je?” “Uhh, nee, maar hengels kan je hier huren bij de vissers”. “O, en met wat voor aas gaan we dan vissen?” “Met verse sardines, dat is het beste! Heb jij sardines?” “Ik? Alleen in blik, nee geen verse sardines.” “Tja, we hebben echt verse sardines nodig, in blik gaat niet werken.”

Jeroen en Housin gaan naar de vissers, maar niemand heeft verse sardines. Wel kan Jeroen blinkers kopen, maar volgens Housin trappen de vissen daar niet in. Na veel gedoe hakt Jeroen de knoop door, we gaan niet vissen! Wat een deceptie.

Met de vriend van Housin varen we weg, en Housin blijft op de steiger achter. Omdat de boot best ruim is, hebben we onze Zwitserse buurman René aangeboden om mee te gaan. Hij zei meteen ja. René is met zijn 20-jarige dochter op reis met een soort amfibievoertuig. Een 6-wielige quad die een trailer voorttrekt met daarop gedemonteerd een catamaran. Hiermee zijn ze van Spanje naar de Canarische eilanden gevaren, met de quad op de catamaran. Het is niet te geloven dat ze dit hebben gedaan. Ze zijn in een storm terecht gekomen met golven van 6 meter hoog en de dochter was panisch geweest, hetgeen we ons goed kunnen voorstellen. Voor geïnteresseerden hun website: www.switzerlandexpress.ch  Nu gaan ze over land weer terug, op aandringen van zijn vrouw die vanuit Zwitserland haar man nog een beetje hoopt te kunnen aansturen……

De lagune is een mooi natuurgebied, met rietvelden omringd door duinen. We zien heel veel verschillende soorten watervogels, zoals flamingo’s, pelikanen, aalscholvers, sterns en allerlei steltlopers die we niet zo één-twee-drie herkennen. Een mooi boottochtje, zonder dat er is gevist! We ontmoeten op deze plek ook weer Marcio in zijn rode Toy. We eten samen en krijgen van hem koffielikeur mee, gestookt door zijn vader. “Neem gerust mee, ik heb thuis nog zo’n 200 liter liggen!”

Vanaf deze plek rijden we weer in etappes noordwaarts langs de kust richting Ceuta, om daar de ferry te nemen naar Spanje. Onderweg doen we nog Plage de Legzira aan. Marcio heeft ons foto’s laten zien dat hij met zijn rode Toy over het strand onder de rotsen door heeft gereden. Dat willen wij ook! In het dorpje gaat een zeer smal pad steil naar beneden en er staat een eenrichtingsverkeerbord. We mogen dus niet verder, maar Jeroen doet net of hij het bord niet heeft gezien en wurmt de Toy tussen de huizen door, zo het strand op. We worden nog nagestaard door een restauranthouder die tafeltjes klaar zet op het strand voor de lunch. Meteen zien we verderop de rotsen met de natuurlijke doorgang. Het is werkelijk fascinerend om te zien. Roestrode rotsen die in de blauwe zee verdwijnen en een natuurlijke poort vormen waar je onderdoor kan. Jeroen crost wat heen en weer en Ina maakt daar mooie plaatjes van.

Via Sidi Ifni, Essaouira, Safi en Asilah rijden we naar Ceuta. Het zijn mooie sfeervolle plaatsen met een Portugese historie, hetgeen nog goed zichtbaar is aan de gebouwen en stadsmuren. In Essaouira eten we eerst pannenkoeken met honing en muntthee en daarna in de haven verse vis op de BBQ. Ook kopen we mooie okergele stof om hoezen van te maken voor de autostoelen. Na ruim 9 weken Marokko stappen we weer op Europese bodem en het contrast vinden we enorm. Het is zeker niet de laatste keer dat we Marokko bezoeken!

Spanje, Tarifa, 10 maart – 12 maart 2023

We steken met de boot over naar Spanje en gaan naar Tarifa en we vinden op aanwijzing van R&T een parkeerplekje om te slapen. Superplek! Uitwaaien en lunchen op het strand met uitzicht op Marokko en de (kite)surfers. De volgende dag rijden we richting de grens met Portugal. We hebben zin in koffie, gaan even van de snelweg af en dan blijkt dat het hetzelfde plekje is van vorig jaar waar we ook een koffiestop hebben gehouden. Lekkere koffie! We gaan naar de bekende en mooie omgeving in Matalacañas bij het ‘Parque Nacional de Doñanas’. Vorig jaar stonden we hier ook. Rechts van ons is het park waar je kunt wandelen, links van ons het padvindersterrein, achter ons de manege met een stel kippen en voor ons de politie en de parkeerplaats voor de bussen van het openbaar vervoer. Op Park4Night staat dat je € 10,00 per nacht betaalt. Vorig jaar hebben we niets betaald en nu zien we ook geen mensen die geld van ons vragen. We staan op de lange straat met links en rechts zeer ruime parkeerplekken. Je loopt zo naar het dorp, gemakkelijk bereikbaar over de stoep en de weg. Je kunt fantastisch in het park wandelen en de zandpaden zijn verhard. Vanuit het park loop je tot en met het strand en de boulevard en via het dorp wandel je terug naar de parkeerplaats. Op het strand kun je mensen zien die met een parapente tegen de falaise vliegen, afhankelijk van de hoeveelheid wind. Aan het strand boven op de falaise staan veel campers. Een mooie plek met uitzicht op zee, echter voor ons te druk. De campers staan te dicht achter elkaar en bovendien lijkt het wel een Duitse enclave, zoveel Duitse kentekens op een rij! Op de plaats waar wij staan is het heel rustig. Behalve prullenbakken zijn er verder geen voorzieningen. Een prachtig plekje voordat we naar Portugal rijden.

13 maart – 16 maart 2023 Centro Médico Internacional de Vila Real de Santo António, Portugal

Ina heeft al meer dan een week last van te veel oorsmeer in haar oren en is daardoor doof aan één oor. De oorspray, gekocht in Essaouira, heeft onvoldoende geholpen. In Vila Real de Santo António waar we boodschappen doen, ziet Jeroen opeens een bord ‘Centro Médico Internacional’. We rijden er naar toe. Ina wordt door een huisarts vakkundig geholpen. De beide oren worden uitgespoten. Het medisch centrum, de kliniek, heeft verschillende specialistische artsen. Ze spreken er goed Engels. Een adres om te onthouden als je in de buurt bent en medische hulp nodig hebt: Centro Desportivo de, Estrada da Mata, 8900-261 Vila Real de Santo António, Portugal. We staan een paar dagen op een camperplek bij Quinta da Eira Antiga, in het dorpje Prego bij Santo Estêvào. Vlak bij het dorp Tavira staan we op een betaalde parkeerplaats. Net als vorig jaar en op hetzelfde plekje, achter op het terrein op een zeer schuin stukje grond, zelfs met de oprijblokken, waar de grote campers toch niet willen staan. Helemaal prima voor ons. Al veel bloemen te zien, prachtig!

17 maart – 18 maart 2023 Mértola en Abrantes

We zijn wat blijven plakken in Prego omdat het weer er zo goed was. Nu gaan we richting het noorden. We staan op een officiële parkeerplaats aan de oever van Rio Guadiana en we hebben uitzicht op de rivier aan de ene kant en aan de andere kant het dorp met het kasteel die ’s avonds wordt verlicht. Weer een rustig plekje gevonden omdat er geen weg langs de parkeerplek loopt. Uiteraard een gewilde plek. Tegen het eind van de middag loopt het hier vol. Zeer internationaal vriendelijk gezelschap. We zijn al weer de enige 4×4. Hier is tevens de aanlegsteiger voor boten en kano’s. En een Portugees ontmoet die zijn actieve Bordercollie uitlaat en alleen gefocust is op zijn stok. Altijd prachtig om te zien. Daarna rijden we door naar Abrantes. We staan op een strak aangeharkte en overgereguleerde gemeente camping aan de Tejo, de Taag tegenover de stad Abrantes. We zouden zo met een bootje naar Lisboa kunnen varen….

19 maart – 20 maart 2023 Santa Maria de Marvão/ Santo António das Areias

Elke dag kijken we naar de weersvoorspelling. Het gaat in het noorden van Portugal en Spanje de komende dagen en weken veel regenen met lage temperaturen. Daar hebben we geen zin. Wat een vrij leventje hebben we toch. We voelen ons zeer rijk! Net als vorig jaar gooien we het plan om. We skippen het noorden en we slaan rechtsaf richting Spanje waar het heel zonnig en warm is. We hebben immers niet voor niets onze Marokkaanse djellaba’s in de dakkoffer opgeborgen. Volgens allerlei reisgidsen moeten we naar Marvão, gelegen op een steile klif met 360° uitzicht, in de provincie Alentejo vlakbij de Spaanse grens. De naam Marvão is afgeleid van een Moorse Muladi edelman uit de 9e eeuw, Ibn Marwan al-Yil’liqui. Hij gebruikte de vesting als uitvalsbasis om een onafhankelijke staat te stichten, die zich uitstrekte over grote delen van het huidige Portugal. Het blijkt een prachtige plek en de oude gebouwen zijn goed gerestaureerd. We slenteren en dwalen door de smalle straatjes. Het ruikt er heerlijk. Op zoek dus naar een restaurantje voor de lunch, maar het is zondag, alles is al vol. We zijn te laat. Dan maar een sandwich eten met ham. Ook lekker! We zitten tegenover een verbouwproject met veel potentieel! Het blijkt dat er een hotel wordt gebouwd. Na Marvão rijden we naar de camping in Santo António das Areias, 10 minuten hier vandaan.

Er zijn niet veel betaalbare campings in de buurt. Deze kleine camping van de Engelse Gary kost € 20,00 per nacht en als je langer blijft, € 14,00 per nacht. Het is er een oase van rust. We staan onder een olijfboom met uitzicht op Marvão. Jeroen treedt op als geneesheer als blijkt dat de alleenstaande Hollandse buurvrouw een acute hernia heeft. Jeroen geeft haar tips en flink wat Tramadol. Hierdoor kan ze eindelijk slapen en langzaam herstellen. Ze is zeer dankbaar. De volgende dag maken we een wandeling door het aparte landschap van kurkeiken, rotsen en langs de lage stenen muren. Het lijkt alsof we langs de Hadrian’s Wall in de UK lopen. De wilde bloemen, cactussen en het zonnige en warme weer verraden dat we echt in Portugal zijn.

21 maart 2023 Mérida Spanje

21 maart, het is lente! Hier in Portugal lijkt het wel zomer. We hopen van harte dat in Nl de warme lentedagen zijn begonnen. Via mooie landweggetjes rijden we naar Spanje. Vandaag staat Mérida op het programma. De stad ligt aan de rivier de Guardiana en is gesticht in 25 v.C. door de Romeinse keizer Augustus. Het heeft een enorme Romeinse geschiedenis. In 713 hebben de Moren er huisgehouden (lees: grote delen van de stad verwoest). Pas in 1230 is de stad heroverd. Er is veel te zien: de ‘Puente Romano’, de Romeinse brug over de rivier; het Romeinse theater; het Romeinse amfitheater;  de ‘Acueducto de los Milagros’, de 830 meter lange en 25 meter hoge aquaduct die de stad van water moest voorzien; de ‘Circo Romana’ de plek waar de paarden- en wagenrennen werden gehouden; de ‘Casa del Mitreo’; de opgravingen van een Romeinse villa; ‘Basilica de Santa Eulalia’, de 13e eeuwse basiliek gewijd aan de martelares Eulalia, de beschermheilige van Mérida; de tempel van Diana, oorspronkelijk was de tempel onderdeel van een plein waar het politieke, economische en religieuze centrum van de stad bevond. Vanwege al die ouwe gebouwen staat de stad op de lijst van UNESCO Werelderfgoed. Volgens Wikipedia: Werelderfgoed is cultureel en natuurlijk erfgoed dat wordt beschouwd als onvervangbaar, uniek en eigendom van de hele wereld en waarvan het van groot belang wordt geacht om te behouden. De lijst telt 1154 plaatsen, waarvan 12 in Nederland, net iets meer dan 1%. Tot zover de geschiedenisles.

Je zou zeggen dat we helemaal in onze nopjes zijn bij het aanschouwen van al die mooie gebouwen. Elk oud Romeins bouwwerk op zich is mooi, maar we missen een bepaalde oude sfeer in de stad. Waarschijnlijk omdat de gevels van de andere gebouwen er te modern uitzien en er daardoor geen samenhang is. We zijn een beetje teleurgesteld, verwend als we zijn met Salamanca, Lisboa, Porto, Toledo enz…. Om dit ietwat negatieve gevoel op te vangen, trakteert Jeroen op een ijsje als troost. Denk niet dat dat gemakkelijk te vinden is, althans voor een normale prijs. Dan maar naar de Spar. Jeroen loopt naar binnen en komt terug met een pak waar 3 ijsjes in zitten. “€ 1,89! “, zegt hij triomfantelijk, “slechts € 0,63 per stuk!”. We zitten op een bankje in de zon. Nadat we allebei 1 ijsje hebben verorberd, beginnen we samen vol goede moed aan het 3e ijsje. Het is een hele hap en Ina haakt af. “Je kunt het ijsje ook weggeven”, zegt ze, “er lopen hier genoeg kinderen”. Jeroen kijkt haar verbaasd aan en zegt: “Ben je gek? Dan wordt het wel een duur ijsje, € 0,945 per stuk”, rekent hij haar voor. Na het ijsje gaan we op zoek naar een restaurant. Vandaag wordt er niet gekookt en we zijn nog niet uitgetroost. Op internet vinden we veel restaurants, alleen openen ze pas om 20.30 uur. We vreesden het al, maar we hebben geen zin om er 2 uur op te wachten. Uiteindelijk vinden we aan de rivier een restaurant die open is. Echter, om 20.30 uur opent de keuken pas. We kunnen wel een bord met ham en een bord met verschillende kaasjes, brood en wijn bestellen. Dat doen we dan maar. De rekening is nou niet bepaald troostrijk: € 44,00, echter wel de enorme hoeveelheid ham, kaas, heerlijke wijn en mooie plek aan het water.

We fietsen terug naar de auto. Die staat even verderop voor een met hoge hekken omheinde, bewaakte en verlichte camperplaats waar je maximaal 72 uur mag staan. Het is splinternieuw. We besluiten om niet ‘buiten’ te blijven staan zodat we een douche kunnen nemen, want we lezen dat we dat hier kunnen doen. Om er binnen te komen, moet je je registreren door bij een kastje diverse gegevens in te voeren. We krijgen een bon met een barcode en ook voor gebruik van douche, toilet en het tanken van water krijgen we een bon met barcode. Alles is nog gratis, waarschijnlijk wordt het in de toekomst een betaalde camperplaats. De schuifdeur opent automatisch en we rijden naar plek nummer 18. Als we ‘binnen’ staan, voelt het alsof we in een gevangenis zijn. Maken we dat ook weer mee. De douche gaat echter niet door, want er is geen water. Eén toilet is open, maar spoelt niet door. Dat wordt dus meteen een smeerbende! Nou ja, het avondweer is aangenaam. Voor het eerst zitten we de hele avond buiten. Dat dan weer wel.

22 maart – 23 maart 2023 Guijo de Santa Bárbara

We rijden naar Jarandilla de la Vera. We zijn op zoek naar pistes die we op de app hebben gevonden. Helaas, sommigen zijn al geasfalteerd. We komen uit boven in het dorpje Guijo de Santa Bárbara. De Toy wringt zich door de smalle straatjes. Het past weer! We rijden verder naar de bergrivier ‘Garaganta de Jarantanta’. Het water stroomt hard naar beneden over de grote rotsblokken. Er is ook een poel. Doordat zomers het water met schotten deels kan worden tegengehouden (zie de palen in de rivier op de video), ontstaat een natuurlijke zwemvijver. Niet slecht! Wij parkeren bij een huis met tuin waar we kunnen overnachten. Ina appt met de eigenaar en vertaalt met Google Translate. Morgen komt hij langs. Het is een prachtig plekje op 700 meter hoogte met uitzicht op een hoge berg waar ’s winters sneeuw kan vallen. Morgen maken we een wandeling richting de berg langs de rivier.

Het is de volgende dag wat bewolkt met een aangename temperatuur. Perfect wandelweer. Je kunt hier prachtig wandelen over de ‘Ruta del Tebuquete’. Naar het eindpunt is het 12 km, 4,5 tot 5 uur. We trekken de wandelschoenen aan. Het goed begaanbare pad loopt langs de rivier ‘Garaganta de Jarantanta’. In 3 uur lopen we licht stijgend tot halverwege naar een waterval. Jeroen houdt het goed uit met zijn enkels. Na ruim 3 uur zijn we tegen 17.00 uur terug. Inmiddels is er een camper met een Duits stel bijgekomen, Manfred en Sonja. De eigenaar Mario komt met zijn Duits sprekende vrouw en hun vrienden langs. Ze wonen 7 km verderop en ze komen het geld ophalen voor de overnachting. Het wordt zeer gezellig. De Duitsers openen de flessen wijn en Jeroen snijdt de worst aan. Mario opent een doos waar 12 bierglazen in zitten. Hij geeft ons elk 6 glazen. Het is een gemoedelijke sfeer en we kletsen in het Spaans, Duits en Engels. Na een uur vertrekken de Spanjaarden. ’s Avonds maken we de BBQ aan en eten we samen. Het is flink afgekoeld. Onze Marokkaanse dromedarisdeken en het vuur van de BBQ houdt ons warm. Tegen half 1 rollen we het bed in.

24 maart 2023 Las Hunfrías

We pakken de auto vroeg en snel in. Er wordt regen verwacht en dan willen we de tent droog inpakken. Er vallen slechts een paar spetters. We nemen afscheid van Manny en Sonja en we wensen hen een goede reis toe. De eerste stop is een koffiestop in de prachtig gelegen bergplaats Arenas de San Pedro. Tijdens de koffie zoeken we een plaats voor een bivak met behulp van de Osmand+. In de buurt van Las Hunfrías zien we in de vallei een kleine witte doorgaande weg en vanaf daar een groene stippellijn, een piste, richting een beek. De hoogtelijnen geven aan dat het er bij de beek bijna vlak is. Het is 108 km rijden. Na anderhalf uur geeft de Osmand+ aan dat we linksaf moeten slaan, de piste op. Er staan 2 witte huisjes langs de piste. Ze lijken verlaten. Dan komen we bij een groot veld waar het gewroet van wilde zwijnen goed is te zien. Aan het eind stroomt een beek, ‘Rio Gévalo’. We hebben uitzicht op de heuvel aan de overkant. Wat een rust! Althans, als je de kwinkelerende vogels niet meetelt. De Dinky Toy parkeren we tegen de bosrand aan. Langzamerhand begint het op te klaren en laat de zon zich zelfs nog zien. Het zal een rustige nacht worden. Coördinaten: 39° 35’N 4° 51′ W.

25 maart 2023 Los Navalucillos

We worden wakker door de spechten die ware drumsolo’s ten beste geven. Wat een herrie! We wassen ons in het ietwat koude beekwater, dat wel iets warmer is dan in Baron. Het is ook weer de hoogste tijd voor een wasbeurt, want we ruiken ontzettend naar de BBQ van de vorige avond. Heerlijk schoon en fris stappen we uit de beek. Wat een luxe, het lijkt wel glamping. Na het ontbijt en de koffie breken we op. We passeren Los Navalucillos, een dorpje met een restaurantje op het pleintje. Het is er erg druk, de mensen zitten aan het bier en de tapas en dat gaan wij dus ook maar doen. Nee, niet aan het bier, we moeten nog rijden. Wel aan een soort shandy met een alcoholpercentage van 0,9 %. Kosten voor 2 drankjes en tapas: € 2,80. Tevreden rijden we verder naar Toledo. We komen er aan het eind van de middag aan en wandelen van de parkeerplaats, waar we tevens zullen overnachten, zo de stad in. De oude gebouwen zijn sfeervol verlicht en we zijn onder de indruk. ’s Avonds eten we heerlijk in één van de vele goede restaurants.

26 maart 2023 Toledo

Toledo, wat een prachtige oude stad. Alle gebouwen zijn gerenoveerd. Heerlijk om er rond te dwalen, gelegen aan een bocht van de rivier de Taag. De koninklijke stad heeft een rijke geschiedenis en cultuur en staat dan ook op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO. We lopen helemaal aan de buitenkant van de stad boven de Taag en komen verschillende oude Romeinse en middeleeuwse bruggen tegen met torens en toegangspoorten. De oude binnenstad is autoluw gemaakt waardoor het plezierig wandelen is door de smalle straatjes. Wij rijden ’s middags verder via een mooie route door de natuur naar een camperplaats in Uña. Daar staan we aan de ‘Rio Júcar’ met uitzicht op rotsen. Het lijkt wel Meteora in Griekenland, maar dan zonder kloosters. Fantastische rotsen!

26 maart – 29 maart 2023 Uña, Huerta Del Marquesadao, Santa Cruz De Moya, Venta Del Aire

We overnachten op een camperplaats aan de ‘Rio Júcar’ met uitzicht op rotsen. Het lijkt wel Meteora in Griekenland, maar dan zonder kloosters. Fantastische rotsen! Na het ontbijt rijden we verder. De route door het natuurgebied is prachtig. Het lijkt een beetje op de Drôme. We houden een koffiestop op 1540 meter hoogte bij Huerta Del Marquesadao. En we maken een fotostop bij ‘Rio Turia’ een smalle en diepe kloof. Wat een diepte!

Onderweg zien we een enorme rookwolk. Aj, dat lijkt verdacht veel op een bosbrand. We overnachten op een parkeerplaats waar vrachtwagenchauffeurs zijn en een truckersrestaurant. Die gaan we natuurlijk uitproberen. Conclusie: heerlijk! Ook mogen we er douchen tegen betaling. Op het Spaanse nieuws zien we de beelden van de bosbrand, niet ver bij ons vandaan. Vanuit onze daktent zien we de rook ook. Vannacht de ritsen maar dicht houden tegen de rookgeur. De volgende dag zetten we koers naar Torreblanca. Door de brand zijn een aantal wegen geblokkeerd en rijden we een andere route dan gepland. Ook mooi! We zijn 5 minuten onderweg en we rijden over de ‘Rio Mijares’. Aan de ene kant zien we een kloof en aan de andere kant uitzicht op een oude brug en een huis waar koeien grazen. Zeer fotogeniek. Zo ook de dorpen waar we doorheen rijden en het landschap. Echter door de rookwolken ziet het er nogal gelig bewolkt uit. Een andere keer maar foto’s maken.

30 maart – 1 april 2023, Torreblanca

Na 13 weken en 2 dagen hebben we een rondje gemaakt en zijn we weer in Torreblanca bij Hester en John aangekomen. Helaas ontmoeten we John niet, omdat hij in Nederland is. We worden zoals gebruikelijk meteen uitgenodigd voor de Carajillo Baileys, een klein sterk kopje koffie met een scheut baileys. Heerlijk! Het is donderdag, sardientjesdag. In het dorp eten we bij ‘Bar Maria’ sardientjes. Elke donderdag is het er de hoofdmaaltijd. De bar loopt snel vol. Het is een kakofonie van al het gekletst, een hard en blikkig geluid. Niet zo aangenaam voor de oren, maar de heerlijke gefrituurde sardientjes maken het helemaal goed samen met het brood, de aïoli en de witte wijn. We sluiten de maaltijd af met een dessert. De hoeveelheid is niet mis. We nemen alle drie iets anders en proeven van de verschillende desserts. Jammie! Jeroen krijgt hulp van vriend Frans om de niet functionerende pomp van de extra dieseltank te repareren. Het euvel wordt door Frans ontdekt en het relais en een rubberslang worden besteld. Na een dag ploeteren werkt alles weer. Aan het eind van de dag fietsen we nog even naar het strand om uit te waaien. Hester laat haar tassen zien die ze zelf maakt en verkoopt. Voor de promotie ervan maken we een fotoshoot op het strand. Ze vraagt of Ina als model wel fungeren. Geen probleem met haar bruine benen. De tassen zijn elk verschillend en vrolijk van kleur en ze zijn online bij haar te bestellen.

2 april – 3 april 2023 Juvignac Frankrijk

Van Spanje rijden we in één keer naar Frankrijk. We kamperen bij wijnboerderij Château De Fourges, bij de wijnboerinen Lise, Angele en Adeline, een familiebedrijf. Een mooie plek, gevonden op Park4Night ID #35484. Je mag hier gratis maximaal 2 nachten staan. Wel een beetje sneu. Staan we tussen de olijfbomen voor de wijnranken, is het château op zondag dicht. Jammer dat er geen fles welkomstwijntje in het gras ligt. Morgen vertrekken we om 8.30 naar Ultimatron in Montpellier om de applicatie van de huishoudaccu te laten checken. De accu werkt goed, alleen kunnen we niet zien voor hoeveel procent het is gevuld. Het bluetooth-element in de accu is waarschijnlijk kapot. Dan hebben we morgenochtend nog een uur om wijn te proeven en een flesje te kopen. Vandaag rijden we naar Ultimatron. Eerst door de file van Montpellier rijden. Dat zijn we niet meer gewend. We hebben verschillende adressen. Eerst rijden we naar het adres wat op de website staat. Via de mail heeft Ina ook gevraagd wat het adres is waar we naar toe moeten. Dat is een ander adres. Helaas heeft Ina op de navigatie het verkeerde adres ingevoerd. Geen probleem, we rijden noordwaarts naar het juiste adres in Baillargues. Daar aangekomen kunnen we het huisnummer niet vinden. Na enig gebel heen en weer, vinden we het juiste adres om de hoek. Er hangt ook geen bord met ‘Ultimatron’. Het is een depot voor de accu’s, gerund door Chinezen. De opslag staat vol dozen. Uiteindelijk krijgen we een nieuwe accu. Waarschijnlijk heeft de Chinees geen zin om de accu te openen. Dat kost vast te veel tijd.

3 april – 8 april 2023, Bergerie Baron

De 100ste reisdag. Wij zijn thuis in Baron! En er is nog zon op het land, 11°C. We zitten aangenaam op het zuidterras in de zon uit de wind, genietend van een goede kop koffie, naar ons landgoed te kijken. Hoe bijzonder is dat? De dagen in Baron zijn zonnig, vertrouwd en aangenaam. De overgang qua ruimte van de Toy naar het comfortabele huis is groot. Stilzitten hoort niet helemaal bij ons, dus toch wat tuinklussen gedaan: – het gras deels gemaaid – de lindeboom gesnoeid – de meidoorn gesnoeid. Als we terug zijn, dan zullen we de takken opruimen. Vandaag rijden we richting Nederland. Niet in één keer, hoor. We nemen de aanhanger met de grasmaaier mee en dan rijd je niet zo snel. We hebben ook geen haast. Eerst naar de bakker in Eyguians voor een croissant en pain au chocola. Vervolgens rijden we door het stadje Serres en via de prachtige oostroute komen we langs de Vercors en Grenoble. We zien de bekende karakteristieke berg ‘Aiguille’ (2087m), ook wel genoemd ‘Mont Inaccessible’. Deze berg ligt bij de bergketen ‘Grand Veymont’ (2341 m). Er ligt nog verrassend veel sneeuw op de bergtoppen. Wat een plaatje tegen de blauwe lucht. Echt genieten! We doen nog een koffiestop voor Grenoble en daarna rijden we in één keer door naar onze overnachtingsplek. Het was de bedoeling om in Langres te staan, maar Jeroen ziet een camping (Ferme de la Croisée) nèt na de afrit van de snelweg. Ook helemaal goed. Morgen rijden we via Luxemburg (goedkoop tanken) verder naar Zuiddorpe, naar Peter & Tilly om er te klussen. En natuurlijk Jip knuffelen. Gezellig!

9 april 2023 Zuiddorpe

Na ruim 6 uur en via Luxemburg de 2 dieseltanks te hebben gevuld, komen we aan in het vertrouwde Zuiddorpe. We parkeren de auto met aanhanger op het grasveld. We mogen binnen slapen, wat een luxe voor ons. Het is weer heel gezellig met jarige Tilly, Peter en Jip. We eten samen lekker, drinken wijntjes, lachen en doen een korte briefing voor de gewenste klussen. Om 23.00 worden we moe. Ina laat Jip nog uit en als ze terug komt, liggen de anderen al in bed. Morgen begint onze klusdag. We klussen de komende 4 dagen.

14 april 2023, Gieterveen

We zijn weer ‘thuis’, een beetje vreemd want Baron voelt ook als thuis. We zijn op reis geweest van de Kerst tot Pasen en hebben het heerlijk gehad!